Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
24 avril 2014 4 24 /04 /avril /2014 22:32

 

JDXkaai.jpg

Een schandaal in het poppenhuis

 

tgSTAN bestaat een kwart eeuw en dat moest gevierd worden. Niet met een knalvoorstelling. Ze wilden het zich niet al te moeilijk maken, dat kost maar tijd en hersencellen. Een herneming van een succesproductie was de eenvoudigste oplossing. En biedt gegarandeerd. succes. JDX – A public enemy werd uit de kast gehaald, afgestoft en opnieuw den volke getoond.

 

Los van elke kritiek, de bewerking van het toneelstuk van Henrik Ibsen, Een vijand van het volk [1882] is steengoed. tgSTAN heeft het stuk niet gevild en uitgebeend, maar geschrobd en een dweiltje geslagen. Het resultaat is geen showroom maar een living room, ondanks de kaalheid van de ruimte en de eenvoud van het spel. Eenvoud en kaalheid maken dat alle aandacht naar de tekst gaat. Wat ook de bedoeling was van de auteur. Hij was er niet op uit om opzettelijk schandaal te scheppen met zijn stukken. Als dat het gevolg was, ja, dan was dat nu eenmaal zo. Wat hij wilde was valse maatschappelijke situaties aanklagen en scheve sociale toestanden aantonen.

 

Het verhaal in een notendop. Een dokter ontdekt dat een nieuw kuuroord in zijn stad geen soelaas biedt, maar een gevaar voor de toerist. Door vervuiling van het water. Hij wil dat aanklagen in de artikel in de krant. De hoofdredacteur staat achter zijn zaak. Een mooi schandaal is welkom, gezien de penibele financiële situatie van het blad. De burgemeester en de notabelen zien de publicatie echter niet zitten. Komt geheid miserie van. Niet voor de halflijken, maar voor het imago van de stad. De toeristen zullen wegblijven, wat een flink gat zal slaan in de kassa van de middenstand. De dokter houdt het been stijf, dringt aan op publicatie. In een openbare zitting wordt hij de levieten gelezen en bestempeld als een vijand van het volk.

 

Zijn veroordeling heeft de dokter te danken aan het werk in de politieke achterkamertjes, zoals we die heden ten dage nog kennen. Ook in ons land. De volgende regering is al gevormd. Het enige wat nog niet geweten is, is het aandeel van de partij en de verdeling van de postjes. Die zaken hangen af van het aantal stemmen. Het is weggestopt in het cliché ‘de meerderheid beslist’. Dat de media het spel meespelen en slechts open deuren intrappen met hun kritiek, maakt deel uit van het politieke spel. Ze mogen zich dan als onafhankelijk opstellen, toch zijn vijanden er maar voor de schijn. Die wetenschap heeft ongetwijfeld meegespeeld in de keuze van het stuk. De zure politieke lucht en de verwijten over en weer smeekten er om.

 

De voorstelling boeit de hele speeltijd. Jammer van de rimpels. Er wordt al te zwaar op automatisme gespeeld, clichés worden te zeer benadrukt. Het publiek is door de nieuwe sociale media al voldoende op de hoogte van de vuilnisbergen achter de schermen. Het moet er niet meer expliciet op gewezen worden. Doe je dat wel krijg je algauw poppenkast. En de tekst wordt aan een moordend tempo afgerafeld, wat de articulatie beschadigt. Geen moment stilte, nochtans kan zwijgen gevaarlijker zijn dan spreken. Het hels tempo ondermijnt de mimiek. In een blik zit vaak meer verwijt dan in zin. Door overacting, balancerend op de rand van het schmieren, wordt getracht die wonde te verbergen. Een te kleine pleister op een te grote wonde.

 

Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen hebben alle rollen verdeeld en presteren op hoog niveau. Dat hebben ze mede te danken aan de souffleur, die er niet is voor de acteurs en hun tekst, maar voor het publiek. Opzij gezeten raffelt zij als een telexmachine de regieaanwijzingen af, de oorspronkelijke rekwisieten, de kostumering en het decor. Wat van JDX – A public enemy eerder vertel- dan speltoneel maakt. De souffleur van dienst bij de voorstelling in het Kaai op 23 april was Natali Broods, al kan dat evengoed een andere actrice zijn. Op de programmafolder staan zeven namen. De keuze van die rol hangt dus af van wie uit de vriendenkring een vrije avond heeft, en dankzij die klus die avond niet thuis moet zijn, waar zes manden strijk wachten.

 

Ondanks de zwaktes – ach, overal is wat en aan iedereen scheelt er iets – is JDX – A public enemy een genietbare, warme voorstelling.

Guido LAUWAERT

JDX – A public enemy –productie tgSTAN – nog tot 10 mei op reis in Holland, Vlaanderen, Limburg en Brabant – www.stan.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
24 avril 2014 4 24 /04 /avril /2014 05:58

OnsLandDEF.jpg

 

Het Paul van Ostaijen Genootschap zet zich ook dit jaar weer in om met bijzondere uitgaven het uitdagende en veelzijdige oeuvre van Paul van Ostaijen in de aandacht te brengen. Na vijf publicaties met brieven van een aan Van Ostaijen is het Genootschap gestart met een nieuwe reeks publicaties, waarin bekende en minder bekende teksten van de dichter in hun originele omgeving gepresenteerd worden. Als eerste in deze reeks exclusieve facsimile's verscheen zopas het gedicht “Zaaitijd”, verschenen in Ons Land van 22 september 1917.

In de deskundige toelichting handelt dr. Matthijs de Ridder over “het probleem van de verstaanbaarheid van de avant-gardist”.

Redacteuren van Ons Land, “algemeen weekblad voor het Vlaamse Volk”, waren o.m. A. Borms, A. Jacob, G.P.M. Roose, O. de Smedt, J. van Extergem en P. van Ostaijen.

PVOhantekening.jpg

Later dit jaar verschijnt het tweede deel, nl. de fotografische herdruk van het eerste nummer van de tweede jaargang van het tijdschrift Opstanding, waarin Van Ostaijens groteske 'Het gevang in de hemel' was opgenomen.

In mei van dit jaar verschijnt bij uitgeverij Het Balanseer en met steun van het PvO-Genootschap het uitdagende essayboek Arabesken met Zot Polleken van Willy Roggeman. In dit boek gaat Roggeman op zoek naar zijn Paul van Ostaijen, de dichter die hem heeft gevoed en gevormd tot de schrijver die hij uiteindelijk geworden is.

*

Signaleren we hier nogmaals de presentatie in het Letterenhuis te Antwerpen van de fotografische herdruk van Bezette Stad (1921), vrijdag 25 april vanaf 14u30.

Henri-Floris JESPERS


Het Genootschap Van Ostaijen vzw zetelt in het geboortehuis van de dichter, Lange Leemstraat 53 te 2018 Antwerpen. Lidmaatschap: 30 € te storten op rekening van Genootschap Van Ostaijen vzw met IBAN BE50 7370 2494 5918 en BIC KREDBEBB.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
23 avril 2014 3 23 /04 /avril /2014 20:39

 

Bezette-Stad.jpg

Cover: Lino van Oscar Jespers (1887-1970)

In het Letterenhuis te Anwerpen wordt vrijdag 25 april de fotografische herdruk van Bezette Stad (1921) gepresenteerd, een uitgave van de meer dan verdienstelijke Nijmeegse uitgeverij Vantilt. De presentatie begint om 14u30.

De wordingsgeschiedenis van Bezette Stad, een iconische bundel bij uitstek, werd grondig belicht en voortreffelijk geïllustreerd door José Boyens (°1931): De genesis van Bezette Stad (Antwerpen, Uitgeverij Pandora, 1995, 212 p.)

HFJ

Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22, 2000 Antwerpen.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
23 avril 2014 3 23 /04 /avril /2014 19:15

 

Op dinsdag 15 april speelde Ontroerend Goed de eerste try-out van zijn nieuwe voorstelling Wijven in de Gentse Vooruit. Ik mocht er niet over schrijven. Dat mag je zeker niet tegen een recensent zeggen. Zeker als er op zijn aanwezigheid aangedrongen is via via. De makkelijkste weg om zich in te dekken tegen kritiek.

 

Zes jonge vrouwen staan op het podium, driekwart van de één uur durende voorstelling achter een partituurstaander. Hun tekst ligt open voor hen. Heelder stukken lezen ze van het blad. Af en toe slaan ze een blad om. Het muziekmeubel is een versperring tussen de spelers en het publiek. Ik voel geen contact. Een zeldzame keer, als ze de ruimte verkennen en de benen en heupen uitslaan. Ze beginnen met een eentonig gezang dat ze als golven op en neer laten gaan. Soms wild, soms verstild. Het doet denken aan de muziek van György Ligetti uit Kubricks film 2001 – A Space Odyssee, wanneer het op hol geslagen ruimtetuig de kosmos induikt, verder en verder weg van ons zonnestelsel.

 

Net voor het vervelend begint te worden slaan ze aan het praten. Geen dialogen, enkel monologen. Over hoe vrouwen door mannen én vrouwen bekeken worden. Ze schieten korte grappen op het publiek af. Vrouwonvriendelijke. Een variante op joodse humor. Joden kunnen spotten met hun wijze van leven en zijn niet mals voor hun soortgenoten. Verbale moorden zijn het. Maar als een niet-jood een joodse mop vertelt, sabelt heel Israël en zijn wereldwijde aanhang je neer.

 

Elke vrouw heeft een verhaal of een litanie. De ene heeft een slordige uitspraak, bij een andere past de gestiek niet bij de tekst. Te vergelijken met de projectie van een film waarin het beeld iets te laat komt. Aan iedereen scheelt wat, maar bij een voorstelling verwacht je dat de acteurs hun handicap in de kleedkamer hebben gelaten. De één uur durende voorstelling duurt te lang. Viel er het eerste half uur nog wat te lachen, het tweede halfuur slaat de verveling toe. Nergens een breekpunt, een koerswijziging, een shock. Waren er onverwachts drie vrouwen extra opgedaagd zou je je van vreugde gaan verzetten. Natuurlijk! De wijven zijn de negen muzen. Je zou wat ze ook vertellen kunnen koppelen aan de negen gebieden van kunst en wetenschap die Homeros aan de Muze gaf.

 

Gelukkig, op wandel naar het theater, ontmoette ik Chokri Ben Chikha. Hij kwam van links, met een prachtige fee naast zich, ik van rechts, zonder kat of hond. Er ontspon zich meteen een geanimeerd gesprek. We hadden het over het cultuurbeleid, de aanstaande verkiezingen en zo kwam het gesprek op zijn kandidatuurstelling om minister van Cultuur te worden. Voor welke partij, vroeg ik. Maakt niet uit, zei hij. Zolang het maar niet een racistische of kunstonvriendelijke partij is. Zoals de NV-A. Die wil het cultuurministerie claimen, als ze de machtigste partij in Vlaanderen wordt. Daarom heb ik me publiekelijk kandidaat gesteld. Maar daar is de kassa. Zie je straks.

 

Na de voorstelling ging het gesprek verder. De voorstelling, daar waren we snel over uitgepraat. Maar niet over zijn ‘kandidatuur’. Als een secondant van Bart De Wever minister van Cultuur wordt, zei hij, zal de kunstsector bloeden. Je ziet het al in Antwerpen. Knabbel, knabbel. Nu als muizen, straks als leeuwen. Moeilijk is het niet. Kunstenaars zijn nu eenmaal weduwen en wezen. Zij hebben geen netwerk, enkel een pretpark, dat mensen als De Wever oorden van entartete kunst vinden. Dat zei hij. Groot gelijk, antwoordde ik, en eenmaal ze de kunstsector hebben gekelderd zal de mediasector worden gekooid.

 

En het ergst van al, besloot hij, is dat al de kunstconsumenten niet in opstand komen. Iedereen bromt maar niemand brult. En na de verkiezingen zal het te laat zijn. Ik broed nog op een actie, je hoort er nog van. – Na een flinke knuffel trok hij met zijn fee naar buiten om een sigaret te roken. Ik volgde hem vanop afstand en zag hem met evenveel enthousiasme aan anderen zijn geloof uitbazuinen. Heerlijk om zijn drift, gesausd met veel zoete humor, bezig te zien. Zo werd het toch nog een geslaagde avond. Het is gek, maar vaak zijn de gesprekken vóór en na de voorstelling veel boeiender dan de seance.

Guido LAUWAERT

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
22 avril 2014 2 22 /04 /avril /2014 18:17

Met jongensplezier Jason and the Argonauts weer eens bekeken. Deze film zag ik een halve eeuw geleden voor het eerst. Officieel staat Don Chaffey te boek als regisseur van deze in 1963 uitgebrachte rolprent, maar eigenlijk is het natuurlijk gewoon een Ray Harryhausenfilm. De scènes die hij met diens formidabele stop-frame animation vervaardigde zijn immers het vlees op de botten.

Zeil-voor-afvaart.JPG

Ontdekte plotsklaps na al die jaren wel een regiefoutje: als Iason en zijn metgezellen de Argo betreden heeft het zeil van het schip een enorme ramskop op een witte ondergrond als decoratie. Even later, bij afvaart, is die ondergrond echter ineens een gouden….

Zeil-bij-afvaart.JPG

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
21 avril 2014 1 21 /04 /avril /2014 12:22

 

JosChabert.jpg

Voor de goede orde. Dit verhaal speelt zich af toen er nog geen sprake was van gewesten en deelregeringen. De macht van het land zat nog volledig in de Wetstraat.

Op 13 februari 1973 zat Jos Chabert zich in te werken. Hij nam een dossier van een krimpende berg, keek het in en legde het daarop op een groeiende berg. Hij was drie weken minister, en dan nog wel van het aartsmoeilijke departement van Cultuur. Altijd klagers, bedelaars en als je ze wat toestopte kon er geen woord van dank af. Nooit was het genoeg. Na de zoveelste zucht bij het sluiten van een dossier stormde plots zijn kabinetschef binnen. ‘Meneer de minister’, zei Johan Fleerackers. ‘We zitten met een probleem, een groot probleem.’

De minister keek op. Johan was normaal de rust zelve. Een staatsgreep? Een kathedraal in brand? Zo erg was het nu ook weer niet, maar erg was het wel. ‘De burgemeester van de Vorst, eigenaar van Vorst-Nationaal, heeft de Nacht van de Poëzie verboden?’ – ‘Nacht van de Poëzie, Nacht van de Poëzie, wat is dat voor iets? Heb ik daar een dossier over?’ – De minister had er geen dossier over. Het was een initiatief dat in geen enkel straatje paste. Een mix van poëzie, spektakel, muziek, dans. En dan die organisator. Die was voor geen rede vatbaar. Financieel en administratief ongrijpbaar.

Goed. Zeer goed zou ik denken,’ zei de minister. ‘Dan is er geen probleem Johan. Want wat hebben wij met die man en zijn nacht te maken?’ – ‘U heeft gelijk, meneer de minister. Die man is geen gevaar voor ons beleid, maar de burgemeester van Vorst heeft de Nacht verboden.’ De minister begreep meteen dat door die zet het probleem in de politieke hoek zat. Hij dacht even na, liet zijn pen tussen de vingers van beide handen rollen. ‘Wat stel jij voor Johan?’ – ‘Wel, meneer de minister, die burgemeester, een zekere Jacques Lepaffe, is een FDF-er. Niet zozeer hij maar zijn partij is een stoorzender in de Wetstraat. Uit goede bron heb ik vernomen dat jonge Vlaamse Brusselaars, politici in de kinderschoenen, een ouder partijlid aan het opvrijen zijn om te interpelleren in de Kamer. Een Vlaamse manifestatie verbieden is een kaakslag voor Vlaanderen. Herinner u de uitspraak van Lode Craeybeckx uit 1954: ‘Wij laten Brussel niet los.’ Er was al rumoer maar die uitspraak was het begin van de politieke taalstrijd.’

En van wie mogen die kinderschoenen dan wel zijn?’ vroeg de minister. – ‘Eric van Lerberghe van de CVP, Annemie Neyts van de PVV, Ivo Goris van de Volksunie en Jari Demeulemeester van de BSP. Ze zitten in het bestuur van de Vlaams-Brusselse Jeugdclub, en die organisator heeft bij de club onderdak en steun gevonden. Het dreigt een financieel fiasco te worden, en daarom dat ze alle politieke registers opentrekken.’ De minister nam een slok van zijn inmiddels koude koffie en trok een grijns. ‘Wat stel jij voor, Johan’. – ‘Het is al zover dat de Vlaamse kranten dreigen uit te pakken met klaagzangen over het onrecht dat de Vlamingen is aangedaan. Daarenboven is het jonge weekblad Knack sponsor en ik heb zonet de hoofdredacteur aan de lijn gehad, die me vroeg wat het ministerie van Cultuur van plan is.’ – ‘Frans Verleyen,’ murmelde de minister. ‘Een beminnelijk maar gehaaid man. – ‘Vooral een gecultiveerd man. Kunst en politiek staan bij hem voorop. Hij zingt liever Schubert dan het Belgisch volkslied.’

Laten we het kabinet verlaten en ons te velde begeven. De uren en dagen daarop is er dagelijks in de Kamer geïnterpelleerd, alle Vlaamse media stortten zich op de zaak. Nog even en een nieuwe Stomme van Portici was in de maak. Maar deze keer niet met een Muntsmaak maar met een Vorstzuur. Achter de schermen werden allerlei sporten beoefend om een compromis te vinden, maar de burgemeester hield het been stijf, geen Vlaamse Nacht in mijn Franse gemeente. Nochtans had hij het huurcontract een paar maanden voordien gesigneerd. Zoals dat echter gaat met politici van het derde knoopsgat, bladerde hij de signataire door en zette zijn naamkrabbel onder alles, zonder te lezen wat hij had gefiatteerd. Een foto van het contract verscheen in de media. En dan nog wel vooraan in het journaal of op de voorpagina’s. Hij had geen been om op te staan, maar had nog wel een grote mond.

De oplossing is uiteindelijk gevonden door de inschakeling van de vice-gouverneur van Brabant, Leo Cappuyns, de beslissing niet te vernietigen maar bezwaar in te dienen. De burgemeester kon daartegen in beroep gaan, de maandag daarop. De 1ste Nacht van de Poëzie op zaterdag 17 februari 1973 kon doorgaan. In de straten rond Vorst-Nationaal stonden flink gevulde rijkwachtwagens; een kleedkamer was overbezet met BOB-ers. Even voor aanvang daagde Johan Fleerackers op. ‘We hebben de zaak kunnen oplossen en de minister en ik wensen u een succesvolle nacht. Slechts één verzoek. Laat er de politiek buiten.’ – ‘Niet ik, meneer Fleerackers, heb er een politieke zaak van gemaakt. U en de minister kunnen gerust zijn. Poëzie… daar gaat het om, en de dichters zijn wijs genoeg om in hun winkel te blijven.’

Wat er zich afspeelde in het bureau van de minister is een literaire reconstructie. Niet naar de werkelijkheid. Maar hij is geschreven uit grote eerbied voor Jos Chabert. Mijn literaire spielerei is een ruiker gele rozen.

Na het gebeuren rond de eerste NvdP heb ik slechts terloops contact gehad met Jos Chabert. Maar zijn hele leven lang heb ik hem ervaren als een keurige, gecultiveerde man. Op welke ministerpost ook, altijd was hij een handig diplomaat. Hij paradeerde niet, zocht niet het podium op om er baat bij te halen. En wat hij tevens niet had: een air om je groter voor te doen dan je bent. Hij benaderde iedereen op gelijke hoogte. Hij was een zuiver Christelijk mens, met de grootste eerbied voor andersdenkenden.
Om wie en wat hij was zal ik dinsdag aanstaande op zijn uitvaart zijn. Al zal ik achteraan zitten in de Sint-Michielskathedraal, ik zal dicht bij hem zijn. Want hij was terecht een Minister van Staat. En als hij werkelijk in de hemel gelooft, dan wens ik hem een plaats in de naaste kring van God. Dit is geen vaarwel, meneer Chabert, maar een adieu. A-Dieu.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
20 avril 2014 7 20 /04 /avril /2014 21:49

 

DSC08974.jpg

Donderdag 10 april werd de Internationale Grote Prijs Kalligrafie Westerlo voor de dertiende keer uitgereikt. Voor mijn inleiding bij de mooie vierkleurencatalogus dook ik in het archief van vzw Kalligrafia en ik vatte de geschiedenis van de Prijs aldus samen:

In 1983 vroeg auteur Jack Verstappen aan Joke van den Brandt om deel uit te maken van de Jury Grote Prijs Westerlo. Deze prijs was een initiatief van de V.V.V Westerlo en werd jaarlijks uitgeschreven voor een kunstdiscipline (grafiek ,schilderkunst, tekenkunst enz.) Het voorstel van Joke om de wedstrijd eens uit te schrijven voor kalligrafie stuitte aanvankelijk op heel wat weerstand. Uiteindelijk werd in 1989 beslist om de proef op de som te nemen. De inschrijvingen overtroffen alle verwachtingen . en de belangstelling was niet minder: 144 inzendingen. Op de prijsuitreiking en opening van de tentoonstelling werden bijna 300 aanwezigen geteld. Uit ons archief diepten we de eerste affiche op die ontworpen werd door Joke van den Brandt en uitgevoerd in zeefdruk door onze toenmalige secretaris Antoon Vermeylen(+). In 1992 organiseerden Kalligrafia en Westerlo voor de tweede maal dit succesvolle evenement. Een catalogus in zwart-wit gedrukt op A4 formaat, vormgegeven door Sarah Zoutewelle-Morris gaf deze editie meer allure. Toen namen de inrichters het besluit om de wedstrijd voortaan twee-jaarlijks uit te schrijven. In 1994 besliste de beheerraad van Kalligrafia om de catalogus in een nieuw kleedje te steken. Zo kreeg hij zijn definitieve vorm : Formaat 20 x 20 cm en volledig in kleur gedrukt. Mede door het aanhouden van dit formaat is de catalogus voor vele kalligrafie-en letterliefhebbers een verzamelobject geworden.

Sedert de beginjaren is er veel veranderd in de kalligrafiewereld. Vele binnen-en buitenlandse kalligrafen hebben door de Grote Prijs voor het eerst bekendheid gekregen buiten hun eigen regio om er maar enkele te noemen: Herman Kilian(+), Katharina Pieper, Gottfried Pott, Torsten Kolle, An Vanhentenrijk, Corrie Cameron en vele anderen. Ze werden gevraagd voor cursussen, stages, tentoonstellingen. Zo heeft Kalligrafia, dank zij de samenwerking met Westerlo bijgedragen tot de verspreiding en de bekendmaking van de hedendaagse kalligrafie.”

DSC08984.jpg

Bart Van Damme

DSC08998.jpg

Kristof Welters

Bart Van Damme, secretaris van Kalligrafia vzw trad op als ceremoniemeester. In zijn openingswoord wees Kristof Welters, schepen van Cultuur, op de uitstekende samenwerking van Westerlo met Kalligrafia en op de uitstraling die Westerlo hierdoor krijgt in het buitenland.

DSC09012.jpg

Paul Hermans

Paul Hermans, voorzitter van de Cultuurraad verwelkomde de talrijke aanwezigen en vestigde de aandacht op de talrijke buitenlandse deelnemers waardoor de tentoonstelling, die een maand loopt, ook vele internationale bezoekers trekt. Hij dankte Kalligrafia vzw, voor 25 jaar intense inzet voor dit evenement.

DSC09019.jpgJoke van den Brandt

DSC09156.jpgSigrid Artmann bij haar bekroonde werk

Joke van den Brandt, voorzitter van Kalligrafia vzw, reikte daarna de Grote Prijs Kalligrafie 2014 uit aan Sigrid Artmann uit Ludwigsburg (D). Kalligrafia verleende ook een aanmoedigingsprijs aan Pablo Dugaz (F) Zij dankte ook de Lions Club Zuiderkempen die vanaf het begin optraden als sponsor en zo de uitgave van de mooie catalogus mogelijk maken.

DSC09000.jpg

Zoals steeds was de mooie schepenzaal van het kasteel de Mérode gevuld met talrijke belangstellenden.

DSC08988-copie-1.jpg

Dichter en troubadour Frank De Vos luisterde de zitting op met een viertal van zijn eigen liedjes in het Engels, Frans en Italiaans en kon rekenen op verdiend applaus. Tijdens de receptie kon de tentoonstelling met werken van 25 geselecteerde werken op grote belangstelling rekenen.

Ellen DICKENS

Archivaris Kalligrafia vzw

DSC08979 Kasteel de Merode, gemeentehuis van Westerlo

DSC09097.jpg

Joke van den Brandt, laureate Sigrid Artmann en leden van de Lions Club Zuiderkempen

DSC09113.jpgJoke van den Brandt in gesprek met Luc Templier (Namen

Fotoreportage Frank-Ivo VAN DAMME

 

Tentoonstelling nog tot 11 mei, elke dag van 9 tot 12 u. woensdag ook van 14 tot 16 u. Zaterdag en zondag van 14 tot 16 u. Paasweekend gesloten.

 Gemeentehuis (Kasteel) Boerenkrijglaan 61 2260 w-Westerlo

Catalogus 20 € verkrijgbaar aan de balie en bij Kalligrafia vzw.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
19 avril 2014 6 19 /04 /avril /2014 14:56

 

JohanSimonsdr.jpg

Dr. h.c. Johan Simons

De hoogste culturele prijs van Nederland is dit jaar toegekend aan Johan Simons. De oeuvreprijs bekroont een persoon met een grote staat van dienst op gebied van cultuur of natuur in Nederland. Het Prins Bernard Cultuurfonds noemt hem ‘één van de meeste toonaangevende Nederlandse theaterregisseurs’ en roemt zijn grote verdienste voor de theaterkunst in binnen- en buitenland.

De prijs toont tevens aan dat het theater, en specifiek het toneel, een belangrijke sociale functie heeft; meer dan eender welke andere kunstvorm. Beeldende kunst, muziek, film wijzen op een opkomend gevaar of geven een situatieschets. Toneel gaat dieper in op de problemen en wijst op de heersende pijnpunten. Is de actualiteit zelve. Een goede regisseur weet zelfs een oud stuk, of het nu Grieks of Elisabethaans is, zo te actualiseren dat het een kaakslag geeft die hard en direct aankomt. De confrontatie is frontaal, oog in oog.

Film doet dat niet. Blijft afstandelijk, door de lijfelijke afwezigheid van de acteurs. Aan dat probleem proberen filmproducenten wat te doen. In Nederland worden in een paar filmhuizen drankjes en gerechten geserveerd op het moment dat het in de film wordt gedaan. Soms wordt het een drankproeverij. Bij de start van de film krijg je een proefdoos met drankjes uit de film. Dit alles in een poging de film realistischer te maken.

Het is nattevingerwerk. Niets kan het toneel evenaren. Zelfs al is het in combinatie met muziek en/of dans, het toneel is de hoogste vorm van maatschappijkritiek. De theatergezelschappen verwijten bendes profiteurs te zijn is daarom zeer dwaas. Er zijn geen misbruiken, slechts zwakke invullingen van deze kunstvorm. En toch moeten ze er zijn. De kleine gezelschappen, ogenschijnlijk nutteloze, vormen het voetstuk van de grootmeesters. Hoe kunnen anders grootmeesters ontstaan? Uit het zwakke groeit het sterke.

Natuurlijk zijn er te veel gezelschappen. Dat is niet de schuld van die gezelschappen maar van de overheid die in de gouden halve twintigste eeuw met geld strooide zoals Lambik in de strip De poenschepper. Het wordt dus tijd dat een minister van Cultuur grote kuis houdt in het theaterwinkeltje. Het kan door eender welke minister van eender welke partij uitgevoerd worden. Een goed strijdplan is het enige wat nodig is.

Waarom is Berlijn momenteel de culturele hoofdstad van Europa? Na de val van de muur heeft de overheid op cultureel gebied drastisch ingegrepen. Jongeren kregen leegstaande fabrieks- of winkelpanden en kregen alle vrijheid, zolang ze maar niet aanklopten bij de overheid om geld. Het maakte dat voormalige Oost-Berlijnse wijken een nieuw leven kregen.

Dat de overheidsbeslissing aansloeg bewees de immobiliënsector. Toen die haaien het succes zagen kochten ze massaal panden op. Voor beter gesitueerde en gecultiveerde Duitsers. De enigen die er het slachtoffer van werden waren de kunstenaars. Want de koop- en huurprijzen schoten de hoogte in. Op enkele jaren tijd werden voormalige werklozen geciviliseerde burgers. Al bleven ze in hun slodderpakjes rondlopen. Maar ook dat werd mode.

Massa’s overheidspanden en fabrieken staan te verkommeren. In een aantal gebeuren er louche zaakjes. Geef ze aan jonge mensen. Dat ze hygiënisch niet aan de huidige comfortabele trends beantwoorden is een voordeel. Jongeren hebben het licht en de kracht. Ze malen niet om comfort en luxe. De lege ruimte blijft het startpunt van elke kunstevolutie. Het materieel subsidiëren is een belangrijke manier voor het oppeppen van de economie. Want kunstenaars hebben ook eten en materiaal nodig. Dat is te krijgen bij de middenklasse, die als geen ander klaagt over subsidies en kunstenaars als profiteurs. Er zijn slechts enkele kunstenaars die doorbreken en rijk worden, maar veel middenstanders die daarvan profiteren en nog rijker worden.

IvoVanHovedr.jpg

Dr. h.c. Ivo van Hove

Dat het toneel een sleutelpositie inneemt in de kunstmarkt is naast de prijs voor Johan Simons, vorige week ook bewezen door Ivo van Hove, artistiek én zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam. Een Vlaming, nota bene. Vijf sterren in de gezaghebbende kranten The Independent, de Evening Standard, The Daily Telegraph én The Times. Vier in The Guardian en The Observer. Zijn regie van Arthur Millers A view from the Bridge voor The Young Vic, werd overladen met superlatieven. Ook het decor van Jan Versweyfeld werd geroemd. In een klinische omgeving ontleedt Van Hove Millers tragedie tot op het bot, schrijven de Britse kranten. Door zijn aanpak, wijst Van Hove op de groeiende ellende in de povere klasse. Die zat er bij zijn ontstaan van het stuk in 1955 al in, maar is na de gouden halve eeuw, nog sterker geworden. De visie van de regisseur benadrukt het.

Subsidies schrappen na de volgende verkiezingen zou dus getuigen van een ontzettende domheid. Er moet wel wijzer mee worden omgegaan. Daar zullen zelfs de grote bedrijven en banken niet rouwig om zijn. Waarom sponsoren zij de kunstsector? Omdat ze weten waar de bron van de welvaart ligt. Kunst kan wel degelijk de wereld redden.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
18 avril 2014 5 18 /04 /avril /2014 17:52

 

TRIOboudensUNIFORMEN.jpg

Luc Boudens, Kurt van Eeghem en Henri-Floris Jespers (links: Kris Geerts)

In september verschijnt bij Vrijdag de nieuwe roman van Luc Boudens (°1960), Op eenzame hoogte. De roman beschrijft het proces van de emotionele verlichting.

Brussel. De toevallige ontmoeting met student Bastien haalt het comfortabele bestaan van investeerder Amaury helemaal overhoop. Deze bejaarde bankier ontdekt prompt dat zelfs iemand als hij, typische telg van een vermogend geslacht, over emoties beschikt. Zijn genegenheid voor Bastien onthult gestaag wat hij al die tijd verborgen hield. Plots lijkt zijn hele wereld weer op te warmen. Gedeelde fascinatie voor het werk van Jean Cocteau betekent voor Amaury een zenuwslopende afdaling in zichzelf, voor Bastien een wegwijzer voor de toekomst.

Wat veelbelovend startte, leidt tot een helse neergang.

*

Boudens was de eerste Vlaamse schrijver die zijn werk promootte met een videoclip (geproduceerd door Kurt van Eeghem). Hij debuteerde in 1988 met twee zonder meer schitterende verhalenbundels, Vrijdag Visdag (Nioba) en De tiende provincie (Dedalus). In de unaniem lovende Vlaamse en Nederlandse kritiek werd hij steevast in een adem genoemd met Herman Brusselmans en Tom Lanoye. Vervolgens publiceerde hij bij Dedalus drie romans, Het zijn lange dagen (1989), Het lijden van de jonge Werner (1990) en Gesloten wegens familieomstandigheden (1992) en de dichtbundel Wie legt er mee patience? (1991).

Bij Carbolineum Pers – het onvolprezen eenmansproject van Boris Rousseeuw –verschenen de dichtbundels Op een kameel gezeten (1989); Vrienden voor het leven. Een zwanezang (1993); Laat maar zwaaien (1997) en Betere tijden lachen ons toe (2010). De met eigen lino's geïllustreerde bundels verschenen in een zeer beperkte oplage.

Met Henri-Floris Jespers vertaalde hij poëzie, proza en een theatertekst van Michel Seuphor (Cabaret, Jef Meert, 1997; Het vergankelijke is eeuwig, ib., 1999).

Naast zijn literair werk ging Boudens zich vooral toeleggen op zijn beeldend werk: schilderijen, tekeningen, lino's en tapings, die hij met succes exposeerde. Lino's van Boudens werden gebundeld in De Zeemeerman en zeven anderen (Carbolineum Pers, 1989) en Sites (Djemma, 2004, met een nawoord van Jespers, 'In kaart gebracht'), telkens met de hand gedrukt op 26 exemplaren.

Naar het einde van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 kwam Boudens vaak op het podium in Vlaanderen en Nederland. Het duurde evenwel tot 2010 vooraleer hij opnieuw publiek optrad (– op ZuiderZinnen).

In 2007 werd Boudens uitgenodigd mee te werken aan de boeiende enquête van Gierik & NVT (jg. 25, nr. 94) over “zwijgende schrijvers”. In zijn antwoord aan de redactie stipte hij aan:

Ik schrijf nog hoor, zij het ‘op waakvlam’, dus zonder welbepaald doel voor ogen. Noem het een zachte behoefte, een vaardigheid die ik rustig blijf koesteren. Alle mogelijke redenen – door jullie aangevoerd – om in een zekere luwte te belanden, vond ik in min of meerdere mate in mijn werk. Alleen vergaten jullie de ‘luiheid’ & het ‘gebrek aan zelfvertrouwen’.(pp. 21-22)

De vierde roman van Boudens, Op eenzame hoogte verschijnt in september bij Vrijdag (160 p., 18,50 €).

Henri-Floris JESPERS

 

Zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-luc-boudens-een-jeugd-in-brussel-73917925.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-luc-boudens-collages-en-sculpturen-117749289.html

 

http://caira.over-blog.com/article-19749084.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
18 avril 2014 5 18 /04 /avril /2014 04:10

Op de webstek www.auteurslezingen.be kan je lezen dat Herman J. Claeys kan worden geboekt voor een lezing.

We zullen maar aannemen dat dit via een medium verloopt.

Eens te meer demonstreert het Vlaams Fonds voor de Letteren zijn alerte deskundigheid...

Hier, in de Muziekdoos, maar dan wel in levende lijve: Herman J Claeys (links, uiteraard), Henri-Floris Jespers en Kris Kenis

ClaeysMuziekdoos.jpg

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche