Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
3 juin 2013 1 03 /06 /juin /2013 07:30

 

601742_10151557859494720_1182645513_n.jpg

Er zijn zo van die gezegende avonden. Zaterdagavond 1 juni was zo een avond tijdens dewelke ik als volbloed ketter een bijbelse oprisping opliep en drie tenten wilde bouwen: een voor de ‘ Serene werelden’ van Dirk Martens, een voor mezelf en een voor het grootse pianoconcerto nr3 van Rachmaninov. Als volbloed voetbalsupporters van een of andere UEFA Cup volgde het gezelschap na afloop van de vernissage, de finale van de Koningin Elisabeth Wedstrijd op groot scherm in Opus4. De sjaals, toeters vlaggen en andere attributen van een spionkop ontbraken.

*

Dirk Martens (°Antwerpen 1951) werkte van 1978 tot 2011 als redacteur bij de VUM-kranten: tot 1980 als bureauredacteur van De Standaard, van 1980 tot 1996 als stadsredacteur in Antwerpen en ten slotte als cultuurredacteur van Het Nieuwsblad.Van 2002 tot 2011 verzorgde hij elke vrijdag de kunst- en antiekpagina Art in De Standaard en in Het Nieuwsblad/De Gentenaar. In 2006 werd hij genomineerd voor de 1ste internationale prijs voor kunstkritiek van de Stichting de Moffarts. In 2008 genomineerd voor de Prijs Geschreven Pers & Multimedia en de Aanmoedigingsprijs Art in the Media 2007 van diezelfde Stichting.

DirkMartensdoorStefanDewickere.jpg

Foto: Stefan Dewickere

Naast twee novellenbundels publiceerde Dirk Martens drie boeken over ons erfgoed. Van hem onthou ik zijn opmerkelijke bijdrage in het prachtige kunstboek Hubert Minnebo, een vriend (1). Kunst met de belangrijke letter “k” van het kunnen, het ‘vaardige' van vervaardigen. De kunstenaar is op de eerste plaats een ambachtsman. Het is een waarborg tegen de omhoog geblazen luchtbellen van de conceptuele goden.

In 2006 zette hij zijn levenslange fascinatie voor schilderkunst om in daden. Vier jaar later kwam hij naar buiten met een solotentoonstelling van zijn aquarellen. Sindsdien exposeert hij regelmatig zijn landschappen, rustgevend en gewaardeerd om hun schoonheid.

Ik schilder de lege werelden van mijn dromen, landschappen die mij bevrijden. De velden van sneeuw en mos van de Hardangervidda in Noorwegen, de leegte van Zeeland of de gletsjers van Zwitserland. Als ik er ben, schilder ik ze in mijn gedachten. Als ik ze schilder, ben ik er in mijn gedachten”, zegt Dirk Martens over zijn werk.

*

Frans Boenders onderstreept:

Dirk Martens is geen remake van een achttiende-eeuwse schilder van veduta’s. (…) Hij is, weten we, in de greep van de leegte, hij haalt zijn neus op voor gebruiks- of illustrerende kunst: hij wil niets anders dan de zuiverheid van Zen.

Ernest Van Buynder, voorzitter van de Vrienden van het M HKA, situeert het werk van Martens in een breder context:

Door opnieuw in de natuur te stappen en er naar te werken, daagde Dirk Martens zichzelf uit om er de plastische mogelijkheden van de aquarelkunst te onderzoeken, daar een eigen taal in te vinden, en aldus te herformuleren. In zekere zin maakte hij, zonder reactionaire bedoelingen, een tegengestelde beweging: waar de modernistische kunstenaar vertrok van de voorstelling van het fysieke landschap en evolueerde naar een mentaal, voor sommigen abstract landschap, gebeurt in de werken van Dirk Martens een vrijwel omgekeerde beweging.

*

De aquarellen van Dirk Martens aquarellen omvatten niet enkel de lichtende helderheid van gletsjers, Noorse of Zeeuwse landschappen. Er zijn eveneens enkele atypische werken te bekijken, zoals een stilleven of de warme momentopname van de herfst in een park.

Te bezoeken dus of zoals in de Guide Michelin: 'mérite un détour’.

Deze tentoonstelling loopt tot 29 juni in Love2Arts Gallery, Desguinlei 90 te Antwerpen.

Frank DE VOS

  1. http://mededelingen.over-blog.com/article-ontmoetingen-hubert-minnebo-een-passie-van-metaal-114101159.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
2 juin 2013 7 02 /06 /juin /2013 09:45

 Almar-Otten.jpg

 

Gisteren hield Almar Otten een lezing ter gelegenheid van de opening van de pop-up store van boekhandel Praamstra in Deventer.


Boekhandelaar Chrisjan van Marrissing belde mij. Hij was bezig met een persbericht voor de opening van de pop-up store en vroeg of ik al wist wat ik ging vertellen. In een opwelling zei ik: ‘iets over de vrijheid van het lezen en de filosofie van het spannende boek.’ In mijn achterhoofd speelde natuurlijk: daar geef ik ter plaatse wel een mooie draai aan.

Tot ik de mail van Henri-Floris Jespers kreeg. Hij had het bericht gelezen en vroeg, vergezeld van een groet van Hanzestad tot Hanzestad, of hij de lezing mocht publiceren op de Mededelingen van het CDR. Omdat ik die eer niet aan mij voorbij wilde laten gaan antwoordde ik bevestigend en zette mij de avond voor de openingshandeling aan het schrijven.

 

Laat ik beginnen met de vrijheid van het lezen en een prachtig citaat daarover:

Lezen is – naar de oorsprong van het woord en naar de aard van de handeling zelf – een kiezen, een uitzoeken, een bijeenlezen, een plukken. Als er één handeling vrije wilsuiting mag heten dan is het deze.’

Deze woorden zijn afkomstig uit het essay Het Boek, vriend en vijand van cultuurhistoricus Johan Huizinga. Geschreven in 1932.

 

Zijn woorden werden een jaar later op schokkende wijze bewaarheid. Op 30 januari 1933 kwam Hitler in Duitsland aan de macht, op 23 maart werd een wet aangenomen die hem in staat stelde om buiten de Reichstag om wetten te maken, op 10 mei werd het bevel gegeven om boeken die niet aan de eisen van de Cultuurkamer  voldeden te verbranden. Dit gebeurde onder andere in Berlijn  op de Opernplatz, tegenwoordig Bebelplatz, gelegen aan Unter den Linden. In totaal zijn naar schatting 75000 boeken in vlammen opgegaan. Eén van de bekendste daarvan is Im Westen nicht Neues van Erich Maria Remarque, het verhaal over zes jongens die roemloos sterven op het slagveld van de Eerste Wereldoorlog.

 

Het waren vreemd genoeg geen onwetende, machtswellustige generaals of ministers die het achter de boekverbrandingen zaten, maar professoren en andere geletterde academici.

Misschien waren juist zij zich als geen ander bewust van de kracht van een boek.

Boeken zijn namelijk gevaarlijk. Ze doen iets met de geest. Iets waar niemand controle over heeft. Woorden worden in ons hoofd omgezet in beelden, beelden die alleen de lezer zelf ziet. De ontoereikendheid van de taal om de werkelijkheid in alle nuances te beschrijven schenkt de lezer de vrijheid zijn eigen verhaal te maken.

 

Naast de vrijheid om uit een boek je eigen verhaal de distilleren, biedt lezen ook een andere vrijheid. Het kenmerk van een boek is dat het slechts letters bevat, keurig in een rechte lijn achter elkaar geplaatst. Je blik hoeft daarom slechts van links naar rechts over de bladzijde te bewegen. Dat is een makkie. Onze ogen zijn namelijk veel meer gewend. Van het lezen van ondertiteling op de televisie, tot het gebruik van onze smartphones waar alle vormen van informatie op een scherm van een paar vierkante centimeter bij elkaar komen.

In een boek wordt de ruimte tussen de regels en de woorden niet opgevuld met pop-ups of reclameboodschappen. Dat is rustgevend.

Ik heb twee dochters, één van 11 en één van 14. Die hebben, zoals veel moderne kinderen, een druk leven met school, huiswerk, sporten, vriendinnen, televisie, muziek en computer. Dat leidt er toe dat ze zichzelf soms kwijt zijn, overprikkeld en verveeld. Hun eerste impuls op zulke momenten is om de tv aan te zetten of verslavende spelletjes op de Ipad te doen, waar het natuurlijk niet beter van wordt. Een probaat middel om ze weer terug op aarde te brengen is het lezen van een boek. Meestal hoef ik mijn ouderlijk gezag niet te laten gelden om ze het beeldscherm in te laten wisselen voor een verhaal op papier. De woorden in een boek geven de geest ruimte, waardoor de overmaat aan indrukken een uitweg kan vinden.

 

De derde vrijheid van het lezen is het kiezen van het boek dat gelezen gaat worden. Het aanbod aan boeken is overweldigend en zelfs de snelst lezende mens kan maar een fractie van alle beschikbare boeken lezen. Ik lees maximaal 2 boeken per week, dat is maximaal 100 boeken per jaar en dat is, bij leven en welzijn, slechts 9000 boeken in een heel leven. Daarom moet er gekozen worden. En daarin wordt de lezer helemaal vrijgelaten.

Vervolgens heeft de lezer het geluk dat hij het boek niet uit hoeft te lezen. Een lezer mag altijd stoppen. Weglopen uit een theatervoorstelling of film wordt over het algemeen als ongepast gezien en als iemand toch die keus maakt, is het met enige schroom. Van die schroom hoeft een lezer geen last te hebben. Het gaat niemand iets aan op welke bladzijde hij is gestopt. Wat een vrijheid biedt een boek.

 

Kortom, een boek geeft vrijheid. En vrijheid is belangrijk.

 

Voor mijn boek Jeugdzonde heb ik mij ondermeer laten inspireren door Spinoza. Stelling 71 uit zijn Ethica luidt:

Alleen vrije mensen kunnen elkaar zeer dankbaar zijn. Allen vrije mensen hebben voor elkaar het grootste nut, en tussen hen bestaan zeer sterke vriendschapsbanden. Uit liefde proberen zij elkaar in gelijke mate wel te doen en dus kunnen alleen vrije mensen elkaar zeer dankbaar zijn.’

 

Als de hoofdpersoon Lineke daarmee geconfronteerd wordt zegt ze: ‘Het is een zeer krachtige uitspraak met grote geldigheid.’

 

Vrijheid van denken is het centrale thema in Jeugdzonde. Er is daarom ook een rol weggelegd voor de Deventer humanist Johannes van Vloten. In het boek is een zinsnede opgenomen uit de brief waarmee in 1856 het ontslag uit zijn ambt als Rector van het Athenaeum Illustre wordt aangekondigd.

 

Wij achten ons verpligt U mede te delen dat de wijze waarop Gij meermalen Uw gevoelens hebt geuit omtrent zaken van godsdienstige aard en dat ook onlangs hebt goed gevonden te doen bij gelegenheid van de overdragt van het rectoraat, ons voorkomt als uiterst nadelig te moeten werken op het Athenaeum, welks belangen Gij als Hoogleraar verpligt zijt zooveel mogelijk voor te staan en te bevorderen.

 

Van Vloten werd de vrijheid om zijn gedachten te uiten misgund en hij verhuisde naar Haarlem.

 

Dan naar het spannende boek. Gisteren is de maand van het spannende boek begonnen, een hele maand lang aandacht voor een specifiek genre in het boekenlandschap. De Boekenweek, waarin met name de echte literatuur centraal staat, duurt maar een week. Schrijvers die door de mensen met verstand van literatuur in het juiste hokje zijn geplaatst, moeten in 1 week hun slag slaan en treden soms vier tot zes keer per dag op. Thrillerschrijvers hebben daarvoor een hele maand de tijd.

Het is een raar fenomeen, de thriller of het spannende boek. Het deed mij groot plezier dat het laatste boek van John le Carré, A delicate truth door de VN Thrillergids tot beste thriller van jaar werd gekroond. Ik had het boek begin april in Engeland gekocht. Daar stond het in de kast met literatuur en niet in de crimeafdeling. Ook heb ik de afgelopen weken Suikertand (Sweet tooth), het nieuwste boek van Ian McEwan, gelezen. Er is geen misverstand over dat McEwan tot de categorie literaire schrijvers hoort. Ik heb zelden een betere thriller gelezen als Suikertand.


In Nederlandse boekhandels is er een strikte scheiding tussen thrillers en literatuur. Bij Praamstra liggen de thrillers rechts voor in de winkel en de literatuur achterin. Gaat de boekhandelaar alleen af op de NUR-code die de uitgever aan het boek heeft gegeven? Of hanteert hij ook nog andere criteria?

Ik las een interview met een beroemde Engelse thrillerschrijver. Hij zei dat literatuur over gewone mensen ging die gewone dingen doen en thrillers over gewone mensen die slechte dingen doen. Daar kan ik me wel in vinden. Volgens die definitie schrijf ik inderdaad thrillers. In mijn boeken zit altijd een persoon die iets slechts doet. Er wordt ook altijd iemand gedood. En het bevat een aantal gewelddadige scènes.

Het schrijven van geweldscènes is een vreemde gewaarwording. Dankzij de scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid ben ik in staat om me de meest gruwelijke scènes voor te stellen en ze ook nog te beschrijven. Het is mij echter niet duidelijk hoe die scheidslijn precies werkt.

Ik heb de twee werelden aan weerszijden van de scheidslijn een keer aan den lijve ondervonden. Zoals veel mensen ben ik wel eens slachtoffer geweest van diefstal: een fiets, een ingetikt autoraampje, een inbraak. Het riep bij mij vooral boosheid op. Als ik de dief te pakken zou krijgen zou ik zijn armen breken, stelde ik mij in kwade gedachten voor. Een half jaar geleden deed die gelegenheid zich voor. Dankzij een zieke dochter werd ik om vijf uur ’s nachts gewekt. Ze moest overgeven. Tien minuten later lagen we weer in bed en ik luisterde of er nog meer ongemak op komst was. Dat was niet het geval, ze was als een blok in slaap gevallen. Ik hoorde echter wel een vreemd geluid. Het kwam van buiten. Ik herkende het gepiep van de schuurdeur. Er liep iemand door de tuin. Klaarwakker sprong ik uit bed en rende blootsvoets naar beneden. Het was pikkedonker en op gevoel liep ik naar de achterdeur. Ik ging voor het raam staan en deed de buitenlamp aan. Tot mijn niet geringe verrassing stond ik oog in oog met een roodharige man die net zijn schroevendraaier tussen de deur zette. Hij keek mij aan alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, misschien in de veronderstelling dat ik mij om zou draaien en de politie ging bellen. Maar dat kwam niet in mij op. Ik draaide de deur van het slot en stortte mij met een kreet op de inbreker. Die was daar niet op bedacht. Hij viel en maakte paniekerige steekbewegingen met zijn schroevendraaier. Ik was ontzettend helder en wist dat er in het houthok een bijl lag. Twee stappen opzij en ik kon de inbreker inderdaad zijn armen breken. Maar ik deed het niet. De boosheid was verdwenen. ‘Klootzak,’ zei ik en ging terug het huis in.


Als ik deze scène nog een keer gebruik in een boek, weet ik zeker dat ik de bijl wel zou pakken en de inbreker in grote woede één of twee van zijn vingers zou afhakken. Nu ik dit zo opschrijf zie ik het levendig voor me. In mijn hoofd krijgt hij alsnog zijn verdiende loon.

Misschien is dat wel de filosofie van het spannende boek. Het aftasten van de grens tussen verbeelding en realiteit. En is het de uitdaging voor de schrijver om die grens zo dicht mogelijk te naderen.

Almar OTTEN

A_prev-heel-doosje.jpg

Almar Otten oogstte eerder alom lof voor zijn vier politieromans over de Deventer moordzaken: het vierde deel,Lied van angst,werd in 2010 genomineerd voor de Diamanten Kogel. Na dit kwartet koos Otten voor een andere uitgever en een andere protagonist.Blauw goud(Luitingh-Sijthoff, 2012) werd bekroond met de Diamanten Kogel 2012. Dit jaar verscheen Jeugdzonde.

http://mededelingen.over-blog.com/article-diamanten-kogel-gaat-naar-blauw-goud-van-almar-otten-113317754.html

www.diamantenkogel.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
1 juin 2013 6 01 /06 /juin /2013 18:47

 

Sprankelend-licht-.JPG

Zaterdagmiddag werd in de Zwarte Zaal van het Fakkeltheater aan de Reyndersstraat in Antwerpen de tentoonstelling Sprankelend licht! van de grafica Niki Faes officieel geopend. Bij die gelegenheid werd tevens de bibliofiele uitgave ver hulde woorden voorgesteld. Dat is een reeks gedichten van Tony Rombouts met monochromen van Faes.

Het-eerste-exemplaar-was-voor-Christiane-Faes--de-weduwe-va.JPG

Het eerste exemplaar werd overhandigd aan Christiane Faes, de weduwe van Ivo Michiels, aan wie het project is opgedragen. Daarna las Rombouts drie van de verzen uit de door de primaire kleuren geïnspireerde cyclus voor, waarna hij voor wie dat wilde een exemplaar signeerde.

Tony-Rombouts-signeert.JPG

Er was veel belangstelling uit artistieke hoek. Onder de aanwezigen onder meer Marc Andries, Bert Bevers, Agnes Hagnos, Renée Van Hekken, Ben Klein, Pierre Magis, Roger Nupie, Sonja Nys, Willem Persoon, Veerle Rooms en Rudy Witse.

 

De tentoonstelling is te zien tot 30 juni, en is iedere speeldag toegankelijk van 19.00 tot 24.00 uur, alsmede op afspraak: 0495 – 94 19 38

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
31 mai 2013 5 31 /05 /mai /2013 12:00

 

Metrische-mijmering.JPG

Ik maakte eerder dan via boeken met de Griekse mythologie kennis via de film. Ik mocht al lang voor ik ernstig kon lezen met pa mee als er matineefilms werden gedraaid die hij geschikt voor me achtte. Aan die periode heb ik ook mijn fascinatie voor verfilmingen van de avonturen van Herakles, de Argonauten, Perseus en dat soort figuren te danken. Uiteraard zoog ik die later ook uit boeken op. Ik voelde me met mijn in de Roxy opgedane ‘kennis’ van de Griekse oudheid alleszins bijzonder rijk toen we in de eerste klas van het Rooms-Katholiek Gymnasium Juvenaat Heilig Hart met de geschiedenis van de oudheid, en later tijdens de lessen Grieks met de Illias en Odyssee van Homerus, werden geconfronteerd. Ik heb de metrische vertaling van dr. Aegidius W. Timmerman die we gebruikten nog steeds in de kast staan: “Wrok, zij uw zang, o, Godin, de moordende wrok van Achilles, / Peleus’ zoon die talloze rampen de Grieken bereidde, / Vele krachtige heldenzielen ten prooi zond aan Hades, / ’t Lichaam wierp tot een buit voor de honden en roofvogels, allen… / - ’t Raadsbesluit van Zeus werd volbracht – terstond na de tweespalt, / Waar de verwijdering tussen d’Atride, beheerser van mannen, / Eerste oorsprong in vond, en Achilles, de zoon ener Godheid….”. Je zou, bedenk ik me nu, van minder poëzie gaan schrijven….

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
31 mai 2013 5 31 /05 /mai /2013 07:00

 

Lang-geleden.jpg

Hoewel ik – omdat ik dankzij mijn vader als klein manneke al vertrouwd was met de bioscoop – de televisie van het begin af aan ersatz-cinema vond, was ik wél gefascineerd door de lichtbeelden waarop Juffrouw Van Boesschoten, mijn onderwijzeres in de eerste klas van de Pius X-school, ons regelmatig vergastte. Ik keek daar zeer graag naar. Misschien vond ik ze extra aantrekkelijk, gewend aan bewegende beelden als ik al vroeg was, omdat ze stíl stonden. Van Juffrouw Van Boesschoten leerde ik (en daar zal ik haar eeuwig dankbaar om zijn) lezen. Eerst via de letterdoos, dan via Oki & Doki van die brave Henri Arnoldus (hoewel: op zoek naar een illustratie ontdekte ik zojuist dat hij een ander deeltje voorzag van de titel Oki en Doki bij de nikkers – daar zou hij nu niet meer mee wegkomen) en dan via zoiets onvergetelijks als Nils Holgerssons wonderbare reis waarmee ze ons kennis liet maken door er uit voor te lezen en daarbij lichtbeelden van het verhaal te vertonen....

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
30 mai 2013 4 30 /05 /mai /2013 12:00

 

HFJheylen1.jpg

Reeds vanaf het ontstaan van Culturele Kring Exlibris is Henri-Floris Jespers niet alleen een trouwe bezoeker van onze activiteiten maar ook een door iedereen gewaardeerd spreker.

Bij het 20-jarig bestaan vereerde Philip Heylen ons met zijn belangstellende aanwezigheid.

Onlangs drukte hij de wens uit om nog eens in ons midden te vertoeven.

Henri-Floris Jespers wil deze gelegenheid aangrijpen om de schepen grondig te interviewen over het Antwerpse culturele leven.

Dit tweegesprek zorgt zeker voor een boeiende avond waarop we u allen van harte uitnodigen.

Het gesprek gaat van start op woensdag 5 juni vanaf 20 uur stipt.

Cafetaria DC De Vrijgeweide (gelijkvloers, links naast de ingangsdeur), Luitenant Lippenslaan 59, 2140 Borgerhout.

Joke VAN DEN BRANDT

PR - Culturele Kring Exlibris

ExLibrisLogo.jpg

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
30 mai 2013 4 30 /05 /mai /2013 07:41

 

BLOG209.jpg

Het is weer zover. De jongste aflevering van Mededelingen van het CDR  (meer dan12.000 woorden) werd gisteren elektronisch verzonden. De abonnees op de papieren editie ontvangen normaliter vandaag hun exemplaar.

Lucienne Stassaert werkt aan een boek memoires. In exclusiviteit voor onze abonnees publiceren wij het (voorlopig...) laatste hoofdstuk, “Februari 2013”, waarin de dood van haar kater Loepsie centraal staat:

Ik heb een nieuw testament opgesteld. Toen ik het vorige redigeerde, was wat er na mijn dood met Loepsie moest gebeuren nog een van de voornaamste thema’s. Vandaag, een week na zijn dood, voel ik me niet zozeer overmand als aangerand door verdriet.

Op enkele weken tijd verschrompelde hij gewoon van ouderdom; ondanks een zestal inspuitingen, die hem nieuwe kracht hadden moeten inblazen, werd hij met de dag zwakker, passiever en op een ongewone manier onverschillig voor al mijn inspanningen om hem in leven te houden.

Ik wil, ik moet er iets op vinden dat mij helpt zijn dood te aanvaarden. Hoe en wanneer kan ik op dit moment niet beslissen. Nergens vind ik rust, niet hierbinnen en ook niet buiten. Het is alsof ik voor mezelf op de loop ben. Doorwerken lijkt me de enige oplossing om de leegte te lijf te gaan.

*

Zowel Pruts Lantsoght als Lucienne Stassaert werden geteisterd door zwaar verlies. “La cérémonie des adieux”, nogmaals. Met de jaren worden we niet gespaard. Dezer dagen spookten dan ook haiku's van Lucette M. Oostenbroek:

o, dit voorjaarslicht

glanzend op je doffe vacht,

kleine dode poes –

Voor wie eenmaal in de ban van katten is, wordt elke dag met hen doorgebracht als een feest. Ik kan mij alleszins troosten:

met een diepe blik

troont poes op mijn woordenboek

tegen etenstijd

PoesindePen.jpg

Lucette M. Oostenbroek, Poes in de pen. Haiku, 's-Gravenhage, Nijgh & Van Ditmar, 1985, 40 p. Met illustraties van Ella van Schaik.


Naast een aantal topics die hier al op de blog onder de aandacht werden gebracht (o.m. Hugo Claus en de politiek, de Herman J. Claeys-prijs, Ernst Jünger...) worden in de rubriek 'Necrologisch' vormgever Jean-Jacques Stiefenhofer, acteur Jérôme Reehuis en “word performer” Soetkin Soethoudt a.k.a. Medusa Su Su herdacht.

Erik van Herreweghe schetst het portret van Rik Lanckrock (CDR-medewerker, zie Mededelingen 203 en 204) zoals hij hem gekend heeft:

Wat mij echter vooral bijblijft is Riks grote passie voor het volkstoneel, een passie die ik graag met hem deelde. Dat wij een eminent voorvechter van deze theaterkunst in onze stad hadden, in de persoon van Romain Deconinck, was dan ook een godsgeschenk. We hadden beiden dikwijls een discussie over op welke manier men het beste deze ondergewaardeerde theatervorm kon steunen.

Het gedicht van vaste CDR-medewerker Hendrik Carette 'Het theater na de dood van Tadeusz Kantor' bracht mij de dichtbundel De dodenklas van Freddy de Vree in herinnering, verschenen in de herfst van 1977 bij Pink Editions & Productions, met typografische aanwijzingen van Mark Verstockt. Freddy, een zwaar onderschat dichter, had het over de behandeling door Kantor 'van mannequins als een stadium tussen auteur en toeschouwer, in beweging zijn en immobiliteit, herinnering en symbool'.

*

Uit uw talrijke reacties die wij mogen ontvangen (rechtstreeks via de blog of via de FaceBook-pagina 'Mededelingen') blijkt voldoende dat onze inspanningen gewaardeerd worden. (Tussen haakjes, de column van Guido Lauwaert, 'Filip loopt', kon al enkele uren na publicatie op meer dan 240 “unieke bezoekers” bogen ...)

U krijgt dat allemaal kosteloos aangeboden door het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie. Indien u ook belangstelling voor de bijdragen die niet online gepubliceerd worden en onze arbeid waardeert, dan steunt u ons door te abonneren op de pdf-editie van het tijdschrift. Voor een luttele 6 € per maand krijgt u dan twee afleveringen per mail toegestuurd. Waarom kozen we voor een maandelijks abonnement? Eenvoudig: indien u ontgoocheld bent, kan u meteen uitstappen. (Het staat u uiteraard ook vrij te abonneren voor een periode van drie, zes of twaalf maanden.)

Deelname aan de kosten te storten op rekeningnummer 320 – 0084130 – 04 ten name van C. Lantsoght IBAN BE10 3200 0841 3004.

Een proefexemplaar kan aangevraagd worden via mededelingen@lebacq.com

Henri-Floris JESPERS

Hoofdredacteur

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
29 mai 2013 3 29 /05 /mai /2013 07:33

 

familie.jpg

De kroonprins heeft gelopen. Het werd het nieuws in geslingerd met de kracht of er een man naar Mars is vertrokken. Terwijl Filip maar twintig kilometer heeft afgelegd. Op z’n dooie gemakje, met rond zich bodyguards die hem af en toe een duwtje in de rug gaven en hem aan een pepflesje lieten zuigen.

Heeft het volk zich al afgevraagd wie voor die sporttenue zijn beurs trok? Niet hijzelf, al beweert het hof bij hoog en laag dat hij de aankoop met zijn eigen pinkaart heeft gedaan. Filip noch iemand anders van de koninklijke familie heeft ooit zelf iets geschoven. Van bij het aantreden van de eerste Belgische vorst is de bevolking opgedraaid voor de kosten. Wat de jeugdclub en het ouderlingengesticht van Laken bijeen heeft geschaard, zelfs het geld op de eigen rekeningen, komt uit de Belgische staatskas. Is dus door de burger betaald. Applaus en gejuich is dus volkomen misplaatst.

Alles wat een lid van het hof doet is uitgekiend om zand in de ogen van het volk te strooien. Vanaf de aankondiging van Beatrix dat haar zoon Willem-Alexander de rijksappel kreeg, heeft de promomachine van het Belgische hof een groot onderhoud ondergaan. Bovendien werd er extra personeel, koffie en kaarsen besteld. Adviesbureaus moesten advies geven. En gaven die ook. Met als eerste advies: In plaats van parades moeten er wijkfeesten zijn; geen beter podium dan de straat. En niet morgen maar vandaag. Waar is de hometrainer en wie is de kinesist?

Want… dit of volgend jaar, er komt een troonswisseling. En na een nar met een kroon op het hoofd komt er een primitief op de troon te zitten. Alle zeilen moeten daarom worden gehesen. Filip heeft niet toevallig in Brussel gelopen. Hij heeft, pardon, zijn adviseurs hebben voor de gulden middenweg gekozen. Zodat er geen heibel kan over ontstaan. Zijn loopje is dus eerder symbolisch dan sportief. Aan de eindstreep stond zijn vrouw en kroost hem op te wachten. Wat een idyllisch tafereel. Kijk eens hoe dicht ons vorstenhuis bij het volk staat.

Zoollikker van beroep Herman De Croo zegt dat Filip weliswaar wat houterig overkomt maar in beperkte omgang een normale man is, doodgewoon en aimabel. Nou, zo heb ik er in mijn straat ook enkele wonen, waarvan eentje rondloopt met een enkelband. De erudiete letterenpaus Jozef Deleu heeft op vraag van koning Boudewijn prins Filip ooit les in Nederlands en geschiedenis gegeven. Na zes seances vroeg hij om in Rekkem te mogen blijven. Filip kon de naam van Deleu niet eens onthouden. Alle middelen zijn aangewend om de kroonprins wat stijl en kennis bij te brengen. Wat heeft het opgebracht? Naast zijn lage ontwikkeling is hij op bevel van nonkel Boudewijn stuk gerepeteerd.

Terwijl half België trots is op de prestatie van Filip – hij is toch de modelbelg, zou de kerel en zijn familie beter uitgejouwd en verdreven worden. In wezen stond hij enkel zichzelf en zijn familie te promoten. Zodat hij verzekerd blijft van een riant salaris voor een minimum aan prestatie. Hoeveel heeft dit artificiële land ooit teruggezien van het kapitaal dat het in de Coburgs heeft gestoken? Een lid van het koninklijke boerenhof komt ter plaatse na een ramp, schudt handjes, Mathilde aait kinderkopjes, Filip staat met zijn mond vol tanden en een kwartier later gaan ze met zijn allen weer naar hun beschermde werkplaats. Het is peanuts in vergelijking met wat de familie Coburgs voor het grootkapitaal heeft gedaan. Voor de bankiers en grote bedrijven die nauwelijks tot geen belasting betalen. Waar ze ook niet vies van zijn. Tot op hun doodsbed zoeken de Coburgs en hun aanhangwagens naar sluipwegen om hun zoetverdiende centen in hun favoriete godshuizen te parkeren, ver weg van de vermaledijde inquisiteurs van de belastingen.

Het volk wordt sinds kort kapot geknuffeld met publieksvriendelijke initiatieven. Boer, let op je kippen! Daarenboven wordt keihard op de spijker geslagen met een knoert van een hamer, zodat maar blijft klinken: De beste oplossing voor dit land is een koning; iemand die boven het volk en de wet staat. Wat een lulkoek. Als een franstalige premier kan zijn, waarom kan een president dan geen Vlaming, Waal of Brusselaar zijn? Herman Van Rompuy is het beste bewijs dat een mens zich van zijn land kan losmaken en het hogere belang dienen. In zijn geval, Europa.

Kortom. Aan de dieren van Planckendael valt meer te verdienen dan aan die van de zoo van Laken. En het volk maar wuiven. Naar het balkon, naar een prinses met een glimlach made in Disneyland en een lopende prins die misschien onderweg de bus heeft genomen, want er valt een gat in de verslaggeving. En zijn outfit was vóór het gat anders dan er na. Zodat hij nog lekker fris leek bij de aankomst.

Het deed me denken aan de laatste Bourbon-koning van Frankrijk. Louis XVIII heeft honderd dagen in Gent gewoond. Hij was niet dik maar héél dik. Bezoekers konden langs de eetmaal passeren - mits betaling -  en een blik werpen op de etende vorst. Die door het optillen van zijn mes en vork verschrikkelijk zweette. Een lakei stond erbij en dopte het zweet. Een spotnaam hadden de Gentenaars gewoontegetrouw gauw gevonden: Louis Dieswiet.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
28 mai 2013 2 28 /05 /mai /2013 14:52

 

Cinema-Trivia.JPG

Tom Mix (1880-1940) was een van de favoriete filmsterren van mijn vader, toen die nog erg jong was. Ik herinner me dat hij dat wel eens vertelde, en dat ik totáál geen beeld had bij die man. Eigenlijk moet ik nog steeds eens googelen. Waarschijnlijk een Roy Rogers-achtig type, in flamboyant wit met overmaatse Stetson, het soort held dat jongetjes in de Lage Landen, die cowboys tot dan alleen uit de boeken van Karl May kenden, indrukwekkend vonden. In Halliwell’s Who’s Who In The Movies staat onder Mix’s naam in elk geval een fraai citaat, van ene Robert Sherwood, waarom ik wel kon grinniken: “They say he rides like part of the horse, but they don’t say what part.” Hoe kom ik hier nu op? Wel: ik bekeek, en met bijzónder veel plezier, de waarlijk prachtige film Berlin, die Symphonie einer Großstadt van Walther Ruttmann, uit 1927. Een caleidoscopische blik op Berlijn (zoals Rien que les Heures die in datzelfde decennium van Parijs gaf). In minuut 53 zie je een cinema in beeld, die in grote letters Tom Mix aanprijst. Welnu, zo kwam ik tot deze Cinema Trivia. Spoel beslist niet zomaar naar de genoemde minuut. Berlin, die Symphonie einer Großstadt is hélemaal de moeite waard. Een poëtische weergave van een stad tussen twee oorlogen, en een waarlijk impressionant tijdsdocument. Wunderbar!

http://www.youtube.com/watch?v=j76FNxsJlt8&list=PL282790E5FE48E82A

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
27 mai 2013 1 27 /05 /mai /2013 19:00

 

Johan Simons

Johan Simons opnieuw artistiek leider NTG


Na vijf jaar München, als intendant van Münchner Kammerspiele keert Johan Simons terug naar het NTGent.

Guido Lauwaert heeft dit al op 18 april hier voorspeld.

http://mededelingen.over-blog.com/article-keert-johan-simons-terug-naar-gent-117179084.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche