Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
8 septembre 2010 3 08 /09 /septembre /2010 23:29

 

'Venus d'ailleurs', een jonge uitgever van artist's editions gevestigd in Nîmes, publiceert Appels de lumière cachée, teksten van Annie Reniers en tekeningen van Christian van Haesendonck. Het boek telt 36 pagina's op bouffant papier, 80 gr., de grootte is 15 x 10 cm en het wordt op 333 exemplaren gedrukt.

De boekpresentatie vindt plaats op zaterdag 25 september e.k., vanaf 18u30, in kunstboekhandel Librairie St-Hubert, Koningsgalerij 2, 1000 Brussel. Tegelijk is er in de Librairie een cinéma-concert door de jeugdige Brusselse jazzcomponist Yann Lecollaire en een opening van een tentoonstelling van zeer mooie collages door Yves Reynier, een kunstenaar verbonden aan deze uitgeverij. 

'Venus d'ailleurs' is van 18 september tot 8 oktober te gast in de Librairie St-Hubert. De publicatie Appels de lumière cachée wordt tijdens deze drie weken durende residentie te koop aangeboden tegen een interessante prijs van slechts 7 €.

Vorig jaar verscheen bij dezelfde uitgever Isi nr. 0, een portfolio met 14 tekeningen op Centaure van Christian Van Haesendonck, gepresenteerd in de Parijse Halle Saint Pierre, “Musée d'Art brut, Art singulier, Art Populaire”.

Christian Van Haesendonck is docent kunstgeschiedenis aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen. In Mededelingen van het CDR (nr. 99 de dato 15 augustus 2007) publiceerde hij een gesprek met de kunstenares en galeriehoudster Céline Tertre.

*

Annie Reniers studeerde Germaanse filologie en filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel, alwaar ze later docent esthetica en problematiek van de hedendaagse kunstgeschiedenis werd. Van 1965 tot 1977 verbleef ze in Rome. Ze debuteerde in 1964 met de dichtbundel Het ogenblik. In 1976 ontving Reniers voor Nieuwe geboorte de Hugues C. Pernathprijs. Aan het merendeel van haar gedichten, waarin een hoge mate van abstractie waarneembaar is, ligt een filosofische thematiek ten grondslag, zoals de existentiële problematiek van zijn en tijd, het zoeken naar eenheid in een spectrum van tegengestelde en onverenigbaar lijkende krachten zoals heden en verleden, subject en object.

Naast poëzie publiceerde ze ook filosofische essays en doet ze vertaalwerk. Annie Reniers schrijft overigens ook in het Frans.


Over Annie Reniers:

Willem M. ROGEMAN, Bij nader inzien. Van Achterberg tot weverbergh, [Antwerpen], De Galge, 1976, pp. 122-124.

Willem M. ROGGEMAN, 'Gesprek met Annie Reniers', in: De Vlaamse Gids, jg. 61, nr. 5, september-oktober 1977, pp. 5-13.

Henri-Floris JESPERS, 'Vluchtige aantekeningen voor een hommage aan Annie Reniers', in: De Vlaamse Gids, jg. 61, nr. 5, september-oktober 1977, pp. 23-25.

Over Christian Van Haesendonck:

'Randgevallen. Aan de kant gezette stoelen, beeld geworden', in: Nieuwzuid, driemaandelijkse discursieve machine voor cultuurkritiek en amusement, jg. 7 (2007) nr. 25 (oktober).

Voor uitgebreide info, zie: www.hanstheys.be

Partager cet article
Repost0
7 septembre 2010 2 07 /09 /septembre /2010 08:12

 

Paul van Ostaijen was enkele maanden co-directeur van La Vierge Poupine, de kunstgalerie die door Geert van Bruaene opgestart werd. In de actualiteitsrubriek van maart 1926 van het toonaangevende tijdschrift Sélection wordt medio maart laconiek meegedeeld: “La Vierge Poupine, dirigée par MM. Van Bruaene et Van Ostaijen, disparaît.”

Ter gelegenheid van zijn vijfjarig bestaan organiseerde de groep 'Sélection' op 20 maart in Taverne Wagner te Antwerpen een diner voor zijn leden, medewerkers en vrienden, tevens om Fritz van den Berghe te eren wiens overzichtstentoonstelling in Kunst van Heden dezelfde dag geopend werd. Van Bruaene nam aan het banket deel, Van Ostaijen stuurde een bericht van verhindering.

De exacte omstandigheden die ertoe geleid hebben dat er een einde werd gesteld aan de samenwerking tussen Van Bruaene en Van Ostaijen blijven onopgehelderd. Wat er ook van zij, Van Bruaene was toen 1.500 frank verschuldigd aan zijn compagnon. Hij zou zijn schuld in drie maandelijkse stortingen aan Van Ostaijens advocaat aflossen.

Sélection wist in april te melden:

La Vierge poupine’ dont nous signalions la fermeture rue de Namur, 70, s’est réinstallé ailleurs : avenue Louise, 32. Elle sera donc la voisine du ‘Centaure’, qui va également s’établir à l’avenue Louise, au numéro 62. La nouvelle ‘Vierge poupine’ est dirigée par MM. Geert van Bruaene et Camille Goemans.

Van Ostaijen meldt op 6 mei zijn vriend Stuckenberg dat hij nu 'directeur' af is, dat hij zijn handel in kunst op zijn eentje voortzet en dat de zaken allerminst florissant zijn:

Seit 1.4.1926 bin ich wieder ‘Direktor’ ab; ich bin nicht mehr tätig im brüsseler Kunsthandel, sondern ich treibe, jetzt wie vorher, die Geschäfte ‘en chambre’ wie man das, nach Pariser Terminologie, heisst. Es geht nicht gut, - zu gut um ganz zum Teufel zu gehen. Und zu schlecht zu existieren.

*

De nieuwe locatie van La Vierge poupine aan de Louisalaan werd geopend met een tentoonstelling van Marthe Donas (1885-1967), die van 17 tot en met 28 april dagelijks gesignaleerd werd in de rubriek 'Waarheen vandaag?' van Het Laatste Nieuws. Publiciteit in de kranten was destijds doorslaggevender dan vandaag...

De naam van de schilderes Marthe Donas, telg uit de gegoede Antwerpse burgerij, die ook met Tour Donas of Tour d'Onasky tekende, is vandaag geheel ten onrechte minder bekend bij het grote publiek. Van 1917 tot 1920 verbleef ze in Frankrijk waar ze lid werd van de « Section d'Or », de avant-garde groepering waar ook post-cubistische schilders als Theo van Doesburg (1883-1931), Albert Gleizes (1881-1953), Nathalia Gontcharova (1881-1962), Fernand Léger (1881-1955), Léopold Survage (1879-1968) en de beeldhouwer Archipenko (1887-1964) bij aangesloten waren. Als dusdanig naam ze deel aan collectieve tentoonstellingen in Londen, Parijs, Brussel en Rome. In december 1920 kreeg ze een persoonlijke expositie in Der Sturm, de galerie van de legendarische kunsthandelaar Herwart Walden (1878-1941) die vijfendertig werken aankocht. Marcel Duchamp (187-1968) en Katherine Dreier (1877-1952) introduceerden haar werk in de VS. In 1920 stelde ze voor de eerste keer in België ten toon, in de door André de Ridder en Paul-Gustave van Hecke geleide galerie Sélection.

*

 

In de eerstvolgende aflevering van het Bulletin de la Fondation ça ira, dat eind september voor de eerste keer in boekvorm van de pers komt, staan Marthe Donas en Schmalzigaug centraal.

Geert3.jpg

 

Op 15 september vanaf 18 u, signeer ik in Het Goudblommeke in Papier, Cellebroerstraat 55 te 1000 Brussel mijn revelerend boek over Geert van Bruaene, de surrealistische legende en stichter van de herberg.

Henri-Floris JESPERS

http://mededelingen.over-blog.com/article-henri-floris-jespers-nieuw-

 

Partager cet article
Repost0
6 septembre 2010 1 06 /09 /septembre /2010 04:39

Wat begint als een talkshow eindigt in een duel. Eenmaal gezeten krijgt het publiek een minimapje in de handen gestopt. De tijdsbalk van Ilay den Boer, zoon van een christelijke vader en een joodse moeder. Achter de jaartallen staan markante feiten uit het leven van de acteur. Het publiek wordt uitgenodigd een keuze te maken. Te vragen wat er dan zo markant aan was. Dat loopt een tijdje goed. Alhoewel. Publieksgebruik leidt al te vaak tot publieksmisbruik. Maar het draait anders uit. Niet het publiek gaat bloot.

 

Eerste merkwaardige feit. Meer Nederlanders dan Vlamingen in de zaal stellen een vraag. Vlamingen zijn achterdochtiger dan Nederlanders. Voorzichtiger. Stilte is gevaarlijk maar zwijgen is goud. Dan is de keuze snel gemaakt. Nederlanders zijn ook mondiger dan Vlamingen. Hun woordkeuze kan dan kleiner zijn, Nederlanders zijn babbelaars. Met hun gekwek hebben ze de welvaartsstaat kapot geluld. De vader, van Ilay, Gert den Boer, is daar het beste bewijs van. Hij breekt voortdurend in, in het antwoord van zijn zoon op een vraag van een toeschouwer. Of, wat nog erger is, hij slaat al aan het kwekken nog voor zijn zoon zijn mond heeft kunnen openen. En zo komen we automatisch tot het tweede merkwaardig feit.

 

De vader is een kind van de jaren zestig. Blowen, showen, vrouwen aan de lopende band, een nieuwe wind over de Dam. Hij weet op alles een antwoord, al slaat het nergens op. Aanvankelijk levert dat gegrinnik op bij de toeschouwers maar gaandeweg doorzien ze hem en wordt hij irritant gevonden. De spanning in de zaal stijgt. De achterwand is een tijdsmuur met deurtjes. Kleine, grote en heel grote. De zoon opent het vakje dat op de vraag slaat. De inhoud is aanvullend materiaal op wat verteld wordt. De vader kleineert de inhoud. Waardeloos. Niet ter zake doende. De zoon, groter dan zijn vader, wordt langzaam maar zeker kleiner dan zijn vader, figuurlijk. Tot hij er genoeg van heeft. Hij de knop omdraait. En zo komen we automatisch tot het derde merkwaardig feit.

 

De zoon begint zijn vader vragen te stellen. De vader heeft als jongeling gereisd. On the road. Tot hij in Israël terecht kwam, een land dat door Nederland op het schild werd getild. Daar een meisje ontmoette en met haar trouwde. Om haar later te dumpen. De trouw van de Westerling is vreemd aan de trouw van de Oosterling. De clash der culturen. Nederlanders hebben daar niet meer problemen mee dan andere Europese volkeren, maar ze brengen die wel vaker ter sprake. Door een soort van schuldgevoel. Dat zijn oorsprong vindt in de reformatie. En daar de jongeren in de jaren zestig daar een nieuwe draai aan gaven, een draai die de volgende generatie zag als een revolutie met een pyrrusoverwinning, werd de oorlog tussen de vorige en de huidige generatie een feit. En zo komen we automatisch tot het vierde merkwaardig feit.

 

De al te dominante vader staat model voor de vaders verantwoordelijk voor alle oorlogen van de tweede helft van 20ste eeuw, die samen in wezen de Derde Wereldoorlog vormen. Een wereldoorlog die de Westerse cultuur in de schoenen schuift van andere volkeren. Het Joodse volk, het Palestijnse, het Irakese, het Vietnamese, het Koreaanse… terwijl het Westerse volk zelf de basis legde van al deze oorlogen, maar het niet wil toegeven. Maar blijft lullen vanuit een heilige waarheid, gegrondvest op de Roomse rituelen en tradities. Gaandeweg confronteert Ilay den Boer zijn vader en het publiek zich met deze toestand. Hij, een kind met een westerse stroming en een oosterse wind. Een wind die het op de stroming haalt. En zo komen we automatisch tot het vijfde merkwaardig feit.

 

Ilay den Boer is een acteur, maar in de eerste plaats een mens. Daarom wint het realisme het uiteindelijk op het gekunstelde in deze voorstelling. Hij werpt alle ballast van zich af. Door zijn kleren uit te trekken en zich naakt te vertonen aan zijn vader en de toeschouwers. Hij is een besneden man, maar waarom heeft zijn vader met zijn grote westerse bek zijn joodse ziel vernederd tot aan de rand van de dood? In een ferme colère trekt Ilay alle nog gesloten kastjes open en werpt de inhoud voor de voeten van de vader. Ze staan symbool voor de grondvesten van de westerse onbeschaafdheid, de machtswellust in woord en daad. De zoon eist van zijn vader zich ook bloot te geven, maar hij komt niet verder dan zijn broek te laten zakken. En zo komen we automatisch tot het zesde merkwaardig feit.

 

De vader toont geen spijt. Hij kan enkel wat troostende clichés uitslaan. Domme verontschuldigen verzinnen die halverwege in de keel blijven steken. Stappend over de vuiligheid van de westerse cultuur omhelst hij zijn zoon. Maar het is geen gemeende omhelzing. Het is er een uit de cursus ’Emoties tonen en hoe er mee omgaan’. De zoon laat zijn hoofd zakken op de schouder van zijn vader. Het is geen verzoenend gebaar. Eerder een gebaar dat zijn machteloosheid aantoont. En zo komen we automatisch tot het zevende merkwaardig feit.

 

Vader en zoon slaan aan het opruimen. Wat hier ligt wordt daar gegooid. Morgen, morgen zien we wel verder. Uit de klankkasten rolt voorzichtig en later krachtiger het lied Mens durf te leven. Het is geschreven en getoonzet in 1917 door Dirk Witte. De eerste grote uitvoerder was een vriend van Witte, Jean-Louis Pisuisse. Begonnen als dokwerker bracht hij het tot journalist, maar vond zijn draai in het cabaret. Pisuisse wordt beschouwd als de grondlegger van het Nederlandse cabaret. En is cabaret nu net niet de kunstvorm waar joden in uitblinken? Wereldwijd. Het beroemde lied is een smeekbede om te leven naar eigen gevoel en met open geest, niet een leven opgedrongen door kerk, moskee, synagoge of welke tempel dan ook.

 

Dit is mijn vader, deel III van Het Beloofde Feest, is een joodse kandelaar, een menora met brandende kaarsen, maar waarvan het gesmolten vet stolt op de armen, het voetstuk en de vlakte eromheen en een prachtig stilleven vormt eenmaal de kaarsen opgebrand zijn. Niet te missen. Simpel van opzet, groots in uitwerking.

Guido LAUWAERT

Ilay den Boer / Het huis van Bourgondië – Dit is mijn vader, door Ilay en Gert den Boer – thans op reis in Nederland en Vlaanderen – www.theaterfestival.be

Partager cet article
Repost0
5 septembre 2010 7 05 /09 /septembre /2010 04:42

strip-Temse-023.jpg

Paul Geerts, medewerker (vanaf 1972) van Willy Vandersteen. Later nam hij diens werk volledig over, schreef de scenario's in de geest van Vandersteen

en bracht ze in beeld in zijn briljante tekenstijl.

Reeds vele jaren promoot de gemeente Temse striptekenaars en hun werk. Onder de bezielende leiding van Raoul De Graeve werd in 1987 de culturele vereniging Spirit opgericht die nauw samenwerkt met het gemeentebestuur.Een eerste belangrijk initiatief was de viering van Willy Vandersteen in 1987. Nagenoeg alle Vlaamse grootmeesters van de strip werden reeds gevierd in Temse, wat telkens gepaard ging met een waaier aan activiteiten: Morris, Paul Geerts, Bob De Moor, Jef Nys, Merho, Karel Biddeloo, POM, Willy Linthout, Hec Leemans, Jeff Broeckx, Jan Bosschaert, Jean-Pol en Jean Graton. De vereniging verzorgde niet minder dan 22 luxe-uitgaven van strips.

MarcelRouffaTemse.jpg

Werk van Marcel Rouffa, striptekenaar en illustrator.


De tentoonstelling “Kunstig gestript” is gewijd aan artistiek werk van striptekenaars. Vele onder hen werken naast hun stripactiviteit aan een oeuvre dat stilaan ook zijn weg vindt naar bekende galeries.

Jeroen-Janssen.jpg

Werk van Jeroen Janssen, die zijn meeste albums maakte samen met scenarist Pieter van Oudsheusden. Hij verbleef in Rwanda (1990-1994) en zet waargebeurde verhalen en autobiografische flarden om in striptekeningen.


Negentien artiesten nemen deel aan deze tentoonstelling die een onderkomen vond in Dacca Loft, een grote opslagplaats op de derde verdieping van een voormalige textielfabriek.

PhilippeDezenne.jpg

Philippe Dezenne, tekenaar van o.m. Jommeke, werkte samen met o.a.

Maarten Toonder en Marc Sleen.

De verzorgde catalogus bevat een werk en biografische nota’s met foto van de deelnemers en is volledig in kleur gedrukt. Te koop aan 5.- €

KUNSTIG GESTRIPT

Kunstwerken van striptekenaars

4- 26 september 2010

Dacca Loft , Kasteelstraat 74, Temse

strip-Temse-014.jpg

Striptekenaars met organisatoren en gemeentebestuur van Temse

Partager cet article
Repost0
3 septembre 2010 5 03 /09 /septembre /2010 02:48

Met de publicatie van De moerbeitoppen ruischten maakte Anton van Wilderode in 1943 definitief naam. De 52 gedichten waaruit Van Wilderodes debuutbundel bestond, werden amper een jaar na de eerste druk aangevuld met vier nieuwe gedichten in de tweede vermeerderde druk (1944). Deze 56 gedichten werden tot de laatste geautoriseerde versie van de bundel in Verzamelde gedichten uit 1990 herdrukt met grotere en kleinere varianten van de auteur.

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- & Letterkunde publiceert een documentaire varianteneditie met een kroniek van de genese door Edward Vanhoutte.

Dit boek (784 p.) presenteert de oorspronkelijke teksten, een overzichtelijk variantenapparaat met genetisch commentaar, bibliografische beschrijvingen van al het overgeleverde bronnenmateriaal en een rijk gedocumenteerde reconstructie van de wordingsgeschiedenis van De moerbeitoppen ruischten.

Hoogtepunten hierbij zijn de kroniek van de periode 1937-1944 die werd samengesteld op basis van nieuw archiefonderzoek van tot nog toe onbekende dagboeken, kladschriften, briefwisseling en handschriften van de auteur, meer dan honderd nieuwe en ongepubliceerde gedichten van Anton van Wilderode en een facsimile van de de bundel Liederen voor December waarmee Van Wilderode deelnam aan de August Beernaertprijs 1941-42 van de Academie.

Hugo Brems, Maarten De Pourcq en Carl De Strycker belichten Van Wilderodes debuutbundel in drie essays en Herman Van Rompuy schreef een voorwoord bij het boek.

Naast de heruitgave van een belangwekkend literair debuut, bevat dit boek ook de eerste wetenschappelijke studie van het vroegere leven en werk van Cyriel Coupé / Anton van Wilderode.

Die toont aan, aldus de uitgever, dat de auteur het als informant voor de tot hiertoe verschenen bio-bibliografische publicaties niet zo nauw nam met de historische werkelijkheid.”

Het boek wordt op woensdag 29 september te 17 uur in het Academiegebouw gepresenteerd. ■

Partager cet article
Repost0
2 septembre 2010 4 02 /09 /septembre /2010 21:39

De Russen komen! Door toedoen van mijnheer Lanoye. De Shakespeare van de Lage Landen wilde al geruime tijd samenwerken met Ivo van Hove, artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam. Eindelijk is het zover. In samenwerking met het NTGent bewerkte Tom Lanoye twee jeugdwerken van Anton Tsjechov, Platonov, [de Vaderlozen, 1878] en Ivanov [1887]. DE RUSSEN! Platonov meets Ivanov is, net als Ten Oorlog, een mix van oorspronkelijke én totaal nieuwe scènes. Zo ontmoeten Platonov en Ivanov elkaar, ook de twee Anna Petrovna's doen dat. Eigenlijk spelen alle personages uit de beide stukken samen een onmisbare rol in één grote vertelling, die het verhaal wordt van een generatie gedreven door eigenbelang en egoïsme. Enige vergelijking met bestaande toestanden en feiten is toegestaan. De actualiteit gebaseerd op het verleden is nooit ver weg bij Lanoye.

Achttien (!) acteurs, voor evenveel rollen, en met werkelijk het kruim van het Nederlands/Vlaamse acteursgild: naast Jacob Derwig (Ivanov) en Fedja van Huêt (Platonov), Chris Nietvelt, Halina Reijn, Frieda Pittoors, Gijs Scholten van Aschat, Hans Kesting, Fred Goessens, Hugo Koolschijn, Roeland Fernhout, Hadewych Minnis en Wim Opbrouck. Leuk detail: in een volledig nieuwe scène komen voor het eerst twee van de grote diva's van Toneelgroep Amsterdam, Chris Nietvelt en Halina Reijn, samen op de planken. Dat is gek genoeg nooit eerder gebeurd! Het was een van de leukste scènes om te schrijven, volgens Lanoye, die er aan toevoegde: La Nietvelt speelt uiteraard 'de generaalse', Anna Petrovna, de flamboyante weduwe van een grote generaal; La Reijn speelt de Joodse en doodzieke vrouw van de depressieve Ivanov.

Hoe lang de voorstelling zal duren is momenteel nog niet geweten, maar dat het een ‘kleine marathon’ wordt, daar mag men wel van uitgaan. Het repetitieproces zal de duur van de voorstelling bepalen. De nieuwe Lanoye wordt gedoopt op zondag 19 juni in de stadsschouwburg van Amsterdam, in het raam van het Holland Festival. Voorstellingen in het NTGent zijn gepland voor het seizoen 2011/2012.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
2 septembre 2010 4 02 /09 /septembre /2010 18:41

Officieel begon op 1 september het nieuwe theaterseizoen. Officieus is het echter al lang geleden begonnen. Je kan er geen vaste dag meer opplakken. Meer dan een jaar vooraf worden afspraken gemaakt en geconcretiseerd in de daaropvolgende maanden. Het enige wat er nog officieel aan is, is de première en ook die moet met een korreltje zout genomen worden. Sommige gaan door eind augustus, andere half september. Het begin van het nieuwe seizoen is door dat alles onbelangrijk geworden. Het is echter een goede aanleiding om te wijzen op andere fenomenen, onder meer de bezetting van München door Vlaamse tonelisten.

Johan Simons zit in München en in zijn zog heeft hij een aantal goede theatervrienden uit de Vlaamse klei meegenomen of geïnviteerd. Jeroen Versteele, Julie Vandenberghe, Steven Van Watermeulen, Kristof Van Boven, Benny Claessens, Jeroen Willems en Koen Tachelet. Zijn jaarprogramma bestaat uit een aantal eigen regies, maar ook gastvoorstellingen met bekende Vlamingen, zoals Ludwig II, geregisseerd door Ivo van Hove en vormgegeven door Jan Versweyveld, een voorstelling die ook in Amsterdam te zien zal zijn.

De eerste productie van Johan Simons waar naar uit te kijken valt is Hotel Savoy, naar de roman van Joseph Roth. Koen Tachelet tekent voor de vertoneling. Jeroen Versteele bewerkte de novelle De schilder en zijn modelvan Patricia de Martelaere en gaf de toneelversie een nieuwe naam, Parlez-moi d’amour. De regie is in handen van Julie Van den Berghe. Alain Platel dan weer mag met zijn gezelschap Les Ballets C de la B naar München afreizen om er zijn Gardeniate tonen, een productie die hij maakte in samenwerking met Frank Van Laecke.

Tot zover München. In Hamburg lijkt het of Luk Perceval zijn draai te hebben gevonden. In Berlijn was hij een van de regisseurs. In het Thalia Theater is hij de baas der bazen, het enige kostuum dat Perceval past. Op 18 september gaat zijn versie van Hamletvan start. Het uitgangspunt, volgens Perceval, is ‘angst’. Later op het seizoen is Het Toneelhuis te gast met Tom Lanoye’s Atropa – Die Rache des Friedens. In Berlijn dan weer, als onderdeel van de Berliner Festspiele is de KVS te gast met Missionen Eastman/De Munt met Babel [words]van Sidi Larbi Cherkaoui.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
30 août 2010 1 30 /08 /août /2010 21:27

Appie.jpg

Appie Baantjer en Simon de Waal signeren in een boekhandel te Utrecht

Een lijk in de kast” (13 juni 2010).

De laatste maanden hadden we vaak gesprekken over de dood. Hij wist, als geen ander, dat niemand het eeuwige leven heeft. “Maar weet je wat de ellende is?” zei hij dan, “Je gaat nooit in een keer dood.”Ik begreep wat hij bedoelde. Hij had de geest van een charmante jonge man, en zo gedroeg hij zich ook, maar had met zijn 86 jaar onvermijdelijk het lichaam van een oudere man. En toen dat lichaam hem langzaam maar zeker in de steek liet, wilde hij het liefst stilletjes gaan slapen, om niet meer wakker te worden.

De afgelopen twee weken bleek hij zo ernstig ziek te zijn, dat zijn lichaam eerder dood wilde dan zijn geest. “Ik heb nog helemaal geen tijd om dood te gaan, er zijn nog zoveel leuke dingen....maar ja...” zuchtte hij dan. 

Vandaag is Appie gaan slapen, om niet meer wakker te worden. “Misschien zie je je vrouw straks wel weer,” zei ik tegen hem, vlak voor hij insliep. Hij haalde zijn schouders op en glimlachte geheimzinnig. “Ik merk het wel...”

Appie Baantjer, een groot mens, een groot schrijver, is er niet meer. 

Ik zal hem ontzettend missen en met veel warmte aan hem denken zoals hij was. 

Vol liefde, vol humor, en nu weer gelukkig bij de vrouw die hij zo miste.

Simon DE WAAL

29 augustus 2010



Partager cet article
Repost0
29 août 2010 7 29 /08 /août /2010 21:07

 

Typosium-2010-098.jpg

Het mooie auditorium van het museum Plantin Moretus mag slechts veertig personen bevatten. Heel wat belangstellenden moesten geweigerd worden...

In het auditorium van het museum Plantin Moretus Antwerpen vond gisteren de lustrumeditie plaats van Initiaal, de vereniging van alumni van het Plantin Genootschap.

Het Plantin Genootschap bestaat sedert 1951 en biedt een kwaliteitsvolle opleiding voor typografen en vormgevers. Leden van Initiaal zijn uiteraard liefhebbers en makers van het goede boek. De lustrumeditie stond dan ook in het teken van BEELD en TAAL en hun onderlinge wisselwerking.

Typosium-2010-076.jpg

Moderator Marc Mombaerts

De organisatoren, Bert Nelissen, Connie Wiera, Kiki Douwes en Jan Van der Linden stelden een ongemeen boeiend programma samen dat door moderator Marc Mombaerts, bestuurslid van het Plantin Genootschap, in goede banen geleid werd zodat de goedgevulde dag vlekkeloos verliep.

De eerste spreker, prof. dr. Jos van den Broek, docent biomedische wetenschappen & communicatie aan de Universiteit van Leiden, zette al meteen de toon door deaanwezigen aan te spreken als stadsgenoten.

Typosium-2010-053.jpg

Prof. dr. Jos van den Broek

Hij verwees hiermee naar de woelige periode midden XVIeeeuw, toen velen van Antwerpen naar Leiden verhuisden en hun kennis meenamen.Ook Plantin verbleef vanaf 1583 tot 1586 in Leiden. Vele van zijn stadsgenoten vestigden zich definitief in de universiteitsstad en verrijkten haar met hun kennis. Zo staat in Leiden nog de Saaitoren die hiernaar verwijst. In die periode was er een sterke achteruitgang van de lakenindustrie. De goedkopere saai (een fijne wolsoort) werd door de Antwerpenaren geïmporteerd en zorgde voor een nieuwe bloei in Leiden.

Op een boeiende, interactieve wijze leidde prof. van den Broekde aanwezigen binnen in de wereld communicatievormen waarbij de tekst niet primair is. De drie elementen van de visuele communicatie : Gestalt-wetten (kijken), semiotiek (begrijpen) en visuele retorica (overtuigd worden) passeerden de revue als een onlosmakelijke drie-eenheid.

Typosium-2010-009.jpg

Klaas Verplancke

Klaas Verplancke, meermaals bekroonde illustrator ( o.a. Bologna Ragazzi Award 2001) gaf een kijk op zijn uitgebreid oeuvre en toonde hoe hij van figuratief illustrator evolueerde naar zijn zeer herkenbare stijl met een dwarse, surrealistische kijk op de werkelijkheid. Dit jaar verscheen The First Klaasboek een overzicht van zijn twintigjarige loopbaan als illustrator en schrijver.

Typosium-2010-010.jpg

Geert De Weyer

De Morgen-journalist Geert De Weyer, die de stripjournalistiek als een volwaardig genre in de nederlandstalige pers introduceerde, sneed met zijn thema: “Waarom vrouwen geen strips lezen” een onderwerp aan dat de toeschouwers soms met verbijstering sloeg. Vrouwen hebben jarenlang geen strips gelezen omdat er geen vrouwen in strips voorkwamen. De cijfers die hij hierover aanhaalde waren hallucinant. Als er toch sporadisch vrouwen in strips voorkwamen (tante Sidonie , Bianca Castafiore) waren het geen wezens van vlees en bloed. Ook over de Amerikaanse en Franse censuur i.v.m. sex of vermeende sex in strips deed hij een boekje open. Hoofdthema werd dan de opkomst en evolutie van de Grafic Novel.

Typosium-2010-011.jpg

Frank Ivo van Damme

Tot slot werd de Typosiumprent 2010 een kopergravure van Frank Ivo van Damme (Laureaat Plantin Genootschap 1971) door de kunstenaar zelf voorgesteld. In de prent “Liefde en Typografie” verzamelde hij elementen van de oude typografie en de nieuwe digitale cultuur.

Partager cet article
Repost0
29 août 2010 7 29 /08 /août /2010 03:38

 

Destroyed-City---Brandende-Ieperse-Belfort.jpg

Destroyed City. Brandende Ieperse Belfort

Martin van Blerk heeft niet alleen al altijd flair gehad, maar getuigt ook van een bewonderenswaardig doorzettingsvermogen. Tot 2 september toont hij nieuw werk van Edwig Claes, die na een abstracte periode nu opnieuw figuratief schildert en alle verworvenheden van de abstractie in optima forma weet aan te wenden in werk dat niemand onverschillig kan laten.

Destroyed-City-04---Polygoonbos-jpg

Destroyed City. Polygoonbos

De tentoonstelling bestaat uit twee luiken: “Ypres Destroyed City (1914-1918)” en “L.A., Ca.” die in de kleine maar sfeervolle galerie voorbeeldig tot hun recht komen dank zij een feilloze accrochage.

L.A.---West-Covina-jpg

L.A. West Covina

Mijn persoonlijke voorkeur gaat naar de eerste reeks. Indien ik mij die luxe kon veroorloven, had ik meteen “Brandende Ieperse Belfort” gekocht, een werk dat mij onweerstaanbaar “La cathédrale de Rouen” van Claude Monet in herinnering bracht. Edwig Claes is trouwens een erudiete schilder met heel veel aandacht, hoe kon het ook anders, voor de techniek. Dat blijkt zowel uit zijn savante aanwending van de acrylverven als door de scherpzinnige keuze van de drager: hoogwaardig kwaliteitspapier dat hij verso beschildert. Doordat hij de onderlaag of de dikker aangebrachte verflaag afwrijft, wordt hier en daar de textuur van het papier of de korreligheid van de verf zichtbaar, waardoor je de indruk krijgt dat hij op linnen schildert of de frottage-techniek toepast. Zijn werk verkrijgt hierdoor een extra raadselachtige en tot bezinning dwingende dimensie. Het kleurenpalet brengt de Franse “fauves” of van de schilders van Der blaue Reiter in herinnering, maar dan wel met een persoonlijke, krachtige en geheel eigen klemtoon. Bovendien getuigt de dynamische lay-out van Edwig Claes van zijn intieme vertrouwdheid met de dynamische bladschikking van de abstracten. Erudiete knipoogjes zijn nooit uit de lucht. Bovendien aarzelt hij niet, zij het in mineur, te refereren aan elementen van de action painting.

*

Edwig Claes is niet alleen een “plastisch element” (om hier een Albert Szukalski terecht dierbare formule te gebruiken), maar ook een een flamenco-gitarist die bij meerdere producties betrokken werd van het collectief de Internationale Nieuwe Scène, dat in 1975 bekroond werd met de Arkprijs van het Vrije Woord. Improvisaties en bulerias van Edwig Claes kunnen beluisterd worden op YouTube.

ClaesPortret.jpg

Edwig Claes

Bij de vernissage op 26 augustus waren o.m. aanwezig: Niels Borrey, Jean Emile Driessens, Kris Kenis, Leon Lemahieu, Krien Mohr, Cel Overberghe en Jan Scheirs. “plastische elementen” (CDR) en kenners (allebei CDR) en alsmede.

De tentoonstelling loopt tot 2 september en is alle dagen te bezoeken van 14 tot 18u.

Galerie Martin van Blerk, Mechelsesteenweg 28, 2018 Antwerpen.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche