Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
29 août 2014 5 29 /08 /août /2014 21:50

 

Bismillah-.jpg

Tegenwoordig bestel je met een simpele muisklik en voor een paar centen een volledig verzorgd verblijf in een luxueus strandhotel in een ander continent. Neen, dan vroeger mensen: toen verplaatste men zich nog niet per toeristische vliegmachine maar werd er nog écht gereisd. Wie indertijd bij de Bambuti in Congo was geweest, paard had gereden in Mongolië of de Zijderoute had gevolgd maakte bij thuiskomst een grote kans zijn reisbevindingen te kunnen publiceren bij uitgeverij F.A. Brockhaus in Leipzig. Als je tenminste af mag gaan op een oude aanbiedingsfolder van genoemde firma. Ik heb er een. Viel uit Westermann’s Grosser Atlas zur Weltgeschichte, toen ik die raadpleegde. Reisen in alle Welt heette de reeks. Keine am Schreibtisch erdachten Erzählungen, sondern wahrheitsgetreue Berichte…Fraaie omslagen! Pakkende titels! Wat te denken van Om mani padme hum of Ich kam die reissenden Flüsse herab? Zit nu al een tijdje met Bohemian Rhapsody in mijn kop. Logisch, na het aanschouwen van W. Filchner’s Bismillah!....

 

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
29 août 2014 5 29 /08 /août /2014 20:32

 

eye-loco.jpg

Jérôme Franck, Peter-Paul, Philippe Wartel en Robin Gregory, vier getalenteerde fotografen van uiteenlopend niveau, met een aparte stijl tonen hun werk bij eyeLoco. Onder ruime belangstelling vond gisterenavond de opening van de groepstentoonstelling plaats.

Jaarlijks kiezen we vier fotografen uit zij die bij ons één of meerdere workshop(s) volgden en die intensief met fotografie bezig zijn. Zo krijgen zij een platform om hun beelden aan het publiek te tonen”, aldus Benny Lanoizelé.

Jérôme Franck is duidelijk geïnteresseerd in de beweging en situaties van de stad.Grappige situatiebeelden wisselen af met de focus op het leven in een metropool. "Flatiron Building" is dan weer een stilstaand beeld maar dan wel op zijn kop gezet, waardoor het toch weer beweegt in je hoofd.

Peter-Paul heeft een heel sterk zwart-wit coloriet, gevoel voor detail en een sterk Amerikaans glossy-retro gevoel van de jaren '50 & '80. Mij viel vooral "Selfoss" op. Een landschap: canyon met watervallen. Boven de aardkloof een dramatische hemel. Door de trage sluitingstijd lijkt het alsof het water slierten wolken naar beneden doet vallen en dat door de rivier een bedding dikke mist stroomt. Een feeëriek gegeven, een sterk beeld en vooral... een goeie foto.

Robin Gregory is speels en schildert meer met zijn compositie, maakt van zijn onderwerp bijna abstracties, door accenten te leggen – of juist door de focus niet te verliezen. Daartegenover zoemt hij dan weer in op een kapotte pop in een vuile dakgoot.

Philippe Wartel heeft een sterk 'grijswaardengevoel', zijn keuzes vallen op de mens in een landschap of architectuur waar vooral 'het licht' de hoofdrol speelt. De mens of dier die niet weet dat het gefotografeerd wordt, belichaamt het accent van dat licht. Mijn absolute voorkeur gaat dan ook naar "Fog", waar een fietsende vrouw door guur, mistig weer, haar bestemming wil bereiken. De mist en de stilte van grijs houden haar tegen.

*

Je voelt bij het centrum eyeLoco een groot hart voor fotografie kloppen. Niet verwonderlijk dat de tentoonstelling een bezoek méér dan waard is...

Jan SCHEIRS

De tentoonstelling loopt van vrij 29/08 > zo 7/09

do & vrij 18u > 21u
za & zo 14u > 18u

of op afspraak +32 3 337 88 71
eyeLoco, De Brouwerstraat 5, 2600 Berchem

*

eyeLoco stelt zich alleen tot doel fotografie voor iedereen toegankelijk te maken, o.m. door de organisatie van workshops voor jong en oud, voor ervaren en beginnende fotografen. Daarnaast vind je bij eyeLoco ook een fotostudio, een boekhandel, een kunstgalerie en een lounge. In het verleden werkte eyeLoco reeds samen met het FoMu, Centrum voor Beeldexpressie, Kavka en stelde zowel internationale en nationale fotografen tentoon. Dit alles en nog meer, uitvoerig toegelicht op:

http://www.eyeloco.eu/nl/

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
27 août 2014 3 27 /08 /août /2014 13:59

 

Benjamin-1.jpg

Zo veel keuze…Ik zou waarschijnlijk een schilderij van Philip Guston in mijn valies proberen mee te nemen. Een Picasso zou uiteraard ook welkom zijn (hangt altijd mooi tegen een palmboom…). Wat lectuur betreft zou ik beslist Chansons van Boris Vian meenemen. Er staan genoeg boeiende liedjes in dit boek om er elke dag eentje uit te plukken.

Benjamin-2.jpg

Tot dat ik gered word door de stoomboot van Sinterklaas die voorbij mijn eiland zal varen. Ook Rencontres avec Bram Van Velde, de gesprekken tussen schrijver Charles Juliet en schilder Bram Van Velde, neem ik zeker mee. De film die meegaat naar dat verre oord is Ida  van Pawel Pawlikowski.

Benjamin-3.jpg

En wat de muziek aangaat tenslotte valt mijn keuze op het album Histoire de Melody Nelson / les sessions Melody Nelson van Serge Gainsbourg. Dat is mijn absolute all time favorite.

 

Benjamin Demeyere, Antwerpen

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
26 août 2014 2 26 /08 /août /2014 07:47

 

Frans Depeuter

Zaterdag 23 augustus werd de achtste Nestorprijs 2014 in het cc 't Schaliken te Herentals uitgereikt. Eric Antonisen en Paul Michiels werden gehuldigd.

Zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-nestorprijs-2014-eric-antonis-en-paul-michiels-124347818.html

Hier de slottoespraak van Frans Depeuter. ■


"De Vlaamsche tale is wondersoet voor die heur geen geweld en doet." Dat zijn de woorden van dat West-Vlaams pastoorke met zijn dikke kop, dat in 1830 als een van de laatste staatsburgers van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het Brugse bevolkingsregister werd ingeschreven onder de naam Guido Pieter Theodorus Josephus Gezelle.

Helaas, sindsdien – en tot op heden – is op de Vlaamsche tale zo vaak geweld gepleegd. En dan bedoel ik niet dat ermee gevloekt en gelogen, bespuwd en bedrogen wordt – dat zal wel in elke taal gebeuren, zeker. En ik ga ook niet met het vingertje klaarstaan om er de TV- en andere publiekelijken op te wijzen dat het niet moet zijn hij noemt Kees maar hij heet  Kees, niet ik ben hipper als haar maar ik ben hipper dan zij, niet ik geef hen  een knuffel maar ik geef hun een knuffel, niet het paard die over de haag sprong maar dat over de haag sprong, niet in ben akkoord met de besparingen maar ik ga  akkoord, niet de jongen waarop ik verliefd ben maar de jongen op wie ik verliefd ben, niet de parlementsleden hebben trouw aan de grondwet gezweerd maar ze hebben trouw gezworen, enzoverder enzovoort, je zou er zowaar nog een zwerende duim van krijgen.

Nee, zo'n mierenneuker wil ik niet zijn. Pietluttigheden zijn dat toch, niet? Haarkloverij, spijkers op laag water. En of het werkwoord nu eindigt op d of t of dt – sommige jongelui opteren zelfs voor: ddt – ga ik het al zeker niet hebben, want got-och-here, dat klinkt toch allemaal hetzelfde, nietwaar? Zo lankmoedig ben ik zelfs dat ik het Bovenmoerdijkse hij hep een gladde aal bij de staart over mij wil laten gaan en dat ik bereid ben om mijn Belgische friet te ruilen voor een Hollandse patat en van een Hollandse koe te horen dat hij melk geeft.

Ach, tenslotte is de taal van onze noorderburen best verstaanbaar en of ik het nu heel plezant of hartstikke leuk vind, of ik mijn wijsheidstanden of verstandskiezen laat trekken, of ik een lekstok of een lolly koop, of ik in een drankwinkel betaal met mijn protonkaart of in een slijterij met mijn chipknip, of mijn auto perte totale of totallos is, of ik een scheetje laat of een poepje, op een schuifaf of een glijbaan ga zitten, of ik plattekaas of kwark op mijn boterham leg, of ik mijn gat afkuis of mijn billen afveeg, of ik pateekens met krieken of gebakjes met morellen eet, het komt op hetzelfde neer en na enige aarzeling weten we wel waar we ervoor moeten zijn.

Waar mijn oren echter wél van gaan flapperen, is het verwrongen moddertaaltje dat een Vlaming wel eens in onze 'tweetalige' hoofdstad te slikken krijgt. In 'vertaalde' folders, toeristische gidsen, officiële omzendbrieven en weet-ik-veel. Zo kon ik ooit in een Brussels restaurant een menu samenstellen met "soep kleine Julia" (wat Juliennesoep betekende) en "oeufs pochés" (wat "eieren in de zak" was geworden), waarbij ik dan "oranges pressées', zijnde "sinaasappels gehaast", heb gedronken.

Maar nee, zelfs dié vlooien ga ik de rug niet breken. En al evenmin ga ik mekkeren over al die andere taalkreupelheden. Niet dus over fraaie zinnen als 'daar kraait geen hond naar' of 'dit geneesmiddel verwijdert de bloedvaten' of 'een tot Belg geneutraliseerde allochtoon'. En ik vergeef het gulhartig wanneer iemand het heeft over een dokter die hem onderzocht heeft met een horoscoop, een man die beschuldigd wordt van een zedendelicatesse, een veroordeelde die in castratie gaat, bejaarden die bij een brand geëjaculeerd worden, een vijver die vol micro-orgasmen zit, een acteur die een staande ovulatie krijgt, twee verenigingen die gefusilleerd zijn, een overledene die gemacrameerd zal worden, de kunstmatige insinuatie van een koe of zelfs een homotrainer.

En ook ga ik het niet hebben over toevallige grappige missers. Ach, ook mij overkomt het wel eens dat ik gefrutseerd tik in plaats van gefrustreerd, en dat er een prietser uit het toetsenbord springt in plaats van een priester. En bom-mélding lees ik gegarandeerd als bómmelding. Met dit soort slips of tongue verkeer ik trouwens in het voorname gezelschap van De Croo Junior, die lof toezwaaide aan zijn partijgenote Maggie de Brok. En van het ex-nieuwsanker Sigrid Spruyt, die zei dat de sportresultaten aangereikt zouden worden door Ivan Stonck, terwijl haar collega Hanne Decoutere onlangs de interland aankondigde van de Rode Duivels tegen Ivoorkut. En zelfs van de Hoog-Nederlandse prinses Laurentien die bij haar verlovingsaankondiging tegen de pers zei: ''Toen Constantijn me ten huwelijk vroeg heb ik met volle mond ja gezegd''.

Ook lig ik niet wakker van de zogenaamde spoonerismen, waarbij woorden of zinnen, letters of lettergrepen verwisseld worden zodat een parelkettinkje verwordt tot een karelpettinkje, een verkeerde versnelling tot een versnelde verkering, een theezeefje wordt een zeeteefje, een weeskind wordt een keeswind, een glaasje bier wordt een blaasje gier, een wattenschijfje wordt een schattenwijfje, met vereende krachten wordt met verkrachte eenden, met de staart tussen de benen wordt met de baard tussen de stenen en ik heb een mooie jas op de kop getikt wordt ik heb een mooie jas op de kip getokt. Of, zoals Nick Nuyens na zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen wou zeggen: “Dit is het antwoord op iedereen die op mijne kop gekakt heeft," maar eruit flapte: "Dit is het antwoord op iedereen die op mijne kak gekopt heeft”.

Verder zijn er ook nog de slordigheden die Vlaamse affiches, annonces en reclameborden sieren. Zo las ik op een fancy-fair voor een goed doel: "5 maal slaan/ 3 euro per kind/ uitzoeken", en "trampoline voor kinderen met een diameter van 140 cm". En tijdens de laatste Gentse feesten probeerde men orde op zaken te stellen met een bord waarop stond: "fietsers overrijbaan". Dat soort ongelukkig geformuleerde richtlijnen brengt een mens wel eens van streek. Wat moet je bij voorbeeld met leuzen als "uw probleem, ons een zorg", "campina maakt kindervoeding met chinezen" of "mooie binnenkooi voor vogels met wielen"? En wat moet ik me in hemelsnaam voorstellen bij ""Moe? Overspannen? Doe het eens met een ezel in de Franse Pyreneeën"?

Ach, meestal loopt het niet zo dramatisch af: een glimlach, een schouderophalen, een hoofdschudden en de slipper is vergeten. Maar wat onvergetelijk en onvergeeflijk is, dat is de Engelse ziekte, die de Vlaamse taal infecteert en allengs een ware pandemie dreigt te worden.

O nee, ik heb het hier niet over het gebruik van het Engels als wereldtaal in domeinen waar dat wenselijk zo niet onoverkomelijk is. Zoals in de diplomatieke en de wetenschappelijke wereld, waar Engels een overkoepelende functie vervult. Of op technologisch en cultureel gebied. Het is nu eenmaal zo, dat zangers die internationaal willen doorbreken niet meer buiten het Engels kunnen, want van Vlaams hebben ze wereldwijd weinig of geen kaas gegeten.

Met de Engelse ziekte bedoel ik de besmetting van het dagdagelijks Nederlands door vreemde bestanddelen die het eigen idioom verdringen. Laten we maar zeggen: het Nederengels waarmee wij te kust en te keur onze eigen taal menen te moeten oppoetsen. Onzin wordt dan bullshit, een praatprogramma wordt een talk show, een overeenkomst wordt een deal, een afspraakje tussen twee alleenstaanden wordt een date tussen twee singles, contant betalen wordt cash betalen, dat soort dingen dus. Op ons naamkaartje zetten we niet meer medewerker loonadministratie maar payroll assistant, in het kantoor is er geen klimaatregeling maar airconditioning, en 's middags nemen we geen pauze maar een break.

En als we met vakantie gaan, maken we een checklist, steken in onze beautycase allerlei make-up-spul dat in het Nederengels gedoopt werd als foundation, blush, highlighter, lipgloss, eyeliner, coverstick en concealer. En dan rijden we over de snelweg, die nog net niet expressway maar toch al autostrade heet, met een wagen die we geleast hebben en die voorzien is van airbags maar zeker niet van luchtkussens, laat staan van botsballonnen. En voor alle gemak zetten we natuurlijk de cruisecontrol aan. En eenmaal ter plekke gearriveerd, gaan we geen boodschappen doen in een winkelcentrum, dragen we geen banaal T-hemd, eten we geen kaasburgers en hapjes, drinken we geen pompelmoes of andere frisdrank, kijken we niet naar de uitdagende prikkelpoezen die op het strand voorbij paraderen, neenee, we gaan shoppen in een shopping center, kleden ons met een T-shirt, eten cheeseburgers en snackjes, drinken grapefruit of een andere softdrink, en kijken onze ogen uit onze kop als er een sexy pin-up voorbijwiebelt.

O, wat wemelt het in onze moedertaal toch van die geniepige bastaardjes. Wat klinken die Nederengeltjes toch 'cool' – daar heb je het weer – in onze oren. Is het Vlaams dan toch zo arm dat wij leentjebuur moeten gaan spelen? Zijn wij, Vlamingen, dan zo dom dat we niet zonder die schuimwoorden kunnen? Of is het een kwestie van luiheid of van geurmakerij dat wij onze taal zo verloederen?

Wat een schril contrast met de 'aficanofonen' van Zuid-Afrika bij wie het Engels zo goed als geen visum krijgt. Hun vindingrijkheid is iets om duimen en vingeren af te likken. Of wat te denken van een tangaslipje of string dat bij hen een amperbroekie of deurtrekkertje heet? En van zo'n strakke damesbroek die bij hen niet legging maar kleefbroek heet, van een metro die een moltrein is, een trampoline die een wipmat en een cameleon die een verkleurmannetje is? Een snack is voor hen een peuselhappie, een lolly is een stokkielekker, een viaduct is een duikweg, een milkshake is een melkskommel, een cake is een sponskoek, een rock-'n-roll band noemen ze een ruk-en-pluk orkest, een barbecue wordt een braai, een majorette een trompoppie, en junkfood heet gemorskos. Aardig toch, niet? En meestal 'to the point' zoals ze dat in het Nederengels zeggen.

Ja, wat ze in Transvaal en Kaapstad kunnen, dat blijken wij, Vlamen, niét te kunnen. Zo taalcreatief zijn we dus blijkbaar ook niet. Of vergis ik mij? Zit onze taal dan toch vol verbeelding, vol scheppingskracht, vol plasticiteit? Is dat pastoorke uit Brugge niet even creatief wanneer hij het heeft over "krinkelende-winkelende waterdingen met zwarte kabotsekes aan", over het zalvendzoete zingezangen van een wilgenboom, over sneeuwvlokken die "dansen, ommentomme, zoo wit als molkenblomme", over een wikkelwakkelpaard of een bonke keerzenkind met bleuzekaakskes? Ik dacht van wel, maar bij ons noemt men dat dialect of in het beste geval Zuid-Nederlands. Vaak is het in onze dialecten dat de mooiste woorden opduiken. Wat al rijkdom zit niet verscholen in Kempense woorden als rondstesselen, rinkaaneen en roemetoem, hoeterdekoeter, piepekasse, 'ne metteko, 'ne flikketeer, een kwettergat, 'ne keskespisser, een klabots? Ja, onze volksmensen hebben allemaal iets van Guido Gezelle. Ook uit hun mond klinkt vaak pure poëzie op.

Dat de taal de hartslag is van een volk, dat een taal een volk doet leven, dat lijdt geen twijfel. Wie was het weer die zei: Wie de taal van zijn moeders niet eert, is de naam van zijn vaders niet weerd? Waaraan ik toe zou willen voegen: en is ook het land van zijn vaders niet weerd.

En dat land van onze vaders, goede Nestorvrienden, is een mooi land, zijt maar zeker. Een laatste maal laat ik de stem van het Brugse pastoorke horen: "Het Vlaamsche volk/ bebouwt uit alle landen/ het schoonste land,/ dat ooge aanschouwen kan". Oké, de stem klinkt ietwat overslaand, maar toch staat het pastoorke met die bewondering niet alleen. Hij krijgt o.m. de instemming van iemand die in 2005, in het teeveeprogramma De Grootste Belg, bij de VRT op de 7e plaats en bij de RTBF op de 1e plaats eindigde, en die geen chauvinistische Vlaming is, maar wel de de grootste ode aan het "vlakke land" van Vlaanderen schreef en zong: Jacques Brel: "Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen/ En witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen/ Wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt/ En over dijk en duin de grijze nevel valt/ Wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn/ En natte westenwinden gieren van venijn/ Dan vecht mijn land, mijn vlakke land."

Frans DEPEUTER

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
25 août 2014 1 25 /08 /août /2014 20:47

 

david-and-goliath-colo-print-and-color-pictures-of-girl-swi.jpg

We zullen met z’n allen moeten besparen. De staatskas is niet meer beheersbaar. Tenzij er fors bezuinigd wordt. Op verlichting, verwarming, vuilnis, verbruik, vervoer en zelfs kritiek, want dat leidt maar tot verspilling van politieke energie. De Bond Beter Leefmilieu en zijn verwanten helpen er aan mee om de noodklok nog wat luider te laten klinken. Het wordt de burger het hoofd ingeramd op een manier alsof het lijkt dat hij de schuldige is van alle ellende.

Maar zelfs als de burger bezuinigt en zijn kritiek beperkt tot wat oprispingen, blijft de staatskas leeg en zal na een aanslag op het vak met de briefjes in zijn portemonnee ook gekeken worden in dat van het kleingeld. Valt daar nog wat te rapen? Ja, hoor. Geef maar af aan Moedertje Staat. Op z’n minst de helft. Hoe lichter je weegt, hoe gezonder je bent. Simpele redenatie, maar tot meer is de politieke wereld niet in staat. Spaargeld investeren in bedrijven. Garandeert de staat het risico? En als het spaargeld niets oplevert, waarom de bank er mee plezieren? Afhalen en thuis bewaren. Daar is het veiliger. Zolang het in handen van een bank is, kan de staat er aan knabbelen.

Een aantal politici kunnen het wel, maar die zijn in de aanloop naar de rampen die ons overvallen, en waarvan men wist dat ze er zouden komen, tijdig verbannen. Of ze hebben zelf voor een veiliger oord gekozen, als luxueuze levensverzekering. Zoals Frank Vandenbroucke en Yves Leterme. Yves verkoos de stranden van de Europese binnenwaters, Frank voor de wetenschappelijke speeltuin. Om de paar jaar mogen de deserteurs een rapport schrijven, om de schijn op te houden dat hun mening en kennis nog steeds toe doet. Korte tijd mogen zulke rapporten in de schijnwerpers staan, om dan te verhuizen naar de schaduwkant, om even later in de vergeetput te belanden.

Het bewerken van burgerzin maakt deel uit van een mistcampagne om de verantwoordelijkheid van de overheid te verdoezelen. Zolang de inkomsten uit zichzelf binnenstroomden, werden ze als vanzelf weer in het rond gestrooid. De wensen van de vakbonden en de koepelorganisaties uit de bedrijfswereld werden ingewilligd, alsof het de natuurlijke loop der zaken was. En dat gebeurde door alle partijen, ook deze uit de oppositie. Hun waarschuwingen waren er voor de achterban en duurden niet langer dan een dag. Zolang de buik gevuld is, verblijft het hoofd in de voortuin van de slaap. Het wanbeleid kan daarom geen individuele politicus aangerekend worden, maar is de verantwoordelijkheid van alle logés van de Wetstraat en zijn buitenwijken, de gemeenschapsregeringen, zijnde de neefjes.

Er valt als burger, individueel of in groep, niets tegen te beginnen. Hij zal bloeden, en met hem zijn kinderen. De Akela’s hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen van de welpjes. Ze hebben ze bestolen, bedrogen en verkracht. En eenmaal ze geen plundermanieren meer vonden werden ze gepest. In die fase zijn we nu beland. Maar dat is het zwakke punt van de schurken. Wie pest mag gestraft worden. Dat hebben de schurken zelf bedacht, om de pestkoppen klein te krijgen. Ze hebben alleen niet aan het oerverhaal van onze Westerse beschaving gedacht. Het verhaal van David en Goliath. Of hoe de kleine man met een wapen waar geen kronkelkennis voor nodig is, de grote kan verslaan.

En wat is dat wapen dan, hoe ziet het eruit? Heel simpel, door net het tegenovergestelde te doen van dat wat de overheid verlangt. In plaats van te bezuinigen met energie kan het juist zijn verbruik verhogen. Niet kijken op een lamp meer of minder. Of de verwarming in huis een graadje lager zetten. Integendeel, door extra verlichting en lekker warm in huis zal de pestzak vroeger dan voorzien het mes op de keel voelen. Tuurlijk zal de rekening voor de burger oplopen, maar nog meer mensen zullen hun facturen niet meer kunnen betalen, en dus een beroep moeten doen op bijstand door de staat. De instanties zijn er nu eenmaal voor gemaakt.

Als de overheid het vingertje als dolk de lucht insteekt, kan de burger met het zijne wijzen op de voortdurende verspilling van de overheid. Een mooi voorbeeld is de R4, de ring rond Gent. De hele nacht branden duizenden lampen. Terwijl er van acht uur ’s avonds tot zes uur ‘s morgens nauwelijks een wagen rijdt. Elke burger kan wel een voorbeeld vinden. Je hoeft maar rond te kijken. Het spel is zo eenvoudig. Hoe meer mensen het zullen spelen, hoe benauwder politici het zullen krijgen.

Zullen we dus net niet doen wat er gevraagd wordt? Waar er stilaan om gesmeekt wordt. Voor vergeving is het te laat. Al te lang heeft de overheid het geduld van de bevolking misbruikt. Veel te lang heeft de razernij van de verspilling het volk gekwetst. De tijd van vergelding stijgt op aan de einder. Kapot gepest draaien de sluisdeuren langzaam open en zal kwaad door kwaad worden overspoeld. Om het failliet van de staat te vermijden zal de overheid verplicht worden de eigen vetlagen aan te spreken.

Dat de overheid in weelde leeft in dure paleizen en met veel knechten en misdienaars is maar al te duidelijk. Als de overheid verplicht wordt te bezuinigen op de eigen luxe dan is 17 miljard snel gevonden. Het afschaffen van de kabinetten zou al een mooi begin zijn. In beschaafde landen, zoals Nederland en die uit Scandinavië, bestaat die schaduwambtenarij niet. Daar moet een minister het doen met hooguit een handvol mensen. Zijn we zover, de buikriem aangehaald wegens vermagering, dan kan er weer gepraat worden over een eerlijker en logischer kosten- en lastenverdeling tussen de burger en overheid. Blijft het bij het oude dan is burgerlijk verzet weer toegestaan. Kan een lamp meer en een graad warmer in huis niemand kwalijk genomen worden.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
24 août 2014 7 24 /08 /août /2014 15:16

 

CARTOON-MDD-Kwaaak-Geert-BOURGEOIS-Scheirs-2014.jpeg

Kwaak...

Guido Lauwaert, 20 augustus: 'De zeldzame ziekte van Geert Bourgeois'...

http://mededelingen.over-blog.com/article-de-zeldzame-ziekte-van-geert-bourgeois-124397737.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
24 août 2014 7 24 /08 /août /2014 08:33

 

Soetkin-Hulst-in-restaurant.jpg

De Stichting Charles Catteau stelt op vrijdag 26 september de postume dichtbundel van Soetkin Soethoudt (a.k.a. Medusa, SuSu, SoeSoe, 26 september 1969-17 april 2013) No Need to Panic: Selected Poems voor.

 

'In this short collection of fighting poems, No Need to Panic, the young poet’s voice is already released in open fluid space. It is tuning in tone, in phrasing, in dynamic and in the frequency of effective poetic lines, and memorable hard-wired imagery. These are honest, vulnerable, energetic, driven and challenging works. [...] Soetkin’s invitation to readers is open, “all bets are off” [...]', aldus de Ierse dichter en uitgever Seamus Cashman (° 1943).


Lucienne Stassaert (° 1936) selecteerde de gedichten – aanleiding tot een kort gesprek met de redactie.

 

'De titel van de bundel is al even misleidend als de 'vechtgedichten' waarmee Soetkin Soethoudt met een maatschappij wou afrekenen waartegen ze al heel vroeg in opstand kwam. Een al bijna onbeheersbare paniek staat in vele van haar gedichten op wacht om los te breken... nadat het gedicht haar een teken van leven en dood heeft gegeven. Op een virtuoze manier weet ze dodelijk-operationele metaforen te vinden die haar levensangst op peil houden. Ze wil vooral onafhankelijk zijn en blijven – een vrijheidsdrang die al aan meer dan een kunstenaar het leven heeft gekost, aldus Lucienne Stassaert.

Het is alsof je als lezer door een mijnenveld van woorden, omzoomd door prikkeldraad, moet durven te wandelen om zo de intensiteit van haar zegging aan den lijve te ervaren. Ze had alles in zich om een zeer goede dichteres te worden, maar: “You've gotta be down to go over the top, / and I can't seem to make this sarcastic grin stop.”

Op die top werd het leven haar te machtig. Ze laat gedichten na als zovele getuigenissen die haar “private collection of Masks” in beeld brengen op een genadeloze manier.'


Op FaceBook onderstreept Johan Vanhecke dat Medusa SuSu 'het revolutionaire van haar ouders op haar manier uitdroeg.'

De Zwarte Panter, Hoogstraat 70-72-74, 2000 Antwerpen.

26 september (tussen 20 en 22 uur).

Zie:

Mededelingen 208, 1 mei 2013, pp. 2-3

Mededelingen 209, 29 mei 2013, pp. 3

http://mededelingen.over-blog.com/article-afscheid-van-soetkin-soethoudt-a-k-a-medusa-su-su-117434664.html

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
22 août 2014 5 22 /08 /août /2014 21:28

 

ScherpenisseGROOT.jpg

Vrijdag 12 september gaat in Den Hopsack in Antwerpen een tentoonstelling van start met werk van beeldend kunstenaar Ron Scherpenisse.

Ron Scherpenisse (° 1970) woont en werkt juist over de grens, in Bergen op Zoom. Hij is productief en veelzijdig want hij schildert, tekent en maakt driedimensionaal werk. Hij werkt regelmatig samen met de dichter Bert Bevers. Onlangs verzorgde hij de omslagtekening voor Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift. Aan zijn monumentale en zeker ook aan zijn kleine objecten vallen het verhaal en de ironie op. In alle veelzijdigheid is steeds een ingetogen soberheid besloten. Het simpele gaat bij Scherpenisse samen met het subtiele, het ruwe met het tedere. Ron zoekt steeds de grenzen op van wat schildertechnisch betamelijk is en deinst niet terug voor ongebruikelijke perspectieven of niet voor de hand liggende composities. Het werk wordt bepaald door een structuur die een sterke behoefte aan vrijheid en chaos voortbrengt. Denkbeelden worden geïsoleerd door ze te schilderen. Door het uitvergroten van gedachten lijken zijn schilderijen een nieuwe werkelijkheid te creëren.

Ron-Scherpenisse---zum-konig-kronen.JPG

Een goed voorbeeld is zijn, in een reeks uitgewerkte, project zum könig krönen: stille vormpoëzie, met een vleug humor. Tijdens deze tentoonstelling zal ook een aantal werken uit het zum könig krönen-project te zien zijn.

De opening zal plaatsvinden op vrijdag 12 september om 21:00 uur met een inleiding door Erick Kila.

De tentoonstelling kan tot 9 oktober worden bezichtigd tijdens openingsuren van Den Hopsack, dagelijks vanaf 20:00 uur (dinsdag gesloten). Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, Antwerpen.

 

Meer informatie: http://ronscherpenisse.blogspot.be/

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
21 août 2014 4 21 /08 /août /2014 10:07

 

HFJmuseumdatbrandt.jpg

Drie decennia geleden...

De jongste weken heeft het leven mij niet gespaard. Mijn jongste broer (° 27 augustus 1947) is op 6 augustus schielijk overleden in zijn woonst te Fiesole. De jongste decennia hebben we elkaar niet meer gezien, gescheiden als we gaandeweg werden door 'les choses de la vie'. Mijn gedachten gingen dagenlang naar Rina, mijn schoonzuster, en mijn nichtjes Laetitia en Isabelle. En naar de vele herinneringen aan vroeger, onlosmakelijk met mij verbonden. Kindertijd en kinderstrijd, het jongere, bijzonder kwetsbare broertje, gedeelde belevenissen.

http://mededelingen.over-blog.com/article-broer-overleden-124317517.html

*

13 augustus stelde ik tot mijn ontzetting, toevallig, de diefstal vast van een waardevol, maar vooral kunst- én literair-historisch belangrijk schilderij. Een bijzonder nare ervaring, die de gekste paranoïde gevoelens onontkoombaar opwekt, tot de gekste toe. Ik wens dat niemand toe. Je wordt in je intimiteit als het ware verkracht. Dank zij mijn lezing van misdaadromans (dank u, Diamanten Kogel) kon ik – mirabile dictu – de zaak rationeel, koelbloedig en afstandelijk aanpakken... en oplossen. Het schilderij pronkt nu terug in mijn collectie.

Dank u, Sherlock Holmes, Hercule Poirot, Maigret, Moulin, Cordier en Baantjer... En de talrijke mensen die mij hielpen bij de oplossing van het pijnlijke en verwarrende raadsel.

*

Zondag 17 had ik een 'colloque singulier' met Luc Boudens (cdr) die mij – waar heb ik het verdiend – een schitterend werk schonk. Ik vind het jammer dat we elkaar de voorbije maanden nog maar zelden zagen. Hij blijft mijn innige soulmate.

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-ii-luc-boudens-124384971.html

*

Ondertussen vluchtte ik naar goede gewoonte in het werk. Ik wilde dringend de bijdrage van Marcel Lecomte over Van Ostaijen raadplegen die ik in een vorig leven las, verschenen in Hermès (1933-1939), uitgerekend in de enige aflevering van dit zeldzame tijdschrift die in mijn collectie ontbreekt. De verplaatsing naar een bibliotheek is een inspanning die mij veel moeite kost. Op hoop van zege publiceerde ik dan maar een noodkreet op mijn ça ira-blog.

http://caira.over-blog.com/article-a-l-aide-marcel-lecomte-et-paul-van-ostaijen-124391331.html

En ja hoor, het lukte. Dank zij Frank Asaert, een mij persoonlijk onbekende FaceBook-vriend, kon vandaag, 20 augustus, mijn dag niet meer kapot. Binnen de kortste keren bezorgde hij mij de begeerde tekst. De wonderen zijn niet uit de wereld.

*

In de late middag werd aangebeld. Wanneer ik geen bezoek verwacht, reageer ik meestal niet. Pruts ging echter net buiten en daar stond Dirk Maeyens (cdr) voor de deur. Een paar weken geleden hielp ik hem bij de schikking en evaluatie van een rijke bibliotheek. Ik was toen niet weinig verbaasd daar een aantal oude edities van Éliphas Lévi (1810-1975) aan te treffen. Dat was Dirk blijkbaar niet ontgaan. Daar stond hij nu met een doos, waarin, bij wijze van dank, o.a. La Clef des Grands Mystères, Histoire de la Magie en Dogme et Rituel de la Haute Magie – en,  vooral, Le Grand  Arcane   (Paris, Chamuel, 1898), een van de weinige postume boeken van de geleerde en creatieve polygraaf (met een inleiding van baron Spedalieri) die ik nog niet las.

Éliphas Lévi (abbé Alphonse Louis Constant) heeft een belangrijke bijdrage geleverd tot de ontwikkeling van het moderne occultisme, zowel in Frankrijk als in Engeland (via de Hermetic Order of the Golden Dawn, waar o.m. William Butler Yeats, Arthur Machen en Bram Stoker lid van waren).

LudwigII.jpg

'Jamais deux sans trois.' Van mijn (verre) vriendin Emmy van Kerckhoven ontving ik een ansichtkaartje uit München. Naast koning Ludwig II van Beieren (1845-1886) herkende ik onmiddellijk de destijds meer dan beroemde acteur Josef Kainz (1858-1910). In een vorig leven (alweer) heb ik mij immers intensief gebogen over de raadselachtige Beierse vorst, die zowel Verlaine als Apollinaire inspireerde. (Zie mijn boek Het ritselen van vleugels (1979, p. 110-128, eerder verschenen in het Nieuw Vlaams Tijdschrift.)

*

'Ils prennent la lâcheté pour de l'héroïsme martyr.' Over wie zou ik het nu hebben...

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
20 août 2014 3 20 /08 /août /2014 08:11

 

GeertBourgeois.jpg

 

 

Een groteske van de geïrriteerde Guido Lauwaert...


De nieuwe Vlaams minister-president lijdt aan een zeldzame ziekte, een combinatie van dysmetrie en dyslexie, in de wijk van de Wetstraat bekend als Pollextie en alleen voorkomend bij politici met een hoge dosis Immensitas opinio falsa.

De politicus die eraan lijdt kent het verschil tussen de getallen, maar is niet in staat het verschil in maat te zien, nodig voor het begrijpen van andermans visie. Daardoor gelooft hij in zijn gelijk en is er niet van af te brengen. Hij heeft een ongeneeslijke kijkzwakte. In combinatie daarmee is er een afwezigheid van het normale evenwicht tussen de verschillende standpunten waardoor er zich een onvermogen manifesteert om de waarheid en de werkelijkheid van elkaar te onderscheiden. Op geen enkel punt of het juiste moment. Bij de meeste politici is die ziekte latent, maar prominent aanwezig bij een minister-president kan zij desastreuze gevolgen hebben voor de maatschappij en de burger.

In de politieke wandelgangen was zijn ziekte al bekend, van de bodes, over de portiers, de koffiedames, de seminaristen, de kanunniken en de kardinalen van de kabinetten, tot de politici zelf, inclusief Herman De Croo, die de realiteit totaal overbodig vindt, omdat de realiteit nu eenmaal niet stroomt door zijn hersenweefsel. Zijn afwijking bestaat erin dat hij niet weet waarheen de werkelijkheid gaat en vanwaar zij komt. Al deze mensen kan de ziekte van Bourgeois geen lor schelen, omdat zij hun wensen via de verbindingsbanen tussen het Vlaams parlement en de redacties kunnen ventileren. Hun hersenschors geraakt er niet door beschadigd. Die van Geert Bourgeois ook niet, wegens de verre staat van ontbinding ervan.

Ook de media waren al van kort na zijn aankomst op de politieke vloer van zijn ziekte op de hoogte. Zij maakten er zich al evenmin druk om, integendeel, eindelijk hadden ze iemand die voortdurend en in alle omstandigheden kon opgeroepen worden om meningen te uiten waar hij zelf geen vat op heeft. Hij is slechts in staat om clichés te uiten, te herhalen en nogmaals te herhalen, en ‘ik herhaal nogmaals’, en totaal geen variatie in deze cyclus aan te brengen. Zijn verschijning en uitspraken zijn veel beter cabaret dan dat van Geert Hoste. Hij zou naar zijn buitenverblijf in het buitenland moeten worden verbannen, ware het niet dat de journalisten en de columnisten de plaatselijke bevolking willen behoeden voor een moord, waar geen Maigret vat op heeft. Maar dat is een ander verhaal en past niet in de portrettering van het gedrag en het karakter van Geert Bourgeois.

Voor Sven Gatz, Joke Schauvliege, Philippe Muyters, Jo Vandeurzen, Ben Weyts, Liesbeth Homans, Annemie Turtelboom en Hilde Crevits, is Geert Bourgeois een zegen. Zij kunnen naar hartenlust in de grootste vaagheid zwijgen of spreken. De koorknaap van Bourgeois, Matthias Diependaele, fractieleider van het N-VA, mag komen zeggen dat de Vlaamse regering de schaar mag nemen zonder te weten waar het patroontje is om een kledingstuk te maken. Dat patroontje komt er wel, vijf jaar hebben de kleermakers voor zich, en het kledingstuk ook, maar zonder dat zij zullen weten of het een broek dan een vest is, en het blauw, geel of zwart ziet. Geert Bourgeois zal het kledingstuk vervolgens evenmin een naam weten te geven, omdat de burger weet dat er een totaal nieuwe mode nodig is. Of zij hem zal aanstaan dan wel bij hem passen, zal de minister-president allerminst zorgen baren. Wat hem al ingefluisterd is, is dat hij voor ogen moeten houden en blijven herhalen dat de overheid zal besparen. Zonder echter te zeggen dat die besparingen er vooral zullen uit bestaan de verklaringen nog vager te maken dan ze in het verleden al waren. Dat kan gerust. Wat vaagheid betreft zitten we aan 80%. Er kan gerust vijf procent bij.

Dat geloofwaardig overbrengen zal niet makkelijk zijn voor de minister-president, gezien zijn ziekte. De overige leden van de Vlaamse regering zullen er niet van wakker liggen. Door zijn ziekte is hun afwijking onzichtbaar: het uitbenen van de parlementaire democratie. Dat is al gebeurd onder het schrikbewind van Kris Peeters, maar nu zullen de steunbalken aan de beurt komen. Weg van de beeldtaal betekent het, dat de al verminderde verworvenheden van de burger door de economische boem tot eind vorige eeuw tot stof worden vermalen. Wat was zal bestempeld worden als luxe, en voor luxe is geen geld meer. Dat de sanering een aardig centje zal kosten, en alle lagen van de maatschappij zullen treffen, zal niet de schuld van de regering zijn. Wat gegeven is kan ook teruggenomen worden. Om dat onder woorden te brengen is er tijd tot september. In die maand zal er gezegd worden dat de woorden er al zijn, maar de zinnen tegen januari klaar zullen zijn.

De meeste tijd van de komende weken zal gestoken worden in het vinden van een manier om de minister-president een ongeloofwaardig verhaal geloofwaardig te vertellen. Er zal een psycholoog aan te pas moeten komen om hem niet al te veel in herhaling te laten vallen en januari niet vóór september te plaatsen. De beste manier om hem dat te leren is met Bourgeois in kindertaal te spreken. Te zeggen dat eerst Sinterklaas komt en dan pas de Kerstman. ‘Maar ze komen toch allebei in december?’ zal Geert Bourgeois zeggen. ‘Ja, maar de Sint komt begin december en de Kerstman eind van die maand.’ – Bourgeois: ‘Welke maand?’

Om de kosten van een psycholoog te besparen, wat, zoals ik heb aangetoond, geld over de balk gooien is, lijkt het beter om hem een dozijn keer per dag de verklaring voor de camera’s van de woordvoerster van Electrabel te laten bekijken én beluisteren: ‘Doel 4 zal zeker tot eind december niet hersteld zijn.’ Wat wil zeggen dat de bevolking blij mag zijn als Doel 4 in mei 2015 weer in gebruik wordt genomen.

Die verklaring in beleidstaal omzetten houdt een risico in, want het grootste probleem zal zijn om Geert Bourgeois niet te laten zeggen: ‘Dat vóór eind december Doel 4 of 5, daar moet u bij de bevoegde minister voor zijn en is een federale kwestie, wel hersteld zal zijn maar nog niet in gebruik zal worden genomen.’ Gebeurt dat wel, dan bestaat de kans dat Annelies Beck zal vragen: ‘Wilt u daarmee zeggen, meneer de minister-president, dat de regering niet precies weet wat de burger wacht?’ en hij zal antwoorden: ‘Ik herhaal dat Doel 4, of is het 5 …’ Waarop Annelies haar al bewust geformuleerde eenvoudige vraag nog zal versimpelen: ‘De burger wacht dus deze winter een koude douche?’ Geert Bourgeois zal zijn wenkbrauwen ophalen, het denigrerend lachje waar al menig mediatrainer vruchteloos heeft getracht hem er van af te helpen, tevoorschijn halen en verklaren: ‘Ik herhaal… en trouwens, mevrouw Beck, per week is toch één douche voldoende. Wij mochten als kind blij zijn wanneer er op zaterdag bruine zeep was.’

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche