Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
11 mars 2014 2 11 /03 /mars /2014 06:39

 

wimvanrooy_4.jpg

In de eerste lentezon werd mijn geleerde vriend Wim van Rooy, ondervoorzitter van de raad van bestuur van De Diamanten Kogel en overtuigde fietser, aangereden door een wagen. Hij geraakte op intensieve: gebroken ribben, gebroken neus .“Alles wordt plots zo relatief”, noteert zijn zoon Sam...

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
8 mars 2014 6 08 /03 /mars /2014 14:26

Zeetong-met-mosterdgas-kleur.jpeg

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
8 mars 2014 6 08 /03 /mars /2014 10:00

LukasDeVos-copie-1

Lukas De Vos

 

Als ik aan eieren denk, denk ik aan Hans De Belder. Een warm ontbijtgevoel. En ik eet veel eieren.

 

Hans zal het zich ternauwernood herinneren, maar ooit heeft hij een eierboer uit Kruishoutem ontzettend gelukkig gemaakt. Of beter, een eierkoppel. “Een mirakelman”, zuchtten ze verzadigd. Er zijn er voor minder zalig verklaard.

 

Het waren eenvoudige mensen uit een gemeente waar meer kippen dan mensen wonen, en die daarom (terecht) op haar Tantvlees blijft zitten, als het kippensnot of de Hongkonggriep weer toeslaat. (Elke gemeente heeft nu eenmaal de burgemeester die ze verdient, daar kraait geen haan naar. En eigenlijk kwamen Mijnheer en Mevrouw Eierboer uit Kapelle-op-den-Bos, maar als je in de Jan Hammeneckerstraat woont, maakt dat weinig verschil uit met Kruishoutem, for the sake of argument).

 

Het was overigens in Hongkong dat het gebeurde. Ik bezoek dat stadje geregeld. Bij één van de grote chicken flu’s heb ik zelfs rechtstreeks verslag uitgebracht vanuit de klinisch lege slachterijen. Met op de achtergrond het zwissende geluid van hogedrukspuiten en door mondmaskers verstikt geroep van de vernietigingsbrigade. Heeft de Eén gehaald. Zes miljoen kippen, evenveel als Vlamingen, de kop af. En vergast. En opgestookt, het waren barre tijden in 1998.

 

Vijf jaar eerder was ik voor het eerst naar Hongkong gereisd, een broekje nog, behoorlijk opgenaaid over de wonderen van den Verren Oost. Hans was de baas. Van de pas opgerichte, want eindelijk aan de deelstaten overgedragen Dienst voor Buitenlandse Handel. Toen er nog bazen waren die langer bleven dan hun opzegtermijn.

 

In zijn breed gevolg ook het verbauwereerde eierkoppel uit Kruishoutem. Zij met een netzak aan de arm, hij friemelend aan de eerste das die hij ooit had moeten dragen van zijn Madam. Ze gingen toch op reis, en dan moet je beleefd zijn, en er goed voorkomen. Hij had zelfs een schone zakdoek bij. Mensen, kortom, van bij ons. Van eenvoudige komaf. Nooit eerder van het erf geweest, tenzij naar de markt in Ertvelde (om Eddy Wally te zien). Verloren in de toen nog razend bruisende stadsjungle van Hongkong (“Moeder, dat is groter nog dan Roeselare”), een uitgaansstad met zijn wirwar van roltrappen en wolkenkrabbers, met zijn onontwarbare voetpaden en trappenhuizen, dwars door enorme bedrijfsgebouwen heen, langs eindeloze onbetaalbare winkelcentra, zonder ook maar één konijnenwei, zebrapad, kameelbus of visvijver in zicht. Hooguit de Starferry, maar hoe die te voet te bereiken, dat riep voor onze bescheiden Oost-Vlamingen een boeteketen op van beewegen naar Scherpenheuvel en Sint-Jakob van Compostella. En van Beloeil.

 

En dus bleven ze angstvallig op hun kamer in de Island Shangri-La. Waar zelfs geen bedspijlen zijn om je aan vast te klampen. Hopende dat Hongkongse commersanten hun richting zouden uitkomen, de gebedsmolen en rozenkransen draaiden op volle toeren. Want bewegen in een veel te sjieke en naar Kruishoutem geoloog veel te dure hotelkamer, dat viel niet aan te raden. Gordijnen kunnen verkreuken, lakens scheefglijden, misschien valt er wel een stoel om, of verschuift er een fiool tussen die uitsluitend halveliterflessen exquise cognac en whisky (“you are what you is”) in de bar, nou ja bar, een hele wand vol, in een hotel waar je op de zevende verdieping pizza’s eet om vier uur ’s morgens, op de 21eJapans, en de eigenlijke hotelkamers pas op de 37ebeginnen en tot de 54elopen, en waar het uitzicht op de ruige berg die naar de Peak loopt versluierd lag in lage, wentelende wolken.

 

Ontheemd zijn, dat ademden ze uit langs alle poriën. Ze bewogen wat schichtig, ze loensten wat besmuikt als ze de draaierig makende middenlift namen, ze spraken op lage toon en aarzelend, want verborgen hun Oost-Vlaamse tongval beschroomd voor de Chinezen. Alleen Hans vertrouwden ze. Had hij geen mirakel beloofd ? Hij had hen toch meegetroond, de woeste zee over. Op buitenlandse zending nog wel. Het woord proeven maakte ze al misselijk: buitenlandse zending, drie woorden te veel. Om een kristenmens naar de verdoemenis te leiden. Maar Hans vertrouwden ze. De kansen liggen voor het rapen ! Er zijn meer Chinezen dan er zandkorrels in Blankenberge liggen ! Gaat heen en verkoopt ! Wordt rijk, zoals alle andere Chinezen !

 

Maar Kruishoutem is Hongkong niet. Er staat geen achterdeur open in de Shangri-La, waarlangs de buren even komen kouten en een neutje drinken. (Overigens is die er wel in de Conrad, ik heb zelden zo goed gegeten, als toen de Zwitserse kok Alois Moser mij langs achter noodde en zijn beste flessen opentrok, terwijl in de feestzaal Adamo voor een of andere liefdadigheid stond te kwelen).

 

De sfeer werd alsmaar weeër, Mijnheer Kruishoutem boog met de dag wat dieper door, zijn marcelleke verborg de zweetvlekken op zijn gestreepte zondagse hemden, de angstige blik in de ogen van Mevrouw Kruishoutem kreeg met de dag panischer trekjes. En dan was ze nog haar brei vergeten !

 

Dagen en dagen dubden zij over hun verworpenheid. Hoe waren ze toch terechtgekomen in deze nerveuze negorij, terwijl de kippen thuis op stok zaten, en eieren broedden zoals elke normale kip pleegt te doen. Sint-Antonius, sta ons bij.

 

Een enkele keer nochtans had ik hun oog zien oplichten. Toen we overstaken naar Shenzhen. Niet om de mierenstad, die in volle afbraak en heropbouw was, met zijn monsterhotels en draaiend restaurant, met zijn stoffige pistes voor het brullende werkvervoer, met zijn altoos snerpende Chinese verkopers die door de bouwwerven wriemelden, met zijn chaotisch verkeer en nog chaotischer leefgewoonten. Wel om het bezoekje aan Splendid China. Dus ook hier bestond Meliland. Was er dan toch nog een vonk van beschaving in het Middenrijk ? Had de profeet Hans toch woord gehouden ?

 

De strenge blik waarmee consul-generaal Gaston Van Duyse Adam het gezelschap had aangekeken in het Shangri-La bezwaarde hen nochtans zeer. “Let op uw beurs”. “Val niet over de kwispedoor”. “Geef naamkaartjes met beide handen” – naamkaartjes, godlof, dat was in Kruishoutem nog nooit gezien ! En ze kwamen zelfs uit automaten. “Schrok uw eten op binnen het voorziene uur”. “Mors op tafel zoals iedereen” – je zou voor minder de oren optrekken en de brauw fronsen. Van Duyse achtervolgde hen als de fonkelende ogen van Fu Manchu.

 

Een hellevaart was het, lasciate ogni speranza voi ch’entrate. En dan zit daar die Hans De Belder, goed in het vel, goed in de buik, goed in zijn diplomatiek vernuft, gekscherend te konkelfoezen met dat janhagel van journalisten (“wie weet willen ze niet uitvogelen waar onze boeken zijn bijgewerkt”), in het White Swan Hotel van Kanton (Guangzhou is sowieso al niet uit te spreken, zeg toch gewoon Kaprijke of Nevele of Aalter).

 

Ik was toen nog onervaren, toegegeven, en mijn ontdekking van de enige levende hond in China gaf aanleiding tot ongebreidelde hilariteit en frivool vermaak. Ik zat te ontbijten met Hans naast de Gele Rivier, en daar voer een sampan voorbij, met een fel blaffend schipperke. “Mongolen, ongetwijfeld”, grijnsde Hans. Ik begreep waarom. De dag ervoor was ik met vriend Put en vriend Maaik de hele binnenstad gaan verkennen, in een filmopname gevallen waar ik beaat de allermooiste Chinese zuurpruim ooit heb staan aanstaren, had een Chinees met twee badkamers ontmoet, en was uiteindelijk kompleet verloren gelopen in een buurt waar uiteraard onbestaande snollen hun maandelijkse prik kwamen halen. Tegen de griep allicht. We waren gaan dobbelen op straat en hadden markten afgedweild. Behalve gedroogde torren, blauwe krabben, opgerolde slangenworsten, uitgeholde stekelvarkens, fijngesneden rat, hompen hond, en gepekelde boomworm was er echt geen teken van dierlijk leven te bespeuren. “Logisch”, zei Put me. “Al wat leeft, beweegt. En al wat beweegt, is eetbaar. Dat nemen de Chinezen zeer ter harte”.

 

Er ging een krampachtige siddering door de lenden van Mevrouw Kruishoutem, toen ze dat hoorde. Haar boezem hijgde zwaar. Mijnheer stond er verweesd bij. Hij trok zijn dikke wenkbrauwen nog lager, tot bij zijn wrang vertrokken mondhoeken. Zou het dan toch waar zijn, al wat ze in de boekskens van De Pillecijn en Monseigneur Bermijn hadden gelezen ? Was het zo erg als in de duistere Kongo ? Waren de Boksers koppensnellers ? Of nog erger, vraten ze de lever uit de lillende ingewanden van opengereten missionarissen in

stervensnood ?

 

Een tragedie van kosmische omvang kondigde zich aan. Eierschuur, vaarwel.

 

Tot de voorlaatste dag.

 

Nog enigszins beneveld van een nachtelijke opdracht (mezelf toegeschreven, dat is waar), kom ik de ontbijtzaal binnen van de Shangri-La. Het weer is grijs, de hemel zit dicht. Maar Kruishoutem straalt. Wat zeg ik ? Hier staat gelukzaligheid. De heer is waarlijk verrezen. “Eén container”, kraait Mevrouw. “Eén container. Vol. Per week. Eén container per week”. Ik roer in mijn ei en kijk vragend op. “Weet ge hoeveel eieren dat zijn ?” Ik heb het nooit geweten (ik weet het nog niet, wat is 80 TEU aan eierstruif ?), maar ik kon me levendig voorstellen welke immense omelet uit een omgekieperde container zou gerold zijn. “En allemaal verkocht”, voegt Mijnheer Kruishoutem er liederlijk aan toe. “Mijnheer De Belder is een genie”. Ik heb hem niet tegengesproken. Ik kon niet tegenspreken, want ik had me verslikt in mijn roerei. Maar als er een instant heiligverklaring had kunnen gebeuren, dan was het daar geweest, in Hongkong. Pacific Place. Queensway Central 88. Zeven hoog.

 

Nu nog, als ik in Kruishoutem kom, weet ik een elektriciteitshokje staan dat ik verkeerdelijk voor een kapelletje hou. Het gebuurte weet beter. Het is een kapelletje, maar niemand mag het weten. Ooit was het opgedragen aan Sinte Martha van Betanië. Maar de zus van de waarlijk opgestane Lazarus heeft als attribuut een gebraden kip. Daarom verdenk ik de eierboeren van Kruishoutem er sterk van dat ze het heiligdom hebben omgeturnd tot een bedevaartsoord, opgedragen aan de heilige Hans. In naam van het Ei. Dat in Kruishoutem altijd voor de kip komt. (Of was het omgekeerd ?)

Lukas DE VOS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
1 mars 2014 6 01 /03 /mars /2014 12:37

Gisteren verscheen de 226ste afevering van de Mededelingen, alweer een lijvig nummer.

CDRmddBLOG226.jpg

Het overlijden van Jan Hoet kwam niet echt onverwacht. De jongste jaren werd hij fysiek zwaar gesteisterd, maar bleef hardnekkig actief. Dat was nu eenmaal de aard van het beest. In de (sociale) media kwam Hoet uitvoerig aan bod. Geen reden dus om nu al meteen hier een zoveelste commentaar te publiceren...

In september verschijnt bij De Bezige Bij De luchtkunstenaar van Jan Haerynck (°1964) die de kunst- en levensopvattingen van Hoet grondig bespreekt... Niet alleen Hoet zelf komt in dit boek aan het woord. Ook aartsvijanden, critici en collega-kunstcuratoren spreken zich uit. En voor het eerst getuigen ook zo’n zestig internationale kunstenaars van hun ervaring met Hoet, van Gerhard Richter en Marina Abramović via Ilya Kabakov en Marlene Dumas tot Joseph Kosuth en Rob Scholte e.v.a.

Bij de eerste uitreiking van De Diamanten Kogel, in 2002 in Studio Herman Teirlinck, was Jan Hoet de gedreven spreker die de iconische boksbeugel van Wim Delvoye bij het publiek introduceerde.

*

Op 9 maart wordt de dichteres Clara Haesaert 90 jaar jong en passend gevierd te Brussel (zie rubriek 'Door de leesbril bekeken'). Als ambtenaar en vooral vanuit een diepe overtuiging heeft ze decennialang onvermoeibaar en vastberaden bijgedragen tot de verspreiding van de bonae litterae. Tientallen jonge (destijds...) schrijvers (en tijdschriften) hebben veel, heel veel aan haar te danken. Ik leerde haar een halve eeuw geleden dank zij Jan de Roek in het Martini Center kennen, waar ze mij voorstelde aan Raymond Brulez.

In de rubriek 'Achteruitkijkspiegel' worden Gaston Burssens, Hugo Claus, Daniël van Hecke en Jean Weisgerber voor het voetlicht gebracht.

Henri-Floris JESPERS

Inhoud

Gedicht

Kris GEERTS, Mijn kleine vaderlandse geschiedenis

Column

Guido LAUWAERT, Geldproblemen

Kritisch

Lukas DE VOS, Johan Polak: knarsende droogstoppels

Guido LAUWAERT, Peter Verhelst : Wij totale vlam

Luc PAY, Marc Pairon, De Kinderspelen: een pleidooi voor kinderlijke onschuld

Cinema Trivia

Bert BEVERS, What's in a Name?

Door de leesbril bekeken

Nieuwsbrief van de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode:

Patrick Lateur pleit voor biografie;

Clara Hasaert: 90 jaar jong; Rody Vanrijkel

Achteruitkijkspiegel

Henri-Floris JESPERS, Gaston Burssens en Hugo Claus in gesprek

Rody VANRIJKEL, Jean Weisgerber

Guy VAN HOOF, Daniël van Hecke

Colofon

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
28 février 2014 5 28 /02 /février /2014 10:08

 

BW14_Geschenk_231.jpg

Jo Cornu heeft al zoveel puin geruimd bij Vlaamse bedrijven, dat hij gevraagd is om zijn kunstje te herhalen met de NMBS. Maar eer het zover is, moet er nog een lange weg worden afgelegd. En om die lange weg nog wat langer te laten duren heeft hij gekozen voor de simpelste oplossing: de treinen trager laten rijden dan de koeien kunnen lopen, en er een aantal afschaffen. Beide ingrepen maken dat ze dat volgens het boekje zullen doen. Hij noemt dat ‘Afstemmen op de realiteit’.

 

De realiteit ziet er echter anders uit dan het plan dat vroegtijdig uit zijn brein is gelekt. Die lek was bewust, zoals dat vaak het geval is. Lekken zijn testmiddelen om na te gaan hoe de media zullen reageren. Is het niet naar de wens van de lekgever, een kaderlid dat bij strootjetrek gekozen is, dan kan Cornu nog altijd verklaren dat het plan maar een proeve van een studie was. De woordkeuze en de strategie van ministers en bedrijfsleiders zijn wonderlijk. Je kan er uren om lachen, terwijl je zo droog staat als een uitgezwierde droogkast.

 

De werkelijke reden dat de treinen trager gaan rijden is bij Jo Cornu ingegeven door een diepe liefde voor de kunst, en de literatuur in het bijzonder. Het boekenweekgeschenk van 2014, dat de treinreizigers op 16 maart gratis krijgen, is van de hand van snelschrijver Tommy Wieringa. Het resultaat, Een mooie jonge vrouw, is, gezien de stijl van Wieringa, slechts te begrijpen als men zo traag leest als een kindertrein op de dijk van Blankenberge. En dan nog. Om ten volle te begrijpen wat men eigenlijk beter niet gelezen had, is een tweede lezing – waarvoor de terugreis, die nog trager verloopt dan de heenreis – ideaal geschikt.

 

Het boekenweekgeschenk is een prachtige metafoor voor detoestand van de NMBS en zijn reiziger. Ziehier de samenvatting van de inhoud van het literair cadeau, zoals die ons door de uitgever wordt geserveerd: Een briljant microbioloog ontmoet een mooie jonge vrouw. Ze is een overwinning op de tijd, maar zijn nakende ouderdom en het verval kan hij er niet mee afwenden. Hun huwelijk is een botsing tussen haar idealisme en zijn realisme – waar zij zich verbindt met het lijden van de ander, ontbeert hij volgens haar empathie. Maar als de controle over zijn bestaan hem ontglipt, leert ook hij de betekenis van pijn kennen. In een overrompelend verhaal stelt Tommy Wieringa de vraag of je werkelijk kunt doordringen tot de pijn van een ander als je deze niet eerst zelf hebt gevoeld.

 

Omgezetnaar de toestand van de NMBS krijgen we dit: Een aftands treinstel krijgt een lelijke oude man te vervoeren. Zijn leeftijd valt niet te schatten, maar zijn kwieke mobiliteit en alertheid zijn verrassend intact. Hun reis is een confrontatie tussen de realiteit van de treinreis en zijn wensdromen – waar de reiziger hoopte dat de rit vlekkeloos zou verlopen, ontbreekt het de trein aan energie en comfort. Maar als hij veel te laat zijn bestemming bereikt, ziet hij echter de relativiteit van de tijd in. In een overrompelend verhaal stelt Tommy Wieringa de vraag of je werkelijk moet stilstaan bij de ongeloofwaardigheid van de spoorwegen als je deze niet eerst zelf aan den lijve hebt ondervonden.

 

Een bizar verhaal? Het kan nog gekker en dat wordt het ook. Al in het voorhoofd van Jo Cornu zit een transportplan, dat uw alom geliefde scribent via omleidingen op het spoorwegnet ter ore kwam. Een jaar na de invoering van de trein der stipte traagheid, wat zoals nu al gepland helemaal in het honderd zal lopen, zal Jo Cornu uitpakken met de ultieme oplossing. Een oplossing waar geen spoorwegstaaf tussen te krijgen is. Waar geen protest bij helpt, wegens de genialiteit van het idee. Een spoorboekje wordt overbodig, heel het ingenieus systeem van de aankondiging van de aankomst, het vertrek en, vooral, de vertraging zal overbodig worden. Geen schuldenberg meer maar een winst zo groot als het Atlasgebergte.

 

Simpelweg door, opgelet, houdt u vast aan de takken van het gras,niet meer of minder dan het afschaffen van de treinuren. Als de reiziger weet dat er vier treinen per uur rijden tussen Antwerpen en Brussel en twee tussen Hasselt en De Panne, wat heeft hij dan nog te klagen en te zeveren? Hij mag al blij zijn dat ze niet vertrekken als hij vol is, tot en met het dak, zoals in sommige Afrikaanse en Aziatische landen het geval is.

 

Staatssecretarisvan Mobiliteit Melchior Whatelet droomt al van het premierschap, met Jo Cornu als kabinetschef. Want met iemand zoals hij in de stuurcabine leeft men beter, slaapt men dieper in zijn limousine en kan hij bij files prachtige treinfilms bekijken als De trein der Traagheid, High Noon [Le train sifflera trois fois] en The Great Train Robbery, zowel de Amerikaanse uit 1963 als de Engelse BBC-versie uit 2013.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
24 février 2014 1 24 /02 /février /2014 20:15

 

CDR225web.jpg

Redactioneel

Het oeuvre van Paul Joostens (1889-1960) werd vaker verguisd dan objectief beoordeeld. met een in alle opzichten merkwaardige retrospectieve ontsluit Mu.ZEE te Ostende het werk van Joostens en geeft de kunstenaar en zijn werk de waardering die hij verdient. Het Mu. ZEE is de uitgelezen plaats voor dit project aangezien het de grootste openbare collectie van Joostens bezit, meer dan 600 werken. Mu.ZEE kreeg bovendien werken in bruikleen van buitenlandse musea en van privé-verzamelaars uit binnen- en buitenland. De curatoren verdienen alle lof.

Net als andere medewerkers aan de catalogus (w.o. Rik Sauwen, mede-redacteur van het Bulletin de la Fondation Ça Ira) had ik het voorrecht vooraf inzage te krijgen van het geëxposeerde materiaal. Ik kan u verzekeren dat Cinema Joostens, een tentoonstelling in twee episodes, ook voor de kenners van Joostens, een ware revelatie zal betekenen.(Zie de rubrieken 'Plastisch' en 'Achteruitkijkspiegel')

*

Frans Depeuter plaatst heel wat vraagtekens bij de instelling van een Belgische 'Dichter der Vaderlands'. Zijn bijdrage wordt gepubliceerd als 'Vrije tribune'. In 'Verbolgen vervolgen' brengt Lukas De Vos als ervaringsdeskundige een ernstig divertimento over Vlaanderen in het buitenland. Richard Foqué reflecteert over 'Poëzie uit de schaduw', een interdisciplinair project van Frank De Vos.

*

De vaste rubrieken zijn eens te meer stevig gestoffeerd – en ook in de volgende afleveringen zal genoegzaam blijken dat we vastberaden blijven documenteren en evalueren.

Henri-Floris JESPERS

Inhoud

Necrologisch

Leo Vroman

Gedicht

Hendrik CARETTE, Bezoek aan Brugge, mijn oude spookstad

Column

Bert BEVERS De verdwenen meeuw

Vrije Tribune

Frans DEPEUTER, Een Belgische 'Dichter des Vaderlands'?

Verbolgen vervolgen

Lukas DE VOS, De parabel van de struif

Kritisch

Guido LAUWAERT, Delphine Lecompte: De baldadige walvis

Hendrik CARETTE, Vijftien nieuwe voetnoten

Richard FOQUÉ, Debuutbundel van Maarten Embrechts: Dagen van koffie en van brood

Podium

Guido LAUWAERT, VONK & Zonen: achterom, achteraf bekeken...

Guido LAUWAERT, Ilona. Rosetta. Sue: te mijden!

Plastisch

Erick KILA, Het drama van de dingen

Henri-Floris JESPERS, Gisèle Van Lange, een oeuvre

Richard FOQUÉ, Poëzie uit de schaduw: foto-poëzieproject

mu.ZEE: Oeuvre en universum van Paul Joostens

Strips

Joke VAN DEN BRANDT, Poezenliefhebbers

Cinema Trivia

Bert BEVERS, De auteur als acteur

Door de leesbril bekeken

Staf Schoeters: De eerste Wereldoorlog toen en nu; Eigenaardige logica; Dieter Vandenbroucke: Dansen op een vulkaan. Victor J. Brunclair / Schrijver in een bewogen tijd ; Dictionnaire du dadaïsme; Donderdagen van de poëzie: Lucienne Stassaert

Achteruitkijkspiegel

Henri-Floris JESPERS, Paul Joostens als collagist

Colofon

Briefwisseling

Redactie: Henri-Floris Jespers

hfj@skynet.be

Administratie: Karin Lebacq

karin@lebacq.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
21 février 2014 5 21 /02 /février /2014 12:00

 

Het grote voordeelom te leven op de grens van arm en rijk – waar uw gewaardeerde medewerker een prominente plaats inneemt – is dat je veel armen kent maar ook veel rijken. Welnu, er is geen enkele arme luis die geen geldproblemen heeft. Maar, let op! Hetzelfde geldt voor de rijken. De Oom Dagoberts werken dubbele shifts per dag, hebben nauwelijks de tijd voor een deftig familieleven, en de weinige vrije tijd die ze hebben zitten ze op de fiets. Om weg te zijn van hun huis, waar hun een berg geklets met hun vrouw wacht over hun persoonlijke financiële problemen.

 

Wie meerdere huizen heeft en dubbel zoveel notarissenzit voortdurend te cijferen. Hier een nieuw dak, daar een huurder die niet naar je pijpen danst, je kinderen die met hun wagenpark niet willen onderdoen voor die van hun ouders, de tuinman die elke lente een pak duurder is, het zwembad dat lekt, een zoveelste dossier waarvoor je naar de juridisch deskundige moet, bevoegd om authentieke akten te verlijden. Het kost twee minuten om je handtekening te zetten, maar drie uur verplaatsing. Plus een honorarium van vier cijfers vóór en drie cijfers na de komma.

 

De lijstvan problemen is eindeloos. Daarbovenop komen de schurkenstreken van de overheid, zoals de GAS-boetes. Dubbele ellende voor de rijken, want hoe meer men heeft hoe meer men doet, en hoe meer men doet hoe meer men misdoet, volgens de grote, boze burgerwacht. Befehl ist Befehl. Tel daarbij de rotstreken van de bedrijven waar je zelf aandelen bij hebt, zoals Electrabel, dat zijn winst door eigenaar GDF Suez wordt opgeëist, om de Belgische belastingsbetaler 255 euro per jaar te kunnen tillen. Denkt u nu werkelijk dat deze diefstal geen belediging is, geen pijn doet aan de rijken? Dan kent u ze niet goed.

 

Rijk zijn, geloof me, is geen pretje. Overal ter wereld zijn er rijken die hun fortuin weggeven, hun bedrijf in de etalage zetten, hun eigendommen verkopen om rustig te kunnen gaan leven in een hutje op de Franse of de Italiaanse hei. Weg jaarbalansen, zorgen van morgen en overmorgen, de blik van de thesaurier in hun kelders en kluizen. Heerlijk om opnieuw te leven met kleingeld, naar de plaatselijke markt te trekken en te trachten drie kreeften voor de prijs van twee te kopen. Boden ze vroeger tegen elkaar op, nu genieten ze volop van de kunst van het afbieden. Heerlijk om met een Chinees horloge rond te lopen dan met een Zwitsers.

 

Een zeilboot hoeft niet meer, ze zijn al tevreden met een zwembroek, waar waarschijnlijk al iemand anders in gezeten heeft, gezien de verschoten kleur en de nageur van chloor. Een sopje en hop, klaar voor een jaar duinplezier onder een kaduke parasol, die in de bergruimte tussen de vodden belandde van de gehuurde villa, gevonden door hun vrouw en een vriendin die uren hebben zitten surfen tot ze er scheel van zagen, maar bovenmatig gelukkig zijn. Buiten het toeristenseizoen hebben ze voor een prikje een pracht van locatie gevonden. Een vakantiedomein dat het midden houdt tussen een fort en een fermette.

 

Zij die geen afstand willen doen van hun eigendommen, aandelen, bedrijven, oldtimers, minnaressen hebben het werkelijk moeilijk om de touwtjes aan mekaar te knopen. Een dun touwtje lukt redelijk, maar probeer het maar eens met een dik; een hels karwei. Tientallen keren heb ik rijke mensen aan de slag gezien om zich uit het kluwen van zorgen te wringen. Ik had oprecht met ze te doen. Er wordt wis en waarachtig te weinig rekening gehouden met de geldproblemen van de rijken. Alle aandacht gaat naar de armen. Ze stellen zich voor als slachtoffers. Welnu, de rijken zijn niet minder de dupe van het kapitalisme.

 

Dit pleidooi is, hand op het hart, werkelijk geschreven vanuit een zeer diepe bezorgdheid met de rijken. Om die reden pleit ik hier, als eerste in de geschiedenis van het kapitalisme, voor de oprichting van een hulpfonds voor de rijken. Een fonds dat ze niet enkel financieel steunt, maar ook moreel. Met digitale cursussen en congressen aan de kusten van Costa-Rica, en de Krim, waar er voldoende hostesses zijn om hen bij te staan bij erge dip of ferme kick.

 

Rijke mensen moetenniet arm worden, maar rijk blijven. Zij die hun fortuin wegschenken moeten op andere gedachten worden gebracht en zij die verzuipen in vragen zonder antwoorden verdienen zorgbijstand. Zonder rijken geen armen. Want eens we zover zijn is het kapitalisme om zeep. En met het kapitalisme het klassenverschil. Dat mogen we de zwervers en de daklozen niet aandoen. De rijken hebben de plicht om rijk te blijven en de armen om arm te wezen, tot hun laatste cent. Dan pas zijn ze van enige betekenis in onze maatschappij.

Guido LAUWAERT

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
19 février 2014 3 19 /02 /février /2014 12:00

 

Joris-Kila-en-militaire-escorte--kort-voor-de-tocht-door-de.jpg

Joris Kila met militaire escorte kort vóór de woestijnreis naar Timboektoe

(c) Joris Kila

Alles van waarde is weerloos. De dichtregel van Lucebert slaat de spijker op zijn kop als het om de bescherming van internationaal erfgoed gaat.

Veel fout volk is betrokken bij het beschadigen / vernielen / plunderen van monumenten, archeologische sites en museale collecties. Natuurlijk de ‘usual suspects’ (godsdienstwaanzinnigen / jihadisten en moorddadige regimes), maar eigenlijk ook de door de belastingbetaler gefinancierde futloze, in zichzelf gekeerde, internationale organisaties en politieke gremia, die kennelijk cultuur niet zien als iets waarmee je kunt ‘scoren’.

Een handjevol mensen voegt gelukkig welde daad bij het woord als het om erfgoed in nood gaat. Zo vertrok er vorige maand in het geheim (en op eigen kosten) een piepkleine internationale missie vóór de Nederlandse troepen uit naar Mali. Doel: het in kaart brengen van schade aan het rijke culturele erfgoed van dit Afrikaanse land.

Drie Europeanen, w.o. de Nederlander Joris Kila, trokken van de Malinese hoofdstad Bamako dwars door de woestijn naar het noordelijker gelegen Timboektoe. Op de gevaarlijkste delen van de tocht werden ze beschermd door Malinese militairen.

Voorgeschiedenis

Al tientallen jaren zijn er problemen met Toeareg-rebellen in Noord-Mali. In 2011 verergerde de situatie. Na de val van de Libische dictator Khadaffi sloot een deel van zijn troepen zich aan bij de Malinese rebellen. Gelijktijdig nam de invloed van de radicale Islam bij de rebellen toe. In maart 2012 werd de Malinese president Touré afgezet. De Toeareg-rebellen bezetten het Noorden van Mali en riepen er een onafhankelijke staat uit. Bemoeienis van Islamitische radicalen (onder meer Al Qaida) zorgde er snel voor dat het Islamitische recht in steden als Timboektoe, Gao en Kidal ging gelden. Toen later de hoofdstad Bamako bedreigd werd, riep de nieuwe president Traore in januari 2013 de hulp van de Fransen in.

Franse en Malinese troepen bevrijdden in korte tijd het Noorden. De situatie is er tot op de dag van vandaag gespannen. Een deel van de Franse troepen is gebleven. De komst van Nederlandse troepen is in voorbereiding.

Schade in Timboektoe

Er staat van oudsher een groot bord in de stad opgesteld met het opschrift “Timboektoe, stad van de 333 heiligen”. De bezetters veranderden ‘333’ in ‘0’. In de Sidi Yahya moskee werd een kostbare heilige deur door de radicalen vernield om de stedelingen te tarten. De lokale bevolking geloofde namelijk dat openen van de deur ongeluk over de stad zou brengen. Ook de Grote moskee van Timboektoe ontkwam niet aan beschadiging. In het Zuidoostelijk gedeelte van het moskeecomplex worden momenteel reparaties in gang gezet. Tombes van Soefi-heiligen in de buitenste muur van de moskee werden met opzet beschadigd. De vernielingen aan andere, nabij gelegen, Soefi-tombes zijn van een bijzondere aard. Ze werden geboobytrapt en ontheiligd met uitwerpselen.

In het Ahmed Baba Instituut verbrandden de bezetters oude manuscripten die geëxposeerd waren in het restauratie-atelier.

Door-jihadisten-verbrand-manuscript-in-Timboektoes-moderne-.jpg

Door jihadisten verbrand handschrift in de moderne bibliotheek van Timboektoe

(c) Joris Kila

Medewerkers van het instituut hadden de bui al zien hangen en maakten deze kleine tentoonstelling om de aandacht van de grote collectie handschriften af te leiden. Verschillende kluizen van het instituut werden met geweld geopend. De jihadisten zagen (door de gebrekkige verlichting in de kluizen) gelukkig zo’n 10.000 documenten / manuscripten over het hoofd.

Een duidelijk voorbeeld van iconoclasme was te zien in de katholieke kerk van Timboektoe. Het gebouw was ernstig beschadigd. Van een houten Mariabeeld was het gezicht volledig weggekrast.

Toekomst

Een kleine particuliere missie slaagde erin om de Malinese militairen te informeren over het beschermen van hun cultureel erfgoed. Praktische instructies werden gegeven. Schade door oorlogsgeweld en bezetting werd ter plekke zo goed mogelijk in kaart gebracht.

Training-bescherming-cultureel-erfgoed-Malinese-militairen-.jpg

Training bescherming cultureel erfgoed aan militairen

(c) Joris Kila

Het toont weer eens extra aan dat er een internationale en effectieve aanpak van het probleem erfgoedschade moet komen. Welke instantie of overheid neemt het initiatief voor een leerstoel ‘bescherming internationaal cultureel erfgoed’, gecombineerd met een ondersteunend instituut / centrum dat handelend kan optreden? Concentratie van ervaring op het gebied van praktische bescherming is wel het minste dat nodig is.

Erick KILA

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-erfkwaad-119848769.html

Eind april organiseert M-Museum Leuven in het kader van Ravage(kunst en cultuur in tijden van conflict) een debat met onder meer erfgoeddeskundige Dr. Joris Kila en journalist Rudi Vranckx.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
14 février 2014 5 14 /02 /février /2014 08:00

 

valentijn-copie-1.gif

Eerst kwam de vulpen, dan de balpen, vervolgens de viltstift om te belanden in onze schriftelijke communicatie, het klavier. Waarmee het briefschrijven herleid is tot versimpeling. De moderne mens heeft het briefschijven herleid tot een sms, een e-mail, een twitter, een facebookbericht. Een beperkt aantal tekens en het gemak van een smiley heeft alle gevoelens uit de communicatie en in het bijzonder de persoonlijke boodschap gehaald.

 

Tot einde vorige eeuw was het aantal brieven dat iemand jaarlijks schreef niet bij te houden. Vooral die van politici, wetenschappers, kunstenaars, maar tevens van iedereen die een aandeel had in het vastleggen van de geschiedenis, hoe onbelangrijk die ook leek, waren zeer gegeerd. Het nieuwste bewijs van het laatste voorbeeld zijn de duizenden oorlogsbrieven, nu samengevat in honderden boeken. Bij de herdenking van De Groote Oorlog wordt dit maar weer eens ten volle aangetoond. Ze brachten boeken op die doen nadenken over de waanzin van politieke conflicten, waarvan vooral de gewone mens, die geen aandeel had in het conflict, het grootste slachtoffer was.

 

Zoals in een oorlog een filmpje op Youtube de handgeschreven brief zijn reden van bestaan heeft verdrongen, heeft ook de liefdesbrief door al die virtuele mogelijkheden aan waarde ingeboet en is aan een steile neergang bezig. Nog even en onze kinderen moeten gaan googlen om te weten wat ‘liefdesbrief’ eigenlijk betekent. Mensen hebben door de noodzaak aan beknoptheid in de berichtgeving geen tijd meer om een uitvoerige brief te schrijven. Om hun wat op het hart ligt gedetailleerd te verklaren.

 

Enkele jaren geleden was het nog de gewoonte om een e-mail te beginnen met een aanspreektitel. Verleden tijd. Net als uitsmijters als ‘groeten uit Lourdes’ en ‘met de meeste hoogachting’. Lange berichten worden niet meer gelezen. Het bestaan gaat te snel. Terwijl je een beknopt bericht leest, komen er duizenden andere berichten in je box, die voor afleiding zorgen. Vaak tot irritatie leiden en heel wat tijd in beslag nemen, want ze moeten gewist worden en aan het eind van de dag opgeruimd of de daaropvolgende nacht blokkeert je systeem wegens een te volle virtuele vuilnisbak. Een handgeschreven brief per jaar moet toch nog kunnen, als we de infantilisering van de communicatie, waar we al flink mee bezig zijn [wie kent nog de puntkomma?] niet in een zevende versnelling werpen.

 

De Valentijnsbrief heeft door de nieuwe communicatiebrief fors aan kwaliteit ingeboet. Via je computer kan je een kaart kiezen en sturen. Of printen. Het enige wat je hoeft te doen is je naam invullen. Maar die kan je door je computer in je hoogsteigen handschrift laten maken, want daar bestaan programma’s voor. Die print kan je aan een pakketje [99 modellen + 1] lagen hangen dat je virtueel hebt besteld bij een firma met een naam in geheimschrift, die bovendien zorgt voor bezorging op het uur dat je in een modelformulier – keuze uit 1001 voorbeelden – hebt ingevuld. Heb je meer dan één geliefde moet je wel opletten dat je als aanspreektitel een koosnaam neemt – klik op de gewenste – want een kleine fout kan grote gevolgen hebben, niet alleen moreel maar ook financieel. Zeker als je getrouwd bent of een of ander samenlevingscontract hebt.

 

De liefdesbrief, buiten de ware reden van zijn bestaan, heeft nog een extra waarde. Als document. Je kan er boeken mee vullen en er je kostelijk mee amuseren. Vaak is hij meer waard dan de geliefde en bestaat hij langer. Een treffend voorbeeld is een gedicht van de reizende Nederlandse dichter J.J. Slauerhoff [1898-1936]. Ik zou hem hier kunnen typeren maar dan riskeert mijn opinie niet te verschijnen wegens te lang. Ik zit nu al op het randje. Er valt de lezer dus niets anders om de dichter nader te leren kennen dan hem te googlen. Maar het gedicht, in sonnetvorm, is de moeite waard. Zeer droog, tegelijk scherp en mucho macho. De eindredactie zal na lezing denken: Gewoonten verdienen uitzonderingen.

 

LIEFDESBRIEVEN

 

Een liefdesbriefis beter dan een lief

Zelf: als men eens de brieven heeft gekregen

Dan heeft men ze voorgoed, terwijl tien tegen

Eén ’t lief verdwijnt om geldgebrek of grief.

 

Een brief kan men daags, nachts, elk ogenblik

Dat men ze bij zich heeft, te voorschijn halen,

De teederheid er uit laten stralen,

De woordjes lezen, denkend: zoo ben ik!

 

Een vrouw is wisselvallig, een brief niet.

Wel lacht men wijs of weent men bitter, later

Als men voorbije dwaze woorden ziet.

 

Maar als het kon wou ‘k door woestijn en water

Wel eeuwig naar oase’ en haven tijgen,

Als ’t zeker was in elk een brief te krijgen.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
3 février 2014 1 03 /02 /février /2014 15:16

 

PekingFiles.jpg

Peking

Files zijn het ultieme teken van beschaving. Wie veel naar Frankrijk reist, weet dat het vroeger Dubonnet was, of Byrrh. Daarna deed de Bar Tabac en zijn PMU de cultuur rijzen, net als de kapper met zijn ronddraaiend, zeeziek makend molentje aan de deur. Daarna werd de beschavingsdrang verlegd van de zijmuur en de rieten stoel naar de openbare weg. Het verkeerslicht was het nec plus ultra. Tot het overtroefd werd door de verkeersdrempel, het snelheidspistool, en de ultieme seinpost van ontwikkeling: het groene, flikkerende neonkruis van de apotheker.

Maar vandaag is er de file. Beter nog: het echt stilstaand verkeer. De cartesiaanse onlogica, heb ik vroeger al bewezen, ligt aan de basis van het vastrijden. Edoch, wat zich in Lyon voordoet, is maar een flauw afschijnsel van de toestand in Peking. Napoleon had het al voorzegd (en zoals gewoonlijk zich vergist): “Quand la Chine s'éveillera, le monde tremblera". Tot zijn verschoning dient gezegd dat hij zich toen op Sint-Helena bevond, niet bepaald een oord gezegend met achtarmige kruispunten of overbeladen vrachtwagens. Als China wakker wordt, ligt het plat.

Toch staat de vaststelling als een muur: Peking is een zeer beschaafde stad. Peking staat stil omdat het hyperkinetisch beweegt. In de communistische logica tracht het Politburo dat aan banden te leggen door overal muren rond te bouwen, net zoals onder de Qing geen Chinees verder mocht reizen dan tien dorpen in de omtrek. Alsof dat toen nodig was. Het was evenwel een oeroude traditie van de keizers. Elke wijk, elk huis, elk district, elke hutong was strikt afgescheiden van de rest van stad en land – een kopie van de gesloten absoluutheid van de hemel zoals die was neergelegd in de Verboden Stad. Kwalijke dampen of gedachten kun je maar best binnenshuis houden.

Want wat voor bouwsels geldt, geldt ook voor de geest. Rond het denken is een muur gezet die alleen introspectie toelaat, strikte opvolging van wetten en verordeningen. Descartes tot perfectie verheven: hou de geest in de fles.

Daarom staat in Peking alle verkeer stil. De Chinezen timmeren onverdroten aan de weg. Zij leggen wijken plat om er nieuwe afgebakende torencomplexen of olympische stadions neer te poten, zoals aardappelplantjes. Elk op zijn eigen zode. Zij leggen rivieren droog om nieuwe kanalen te trekken, ze bouwen reuzendammen om bevloeiingtechnieken tot in de perfectie na te bootsen (die Westerse renegaten zonder schroom als overstromingen omschrijven; hebben zij misschien de rijst uitgevonden ?). Zij verbannen, terecht, de kwetsbare en hinderlijke fietser van de brede lanen voor Tien An Men of de drie Ringen rond de stad om er auto’s vast te klemmen tussen oerwouden van verkeerslichten en gehaaste voetgangers tussen auto’s.

De drijfveer achter dit beschavingswerk is meetbaarheid. Telbaarheid. Controleerbaarheid. De keizers geloofden rotsvast in de loop der sterren, en hun plaats aan het uitspansel. De rode keizers geloven even muurvast in de loop der werkersstromen en hun plaats aan het arbeidsfirmament. Ze hebben de sterren en de handarbeiders zelfs in hun vaandel gezet.

Voor de argeloze bezoeker leidt die onwrikbare, verbeten dogmatiek vaak onverhoeds tot vreemde, dode tijden. Ik maakte het mee op weg van Peking naar Xian. Het Chinese protokol verwacht dat het journaille één uur voor een officiële delegatie naar de luchthaven vertrekt. Om zeker te zijn dat geen enkele journalist afwezig zal blijven op een ontmoeting tussen ministers. Op die ontmoeting is de pers trouwens helemaal niet welkom, tot daar aan toe. Hij moet er zijn, de deuren blijven gesloten. Er wordt vooraf druk geteld en herteld – wij waren met zijn zestienen, in rotten van vier maal vier. Hoe kon het dan in Mao’s naam dat er achttien mensen op de pendelbus zaten ? (Twee Chinezen inbegrepen. Die van het protocol).

Eén journalist wordt van de bus gehaald. Hotelrekening niet betaald. Hij toont nochtans zijn faktuur, maar jeremiëren helpt niet. Er is vastgesteld dat de rekening niet betaald wàs, dus is ze niet betaald. Een onderzoeksprocedure dringt zich op. Herhaald opnieuw tellen van de overige journalisten biedt alweer geen soelaas. Tweemaal vergeleken, tweemaal in ganzenlooppas van bus naar balie en terug. Herberekening van de rekening die betaald en toch niet betaald is, het is onbegonnen Westerse denkpatronen te vatten op een eenvoudige abacus, het kralentelraam. Het patroon dat ze zelf hebben afgetekend, afgestempeld en opgevouwen in drie exemplaren. En de bus, zij bleef stille staan.

Even bemeten zijn de diners. Er staat een maximum duur op, anderhalf uur, astrolabiumvast. Zeven of zeventien gangen, dat doet er niet toe. Er wordt geklonken, gekampeid, geschrokt, gebuffeld, geboerd, geritseld, gezwolgen en geslokt, maar de tijdsmuur wordt nimmer doorbroken. Wat in de hemel de geluidsmuur is, geldt op aarde voor de klokmuur.

Omdat juist door deze stringente regelmaat China in de vaart der volkeren is opgestuwd, kan er dus ook niets mis gaan in de ekonomie. De statistieken wijzen het onverminderd uit. Chinezen groeien. Hooi, rapen, staal, raketten, computers, zijzelve. Steeds hogerop, maar onbuigzaam in de breedte. Chinezen mogen dan alle moeite doen om zich breit zu machen, ’t is al boter aan de galg. Of erger. En wat niet is, zal toch bewezen zijn.

Ik woonde een schietoefening bij van het Volksleger in de bergachtige uitlopers van Peking. Elk schot, elk kanon, elke mortier, elk geweer trof raak. Zelfs toen de laatste drie doelen onmiskenbaar waren gemist, toch ontploften ze. Twee sekonden later, dat was nu eenmaal zo voorzien.

Voorzienigheid is de orde der natuur, zoals de file de orde van het verkeer is. Laat u dus niet kisten als u in een rekenkundig dispuut verwikkeld raakt. U heeft ongelijk, ga daarvan uit. En heeft u toch gelijk, dan heeft u ongelijk, want u wijst de Chinees op een fout die hij, volgens voorschrift, niet kan maken of gemaakt hebben. Uw gelijkhebberij maakt hem te schande, hij lijdt gezichtverlies, hij hééft geen gezicht meer. Wees daarom wijs als Li Tai Pe: beweeg niet, zeg niets, eet, drink. En de file lost vanzelf op, het dispuut wordt vermeden, en een volle maag geeft tevredenheid.

Het zal u opvallen als u ooit de Chinese richting uitgaat. De Chinees doet het de hele dag. Eten en drinken. Noedels en truffels, torren en lapjes, spiezen en ginseng, kippenvleugels en zwarte hanenpoten, in thee gekookte of duizendjarige, glazige eieren, slangen en stinkende tofoe. En hij drinkt daar onnoemelijke hoeveelheden bij, van Tsingtaobier tot Grote Muurwijn, van mei kwei loe tot konjak, als het maar kampei is, bottoms up, sla achterover. Hou wel de klok in het oog. Nooit langer dan anderhalf uur, desnoods zestien keer per dag, maar nooit langer dan anderhalf uur.

De tevredenheid in China neemt dan ook alras toe, dat is trouwens statistisch bewezen. Hoe roder de konen, hoe groter de tevredenheid. Ik heb veel rode konen in de file gezien. Maar het bewijst zichzelf. En het omgekeerde. Het oosten is rood, en dat is maar goed ook. Voor het welbehagen in de cultuur. En voor de zielenrust van de Westerling.

Lukas DE VOS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche