Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
29 juin 2013 6 29 /06 /juin /2013 20:00

 

main_015.jpg

Geumhyung Jeong

 

De voorstelling van Meg Stuart heeft me niet geraakt. De dame kent haar vak, maakt ongetwijfeld prachtige dingen, maar ze zijn wit of zwart, kleur- en gevoelloos. Met als gevolg dat je er voor bent of je bent er niet voor.

De boodschap is wel duidelijk. Built to Last confronteert de spelers en dansers, en via hen de toeschouwers, met diverse periodes uit de westerse muziekgeschiedenis. Composities schetsen net als schilderijen en romans een tijdsbeeld. Niet alleen met hun verhaal, hun beelden, maar ook door hun techniek. Tijdens de Renaissance werd er een ander soort muziek geschreven dan in de Barok.

Wat Meg Stuart wil aantonen is dat de huidige mens een gevoelsomslag maakt, telkens hij met een periode in aanraking komt. Als uitgangspunt interessant, als het goed uitgewerkt is. En dat was het niet. Dat zag je ook aan het publiek. Op de driehonderd aanwezigen, waren er vijftig die de zaal vroegtijdig verlieten, tweehonderd die na afloop slap reageerden en vijftig die een staande ovatie gaven, alleluja riepen en bleven voor een nagesprek. Ze konden er zo te zien niet genoeg van krijgen.

Uit wat er toen gezegd is - tijdens de dialoog tussen de moderator, de vasthouders en de spelers/dansers en Meg Stuart – blijkt voor de zoveelste maal dat je een uitleg voor alles hebt. Benaderingen waarmee je van een stort een museum maakt. Helaas, dat soort praatjes zijn niet aan deze jongen besteed. Gerard Reve vatte dat soort visies en de toelichtingen daarop, binnen zijn vakgebied maar het is grensoverschrijdend toepasselijk, zeer goed samen: Mulisch is Vulisch.

Wat de voorstelling betreft, is heel wat techniek en dramatiek voorspelbaar. Er hangt een conceptueel ‘kunstwerk’ boven het speelvlak, voorstellende planeten en hun manen draaiend rond een prisma. Dat knutselwerk gaat vast draaien, denk je nog voor je neerzit. En ja hoor. Goed en wel een kwartier bezig of de bollenwinkel zet zich in beweging. Achteraan zie je half weggestopt een mistmachine staan, en ja hoor, goed en wel een half uur ver of de machine begon te spuiten. Door de rook konden de dansers naar hartenlust verdwijnen en verschijnen. Niet één keer, geen twee keer maar vier maal, al kan het ook vijfmaal zijn. Als het inlevend gevoel daalt, raak je ook de tel kwijt.

Van Ludwig van Beethoven, Sergei Rachmaninoff, Iannis Xenakis, Meredith Monk, Arnold Schönberg, Antonin Dvorák, Richard Strauss werden fragmenten gebracht waarop de spelers telkens anders rondhuppelden. Logisch, zelf ik, een man zonder maatgevoel, voor wat muziek betreft althans, reageert anders op een polka dan op een wals. Wat het spreekgedeelte aangaat, dat waren niet meer dan woordgrapjes waar Geert Hoste het patent op heeft.

Ach, weg ermee. Wacht even, toch nog dit: over de acteurs/dansers niets dan lof. Hoed voor ze af. Wat koud was maakten ze niet heet, niet warm, maar wel lauw.

Heel wat interessanter was de voorstelling die ik een paar uur eerder zag. 7 Ways van de Zuid-Koreaanse danseres Geumhyung Jeong. Geen decor, geen mist, geen muziek. Het geluid bij de bewegingen van haar lichaam ís de muziek. Wat in het programmaboek staat klopt als een zwerende vinger: zij haalt de kracht van de voorstelling uit haar lichaam. Dansen in de zuivere zin van het woord doet ze niet. Ze verheft de elegantie van haar lichaam tot dans. In zeven stappen toont ze evenveel facetten van de liefde en gebruikt simpelweg wat attributen waarvan het voornaamste een masker van een vrouwenhoofd is, die ze aan het begin over een voet schuift, door het samenspel van haar beide voeten. Haar hoofd is vaak weggeborgen, haar benen worden armen en haar armen benen. Vanuit het minimale haalt ze het maximale, op zulke wijze dat het publiek meer dan eens verrast werd en spontaan begint te lachen. Er was geen houden aan.

Deze jonge danseres… Geumhyung Jeong – zij gaat het maken, hand erop – verdient een rondreis langs alle theaters van het niveau Campo, Kaaistudio en Monty, de zomerfestivals, om via die weg door te stoten naar de tweede plateaus van de schouwburgen en kunstencentra.

Van al de voorstellingen die ik op dit festival zag, behoort 7 Ways tot de top drie. Vanavond naar de laatste, Marketplace 76, van Needcompany. Ben benieuwd. Zodat ik u morgen, in een laatste brief, kan zeggen wie goud haalt, zilver of brons.

Guido LAUWAERT

Poznań, 29 juni 2013

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
28 juin 2013 5 28 /06 /juin /2013 18:41

 

De-GeelZucht-ploeg.-Van-links-naar-rechts-Frank-Pollet--Wil.JPG

De GeelZucht-ploeg. Van links naar rechts Frank Pollet, Willie Verhegghe,

Fleur De Meyer, Bert Bevers en Miel Vanstreels

 

Voor het vierde jaar op rij volgt de blog GeelZucht  op poëtische wijze de Tour de France op de voet: de deelnemende dichters verplichten zich om ten laatste om 19.00 uur een vers vers over de etappe van die dag online te plaatsen. GeelZucht  is een project van Frank Pollet, die zelf voor de vierde keer meedoet. In 2010 kreeg hij de medewerking van Patrick Cornillie, Norbert De Beule, Paul Rigolle en Willie Verhegghe, in 2011 die van Patrick Cornillie, Norbert De Beule, Sylvie Marie en Paul Rigolle. Vorig jaar bestond de ploeg uit Yella Arnouts, Bert Bevers, Patrick Cornillie, Frank Pollet en Willie Verhegghe. Het GeelZucht-team dat morgen uit de startblokken schiet bestaat uit de ‘debutanten’ Fleur De Meyer en Miel Vanstreels en de ‘veteranen’ Bert Bevers, Frank Pollet en Willie Verhegghe.

Na afloop van La Grande Boucle verschijnen de gedichten die op de blog werden geplaatst, aangevuld met van iedere dichter een ongepubliceerd werk, in boekvorm. GeelZucht IV wordt op zondag 18 augustus aanstaande voorgesteld in het Centrum Ronde van Vlaanderen (CRVV) in Oudenaarde.

De blog is overigens altijd online, maar slechts in de periode van de Ronde van Frankrijk ‘in werking’. Bijdragen van gastdichters zijn van harte welkom.

Zie: www.geelzucht.wordpress.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
28 juin 2013 5 28 /06 /juin /2013 06:40

 

Alain-Germoz-24-mei-2012-bis.JPG

Foto:Bert Bevers, 24 mei 2012

 

Woensdag in de late middag vernam ik dat de toestand van Alain Germoz, getroffen door een hersenbloeding, kritiek was. Gisteren middag ging ik met Pruts naar het ziekenhuis Middelheim. Alain was nog altijd niet bij bewustzijn, en het was mij meteen helaas duidelijk dat het einde nabij was. Als een gigant lag hij daar in een kale kamer. 's Avonds rond 22 uur meldde Dirk Schiltz mij dat Alain zopas overleden was.

Op 6 juni had Alain met uiterst verzwakte stem aan zijn vrienden Renaat Ramon en Lieve toegefluisterd dat hij tussen zijn boeken wilde sterven...

*

De Fransschrijvende Antwerpenaar Alain Germoz (°1920, pseudoniem van Alain Avermaete), was journalist, toneelschrijver, aforist en dichter. In de winter van 1992 richtte hij het tijdschrift Archipel op (“om zich het leven te bemoeilijken”), waarbij hij resoluut koos voor een anthologische formule, waarbij uitsluitend creatieve teksten in aanmerking kwamen. Hiermee gaf hij te kennen dat de uitdijende (postmodernistische) woekering van teksten over teksten hem hoog zat.

Alain Germoz hield niet van veralgemeningen en nog minder van 'zekerheden'. Hij schuwde abstracties omdat al te vaak bleek dat ze dodelijk zijn. Elke dag dompelde hij zich in de actualiteit om dan weer het pad naar de tijdeloosheid te bewandelen. Boeken waren zijn natuurlijke biotoop. Hij bestempelde zichzelf als lui, maar voortdurend ontdekken bleef niettemin zijn geliefkoosde bezigheid.

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
28 juin 2013 5 28 /06 /juin /2013 04:09

 

foto.JPG

Van l. naar r.: Wybrand Ganzevoort, Guy Vandenbranden,

Paul Van Hoeydonck,

Mark Verstockt en Cel Overberghe

(Foto: Jan Scheirs)

 

Gisteren waren enkele tenoren van de naoorlogse Belgische kunstscène persoonlijk te gast bij Callewaert-Vanlangendonck Gallery.

 

Invitation-G58---De-Nieuwe-Vlaamse-School.jpg

 

 

'58 An international avant-garde'. Callewaert-Vanlangendonck, Wolstraat 21, 2000 Antwerpen. Opening op 27 juni van 19 tot 23 uur. Tot 14 september. Van woensdag tot zaterdag, van 13 tot 18 u.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
28 juin 2013 5 28 /06 /juin /2013 03:52

 

Romeo-Castellucci.jpg

Romeo Castellucci

 

Zo, het beste hebben we gehad. Tenzij Needcompany zaterdag met Marketplace 76 roet in het eten komt gooien. Dan moet het wel roet zijn uit een heel stijlvolle en superbe schouw zijn, want wat Romeo Castellucci voor zijn gezelschap gemaakt heeft, is van een hogere orde.

The Four Seasons Restaurant is een voorstelling die elke theaterliefhebber zou moeten zien. Komaan, Kaaitheater, deSingel en Vooruit, sla de handen in elkaar en haal deze productie volgend seizoen in huis. De jaarprogramma’s zijn al gedrukt, maar gaten in de agenda zijn er altijd. Castellucci is jullie niet onbekend en wonderen bestaan als je de kracht ertoe hebt om ze te realiseren.

De voorstelling is geïnspireerd op een aantal abstracte werken van Mark Rothko met dezelfde naam. De schilder maakte ze in 1958 in opdracht van de Seagram Building in New York. Vanuit dat meervoudig schilderij vertrok Castellucci om een denkbeeldige reis te maken. Een ruimtereis die de toeschouwer tot ver voorbij het 1001ste sterrenstelsel brengt. Alweer verscheen een film op het voortoneel van het geheugen van uw verslaggever: 2001, A Space Odyssee van Stanley Kubrick. Die man blijft cineasten en theatermakers inspireren. De computer HAL van het ruimtetuig die aan het eind van de film door de enig overgeblevene ruimtevaarder op hol slaat en de ziel van Big Bang zoekt, is het begin van de voorstelling. Het ruimtetuig komt niet in beeld, maar is wel denkbeeldig aanwezig door een aanzwellend muzikaal geruis dat de stoelen van de zaal haast door hun poten doen zakken.

Net als in de film van Kubrick wordt een nieuwe wereld gevonden. Het is deze maal geen cleane woonruimte maar een witte gymzaal waarin een voorstelling plaatsvindt, een theatrale bewerking van het dramatische gedicht van Friedrich Hölderlin, De dood van Empedocles. Voor de korte inhoud, sla aan het Googlen. Wat Castellucci er van heeft gemaakt is een verfijnde voorstelling waarin tien vrouwen optreden, een levende hond [die prachtig acteert] en een opgezet dood paard [een van de vier van de Apocalyps?]. Het verhaal en het bijhorend spel is volkomen absurd en ongeloofwaardig, maar dat gevoel wordt overtroffen door een ongelooflijk prachtige gratie, ongetwijfeld verwant met deze van Paolo Pasolini. Het is de bedoeling dat de kijker zijn eigen voorstelling maakt, hij kan niet anders want Castellucci dwingt hem daartoe.

Eenmaal de interpretatie van het gedicht van Hölderlin ten einde, blijkt het een voorstelling in de voorstelling te zijn. Het toneelgordijn schuift dicht maar gaat weer open en toont een zwarte ruimte en opnieuw komt de toeschouwer terecht in de ruimtereis. Hij suist recht de ziel van Big Bang in, die een kolkende zee blijkt te zijn. Voor Castellucci is water de bron waaruit alles ontstaan is en blijft ontstaan. Wat wij als mens meemaken is maar een fractie van de eeuwige geboorte, voortkomende uit de vrouw en haar vruchtwater. Alweer moet de toeschouwer zijn verbeelding te hulp roepen. En gelijk heeft de regisseur, want de mens heeft al heel wat ruimtetuigen een blik gegund van wat voorbij ons zonnestelsel huist, maar die blik is nog onscherp. Er is al veel gezien zonder dat er iets gevonden is. De wetenschapper moet het stellen met vermoedens, de toeschouwer met verbeelding. Tussen beide zet Romeo Castellucci zijn droom, die omkranst wordt met het lied Nacht und Traüme van Franz Schubert. Boven de krans klinkt als afsluiter het slotlied uit de opera Tristan und Isolde van Richard Wagner: De dood van Isolde.

Wat logisch is, in het licht van het concept, maar tegelijk verantwoording aflegt van dit verbluffend spektakel. Zoals Wagner met deze opera brak met de traditionele harmonie en tonaliteit, heeft Castellucci met The Four Seasons Restaurant een nieuw sterrenstelsel gevonden in het al rijke firmament van het totaaltheater.

Guido LAUWAERT

Poznań, 28 juni

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
26 juin 2013 3 26 /06 /juin /2013 14:31

 

Mikiko.jpg

Mikiko Kawamura

Het Belgisch weer heeft mij gevonden. Het heeft dinsdag de hele dag geregend. Alle openluchtattracties vielen in het water. Maar het werk roept. De deur uit, drie voorstellingen wachten op me, en een afspraak met een veelzijdig kunstenaar, betreffende een project, waarover later meer.

Mikiko Kawamura is a rising star of Japanese dance,’ is de eerste zin van het blokje uit de festivalcatalogus. Een danseres die het liefst alleen in de vele zonnen van het theater staat. Ze is geboren in 1990 en heeft al heel wat bekers in haar prijzenkast staan. Haar kunstcarrière begon met breakdance, maar gaandeweg vond ze haar eigen dans. Zelf omschrijft ze die als een meisje spelend in een denkbeeldige wereld. Alphard is de naam van haar solodans. Waar ze de belangrijkste ster van de onderwereld, Hydra, mee bedoelt. Een slang met vele hoofden. En dat is ze ook, al dansend. Ze kronkelt van lichtvlek naar lichtvlek, de toegang versperrend voor schepsels van Mars, al kan het ook Pluto zijn, want met die Japanners weet je nooit. Ze verdient er de vele sauzen van haar shuhi’s mee, en dat is haar gegund. Maar wijzer worden wij, toeschouwers, er niet van. Het mooiste aan haar voorstelling was de wijze waarop ze groette: snokkende, korte buigingen. Een Amerikaanse professor in de theaterwetenschappen naast me, vroeg waar ik vandaan kwam voor het applaus zijn laatste adem uitblies en welke mijn volgende voorstelling was.

Feed. Van Kurt Henschläger. Uit Chicago. Hij mixt graag klankgroepen met videoprojecties, een eigen vorm van animatiefilms. De voorstelling heb ik niet gezien maar wel gehoord. Elke toeschouwer moest een formulier invullen [naam en voornaam, geboortedatum, land van herkomst], dat je onderaan moest dateren en signeren. Het was in het Pools opgesteld, maar de verantwoordelijke van de voorstelling vertelde in het Engels de hele zwik op papier en maakte er een beknopte versie van. De organisatie was niet verantwoordelijk voor gehoorschade en mensen met hartproblemen betreden op eigen risico de zaal. Ik weigerde te tekenen en dat is de reden dat ik 45 minuten heb staan verzuilen in het ijskoude voorgeborchte van de zaal. Toen de eerste mensen na een half uur buitenkwamen vroeg ik of ze vluchtten voor de dreunende vibraties uit evenveel klankkasten als dat er toeschouwers waren. Daarom niet alleen, zei een Parijse fotograaf waar ik voorafgaand aan de voorstelling een praatje mee had gemaakt en die het huis Roularta kende. Van zijn Franse uitgaven, waar hij soms foto’s voor maakte. Hij was er onderuit gemuisd omdat hij geen foto’s kon maken. Het eerste kwartier speelde zich af in complete duisternis waarin een smog werd gespoten die de toeschouwers bij de keel greep en zich in het haar vestigde en van daaruit aan een afdaling begon. Eindelijk enig licht in de duisternis. Een spel van alle tinten van een zwartgrijze regenboog. De bedoeling van het geheel was een gevoel te scheppen waarin je alle houvast, de letterlijke en de figuurlijke, verliest. Nou, die wilde hij niet kwijt en daarom was hij vertrokken. Hij vroeg me welke mijn volgende voorstelling was. Ha, dezelfde als die van hem. Wij samen op stap.

Mush-room van Grace Ellen Barkey & Needcompany. Eindelijk lol en, figuurlijk, warmte. Een anderhalf uur durende trip van acht dansers [m/v] onder uiteraard artificiële invloed van drugsvriendelijke paddenstoelen. Ze kunnen er nooit genoeg van krijgen. Ze plukken en eten ze en zien ze zweven en dansen en slaan kreten uit en vertellen verhalen, eigen aan junks. De voorstelling is al besproken door een collega, vermoed ik, maar toch een korte impressie. Van een wereld, verwant met die van Federico Fellini en zijn film [Il] Casanova [di] Fellini. Venetië en zijn carnaval, waarmee de film begint, daagt op, maar evolueert naar de Feesten van Wormen en Amoeben in het Wilde Westen uit het Verre Oosten van de Darmen. Eindelijk de verbeelding aan de macht. Met een vrolijke ondergrond die geen seconde verveelt, maar blijft verrassen. De voorstelling haalt zijn succes niet enkel uit zijn tricky trips, maar ook uit de mix van culturen. De combinatie zorgt telkens voor een surrealistisch spektakel, met de typische stempel van Needcompany.

De kleren doornat, de schoenen piepend en sissend, het lijf tot op het bot verkleumd, onder een motregen die van geen ophouden weet, bereikte ik mijn hol in de grot genaamd Novotel Centra, waar een paar glazen rode wijn mij voldoende warmte bezorgde om als een blok in slaap te vallen. Een slaap waarin ik de dromen van Fellini hervond. Met dank aan Grace Ellen Barkey… en ook wel aan de wonderdokter van het Vlaamse theater, Jan Lauwers.

Guido LAUWAERT

Poznań, 26 juni

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
26 juin 2013 3 26 /06 /juin /2013 12:00

 

Kristoffel-Francois--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
25 juin 2013 2 25 /06 /juin /2013 11:56

 

MartaGornika.jpg

Marta Górnicka

Ooit een pannenkoek gegeten uit de betonmolen? In Poznańkan het. Op het meeting point draait een betonmolen de deeg. Wat je erop wilt hebben, eenmaal hij uit de pan glijdt staat op een schoolbord naast de molen. Met vlees, vis, kaas, groenten, warm of koud. Een vriendelijke jongeman vertaalt in primitief Engels, maar we begrijpen elkaar zodat even later twee opgerolde pannenkoeken met inhoud geserveerd wordt. Lekker. Opgelet! Stilte op het plateau. Camera klaar? Geluid klaar? En Aktie!

Zoals bij elk festival overal ter wereld wordt de eerste dag nog volop getimmerd en aangesleurd. Het doet me denken aan Expo ‘58. De eerste dag fietsten mijn broer en ik naar de Heizel, waar de hekkens nog op de grond lagen. We liepen binnen zonder te betalen. Het Frans paviljoen was nog een bouwwerf. In het Russisch paviljoen werd een satelliet uitgepakt. Spoetnik 2. Hij had rondjes rond de aarde gedraaid met aan boord een hond. Laika. Hij blafte, boven Amerikaans grondgebied, en keerde behouden terug, ergens in de Russische steppe. Laika moest niet terug naar de kennel, maar kreeg onderdak in een paradijs, een labo, tussen geleerde heren en vrouwen in witte jassen. Dat ging hem blijkbaar op de duur vervelen, want hij nam de benen en werd een zwerfhond. Hoe het hem verder verging leest u in de novelle Hondenhart van Mihail Boelgakov. Een hilarisch verhaal.

In een hoek van het centrale festivalplein is een stand met een naaimachine en tientallen stofjes in de meest bizarre kleuren. Naar eigen wens en verbeelding kan je je eigen strik laten maken. Ik bestel er een in de Belgische kleuren. Problemski. De kleuren van de Belgische vlag zijn niet bizar. Maar het lukt ze. Even zoeken via een laptop. Bingo. Iemand wordt erop uit gestuurd en een paar uur later loop ik mijn vaderland te vertegenwoordigen. Ik ben de enige Belgische journalist. Dat vindt de persdienst vreemd. Er zijn wel honderd journalisten. Uit Polen, Roemenië, Duitsland, Bulgarijë, Italië, Groot-Brittannië, Tsjechië, Ierland, Rusland, de Verenigde Staten. Soms meerdere uit een land. Geen enkele uit Nederland. Die hebben zonet het Holland Festival verslagen en liggen uitgeteld in Zuid-Frankrijk bij te komen van de vele recepties.

Ik denk dat deze week geen kunstjournalist meer in Frankrijk te vinden is. De persmensen trekken van locatie naar locatie en vullen de helft van de zalen. De andere helft van het publiek bestaat uit studenten van kunstscholen en optredende artiesten die elkaars werk willen leren kennen. Massa’s gratis tickets heb ik zien uitdelen voor de te betalen programma’s. Maar het moet zijn dat het kan. Het totaalbedrag van de subsidiëring en de sponsoring is niet onaardig, zo te zien aan het aantal logo’s achter in de mooi verzorgde catalogus. Het is even zoeken maar ik vind er ook een van de Vlaamse Gemeenschap. ‘Samen met Avignon zijn wij het enige festival dat door de Flemish Government gesponsord wordt,’ zegt de assistent van de assistent van de assistent van de perschef. Dankzij mevrouw Schauvliege kan Vlaanderen zijn kunstkinderen uitzenden. Missionering, het zit hem nog in ons bloed. Is het niet zonder kerk dan is het met kunst. De overheid helpt een handje mee.

Alle nevenactiviteiten opsommen is hels. Maar toch dit. Ze verrassen om hun vindingrijkheid. Dit festival heeft iets weg van TAZ, maar met meer frivole invalshoeken. Je ziet dat de jeugd op zoek is naar nieuw spektakel, op hoog artistiek niveau. Het theater van Tadeusz Kantor en Jerzy Grotowski is niet dood maar aan de kant geschoven. De naam Roland Topor, in Parijs geboren en gestorven maar met Poolse roots, zegt ze niets, maar in de grafiek van jonge beeldende kunstenaars zijn dezelfde krolse kuren te vinden. Mensen zijn monsters. Ze zijn getransformeerd tot Quasimodo’s in extreme graad, door een verloedering van de Westerse cultuur. Artistieke bewegingen als dada, het surrealisme, de popart et cetera hebben die evolutie niet kunnen stoppen of ombuigen. Nogmaals wordt het geprobeerd, en dat is mooi, maar ik vrees het ergste. De kunst is in de verdrukking geraakt en musea lokken wel massa’s volk, helaas zegt de gegoede klasse: ‘Leuk, maar schat, gaan we vanavond wat zappen. Ik ben zo moe van dat heen en weer gehos.’

TgSTAN speelt Nora. Een productie die al lang loopt en door uw spion aan het kruis genageld werd. Een voorstelling die in de prijzen viel van het komende Theaterfestival in deSingel. De jury moet geestelijk wel heel moe zijn geweest om deze productie in de troonzaal te zetten. Van wat ik er indertijd over geschreven heb neem ik geen woord terug, want de voorstelling is saai. Ze moet het hebben van Wine Dierickx [Nora], die bijwijlen wild danst. Leuk, maar het ruikt teveel naar een noodgreep. Haar extreem kinetische energie werkt maar kort. Eenmaal de verrassing eraf is, irriteert ze. Bovendien is haar Nora geen poppenvrouwtje, maar een kindvrouwtje met een beperkte actieradius in haar brein. Het laatste half uur is dan niet alleen saai, daarenboven vervelend. Ze kan de omslag van verwend nest naar een jonge vrouw met een visie op de positie van de vrouw binnen het huwelijk niet geloofwaardig maken. Het publiek reageerde lauw.

Terug op het festivalterrein ben ik net op tijd om van het concert van Marta Górnicka te genieten. Deze jonge artieste schreef het libretto, componeerde de muziek, voerde de eindregie over een koor van 23 vrouwen die a cappella zingen, schreeuwen, puffen, ritmisch dansen en [gewild] struikelend de positie van de vrouw in de maatschappij schetsen. Een wervelend spektakel. De komende dagen treedt haar groep met andere van haar composities op. Zij en haar groep verdienen alle festivals ter wereld. Komaan, Festival van Vlaanderen, waar wachten jullie op? Gewoon snel boeken en dan hard op de tafel slaan van het Pools Cultureel Instituut, gehuisvest in Flagey. Ze zitten daar te wachten op uitnodigingen en willen niet liever dan de hedendaagse Poolse kunst in al zijn botten en spieren de Belgen de kop in te rammen.

De dag eindigt op het tweede podium van deze Grote Kunstmarkt met een bandje van vier mannen, samen goed voor 400 jaar. Hun uitrusting lijkt te stammen uit de glorietijd van Chroesjtjov. Geen probleem, als ze er maar stevig tegenaan gaan. En dat doen ze ook, met schwung. Vanavond [gisteren, dus] wordt het hele repertoire er door gejaagd van de Beatles. Vandaag zijn ze er weer bij, en morgen, en overmorgen. Alle markante wild bands uit de sixties en seventies komen aan de beurt. Alle medewerkers gooien zich op de dansvloer en douchen de spanning van de dag van zich af, recht het putje van de nacht in.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
25 juin 2013 2 25 /06 /juin /2013 07:44

 

1.jpg

Tijdens een van mijn zondagse kuiermomenten op het marktje aan de St -Jansvliet te Antwerpen kocht ik onlangs bij een tweedehands boekenstand Geen seizoenen als vroeger van Henri-Floris Jespers.(1) Niet alleen de wegen van de vele goden maar eveneens die van onze o zo tijdelijke bibliotheken zijn ondoorgrondelijk. Heel onterecht werd de eerste bladzijde van dit boek besmet met een vette stempel: “Afgevoerd”. Het is een opmerkelijk literair hoogstandje en – sta me toe - melancholische bekentenis.

Niets is tijdelijker dan de tijd.

Geen lyrische gedrevenheid, geen rauw gerochel op de driepikkel van de ondoorzichtigheid. Een pover stamelen over de afgrond van de alledaagsheid. De trossen van de onverschilligheid proeven bitter op de tong en we worden achtervolgd door de helse honden van de ondergang.(HF Jespers)

In dit boek opgedragen aan beeldend kunstenaar Albert Szukalski beschrijft Jespers o.a zijn ontmoeting met dr. Masaru Otake in Dublin. Naar aanleiding van een gesprek over zijn vriend Yukio Mishima vertelde Otake hoe zijn grootvader hem seppuku leerde plegen. Want: ’als ik overtuigd was gelijk te hebben, en niemand in mijn gelijk nog geloofde, de rituele zelfdoding de enige uitweg is om mijn gelijk te bewijzen”.

Jespers' Seizoenen schudde de ingeslapen dons van mijn geheugen op en ik herinnerde mij Mishima’s 'Rouw om het vaderland', een indrukwekkende novelle die ik las in 1990.(2)


Dichter, schrijver, acteur, scenarist, en regisseur Yukio Mishima, pseudoniem voor Kimitake Hiraoka (1925-1970) werd tot driemaal genomineerd voor de Nobelprijs Literatuur die hem “presumably because of his radical right-wing activities” niet werd toegekend, zo leert Wikipedia mij. In de cultuurwereld blijft politieke correctheid en het onvermogen om een onderscheid te maken tussen man en pen een heikele onderneming. Yukio Mishima was inderdaad een ultra conservatieve Japanse nationalist die zich ergerde aan de verwestersing ( waar horen we dit nog?) en hiermee het verdwijnen van de erecodes van de samoerai.

9.jpg

In 'Rouw om het vaderland' pleegt een jonge legerofficier samen met zijn kersverse bruid zelfmoord. Voor hem is dit een gebaar van loyauteit tegenover zijn collega’s na een mislukte staatsgreep om de Japanse keizer in zijn oude glorie te herstellen. Indringend, beklijvend en bijzonder plastisch beschrijft hij de seppuku waarbij door een vlijmscherp dolk of zwaard de gave huid en darmen worden doorgesneden. Het is een subliem verhaal. (3)

Deze novelle werd door Mishima verfilmd. Hij speelde zelf de hoofdrol. Naar aanleiding van deze film maakte hij een fotoserie met zichzelf als samoerai, als dandy, als een Sint Sebastiaan doorboord met pijlen, als soldaat enz.

7.jpg

Zowel de novelle als de film kan worden gezien als een macaber voorspel op Mishima’s zelfmoord, die hij vier jaar later in 1970 pleegde. Op 25 november van dat jaar gijzelde hij met enkele leden van zijn militie ‘Het Schildgenootschap’ een generaal op het hoofdkwartier van de Japanse Zelfverdedigingsmacht. De aanwezige soldaten in de kazerne werden via een luidspreker aangemaand tot nieuwe dienstbaarheid aan de keizer. Dezen reageerden gedesinteresseerd. In het kantoor van de generaal sneed Mishima vervolgens met een dolk zijn buik open en zoals het ritueel voorziet, liet hij zich door zijn adjudant onthoofden.

Om zijn gelijk te bewijzen…

Frank DE VOS

 

1.Henri-Floris Jespers, Geen seizoenen als vroeger, Antwerpen, Walter Soethoudt, MCMLXXVI, 86 p.

2.Yukio Mishima, Drie verhalen: Rouw om het vaderland, Een bruggentocht , De Parel Amsterdam, Meulenhof, 1990, 94 p. ISBN 9029028394

3. http://mededelingen.over-blog.com/article-frank-de-vos-edmund-burke-en-het-sublieme-111612619.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
24 juin 2013 1 24 /06 /juin /2013 14:01

 

Ballustrada213cover.jpg

Ballustrada wil een podium bieden aan jonge schrijvers, aan minder bekende auteurs met verrassende kwaliteiten en aan een kring van bekende auteurs die zich verbonden weet met het periodiek. Karakter: onafhankelijk, dus zeg maar dwars. Twee keer per jaar verschijnt er een uitgave van minstens honderd pagina’s. De in het oog springende reeks 'Laaglandse Poëzie' biedt telkens een inkijk in de poëzie van een groep dichters die zich op grond van leeftijd, opvattingen of geografie onderscheidt. En dat steeds met een verklarende inleiding van een gastredacteur.

Hendrik Carette (°1946) was in de vorige aflevering te gast als redacteur van de veertiende aflevering. Hij koos “voor een tiental gedichten van mijn geliefde dichters die in Nederland ten onrechte vergeten of onbekend zijn gebleven”. Zie de blog van 18 december 2012:

http://mededelingen.over-blog.com/article-hendrik-carette-te-gast-in-ballustrada-113510176.html

*

Vorige week ontving ik de jongste aflevering, waar nu Bert Bevers aan de beurt is. Hij nodigde twintig West-Vlaamse dichters, en tot zijn groot genoegen “waren ze állemaal zo goed ongepubliceerd werk uit hun portefeuille te trekken”. De een heeft zo wat meer gepubliceerd dan de ander, “en het is niet eenvoudig daar een evenwicht in aan te brengen”. Uiteraard was het niet de bedoeling een volledige staalkaart te brengen van wie er in West-Vlaanderen zoals actief is. Dat belet niet dat Bert Bevers hier een representatieve bloemlezing brengt, van nestor Willy Spillebeen (°1932) tot benjamin Maud Vanhauwaert (°1984). Twintig dichters, op twee na, die ik aandachtig volg. (En, goed zo, twee dichters die ik nu alvast even op het wereldwijde net opgezocht heb en mijn aandacht gewekt hebben...)

In de rubriek 'Taal Ver Taal' brengt Kees Klok (°1951) gedichten van Susan Wicks (°1947) in het Nederlands herdicht.

Zoals meestal in Ballustrada mag ik kennis maken met treffende gedichten en proza van auteurs die mij al te vaak onbekend zijn en kennelijk onderbelicht blijven.

Ballustrada herbergt ook “Art for the millions”, een mail art project van Ko de Jonge, waar o.m. mijn vriend Luc Fierens aan meewerkte. In de jongste aflevering: Sylvia Dallman (omslag), Andrew Maximilan Niss, Uli Grohmann, Schoko Casana Rosso Mildbrandt, Miranda Vissers en Ettore Tomas.

Ballustrada213.jpg

Ballustradais een inhoudelijk boeiend en voortreffelijk vormgegeven tijdschrift, ontstaan en volwassen geworden in Zeeland. De redactie bestaat uit: André van der Veeke, Johan Everaers en Jan J.B. Kuipers. Ondanks het feit dat de Provincie Zeeland na 2013 ophoudt met het verstrekken van subsidie, peinst de redactie er niet aan om met de uitgave te stoppen.

Henri-Floris JESPERS


Ballustrada, jaargang 27, nr. 1-2, 98 p., ill. Los nummer: 12,50 €. Abonnement: 19 € (4 nummers, inclusief porto). Adres: A.J. Van der Veeke, Oranjestraat 24a, NL 4532 BS Terneuzen. Bankrekening: 49 92 02 864 t.n.v. Stichting Zeeuws Licht.

www.ballustrada.eu

advdveeke@zeelandnet.nl

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche