Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
25 janvier 2010 1 25 /01 /janvier /2010 11:12

Flyer_AZG_2010_Page_1.jpg

Les Lux vzw organiseert jaarlijks een benefietconcert voor AzG België. De editie 2010, “Eén stem, twee piano's”, vindt plaats op 13 februari in het Augustinus Muziekcentrum te Antwerpen. Weerom staan drie topmusici op de planken.

Programma

Claude Debussy

Estampes: Lucas Blondeel

Ariettes oubliées (selectie): Liesbeth Devos en Lucas Blondeel

Clara Schumann

Die stille Lotosblume: Liesbeth Devos en Lucas Blondeel

Robert Schumann

Widmung: Liesbeth Devos en Lucas Blondeel

Clara en Robert Schumann

oa selectie uit Fantasiestücke op. 12: Severin von Eckardstein

Pauze

Nikolai Medtner

selectie uit de Goethe-lieder: Liesbeth Devos en Severin von Eckardstein

Sergei Rachmaninov

Suite nr. 1: Severin von Eckardstein en Lucas Blondeel

*

De lyrische sopraan Liesbeth Devos (1983) studeerde aan de muziekacademie van Beveren en voltooide haar opleiding aan het Koninklijk Conservatorium te Antwerpen. Ze volgde zang bij Lieve Suys, sopraan bij Stephanie Friede, Operaklas bij Guy Joosten. Liedklas volgde ze bij Lucienne Van Deyck en Jozef De Beenhouwer. In 2006 maakte ze haar debuut in De Munt als Despina in Cosi fan tutte van Mozart. In 2007 nodigde De Munt haar opnieuw uit voor de rol van Ilse in Frühlings Erwachen, een wereldpremière van Benoit Mernier. Ze zond er tevens de rol van Papagena in Die Zauberflöte.

Lucas Blondeel (1981) begon op vierjarige leeftijd piano te spelen op een oude pianoforte in de antiekzaak van zijn ouders. Hij studeerde piano bij Levente Kende en Heidi Hendrickx in het Koninklijk Muziekconservatorium van Antwerpen waar hij in 2004 de graad van Meester in de muziek behaalde met de grootste onderscheiding. Al op jonge leeftijd werd hij laureaat van nationale pianowedstrijden. Hij werd driemaal Cantabile laureaat en in 2005 won hij de eerste prijs in de Internationale pianowedstrijd 'Emmanuel Durlet'. In 2007 werd hij halve finalist in de Koningin Elisabeth wedstrijd.

Severin von Eckardstein werd geboren op 1 augustus 1978 in Düsseldorf. Op zesjarige leeftijd kreeg hij zijn eerste pianolessen en op zijn twaalfde werd hij aangenomen in de jongtalent-klas van Barbara Szczepanska van de Robert-Schumann-Hochschule in zijn geboortestad. Op 8 juni 2003 won Severin von Eckardstein de eerste prijs van de internationale Koningin Elisabethwedstrijd. De combinatie van Beethoven en Prokofiev, beide tijdens de finale fenomenaal uitgevoerd, laat de veelzijdigheid van deze jonge meesterpianist zien.

*

Augustinus Muziekcentrum

Kammenstraat 81

2000 Antwerpen

Zaterdag 13 februari 2010

Aanvang 20 uur, deuren: 19u30

Inkom: 20 €

Reservatie: aly.talen@genae.com

Reserveren kan ook door storting op KBC 735-0207551-56 op naam van Les Lux vzw, de tickets liggen dan aan de kassa.

www.leslux.com

 





Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
24 janvier 2010 7 24 /01 /janvier /2010 12:55

Nic-6993.JPG

Frank de Vos en Herman J. Claeys


Met Nip Luyben en Tony Rombouts leest Frank de Vos op donderdag 28 januari om 16u30 gedichten voor in de bibliotheek van Hoboken. Cellist Dirk Strybol zorgt voor muziek, gastheer is Frans Vlinderman.

De Einde loopbanen van tulpen uit Frans de Vos reeks 'bedichtingen van canvas' zullen er tot einde februari worden tentoongesteld.

image001.jpg

Bibliotheek Hoboken, Kapelstraat 64, 2660 Hoboken-Antwerpen.

*

Vanaf 20u30 neemt Frank de Vos deel aan Acht Achtbare Dichters in Den Hopsack, samen met Bert Bevers, Xtine Mäser, Paul Vincent, Anne-Marie Sauer, Wim Persoon, Guy Van Hoof en Walter Simons. Spetterende pianomuziek wordt gebracht door Marc Clement.

Den Hopsack, Grote Pieterpotstraat 24, 2000 Antwerpen.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
22 janvier 2010 5 22 /01 /janvier /2010 19:16

stassaert47.JPG

Lucienne Stassaert, Zelfportret, lino


Dirk de Geest stelt in De Leeswolf vast dat de poëzie van Lucienne Stassaert (°10 januari 1936) “vandaag hoger gewaardeerd wordt dan ooit voorheen”. In haar jongste bundel, Keerpunt, wordt “de dood zo recht mogelijk in het gelaat gekeken”.

Keerpunt is niet alleen een moedige en bijzonder eerlijke bundel, het is ook een monument van taal. Het geloof in het poëtische woord blijft fundamenteel onaangetast, taal is echter geen medicijn dat alle pijnen heelt, ze is veeleer een drijfhout.

Uit het literaire oeuvre dat Lucienne Stassaert de voorbije 45 jaar hardnekkig en eigenwijs opgebouwd heeft, blijkt duidelijk dat haar thematiek cirkelt rond afscheid nemen als kernpunt, waarbij de benadering van de koele meren des doods als motor én keerpunt fungeert.

stassaert50b.JPG

Lucienne Stassaert: Voor de poort, gemengde technieken, 55 x 30 cm


La cérémonie des adieux.” Aftasten, benaderen, aanraken van een realiteit die met de jaren almaar subtieler ging trillen. Het idiosyncratische gevecht met de Engel, die een dubbelganger is. De ervaring van een metafysische vleugelslag die niet onder woorden te brengen is, lange jaren (bewust én onbewust) verdrongen werd maar uiteindelijk krachtiger dan ooit opnieuw aan het oppervlak kwam.

De voorbije decennia heeft Lucienne Stassaert aan een aantal groepstentoonstellingen zogenaamde “dubbeltalenten” deelgenomen. Dubbeltalent? Ja, zij schildert. Maar “dubbeltalent”, neen. Pianiste, dichteres, romancière, toneelauteur, vertaalster, Lucienne Stassaert heeft talent. Punctum. Zij “schildert figuratief abstracte thema's”, dixit Willem M. Roggeman. (Net zoals ze in haar poëzie figuratieve thema's abstract moduleert.)

stassaert55b.jpg

Lucienne Stassaert: Olie op het strand, gemengde technieken,

50 x 70 cm


Onderweg”, recente schilderijen en tekeningen van Lucienne Stassaert worden van 4 februari tot 28 maart tentoongesteld in het gemeentelijk museum Herman Teirlinckhuis te Beersel.

HFJ

4 februari – 28 maart 2010: Onderweg, schilderijen en tekeningen.

Herman Teirlinckhuis, gemeentelijk museum en galerie

Uwenberg 14, 1650 Beersel

Open donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag, van 11 tot 12.30 en van 14 tot 17 uur

Vernissage op zondag 14 februari om 16 uur. Verwelkoming: Eddy de Knopper, schepen van Cultuur. Gastspreker: Roger de Neef. Voordracht uit de dichtbundel Keerpunt van en door Lucienne Stassaert.

Lucienne STASSAERT, Keerpunt, Leuven, P, 2009, 102 p., 15 €. ISBN 9789079433278

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
21 janvier 2010 4 21 /01 /janvier /2010 13:57

SK-3-hires.jpg

Onlangs verscheen het derde nummer van STAALKAART. Het wil de cultuurminnaar informeren over de wereld van de cultuur in onze contreien.

Ondanks het feit dat het blad fraai blinkt, very glossy, is de vormgeving ietwat belegen. Van hetzelfde niveau als de pr-magazines van Agfa, Barco, of onze nationale staaldraadfabrikant Bekaert.

Bij nader inzien blijkt Staalkaart waarlijk een cultuurmagazine te zijn, overeind gehouden door vijf pijlers van gewapend beton: Muziek, Literatuur, Theater & Dans, Beeldende Kunsten en Partners.

Gedegen artikels bevat het, geschreven door vakmensen, maar hun bijdragen missen helaas scherpte, en het extra laagje stijl dat de redacteurs van het kunstblad Hollands Diep wel hebben, al moet gezegd dat de eerste generatie dat veel sterker had dan de huidige.

De algemene indruk is er een van ‘een aangeklede agenda’. Die mening wordt versterkt door de vijfde pijler. De programma’s van de adverteerders, herdoopt tot partners, krijgen wel heel veel ruimte. Storend is tevens dat medewerkers nauwelijks geïdentificeerd worden. Zoals Hennie Lenders. Zij kruipt in de huid van Domenikos Theotokopoulos, bijgenaamd El Greco. De Spaanse schilder van Griekse afkomst en de paus hadden een moeilijke relatie en ‘de Griek’ had nogal wat kritiek op het Sixtijnse werk van Michelangelo. In het artikel in de ik-vorm wordt daar niet op ingegaan, hoewel paus en collega er uitvoerig in aan bod komen. Een kaderstukje met afkomst en palmares van de auteur had heel wat vragen bij het lezen vermeden. Als zij – of is zij een hij? - een hoogleraar blijkt dan is het artikel een typisch voorbeeld van klein-academisme. Is zij daarentegen een amateur-speleoloog, dan is het bijzonder vermakelijk.

Het interview van Elke Brems met Charles Ducal is dan weer een verademing. Aanleiding is het derde poëziepleidooi, n.a.v. Gedichtendag op 28 januari, en de recente verschijning van Ducals zesde dichtbundel Alle poëzie dateert van vandaag. Elke Brems combineert documentatie met informatie, op zulke wijze dat het interview eerder een onderonsje is dan een verhoor.

Het essay ‘Het Belgisch Filmjaar 2009’ van de hand van Erik Martens is boeiend, maar jammer genoeg stroef, en er stijgt een pedante geur uit op. ‘200 jaar Frederic Chopin’, gecomponeerd door Bart Tijskens, is alles behalve een treurmars. Het huppelt en het heeft een gezonde bekeringsdrang.

Voor de cultuurminnaar die wil weten wat er aan artistieke koopwaar staat aan te komen, of net op de kade gelost werd, is Staalkaart een prachtige informatiebron. Twee vragen spookten bij de vorming van het blad door het hoofd van de hoofdredactie en de uitgever, zoveel is wel duidelijk: A – voor wie is het bedoeld? en B – heeft de doelgroep er iets aan?

Het grote gevaar voor Staalkaart is de aankoopprijs. Prijzig. Wat voor aarzeling kan zorgen bij wie aanschaf overweegt. Kioskhouders houden daar niet van. Onlangs, wachtend op de trein, doorbladerde ik Vrij Nederland in het Centraal Station van Antwerpen. Prijs/kwaliteit overweging. De dame aan de kassa hield mij nauwlettend in de gaten en ik was niet eens halverwege of haar hinnikende stem beschadigde mijn trommelvliezen: Meneer! Het is hier geen bibliotheek!

Mits enige bijsturing zou Staalkaart wel eens een blijvertje kunnen zijn. De cultuurminnaar heeft altijd honger. Maar hij wil kwaliteit, geen fastfood. En hij wil allerminst gepaaid worden door een hoofdredactie die hem tot aanschaf tracht te overtuigen met een cadeau. Aan een cadeau is niks fout. Aan het prominent in beeld brengen van het cadeau – tot in de kop van het openingswoord! - daarentegen wel. Dat is zaak van de promotie. Ook voor een medium geldt voor de geloofwaardigheid een scheiding van Kerk en Staat. Of algauw komt de geest van de Grote Lijmer spoken, Willem Elsschot. In het dagelijkse leven Alfons De Ridder. De man die doelgroepen uitvond als hij advertenties rook.

Guido LAUWAERT

Staalkaart – cultureel magazine verschijnt 5 x per cultureel jaar. In de zomermaanden is er een extra editie. – los nummer: 10 € / abonnement: 40 € - www.staalkaart.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
19 janvier 2010 2 19 /01 /janvier /2010 17:21

Haiti2.jpg

Nog een dag en onze Stella is op. En er is ergens een land ingestort. Jean-Luc Dehaene blijkt een vinger van zevenhonderdvijftig duizend euro in een INBEV biervat hebben steken. Benieuwd of hij de dijkbreuk van publieke verontwaardiging gestelpt kan houden. Er is ergens een land ingestort. Maar 't schijnt al beter te gaan. Nu de Amerikanen geland zijn, met de duizenden. En ze hebben vanalles bij zo blijkt. Dat komt nog goed daar in Haïti, denk je dan. Dan blijkt dat vanalles vooral wapentuig te zijn en rollend materieel dat je meer associeert met een bezetting dan met een reddingsactie of humanitaire missie. Nog een halve dag en onze Stella is op. Komt dat ooit nog goed daar in Haïti? Vliegtuigen met kritieke spullen worden terug naar af of naar belendende landen gestuurd door de Amerikanen, die het vliegveld hebben overgenomen en prioriteit geven aan hun tuigen. Journalisten staan op de tarmak elk hun stand-upje te doen wellicht met naast hen een pruttelende generator die eigenlijk beter ergens een hartpomp zou voeden. Tientallen, nee, honderden. Een monsterachtig circus slaat zijn tenten op de puin van een ingestorte beschaving op. Een revolutionair land en zijn inwoners is nadat het op de knieën gedwongen is door de gewetenloze “vrije markt”, iets waarin Napoleons legers zelfs niet slaagden, nu volledig met de grond gelijk gemaakt. Van binnen uit broos verpulvert een mooi, zij het schijnbaar straatarm, land voor de ogen van de hele wereld. En wij denken dat we dat wel kunnen rechtzetten met een sms of een andere al dan niet girale virale gewetenssusser. Ik betwijfel het. Straks is onze Stella op. Benieuwd of ze onze Stella serveren op de cruiseschepen die ook vandaag aanmeren aan de stranden van Haïti. Een fris biertje is in zulke omstandigheden de aangewezen dorstlesser. Life goes on, and so does the party. Zolang de wind niet draait worden ze niks gewaar daar, op die maagdelijke stranden. Als er fifty ways to leave your lover zijn, dan blijken er ook fifty ways to destroy a country te zijn. En een aardbeving is daar helaas maar één van. Het is als een macabere “bloemekée” voor een bevolking die al in het zand beet toen men boven hun hoofden het vuurwerk afstak, al lang en wrang in het zand bijt, terwijl elders hun geld geteld wordt. Spoel dat maar es door. Want straks kan dat niet meer. Minder dan een uur en onze Stella is op.

Kris KENIS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
17 janvier 2010 7 17 /01 /janvier /2010 17:44

Gisteren overleed plots Jacques “Jaco” Ambach (°30 juni 1946). Met zijn twee broers vormde hij destijds Ambach Circus, een cabareteske rhythm-and-blues groep.

Tussen ruwweg 1965 en 1975 zagen we elkaar regelmatig, veelal in bijzijn van gemeenschappelijke vrienden als dichter Patrick Conrad, “plastisch element” Albert Szukalski (4 april 1945 – 26 januari 2000) en blueszanger Luc Renneboog (22 november 1947- 18 juni 1996; als Luke Walter jr. stichtte hij in 1986 de groep Blue Blot).

Jacques' broer Paul (alias Boogie Boy, 21 maart 1948) was (en is) niet alleen een indrukwekkende muzikant, maar begon ook in 1973 een bijzonder succesvolle carrière van concertpromotor.

*

Jaco was een intelligente spitsbroeder. Op minzame en ontwapenende wijze kon hij moeiteloos de scherpste vormen van humor en ironie hanteren. Hij wekte bewust de indruk zich over alles en nog wat te verbazen, maar hij was “un faux naïf” met een kwikzilverachtige geest.

De geest van Fluxus was hem allerminst vreemd.

In 1976 speelde hij de heraut in Lysistrata, de tragikomische experimentele film van Ludo Mich. Heraut? Wapenkoning. En of hij zijn wapen(s) en zijn vormen van zacht geweld kon kiezen...

Gaandeweg zagen we elkaar nog maar sporadisch om elkaar uiteindelijk geheel uit het oog te verliezen. Enkele weken geleden kreeg ik nog wel berichten van hem via Facebook.

Café au chocolat heb ik met hem nooit gedronken, maar zijn metamorfose als Jack the Rapper kon ik des te meer van op afstand waarderen.

Ach, Jaco was geen “vriend”, wel een van die tijdgenoten die ik nooit zal vergeten. Ik koester een warme herinnering aan zijn hartversterkende présence.

Aan zijn vrouw, Janina Vasekova, en zijn kinderen, Daisy en Jacob, een verre maar niet minder emotievolle groet.

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
17 janvier 2010 7 17 /01 /janvier /2010 10:01

Hannie Rouweler en Roger Nupie stellen een uitgave samen met poëzie én plastisch werk. Het wordt een “lees- en kijkboek” dat zal verschijnen bij Uitgeverij Demer (http://stores.lulu.com/hannierouweler). Ben je tegelijkertijd dichter én beeldend kunstenaar en geïnteresseerd? Vraag dan bijkomende info:

roger.nupie@nina-simone.com.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
16 janvier 2010 6 16 /01 /janvier /2010 06:15

Vorige woensdag (13 januari) vond de uitvaart- en herdenkingsplechtigheid plaats voor vriend, dichter, schrijver, activist, kameraad, drinkebroer, organisator en lieve man Herman J. Claeys.

De Minister van Agitatie boog het hoofd en luisterde naar de mooie woorden van Henri-Floris Jespers, Jeroen Kuypers, Erwin Vanmassenhove en Hans Plomp terwijl de Audiovisuele Diensten van het Ministerie alles registreerden.

Voor wie er niet bij kon zijn: de woorden en enkele beelden ter illustratie:

http://ministerievanagitatie.wordpress.com/2010/01/16/uitvaart-van-herman-j-claeys/
(video 35 min. ©©)

Verder op dezelfde blog kan je een impressie bekijken van Hermans’ laatste publieke optreden, zijn afscheid in de Dolle Mol op 18 december ll.

Wie beide filmpjes graag als aandenken op DVD wil, sture een mailtje naar de Kabinetchef van de Minister op het bekende adres. ■

(Zie eveneens de blogs van het CDR de dato 14, 13, 8 en 6 januari; 29, 20, 17, 16, 15, 12 en 11 december. )

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
14 janvier 2010 4 14 /01 /janvier /2010 06:43

me-by-Luc-Van-Huffel.JPG

Erwin Vanmassenhove (Foto: Luc Van Huffel)


Als derde spreker kwam Antistresspoweet Erwin Vanmassenhove aan het woord. Lid van de raad van bestuur van Pipelines vzw en van de kerngroep van de nu al legendarische Muzeval, Vanmassenhove is een waardige telg in Hermans democratische bestuursdynastie...


Namens Pipelines vzw, haar bestuur, vrienden, kameraden en geestesgenoten ben ik gevraagd enige woorden met jullie en ons allen te delen.

Herman jij, jij opperbeste vriend, jij genegen vaderfiguur voor ons allemaal, jij teder anarchist, jij hoogst oprecht voorvechter voor een meer sociale, warme, ecologisch gezonde maatschappij, jij guitig levensgenieter, jij vrijheidsstrijder met je pen als degen…. Tot je laatste snik gaf je geen kik. Geen angst waar je aan toegaf, geen verlangen teveel. Niemand die je mond snoeren kon: geen gevang, geen fascistische zeikerds. Je pingelde niet af aan je doorleefd geweten. Wijlens anderen voor roem of geld marcheerden, tekende je een cirkel van leefbaarheid om je heen.

Je laatste zucht ademt sneeuw over de vlakke Vlaamse velden. De zaden van jouw onschuldig en gedreven pacifisme dwarrelen dezer dagen op ons neer. Onze levenspaden kleuren wit tot in de kruinen van de bomen. Onze voeten zinken in een lappendeken aan herinneringen. We huilen zilten tranen, regenbogen over onze bolle wangen. En zien je nog zitten schattig en grappig als een kind. Iedereen was bezorgd om je en wilde je terug thuisbrengen. Maar jij wilde daar niet van weten, schuifelde richting toog, verhief je stem en zei: ‘Waarde kastelein, graag nog een bolleke Koninck!’ Hurry up slowly. Met humor en Liefde sloot je menigmaal met ons de kroeg in de vroege ochtenduurtjes. En ging dan elders nog koffie en jenever drinken, en vooral nog meer plannen smeden.

Je bemoedigde mensen of vuurde ze aan, liet ze voor je gedichten voordragen tot op je stervensbed. Voor jou was er geen grens, en al zeker geen overgang. ‘Laat ons liever over het leven spreken!’, antwoordde je op de vraag: ‘Hoe sta jij tegenover de dood?’ 4 dagen was je op stap om me te vinden toen je me de eerste keer uitnodigde om mee te gaan richting Amsterdam, culturele vrijhaven Ruigoord waar je jouw ziel mee verbonden had…. Je moet je er ooit neergezet hebben aan de totempaal van het sfeervolle groene dorpje, en Willem Plugge voorzichtig, doch innemend suggereerde of hij er zo een zou willen bouwen in Doel. Twee jaar later was het dan zo ver en wijdde je de Axis Mundi mee in.

Op zachte en rustige wijze, wist je elke dag, elke seconde van je leven mensen te inspireren en aan te moedigen gestadig door te zetten en in zichzelf te geloven. Op het laatst van je leven slaagde je er in nog een round trip Kopenhagen te doen. Je woonde er niet de klimaattop bij, maar de ‘climate bottom’. Wijlens de anderen een binnenweg wilden nemen om jou te sparen, wandelde jij over de Aurora en de Prinsengade. Voor jou was er steeds een andere binnenweg. In het pretpark van jou leven, glipte je het onbetaalbare simpelweg binnen, omdat je steeds zag wanneer de kaartjesman even niet geconcentreerd was.

Je kraakte met Koen Calliauw en Jan van Veen een pand in de Pachtstraat, en startte er samen met daklozen een galerij. Gewapendertaal trad je haveloos en gehavend nogmaals te voorschijn. Bunker 91, Vogel 92 en in ’93 zag Pipelines vzw het levenslicht: Opstap Walhalla! Kort nadien, startte je jouw laagdrempelig en vrij podium onder de naam Muzeval. Jarenlang fietste je met affiches rond over heel de stad Antwerpen, schreef en droeg je inleidingen voor centrale gasten van het meest uiteenlopende pluimage: van vreemde vogels tot en met ons huidig stadsdichter. Je wist met een glimlach iedereen te strikken en legde de grondvesten van een groep lieve mensen en vrolijke kameraden. Je bracht gelijkgestemde zusters en broeders met elkaar in contact.

Toen ze jouw project trachtten te kapen, gaf je de sleutels van je garage aan onze zogenaamde tegenstanders, die voor jou niet anders dan medestanders konden zijn. Te midden onze verontwaardiging, bleek jij de rots in onze branding te zijn. Met rust en waardigheid, incasseerde je gestadig de slagen die het leven je toebracht, en leerde er ons levenslessen mee. ‘Want wie heeft er ooit gehoord van tweemaal keelkanker? ….Erwin, mag ik nog een sigaret van je bietsen?’ ‘Het mijn is het dijn, Herman!’, zoals je zelf immer zei. Ni dieu, ni maître. Noch god, noch gebod. Je leefde je leven zo autonoom mogelijk. Herman, blijde vriend! Je was en bent een voorbeeld voor ons allen. Toen je voor Stichting Lezen vorige december te laat was, zei je: ‘Schrijf me maar in voor de volgende ronde!’

Kijk. Het is stil. Het sneeuwt. De vlokken dansen sterrenstelsels. Werelden weven zich…. in jouw voortschrijdend nu, heb je onze toekomst getekend…. In het naakte heden, met woorden je nalatenschap in ons geheugen gegrift. Tegen jouw witte vlag is niemand bestand. Te midden onze gedeelde gedachtewerelden zijn jouw gedichten wapperende richtingwijzers richting eenzelfde bron. Geharnast in een traliewerk van klanken, trotseerde je een leven lang hoon en gebalde haat. Niets zal ooit meer zijn zoals voorheen. Geen vergaderingen meer te Oostende of te Gent voor het Antipaus-comité. Niet nog meer gedichten ter bescherming van het Lappersfortbos te Brugge. Jouw levenswerk is volbracht. De cirkels ronder dan ooit tevoren.

Geen bezoekjes meer te Raapstraat 33. Geen Herman meer om Poesjenel te aaien. Enkel asse in de wind of een schrijn om je te eren, voeding voor een historische lente. Onze handen zullen zich verenigen om hetzelfde Doel. En de bomen zullen zich niet verzetten! Dank je, Herman!

*

Als laatste spreker blikte dichter, romancier en ex-provo Hans Plomp op zowat 45 jaar omgang met Herman terug. De psychonaut van Ruigoord speelde impliciet sceptisch in op de uitspraak van HJC dat “de dood geen overgang is, maar gewoon het einde van een leven”. Minder kon je niet verwachten van de “priester” van de vrijhaven...

plomp.jpgHans Plomp


Vinkenoog betekende veel voor Herman J. Claeys én voor Hans Plomp en kon dus niet afwezig blijven. De reünie werd dan ook besloten met een gedicht van Simon, voorgelezen door Hans.

De spirituele rede (in beide betekenissen van het woord) van Hans Plomp zal weldra audio gepubliceerd worden in het antistaatsblad van het Ministerie van Agitatie.

*

Buiten de eerdere berichten reeds genoemden, werd de ingetogen bijeenkomst ook bijgewoond door Bert Bevers, Nana Dankwa, Pierre Magis, Ludo Mich, Marc Tiefenthal, Erik Verstraete en Frank Vranckx. ■


(Zie eveneens de blogs van 14, 13, 8 en 6 januari; 29, 20, 17, 16, 15, 12 en 11 december. )

http://www.hermanjclaeys.nl

http://ministerievanagitatie.wordpress.com

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
14 janvier 2010 4 14 /01 /janvier /2010 04:30

Clipboard01.jpg

Herman J. Claeys, Dolle Mol, 18 december 2009 (tekening: Robin de Salle)

 

Gisteren werd in het Crematorium van Antwerpen afscheid genomen van HJC (zie de blog van gisteren). Als tweede spreker kwam Jeroen Kuypers (alias Max Moragie) aan het woord.

 

Geachte aanwezigen,


Het is misschien een vreemde opmerking om mee te beginnen, maar ik doe het toch: Herman J. Claeys was een man die eigenlijk alleen maar vrienden had. Wat vreemd is voor een levenslange provo. Iedereen verzamelt in zijn leven wel enkele vijanden. Je kan zo eenzaam niet zijn en je leven in volslagen afzondering en vergetelheid in een home slijten of je kan er donder op zeggen dat er in ieder geval ergens iemand rondloopt die je hartstochtelijk haat. Niet in het geval van Herman. Ook al was je het niet met hem eens, ook al vond je sommige van zijn acties en publicaties maar zo-zo, je kon volgens mij geen hekel hebben aan, zelfs geen uitgesproken antipathie koesteren voor, deze beminnelijke en ontwapenende man. En wie dat toch heeft raad ik dringend een diepgaand onderzoek door de psychiater aan.

Dat wil niet zeggen dat Herman heel zijn leven met altijd maar méér mensen even intens is omgegaan. Wat dat betreft leefde hij volgens het principe van de schuivende panelen: vrienden en vriendinnen uit de zestiger en zeventiger jaren – Herman sprak zelf graag van ‘medestrijders’– maakten plaats voor vrienden en vriendinnen uit de tachtiger en negentiger jaren en zelf nog latere. Sommigen omdat ze vroeg stierven (bijvoorbeeld Jan Emiel Daele), anderen omdat ze nieuwe wegen insloegen (bijvoorbeeld de ‘Bokkers’ en andere literaire hemelbestormers). Politiek en kunst bleven echter de grote constanten in zijn grote vriendenkring. Ik denk ook dat ik niet overdrijf als ik zeg dat Herman op iedereen met wie hij enkele jaren of langer aan een stuk optrok een diepe indruk maakte, misschien zelfs een onuitwisbare. Als dat niet zo was geweest waren herinneringen aan hem niet zo veelvuldig en uitgebreid opgedoken in de vele memoires van generatiegenoten die vanaf de negentiger jaren het licht zagen.


Dat laatste is uiteindelijk ook de enige troost voor een man als Herman als hij het tijdelijke voor het eeuwige verwisselt. Hij geloofde niet in een leven na de dood. “De dood is simpelweg het einde van een leven,” zei hij onlangs nog. Maar dat betekent niet dat je leven na je dood ook direct helemaal voorbij is. Als de dood iemand uit zijn omgeving plukt blijft die omgeving zelf nog lange tijd intact. En in Hermans geval bestaat die omgeving deels uit bedrukt papier en deels uit mensen. Veel van de teksten die hij eerst aan het papier toevertrouwde vertrouwde hij nadien immers toe aan zijn toehoorders. Zolang ze blijven gelezen en voorgedragen, zolang ze blijven onthouden en dus innerlijk gehoord, blijven ze levend. Dat is het typische aan de dood van een performing poet – zijn nalatenschap is meer dan die van een uitsluitend schrijvend dichter aan het levende brein van zijn publiek gebonden..


Toen ik onlangs Hermans debuutroman ‘Het Geluid’ herlas viel me op hoe profetisch dit boek is. Herman voorzag in dit symbolische verhaal de hele op- en vooral neergang van de provobeweging waar hij zelf een van de initiators van was. Maar, je kunt deze roman ook op een niet-politieke, filosofische wijze lezen.


Even een kort resumé: in ‘Het Geluid’ begint een groepje artistieke mensen ieder voor zich een geluid te horen. Voor sommigen is het een irriterend geluid, dat verhindert te schilderen of te schrijven, voor anderen een erotisch geluid, dat je onder water omzwachteld en streelt als een minnaar. Voor weer anderen is het simpelweg ‘hun’ volstrekt persoonlijke geluid. Wat het ook is, en waar het ook vandaan komt, het stimuleert de creativiteit en de levenslust, want ook degenen die zich er aanvankelijk door gestoord voelden ontdekken zijn kracht en gaan het schilderen en beschrijven.

Overal in de stad beginnen mensen het geluid te horen. Enkelen gaan er zozeer in op dat ze stoppen met ademen, om het geluid vooral niet te onderbreken, en er dus in stikken. Anderen houden het geheim, omdat leger, kerk en kapitaal het bestaan van het geluid eerst ontkennen en het vervolgens als subversief kwalificeren. Op den duur komt er een beweging voor de erkenning van het geluid, de sonistische beweging. Maar sono of sonisme zijn ook de inkapseling en de verstening van het geluid. Eigenlijk hebben ze niets meer met het oorspronkelijke of werkelijke geluid te maken. Er zijn dan ook politici die beweren het te horen en er in realiteit doof voor zijn. Dat kan niet anders dan eindigen in een geweldige geluidloze knal..


Het Geluid’ – een politieke parabel, een roman als ‘Animal Farm’ . Zo kun je het lezen. Maar als het niet in definities vast te leggen geluid een symbool of een synoniem is voor vitaliteit, voor creativiteit, voor het levensprincipe zelf wellicht, kun je het boek ook breder interpreteren. Mij viel bij herlezing op dat het geluid ook voldoet aan een omschrijving van duizenden jaren geleden: “Het Tao kan niet gehoord worden. Wat gehoord wordt is niet het Tao. Het Tao kan niet gezien worden. Wat gezien wordt is niet het Tao. Over het Tao kan niets gezegd worden. Wat benoemd wordt is niet het Tao.” Het zijn woorden uit de Tao Te King, dat hoofdwerk uit het Chinese Taoïsme. Daarom overleeft het geluid in de gelijknamige roman enkel in de hoofden en oren van de personages die het van meet af aan niet hebben willen definiëren en beperken, het voor zichzelf hebben gehouden of hooguit met de mensen om wie ze geven de belevenis ervan hebben gedeeld. In dat opzicht is de roman een pleidooi voor een zo waarachtig en intens mogelijk beleefd bestaan. Wie onwaarachtig leeft, vol corruptie en machtsmisbruik, riskeert slechts de ‘verstening’ – niet toevallig een thema in de tweede roman van Herman J. Claeys, ‘Steen’.


Herman als reïncarnatie van een klassieke Chinees wijsgeer, Lao Tse. Lao J. Claeys – geef toe, de klank heeft wel wat. Ik vermoed dat hij er zelf hooguit om gelachen zou kunnen hebben, want Herman ‘was niet zo in de oosterse mysteriën’. Maar het aan het boeddhisme verwante Taoïsme is geen godsdienst, dus de antiklerikaal in hem zou er wel vrede mee hebben gevonden. En daarbij: Herman heeft zelf een leven geleid dat je toch zeker als waarachtig mag kenmerken, vrij van welke corruptie of welk machtsmisbruik dan ook. Ik wil niet beweren dat het in alle opzichten even voorbeeldig is geweest – hij had zeker zijn liederlijke momenten en stijlelementen – maar daar heeft hij hooguit zelf last van gehad. Zoals gezegd: vijanden had hij niet, vrienden des te meer.


Herman J. Claeys had een groot volume van wat met het geluid bedoeld was. Hij hoort het nu waarschijnlijk niet meer, maar wij kunnen het nog wel opvangen: in zijn gedichten, in zijn romans en in de impressies die hij op onze geheugens heeft gemaakt. Dood, in de zin van geluidloos, ben je pas als niemand nog aan je denkt, als aan de hand van je foto wordt gevraagd: ‘Wie is dat in hemelsnaam?’, als je boeken de papiermolen in gaan. Ik hoop, en ik denk, dat het nog lang zal duren eer Herman J. Claeys definitief ‘verstomt’ en ‘ongehoord’ wordt. Ook en niet in de plaats voor onszelf. Want zolang je als sterveling verbonden blijft met het vitale geluid en dus elan van een dergelijke waarachtige gestorvene wordt je eigen geluid alleen maar versterkt.

(wordt vervolgd)

 

Het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie was vertegenwoordigd door Kris Kenis, Jean Emile Driessens, Dirk Maeyens en Henri-Floris Jespers.

(Zie eveneens de blogs van gisteren, van 8 en 6 januari; 29, 20, 17, 16, 15, 12 en 11 december. )

http://www.hermanjclaeys.nl

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche