Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
25 février 2013 1 25 /02 /février /2013 03:53

 

ExLibrisLOGO

De culturele kring ExLibris werd als vriendenkring opgericht in 1989 en organiseert sinds februari 1992 publieke lezingen. In 2009 verscheen een rijkelijk geïllustreerde documentaire uitgave, niet alleen ter gelegenheid van twintig jaar ExLibris, maar ook als hulde aan John Bel (1925-2008), bibliofiel, initiatiefnemer, voorzitter en vooral jarenlang minzaam gastheer van de kring.

KeyMinnebo.jpg

Morgen, dinsdag 26 februari om 20u30, houdt Key Minnebo bij ExLibris een lezing over 'Antwerpse sagen en legenden'. Zij verwierf bekendheid met haar lezingen en stadswandelingen over 'esoterisch Antwerpen'.

*

Ziehier alvast het programma van het eerste semester van 2013. De lezingen vinden telkens plaats op de laatste dinsdag van de maand om 20u30 in Taverne Rochus, St. Rochusstraat 67, 2100 Deurne. Zoals gewoonlijk is iedereen reeds vanaf 19.30 uur welkom.

*

26 maart : Jooris Van Hulle over André Demedts.

30 april: Jan Van der Linden over de 'Historische Drukkerij Turnhout .Een terugblik op de negentiende eeuw'.

28 mei: Paul Verbraeken over Rubens.

25 juni: Joris Tulkens over de 'verloren droom van Pieter Gillis'.

HFJ

Contactadres:

Secretaris: Gert Vingeroets, Streepstraat 17, 2950 Kapellen; tel. 0473 88 72 30; e-mail: gert.vingeroets@scarlet.be.

Voorzitter: dr. Paul Hoffbauer, Collegelaan 58, 2140 Borgerhout; tel. 03 235 29 38)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
24 février 2013 7 24 /02 /février /2013 23:18

 

tgSTANnora

Een prachtig gebeeldhouwd repertoirestuk op de affiche zetten, getuigt van moed en bagage. De moed was er wel maar de bagage ontbrak. Nora van tg STAN is een saaie voorstelling met een dikke laag pretentie. Daarmee kom je niet ver. Aan de uitgang van de zaal kijkt de toeschouwer in de kijkkast. Wat is de volgende productie. Hopelijk theater met ballen en brains.

 

De beste amateurvoorstelling van het seizoen, dat wel. Maar van een beroepsgezelschap verwacht je acteren met haar op de tanden en vuur in de blik. Wat opgevoerd werd was het paraderen van vier acteurs [m/v]. Sprekende mannequins. In vervlaamst Engels. Want het gezelschap toert ermee door Europa en passeerde langs het thuisland. Even sloop twijfel binnen bij uw verslaggever: Is dit een grap, of om te huilen? Het was een grap om te huilen. Een totaal gebrek aan inleving, het negeren van de karakters zoals auteur Henrik Ibsen ze geschapen heeft, een rommelige belichting, totaal foutief ruimteraam en een vormloze vormgeving.

 

Een poppenhuis, zoals het stuk eigenlijk heet, is een duidelijk en zuiver afgelijnd stuk. Het verhaal vormt een sterke eenheid, verstaanbaar zelfs voor een stoem kieken. Maar daarnaast is het een psychologisch drama over hooggespannen verwachtingen die ontgoocheld worden. Het hoofdpersonage, Nora, verwacht dat haar man Torvald haar verdediging zal opnemen, wanneer zij door een oude kennis, Nils, gechanteerd wordt. Nora heeft toen haar man zwaar ziek was schriftvervalsing gepleegd. Jaren later komt Nils op de proppen met het bewijs, omdat haar man hem als bankbediende ontslaat. Als zij haar man niet op andere gedachten kan brengen, zal hij haar aanklagen. Doet zij dat niet, geeft hij niet toe, volgt een schandaal, met rangverlaging tot gevolg, zeker in het burgerlijk milieu van eind van de 19de eeuw. In Noorwegen dan nog, het land dat toen, en nog steeds, pronkt met zijn beschaafd niveau.

 

Na heel wat gesoebat, geeft hij tenslotte toe, maar dan vallen de schellen van Nora’s ogen. Hij doet het, niet om haar, maar om hemzelf. Eindelijk heeft hij een hoge [!] positie bereikt, bankier, die wil hij niet verliezen. Bovendien wil hij met de toegeving aantonen dat het de man is die beslist over het lot van de vrouw. De hooggespannen verwachtingen die Nora van het huwelijk had, in een tijd waarin de vrouwenemancipatie vanuit Engeland aan een wereldreis begon, worden niet ingelost. Een ontgoocheling met verregaande consequentie. Nora besluit te vertrekken. Haar man en kinderen te verlaten en een eigen bestaan op te bouwen. Zij wil niet langer het paradepopje van haar man zijn. Dat was zij al voor haar vader, die haar zag als de mooiste pop in het poppenhuis, dat het gezin uit het bourgeoismilieu is.

 

Het laatste wat je hoort in het stuk is een prachtvondst. Nora verlaat het toneel, haar man staat er verslagen bij, zonder te begrijpen waaraan hij dat verlies te danken heeft, en dan hoor je het slaan van de deur.

Gelukkig heet tg Stan die scène tot en met de echo van het toeslaan van de deur behouden. Anders was de tweede ster gesneuveld. De eerste ster is voor de enige geloofwaardige acteur van het viertal, Tiago Rodrigues, die zowel de dokter als het jeugdliefje speelt. Vooral in zijn rol van wanhopige afperser overtuigt hij. En zeker wanneer hij aan het schelden slaat. Zelden een acteur gezien die zo goed verstaanbaar blijft bij geschreeuw. Dat is niet het geval voor Wine Dierickx [Nora]. Jezus, wat kan die meid een drukte verkopen. Om op te vallen. Zie je mij? Hier ben ik! Altijd blijft zij zichzelf, geen moment wordt zij Nora. Al bij het binnenkomen van het publiek is zij druk in de weer. Zit je goed, jij daar? Hé, welkom vrienden. En allemaal met veel gezwaai van armen en darmen. Ook Frank Vercruyssen [Torvald] bakt er niet veel van. Hij dreunt zijn lijnen af, daarbij achteloze mimiek suggererend. Maar klank en beweging botsen.

 

Dat een gezelschap een toneelstuk naar zijn hand zet is zijn recht. Maar een connotatie met de diepere laag van het stuk moet er zijn. En op een minst een link met de oorspronkelijke karakters van de personages. Om de boodschap van de auteur te begrijpen. En die was er bij de première. Noorwegen stond op zijn kop. In de interpretatie van tg Stan ontbreekt die. Je krijgt zelfs als toeschouwer de indruk geconfronteerd te worden met een toneelstuk dat alle actualiteitswaarde heeft verloren. Terwijl de emancipatie van de vrouw tekenen van een gunstige evolutie vertoont, maar dat toch de dominantie van de man op de achtergrond blijft spelen. De man geeft heden ten dage, althans de meerderheid van de mannen, in schijn toe. Doe maar schatje, maar waar liggen mijn sokken? En wat eten we vanavond? Toch weer niet jouw lievelingsgerecht!

 

O ja, Jolente De Keersmaeker doet ook mee. Doet mee, want van spelen heeft ze niet het minste verstand. Om dat gebrek weg te moffelen, wandelt zij te pas en te onpas over het toneel en neemt een dubbelrol voor haar rekening, dienstmeid en jeugdvriendin. Geen moment warmte straalt uit haar, geen enkele variatie van de stem, een lichaam dat van schuimrubber moet zijn. Waar zij wel sterk in is, is in het in de broekzakken houden van haar handen. Maar ja, dat hebben we nu al zoveel keer gezien, in welk stuk zij ook staat. Een koele kikker, een vat vol verwaandheid.

 

De laatste twintig minuten van de voorstelling zijn het sterkst. Hoewel, ze zijn iets te uitgerekt. Zodat je blij bent bij het toeslaan van de voordeur.

 

Guido LAUWAERT

 

NORA – Henrik Ibsen – tg Stan – op reis in België en de omliggende landen – www.stan.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
24 février 2013 7 24 /02 /février /2013 22:33

 

Tableau-de-la-troupe-copie-1.JPG

 

 

Tableau de la troupe na de opening van de tentoonstelling Cicatrizado in Kasteel Sorghvliedt in Hoboken. Staand van links naar rechts Albert Hagenaars, Annmarie Sauer, Roger Nupie, Richard Foqué, Hans Mellendijk, Lebuin D’Haese, Marleen de Crée, fotograaf Hartmut De Maertelare, Lucienne Stassaert, Pierre Magis en Ann Van Dessel. Gehurkt Frank De Vos en Bert Bevers. (foto Siti Wahyuningsih)

 

Een zondagochtend met croissants, dampende koffie, poëzie gekaderd in cellomuziek van Bach, geserveerd in een rococo ‘hof van playsantie’ van de hand van bouwmeester Jan Peter van Baurscheit de Jonge, wat moet dat meer zijn? Zelfs een ijskoude sneeuwwind kon daar vandaag 24 februari niet tegenop.

Poëzieduivel doet al, de onvolprezen Frank De Vos weet dat beter als geen ander. Voor het tweede jaar op rij organiseerde hij in zijn thuishaven het poëzie evenement Poëzie in Hoboken. Voor dit tweede luik koos hij het thema cicatrizado, gelittekend. Achttien prachtige zwart-wit foto’s van gelittekende bomen gezien en vastgelegd door het oog van meesterfotograaf Hartmut De Maertelaere vormden voor de 18 uitgenodigde dichters het metaforische beeld voor een gedicht. Dit interdisciplinaire project siert de volgende weken de muren van het Hobokense districtshuis Kasteel Sorghvliedt.

 

In het bijzijn van de districtsvoorzitter en meerdere districtsschepenen werd vanochtend het project ingeleid door Frank De Vos, als steeds in zijn meesterlijk rijke taal en zijn warme stem; het werd ingespeeld door de meer dan getalenteerde celliste Judith Ermert en ingelezen door de aanwezige dichters, Lucienne Stassaert, Hans Mellendijk, Ann Van Dessel, Albert Hagenaars, Marleen de Crée, Richard Foqué, Lebuin D’Haese, Roger Nupie en Bert Bevers.

De gelittekende schors kwam in elk gedicht ‘letterlijk’ tot leven, werd gedicht en verdicht. Het fotografisch beeld dat uit zijn context wordt gehaald en opnieuw beeldend wordt gehercontextualiseerd door middel van het abstracte medium taal. Het is de essentie van poëzie en ook het wonderlijke, krachtige en onweerstaanbare ervan. Cicatrizado is een treffend en beklijvend voorbeeld van de paradoxale symbiose tussen beeldende poëzie en poëtische beelden.

Initiatiefnemer Frank de Vos met de steun van de Hobokense districtsraad moet hiervoor zeer geprezen worden. We kijken dan ook uit naar volgend jaar, naar het derde en afsluitende luik van dit project. Het werpt zijn schaduw duidelijk vooruit. Want schaduw wordt, zoals aangekondigd, het volgende thema.

 

De achttien foto’s samen met de achttien gedichten, waaronder naast de reeds vermelde dichters ook bijdragen van Guy Commerman, Marc Tritsmans, Eric Vandenwyngaerden, Peter Theunynck, Peter Holvoet-Hanssen, Bart Stouten, Xavier Roelens, Paul Rigolle en Frank De Vos, werden door het District Hoboken gebundeld en gedrukt op een oplage van 300 exemplaren. De bundel wordt niet verkocht maar gratis ter beschikking gesteld als een blijvend aandenken. De tentoonstelling zelf is nog te bezoeken tot 24 maart telkens op zaterdag en zondag van 14h00 tot 17h00. Zeer aan te bevelen.

Richard FOQUÉ

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
21 février 2013 4 21 /02 /février /2013 20:00

 

 

Schachten.jpg

Dames en heren…

De poëziewereld is een schurkenstaat. Daarom dat ik regelmatig gevraagd word een inleiding te houden bij de presentatie van een nieuwe bundel. Tien dichters staan al geruime tijd te trappelen van ongeduld, maar Delphine Lecompte trappelde niet maar danste daarentegen, en zong, om precies te zijn, de uit de bijbel alom bekende en met de Roomse zegen begenadigde en tot hoger sferen leidende Klaagliederen. Dat is de reden dat ik heb toegezegd.

Maar een inleiding vond ik een te zwak woord van wat mij voor ogen stond.

Even nadenken en hup daar kwam de oplossing, met als plechtige titel:

Een laudatio. Over Delphine Lecompte, en in de boeggolf van haar verrukkelijke verschijning… over haar nieuwe bundel, Schachten en amuletten.

De dichter – want ik krijg jeuk bij de vrouwelijke vorm ervan, men spreekt toch ook niet van dokteres… of meesteres, tenzij in vochtige en donkere kelders vol machtig marteltuig – … de dichter Delphine Lecompte is een extreem egocentrisch mens. Geen afwijking… integendeel… een kwaliteit voor kunstenaars, een noodzaak voor dichters. Welnu, binnen de wereld van het extreem egocentrische heb je twee soorten poëzie: patisseriepoëzie, à la Adriaan Roland Holst, en kokend asfalt, à la manière de Jan Arends.

Heb je twee vormen, bestaat er, daar valt niet aan te ontkomen, een tussenvorm.

Een goed voorbeeld hiervan is de poëzie van Fritzi Harmsen van Beek. Delphine Lecompte is geen kloon van Fritzi, maar geboren en getogen in een ander stenen tijdperk. Toch zijn er herkenningspunten waardoor de poëzie van Fritzi en Delphine in dezelfde tussenvorm thuishoren.

Zijn de gedichten van Fritzi literaire variaties op algebraïsche formules, die van Delphine zijn een vermenging van weersvoorspellingen en doktersvoorschriften. Bovendien is er ook een vergelijking qua opsmuk tussen beide dichters. Fritzi verscheen in het pretpark van de poëzie ongewassen en ongeschoren en was gekleed in verbleekte en vormloos geworden gewaden, maar waar je, als je goed keek, nog de superbe kwaliteit in herkende die ze ooit bezaten.

 

 

 

Wat Delphine Lecompte betreft. De ochtend voor een optreden gaat Delphine na de ochtendthee een half uur aan het klimrek hangen, leest luidop een hoofdstuk uit ‘Yoga voor gevorderden’, spoedt zich vervolgens naar een winkelketen waar ze een slipje koopt en een doos inlegkruisjes jat, naar een zonnebank, een sauna, een Turks bad… om haar ochtendronde te beëindigen bij de schoonheidsspecialiste. En dat allemaal… bang als dat zij is om de gewone mensen schrik aan te jagen. Helaas helpt het geen ene moer. Van zodra Delphine naar voren treedt en uit eigen werk begint voor te lezen zie je een heks en hoor je de hurlyburly van een slagveld. Wat mij bevalt, want na de consumptie van ettelijke tonnen assemblagepatisserie en het aanschouwen van een rij van 100 vrachtwagens, bumper aan bumper, gevuld met kokend asfalt, was mijn liefde voor de poëzie haast tot stilstand gekomen. Maar kijk! Komt daar een dichter aangewaaid, niet op gespreide vleugels maar op een bezemsteel. – Hoera! De maan staat niet langer in pauzestand boven de oude kermis.

Beschouwt men de poëziewereld als een pretpark, huist Delphine Lecompte in het spookhuis ervan. Het is daar dat de dichter die vanavond centraal staat haar brouwsels bereidt voor haar klanten, haar slachtoffers. Want het is pas na de inname van haar gedichten dat de communicanten opnieuw zicht krijgen

op de beelden van hun met de jaren dieper en dieper weggestopte driften.

Zo bekeken is elk gedicht van Delphine Lecompte een heksenvoorschrift om eindelijk het deftig kostuum te ruilen voor de naakte speelsheid van de verbeelding, voor een leven op een vliegend tapijt.

Grijp die!’ schrijft ze cryptisch voor.

Spring er op en weg wezen! Haal de clichés van je leven uit hun kabouterbestaan.’

Anders gezegd, haar boodschap is de boodschap van de dichter en zanger Dirk Witte, aan de vergetelheid ontrukt en weergaloos gebracht door Ramses Shaffy: Mens durf te leven.

Wat Delphine Lecompte betracht, dames en heren, is om van de consumenten van haar brouwsels tovenaars te maken. Zo bekeken is Delphine Lecompte naar karakter en literaire kunde de volmaakte antipode van die valse triene van een Alice Nahon. Haar poëzie werd door Paul van Ostaijen bestempeld als

Gartenlaude… prieelpoëzie, wat voor mij gelijk staat aan… panfluitpoëzie. Delphine Lecompte is geen valse triene en schrijft geen Gartenlaube.

Ze blijft zichzelf…. in een hedendaags archaïsch jargon, tot aan de rand gevuld met kitsch en quatsch. Uit de bundel rijst de sfeer van een Victoriaans boudoir

waarin alles op zijn plaats staat. En omdat alles op zijn plaats staat vormt het geheel een rariteitenkabinet.

Wie goed oplet, ontdekt achter de façade van dat kabinet een gewonde geest, toegebracht door een cluster van ouders, verwanten, leraars, pedagogen, psychologen en dokters, elk met hun gelijk. Je ruikt de mislukking van de generatie van ’68, een lading Rousseau’s die het o zo veel beter zou doen.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar een flink aantal van Delphine’s leeftijdsgenoten is door het geknoei van die generatie overgegaan tot verzetsdaden als daar zijn zelfverminking, winkeldiefstal, drugsgebruik… pestgedrag. Delphine Lecompte is van dat laatste het beste bewijs. Met haar gedichten pest zij haar beulen, én de lezers. Want probeer maar eens in haar labyrint de uitgang te vinden. Vaak blijkt de vreugde van korte duur te zijn,

wanneer blijkt dat de uitgang geen traditionele uitgang is, maar een nooduitgang is die uitgeeft op een doolhof. Centraal gelegen staat onder de appelboom de dichter met blote handen om je te slaan… en je te kunnen strelen.

Maar wil zij wel slagen en strelen, of verlangt zij eerder om geslagen en gestreeld te worden? Als massages van een vernederde ijdelheid. Want ijdel is de beroepsleugenaar en ekster Delphine Lecompte. Zoals het hoort. IJdelheid maakt kunstenaars. En aan het gewicht ervan herkent men hun talent.

Kortom, het geheel lijkt het werk van een waanzinnige, maar vergis u niet, er rijpt een systeem in haar geest. Want wie de nar voor gek houdt, is een dwaas.

Tot besluit een woord over de titel van de bundel.

Je gaat mij niet liggen hebben, kleine feeks, dacht ik. Misschien zit hij verborgen in een verslijn. Want hij verwijst niet naar een cyclus of naar de titel van één van de gedichten. Daarom heb ik elk gedicht nauwgezet gelezen… en niets gevonden. Toen ik haar om uitleg vroeg, mailde Delphine mij:

Natuurlijk is “schachten” een pervers woord… Maar ik heb mij wel degelijk door de mijnbouw laten inspireren. Het was een bevlieging, dweepzucht, vrees ik… - En toch was mijn eerste vaderfiguur een kompel. En toch ben ik bang in het donker… - Wat mij aanspreekt aan het mijnleven is de ontdekking van delfstoffen in donkere krochten [sentimentele metafoor voor de poëzie].

Wat mij verafschuwt aan het mijnleven is de beklemming, de verstikking. Angst om te stikken speelt een grote rol in mijn gedichten. De mijn, de maan. –

De maan staat dan wellicht voor bevrijding en/of krankzinnigheid!?

Je verzint wel iets, lieve Guido!’

Zo, van haar schachten weten we nu een en ander, dankzij de lucide mail met een lepe eindstreep, als lijmmiddel om mijn ijdelheid te strelen.

Maar hoe zit het met de amuletten uit de titel? Wel, een verzinsel is snel gevonden: het zijn haar 121 gedichten, haar rituele gebeden om de boze geesten in haar hoofd te bestrijden. Ze worden oud maar ze blijven taai. Het rijst op uit de toon van haar lier.

Dames en heren…

Op het slot moet een conclusie volgen.

De gedichten van Delphine Lecompte zijn – wat mij betreft - korte verhalen.

Soms is op de achtergrond niet alleen de schaduw van Fritzi te zien, maar ook van Gerard Reve, die van proza sardonische poëzie wist te maken en elk gedicht was een roman in miniatuurvorm. Reve zou haar, mocht hij nog in leven zijn, en bij zijn volle waanzin, aan de borst drukken, daar ben ik heilig van overtuigd, en haar in het oor fluisteren: ‘Streel mijn schacht! kamermeisje,

en zet een plaat op van de Wiener Sänger Knaben. Want al hou ik van scheepsjongens, dat wil niet zeggen dat ik geen grote waardering heb voor de jonge borsten van frêle meisjes, die me laten dromen van mijn dode moeder,

eindelijk eens goed gekleed. En draag, onder het geselen van mijn Moby Dick,

je gedichten voor, bij het open raam, staande vóór het verlichte beeld van de Moeder Gods. Dan kom ik spoedig klaar. Wees niet bang. De autoriteiten doen er weinig of niets aan.’

Ik had graag een gedicht wat mij zeer bevalt voorgelezen. Maar die eer is voorbehouden aan bevriende dichters, bijzonder vruchtbaar. En na hen zal Delphine Lecompte zelf een paar van haar religieuze gedichten uit haar neus peuteren en ze in onze oren stoppen. Laat ze afdalen in uw mond.

Ze smaken goed. Ze smelten op de tong. Toenemend genot verzekerd.

Beminde dichter, allerbeminnelijkste Delphine, Hemelse mevrouw Ping,

succes met Schachten en amuletten.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
21 février 2013 4 21 /02 /février /2013 16:38

 

Lecompte_Delphine_Jan_Glas.jpg

Delphine Lecompte

In een beschouwing over 'Poëzie in tijdens van crisis' werd hier op 22 januari 2013 door Guido Lauwaert geponeerd dat 'de meest succesvolle dichter van het moment ongetwijfeld Delphine Lecompte is'.

Wat er ook van zij, hier werd in de voorbije jaren al geregeld de aandacht gevestigd op Delphine Lecompte, 'de Florence Nightingale van de hedendaagse Vlaamse poëzie, in het harnas van Jeanne d’Arc'. Zij geldt blijkbaar als een van de opmerkelijkste stemmen van de jongste generatie dichters.

*

Delphine Lecompte (°Brugge, 1978) publiceerde in 2004 de roman Kittens in the boiler bij Jargon Press (tweede druk 2012), begeleid met een fictieve autobiografie die nog altijd sporen laat. In 2009 publiceerde zij bij De Contrabas haar eerste dichtbundel De dieren in mij (derde druk 2010), bekroond met de C. Buddingh'-prijs (2010) en met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie West-Vlaanderen (2011). Haar tweede bundel, Verzonnen prooi (2010), eveneens verschenen bij De Contrabas, haalde ook al drie drukken.

De dichter werd vervolgens binnengehaald door De Bezige Bij Antwerpen. Blinde gedichten (2012) haalde op nauwelijks tien maanden drie drukken, goed voor 1.500 exemplaren. De derde druk is nog niet uitverkocht of de vierde bundel van Delphine Lecompte, Schachten en amuletten,  heeft nu de drukkerij voor de boekhandel geruild in een oplage van duizend exemplaren. Het boek wordt vanavond op de zolder van het Poëziecentrum te Gent voorgesteld.

Welkomstwoord door Carl De Strycker om 20u15. Guido Lauwaert spreekt vervolgens de laudatio uit, waarna gedichten van Delphine Lecompte gelezen worden door een schare dichters (Roderik Six, Sylvie Marie, Reinout Verbeke, Inge Braeckman, Michaël Vandebril en Peter Holvoet-Hanssen). Tot slot komt de doorluchtige diva zelf aan het woord, waarna de dorstigen gelaafd worden.

*

De laudatio van Guido Lauwaert (CDR) wordt hier om 20 uur integraal online gezet, in primeur en exclusief voor de lezers van Mededelingen .

Henri-Floris JESPERS

 

Op de blog Mededelingen, cf. onder meer:

 

Delphine Lecompte: Tot hier en niet verder, 18 juni 2010

http://mededelingen.over-blog.com/article-delphine-lecompte-tot-hier-en-niet-verder-52547089.html

Delphine Lcompte: Blinde gedichten, 13 februari 2012

http://mededelingen.over-blog.com/article-delphine-lecompte-blinde-gedichten-99679241.html

Poëzie in tijden van crisis, 22 januari 2013

http://mededelingen.over-blog.com/article-poezie-in-tijden-van-crisis-114602434.html



Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
21 février 2013 4 21 /02 /février /2013 10:00

 

Greet-Bauweleers--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
20 février 2013 3 20 /02 /février /2013 17:43

 

Cicatrizado_cover.jpg

De bundel

 

In een van zijn pittige stellingen schreef Albert Einstein dat het universum en domheid oneindig zijn. Nochtans twijfelde hij aan het eerste.

Deze grote geest vergat de oneindigheid van taal. Bespeeld met maar zesentwintig letters is dit wonderlijke instrument onuitputtelijk. Hoeveel combinaties zijn er wel niet mogelijk? Wat een oneindige weelde schuilt er niet in dit beperkte getal.

Het opmerkelijke aan poëzie is de beeldtaal en wel om naast de dingen te kijken. De dichter, amechtig naar metaforen op zoek weet dat hij altijd naast het doel zal trappen, nooit zal scoren. Poëzie zal steeds naast zijn stoel gaan zitten. Laat ons dit een zalige domheid noemen, ad infinitum zelfs en bovendien o, zo heerlijk nutteloos.

Niettemin is poëzie belangrijk. Ik weet me hierin gesterkt door Martin Heidegger. Deze Duitse filosoof stelde dat de wetenschap door de restricties van de werkelijkheid er nooit in zal slagen om deze adequaat te verwoorden. Volgens hem is alleen poëzie bij machte om deze aan te raken.

En wat is mooier dan iets strelen? Niet alleen het esthetische van het leven maar eveneens het rauwe, de vergankelijkheid, het onrecht, de vernietiging als een overdonderend en subliem facet van de werkelijkheid.

Ootmoedig moet ik bekennen dat ik in een verkeerde klimaatsgordel ben geboren, te noordelijk, in een te klam klimaat. Daarom ontkalk ik enkele malen per jaar in het zuiden.

Het thema van deze editie verscheen zomaar in een park op Tenerife, een van de Canarische eilanden. Zo maar op een palmboom, op een van de velen in La Laguna. De schors was hevig aangetast, uitgeteerd met diepe holtes. In het verzengende zonlicht leken ze op zwerende inkervingen. ‘Cicatrizado’ dacht ik toen, ‘Gelittekend’

En mijn goede vriend, de bevlogen fotograaf Hartmut De Maertelare ging op zoek naar het detail van een realiteit. Het resultaat van deze abstractie wordt in beelden en verzen door achttien dichters voor u open gespreid.

cicaII.jpg

 

De vernissage met ontbijt gaat door op zondag 24 februari om 10 uur. Om 11.30 uur start Cicatrizado met muzikale interventies van de virtuoze Judith Ermert op cello. Enkele dichters dragen uit de bundel voor. De gelegenheidsbundel met achttien foto’s en achttien gedichten wordt u gratis aangeboden. De tentoonstelling loopt tot 24 maart telkens op zaterdag en zondag van 14 tot 17u in kasteel Sorghvliedt, Marneflaan 3 te Hoboken.

U kunt reserveren op 03.292.65.30. De kaarten worden aan de inkom voor u klaar gelegd.

Wees van harte welgekomen.

Frank DE VOS

Meer info op: http://www.uithuishoboken.be/programma/7927/foto-en-gedichtententoonstelling/cicatrizado-gelittekend

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
19 février 2013 2 19 /02 /février /2013 10:00

 

Selm-Wenselaers--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
17 février 2013 7 17 /02 /février /2013 22:30

 

Herman_Van_Goethem.JPG

Prof. dr. Herman van Goethem


Het opzet van het Wetenschapscafé-Antwerpen is om wetenschappelijke kennis op een zo toegankelijk mogelijke wijze aan te bieden. Elke derde woensdag van de maand worden in mijn vaderland Den Hopsack de meest uiteenlopende onderwerpen behandeld. Politicoloog Dave Sinardet over BHV, Gerbert Backx over geluk, Walter Simons over de filosofie van de tijd, Harry Van Onckelen over genetische manipulatie, Walter Van Rensbergen over het ontstaan en de evolutie van ons zonnestelsel, Walter De Raedt over Nanotechnologie, filosoof Jean Paul Van Bendegem over de vrije wil, zijn enkele voorbeelden uit het rijke aanbod.

De Jodenvervolging in België (1940-1944)

Op woensdag 20 februari zal ik over de Jodenvervolging in België jurist en historicus prof. dr. Herman Van Goethem inleiden. Hij is als hoogleraar politieke en institutionele geschiedenis verbonden aan de Universiteit van Antwerpen. Met onderwerpen over de recente Belgische geschiedenis heeft hij als historicus een stevige reputatie opgebouwd. Als curator van Kazerne Dossin was hij nauw betrokken bij de inrichting en voorbereiding van de opening van dit museum in september 2012 te Mechelen.

Het succes van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog in België is voor een groot deel mee te danken aan de houding van de Belgische overheid, zowel op nationaal als op lokaal vlak. Door de massale medewerking bij het aanmaken van de Jodenregistratie werd de basis gelegd voor de Jodenvervolging, tot en met de bijbehorende arrestaties en deportaties. Toen in 1942 het tij langzaam begon te keren was het veel te laat. Indien de Belgische overheden de marge hadden genomen die de bezetter hen bood, dan zou de Jodenvervolging zeker zijn vertraagd en meer Belgische Joden de Shoah hebben overleefd.

Een verontschuldiging mag nooit te laat komen. Het siert en het blijft een ridderlijke daad. Daarom waren de excuses die de Antwerpse burgemeester, Patrick Janssens in 2007 aan de Joodse gemeenschap aanbood meer dan terecht. Het politieke gekissebis naar aanleiding hiervan was onterecht en smakeloos.

Homo homini lupus

In verband met genocides in het algemeen en de Jodenvervolging in het bijzonder breng ik graag twee boeken van Daniel Goldhagen onder de aandacht.

In zijn controversiële Hitlers gewillige beulen (1) beschrijft Goldhagen aan de hand van drie voorbeelden – de dodenmarsen, een werkkamp en het Politiebataljon 101 achter het Oostfront – het resultaat van een virulent antisemitisme dat eeuwen en eeuwen op ons denken heeft ingebeukt. Opmerkelijk hierbij is dat de daadwerkelijke vervolgers gewone Duitsers waren met slechts een armzalige opleiding waarbij absoluut geen sprake was van ideologische indoctrinatie. De meesten waren zelfs geen lid van Nazipartij. Niemand werd verplicht, er stond geen sanctie op wanneer ze weigerden en zij kregen de mogelijkheid om af te haken. Niettemin deden ze mee. Vrijwillig en vooral met een tergende ijver werden zij moordenaars. Met de centrale stelling in dit boek, dat men kan spreken van de collectieve schuld van het Duitse volk, gaat Goldhagen echter zwaar uit de bocht.

In erger Erger dan oorlog (2) behandelt hij de genocides van de twintigste eeuw – van Armenen tot de Tutsi’s in Rwanda – en ontleedt hij de mechanismen. De wijze waarop men ongewenste mensen liquideert, komt nooit zo maar uit de lucht vallen. Vooroordelen en jarenlange aangekweekte haat kunnen lange tijd tamelijk onschuldig onder de oppervlakte sluimeren. Een voorbeeld is de negatieve beeldvorming over Joden die via spreekwoorden staande uitdrukkingen werden. Wat nodig is zijn politieke leiders om dit in een gewelddadig en moorddadig proces om te zetten. Zij zijn de veroorzakers van het eliminatiebeleid en de massavernietiging. Zij die het uitvoeren zijn de simpele volgers die het nooit hebben geweten.

U bent welkom op 20 februari om 20.30u in Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24 te Antwerpen.

Frank DE VOS

Daniel GOLDHAGEN, Hitlers gewillige beulen, Manteau-De Bezige Bij, 589 p. ISBN 9789076682208

Daniel GOLDHAGEN, Erger dan oorlog, Volkerenmoord, eliminationisme en aanhoudende schending van de menselijkheid, Manteau-De Bezige Bij, 719 p. ISBN 9789022324189

De links naar het Wetenschapscafé en Den Hopsack:

http://www.wetenschapscafe-antwerpen.be/

http://www.denhopsack.be/hopsite.htm

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
17 février 2013 7 17 /02 /février /2013 18:05

 

Een-jaar-later.jpg

Als jongetje mocht ik voor de matineevoorstelling in de Roxy zelf de films uitzoeken die als voorfilm geprojecteerd zouden gaan worden. Vaak koos ik voor Laurel & Hardy, en voor The Three Stooges. Vooral om die laatste drie mafkezen kon ik hartelijk lachen. Ouderwetsche slapstick! Daar moest ik aan denken toen ik Abbott & Costello in Hollywood  (uit 1945) bekeek. Ook dat tweetal zorgde voor slapstick, maar bediende zich ook veel van taalgrappen. Bovendien was niet alles bij hen om te lachen. In Abbott & Costello in Hollywood  is zelfs even sprake van ‘drama’:

 

Abercrombie (Costello), die volledig platzak is: “Ruthie, I gotta break the date!”

Ruthie (Jean Porter): “What date?”

Abercrombie: “Don’t you remember? June 22?”

Ruthie: “June 22? I don’t remember anything about a date….”

Abercrombie: “O yes. Don’t you remember I said I was going to take you to the Palladium a long time ago? And you said ‘See me next year?’ Well, tonight the year is up….”

 

Lou Costello overleed in 1959. Hij werd net geen 53. Voor zover mij bekend leeft Jean Porter nog steeds. Ze is er 87. Een grote carrière bouwde ze niet uit. Ze trouwde met Edward Dmytryk (1908-1999), de regisseur die beslist een aantal goede films draaide (denk aan The Caine Mutiny en The Young Lions), met wie ze drie kinderen kreeg.

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche