Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
11 février 2013 1 11 /02 /février /2013 08:00

 

composer_412_0.jpg

Op 11 februari 2003 overleed Peter Welffens in Deurne bij Antwerpen. In mei van dat jaar zou hij 79 geworden zijn. Het verlies van zijn echtgenote Louise enkele jaren voordien was voor hem een onoverkomelijk verlies. Peter was een markante persoonlijkheid in het Antwerpse muziekleven en een gevierde leraar aan het conservatorium. Met zijn verdwijnen van de muzikale Antwerpse scène werd de laatste rechtstreekse band met Peter Benoit doorgeknipt. Zijn vader was nog leerling geweest van Peter Benoit en zijn grootvader had de verlichtingslampen van de Bourlaschouwburg nog gemaakt.

 

Na lessen bij een pleiade aan componisten en leraars zoals Karel Candael, Lodewijk Mortelmans en Jef Van hoof, stond hij op zijn 21ste  naast tante Corry om het toenmalige gloednieuwe Jeugdtheater gestalte te geven. Het werd meteen duidelijk dat de theaterwereld voor hem gemaakt was en omgekeerd. Meer dan veertig jaar heeft hij zich ingezet om jongens en meisjes muzikaal te begeleiden in de wondere wereld van al de sprookjes en verhaaltjes rondom beren, konijnen, prinsessen, paddenstoelen of heksen, al of niet wegdromend naar exotische landen. Peter Welffens kon zijn muzikaal talent inzetten bij het leren van de liedjes aan die joelende massa, en zelf ontwikkelde hij een muzikaal aanpassingsvermogen en ook een juiste feeling om dramatische momenten te kleuren en uit te beelden met de weinige middelen die hem ter beschikking stonden. Nog steeds zijn er heel wat mensen die met dankbaarheid terug denken aan deze Gouden tijd van het Antwerpse Jeugdtheater en aan de man die, met zijn uitgehouwen profiel achter de vleugelpiano, dit vrolijke maar aandachtige publiek in goede muzikale banen te leidde.

 

Zijn mooiste werk voor de jeugd leverde hij in 1976 met zijn grote kindercantate Hoe de slakken hun huisje kregen  naar een sprookje van Koningin Fabiola. Hij werd ermee populair op de Antwerpse tram bij de schoolgaande jeugd en de uitvoeringen hebben zich in die jaren opgevolgd als een sneltrein.

 

Spraakmakend was ook de opera  Stroppe La Corde  die hij in 1966 schreef. Als thema nam hij het dierenepos Reinaert de vos.  Het was een treffende, speelse typering van al de dierenpersonages en hun karakters. Deze opera werd eveneens uitgevoerd op de toenmalige Vlaamse Televisie (BRT). Men kan er tegenwoordig maar met enige bitterheid van dromen.

 

Als men van theater spreekt dient het ballet zich automatisch aan. Peter Welffens schreef balletten op vraag van Lea Daan, Jeanne Brabants, Aimé de Lignière. Ook het Nationaal ballet van Canada vroeg hem een originele partituur dat ze uitdroegen over de ganse wereld. En dan was er nog Jeanne d’Arc  een “drame dansé”  dat hoge ogen gooide in Frankrijk.

 

Van een gans andere aard is zijn Stabat Mater die in première ging onder de koepel van de Santa Maria del Fiore in Firenze, en de groots uitgebouwde Rubensdiptiek in 1977. Daarin wist hij op een schitterende manier een Rubensiaanse dramatiek te laten opklinken in de Kruisoprichting, en - als tegenpool, de lichtheid en frivoliteit van de Tuin der Liefde scherp uit te tekenen, om in de slotfase, alles te laten open bloeien in een hommage aan de triomferende liefde.

image001.jpg

Zijn pedagogische kwaliteiten werden geapprecieerd in Studio Herman Teirlinck en later aan het Conservatorium van Antwerpen waar hij zijn fijngevoeligheid in harmonie, contrapuntisch denken of rijke harmonisatie met verve wist over te brengen aan zijn vele leerlingen.

 

Peter was steeds zeer emotioneel bezig met muziek, het was een dagelijkse zuurstoftank die hem liet leven en denken, waarin hij zijn vreugde, zijn verlangen, zijn woestheid of sarcasme, maar ook zijn intieme gedachten kwijt kon en uitsprak. Hij hanteerde het barokke gebaar, ingebed in een polytonale toonspraak en wou – vol engagement – doordringen in het hart van de klank om op die manier zijn hart ten volle te geven aan de toehoorder.

Ook tien jaar na zijn overlijden blijft zijn overtuigende boodschap van muzikale schoonheid gepaard gaand met grote vakmanschap sterk doorklinken voor ieder van ons. Zijn werk werd in veilige bewaring gegeven aan het Studiecentrum Vlaamse muziek. www.svm.be

Wilfried WESTERLINCK

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Musique
commenter cet article
10 février 2013 7 10 /02 /février /2013 22:00

 

SarahKane.jpg

De Britse toneelschrijfster Sarah Kane is het bekendst om de blitse start van haar carrière in januari 1995 en de wijze waarop die eindigt in februari 1999: zelfdoding. In vier jaar en een maand schreef ze vijf stukken waarvan de laatste drie door Johan Simons gebundeld werden tot één voorstelling. Het werd ook de titel: Gesäubert / Gier / 4.48 Psychose.  Na de première in januari 2012 in het eigen theater, Münchner Kammerspiele, is de voorstelling aan een wereldreis begonnen. Met een halte in De Singel, Antwerpen, 9 en 10 februari.

 

Wie het drieluik ziet begrijpt waarom Sarah Kane uit het leven stapte, maar aanvaardt het niet. Zij aanvaardde het zelf niet. De dood kan niet beter zijn dan het leven. Toch koos zij voor de dood. Het leven was niet het leven wat zij voor het leven hield. Niet dat ze egocentrisch was. Zou zij dat wel geweest zijn, zou ze niet zulke maatschappelijk relevante stukken geschreven hebben. En dat ze maatschappelijk relevant zijn bewijst het succes en de internationale erkenning. Het toont aan dat de mensen, tenminste zij met een redelijke ontwikkeling, altijd iets af willen leren. Af,ja. Het theater ligt in het verlengde van de school. In de school leer je iets aan, in het theater iets af.

 

Vóór haar derde laatste stuk, het eerste van Simons’ drieluik, Gesäubert  [Cleansed], schreef ze het scenario van een kortfilm. Hij werd voor het eerst uitgezonden op 17 juni 1997 op Channel 4. Wie de eindscène voor zich ziet, begrijpt nog meer dan door het zien van het drieluik wat Sarah Kane bracht van het leven naar de dood. Billy [de hoofdrol] zit geknield voor de toiletpot. Hij kijkt naar Neville [de oude man] naast zich met een weke glimlach. Hij begint te snikken, laat zijn hoofd rusten op de toiletbril en schreeuwt zijn hart uit zijn lijf. Stilstaand shot op zijn aangezicht. Beeld verbleekt, ontschaduwt en lost op. Sarah Kane is klaar om haar testament te schrijven. Een passionele lijdensweg in drie delen.

 

Gesäubert  [Cleansed]

Een zaal van een psychiatrische instelling. Een dokter behandelt patiënten. Maar doet hij dat wel? Wat je als toeschouwer ziet is dat hij zijn ‘pupillen’ voor proefkonijnen houdt. Hij is een pervert. Hij is ziek. De patiënten zijn integendeel kerngezond. Waarom ze opgesloten zijn zegt Sarah Kane in toneelvorm: ze zien zo helder hoe rot de maatschappij is dat ze het willen uitschreeuwen, letterlijk en figuurlijk, op hun manier, maar de maatschappij begrijpt hen niet en verbant ze naar een gesticht. Probleem opgelost. Stoorzenders verwijderd. Een verhaallijn versterkt de spanning en biedt duiding.

 

Gier  [Crave]

Vier acteurs praten in het wilde weg. Zo lijkt het. In werkelijkheid zoeken ze naar het sleutelwoord in een uitspraak van een andere om in te breken in het gesprek om hun mening te uiten. Die onderbroken wordt door een derde. Ook hij/zij heeft een sleutelwoord gevonden. Zo is het ook in de huidige maatschappij, de club die vrij mag rondlopen en onzin uitkramen. En hoe groter de onzin is, hoe sneller de media er bij zijn. Die ook voortdurend inbreken, want ook zij willen hun marktwaarde verzilveren en betonneren. Op enkele ogenblikken na kan niemand zijn verhaal doen. En als hij dat toch kan is het een flard. Sarah Kane was heel wijs. Omdat iedereen enkel met zichzelf begaan is, in alle facetten van zijn/haar bestaan, heeft zij bewust gekozen voor het weglaten van een verhaallijn. Maar het wonderlijke aan dit stuk is dat al die losse uitspraken een moestuin vormen. Weliswaar een pijnlijke, maar wel een beeldende.

 

4.48 Psychose  [4.48 Psychosis]

Een pasklaar antwoord op de titel is er nergens te vinden. Dat zit in haar graf. Daardoor is de lezer / kijker / regisseur / archeoloog aangewezen op vermoedens. De meest logische lijkt me dat hij verwijst naar eigen biografische gegevens, vastgeketend aan autobiografische die voor haar wel een betekenis hebben, maar die ze wel onder woorden maar niet duidelijk kan maken tegenover de tegenstander door haar geestelijke toestand. Een aanwijzing hiervoor is een oneliner uit het stuk: ‘Weet je, ik voel me als iemand die wordt gemanipuleerd.’ Om even later te zeggen: ‘En mijn mening is het voorwerp van versplinterde fragmenten.’

Drie personages. Ze staan op het toneel maar zijn het wel personages? Zijn het geen tegenstemmen van haarzelf? De slotclaus sluipt in die richting: ‘It is myself I never met, whose face is paste on the underside of my mind.’

 

De voorstelling

Regisseur Johan Simons laat het eerste deel spelen door tieners, het tweede door jonge twens en het derde door volwassenen. Tussen het tweede en het derde deel is er echter wel een breuk. Een twen steekt heel wat denkwerk en emoties in de volwassenheidsvorming. Daarom is er een pauze. Daarom valt er kort voor het einde een motregen; in werkelijkheid miljoenen tranen. Daarom eindigt het tweede deel met een lied van John Lennon, muzikaal door Paul McCartney afgewerkt, A day in the Life. Het derde deel wordt ondersteund door een pracht van een naamloze compositie, gebracht door een kamerorkest [met vleugel]. De muziek heeft geen verklarende betekenis, eerder een ondersteunende. Koud, wild, de erupties van een vulkaan. Het vuur spuit in de lucht, de lava stroomt langs de wanden.

 

Conclusie

Wie een natuurstuk verwacht, gezien de knotwilg die Johan Simons is, komt bedrogen uit. Dit is een gestileerde introverte voorstelling van superbe kwaliteit. Door zijn schoonheid en keiharde confrontatie. Door de schoksgewijze verdwijning van de verhaallijn naar een sterrenstelsel in wording. Het siert De Singel dat het deze voorstelling op de affiche zet. Gesäubert / Gier / 4.48 Psychose hinkt, struikelt, wankelt, stottert… maar… het is niet mijn bedoeling iemand te beledigen… hoe mooi kan een handicap zijn? Sarah Kane bewees het. Johan Simons onderstreept het. De Singel gaf hem een troonzaal.

Guido LAUWAERT

www.muencher-kammerspiele.de

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
10 février 2013 7 10 /02 /février /2013 18:59

 

HOEBOERinvitation.jpg

Andrés Van Hove Gallery is gespecialiseerd in abstracte kunst uit de jaren 20 t/m 80 en organiseert vier tot zes tentoonstellingen per jaar van Belgische kunstenaars. In 2011 kwam Luc Boudens (°1960) aan bod met Cadrages, een opmerkelijke tentoonstelling die hier ruime aandacht kreeg. Zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-expo-luc-boudens-cadrages-i-73374389.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-morgen-vernissage-luc-boudens-73850014.html

*

Tot en met 3 maart stelt Andrés Van Hove Gallery een selectie voor van schilderijen, sculpturen, collages en tekeningen van de “abstracte dadaïstische” kunstenaar Wout Hoeboer (Rotterdam, 1910- Brussel, 1983).

Op www.andresvanhove.com staat zeer terecht te lezen dat het oeuvre van de kunstenaar een uitzonderlijk ensemble vormt van werken die “die stuk voor stuk getuigen van een unieke poëtische en lyrische vrijheid”. Dat hij een “belangrijke rol” speelde in verschillende artistieke stromingen van de 20ste eeuw, “van dadaïsme tot surrealisme, Cobra en Arte Nucleare” is echter nogal kort door de bocht. Ik laat die wat voortvarende uitspraak dan ook op rekening van het begrijpelijke enthousiasme van de organisator.

In volgende blogs zal ik de puntjes op de i zetten

In 1983 organiseerde het dynamische ICC (Internationaal Cultureel Centrum) te Antwerpen een retrospectieve Hoeboer. Het woord vooraf van de catalogus werd geschreven door Willy Vandebussche, destijds directeur van het PMMK te Oostende. Ik ben het volkomen eens met zijn typering van Hoeboer als outsider “die zich niet geroepen voelde deel uit te maken van bepaalde stijlbewegingen of groepen waarmee hij nochtans duidelijk verwantschappen vertoonde”. Inderdaad, Hoeboer was een flaneur “die de volkomen anarchie nastreefde met de allures van een dandy. Hij bewoog zich overal tussen en door zonder echt te willen participeren”.

In volgende blogs zal ik 't een en 't ander scherper belichten en waar nodig de puntjes op de i zetten.

Ondertussen zal een bezoek aan de tentoonstelling in Andrés Van Hove Gallery voor velen zonder meer een openbaring betekenen. Ten zeerste aanbevolen!

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

Hoeboer1.jpg

Op deze blog online: een interview van Hoeboer door Freddy de Vree. Het gesprek bevat een aantal feitelijke onnauwkeurigheden, die echter geen afbreuk doen aan het belang van dit document dat ik dan ook tel quel publiceerde op 26 mei 2008.

http://mededelingen.over-blog.com/article-19892657.html

 

Zie ook de blog van 31 juli 2010.

http://mededelingen.over-blog.com/article-verrassende-retrospectieve-wout-hoeboer-54752216.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
9 février 2013 6 09 /02 /février /2013 01:37

 

PresentatiePanter.JPG

In 1973 verscheen bij Pink Editions & Productions een elpee van Patrick Conrad, Gelukkig als in het bijzijn van een vrouw, een nooit eerder in Vlaanderen gerealiseerde kruisbestuiving van poëzie en psychedelische muziek geproducet door de piepjonge Roland van Campenhout. Conrad declameert gedichten door een echo chamber, afgewisseld en ondersteund door hippyeske folk van Roland van Campenhout, Luc Renneboog en Philippe de Chaffoy de Coursel. Op de cover poseert Conrad naast een sculptuur van Albert Szukalski. De plaat geraakte in de jaren na de uitgave snel in de vergetelheid.

Het Gentse platenlabel KRAAK brengt nu de elpee opnieuw uit in een beperkte luxe-uitgave. Als extra bij deze heruitgave: een uitgebreid essay over de plaat en een reproductie van de poster die de originele presentatie aankondigt in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter.

Gisteren, veertig jaar later, werd de heruitgave gepresenteerd, alweer in De Zwarte Panter, nu tussen de schilderijen van Kamagurka en met begeleiding door Roland.

Patrick Conrad las een onuitgegeven, bijzonder sterk gedicht voor, een hommage aan Hugo Claus, die veel voor hem betekend heeft.

Tussen het aandachtige publiek, o.m. Manu Bruynseraede, Sonja Cantré, Veerle Claus, Vera D'hooge, Rik Hancké, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsoght, Luc Pay, Gisela Roegiest, Walter Soethoudt, Frank De Vos, Hilly Wagenaar...

*

Vandaag treedt Patrick Conrad in Turnhout op als “Prominente Passant” tijdens de 20ste Saint Amour. Zondagmiddag vliegt Conrad terug naar Frankrijk.

ConradPanter.jpg

Luc Pay, Patrick Conrad, Pruts Lantsoght en Henri-Floris Jespers

EenBlijdeTerugzien.JPG

Een blijde terugzien (onder het waakzame oog van Walter Soethoudt): Hilly Wagenaar en Henri-Floris Jespers

 

Foto's: Frank De Vos

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
8 février 2013 5 08 /02 /février /2013 18:50

 

NielsVaes.jpg

I think it is very interesting to place the destructive hooligan culture in opposite of the constructive fine arts. What I want to do is to create a new language by deconstructing this hooligan culture into sculptures, paintings and interventions”, aldus de bijzonder actieve Niels Vaes (°1987). Zie:

http://www.nielsvaes.com

http://www.kunstinlimburg.be/kunstenaars/niels-vaes

Vaes' “Diaphanous Structures” worden thans getoond in de historische Gasthuiskapel te Borgloon. Organisatie: Dienst cultuur van Borgloon en de werkgroep Art Borgloon, i.s.m. Frank Hendrickx – Arto Ventuno archives. Tot en met 17 maart. Open: elke zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur.

BoenddrsEeckhout.jpg

Galerie Lieve Lambrecht te Merendree geeft een uitgebreid overzicht van het werk van Willy van Eeckhout (°Mechelen, 1943). De tentoonstelling wordt georganiseerd naar aanleiding van de verschijning van een monografie van Frans Boenders over de kunstenaar.

Galerie en beeldentuin Lieve Lambrecht, Oostergemstraat 7 A, 9850 Merendree.

AFFICHE-FFC-HOPSACK-2013-merged.jpg

Vernissage, morgen om 20 uur, van de tentoonstelling assemblages van Frank F. Castelyns (°1942) in Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, 2000 Antwerpen. Van 9 tot 7 maart. Dagelijks (uitgezonderd dinsdag) open om 20 uur.

Over 'plastisch element' en dichter Castelyns, zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-frank-castelyns-plastisch-element-en-dichter-108965821.html

HFJ

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
8 février 2013 5 08 /02 /février /2013 00:32

 

VECU1.jpg

Mark Verstockt applaudisseert in VECU (tweede helft van de jaren zeventig). Van l. naar r.: Jef Geeraerts, Roger J.M. de Neef, Mark Verstockt, Henri-Floris Jespers pp, Georges Adé pp, Rosette Keirsmaekers, Clara Haesaert (Leo Pleysier tussen Rosette en Clara) en Marcel Obiak.

*

Callewaert-Vanlangendonck Gallery focust op modernisme en constructivisme rond Art Abstrait, Art Construit, Formes, G58 en de Nieuwe Vlaamse School. Na de retrospectieve Guy Vandenbranden brengt de galerie nu in haar tweede tentoonstelling hulde aan Mark Verstockt (°1930). De expo concentreert zich op materieschilderijen uit de fifties, die aansluiting vinden bij ZERO en Verstockts Hard edge uit midden 1960.

Hier dan een foto uit de oude doos: Mark Verstockt met Paul Joostens (1960).

MarkVerstocktPaulJoostens.jpg

Henri-Floris JESPERS

Callewaert-Vanlangendonck Gallery, Wolstraat 21, 2000 Antwerpen. Open elke woens-, donder-, vrij- en zaterdag van 13 tot 18 uur.

 

Over Mark Verstockt, zie op deze blog:

De genesis van de vorm, 17 maart 2009:

http://mededelingen.over-blog.com/article-29119877.html

Op de blog ça ira!:

Le genèse de la forme, 17 maart 2009

http://caira.over-blog.com/article-29119639.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
7 février 2013 4 07 /02 /février /2013 10:00

 

Roger-Rennenberg--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
6 février 2013 3 06 /02 /février /2013 12:05

ZLpege.jpg

De voorbije weken heb ik hier enkele berichten geplaatst over Wetenschappelijke Tijdingen en Zuurvrij, twee tijdschriften die je dankzij (met goed besteed) overheidsgeld voor een prikje in de bus krijgt. Gisteren ontving ik de jongste aflevering van Zacht Lawijd – nog zo'n tijdschrift dat ik gretig lees. Ik heb hier dan ook vaker de aandacht getrokken op dat tijdschrift dat mij nooit ontgoochelt (het volstaat “Zacht Lawijd” in te tikken in de rubriek “recherche”, kolom rechts, om een volledig overzicht te krijgen).

De vorige aflevering werd hier gesignaleerd op 23 november 2012:

http://mededelingen.over-blog.com/article-boeiend-als-steeds-zacht-lawijd-112740153.html

Tot mijn verbazing stel ik nu vast dat ik mijn lezers niet attendeerde op de merkwaardige aflevering (jg. 11, nr. 2, april-mei-juni 2012) gewijd aan de journalist, schrijver, modeontwerper, galeriehouder en kunstpromotor Paul-Gustave van Hecke (1887-1967), lange tijd een al te onderbelichte figuur. Onder meer in Floris Jespers en de Gay Twenties (Antwerpen, The Private Press, 1989) en verspreide bijdragen wees ik op zijn (ook internationale) rol als culturele animator. Afgezien van de onuitgegeven licentiaatsverhandeling van Bart De Volder (sterk ingekort verschenen in het Kultureel Jaarboek Provincie Oost-Vlaanderen, 1989, nieuwe reeks 31) was destijds (buiten de primaire bronnen) weinig van of over Pégé te lezen. In Les Avant-gardes littéraire en Belgique (dir.: Jean Weisgerber, Bruxelles, Labor, 1991) kwam hij – zij het zijdelings – min of meer aan bod. Dankzij de hernieuwde belangstelling voor de historische avant-garde kwam er dan eindelijk een kentering. Nele Bernheim beet zich vast in het succesverhaal van het modehuis Norine en de rol van Pégé, en Manu van der Aa besloot de biografie te schrijven van de duizendpoot Van Hecke – een hachelijke onderneming.

In ZL tekent Manu van der Aa voor de levensschets van Pégé. Nele Bernheim schetst de rol van Van Hecke als “éminence grise” achter Couture Norine, “la Coco Chanel du Nord”. Onder de wat wufte titel 'Les choses en vogue' handelt An Paenhuysen over de mondaine Van Hecke die graag Parijs in Brussel speelde maar tevens de verhouding tussen centrum en periferie kon omdraaien. Provincie en internationale avant-garde hoefden elkaar niet uit te sluiten. “Het spektakel van Parijs” kwam (naast de mythe van Berlijn en het provinciale kosmopolitisme) reeds uitvoerige aan bod in haar boeiende studie De nieuwe wereld. De wonderjaren van de Belgische avant-garde [1918-1939] (Meulenhoff/Manteau, 2010). José Boyens, experte op het vlak van leven en werk van Oscar Jespers, belicht de relaties van Pégé, Van Ostaijen, Oscar Jespers en André de Ridder. Johan Vanhecke focust zich op Johan Daisne en Pégé. Hans Renders & Sjoerd van Faassen belichten de verhouding van het tijdschrift Variétés tot het surrealisme. Peter J.H. Pauwels heeft het over “de stille weerwraak van P.-G. Van Hecke in het casino van Knokke”. (Naar mijn inzicht is hier geen sprake van “stille weerwraak” maar wel van ultieme vernedering.) Ik nam de receptie van Pégé's poëzie voor mijn rekening.

Het themanummer Van Hecke (291 p., rijkelijk geïllustreerd) werd samengesteld door Manu van der Aa, Sjoerd van Faassen, Hans Renders & Marc Somers. Het portret van Pégé en Nono dat de cover siert was een revelatie: een bijzonder, atypisch werk (1920) van Leon Spilliaert.

Van Hecke is nu voorgoed uit de vergetelheid gehaald. Dat is niet het lot van zijn even veelzijdige kompaan (en tijdelijke vennoot) André de Ridder (1888-1961), aan wie Pégé veel te danken had en die op velerlei gebied een innoverende en beslissende rol speelde.

*

In het jongste nummer van ZL maak ik dankzij Gert Selles kennis met de mij onbekende dichteres Nanda Sandbergen (1889-1979) en de soms vileine, vrouwonvriendelijke reacties op haar werk. Joris van Parys (een exacte tijdgenoot) schreef de biografie van Masereel (1995) en Buysse (2007) en werkt momenteel aan een levensverhaal van Raymond Brulez waar ik naar uitkijk. In ZL focust hij op Brulez en de befaamde Sinte Katharina Drukkerij (waarover de onvolprezen Andries van den Abeele publiceerde). De omzwerving van het gedicht 'Van op de hooge Brug' van Richard Minne wordt grondig gereconstrueerd door Yves T'Sjoen. In 'Europese uitgeefambities in het Derde Rijk' gaat de aandacht van Hans Renders naar de nazi-uitgeverijen in de afzonderlijke bezette landen die rechtstreeks vanuit de Duitse instanties in Berlijn werden bestierd. De aanwezigheid van Else Lasker-Schüler in de Vlaamse expressionistische literatuur wordt geschetst door Stefan van den Bossche.

Henri-Floris JESPERS

ZLXI4.jpg

Zacht Lawijd, literair-historisch tijdschrift,jg. XI, nr. 4 [oktober-november-december 2012], 119 p., ill. Los nummer: 9 €.

Abonnement voor een jaargang (4 nrs.): 30 €. Opgave van abonnementen bij de administratie:

België: Garant Uitgevers, Somersstraat 13-15, B-2018 Antwerpen. E: uitgeverij@garant.be

Nederland: info@letterkundigmuseum.nl

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article
5 février 2013 2 05 /02 /février /2013 10:00

 

Nicole-Ceulemans--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
4 février 2013 1 04 /02 /février /2013 05:26

 

ToussaintVB.jpg

Fernand Victor Toussaint van Boelaere (1875-1947) heeft mij altijd geboeid, meer wellicht als personage dan als schrijver, al kon ik zijn distante stijl en de onderhuidse tragiek van zijn proza wel waarderen. Hij was een heer van stand, betrokken bij Van Nu en Straks en de stichting van de VVL (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, waarvan hij een tijdlang secretaris was) en van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, jarenlang correspondent van het Algemeen Handelsblad, voorzitter van de Vlaamse PEN-Club, bestuurslid van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, directeur van het Beknopt Verslag van de Senaat, directeur-generaal bij het Ministerie van Justitie ….

Vanaf de tweede helft van de jaren zestig verwierf ik, telkens de gelegenheid zich aanbood, exemplaren van zijn talrijke publicaties (waar destijds nauwelijks belangstelling voor bestond), waaronder enkele benijdenswaardige edities, al dan niet met eigenhandige opdracht. Eind vorige eeuw stond ik die collectie af aan een belangstellende vriend bibliofiel. Ik ben geen verzamelaar en had qua aankoop van boeken andere prioriteiten. Jammer genoeg, maar wanneer je niet over krachtige financiële middelen beschikt, moet je soms noodgedwongen een offer brengen om recente wetenschappelijke publicaties te kunnen verwerven (ik beschouw nl. mijn bibliotheek in eerste instantie als een werkinstrument).

ToussaintBIB.jpg

Wel bewaarde ik zorgvuldig de catalogus van de openbare veiling van Toussaint van Boelaeres indrukwekkende bibliotheek, een tuimeldruk uit: 414 kavels Nederlandse en Vlaamse boeken (en manuscripten), en 408 kavels “écrivain de langue française).

*

Voor zijn ('vermeende?) rol tijdens de repressie werd de 'goudsmid van de Vlaamse letteren' vaak opgevoerd als 'grootinquisiteur', vooral dan als belager van Felix Timmermans (een campagne die door sommigen als 'maniakaal' in het daglicht werd gesteld). Door Gaston Durnez werd hij in dat verband getypeerd als 'wraakengel', als iemand die “in de nadagen van zijn artistieke roem [...] nog altijd een eersterangsrol wilde spelen.” Over Toussaint vernam ik heel wat in mijn gesprekken met Bert Decorte, Maurice Gilliams en (vooral) Karel Jonckheere (die mij 't een en 't ander onthulde dat ik, zolang ik die 'revelaties' niet objectief kan documenteren, vooralsnog liever niét openbaar maak – het klassieke probleem met 'vertrouwelijke' mondelinge getuigenissen ).

Zuurvrij23-copie-1.jpg

Terug naar Zuurvrij. In de jongste aflevering publiceert David de Gier een scherpzinnig en evenwichtig opstel over Van Boelaeres “controversiële zoektocht naar de waarheid”: 'De drift! De woede, die drang tot weten' (pp. 48-57). De Gier noteert dat Toussaint al in de dertig jaren waarschuwde voor “het gevaar van de nazi's”. Over de uitzuivering citeert hij Toussaint zelf, die in De Faun schreef : “Mijn standpunt op dat gebied is zeer eenvoudig: ik wil weten. Ik heb den indruk dat de zaak psychologisch en historisch van belang is.”

Welke schrijvers werden door Toussaint geviseerd tijdens de repressie (ik citeer De Gier) ?

Grote namen. Ernest Claes, Felix Timmermans, Maurice Roelants, Filip de Pillecyn. Hadden deze mannen ook daadwerkelijk gecollaboreerd? De definities lopen uiteen, maar vanuit de afstand van de tijd bekeken, ja. Een ja met kanttekeningen. […] Kort samengevat hadden de door Toussaint genoemde schrijvers vrijwillig geprofiteerd van de nazi-ideologie en -oppressie of zelfs aan de verspreiding of instandhouding ervan bijgedragen. (p. 53)

Toussaint spaarde ook bevriende auteurs niet, maar hield paradoxaal genoeg sommige mensen die niet van volledig onbesproken gedrag waren de hand boven het hoofd, zoals Gerard Walschap. (p. 55)

Er valt Toussaint van alles te verwijten”, maar zijn pogingen “om de waarheid aan het licht te brengen [...] komen voort uit zijn verlangen naar rechtvaardigheid, en getuigen van veel moed”, aldus De Gier.

*

In dat verband wil ik hier wijzen op de studie van Matthijs de Ridder, 'De gebaarde Toussaint van Boelaere: over Toussaints Vlaamse strijd voor een zuivere literatuur en de worsteling van Golfslag met de erfenis van het incivisme en Vlaams-idealisme' (opgenomen in: Elke Brems / Tom Sintobin, De goudsmid en de klein-inquisiteur. Essays over F.V. Toussaint van Boelaere, gevolgd door een geannoteerde uitgave van Het gesprek in Tractoria, Gent, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2008).

*

Het kan in dit signalement niet de bedoeling zijn om grondiger in te gaan op een problematiek die met de nodige zin voor nuances benaderd moet worden. De lectuur van Zuurvrij heeft er mij alvast toe gebracht twee bijdragen van Toussaint in het Nederlandse tijdschrift Apollo te herlezen. Ze verdienen alleszins een grondige evaluatie en historische situering: 'De Vlaamsche literatuur onder de bezetting' (tweede jg., 1947, pp. 41-49; 139-152) en zijn kroniek 'Bij het heengaan van Felix Timmermans', waarin hij kernachtig de puntjes op de i zet (ib., pp. 114-117).

Zowel Karel Jonckheere (cf Tom Sintobin, 'Karel Jonckheere, Fernand Victor Toussaint van Boelaere, Karel van de Woestijne. Over de rol van trivialiteit in de literatuurgeschiedenis', in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde, jg. 2008, pp. 409-435) als Hubert Lampo (cf Jan Lampo, 'Hubert Lampo: schrijven in oorlogstijd', in: Gierik & NVT, jg. 29, nr. 110, pp. 45-57) hebben veel te danken gehad aan Toussaint.

De verfijnde estheet Toussaint van Boelaere, die qua mentaliteit nog stevig wortelde in de negentiende eeuw (die zoals u bekend tot 1914 strekte), was alleszins een schrandere criticus. In zijn bovengenoemd overzicht van de Vlaamse literatuur in bezettingstijd (1947) sprak hij zijn waardering uit voor (in alfabetische volgorde) Piet van Aken (de 'inquisiteur' nam het hem blijkbaar niet kwalijk meegewerkt te hebben aan het collaborerende  Westland...), Louis Paul Boon, Johan Daisne en Hubert Lampo.

*

Zuurvrij, het fraai vormgegeven en geïllustreerde berichtenblad van het AMVC / Letterenhuis, verschijnt nu al meer dan tien jaar, steevast gevuld met boeiende verhalen over de Vlaamse (en Nederlandse) literatuur. 'Berichtenblad? Niks van. Gewoon een onmisbaar tijdschrift.

Zoals enkele andere, die hier later aan bod komen....

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

 

Met ingang van het volgende nummer (24) begint er een nieuwe abonnementsperiode. Als u Zuurvrij de komende twee jaar (vier nummers) niet wil missen, volstaat het 20 € te storten op rekening BE90733008313132 van Musea en Erfgoed Antwerpen, Grote Markt 1, BE 2000 Antwerpen, met vermelding van uw naam, leveringsadres en 'Zuurvrij 2013-2014'.

De redactie bestaat uit: Leen van Dijck, Diane 's Heeren, Jan Robert, Jan Stuyck en Johan Vanhecke.

 

Eerdere berichten over de jongste aflevering van Zuurvrij:

http://mededelingen.over-blog.com/article-zuurvrij-23-i-jan-lampo-over-jet-jorssen-114764941.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-zuurvrij-ii-henri-floris-jespers-over-jet-jorssen-114772547.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche