Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
14 décembre 2013 6 14 /12 /décembre /2013 16:43

 

131212 3sirenes c KVDE 9310-LR 

In het raam van Café Cocteau presenteert De Bijloke Un Ballet Réaliste, gerealiseerd door het gelegenheidsgezelschap Les Trois Sirènes. Drie jonge vrouwen, harpistes van beroep, maar die ook zingen, dansen, acteren en allerlei toeren uithalen, tekenend voor de tijd waarin Les Ballets Russes het Parijse theaterleven een eeuw geleden verse lucht inblies. Zij doen dat volgens de luchtvaartacrobatiek van de surrealisten. Helaas, zonder de Franse slag, waardoor de voorstelling koud blijft.

 

Jean Cocteau [1889-1963] is een cambrioleur. Hij steelt van anderen en zet hun ideeën naar zijn hand en presenteert ze alsof ze uit zijn koker komen. Telkens waren ze in samenwerking met anderen gemaakt of door anderen geïnspireerd. Zij hebben het op eigen kracht gemaakt, door hen heeft hij het gemaakt. Dat wisten de grootmeesters al, maar Cocteau was een charmeur, schreef essays over de mechaniek van de tragiek van Satie, Picasso, Stravinsky, Poulenc, Honegger, Milhaud. Ook werkte Cocteau als journalist en verzorgde de kunstrubriek in de krant Paris-Midi.

 

AANHANGWAGEN

Is inbreker een te zwaar woord voor deze intelligente man die het goed kon zeggen, ongetwijfeld is ‘aanhangwagen’ het juiste. Hij schreef het scenario voor het ballet Parade, waarvoor Satie de muziek componeerde en Picasso de muziek en de kostuums ontwierp. Het stuk ontketende een groot schandaal. Het bewijs dat Cocteau een aanhangwagen was, is dat de muziek, de decors en de kostuums van Parade in het collectief geheugen van generatie op generatie overgaan, maar nauwelijks iemand weet wie het ballet heeft geschreven. Zijn poëzie lijdt aan dezelfde ziekte. Wie ze leest denkt meteen aan een andere dichter, met op kop Apollinaire. Nu heeft elke kunstenaar leentjebuur gespeeld, maar Cocteau miste eigen drijfkracht. Hij besefte dat zelf en het is cryptisch terug te vinden in een bekende uitspraak van hem: ‘Ik ben een leugen die altijd de waarheid spreekt.’

 

DE CULTUS VAN DE VONDST

Al mag Jean Cocteau nu ook weer niet helemaal geminimaliseerd worden. Bij hem prevaleerde de cultus van de vondst. Hij werkte vanuit de gedachte van het contrapunt. Men moest het slecht vinden. In een tijd waarin de conservatieven zich vastklampten aan tradities en oude rituelen, werd men algauw bestempeld als idioot. Het zadelde Cocteau op met een zware depressie, die hem uit Parijs verdreef. Hij vestigde zich in Milly-la-Forêt, waar hij tot zijn dood bleef wonen. Zijn huis is sinds een tiental jaar een museum. Wie het bezoekt vindt een tijdsbalk die begint bij Dada en eindigt bij het knusse gezinsleven met zijn reinheid en regelmaat van de jaren vijftig van de 20ste eeuw. Te afgeborsteld, waardoor ze de aanzet waren van de sociale revolutie van de jaren zestig. Het meest toonaangevende bewijs hiervan is de Beat Generation.

 

TOEMAATJE

Les Trois Sirènes hadden voor ogen de tijd van Cocteau en Les Ballets Russes te reconstrueren, met op de achtergrond Parade. Daarin zijn ze redelijk tot goed geslaagd. Wat ze echter fout hebben gedaan is het krankjorume, de relativering, de agressie, het jongleren, het agressieve van Cocteau en zijn vrienden te imiteren. De werken en het denken van die club heeft zijn invloed gehad op alle lagen van de maatschappij. Er verbaasd over te staan zit er daarom niet in de voorstelling. Om te kunnen verbazen en verrassen moet men met een toemaatje uitpakken. En dat ontbreekt. De voorstelling zorgt voor een rimpeling van het gemoed maar schudt de kaarten ervan niet. Het verwekt een amusante sfeer, zonder ook maar één moment euforie. Alles aan Un Ballet Réaliste is te ingestudeerd, volgens het boekje. Extra minpunt is de verstaanbaarheid. Fragmenten uit La dame de Monte-Carlo [1961], een lied van Francis Poulenc op tekst van Jean Cocteau wordt gezongen. Stond het niet in het programmaboekje van de Cocteauweek, je zou je afvragen wat de sirene staat te zingen.

 

HOOGTEPUNT

Het leukste van het programma is de muziek en het hoogtepunt het valse einde, de terugkeer naar het moment van het heden door het afschminken en afleggen van de kostuums. Dat was een goed idee van de regisseur. De parade stil te leggen. Terug naar het alledaagse, de keurigheid van de onkreukbaarheid. De confrontatie tussen het theatrale en het verbeelden redt de voorstelling. De drie sirenes gaan er met volle overtuiging tegenaan en de regisseur had integere intenties. Dat charmeert. Maar om een blijvende herinnering aan de voorstelling te verwekken mist het geheel de vlammen van het vuur én zielen uit de hel, de warmwaterbronnen van een echt kunstwerk.

Guido LAUWAERT

UN BALLET RÉALISTE door Les Trois Sirènes - regisseur Chris Koolmees – uitvoerders Ekaterina Levental, Eva Tebbe en Anouk Sturtewagen – nog te zien op zaterdag 14 december om 15 uur – info: www.debijloke.be/nu

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
13 décembre 2013 5 13 /12 /décembre /2013 10:08

 

Moulene.jpg

Gisteren opende in Extra City Kunsthal ENDWARDS een project van de Franse, internationaal bekende topkunstenaar Jean-Luc Moulène (°1955). De tentoonstelling speelt zich af rond drie nieuwe producties – de sculpturale assemblage Usure, het architecturale model Pleasure Dome en de ruimtelijke tekening Dessin Asservi – en bevat ook een compacte retrospectieve. De tentoonstelling brengt wederkerende vragen in het oeuvre van de kunstenaar in kaart, met name die van fysieke bewegingen en abstracte handelingen die gaan over “het bouwen van een lichaam voor zichzelf”.

Deze tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt ank zij de genereuze steun van Galerie Chantal Crouset, Parijs, Galerie Greta Meert, Brussel, Middelheim Museum, Antwerpen, Thomas Dane Gallery, Londen en ERG Brussel.

ENDWARDS wordt vergezeld van een publicatie op krantenformaat (gepland voor januari 2014) en een cinema-programma dat ingedeeld is in een reeks videopresentaties die wekelijks veranderen en vijf speciale filmavonden over verschillende thema's in de tentoonstelling.

Extra City Kunsthal, Eikelstraat 31, 2600 Antwerpen. Van 13 december 2013 tot 23 februari 2014.Open: woensdag-zondag, 13-18u.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
12 décembre 2013 4 12 /12 /décembre /2013 22:53

 

2635332057VOS.jpg

'Na radicale bewerkingen van o.a. La Divina Commedia en Het Oude Testament vergrijpt FC Bergman zich deze keer aan een andere literatuurklassieker, het epische dierdicht Van de (sic) vos Reynaerde', lees ik tot mijn verbazing in de programmabrochure van Van den vos. Als we Van Dale mogen geloven, dan betekent 'zich vergrijpen': 'verkeerd grijpen'; 'stelen, wegnemen'; 'schenden, verkrachten'. Na de voorstelling van 11 december 2013 is mijn verbazing helemaal verdwenen en kan ik enkel maar vaststellen dat de zin in de brochure profetisch was. FC Bergman vergrijpt zich inderdaad aan Van den vos Reynaerde. Niet omdat FC Bergman materiaal uit Van den vos Reynaerde zou hebben gestolen – personages, thema's en plots uit de Reynaertverhalen waren en zijn gemeengoed en het vakmanschap moet blijken uit het creatieve gebruik ervan – maar wel omdat FC Bergman, door een oppervlakkige kennis van Van den vos Reynaerde, nooit diepgaand met het werk dialogeert en daardoor artistieke keuzes maakt die haaks staan op Van den vos Reynaerde. De voorstelling Van den vos is daardoor niet enkel een flauw afkooksel van Van den vos Reynaerde geworden maar ook een vrijblijvend vormenspel.

Van den vos Reynaerde is een dierenepos en dat genre is boven alles een humoristische vorm. De auteur speelt in zijn werk een fascinerend spel van voortdurende ambiguïteit met de dierlijke en menselijke component van de personages. Een deel van de humor bestaat erin dat de auteur doet alsof de hoofdrolspelers mensen zijn, in staat om een morele keuze te maken en het gewicht van de morele verantwoordelijkheid te dragen. In feite is de verhaalwereld in Van den vos Reynaerde resoluut amoreel en de moralistische retoriek erin op een humoristische manier overbodig. Van het spel met het menselijke en het dierlijke, van de speelse amoraliteit, van het spel met de taal vinden we in Van den vos niets terug. Om dat spel te kunnen spelen, moet, zoals in Van den vos Reynaerde, de taal centraal staan en FC Bergman bant de taal zo veel mogelijk uit Van den vos om te kunnen vertellen met stil acteren, video, film en muziek. Omdat FC Bergman de personages in Van den vos Reynaerde in morele termen beoordeelt, nemen ze het werk niet ernstig genoeg en zien ze de echt subversieve mogelijkheden van de Reynaerdiaanse humor over het hoofd.

Die subversieve humor komt tot stand omdat de auteur werkt met de figuur van de schurk Reynaert. Figuren als de schurk, de zot en de nar kan je niet letterlijk nemen want ze zijn niet wat ze lijken te zijn. In Van den vos Reynaerde is Reynaert het scalpel waarmee de auteur zijn samenleving ontleedt. Omdat FC Bergman Reynaert een figurantenrol toebedeelt en hem van de trickster in Van den vos Reynaert degradeert tot de psychopaat in Van den vos, slaat het gezelschap zichzelf dat scalpel uit handen. Dat is vreemd want FC Bergman wil, naar de intentieverklaring te oordelen, 'de aantrekkingsfactor van het begrip “immoraliteit” en de invloed ervan op onze huidige samenleving' verbeelden.

Houden we rekening met de artistieke bedoeling van FC Bergman, dan is het bijzonder merkwaardig dat ze enkel het eerste luik van het tweeluik dat Van den vos Reynaerde is voor hun voorstelling gebruiken. In het eerste luik van Van den vos Reynaerde is Nobel een rechtvaardige koning omdat hij zich laat leiden door het advies van zijn baronnen, in het tweede luik verwordt hij tot een tiran omdat hij, uit hebzucht, zijn baronnen buiten spel zet en zich laat leiden door het advies van Gente, de koningin, en Reynaert. Door Nobels immorele gedrag stuikt uiteindelijk de hele feodale orde in elkaar. Omdat FC Bergman de koningin van bij het begin opvoert – zij is dominant en Nobel lijkt haar toy boy – en duidelijk aangeeft dat het koningspaar dan al door en door immoreel is, kan er van een corrumpering van het gezag en van de verbrokkeling van de maatschappelijke orde geen sprake meer zijn. Met de hebzuchtige koning Nobel viseerde de auteur de Franse koning Lodewijk IX, die volgens hem en de groep van wie hij de spreekbuis was, onder het masker van heiligheid zijn macht uitbreidde. Dat Van den vos Reynaerde een satire is met een specifiek mikpunt, lijkt FC Bergman volledig te zijn ontgaan.

Het materiaal in Van den vos Reynaerde lag voor het grijpen maar FC Bergman laat het liggen. In de plaats van de kans te grijpen en te verbeelden dat hebzucht onze maatschappelijke orde vernietigt en miljoenen in de armoede stort, in de plaats van specifieke personen en organisaties met ongenadige en bijtende spot te hekelen, in de plaats van de verontwaardiging daarover – indignatio – in een eigentijdse satire te gieten, houdt FC Bergman het bij vrijblijvende beschouwingen over 'de aantrekkingsfactor immoraliteit' en verhult die inhoudelijke armoede met de prestaties van rasacteurs, de zang van een populaire zanger, de live muziek van een Duits gezelschap, met grootse decors en met mooie plaatjes. Maar het zijn de kleren van de keizer, de kleren van FC Bergman.

 

René BROENS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
10 décembre 2013 2 10 /12 /décembre /2013 17:18

 

BBeigenterrein.jpg

Zopas verscheen de tweede verzamelbundel van Bert Bevers (°1954), Eigen terrein (gedichten 1998-2013) bij Poëzie-uitgeverij WEL.

In Tussen hemel en aarde (Amsterdam, Van Gennep, 2013) vraagt begenadigd lezer Gerrit Komrij (1944-2012) laconiek maar niet minder treffend aandacht voor de poëzie van de nog altijd onvolprezen Bert Bevers:

'Met simpelheid en oprechtheid heeft een mens niets te zoeken in poëzieland. Dat dit een misverstand is, ja een bittere leugen, bewijst Bert Bevers met Cantilene op een simpele en oprechte wijze. Als een melodietje. Zo is het, denk je, en niet anders. Zo kan het zijn, als je je niet aanstelt.'

 

Cantilene


Daar flaneert mijn Geertje in haar nieuwe robe,

als bijna een en vijftigjarig meisje. Keer op keer

weer ben ik blij dat wij elkaar zo mogen kennen.

 

Natuurlijk dromen we niet parallel maar onze

nachten varen zacht. Wij hebben ons in het leven

weten te bekwamen, delen veel verleden.

 

We kennen van elkaar de zwakke plekken zonder

daar te raken, en hebben zelfs geheimen samen soms.

Zoals het weten in het midden van de stad verborgen

 

tussen kreupelhout een bedje bosaardbeien.

Ik hou niet net zoveel van jou als toen we hand

in hand de wereld binnen sprongen maar veel meer.

BBBankvast.jpg

Ter gelegenheid van de jaarwisseling 2013-2014 verscheen Bankvast, een uitgave op verzoek van Bob Bakker Makelaardij te Bergen op Zoom. De titel en het gedicht zijn van Bert Bevers, de tekeningen van Ron Scherpenisse.

 

Doe maar. Doe maar gewoon of dit hier thuis

is. Daar zit je dan. Daar ben je. Daar schrijf je.

Vandaar kijk je. Weet je dat je van een poes

geen voetstappen hoort, van een vis geen adem.

 

Dan vraag je je af of er groene rozen zijn, ergens.

Weet je zwijgend naast je een vergeelde oude foto

waarop je erg blij bent met een blikken trommel,

onder bewasemde gebeden in rechtschapen wil.

*

Frank Decerf typeerde Bevers terecht als 'gentleman': 'hij morst niet met woorden, hij deelt ze gracieus uit. Zijn gedichten baden niet in een zee van pretentie: zijn taal is daarvoor te erudiet.' Erik Verstraeten (met wie ik het niet altijd volledig akkoord ben, maar nu wel) schreef in 't Pallieterke: 'Tussen veel middelmatige woordkramerij […] is Bert Bevers gewoonweg superieur. Deze dichter munt uit in de kunst van het “verdichten”, van het spelen met en concentreren van taal'.

Verdichten? Inderdaad: condenseren en bedenken.

Documenteren en reëvalueren? Ja, het wordt hoogtijd dat we dit hier eindelijk doen. Ik zal er alleszins toe bijdragen...

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
9 décembre 2013 1 09 /12 /décembre /2013 15:52

 

Gierik121.jpg

Back after the war”, het winternummer van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, wordt voorgesteld op vrijdag 20 december om 19 uur in het Bernarduscentrum, Lombardevest 23, 2000 Antwerpen.

Medewerkers:

Jaak FONTIER, Vlaamse poëzie in de loopgraven

René HOOYBERGHS, Een Ghurkaverhaal

Tom DENEIRE, Latijnse soldatendichters

Bert POPELIER, De muur van de vermisten

Klaas COULEMBIER, War Requiem van Benjamin Britten

Joe OOSTVOGELS, 1ste Wereldoorlog in exotische stijl

Matthijs DE RIDDER, Jazz in de loopgraven

Camiel VAN BREEDAM, Westhoek-Uithoek

Dany DELEPIÈRE, La carte du feu

Thomas Jasper MARTIN, Gedichten – Lapidarium

Maarten VAN ALSTEIN, Spookbeelden van de slagvelden

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
8 décembre 2013 7 08 /12 /décembre /2013 23:55

 

JanScheirs.jpg

Aus der Liebe zu Kunst und Kultur sowie dem Wunsch, einen Beitrag zum Erhalt und zur Förderung kreativen Schaffens zu leisten, beschlossen wir 2013 die Sanierung und den Ausbau der ehemaligen Sortiermaschinen-Halle des Kaiserlichen Deutschen Bahnpostamtes Leipzig (direkt am Hauptbahnhof) als Ausstellungs- und Kulturzentrum umzusetzen.

Basierend auf langjähriger Liebe für Antiquitäten und grundlegenden Erfahrungen mit musealen DDR-Kunstausstellungen im Schloss Brandenstein (unter anderem mit Gemälden von Willi Sitte und Neo Rauch) formte sich Anfang 2013 die erste fixe Idee einer Galerie für zeitgenössische Kunst in Leipzigs Zentrum.

Es entstand nicht nur eine Galerie, um DDR-, moderne und avantgardistische Kunst zu zeigen und zu verkaufen, sondern ein (Frei)Raum, in dem die Kunst mit Events verknüpft wird. Das Projekt „SansvoiX modern art“ darf deswegen nicht nur, einer Galerie entsprechend, als Verkaufsausstellung verstanden werden. In Zusammenarbeit mit namhaften Künstlern, Kuratoren und Depots rund um den Globus bieten wir informative und interessante Ausstellungen zum „anschauen“, „erleben“, und selbstverständlich auch zum „Erwerb“ an.

*

Wir freuen uns ganz besonders, den belgischen Künstler Jan Scheirs aus Antwerpen in unseren noch jungen Räumen begrüßen zu dürfen. In seinen mytisch-burlesken Bildern, die tiefgehend in klassischen Werken der alt-flämisch/niederländischen Bildsprache verankert, das tagespolitische Gesellschaftsgeschehen festhalten, spiegeln sich u.a. auch die Konflikte, die das europäische Ringen um Religion, Freiheit und das Gute schlechthin, besonders Mitteldeutschland über Jahrhunderte durchlebte. Der Betrachter wandelt unklar zwischen den wollüstigen Verführungen und den bedrohlichen Bedrängnissen umher.

In der Mitte des geräumigen Ausstellungsraumes steht das monumentale originale Berliner Mauer-Teilstück als kulturhistorisches Denkmal. Symbol für den Mauerfall, dessen Initiative von der „Wende-Hauptstadt“ Leipzig ausging. Es waren Friedensgebete in der Nikolaikirche und die ab September 1989 stattfindenden Montagsdemonstrationen, die zum grundlegenden Bestandteil der friedlichen Revolution in der DDR wurden. Somit besitzt die Berliner Mauer in Leipzig enorme Ausdruckskraft als Symbol für die Trennung und den Prozess des friedlichen Überganges in die Einheit und Freiheit Deutschlands.

Wirwollen den Blick auf die kunstvollen Eigenheiten jenes Teilstücks der ehemaligen „Berliner Mauer“ richten: Mauerkunststatt Mahnmal - Friedenssymbolstatt Grenzbefestigung!

Das Projekt „SansvoiX modern art“ wird ausschließlich durch private Mittel finanziert.

In diesem Sinne: „SansvoiX“ - werden sie sprachlos …

Fabian KAHL

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
8 décembre 2013 7 08 /12 /décembre /2013 22:40

 

Foto.PNG

Wer im Dunklen wandelt... Mythisch-Burlesque Kabarett... Die Grundlage des faszinierenden belgischen Epos von Jan Scheirs formt sich aus (archetypischen) Bildern und spontanen, un(ter)bewusst geweckten Assoziationen. In breiten, erzählenden Kompositionen macht er mitunter bewusst und mit Wollust Gebrauch von Elementen der flämischen Bildtradition, um seine Geschichten vorzustellen; derweil Scheirs in mehr kontemplativen Momenten (unter anderem in den Bildern „Austerndilemma“) intuitiv die Grenze zwischen Figuration und Abstraktion abtastet. Die ironische, aber nicht weniger programmatische Hommage an Broodthaers macht es sofort deutlich: BELGISCH - in der Tat. Universell betrachtet illustrieren die meistenteils erzählenden Werke Scheirs nicht mehr und nicht weniger als das Theater der Welt.

HFJ

(wordt vervolgd)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
8 décembre 2013 7 08 /12 /décembre /2013 18:11

Barnard-Bevers-copie-1.JPG

Benno Barnard en Bert Bevers

Care lector,
Op facebook  meldde ik onlangs mijn letterwoord ‘SMLL’ ( gelieve de laatste L  heel nadrukkelijk te laten uitklinken): Schrijven, Muziek, Lezen en Leuteren. Heb ik geen van deze bij de hand, dan verveel ik me te pletter. De laatste L, mijn edelste verzuchting, werd Bourgondisch ingelost tijdens een etentje met twee in de letteren beslagen Batavieren, twee BB’s van hetzelfde geboortejaar 1954. Ei zo na hadden ze zelfs hun verjaardag op dezelfde dag kunnen vieren. De afspraak was op 6 december in een Italiaans restaurant. Mijn lievelingsheilige, een goede man had ik die dag uitgeleide gedaan en als uitgewezen asielzoeker keurig in Steenokkerzeel afgeleverd. 

Twee BB’s, twee Germanen met een voorkeur voor la langue de l’empire  waartussen ik als enige Romaan stevig at en er met de nodige oecumenische welwillendheid smakelijk zat te verschillen. Zo mocht ik vernemen dat Jean Racine (1639 – 1699) maar de helft van de woordenschat bezat dan deze van William Shakespeare (1564-1616). Vermits het Frans een directe nazaat is van het Latijn is dit de evidentie zelve. Latijn is zowat de meest heldere, compacte taal (en dito denken) die de mensheid verrijkte, hetgeen nu in de sierlijke Franse eenvoud blijft nazinderen. Een grotere woordenschat ? Van jabberwalking,( vandaar de veel te vele woorden) zal de Angelsaksische tong ooit verslijten zodat ze terugkeert naar de briljante warmte van de Romaanse moederkerk. Het zal u allicht niet verwonderen, lieve lezer dat tijdens het gesprek het Ceasariaanse ‘Veni, vidi, vici’ glanzend in mijn ogen hing te blinken…
O Great Britain  met in het Noorden, een Schots  en scheef getrokken ruit. Hoe ik ook smelt voor het arcadische platteland in Midsummer Murders, de welluidende Inspector Morse, het leed van de lankmoedige Richard van Hyacinth Bucket (Boekéé) wil stelpen, ik zou er niet kunnen leven. Het Onslow- gehalte blijft er groot. Alleen al een English Breakfast  is voor elke weldenkende cultuurmens een aberrante aanval op zijn gezond verstand. Een croissant, de meeste verhevene ‘feuilleté’ in het rijk der bladerdeegachtigen, is het enige probate middel om de dag mee te beginnen. Ze stutten de zwaartekracht van de wallen onder mijn pas ontwaakte ogen. Het zijn de vaderlanders  op de barricade tegen mijn ochtendhumeur dat zo niet langer dan vierentwintig uur duurt.
Volgende gedicht wijdde ik aan mijn ochtendlijke, liefst beboterde geliefde. (De ondertoonde bijgedachten zijn hier gratis en dus inbegrepen.)


Poème matinal.
D’un vers tombe la nuit vers
le croissant trempé dans le café.

L’odeur papillonne dans le nez
comme le vent lève la jupette
d’une femelle en passant.

Un soupir de lait blanc fesse,
me remue de travers, ma cuillère en garde 
hors du pas avec du chocolat, noir de noir
des pensées.


Croissants.jpg

Toegegeven, een croissant is niet Frans maar Teutoons. Om het afslaan van de Ottomanen na het beleg van Wenen in 1683 te gedenken, bakten euforische bakkers daar een broodje in de vorm van de Turkse halve maan. Fransen, gespeend van elke vorm van chauvinisme hebben hoffelijk de soortnaam ’Viennoiserie’ voor een brioche, een pain au chocolat, een croissant enz., gereserveerd. Het is echter dank zij de onnavolgbare Franse cultuur met zijn bladerdeeg dat mijn croissant tot een eetbare staat werd verheven.
Men beweert dat deze in Frankrijk werden geïntroduceerd door de Oostenrijkse Marie Antoinette, de echtgenote van Lodewijk XVI, slotenmaker in bijberoep. Beide gekroonde hoofden eindigden onder de guillotine. Deze  oerdegelijke brok ‘Verlichte’ spitstechnologie is wel op en top Frans. Het is overigens de vlotste manier om je hoofd er bij te verliezen.
In de zomer van 2011 waagde ik nogmaals de oversteek naar Zuid-Engeland. Ik bezocht er onder andere Hastings  waar dank zij de Normandiër, Guillaume le Conquérant, het autochtoon gezucht, gerochel en gekuch in onomatopeeën stierven, het Engels min of meer tot een taal werd geboetseerd zodat het zachtjes in de vaart der volkeren kon mee stromen. William was Quintilius Varus niet die zijn legioenen moest teruggeven (Quintili Vare, legiones redde! ). Hij overwon en sinds het heuglijke jaar 1066 werd met ongeveer vijftig procent Romaanse woorden de Engelse vocabulaire (vocabulary)  tegen verder onheil gevaccineerd.
Gelet op het ontbijt kunnen we aan de overzijde van het kanaal helaas maar over een nog steeds ontluikende vorm van beschaving spreken. Over de ochtendlijke maagvulling aldaar, leze men het volgende pleidooi. Wordt dus vervolgd…

 
Bien à vous,                                          
Frank DE VOS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
7 décembre 2013 6 07 /12 /décembre /2013 23:13

 

DSC02977.jpg

In het kader van het Kerstconcert van de Muziek Academie Ekeren op 21 december 2013 staat de creatie van een een nieuw werk van Jan Hendrik Van Damme centraal. We laten Jan Hendrik zelf aan het woord over dit werk.


Door een samenwerking tussen de Academie voor muziek en woord van Ekeren en het cultuurcentrum van Ekeren kreeg ik de gelegenheid om een werk te schrijven voor tenor, jeugdkoor en orkest.

Een heerlijke gelegenheid, omdat ik me bij het componeren graag laat inspireren door andere kunstvormen. En als er gezongen wordt, komt er vanzelfsprekend tekst aan te pas. Poëzie in het beste geval. Want verzen om op muziek te zetten kies je niet op hun poëtische waarde, maar op de eigenschap dat ze nog ruimte bieden voor muziek.

Bij mijn zoektocht naar poëzie begeef ik me graag op platgetreden paden. In plaats van op zoek te gaan naar dat ene mooie gedicht dat niemand kent bekijk ik graag klassiekers. (Hoewel: in mijn brede omgeving merkte ik weinig blijk van herkenning wanneer ik over “ik draai een kleine revolutie af” sprak. Ik betreed hier dus blijkbaar een lichtjes overwoekerd ooit platgetreden pad…)

Uit mijn schooltijd herinnerde ik me dat de gedichten van Lucebert een Herman de Coninck-achtige eenvoud en toegankelijkheid hebben. En “ik tracht op poëtische wijze” met zijn bekende broodkruimel op de rok van het universum stond ook in mijn geheugen gegrift. En zo lezend kwam ik bij “ik draai een kleine revolutie af” terecht. Een kort en krachtig gedicht, met een muzikaal repeterend “ik” – dat mooi aansluit bij de leefwereld van het koor van 12 tot 18 jarigen.

Het is een gedicht zonder rijm, en zonder vast metrum in de versregels. En daarom was het ook een heftig gevecht om de tekst in een soort draaiorgeltje de gemoederen op te laten hitsen tot een revolutie. Dat was namelijk het klankbeeld dat me voor de geest kwam. Daarnaast wilde ik ook de elementen die erin aan bod komen (water-wind-aarde en revolutionair vuur) verklanken. Alsof het niet al moeilijk genoeg is in een schamele zes minuten een orkest, een koor en een tenor hun ding te laten doen voegde ik er dus nog klanktapijten (aanvankelijk “soundscapes” genoemd) aan toe.

Aan Serge Baeken vraag ik graag om mijn composities van een inspirerende kaft te voorzien. Ik vroeg hem een wilde surfer op hoge baren te maken, die getatoeëerde golven op z’n kale kruin draagt, en een hitsige zeemeermin op z’n flank. Maar zoals hij reeds eerder illustratie bij mijn muziek verzorgde maakte hij er een eigenzinnig en veel toepasselijker werk van.

Jan Hendrik VAN DAMME

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Musique
commenter cet article
6 décembre 2013 5 06 /12 /décembre /2013 16:39

 

Patricia.jpg

Doorheen de duisternis het licht is een reis naar de overblijfsels van een aantal over Europa verspreide concentratiekampen, zoals zij tot op heden bewaard bleven. Om de nagedachtenis aan miljoenen mensen, die in deze kampen de dood vonden te respecteren, hebben zowel beeldend kunstenaar als auteur beeld en woord in een stille getuigenis samengevoegd. Hier geen beelden van gruwel, geen beschrijvingen van daden, geen voyeurisme of een lichtvoetige benadering van het lijden. Doorheen de restanten van de herinnering waart een bijna sacrale stilte. De prozaïsche metaforen spreken voor zich.

Het boek van auteur Patricia De Landtsheer (gedichten & proza) en Etienne Van den Bulcke (kunstfotografie) is uitgegeven bij C. de Vries-Brouwers, Haantjeslei, 80 te 2018 Antwerpen. De uitgave kan daar worden besteld (website Uitgeverij C.de Vries-Brouwers) of via de boekhandel.

Op donderdag 12 december staat Patricia De Landtsheer andermaal op het podium als gastdichter tijdens de 181ste Muzeval.

Muzeval-181-.jpg

De Muzeval vindt plaats in Artistiek Literair Café Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24 te 2000 Antwerpen.

De deuren gaan open om 19:30 en de aanvang is om 20:30.

Inleiding en Presentatie: Bart Van Peer

Na afloop is er een Vrij Podium.

De Muzeval is een organisatie van Pipelines VZW. Mezt steun van Antwerpen Boekenstad.

www.muzeval.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche