Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
12 octobre 2013 6 12 /10 /octobre /2013 23:18

 

RijmenamDEF.jpg

Pink Poets in Rijmenam. Van l. naar r.: Werner Spillemaeckers, Karel Jonckheere, Michel Bartosik, Henri-Floris Jespers, Patrick Conrad en Hugues C. Pernath

 

Veel belangstelling deze middag in het Letterenhuis te Antwerpen voor de presentatie van Schroomruil, de verzamelde gedichten van Michel Bartosik (1948-2008). Leen Van Dijck verwelkomde en Jan Mestdagh leidde de bundel in. Tot slot lazen Joris Gerits, Roger De Neef en Lucienne Stassaert gedichten van Bartosik voor.

Lucienne-Stassaert.JPGLucienne Stassaert leest

 

Carl De Strycker, directeur van het PoëzieCentrum, bedankte iedereen, zei hoe blij hij was met de opkomst en de honderdvoudige voorintekening en overhandigde het eerste exemplaar aan “Wiske”, Louisa Chevalier, de weduwe en weggenote van Michel, die het ontroerend trots aan het publiek toonde.

 

Onder de aanwezigen: Bert Bevers, Peter Bormans, Geert Briers, Bert de Bruyne, Philippe Cailliau, Hendrik Carette, Klaas Chielens, Jean en Marleen De Crée, Frank De Crits, Daniel Cunin, Martine Cuyt, Charles Ducal, Jo Gisekin, Guy Gysens, Jan Holvoet, Mark Insingel, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsoght, Guido Lauwaert, Hubert Van Lier, Roger Nupie, Marcel Obiak, Matthijs de Ridder, Tony Rombouts, Ludo Simons, Walter Soethoudt, Mark Somers, Erik Spinoy, Jan Struelens, Gert Vingeroets, Rody Vanrijkel en Bart Vonck.

 

Schroomruil is voorbeeldig samengesteld en bezorgd door Koen Van Baelen, Peter Bormans, Anneleen De Coux et Matthijs de Ridder. In zijn nawoord schetst dichter en hoogleraar Nederlandse literatuur Erik Spinoy de boeiende evolutie van Bartosiks werk. Het boek is treffend geïllustreerd en werd door het PoëzieCentrum voorbeeldig uitgegeven met productiesteun van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Bartosik cover 2013 © Archief Poëziecentrum

Michel BARTOSIK, Schroomruil. Verzamelde gedichten, Gent, Poëziecentrum, 2013, 447 p., 29,95 €.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
12 octobre 2013 6 12 /10 /octobre /2013 05:00

 

redactieMDD.JPG

Redactioneel overleg. Kloksgewijs: Bert Bevers, Lucienne Stassaert, Frank De Vos en Henri-Floris Jespers

Gisteren verscheen aflevering 218 van de Mededelingen van het CDR. Naast een aantal hier volledig of gedeeltelijk gepubliceerde bijdragen krijgen de abonnees o.m. artikels van Frans Depeuter, Erick Kila en Lukas De Vos.

Het verborgen leven van Gerard Walschap. Een alternatief onderzoek naar de vent achter de vorm, naar de mens achter de schrijver, zo luidt de titel van het ontluisterende dossier dat Frans Depeuter in 2009 bij Berghmans Uitgevers publiceerde. Het stond dus in de sterren geschreven dat hij de monumentale biografie van Jos Borré (De Bezige Bij Antwerpen, 2013, 750 p.) onder de loep ging nemen. Hij bewijst overtuigend hoe rommelig, schabouwelijk en zonder meer onbetrouwbaar het namenregister (pp. 738-750, kleine druk...) samengesteld werd.

Lukas De Vos ('Alles komt terug, ook de vlooien van Lanoye') herbekeek de film Alles moet weg van Jan Verheyen (1996) naar de gelijknamige roman van Tom Lanoye. Slaan en zalven...

Erick Kila, onze Haagse correspondent, roept verder op baanbrekende wijze de schim op van Bernardo Ashetu.

*

Aflevering 219 verschijnt eind van de maand en focust op de dichter en filoloog Wilfried Adams (1947-2008), medestichter van het Centrum voor Documentatie en Reëvaluatie.

Henri-Floris JESPERS

*

Redactie van de Mededelingen van het CDR: Bert Bevers, Joke van den Brandt, Frank Ivo van Damme, Henri-Floris Jespers (hoofdredacteur), Guido Lauwaert, Luc Pay, Jan Scheirs, Lucienne Stassaert, Frank De Vos.

Redactie-adres:hfj@skynet.be

Karin Lebacq neemt het algemeen secretariaat waar: mededelingen@lebacq.com

*

De deelname aan de kosten bedraagt, voor de papieren editie: 12 € per maand (twee afleveringen per maand, verzonden per post); voor de elektronische editie: 6 € per maand (twee afleveringen per maand, verzonden per e-mail).

Info: mededelingen@lebacq.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
12 octobre 2013 6 12 /10 /octobre /2013 02:52

 

SaskiaNoort.jpg

Zaterdagavond 9 november krijgt Saskia Noort (°1967) de GNM Meesterprijs uitgereikt voor haar bijdrage aan het Nederlandstalige thrillergenre. Om de jury te citeren:

Haar succes heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de emancipatie van het genre, dat de naam literaire thriller kreeg. Behalve dat ze daarmee een enorm, grotendeels vrouwelijk, nieuw lezerspubliek bereikte, effende ze daarmee het pad voor een compleet nieuwe generatie (vrouwelijke) thrillerauteurs.”

Met deze prijs wil het Genootschap Nederlandstalige Misdaadauteurs (opgericht in 1986 op initiatief van Tomas Ross) auteurs eren die met hun werk een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van het genre in het Nederlandse taalgebied. De GNM Meesterprijs, in het leven geroepen in 2003, bestaat uit een beeldje en de eer. De prijs werd in het jaar van oprichting voor de eerste uitgereikt aan Appie Baantjer. Hij kreeg de prijs voor zijn prestatie door met zestig titels en miljoenen verkochte boeken als Nederlandstalige misdaadauteur een enorm groot publiek te bereiken.

De jury bestaat uit het bestuur van het GNM, dat beslist of en aan wie de prijs wordt uitgereikt: John Brosens, Daniëlle Hermans, René van de Meerakker en Wendela de Vos.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
11 octobre 2013 5 11 /10 /octobre /2013 00:36

 

Roel.jpg

Op 18 oktober om 20 uur wordt in de Minardschouwburg te Gent De bruiden van Roel Richelieu van Londersele voorgesteld. De bruiden (Gedichten 1973 – 2013) bevat een complete nieuwe bundel én is ook een terugblik, een verzamelbundel die een overzicht geeft van het oeuvre van Roel Richelieu Van Londersele over de periode van 1973 tot en met nu. De bruiden is dus oud en nieuw tegelijk.

Roel Richelieu Van Londersele (° Ninove, 1952) studeerde Germaanse filologie in Gent (hij schreef zijn eindverhandeling over Marcel van Maele). Hij gaf hij het literaire tijdschrift Koebel uit, waarin zijn belangrijkste tijdgenoten debuteerden (Luuk Gruwez, Miriam Van hee en Eriek Verpale). In 2003 werd hij benoemd tot eerste Gentse stadsdichter. Gedichten van hem werden opgenomen in talrijke bloemlezingen en hij ontving diverse literaire prijzen zoals de premies van de Poëziedagen te Deurle en van de provincie Oost-Vlaanderen. Verder won hij ook de prijs van de Vlaamse Club Brussel, de Prijs voor Literatuur van de Stad Gent en de Louis Paul Boonprijs. Vorig jaar kreeg hij de Melopeeprijs voor het gedicht 'Alzheimer' verschenen in Het Liegend Konijn.

Naast poëzie publiceerde Roel Richelieu van Londersele ook verhalen en romans. Als 'Londersele' (dat was even mode, denk aan 'Aspe', 'Deflo' of 'Boudens', die ondertussen hun voornaam wel opnieuw gebruiken...) publiceerde hij bij Manteau drie thrillers: Onzichtbaar (2004), Het Laatste Lijk  (2006) en De vernietiging van Einstein  (2008).

*

De nieuwe uitgave is de bekroning van veertig jaar dichterschap. Het boek wordt voorgesteld door auteur, columnist, acteur, bloemlezer en organisator Guido Lauwaert. Vier bevriende dichters lezen elk twee van hun favoriete gedichten uit het poëzieoeuvre van R. R. Van Londersele en één eigen gedicht met een link: Charles Ducal, Delphine Lecompte, Sylvie Marie en Lies van Gasse. 

 

Minardschouwburg, Walpoortstraat 15, 9000 Gent

De toegang is gratis maar wel graag vooraf een bericht van aanwezigheid: mail of bel naar Boekhandel Walry: paul.luyten@walry.be of 09 222 91 67

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
10 octobre 2013 4 10 /10 /octobre /2013 21:12

 

DSCN7710.JPG

Guido Lauwaert in gesprek met Patrice Chéreau

 

Op 7 oktober overleed op 68-jarige leeftijd de film-, opera-, theaterregisseur Patrice Chéreau. Hij was enkele malen te gast in de Singel, onder meer met Herfstsonate, een toneelstuk van de Noorse schrijver Jon Fosse. Oorspronkelijk speelt het stuk zich af op een kerkhof, maar Chéreau heeft de locatie verhuisd naar een museum. Ook schilderijen en beelden zijn grafbeelden en –stenen. Ze vertellen veel over de overleden kunstenaar.

 

Wat weinigen weten is dat Chéreau ook acteur was. Zo heb ik, alweer in deSingel, hem bezig gezien in De Grootinquisiteur. Het stuk is een bewerking van het 5de hoofdstuk van het 5de boek van Dostojewski’s meesterwerk De Gebroeders Karamazov. Patrice Chéreau speelde het stuk in zijn eentje, een monoloog dus. Wat me vooral bijgebleven is, is het decor en het spel. Enkel een lange tafel die loodrecht op het publiek staat. Bij aanvang komt Chéreau van rechts achteraan het toneel opgelopen. Rustige stap, hij lijkt wel op weg naar een afspraak waar hij ruim op tijd voor is.

 

Hij begint aan de indrukwekkende vertelling alsof hij zich een anekdote herinnert. Weinig stemverheffing, uitzonderlijk een stap naar links of rechts. Halverwege gaat hij korte tijd op de rand van de tafel zitten. Het zijn enkel hele grote acteurs die een kolossaal podium, zoals deze van deSingel kunnen ‘vullen’. Het merkwaardigste echter was dat hij bij het opkomen en afgaan, haast onmerkbaar, met de vingertoppen de naakte tafel streelt. De sterkte ervan is dat Chéreau met die korte zit en de twee strelingen het belang van de tafel aangeeft. Hoeveel problemen worden er niet aan de tafel besproken, leiden tot verzoening of breuk. Tot oorlog of vrede.

 

Patrice Chéreau was bovendien ontzettend aardig tegen ‘zijn’ acteurs. Zo zei hij ooit over een van zijn lievelingsactrices, Isabelle Huppert: ‘Acteren is tegelijk een verschrikkelijk en heerlijke job. Huppert kan beide verzoenen, maar op zulke wijze dat ze beide niet lijken te bestaan. Ze zet ze om in een versmelting van gevoelens en verlangens. Telkens weer.’

 

Ik heb het genoegen gehad Patrice Chéreau enkele keren te ontmoeten. Met zachte stem wist hij de kern van het onderwerp van gesprek te raken en de scherpe binnenhoeken bloot te leggen. Nadien ging je met een opgewekt gemoed naar huis. Je had iets fundamenteels over de kunst, en het theater in al zijn vormen, waaronder film, bijgeleerd. Een grootmeester is de geschiedenis ingegaan, tot waar les immortels  huizen.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
10 octobre 2013 4 10 /10 /octobre /2013 03:33

 

Polyfoon.jpg

Voor de tweede keer gaat ensemble Polyfoon 'vreemd'. Niet wat de muziekkeuze betreft, integendeel. Op het programma van dit nieuwe project “O Mors” staat het “Requiem van Jean Richarfort” (ca. 1480 – ca. 1547).

Hendrik vanden Abeele zal de toehoorders door de prachtige muziek, geschreven naar aanleiding van het overlijden van Josquin Desprez, loodsen en meenemen naar een nieuw hoogtepunt in het repertoire van ensemble Polyfoon.

De titel van het project komt van een zevenstemmig motet ”O Mors” van Hieronymus Vinders (ca. 1525), eveneens geschreven als elegie voor Josquin Desprez. De ondertitel luidt: “Lamentatio super morte Iosquin de Prez”.

Hendrik vanden Abeele bewert het Requiem samen met het motet tot een avondvullend programma vol unieke schoonheid. ¨Paul van Nevel omschrijft het “Requiem” van Richafort immers als “de mooiste muziek ooit geschreven”.

14 en 15 november, 20u15. Sint-Norbertuskerk, Dageraadplaats, Antwerpen.

Tickets: 12 €. +65 en -18: 8 €.

Info & reservatie:

www.polyfoon.be

info@polyfoon.be

03 252 47 67.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Musique
commenter cet article
10 octobre 2013 4 10 /10 /octobre /2013 02:55

 

DSC04599-copie-1.jpg

Wilfried Westerlinck (rechts) en Frank De Vos (foto: Frank Ivo van Damme)

5 oktober kwam ik klokslag 15 uur aan in het Letterenhuis voor de prijsuitreiking.

Oei ! Ik ben te laat , dacht ik – iedereen al binnen in dat heerlijke huis, waar je als componist in Vlaanderen alleen maar jaloers kan op zijn. En toch waren er maar een handvol mensen opgedaagd om aanwezig te zijn op dit toch prestigieuze evenement. Ik was blij dat zelfs ik een uitnodiging had gekregen van het Pernath-fonds. Het is niet omdat ik graag al eens een gedichtenbundel vast neem van de man, en mezelf al zoveel jaren afvraag hoe ik deze schitterende poëzie zou kunnen omvatten met enige muziek, of dat ik wat liederen schreef op Gezelle, Van Ostaijen, Rutger Kopland, Bertus Aafjes, dat ik tot de incrowd behoor van het literatuur-poëziewereldje in ons taalgebied. Verre van.

Ik vroeg mij vertwijfeld af: waar blijft hier de schepen van cultuur van deze stad met een Conscience bibliotheek, een reeks standbeelden van Paul Van Ostaiijen, Willem Elsschot, Gerard Walschap, Maurice Gilliams en Julien Schoenaerts?

Zelfs een standbeeld met de mooie omschrijving ‘De getrooste blinde’ (de poëzie zelf verbeeldend), mag blijkbaar de talrijke en eerbare dichters die deze stadsregio innemen, en als hoogste eer soms zelfs de ronkende titel hebben gedragen van Stadsdichter – tot vandaag zes in aantal – niet aanzetten om op te dagen. Nochtans wisten zij hun boodschappen, hun vermaningen, hun zielenroerselen te verzilveren op strategische blanke muren, verspreid in deze bange stad. Een promotie, die velen hen benijden, en die zeker een componist nooit te beurt kan vallen met zijn muziek-hiërogliefen. Misschien wel mooi als grafische eigenaardigheid, maar zeker niet als artistieke boodschap voor de passant.

 

Waar bleven de literatuurhistorici, de neerlandici in alle maten en gewichten, de promotors en/of mandaathouders van allerlei onderzoeksprojecten, bibliothecarissen en de studenten die jaarlijks uit de hogescholen/universiteiten rollen ?

Is Pernath vergeten, bijna 40 jaar na zijn overlijden? Hebben zijn pink poets hem nu volledig ten grave gedragen? Is zijn Arkprijs, is zijn Campertprijs of zijn Staatsprijs maar enkel een leuk lintje geweest. Mag zijn ‘ Tegenstem ‘ niet gehoord worden in scholen, of is het te dandyesk?

 

Leen Van Dijck, die heerlijk geliefde literatuurdame van Antwerpen, verwees naar al de vorige laureaten – 14 in totaal – waarbij ik dan denk : zijn die niet fier? Komen die niet met een behoorlijke portie nieuwsgierigheid naar een dergelijke bijeenkomst om een nieuweling in te halen : de 15de? Hebben de Lage Landen nog poëzie nodig? Of hebben we ‘alle tijd van de wereld’ en zijn we zo onhandig bloesemend dat we de zaken maar laten overwaaien?

 

Onder het voorzitterschap van de steeds bezielde Joris Gerits kwamen Yves t’Sjoen, Hilde Van Looveren, Dietlinde Willockx en Peter Theuninck tot de slotsom om Ademhalen onder de maan van Ingmar Heytze te bekronen.

Het dankwoord van de nieuwe laureaat beperkte zich tot het lezen van een gedicht van Hugues C. Pernath zelf. - Zo hoorde het !

Wilfried WESTERLINCK

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
10 octobre 2013 4 10 /10 /octobre /2013 01:30

 

LukasDeVos.jpg

Files zijn het ultieme teken van beschaving. Wie veel naar Frankrijk reist, weet dat het vroeger Dubonnet was, of Byrrh. Daarna deed de Bar Tabac en zijn PMU de cultuur rijzen, net als de kapper met zijn ronddraaiend, zeeziek makend molentje aan de deur. Daarna werd de beschavingsdrang verlegd van de zijmuur en de rieten stoel naar de openbare weg. Het verkeerslicht was het nec plus ultra. Tot het overtroefd werd door de verkeersdrempel, het snelheidspistool, en de ultieme seinpost van ontwikkeling: het groene, flikkerende neonkruis van de apoteker.

 

Maar vandaag is er de file. Beter nog: het echt stilstaand verkeer. De cartesiaanse onlogica, heb ik vroeger al bewezen, ligt aan de basis van het vastrijden. Edoch, wat zich in Lyon voordoet, is maar een flauw afschijnsel van de toestand in Peking. Napoleon had het al voorzegd (en zoals gewoonlijk zich vergist): “Quand la Chine s'éveillera, le monde tremblera". Tot zijn verschoning dient gezegd dat hij zich toen op Sint-Helena bevond, niet bepaald een oord gezegend met achtarmige kruispunten of overbeladen vrachtwagens. Als China wakker wordt, ligt het plat.

Toch staat de vaststelling als een muur: Peking is een zeer beschaafde stad. Peking staat stil omdat het hyperkinetisch beweegt. In de communistische logica tracht het Politburo dat aan banden te leggen door overal muren rond te bouwen, net zoals onder de Qing geen Chinees verder mocht reizen dan tien dorpen in de omtrek. Alsof dat toen nodig was. Het was evenwel een oeroude traditie van de keizers. Elke wijk, elk huis, elk district, elke hutong was strikt afgescheiden van de rest van stad en land – een copie van de gesloten absoluutheid van de hemel zoals die was neergelegd in de Verboden Stad. Kwalijke dampen of gedachten kun je maar best binnenshuis houden.

Want wat voor bouwsels geldt, geldt ook voor de geest. Rond het denken is een muur gezet die alleen introspectie toelaat, stricte opvolging van wetten en verordeningen. Descartes tot perfectie verheven: hou de geest in de fles.

Daarom staat in Peking alle verkeer stil. De Chinezen timmeren onverdroten aan de weg. Zij leggen wijken plat om er nieuwe afgebakende torencomplexen of olympische stadions neer te poten, zoals aardappelplantjes. Elk op zijn eigen zode. Zij leggen rivieren droog om nieuwe kanalen te trekken, ze bouwen reuzendammen om bevloeiingtechnieken tot in de perfectie na te bootsen (die Westerse renegaten zonder schroom als overstromingen omschrijven; hebben zij misschien de rijst uitgevonden ?). Zij verbannen, terecht, de kwetsbare en hinderlijke fietser van de brede lanen voor Tien An Men of de drie Ringen rond de stad om er auto’s vast te klemmen tussen oerwouden van verkeerslichten en gehaaste voetgangers tussen auto’s.

De drijfveer achter dit beschavingswerk is meetbaarheid. Telbaarheid. Controleerbaarheid. De keizers geloofden rotsvast in de loop der sterren, en hun plaats aan het uitspansel. De rode keizers geloven even muurvast in de loop der werkersstromen en hun plaats aan het arbeidsfirmament. Ze hebben de sterren en de handarbeiders zelfs in hun vaandel gezet.

Voor de argeloze bezoeker leidt die onwrikbare, verbeten dogmatiek vaak onverhoeds tot vreemde, dode tijden. Ik maakte het mee op weg van Peking naar Xian. Het Chinese protocol verwacht dat het journaille één uur voor een officiële delegatie naar de luchthaven vertrekt. Om zeker te zijn dat geen enkele journalist afwezig zal blijven op een ontmoeting tussen ministers. Op die ontmoeting is de pers trouwens helemaal niet welkom, tot daar aan toe. Hij moet er zijn, de deuren blijven gesloten. Er wordt vooraf druk geteld en herteld – wij waren met zijn zestienen, in rotten van vier maal vier. Hoe kon het dan in Mao’s naam dat er achttien mensen op de pendelbus zaten ? (Twee Chinezen inbegrepen. Die van het protocol).

Eén journalist wordt van de bus gehaald. Hotelrekening niet betaald. Hij toont nochtans zijn factuur, maar jeremiëren helpt niet. Er is vastgesteld dat de rekening niet betaald wàs, dus is ze niet betaald. Een onderzoeksprocedure dringt zich op. Herhaald opnieuw tellen van de overige journalisten biedt alweer geen soelaas. Tweemaal vergeleken, tweemaal in ganzenlooppas van bus naar balie en terug. Herberekening van de rekening die betaald en toch niet betaald is, het is onbegonnen Westerse denkpatronen te vatten op een eenvoudige abacus, het kralentelraam. Het patroon dat ze zelf hebben afgetekend, afgestempeld en opgevouwen in drie exemplaren. En de bus, zij bleef stille staan.

Even bemeten zijn de diners. Er staat een maximum duur op, anderhalf uur, astrolabiumvast. Zeven of zeventien gangen, dat doet er niet toe. Er wordt geklonken, gekampeid, geschrokt, gebuffeld, geboerd, geritseld, gezwolgen en geslokt, maar de tijdsmuur wordt nimmer doorbroken. Wat in de hemel de geluidsmuur is, geldt op aarde voor de klokmuur.

 

 

Omdat juist door deze stringente regelmaat China in de vaart der volkeren is opgestuwd, kan er dus ook niets mis gaan in de economie. De statistieken wijzen het onverminderd uit. Chinezen groeien. Hooi, rapen, staal, raketten, computers, zijzelve. Steeds hogerop, maar onbuigzaam in de breedte. Chinezen mogen dan alle moeite doen om zich breit zu machen, ’t is al boter aan de galg. Of erger. En wat niet is, zal toch bewezen zijn.

Ik woonde een schietoefening bij van het Volksleger in de bergachtige uitlopers van Peking. Elk schot, elk kanon, elke mortier, elk geweer trof raak. Zelfs toen de laatste drie doelen onmiskenbaar waren gemist, toch ontploften ze. Twee seconden later, dat was nu eenmaal zo voorzien.

Voorzienigheid is de orde der natuur, zoals de file de orde van het verkeer is. Laat u dus niet kisten als u in een rekenkundig dispuut verwikkeld raakt. U heeft ongelijk, ga daarvan uit. En heeft u toch gelijk, dan heeft u ongelijk, want u wijst de Chinees op een fout die hij, volgens voorschrift, niet kan maken of gemaakt hebben. Uw gelijkhebberij maakt hem te schande, hij lijdt gezichtverlies, hij hééft geen gezicht meer. Wees daarom wijs als Li Tai Pe: beweeg niet, zeg niets, eet, drink. En de file lost vanzelf op, het dispuut wordt vermeden, en een volle maag geeft tevredenheid.

Het zal u opvallen als u ooit de Chinese richting uitgaat. De Chinees doet het de hele dag. Eten en drinken. Noedels en truffels, torren en lapjes, spiezen en ginseng, kippevleugels en zwarte hanepoten, in thee gekookte of duizendjarige, glazige eieren, slangen en stinkende tofoe. En hij drinkt daar onnoemelijke hoeveelheden bij, van Tsingtaobier tot Grote Muurwijn, van mei kwei loe tot konjak, als het maar kampei is, bottoms up, sla achterover. Hou wel de klok in het oog. Nooit langer dan anderhalf uur, desnoods zestien keer per dag, maar nooit langer dan anderhalf uur.

De tevredenheid in China neemt dan ook alras toe, dat is trouwens statistisch bewezen. Hoe roder de konen, hoe groter de tevredenheid. Ik heb veel rode konen in de file gezien. Maar het bewijst zichzelf. En het omgekeerde. Het oosten is rood, en dat is maar goed ook. Voor het welbehagen in de cultuur. En voor de zielerust van de Westerling.

Lukas DE VOS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Politique
commenter cet article
9 octobre 2013 3 09 /10 /octobre /2013 18:22

 

Johanna-Pas--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
8 octobre 2013 2 08 /10 /octobre /2013 18:13

 

MED217blog.jpg

De jongste aflevering van het tijdschrift bereikte inmiddels onze abonnees. Mijn redactioneel focust uiteraard op Hugo Raes. Bovendien publiceer ik in de rubriek “Achteruitkijkspiegel” verbatim et litteratim een tijdsdocument: mijn bijdrage in De Vlaamse Elsevier van 15 april 1974.

Dirk van Bastelaere zet de puntjes op de i betreffende de zo druk besproken das van BDW...

Bij de vaste rubrieken komt nu “Verbolgen Verborgen”, een podium voor mijn vriend en mede-oprichter van de Stichting Arkprijs van het Vrije Woord Lukas De Vos (kenner van SF en bovendien jurylid van de gewaardeerde Hercule Poirot-prijs).

*

Proefnummers van de Mededelingen kunnen aangevraagd worden bij Karin Lebacq, algemeen secretaris: mededelingen@lebacq.com

Ter aanvulling van het tijdschrift (2002) ging het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie met deze blog van start op 26 januari 2008. Per 1 oktober 2013 registreerden we 423.972 pagina's, gelezen door 223.389 “unieke bezoekers”.

*

Ziehier alvast het “Redactioneel” van nummer 217:

In de woelige jaren zestig was Hugo Raes prominent aanwezig in het Nederlandse literaire landschap. Bij de presentatie van De Vlaamse Reus in de Antwerpse privé-club V.E.C.U. op 29 maart 1974 kon uitgever Geert Lubberhuizen niet zonder voldoening melden dat De Bezige Bij al meer dan een kwart miljoen boeken van Raes verkocht had. In de jaren tachtig taande de belangstelling voor zijn werk en in de jaren negentig raakte de auteur stilaan vergeten.

De jongste jaren stel ik echter – in mijn onmiddellijke (literaire) omgeving – een opflakkerende belangstelling vast voor zijn grillig en moeilijk onder één noemer te brengen oeuvre (Piet Teigeler noteert terecht: “Ik vraag mij onwillekeurig af of ik Hugo zijn visie in een twitter zou kunnen verpakken”). Een anders toch wel alerte lezer als CDR-medewerker en L.P. Boon-kenner Ivo Machiels bekende mij vorig jaar dat hij het oeuvre van Raes pas ontdekt had. Dirk van Bastelaere rekent Raes tot zijn favoriete Vlaamse auteurs. In Gierik & NVT verschenen in 2009 stevige opstellen van Wim van Rooy en Lukas De Vos over het werk van Raes.

*

Lukas De Vos heeft gelijk: Hugo Raes onderging het lot van zijn tijdgenoot en verwante utopist Sybren Polet.

'Maar dat heeft hem niet klein gekregen'. De Vos is – m.i. terecht – optimistisch: “Herwaardering zal er komen. Daarom is er geen manier méér aangewezen om Hugo te eren en te gedenken dan door hem opnieuw en opnieuw te lezen.” De werking van de Literaire Kring Hugo Raes zal daar ongetwijfeld toe bijdragen.

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche