Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
16 mars 2013 6 16 /03 /mars /2013 05:43

 

HFJrfrankivo.jpgTekening:  Frank Ivo va Damme 

 

Woensdag 13 kon ik voor de eerste keer niet aanwezig zijn op de voorstelling in De Zwarte Panter van een nieuw deeltje omtrent de Van Ostaijen correspondentie, een meerjarenproject van het Van Ostaijen-Genootschap onder redactie van mijn vriend Matthijs de Ridder.


 

http://mededelingen.over-blog.com/article-paul-van-ostaijen-en-lyonel-feininger-116189302.html

 

Ik ben al sowieso nog alleen maar goed om al dan niet vlijtig en geconcentreerd aan de werktafel te zitten...

Diezelfde middag had ik echter een even lang als verhelderend gesprek met mijn minzame en geleerde collega Emmanuel Vandeputte (Studiecentrum Franstaligen in Vlaanderen / Centre d'Étude des Francophones en Fandren, waarvan ik lid ben van het wetenschappelijk comité).

 

's Avonds vond  er dan ooknog een juryvergadering plaats van de Herman J. Claeysprijs.

003.JPG

Van l. naar r.: Jan van Veen, Lucienne Stassaert, Peter Holvoet-Hanssen, HFJ, Bert Bevers en Koen Cailliauw

Dat alles maakt dat ik niet alleen mijn geleerde vriend Matthiis de Ridder, maar ook Dirk Rochtus (I en II) en Luc Rochtus hier uitdrukkelijk persoonlijk wil danken voor hun veelzijdige culturele inzet.

Henri-Floris JESPERS

(wordt straks vervolgd)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
15 mars 2013 5 15 /03 /mars /2013 17:17

Poster-copie-1.jpg

Aan het eind wordt het vrij lachwekkend. Dan zie je waarom een low budgetproductie een low budgetproductie is. Het Britse leger oogt als weggelopen uit Dad’s Army en lijkt alleen te beschikken over een anti-tankwapen en een ouderwetsch kanon. De scène van de atoomexplosie waarvoor het klaarblijkelijk ook kan zorgen is overduidelijk documentair. Maar voor het overige vond ik It! van Herbert J. Leder (1922-1985) eigenlijk een behoorlijk onderhoudende film. Helemaal uit gekeken in elk geval, hetgeen iets zegt. Een eerder stuntelige museumconservator ontdekt hoe hij het beeld van een golem tot leven kan wekken. Dat leidt tot een aantal best spannende scènes, waarin het zelfs draaglijk is dat de golem zichtbaar een man in een golempak is. Dat er weinig geld was blijkt ook uit de b-acteurs die meespelen: Jill Haworth en Paul Maxwell hebben geen sporen van belang nagelaten in de geschiedenis van de cinematografie.

Roddie.jpg

Roddy McDowall

En Alan Sellers, die letterlijk in (de rol van) de golem kruipt, al helemáál niet. It!, hier en daar ook wel The Curse Of The Golem  genoemd, is eigenlijk de enige film waarin de volwassen Roddy McDowall (1928-1998) herkenbaar de hoofdrol speelt. Als kindacteur was hij te zien in bijvoorbeeld How Green Was My Valley  en Lassie Come Home, als volwassene in The Longest Day, Cleopatra, The Poseidon Adventure  en Funny Lady  maar altijd in een bijrol. Beroemd werd hij echter wel: als Cornelius in Planet Of The Apes  (en de vervolgen daarop), maar (net als Alan Sellers in It!)  onherkenbaar want een aap….

http://www.youtube.com/watch?v=wlzz3qf7jkQ

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
15 mars 2013 5 15 /03 /mars /2013 07:33

 

PTAnderson.jpg

Paul Michael Anderson maakt geen alledaagse films, zoveel is zeker. Als je films zoals Hard Eight  (1996), Boogie Nights  (1997) en Magnolia  (1999) op je palmares hebt staan, ben je geen ‘run of the mill’ Hollywood-regisseur.

 

Zijn jongste prent The Master  vertelt het verhaal van een verloren ziel en een sekteleider. Losjes gebaseerd op het ontstaan van Scientology zat de verhaallijn al een dozijn jaar in Andersons hoofd. Zelf zegt hij dat ze er mondjesmaat uitkwam, zonder dat hij enig idee had waar het verhaal naartoe ging. Dat is vaak ook aan het eindresultaat te merken.

 

Nochtans begint alles onder een meer dan gunstig gesternte. Twee kleppers als hoofdrolspelers, te weten Joaquin Phoenix als de naar zelf gebrouwen alcohol en seks ruikende ex WOII-matroos en Philip Seymour Hoffman als de geheide sekteleider.

 

De film zet aan in de Stille Oceaan op het einde van WOII. De matrozen van de Amerikaanse vloot verblijven op een aantal exotische eilanden om de miserie van de oorlog en de maanden aan boord van de hellegaten van schepen te doen vergeten met wat goeie oude R&R (rest and recreation).

 

De figuur van Freddie Quell (Phoenix) wordt onmiddellijk neergezet wanneer we hem zijn eigen alcohol zien brouwen en hij, na zich afgetrokken te hebben aan de branding, zich neervlijt naast een door zijn mede-soldaten gemodelleerde vrouw van zand om zijn roes uit te slapen.

Schermafbeelding-2013-03-14-om-16.36.47.jpg

Dan begint te film aan een ietwat hectische (montage)rit tot we vrij plots uitkomen op een ander schip, waar Quell, die ondertussen opnieuw een aantal keer dronken en nuchter geweest is, zich op verstopt na een zoveelste agressieve uitval, veroorzaakt door het goedje dat hij op basis van terpentijn en kokosnootmelk brouwt. Hij klimt als verstekeling aan boord van de rivierboot die van Lancaster Dodd (Hoffman) blijkt te zijn.

 

Dodd stelt Quell voor aan boord te blijven, op voorwaarde dat hij zich nuttig weet te maken. Blijkbaar heeft Quell de vorige dag een deel van zijn verhaal gedaan en Dodd laten proeven van zijn drankje. Dat bevalt Dodd zo hard dat hij Freddie per se aan boord wil houden, ook al blijkt dat Quell geen zin heeft in werken, ondanks zijn ervaring als matroos.

 

Vervolgens vormt er zich een vriendschap tussen de twee waarbij Dodd duidelijk manipulatief omgaat met de ietwat naïeve Quell. Hij trekt Quell in de sekte en doet hem de deprogrammering (Processing) ondergaan. Zo ontdekt Dodd de complexe en gecomplexeerde aard van Quell kennen, wat hem toelaat hem helemaal onder zijn invloed te krijgen.

Schermafbeelding-2013-03-14-om-16.15.01.jpg

Ondertussen worden beide mannen nauwlettend in het oog gehouden en gevolgd door de vrouw, dochter en zoon van Dodd, die allen meewerken in de sekte en zich hoeden voor de invloed die Quell kan hebben en heeft op Dodd en de rest van het gezelschap. Niet zelden vervalt Quell in drankzucht en agressieve episodes, afgewisseld met al dan niet succesvolle pogingen alles wat een rok draagt aan zijn speer te rijgen.

Schermafbeelding-2013-03-14-om-16.15.49.jpg

De film meandert dan verder op de gezette thema’s. Hoewel prachtig gefotografeerd en meesterlijk vertolkt, slaagt de prent er niet in je helemaal binnen te trekken in het verhaal. De geijkte ingrediënten van elke Anderson film zijn hier aanwezig, maar komen nooit even sterk naar boven als in zijn vorige films. Ondanks de vervreemding die de personages voelen met de (buiten)wereld, kon je er als kijker wel in mee. Onweerstaanbaar. Neen, hier blijf je op de vlakte en neem je gewoon waar wat er gebeurt. De voeling is er niet, komt er niet.

 

Omdat Anderson van cyclische verhalen houdt en een dramatisch einde wellicht niet voor de hand lag, eindigt het min of meer waar het allemaal begon en dat kan ik hier verklappen zonder het slot van de film prijs te geven.

 

Al bij al een boven de middelmaat liggende film, maar een echt meesterwerk is dit naar mijn gevoel niet. Dat ligt zeker niet aan de acteurs, ook de bijrollen worden met meer dan vakkundigheid neergezet. Ook de score is van een mooie poëtische kracht maar niets van dat alles slaagt erin het gammele scenario op een strak spoor te krijgen.

Desondanks de moeite van het bekijken zeker waard.

Kris KENIS

 

The Master van Paul Michael Thomas speelt in cinema’s doorheen Vlaanderen.

Stills: Kris Kenis

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
14 mars 2013 4 14 /03 /mars /2013 18:06

 

FeiningerCover.jpg

De publicaties van het Paul van Ostaijen Genootschap staan onder redactie van Matthijs de Ridder. Gisteren werd in Galerie De Zwarte Panter te Antwerpen het vijfde deel voorgesteld van de exclusieve meerjarenreeks omtrent de correspondentie van Van Ostaijen: Jedes messen der Menschen ist komparativ. De correspondentie tussen Paul van Ostaijen en Lyonel Feininger.

 

Dat PvO correspondeerde met de Duits-Amerikaanse schilder Lyonel Feininger (1871-1956) is al enkele jaren bekend. Het Letterenhuis te Antwerpen bewaart immers tien brieven van Feininger aan PvO. Matthijs de Ridder onderstreept terecht dat deze brieven tot dusver weinig werden gebruikt of geciteerd omdat alleen Feiningers kant van de correspondentie was overgeleverd en een sterk vermoeden bestond dat de belangrijkste brieven ontbraken. In 2012 werden vijf tot dusver onbekende brieven van de hand van PvO gelokaliseerd in het Lyonel Feiningerarchief van Houghton Library, onderdeel van Harvard University, Boston, MA.

De vijftien brieven verschijnen nu voor het eerst in hun volledigheid. Ze vormen niet alleen een verhelderende aanvulling op Van Ostaijens kunstopvattingen en zijn falende pogingen om een openbare rol te spelen in de Berlijnse kunstscène, maar bevatten bovendien een uitgebreide samenvatting van zijn verloren gegane correspondentie met Theo van Doesburg.

In een volgende aflevering van het ts. Mededelingen volgt een gedetailleerde recensie van deze voor het Van Ostaijen-onderzoek belangrijke publicatie.


Waren o.m. aanwezig: An Blommaert, Leen Van Dijck, Jean Emile Driessens, Kris Humbeeck, Matthijs de Ridder, Dirk Rochtus (docent Duitse cultuurgeschiedenis KUL), Dirk Rochtus (voorzitter PvO-Genootschap), Luc Rochtus, Chris Van Vliet, Frank De Vos en Jan Scheirs

HFJ

 

Jedes messen der Menschen ist komparativ. De correspondentie tussen Paul van Ostaijen en Lyonel Feininger. Bezorgd door Matthijs DE RIDDER en An BLOMMAERT, Antwerpen, Paul van Ostaijen Genootschap, 2013, 48 p., 10 €

 

2--PVO-13-maart-2013---2.jpg

Chris Van Vliet verwelkomt

DirkRochtussr.jpg

Dirk Rochtus leidt in

MatthijsFeininger.jpg

Matthijs de Ridder geeft toelichting

DikRjr

Uitgeleide door Dirk Rochtus, voorzitter van het PvO-Genootschap

 

Vorige deeluitgaven omtrent de correspondentie van PvO, zie:

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-matthijs-de-ridder-en-van-ostaijens-gebruiksaanwijzing-der-lyriek-111116678.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-correspondentie-paul-van-ostaijen-wies-moens-51720476.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-paul-van-ostaijen-in-de-zwarte-panter-84316286.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-brieven-over-paul-van-ostaijen-100003950.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article
13 mars 2013 3 13 /03 /mars /2013 14:12

 

JohanSimons.jpeg

 Johan Simons, intendant van de Münchner Kammerspiele

 

Die dekselse William Shakespeare. Met zijn stukken kan je alle kanten op. De twee beroemdste interpretaties van Romeo & Julia zijn West Side Story en Titanic. Macbeth met jeugd, ambitie en geweld als de driehoek waar het hele plot om draait, kan zich zowel afspelen in een bedrijf, een school, een politieke partij, een televisiemaker als het Vaticaan.

 

Julius Caesar is niet zozeer het verhaal van een Romeinse veldheer en dictator . Caesar sterft halverwege en in het tweede gedeelte behandelt de toneeldichter de vergelding die Brutus en Cassius, de moordenaars van Caesar treft. Bovendien lijkt Shakespeare in het eerste gedeelte toch al meer belangstelling te hebben voor de opwinding rond de samenzwering dan voor een uitgebreide analyse van het karakter van de dictator. Die vrije keuze komt omdat er nogal wat zwarte gaten zitten in de stukken van de Engelse bard. Tijd en ruimte moeten het afleggen tegen tempo en actie. Een scène speelt zich op een slagveld af en vijf minuten later staan de veldheren in de troonzaal, 350 miles verderop. Geef toe, zelfs met de snelste hogesnelheidslijn en bij een stralend blauwe hemel is dat niet te halen. Maar niemand die er zich aan stoort. Spanning en praatjes, dat is wat de mensen willen, en daarvoor was Shakespeare primus inter pares. Een regisseur met een beetje verstand van zaken weet dat flink uit te buiten.

 

In de handen van Johan Simons, intendant van de Münchner Kammerspiele, is König Lear, dan ook het verhaal van een oude herenboer die zijn landerijen, zijn koninkrijk, onder zijn drie dochters verdeelt. Het enige wat ze hoeven te doen om een flink aantal hectaren te krijgen is te zeggen hoeveel ze van hun vader houden. De oudste komt als eerste aan bod. Omdat de jongste, zijn liefste, geen stroop aan zijn baard kan smeren, wat haar zusters wel lukt, krijgt ze niets, want ‘uit niets kan niets ontstaan’. Vanaf dat moment begint de storm. Zowel in het origineel, dat in wezen niet origineel was, maar goed, als we dat dossier inkijken zijn we eind van het jaar nog niet klaar.

 

En zonder bij-intrige geen Shakespeare. Beide intriges, hoewel parallel lopend, en dat toont toch telkens weer zijn groot talent als theaterdichter aan, laat hij naadloos opgaan in elkaar. De beste vriend van de herenboer heeft twee zonen, Edgar uit de huwelijkssponde en Edmond uit een vreemd bed gevallen. De tweede zet de eerste een hak om de gunst van de vader te winnen, ten bate van de erfenis. Is Koning Lear een stuk waarin twee van de drie dochters hun vader verstoten, het is daarom tevens dat van een vader die de verkeerde zoon vertrouwt.

 

Zowel dus in de versie van Shakespeare als in die van Simons ontstaat wel degelijk uit niets… alles. Te beginnen met gevloek en getier die uitmonden in marteling, moord, zelfmoord en waanzin. De herenboer sterft aan een hartinfarct, kort nadat zijn jongste dochter is opgehangen, net als zijn nar. Die zijn zoon zou kunnen zijn. Want hij is weliswaar gehandicapt maar in zijn hoofd zitten de vijf vijzen op hun plaats en staan stevig vastgeschroefd. Tot honderd jaar geleden had elke familie een misbaksel en het werd niet gedumpt, zoals dat tegenwoordig wel het geval is. Die misbaksels kwamen voor in alle standen van de maatschappij. Dus ook aan het hof, waar een goede nar een bewijs van standing was. Hij stond hoger in rang dan kardinaal, admiraal en liberaal. Door de protectie van de grote baas.

Voor Johan Simons was de transformatie van het hof naar het erf dan ook de meest logische zaak. Niet zozeer omdat hijzelf van boerenafkomst is, maar omdat Shakespeare dat ook was. Als jongeling was Shakespeare een soort Robin Hood die een boerendochter zwanger maakte en kort na het huwelijk naar de hoofdstad trekt om fortuin te maken, want hij kon een stier wel van een koe onderscheiden, maar hij kon haar niet melken. Hij werd rijk en eenmaal zover trekt hij weer naar huis om bij vrouw en kind te waken over zijn fortuin. Heel scrupuleus. Hij schrok er zelfs niet voor terug om een deurwaarder te sturen naar een vriend die een kleine lening niet tijdig had terugbetaald.

 

Binnen de kortste keren zijn de twee zusters het maandelijks bezoek van hun vader met zijn vrienden beu en geven niet thuis of, wanneer er toch een confrontatie volgt, krijgt Lear de grofste verwijten naar het hoofd geslingerd en wijzen ze hem de deur. Zo heeft Shakespeare het gewild en Simons trekt die lijn zo sterk door dat de herenboer en zijn nar, eenmaal op de dool en midden in een storm moeten schuilen in een stal, letterlijk tussen de varkens. Het lijkt wel of Simons daarmee wil zeggen dat alle mensen varkens zijn. Al bij een stormpje van niks, een gemiste carrièresprong bv., wordt de mens een dier dat vecht en doodt voor zijn spek en plek. Dat inziend doet de woede van het titelpersonage omslaan in waanzin.

 

De enscenering volgt dat spoor. Een draaitoneel dat met de hand wordt bediend, bekleed met graszoden. Daarachter wat ruwe planken en latten, voor het op- en afdraven. Want er wordt nogal wat over en weer gerend. Van het erf naar de stal, van de stal naar een akker, de boerderij, een veld en hup, weer naar eetkamer op de boerderij. En elke scène overbevolkt met woedebuien. Van het mooie grasveld blijft dan ook aan het eind niet veel meer over.

In een drie uur durende actie wordt er aan een verschroeiend hoog tempo maar met een prachtige inleving geacteerd. Dat hebben de acteurs deels te danken aan de Vlamingen Koen Tachelet als dramaturg en Willy Courteaux, de geestelijke vader van deze productie. Het enige minpunt is dat King Lear een uitgesproken literair stuk is, waarin poëzie en proza over elkaar heen buitelen. Johan Simons heeft dat taalballet behouden, maar dat zorgt een paar maal voor een hapering in het draaien van de motor, de vlotheid van het spel, enfin.

 

Het is te hopen dat deze voorstelling onze landerijen passeert. Want opnieuw blijkt hoe Simons met eenvoudige middelen van iets oud iets nieuw smeedt en het bevattelijk maakt voor grote boer en kleine tuinier. De toeschouwer moet heus niet langs een aula gepasseerd zijn om deze versie te begrijpen. Het enige wat hij moet doen is de tijd stilzetten. Zoals men dat doet bij het bekijken van een thriller uit een Scandinavische studio gerold. En al zit de voorstelling vol ellende, een tragedie kan je het niet noemen. De regisseur stak er om die indruk te vermijden, heel wat lol in, in de trant van grand-guignol.

 

Alle acteurs en medewerkers verdienden applaus, net als de varkens, die jammer genoeg aan het eind niet kwamen groeten.

.

Guido LAUWAERT

 

KÖNIG LEAR van Shakespeare, regie Johan Simons – nog tot eind maart in München en vervolgens op reis – www.muenchner-kammerspiele.de

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
12 mars 2013 2 12 /03 /mars /2013 10:00

 

Michael-Vandebril--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
12 mars 2013 2 12 /03 /mars /2013 01:18

 

2012-begin-maart-154RONDAS.jpg

Zaterdag 9 maart werd in de lokalen van het ADVN te Antwerpen de Dr.Ferdinand Snellaertprijs toegekend aan Jean-Pierre Rondas. Na de verwelkoming door voorzitter Hugo Rau werd het verslag van de jury gebracht door Yvo J. D.Peeters. In zijn laudatio weidde Frans-Jos Verdoodt nog uit over de betekenis van Dr. Ferdinand Snellaert. Hij beklemtoonde ook de belangrijke bijdrage van Jean-Pierre Rondas in de wel 500 belangwekkende interviews die hij uitzond gedurende zijn carrière als journalist en producer bij de culturele programma’s van de VRT. In zijn dankwoord werd dit getal onmiddellijk rechtgezet door Jean-Pierre Rondas die verklaarde dat dit getal gemakkelijk oploopt tot 1500 veeltalige interviews in de programma’s “Wereldbeeld” en “Rondas” over internationale cultuur en filosofie. Velen zullen zich de zondagen herinneren waarin we vergast werden op fantastische radio zoals die niet meer gemaakt wordt. Sedert 2007 gaat de aandacht van Rondas voornamelijk uit naar de hervorming van de Belgische staat (in Vlaamse zin), met name in de Gravensteengroep waarvan enkele leden en vrienden aanwezig waren.

2012-begin-maart-159vier.jpg

Van l. naar r.: prof. Frans-Jos Verdoodt, prof. Johan Swinnen, Yvo J. D. Peeters en Jean-Pierre Rondas

In De hulpelozen van de macht (met een knipoog naar het lied van Jacques Brel “Les paumés du petit matin” vertaald door Ernst van Altena als ”De nuttelozen van de nacht”) verduidelijkt J.-P. Rondas in haarscherpe taal de voortdurende compromis-bereidheid van de nationale politieke families die geleid heeft tot de miskenning van zowat alle gewettigde Vlaamse eisen en waardoor zij tekenden voor hun eigen ondergang.

Joke VAN DEN BRANDT

2012-begin-maart-125ABICHT.jpg

Prof. Ludo Abicht

2012 begin maart 113CARETTE

Hendrik Carette, vorige laureaat van de Snellaertprijs, en zijn muze

2012-begin-maart-118WAEGEMANS.jpg

Joke van den Brandt, prof. Manu Waegemans en prof. Frans-Jos Verdoodt

 

Foto’s: Frank Ivo van Damme


Jean-Pierre RONDAS, De hulpelozen van de macht. Het federale graf van de Vlaamse regeringspartijen, Kalmthout, uitgeverij Pelckmans, 2012, 151 p., 15 €. ISBN 978 90 289 70175 0.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
10 mars 2013 7 10 /03 /mars /2013 00:24

 

Calicot-voor-Don-Juan-door-Jaap-Bevers--1949.jpg

 

Calicot door Jaap Bevers, 1949

Ik zag veel films met Errol Flynn (een van de lievelingsacteurs van Alain Germoz, zo vertelde die me ooit), maar merkwaardigerwijze (The Adventures Of) Don Juan van Vincent Sherman uit 1948 nog nooit. Tot nu toe, want TCM zond de rolprent uit. Ouderwetsche mantel- en degenfilm in de beste Hollywoodtraditie, met naast Flynn in de hoofdrollen de mooie Zweedse Viveca Lindfors. Hoewel ik deze film tot voor kort nooit aanschouwde heb ik er merkwaardigerwijze wel altijd een band mee gehad omdat mijn vader beatae memoriae er ooit een calicot voor schilderde. De foto daarvan bleef bewaard: http://meergemengdeberichten.blogspot.be/2011/02/de-calicots-van-pa.html. Verder is het geen mijlpaal in de filmgeschiedenis hoor, maar wel goed voor anderhalf uur ontspanning!

http://www.youtube.com/watch?v=VHbx0k9k4pE

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
7 mars 2013 4 07 /03 /mars /2013 19:10

 

VLAAMS_CULTUURHUIS_DE_BRAKKE_GROND_-_MET_LOGO.jpg

Een van de dagen moet er een beslissing volgen. En volgens NRC Handelsblad [6 maart] is die al genomen. Maar is dat wel zo?  Het behoud van Vlaams cultureel centrum De Brakke Grond in Amsterdam. De meningen zijn sterk verdeeld. Minister van Cultuur Joke Schauvliege ventileert ‘een persoonlijke mening’ maar de definitieve beslissing ligt bij de Vlaamse regering. De visitatiecommissie is namelijk voor de verkoop. Slechts 55.000 bezoekers per jaar, een gok want waar sluitende bewijzen zijn er niet. In het Nes, thuishaven van de Brakke Grond, wordt er al gevierd. Voorbarig.

 

Het gekke is dat alle partijen hetzelfde dronkemansliedje zingen, zij het vanuit verschillende havenkroegen. Om de eenvoudige reden dat in zijn lange bestaan het culturele schip nooit een koers heeft uitgezet, de vele officieren die er aan boord zijn geweest geen zeemansbenen hadden en het schip nooit heeft kunnen varen wegens zijn gammele staat. Daarmee bewijst het cc De Brakke Grond een oude stelling van deze doodbrave jongen: Vlaanderen is wereldkampioen in onafgewerkte dingen. De kathedraal van Antwerpen is onvoltooid, net zoals de Sint-Romboutstoren van Mechelen, de ring van Gent, de ring van Antwerpen, ja zelfs Vlaanderen is een eeuwig steigergeval, omdat België zo’n rare constructie is dat elke wijziging lang voor die is uitgevoerd vraagt om een ander plan, en zowel de vele godsdienstige dan wel vrijzinnige sekten van de blauwen, roden, gelen, groenen met een ander strijdplan staan te zwaaien.

 

De intentie van een Vlaams cultureel centrum in hartje Amsterdam was bij aanvang een goed idee. Als steunpunt fungeren voor eender welke Vlaamse kunstenaar uit alle disciplines die niet over de nodige financiële middelen beschikten om de noordgrens van ons dierbaar vaderland over te steken. Helaas, intenties in Vlaanderen hebben een langere dracht dan een kind de beginselen van het lopen, het spreken en het schrijven bij te brengen. Daarom dat bij de aftrap van De Brakke Grond op 23 mei 1981 door toenmalig minister van Cultuur Rika De Backer De Brakke Grond al een Brakke Afgrond was. De kunstenmakers hadden al op eigen kracht de weg naar Amsterdam gevonden, omdat, tussen eerste en laatste steen, de hoofdstad van Nederland een bloeiende alternatieve cultuur had uitgebouwd die openstond voor iedereen met een krulletje los. Van waar ter wereld ook.

 

Los daarvan, het zwakke punt van De Brakke Grond is identiek als zijn soortgenoten in het thuisland. Lach daar niet mee, want het is de naakte waarheid. Toen in de nasleep van de jaren zestig het parochieleven stervende was, werd in paniek gezocht naar een alternatief om de katholieke waarden levend te houden. De oplossing werd gevonden in het ombouwen van de parochiezalen tot culturele centra en de pastoors te vervangen door directeurs. De CVP, voorloper van de CD&V was toen nog God van de Wereld en de omliggende straten. Het gevolg was dat de eerste directeur uit een oerdegelijk katholiek huis kwam. Helaas, Paul De Broe, een brave jongen, daar niet van, had er geen zin in. Ja, hij was zelfs zo bang van Amsterdam dat hij zijn vrouw en kinderen thuis liet, want met die Amsterdamse moraal van de jaren zestig in gedachten, was hij bang dat zijn madam aan de seks zou geraken en zijn kinderen aan de drugs.

 

Na een jaar al gaf hij er de brui aan en werd opgevolgd door Walter Lerouge, een liberaal weliswaar, maar een man met charisma en stijl en alle liberalen in Vlaanderen zijn afvallige kristenen. Het enige wat Lerouge mankeerde om er een bloeiend centrum van te maken was kunstzin. Het Vlaams restaurant boven de Vlaamse kroeg, toen al uitgebaat door Hollanders die frieten bakten waar je gebit van brak, draaide onder Lerouge goed, maar publiek kon hij niet vinden. De premières en vernissages waren succesvol, wegens de niet aflatende stroom drank uit de vele Vlaamse brouwerijen en stokerijen, maar eenmaal de braspartijen uitgebraakt, was er geen kat of rat, geen muis of luis meer te zien. Julien Schoenaerts heeft er voor zo goed als lege zalen gespeeld. De enige toeschouwers waren fans van de theatrale grootmeester. Maar hij speelde zijn Apologie, één keer zelfs voor een lege zaal, want ‘ik ben ingehuurd, en als ik niet speel word ik niet betaald; ik vertrouw die Vlaamse ambtenaren niet, Guido.’

 

De derde directeur was Guido Vereecke, een chiroleider die om de vijf voet in Brussel stond om op het kabinet van de minister te huilen zonder te stampvoeten. De volgende directeurs beperkten zich tot schadebeperking. Meer kwam er niet uit hun koker, en er kon ook niets uit hun koker komen, als daar al iets van waarde had ingezeten. De Hollanders hebben altijd een vetorecht op de programmering gehad, en de Lamme Goedzakken gaven snel toe om van het gezeur van die Hollanders verlost te zijn. Feit is dat er daardoor meer Nederlanders hun ding konden doen dan Vlamingen, en dat bovendien, en dat is nog het mooiste van de zaak, de Vlaamse begroting voor alle kosten opdraaide. Een zoveelste geval van uitbuiting van de Vlamingen door de Nederlanders. Een succesvolle tactiek daarvoor is het kapotlullen van het probleem, een discipline waar de Nederlanders wereldkampioen in zijn. Twee voorbeelden van kapotlullen: het uitdiepen van de Schelde en de volkse versie van de Thalys, de Fyra, die al bij de eerste proefrit meer stilstond dan reed.

 

Zelfs tot op de dag vandaag bestaat het personeel van het cc de Brakke Grond voor tweederde uit Nederlanders. Aanvankelijk brachten zij leven in de brouwerij, maar gaandeweg werd het bevolkt door Nederlanders zonder enig cultureel gevoel. Alleen hun werkuren telde, en die mochten absoluut niet te zwaar wegen. Wie in De Brakke Grond binnenspringt, zoals uw spion onlangs deed, waant zich in een leegstaand ouderlingengesticht. Het baliepersoneel beweert bij hoog en laag dat er oudjes zijn, maar wie er één vindt verdient een Duvel en een steakfrites in een brasserie naar eigen keuze. Wat er wel te vinden is zijn kleuters van Hollandse origine die een eendagsexpositie opzetten als onderdeel van hun artistiek educatief pakket. Op wiens kosten? Juist.

 

Uitzonderlijk, met de jaren ook sterk in aantal gedaald, arriveert er een bus met dames uit een wandelclub. Het verblijf bestaat, strijk en zet, uit een bezoek aan het nabijgelegen museum van madame Tussaud aan de Dam, een taartje met koffie in het tegenoverliggende salon van het hotel van meneer Krasnapolski en een doortocht aan het naastgelegen fabeltjesland voor vrouwen, het warenhuis De Bijenkorf. De Brakke Grond dient enkel voor een flitsbezoek aan een tentoonstelling, om het bezoekersaantal omhoog te kunnen drijven, en, na de arrivée en vóór de départ, het gebruik van het toilet.

 

De Brakke Grond heeft enkel veel volk op bezoek gehad wanneer bekende BV’s zonder TV’s er hun opwachting maakten, zoals Jan Hoet en Luc Huysse. Of als er een receptie was n.a.v. de presentatie van een boek, zoals Brieven van Willem Elsschot [van Nederlandse Spic & Span, huizend aan de Singel] en Arm Brussel van Geert van Istendael. In zijn ruim dertigjarig bestaan zijn er echter geen dertig gebeurtenissen van dergelijk niveau geweest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mevrouw Schauvliege, minister van Cultuur, het voortbestaan in vraag stelt. Het pand is uitgeleefd omdat er nooit in geleefd is en dus dringend aan een restauratie toe is die veel langer zal duren dan die van het Lam Gods. De werking is een Waste Land zonder één druppel poëzie en een Amsterdammer komt er niet langs als hij er geen belang bij heeft. Zelfs de Nederlander met een Vlaamse interesse heeft afgehaakt sinds de leestafel met Vlaamse kranten en weekbladen is verdwenen. De laatste Noord-Zuid-band is m.a.w. kapot bezuinigd.

 

Daar is men sterk in, in Vlaanderen. Alsof bezuinigen de oplossing van het probleem is. De minister wil vooral verandering zien, en Piet Menu, de huidige directeur, is het daar mee eens. Maar meer ook niet. Hoe die verandering eruit moet zien is een kwestie van dagen. Zoals echter al zo vaak is aangetoond duren dagen in Vlaanderen decennia. En ondertussen maar zoeken, aan twee miljoen euro per jaar, waar de eerste letter van ‘verandering’ in godsnaam in de scrabbeldoos te vinden is. Het vermoeden rijst dat een mercantiele Nederlander ze allemaal geroofd heeft. Om bij het strijken van de vlag het pand te kunnen kopen. Voor een zacht prijsje. Wedden dat Kris Peeters de verkoop zal verkopen als een gouden zaak voor Vlaanderen?

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
7 mars 2013 4 07 /03 /mars /2013 09:30

 

Greg-Houwer--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche