Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
7 août 2014 4 07 /08 /août /2014 21:44

 

Deutschland1.jpg

Vond in een antiquariaat Die Fahrt der Deutschland, geschreven door Paul König die kapitein was van het untersee-Frachtschiffes Deutschland. Mooie uitgave, met op de omslag nog het zelfklevertje van de boekhandel waar iemand het destijds kocht: G.A. v. Halem - Bremen. Dat bedrijf had een speciale boekenleverdienst voor de mannen aan het front: de Bücher-Feldpost. In Die Fahrt der Deutschland steekt zelfs nog een originele folder! Die zat decennialang tussen de bladzijden 104 en 105. Verscheen in de reeks Kriegsbücher van Verlag Ullstein & Co. in Berlijn. Een populaire serie klaarblijkelijk, want dit is een exemplaar uit het 151ste tot 180ste duizendtal. In juni 1916, een maand later zou mijn vader het levenslicht zien, trok de Deutschland er voor de eerste keer op uit.

Deutschland2.jpg

Toen de U-Boot die zomer arriveerde in Baltimore was het de eerste onderzeeër die de Atlantische Oceaan had doorkruist. Bij terugkeer in Bremerhaven werden de voorbereidingen voor de tweede reis al getroffen, wederom om geld, medicijnen en post te vervoeren tussen Duitsland en de Verenigde Staten van Noord-Amerika. In oktober werd koers gezet naar New London, Connecticut. Na terugkomst in Wesermünde was het reeds gedaan met het handelskarakter van het schip. De Deutschland werd, nadat Amerika aan de Groote Oorlog mee was gaan doen, omgebouwd tot oorlogsschip. In februari 1917 werd de Deutschland in Wilhelmshaven omgedoopt tot SM U 155 van de Kaiserlichen Marine. De duikboot bleef tot 13 november 1918 (dus tot twee dagen na Wapenstilstand) actief. In die anderhalf jaar kelderde hij 42 schepen. In 1922 werd het schip afgebroken. Maar dat wist Paul König toen zijn boek verscheen allemaal nog niet....

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
7 août 2014 4 07 /08 /août /2014 00:46

 

Pierre4meir.jpg

Pierre Jespers, 4 jaar, Meir, Antwerpen

 

Woensdag, kort na 22 uur, verneem in het geheel onverwachte overlijden in Firenze van mijn broer Pierre / Pieter (° 27 augustus 1947).

Hier dan, bij wijze van voorlopige meditatie, enkele foto's uit de bodemloze oude doos...


PierreStNicolas.jpg

In de zalige tijd dat we nog in de goede Sint geloofden (nou ja)...

PierreAlbertPlage56.jpg

Met vader en moeder, Knokke, Albert Plage, zomer 1956

PierreForten56.jpg

En zo bleven we jarenlang, tegen het getij in, forten bouwen...

PierreParis1959.jpg

Met vader en moeder, Parijs, april 1959, Pont des Arts 

PierreRina.jpg

Pierre en Rina, op hun huwelijksdag

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
6 août 2014 3 06 /08 /août /2014 21:08

 

John-Williams.jpg

John Williams (1922-1994)

De nieuwste rage in boekenland is de ontdekking van verloren boeken. Boeken die ooit succes hebben gekend maar nadat de fanfare om de hoek verdween en logisch daarop volgend uit de circulatie, in de literaire schemering belandden. Aan de top van de nieuwste rage staat Stoner van John Williams. Wie bekent het niet te hebben gelezen, wordt als een valse boekenlezer beschouwd. Hij leest wel, maar behoort niet ten volle tot de club van boekverslinders.

Alle rages, net als acties [Tijdelijk Joseph Roth aan 10 euro!] laat ik aan mij voorbijgaan. Zelfs als ik een boek uit de top krijg, verdwijnt het op de stapel. Op een uitzondering na. Het woord bestond, er moest daarom een betekenis voor gevonden worden. En zo gebeurde het dat ik al snel na de geboorte van de rage Stoner [1965] las. Een geweldig boek, zeer zeker. Maar een andere roman van John Williams, profiterend van het succes van zijn jongere broer, is stilistisch zuiverder en plotmatig puntiger. Is Stoner een verhaal tout court, Butcher’s Crossing heeft een laag die men bij de eerste lezing niet ziet. Een tweede lezing is noodzakelijk om die – niet onder- maar bovenlaag – ten volle te ontdekken. Die bovenlaag is de lichamelijke en geestelijke manvorming als één ondeelbaar geheel.

De jacht

Butcher's Crossing is een verhaal dat zich afspeelt in het Amerika, ergens in de tweede helft van de 19de eeuw. Een jongeman, Will Andrews, stopt abrupt met zijn universitaire studie en verlaat vriend en stad om het Wilde Westen in te trekken, of wat er nog van rest. Het echte wilde is getemd. Eenmaal aanbeland in een half spookdorp [Butcher’s Crossing] financiert hij met de helft van wat hij geërfd heeft van een overleden oom een bizonjacht. Om de huiden. Voor de Indianen waren ze voedsel, voor de blanken geld. Iedereen verklaart Will gek. Er zijn nauwelijks nog bizons. Kleine kuddes waar je je investering niet aan terugverdient. Een oude jager beweert dat hij een plek weet waar er een grote kudde te vinden is. Met vier man, een stel ossen en een oplegger wordt vertrokken. Na heel wat miserie wordt de kudde gevonden. Een massamoord begint. Will Andrews aarzelt, maar gaat overstag en moordt volop mee. Na de kadavers gestroopt te hebben worden ze overvallen door een vroege winter. Na maanden kunnen ze eindelijk op huis aan. Kort voor ze het groter wordende spookdorp bereiken dient een kolkende rivier overgestoken. Wat daar gebeurt moet de lezer zelf ontdekken. Uitgeput bereiken ze Butcher’s Crossing en gaat ieder zijn weg. Opdracht volbracht; langer contact is niet nodig. Will blijft en – eindelijk mens geworden – heeft hij een affaire met het enige hoertje dat er nog is. Een passionele verhouding ontstaat. Na zijn ontgroening keert hij terug naar de ‘beschaafde’ wereld.

Geblokte metafoor

De roman telt drie delen. Welbeschouwd zijn zij de pijlers van de bovenlaag. Samen vormen ze een onbrandbare, onverwoestbare compacte metafoor. Het eerste deel vertelt het vertrek naar het onbekende van de ziel, het tweede deel de ontdekking ervan; en het derde deel de verwerking en afronding. Wat prachtig verwoord wordt in het slot:

'Op de globale richting na, wist hij niet waarheen hij ging. Maar hij wist dat hij daar later op de dag wel op zou komen. Hij reed verder zonder haast, en voelde achter zich de zon langzaam opkomen en de lucht tastbaar worden.'

Butcher’s Crossing zit boordevol met dat soort metaforische verwijzingen. Haast geen pagina of een krachtige oneliner of halve alinea die de manvorming de aandachtige lezer een mokerslag bezorgt.

Wanneer Will Andrews in het eerste deel kennis maakt met de oude bizonjager zegt hij hem dat hij zijn vader heeft gekend en dat hij hem bewonderde. Het antwoord van de oude jager loopt parallel met de reden waarom Will stad en huis heeft verlaten:

'Ik bezocht die kerk van je vader omdat ik er iemand hoopte te ontmoeten die me beter werk kon geven, en om dezelfde reden ging ik naar die kleine bijeenkomsten die jouw vader hield. Vaak had ik geen flauw idee waarover ze het hadden. Ik knikte bij alles wat er werd gezegd. … Al heeft het mij allemaal geen donder opgeleverd.'

Wat later is het vertrek [naar het onbekende van de ziel] nog scherper gesteld:

'Uitkijkend over het vlakke, lege land waar hij naartoe leek te worden getrokken en in op leek te gaan … besefte hij dat de jachtpartij … alleen maar een list was, een truc die hij met zichzelf uithaalde, een uitvlucht om aan diepgewortelde gewoonten te ontsnappen. … En hoewel ik moet terugkeren, is zelfs die terugkeer slechts een manier om er weg te gaan, meer en meer.'

In het laatste hoofdstuk van het eerste deel wordt die bovenlaag van de zoektocht samengeperst in één ultrakorte, simpele, maar o zo veelzeggende zin: 'Ik zal alleen maar mezelf worden.'

Smoorverliefd

Goed en wel gestart met het tweede deel of de ontdekking van de ziel begint.

'Hij dacht aan de halfverdwenen angsten die hij tijdens de overtocht [de rivier als grens tussen het spookdorp en de grote onbekende geestelijke ruimte, gl] had gehad. Nu ze er doorheen waren getrokken, leek het land een oude vriend – het stelde hem gerust, gaf hem een gevoel van geborgenheid, en deed hem beseffen dat hij ernaar kon terugkeren, en dat hij die geruststelling en dat comfort weer kon ervaren zodra hij dat wilde. Hij draaide zich om. Boven hem, voor hem, was het land verborgen en onbekend. En hij kon niet zien waar ze naartoe gingen, zich er geen voorstelling van maken.'

De ontdekking plooit open in een korte passage: ‘Er leek een rust van de vallei uit te gaan. Het was de rust, de stilte, de absolute kalmte van een land waar geen mens [waarmee hij zichzelf bedoelt, gl] ooit een voet had gezet.’ Nog korter is het moment waarop de jeugdjaren eindigen: ‘Hij ging zo liggen dat hij uitzicht had op de berg waar ze overheen waren getrokken.’ De ontdekking van de ziel begint als hij eerst aarzelend maar kort daarop snel een man wordt als de andere, oudere jagers, en net als zij warme rauwe lever eet en, na een eerste degustatie te hebben gebraakt, er vrij snel aan went en er zelfs naar verlangt. De oude jager ziet het en vat het gevoel van de ontdekking van de manwording samen in één zin: ‘Als je denkt aan wat je niet kunt krijgen, word je er smoorverliefd op.’
Eenmaal de slachtpartij is afgelopen en de winter hen verrast, is de witte vlakte een metafoor voor een overpeinzing van wat hij geestelijk verlaten heeft en heeft bereikt:

'Andrews probeerde zich voor te stellen hoelang zes maanden zouden duren, maar hij kon er met zijn hoofd niet bij. Hoelang waren ze hier nu al? Een maand? Anderhalve maand? Hoelang het ook was, het was zo overladen geweest met nieuwe dingen, werk en uitputting, dat het hem een tijdspanne leek die niet te meten, te bevatten en nergens mee te vergelijken was. Zes maanden. Hij sprak de woorden uit alsof ze meer zouden betekenen als hij ze van zijn lippen hoorde komen: “Zes maanden”.'

Kort voor het einde van het tweede deel, na het invallen van de dooi en op de terugweg, wordt de manvorming ogenschijnlijk luchtig maar trefzeker weergegeven:

'Vlak voor het middaguur hervatten de mannen hun langzame tocht naar beneden. Andrews draaide zich om en keek omhoog naar het gedeelte van de berg dat ze waren afgedaald. Het pas had zo gekronkeld dat hij nauwelijks wist waar hij moest kijken om te zien waar ze langs waren gegaan. Hij keek naar boven, naar de plek waar hij de top van de berg vermoedde. Maar hij zag hem niet. De bomen om het pad stonden in de weg, en hij kon niet zien waar ze waren geweest, of inschatten hoe ver ze al waren gekomen. Hij draaide zich weer om. Voor hem, uit het zicht, slingerde het pad verder.’

Het absolute einde wordt alweer samengebald in één korte zin: ‘Pas als je een winter weg bent, weet je hoe je moet leven.’

Het nieuwe leven

Het derde deel, verwerking en afronding, speelt zich opnieuw af in het nog verder uitgedund spookdorp, waar hij in het hotel na een klein jaar afwezigheid als eerste daad een hecht, heus bad neemt. Wat staat voor het begin van het nieuwe leven: 'Uit het water steeg zijn eigen geur op, vrijgekomen door de wasbeurt, waardoor hij zijn eigen adem moest inhouden.'
En dan is hij klaar voor de ontdekking van de passionele liefde, niet als puber maar als man. Het hoertje verwoordt het als volgt: 'Je gezicht is bruiner. Je bent ouder. … Je bent veranderd zodat je kunt terugkomen.'
Na de verwerking, en nu hij zijn lichaam van zijn geest kan scheiden, volgt de afronding. Op naar de 'beschaafde wereld', maar vrij van, bij wijze van spreken, jeugdpuisten:

Hij zou niet met MacDonald [de oude jager, gl] naar zijn ouderlijk huis terugkeren, naar de omgeving waar hij was geboren, waar hij tot de verschijning [in het spookdorp, tijdens de bizonjacht en de overwintering, gl] was uitgegroeid tot wie hij nu was, en in een toestand was verzeild geraakt die hij nog maar net begon te onderkennen, en die hem had prijsgegeven aan een wildernis, waarin hij had gehoopt een waarachtiger vorm van zichzelf te vinden. Nee, hij zou nooit meer terugkeren.’

Saloon

Het meesterlijke van John Williams bestaat erin dat hij een verhaal rechttoe rechtaan kan schrijven, zoals met Stoner het geval is, maar dat hij tevens een roman kan componeren met een boeiend verhaal waarvan de bovenlaag nog sterker is dan de grondlaag. Een bovenlaag die in elk van ons zit en voor iedereen verschillend is, en niet uit te drukken valt in een formule.
Zonder gêne durf ik stellen dat John Williams niet moet onderdoen voor William Faulkner. Beiden zingen hun eigen deuntje maar ruiken naar dezelfde saloon.

Guido LAUWAERT

Butcher’s Crossing – Lebowski Publishers, Amsterdam 2013 – ISBN 978 90 488 1674 3 - € 19.95

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
6 août 2014 3 06 /08 /août /2014 06:43

 

VECUtwee.jpg

In november 1979, in tempore non suspecto, schreef Mark Verstockt – “tongue in cheek” – het hoofdartikel van VECU-express, het ledenblad van de Vereniging voor Europese Cultuur Uitwisseling, dat hier tel quel gepubliceerd wordt.

Ik hoorde zeggen: In VECU komt ik nooit ofte nimmer (meer); naar VECU stuur ik mijn ergste vijand niet; ik heb een hekel aan VECU; ik ben te goed (niet goed genoeg) voor VECU; weet je, VECU is niet mijn genre; ik voel me niet thuis in VECU (niet op mijn plaats, niet in mijn vel, niet thuis als thuis...)...

Men zegt nog: VECU is geel, rood, rose (pink), blauw, zwart, waterachtig... links, rechts, uiterst links, uiterst rechts, bourgeois, vooruitstrevend (te-), achterlijk, progressief-avantgardistisch, banaal, pretentieus, sectair, snobistisch, exclusief, artistiek, nozem, elitair, gesloten, kapitalistisch, ambitieus, vulgair, arrivistisch, paternalistisch, in, out, privé, drukbezocht, steeds leeg, steeds vol, aftands, mondain, cultureel, barbaars, beotisch, intellectualistisch, literair, ongeletterd, maximaal..., minimaal, nep, kitsch, te kritisch, kritiekloos, favoristisch, xenofoob, racistisch, chic, duur, chauvinistisch, stil, lawaaierig, oninteressant, dépassé...

En tot mijn verwondering ontmoette ik al de individuen die dit allemaal beweerden een of andere dag ellebogend aan – of hangend rond de toog van VECU. Natuurlijk, er is gelegenheid te over om te schelden op VECU, omdat er veel gebeurt en dat is ook niet steeds naar ieders smaak. En de beste stuurlui lopen nu eenmaal steeds op de wal. VECU is echter, in de loop der vele jaren, zodanig in het Antwerps artistiek leven (wat dit ook moge betekenen) geïnstitutionaliseerd geraakt dat men deze club nog moeilijk kan wegdenken uit dit toch niet zo briljante bedrijf.

Teneinde het verouderingsproces tegen te gaan verschijnt VECU EXPRESS in een nieuw kleed, iets handiger, iets keuriger, iets dichter bij het formaat Time of nog Der Spiegel; zoals de kwaadste onder de tongen beweren. Redactioneel werden ook serieuze inspanningen gedaan zodat we met reden een roze (weer) toekomst tegemoet kunnen zien. Wat VECU wel verdient. Meer, zegt U. Inderdaad, veel meer, de inspanningen in acht genomen. Ondanks alle kritiek!

In de komende weken zal ik hier geregeld bouwstenen aanreiken als bijdrage tot een kroniek van die toch wel heel merkwaardige ontmoetingsplaats. Geen herinneringen, neen, wel objectieve, gedocumenteerde informatie. En als ik mij dan toch af en toe laat gaan, zal de lezer mij dat hopelijk niet ten kwade duiden.

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article
3 août 2014 7 03 /08 /août /2014 23:10

 

Tekening-MDD_-Cartoon-Drie-koninginnen-Bert-Bevers.jpeg

Even staan babbelen met een van onze buurtgenoten, een Koerd. Sympathieke kerel. Ik complimenteerde hem met zijn werkelijk bijzonder goede Nederlands. Bijna verbaasd zei hij “Dank u, maar ik woon hier al bijna vier jaar”. Waarop ik hem lachend vertelde dat er in België niet minder dan drié koninginnen zijn die hier toch ook al een tijdje rondhangen maar nog steeds geen fatsoenlijk Nederlands uit hun mond krijgen....

Bert BEVERS

 

Tekening: Jan SCHEIRS

(geïnspireerd door Katherine Tate language translator...)

http://youtu.be/INOL2zVv7mw

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
2 août 2014 6 02 /08 /août /2014 22:34

DDK2013.jpg

Van l. naar r.:  Philip Heylen, schepen van Cultuur, Esther en Berry Verhoef en Rudy Soetewey in het Stadhuis van Antwerpen, 2013

 

In 2005 kreeg Esther Verhoef (° 1968) De Diamanten Kogel (Onder druk) en werd vervolgens genomineerd in 2007 (Chaos), 2008 (Ongenade), 2011 (Déjà vu) en 2013 (Overkill). Intussen gingen van haar psychologische thrillers en romans in Nederland en België meer dan 1,8 miljoen exemplaren over de toonbank. Esther Verhoef is niet alleen terecht succesvol maar geeft bovendien telkens opnieuw blijk van een begenadigd en strak beheerst literair talent.

Rendez-vous (2006) wordt nu verfilmd. De 26-jarige Franse acteur Pierre Boulanger gaat een hoofdrol vertolken in de thriller van de Nederlandse regisseur Antoinette Beumer. 'Rendez-vous' is de verfilming van het gelijknamige boek van Esther Verhoef over de getrouwde Simone (Loes Haverkort) die besluit met haar man (Barry Atsma) in Frankrijk een hotel te beginnen. Tijdens de hectiek van de verbouwing krijgt zij een affaire met de gespierde Franse bouwvakker Michel (Pierre Boulanger). Dit wordt het begin van een regelrechte nachtmerrie.

De opnames vinden vanaf september plaats in Nederland, België en Frankrijk. Independent Films brengt de thriller in juni 2015 uit in de Nederlandse bioscopen.

In 'een vorig leven' was Esther Verhoef een gerespecteerd dierenfotografe en runde ze een beeldbank met uitgevers, reclamebureaus en dierenrechtenorganisaties als klant. Ze schreef circa 60 populair wetenschappelijke en informatieve boeken over (huis)dieren, waarvan er wereldwijd meer dan 9 miljoen zijn verkocht.

Met haar jongste boek, Kraamhulp, komt ze nu in aanmerking voor De Diamanten Kogel 2014.

VerhoefKraamhulp.jpg

*

HFJenBavoDDK.jpg

Bavo Dhooge en DDK-juryvoorzitter Henri-Foris Jespers in het Letterenhuis Antwerpen, 2009

Met de publicatie in de VS van de occulte crossover fantasy thriller Styx kent Bavo Dhooge een internationale doorbraak.

Nog voor het bij ons in de boekhandel lag, was Styx, het nieuwste boek van Bavo Dhooge, verkocht aan Simon & Schuster, imprint Simon 451 (New York, USA). Simon & Schuster is een van de grootste uitgevers van Amerika. Volgens de Amerikaanse agent van de auteur, die eerder ook Stieg Larsson naar de US bracht, is het zeer uitzonderlijk dat een boek bijna tegelijk als het origineel verschijnt op de Amerikaanse markt. Ook in Santa Monica (Hercule Poirotprijs 2013)is Simon & Schuster geïnteresseerd. Styx komt in aanmerking voor De Diamanten Kogel 2014.

DHOOGEstyx.jpg

De bijzonder productieve en veelzijdige schrijver Bavo Dhooge (°1973), die onder diverse pseudoniemen literair werk schrijft, publiceerde meer dan 80 ’S-Boeken’ waardoor hij de bijnaam “S-Express” kreeg.

 

 

In 2009 werd Stiletto libretto bekroond met De Diamanten Kogel (waarvoor hij ook al drie keer genomineerd was). Als enige Nederlandstalige auteur kreeg hij drie jaar op rij vijf sterren in de prestigieuze VN-thrillergids. Zijn werk is vertaald Amerika, Zuid-Afrika, Rusland en Thailand en verscheen in het wereldberoemde Amerikaanse Ellery Queen Mystery Magazine  en werd vergeleken met Tarantino, de Soprano's, de Coen Brothers en Elmore Leonard.

In 2012 zetelde Bavo Dhooge als enige Belgisch lid in de jury van het Internationaal Filmfestival van Gent.

*

Jury2012.JPG

Jury van De Diamanten Kogel. Klokskgewijs: Magali Uytterhaegen, Henri-Floris Jespers, Geert Swaenepoel,  Alain Sohier, Eric Diepvens, Jos van Cann, Frank van den Auwelant en Kris Kenis

De derde plenaire vergadering van de jury van De Diamanten Kogel 2014 vindt plaats op 7 augustus. Van de 117 inzendingen blijven nog en zestigtal titels in de running. Ik ben benieuwd wat de derde schiftingsronde zal opleveren...

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
1 août 2014 5 01 /08 /août /2014 23:24

 

Mijn moeder las de suikerzoete romans van Hedwig Courths-Mahler (1867-1950), smalend 'keukenmeidenromannetjes' genoemd, en mijn vader zingt uit volle borst nog steeds 'Vader Abraham had zeven zonen'mee. Toen hij mijn cd Quirilian had beluisterd ontbraken er volgens hem toch enkele ‘plezante’ liedjes. (Ik ben een triestige plant. Ik weet het, pa.)

Giovanni-Bragolin.jpg

Giovanni Bragolin

In talloze huiskamers hangt 'De Wenende Jongen' van de Italiaanse kunstenaar Giovanni Bragolin (1911–1981), dat ontelbare malen werd gereproduceerd. Tot op het toilet hangen de talloze reproducties van de irissen of zonnebloemen van Vincent Van Gogh. Waarom nu het doek van Bragolin als kitsch wordt beschouwd en het bezwete voorhoofd van Jean-Marie Dedecker door Luc Tuymans (handig van een foto afgekeken/afgeborsteld) niet, blijft verre van eenduidig. ‘Kitsch’ is een woord zo glad als een paling. Je neemt het vast en het glipt uit je handen.

Luc-Tuymans.jpg

Luc Tuymans

 

In De structuur van slechte smaak  behandelt Umberto Eco dit onderwerp. (1) En onlangs vond ik op internet een briljant artikel van Maarten de Kroon.

'Het begrip kitsch is zo goed als zeker een negentiende-eeuwse Duitse uitvinding van de heersende klasse om de verkeerd begrepen smakeloze 'kunst' van de opkomende lagere klasse (en nouveaux riches!) te kunnen veroordelen. Een woord voortgekomen uit minachting, en misschien zelfs angst, voor de opkomst van de massacultuur. Verkitschen: goedkoop maken'. (Misschien moet die ‘echte’ kunst daarom zo (h)eerlijk onbetaalbaar zijn).

Kitsch is de kunst van de massa. Kunst, de kitsch van de elite’ is de synthese van een gesprek met vrienden in een ver verleden. Deze zinsnede is in mij blijven leven. Wat is kunst en wat niet ? Ook nu weer met de Museumnacht van 2 augustus in aantocht, overpeins ik deze van 3 augustus 2010. Het was de laatste maal dat ik deelnam aan dit evenement. Die avond pendelde ik in Antwerpen tussen het MUHKA (Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen) en het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Jan Vanriet sloot met ‘Closing Time’ het KMSK voor een renovatieperiode van drie jaar. Waarom dat marketing-Engels wel, en niet ‘L’heure de fermeture’, ‘Tempo di chiusura’ of ‘ Hora de cierre’ vroeg ik me toen af. Alleen in het Engels mag kunstzinnig Vlaanderen stralen. Niettemin, heel intelligent confronteerde Jan Vanriet daar zijn eigen werk met schilderijen uit de vaste collectie en de reserve van het museum. Zoveel moois had ik nog nooit bij elkaar gezien.

Op elke berg moet er nu eenmaal een vlag wapperen. Zo ook in het MUHKA waar er zo maar een berg glasscherven lag te liggen. Dus had men er zo maar een titel bovenop geplant om er zo maar te wapperen. Bij het bekijken van de schilderijen, velen ‘zonder titel’, dacht ik aan een uitspraak van Bill Bryson: 'with the sort of patterns you get when you rub your eyes too hard'. Ik zoek nog steeds het verheven woord voor het conceptueel verhevene waarvoor ik als onkundige toeschouwer beaat moet beven.

Dit alles had tot gevolg dat ik nooit nog één voet in die hedendaagse kunsttempel van het MUHKA heb gezet – of nog zal zetten. Musée des Beaux Arts  van W. H. Auden spookte door mijn hoofd.


Musée des Beaux Arts

About suffering they were never wrong,

The Old Masters: how well, they understood

Its human position; how it takes place

While someone else is eating or opening a window or just walking dully along;

How, when the aged are reverently, passionately waiting

For the miraculous birth, there always must be

Children who did not specially want it to happen, skating

On a pond at the edge of the wood: They never forgot….


Misschien is kunst niet meer dan een acte van geloof aan de Kunstpauzen, de hooggeprezen, zwaar gesubsidieerde Kingmakers  met hun steeds ja-knikkende zeloten in de media. Uit lijfsbehoud zwijg ik over de taalschurft die me telkens te beurt valt en als het velours kleedje rond pruimen in de ochtend het oneetbare moet verbergen.

Met W. H.Auden blijf ik een oubollige, aftandse veteraan aangeschoten door het verleden. En met mijn tegengezever blijf ik een trotse tegenlever.

Uw artistieke analfabeet,

Frank DE VOS

  1. Umberto ECO, De structuur van de Slechte Smaak , 405 blz, Uitgeverij Bert Bakker ISBN 9789035103825

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
31 juillet 2014 4 31 /07 /juillet /2014 21:56

 

Hendrik-Baudewijn-Carette.jpg

Alle muziek van de zwaarmoedige Finse componist Jean Sibelius, ook zijn achtste onvoltooide symfonie toen hij zwaar aan het drinken van brandewijn sloeg en natuurlijk zijn kleine maar fijne meesterwerkje Valse triste waarbij ik zo’n mooi onschuldig gedichtje kon maken. Alle muziek (ook alle 250 cantates) van de zo diep Duitse en vertroostende componist en kerkorganist Johann Sebastian Bach. Want u moet weten wat de Frans-Roemeense filosoof E.M. Cioran over Bach durfde te beweren: Sans Bach, Dieu serait diminué. Sans Bach, Dieu serait un type de troisième ordre. Bach est la seule chose qui vous donne l’impression que l’univers n’est pas raté. Tout y est profond, réel, sans théâtre. On ne peut supporter Liszt après Bach. S’il y a un absolu, c’est Bach. Sans Bach, je serais un nihiliste absolu. (Œuvres, Gallimard/Quarto, Parijs, 1995).

Alle afbeeldingen van alle schilderijen (maar vooral High Noon van 1949) van de Amerikaan Edward Hopper en omdat ik een verwoed romanticus ben en blijf ook alle afbeeldingen van alle schilderijen (maar vooral dan Lebensstufen van 1834) van de Duitser Caspar David Friedrich.

Als lectuur de Statenbijbel uit Dordrecht, vooral en voornamelijk voor het Oude Testament (Het boek Job, Jesaja, de Psalmen, het Hooglied, de Spreuken van Salomo en de Klaagliederen van Jeremia) in die wondermooie archaïserende taal. Voorts mijn dikke Engelse pocketuitgave (Oxford University Press, Oxford, 1990) met gedichten, sermoenen en essays van de Amerikaanse transcendentalist Ralph Waldo Emerson. Let trouwens op die mooie dubbele voornaam; want Henri-Floris Jespers schreef ooit in Het ritselen van vleugels (Soethoudt, Antwerpen, 1979): “Ik ben overtuigd van de noodzaak twee voornamen te verwerven.”

Wat betreft de films kies ik voor The Gold Rush (een stomme film uit 1925) van Charlie Chaplin (regie en scenario) met die onvergetelijke scène waarin de hoofdrolspeler in het koude Alaska (Charlie himself) met mes en vork begint te snijden in een gaar gekookte schoenzool, want wellicht zal ook ik daar honger lijden op dit onbewoonde verlaten eiland. De tweede film is dan Doctor Zjivago (1965) van de Engelsman David Lean (naar het gelijknamige boek van de Russische dichter en romancier Boris Pasternak) met die verzegelde en bevlagde spooktrein die door de besneeuwde Russische steppen raast en met als prachtige acteurs Omar Sharif, Rod Steiger en Alec Guiness en met de diva’s Julie Christie en Geraldine Chaplin.

Voorts alsnog een houten kist (bevattende een humidor) met Cubaanse welriekende sigaren (La Gloria Cubana) waarvan de tabaksbladen werden gerold op de monumentale dijbenen van lichtbruine of donkerbruine Cubaanse mulattinnen, mestiezen of creoolse dames (maar dit zou volgens vele blanke deskundigen een fabeltje zijn) en een tondeldoos om vuur op dat eiland te kunnen aanmaken, want als Boogschutter ben ik een vuurteken.

En ten slotte; niet te vergeten een foto (nee, geen naaktfoto in een ordinaire of onkuise pose) van de Vlaamse dichteres en tekenares Lies van Gasse zodat ik, eenzaam en verlaten op mijn Spartaans veldbed onder de sterrenhemel, kan staren naar die foto met haar vragende ogen en haar zware blanke boezem (het mysterie van haar boezem moet een mysterie blijven). En in mijn verhitte dromen dan kan dromen dat zij mij haar mooie boezem met wat moedermelk aanbiedt om mij te redden op dat vervloekte eiland waar ik gek word van eenzaamheid, een ondraaglijk kwellende dorst (want op dat eiland valt slechts zelden regenwater of hemelwater) en de traag naderende dood.

 

Hendrik Baudewijn Carette, Schaarbeek

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
30 juillet 2014 3 30 /07 /juillet /2014 20:04

 

Borremans.jpg

 

De man die de schilderkunst laat zien en zijn toeschouwers doet stil worden.

Dezelfde fout als altijd heb ik ook deze keer gemaakt, "God, Jan, we gaan toch samen gaan kijken hé? Dat wil ik met u doen." Een datum wordt bepaald, de datum wordt verschoven en dat allemaal op het laatste moment weer afgebeld en uiteindelijk kunnen ze helemaal niet meer – met als gevolg dat je de laatste dagen van de expositie moet gaan kijken! Uiteraard moet je dan lang aanschuiven voor tickets, en héél lang voor je de schilderijen daadwerkelijk kan zien. Het is de laatste keer geweest! Vanaf nu altijd tweede week na opening, op een dinsdagmorgen. Dan zijn er twee bejaarden en een zaalwacht!

Toch blij dat ik ben gaan kijken. In vergelijking met de expositie in Gent (2005) is dit samenspel van oud en nieuw werk, nu niet extreem toegespitst op de bevreemdende sfeer van Borremans gericht, vind ik, maar wel op de pure schilderkunstige aspecten.

Borremans is een Vlaamse meester die exact weet hoe hij zijn ondergrond moet laten meespelen door een transparante laag op een geprepareerd wit doek in oud roze of gebrande sienna. Als deze laag droog is, tekent hij met vaal grijsgroen, lichte bruinen en, in de nieuwere werken, zelfs met rode of oranje-bruine lijnen, de contouren die lichtjes mogen meespelen zoals een fagot in een symfonie.

Dan worden haar en kleding met een brutere borstel aangebracht, de lijnvoering is krachtig speels en ook beredeneerd omdat hij zijn métier ten volle beheerst (net zoals de jazzvirtuoos die zijn klassiekers door en door kent).

Voor de huidweergave gebruikt hij zachtere borstels die het prachtige roze en wit geleidelijk laten verdwijnen waar het nodig is. De essentie van de vorm blijft en Borremans laat net als een aquarellist de ruimtes open... De ondergrond is de basis van de vorm.

Anatomische afwijkingen durven zelfs in het werk sluipen – en hij laat ze staan, want ze zijn van geen belang, het schilderkundige die de fout overheerst, primeert, en zo moet het zijn.

Borremans wordt niet gedomineerd door zijn onderwerp of door zijn voorstudie-materiaal, namelijk zelfgemaakte foto's die de uitvalsbasis vormen voor zijn werk. Hij domineert zijn onderwerp.

Ik vermoed niet dat hij projecteert. Daardoor kan immers het oog niet alles in één keer zien en maak je als schilder soms een misser in de verhoudingen. Indien een schildertoets dan ineens een leven op zich gaat leiden, is het anatomische iets anders en ondergeschikt aan het schilderij... Daardoor kan een arm iets groter overkomen... Maar dat maakt het juist zo bijzonder.

Gaandeweg in de loop der jaren werd de toets frivoler, de beheersing krachtiger, taal en sfeer (zijn signatuur) sterker.

Schreeuwerig zal Borremans wel nooit worden. Veel variatie in de stilte en in het bevreemdende zal bij deze meester wellicht niet meer insluipen... We leven immers in een tijdperk waarin – eens je signatuur is (h)erkend – je de toeschouwer niet mag of kan verrassen met stijlbreuken. Nu vermoed ik dat hij steeds verder zijn wereld zal uitpuren.

Het portret, hoe beklemmend ook qua sfeer, staat steeds duidelijker op zichzelf.

BorremansDeadDETAIL.jpg

Let bijvoorbeeld op de kop van Dead chicken (2013): hoe subliem verfrissend geschilderd, de meesterlijke toets met de juiste kleur op de juiste plaats!

Over de inhoudelijke aspecten van Borremans kunst is meer dan éen boek geschreven. Nog niks gelezen? Niet doen. Gewoon aandachtig kijken.

Een prachtige ervaring...

Jan SCHEIRS

 

Michaël BORREMANS, As sweet as it gets,

Bozar, Brussel, nog tot 3 augustus (van 10 tot 18 uur).

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
30 juillet 2014 3 30 /07 /juillet /2014 02:10

 

portret-JdH.jpg

Johan de Haas, portret door Carole van Wees

Als het deel uitmaakt van je dagelijkse omgeving kan een schilderij na verloop van tijd een ziel krijgen. Dit gaat sluipenderwijs. Je projecteert als vanzelf gedachten en zelfs herinneringen op het geschilderde beeld. Een goed schilderij houdt de steeds diepere overpeinzingen die het uitlokt gemakkelijk bij. Het blijft je uitdagen.

Johan de Haas (Den Haag, 1923) maakte tot 2010 schilderijen. Al sinds begin jaren tachtig hangen twee van zijn werken bij mij aan de muur. Ze hebben mij geleerd wat ‘ingehoudenheid’ en materiaalbeheersing betekenen. Dat bracht mij ook met het schrijven verder.

Mijn eerste aankoop, Compositie 1957 - 2, is het meest ‘aanwezig’ in mijn innerlijk. Het is een abstracte voorstelling (caseïnetempera op board, 51 x 67 cm). De Haas vertelde mij ooit dat het duinlandschap bij Den Haag de aanleiding voor de compositie vormde. Kenmerkend voor deze vroege De Haas zijn de verfbehandeling (een ruw ‘mat’ oppervlak) en het kleurgebruik (grijzen, okers). Het zijn de kleuren die je in de duinen, aan de Noordzee, waarneemt op een grijze dag.

Zoals in alle werken van De Haas verandert de kleur zo’n beetje per uur (de verfhuid is overgevoelig voor schaduw en licht). Het beeld van de compositie kent geen aandachttrekkend middelpunt. Er is beweging, diepte en een ongrijpbare afwezigheid van menselijke invloed. De vormen lijken niet ‘gemaakt’ of bedacht. In het kijken verdwaal je, in het verdwalen vind je een ervaring van ongereptheid.

2-compositie-1-1957-1024x788.jpg

Johan de Haas: Compositie 1957 - 2

De schilder put zijn hele leven al inspiratie uit de natuur. Zijn woning in Velp (Gelderland) ligt bij een uitgestrekt bosgebied. Keien, stukken hout, grondsporen, schaduwen, bladeren: voor De Haas zijn het zaken die aanleiding geven tot abstracties met een lading. Hij onderzoekt, kantelt de vorm of zoomt in op details. In zijn geabstraheerde composities leidt hij als het ware af van de oorspronkelijke vorm om zo een veel zuiverder, meer verinnerlijkt, beeld van het natuurlijke te creëren. Een natuurvorm teruggebracht tot een spel van vormtekens. Elk schilderij een domein voor de zoekende gedachte.

Johan de Haas werd eind vorig jaar negentig. Zijn oud-studenten (hij gaf lang les aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem) initieerden recent een website met een goed overzicht van zijn leven en werken. Het oeuvre (tekeningen, schilderijen) wordt voorgesteld en zijn niet te onderschatten betekenis als docent en begeleider wordt en passant duidelijk. Een bescheiden en belangrijk schilder. Zijn site is een aanrader.

http://www.johandehaas.nl/

Erick KILA

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche