Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
5 novembre 2010 5 05 /11 /novembre /2010 20:56

 

Lendel.jpg

Op initiatief van de Brusselse Commission communautaire française exposeert Huguette Lendel collages in boekhandel Quartiers latins. De licht ironische titel met een situationistische connotatie geldt zowat als beginselverklaring. Vernissage donderdag 18 november om 18 uur.

Warm aanbevolen.

Librairie Quartiers Latins, Martelarenpl. 14, 1000 Brussel.

Van 18 november tot 31 december 2010.
Open van dinsdag tot met met zaterdag, van 10 tot 18 uur.

www.huguette-lendel.net

Partager cet article
Repost0
5 novembre 2010 5 05 /11 /novembre /2010 05:05

 

PhilSchml.jpg

Phil MERTENS, Jules Schmalzigaug, Uitgever R. en J. van de Velde éditeur, ICSAC,

Brussel, 1984, 179 p.

Jules Schmalzigaug (1882-1917) is de enige volbloed futuristische schilder die België ooit heeft gekend. Hoewel hij een van de meest originele en getalenteerde kunstenaars van zijn tijd was, is hij in de vergetelheid geraakt. Daarom wijden de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten deze tentoonstelling aan zijn werk.

Schmalzigaug raakte al heel vroeg gepassioneerd door kunst. Hij ontdekte het cubisme in 1911 in Parijs, maar een jaar later betekent een tentoonstelling met werk van de Italiaanse futuristen voor hem een ware revelatie. Hij besluit te verhuizen naar Venetië om die beweging van binnenuit mee te maken. In 1914 exposeert hij op een internationale tentoonstelling van het futurisme in Rome. Een selectie schilderijen, schetsen en werken op papier laat de bezoeker met dit grote talent kennismaken.

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten, Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel.

Van 29 oktober 2010 tot 23 januari 2011.

Open dinsdag tot zondag van 10u tot 17u.Maandag gesloten. ■

Partager cet article
Repost0
5 novembre 2010 5 05 /11 /novembre /2010 04:53

 

caira.jpg

Het Bulletin de la Fondation Ça ira heeft een tweede facelift ondergaan: het verschijnt voortaan in boekvorm (24 cm). In de jongste aflevering (nrs. 40-41, oktober 2010) staan Jules Schmalzigaug (1881-1917) en Marthe Donas (1885-1967) centraal, twee Antwerpse schilders, twee pioniers die om allerlei redenen al te gauw in de vergetelheid geraakten.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was Schmalzigaug in Venetië betrokken bij het futuristisch avontuur; Marthe Donas werd in 1917 lid van de Section d'Or in Parijs en nam aldus deel aan een rits internationale tentoonstellingen; in 1920 exposeerde zij in de Berlijnse galerie Der Sturm. Naar het einde van de jaren twintig deemsterde ze weg en het zou twee decennia duren vooraleer ze opnieuw aan het schilderen ging. In de late jaren vijftig kwam haar kubistisch en abstract werk opnieuw in de belangstelling, dank zij criticus Maurits Bilcke (1913-1993) die ook aandacht vroeg voor Schmalzigaug, wiens futuristisch werk volwaardig in kaart gebracht werd in de grondleggende monografie van Phil Mertens (1928-1989) verschenen in 1984.

Dr Maria Elena Versari, specialiste van het futurisme, editeerde de tot nu toe onuitgegeven revelerende brieven van Schmalzigaug aan Umberto Boccioni (1882-1916). Het Getty Research Institute verleende het Bulletin de toelating die brieven in exclusiviteit te publiceren.

De internationale contacten en carrière van Marthe Donas wordt grondig verkend door Jean-Marie Aendekerk, terwijl Henri-Floris Jespers zich toespitste op haar aanwezigheid binnen de Belgische avant-garde.

Eveneens in primeur, het lied van Guy Ciancia over Geert van Bruaene, “hymne à Zérard le brocanteur”.

Verder bevat het Bulletinkortere bijdragen over Jean de Boschère, Francis Mus, Henri “Bob Morane” Vernes, Nicole Verschoore, Christian van Haesendonck, Annie Reniers en Geert van Bruaene.

Bulletin de la Fondation Ça ira, nos40-41, octobre 2010, 92 p., ill., 12,50 €.

Jaargang 2010: 25 € (instellingen: 35 €), te storten op rek. van de Fondation Ça ira:

Dexia banque – 068-2287225-89.

Partager cet article
Repost0
4 novembre 2010 4 04 /11 /novembre /2010 04:26

 

Als dichter en denker lijkt Dante Alighieri alles wat in de loop der eeuwen gevoeld en gedacht is in zich verenigd en tot uitdrukking te hebben gebracht. Die overtuiging heeft hij vooral te danken aan De goddelijke komedie, La Divina Commedia. Door dit literair werk in verzen wordt hij groter geschat dan Homerus, Vergilius, Shakespeare en Goethe.

Dante’s komedie bestaat uit drie delen: een reis die de auteur maakt door de drie rijken van het hiernamaals: hel, louteringsberg en paradijs. De drie delen worden voorafgegaan door een grafische voorstelling. Bovenaan staat Jeruzalem en onder Hel. Tussen beide is er een voorhel en een aantal kringen, door Dante in canto’s, gezangen, poëtisch verwoord. De buitenste kring is voor de kleine zondaars, de binnenste voor de grote, en de hel zelf voor diegenen die tijdens hun leven nooit een goede daad hebben verricht. Zij moeten ín de kachel zitten, met hun blote kont op de hele kolen.

Zover drijft het theatergezelschap De Parade het niet. Hun nieuwste productie beperkt zich tot de tweede kring, De Wellust. In de vijfde canto stuit Dante op de geilaards, die in een razende storm eeuwig door de lucht worden meegesleurd. Wanneer de storm even op adem komt kan Dante Francesca di Rimini vragen waarom zij met haar geliefde Paolo in de mallemolen zit. Het antwoord is van alle tijden. De ene heeft de andere, en de andere heeft de ene, doch de andere wilt een derde. Het tollen van de liefde, zoals ballen in een lottobol, brengt de geliefden tot waanzin.

Wat is de oorzaak van de waanzin en de daaropvolgende dood? Het lezen van een boek. Francesca en huisvriend Paolo lazen voor hun plezier over Lancelot en de liefde. De lezers gaan zo op in het verhaal dat hun lippen elkaar vinden en het boek glijdt door hun wellust op de grond. Ze worden betrapt door de wettige echtgenote, de kreupele Gian Malatesta, en gedood.

Van het verhaal van de vijfde canto heeft auteur en regisseur Rudi Meulemans weinig bewaard. Je kan er wel een voorstelling mee maken, maar dan is het de moeite niet dat de toeschouwer zijn jas in de vestiaire deponeert. Op acht minuten heb je de vijfde gelezen en op tien begrepen. De canto gaf aanleiding tot soortgelijke voorvallen uit de wereldgeschiedenis van de liefde te halen en de essenties te ensceneren in verteltheater, de vorm waarmee De Parade naam en faam heeft gemaakt.

Opvallend is dat de liefdeshistories uit de kunstwereld stammen. Het zijn fragmenten uit romans, brievenboeken, brieven van afgewezen of bedrogen muzen. De lijst is te lang om op te noemen. Wees er echter van verzekerd dat de juiste keuze werd gemaakt uit de liefdesellende van de overwegend Europese kunstwereld. Het is triest wat mensen elkaar aandoen, maar wat een vrolijkheid biedt het de lezer, de kijkende luisteraar.

Een tweede frappante zaak is dat door de montage van liefdesdrama’s, de ene nauwelijks blijkt te verschillen van de andere. Iedereen, kunstenaar of metselaar, heeft zijn Beatrice, zijn ideale geliefde, ongrijpbaar binnen handbereik. Het bestaan is een dodendroom, en alle andere geliefden zijn spookbeelden van Beatrice.

Het geheel wordt opgesierd met een danspasje hier en een draaibeweging daar. Halverwege klinkt een lied. De voorstelling is stijlvol, als vanouds. In een hoek achteraan ligt een stapel boeken. Op een bepaald moment legt actrice Caroline Rottier ze op de vloer, enigszins op de achtergrond, uit het midden, en gaat op het nieuwe werelddeel met zijn vele landen liggen. Een luisterende engel. Met haar hoort de toeschouwer de vermaledijde passies kiemen.

Af en toe valt een acteur of vallen de acteurs voor dood neer. Het verwijst naar de laatste regel van de vijfde canto. Ik laat hem voorafgaan door het voorlaatste vers, voor de verstaanbaarheid:

Terwijl de een mij antwoord had gegeven, /

Weende de ander, wat mij zo verdroot /

Dat ik bevangen werd door medeleven;

En buiten kennis viel ik neer, als dood.

Een waarschuwing. Wie actie wilt, gaat beter elders of blijft thuis. Inferno - vertelt met een lichte speltoets door Tom de Hoog, Vincent Dunoyer, Caroline Rottier, Hilde Wils – is designtheater van het hoogste niveau. En als iets duidelijk wordt door deze prachtprestatie, dit Requiem, is dat de hel een verscheurende schijngedachte bij leven is. Niemand pleegt een moord, geen mens slaat de hand aan zichzelf om naar de hel te gaan. Of zoals Arthur Rimbaud schreef:

 

Elle est retrouvée!

- Quoi? – l’Éternité.

C’est la mer mêlée.

Au soleil.

Guido LAUWAERT

INFERNO – De Parade – co-producent Kaaitheater – op reis tot 12 januari 2011 – www.deparade.be


Partager cet article
Repost0
3 novembre 2010 3 03 /11 /novembre /2010 06:06

 

Het proces van “afstoten en aantrekken” is van doorslaggevend belang is voor de correcte inschatting van Pernaths “interpersonele” relaties, aldus Walter van den Broeck, die zich daarbij beroept op de psychiatrische opvattingen van H. S. Sullivan. Het speciale Pernath-nummer van het Nieuw Vlaams Tijdschrift dat ik in 1976 samenstelde (XXIX, nr. 6-7, juli-september) wekte verbazing op bij Walter van den Broeck, omdat bleek “dat ook anderen gemengde gevoelens tegenover hem koesterden”.

Hoewel het om een gedenkboek ging, kreeg hij door een aantal medewerkers postuum nogal wat denigrerends, naar het hoofd geslingerd. Dat Huug een moeilijke mens was in de omgang, kon ik nog aanvaarden. Maar dat hij door diversen een mythomaan, een mentale en psychische nomade, een egocentrische figuur, een rotzak, een bedrieger en een leugenaar werd genoemd, dat ging welk erg ver. (Het land van Pernath, p. 12)

Walter Van den BroeckWalter van den Broeck

Ik ben het niet eens met Walter, die nogal eenzijdig, elliptisch en buiten de context citeert. Bovendien, wat is er mis aan 'gemengde gevoelens', prettige en minder prettige gevoelens tegelijk die tot de slotsom leiden: “wat ik ervan moet denken”... ?

Op L. Adriaens, J. Gerits & F. Willaert (die een boeiende, collectieve academische bijdrage leverden), Hedwig Speliers (die poëticale beschouwingen ten beste gaf) en de dichteres Lisbeth van Thillo (schoonmoeder van Eddy van Vliet die spontaan een gedicht instuurde) na, kwamen in het NVT uitsluitend oude of recentere vrienden en weggenoten van Pernath aan het woord: Wilfried Adams, Georges Adé, Frank Albers, Fernand Auwera, Michel Bartosik, Roger Binnemans, Nic van Bruggen, Jan Christiaens, Patrick Conrad, Lode Craeybeckx, Clara Haesaert, Robert Lowet de Wotrenge, Michel Oukhow, Luc Pay, Tony Rombouts, Guy Vaes, Jo Verbrugghen en Freddy de Vree.

De aangehaalde medewerkers waren zonder uitzondering deelachtig aan een of meerdere van de zorgvuldig afgescheiden levens die Pernath tegelijktertijd leefde. Het was geenszins de bedoeling een heiligenleven op te hangen. Literaire hagiografie wordt overgelaten aan buitenstaanders.

Waarom Hugo Claus geen bijdrage leverde weet ik niet meer. Waarschijnlijk was de entourage te min voor hem. Wat Paul Snoek betreft, daar heb ik al uitvoerig over gepubliceerd. In de herfst van 1975 heeft hij aan een in memoriam-artikel gewerkt. Diende hij het in een vlaag van moedwil niet in (hij was immers – zacht uitgedrukt... -- ontgoocheld dat hij niet als opvolger van Pezrnath verkozen werd als gouverneur van Pink Poets)? Haalde hij de deadline niet? Vond hij zijn tekst niet publicatierijp – of beantwoordde het zo weinig aan de verwachtingen van de redactie dat we ons genoopt zagen het te weigeren? Ik weet het niet meer. Het typoscript van Snoeks in memoriam kon ik destijds inkijken dank zij de bereidwilligheid van Pink Poet Robert Lowet de Wotrenge. (Zie Henri-Floris JESPERS, 'Snoek over Pernath', in: Mededelingen van hetCDR, nr. 67, 21 maart 2006, pp. 2-6; nr. 68, 5 april 2006, pp. 5-10) , zo ook over de bijdrage van Gust Gils.

Walter van den Broeck leest kennelijk eenzijdig:

Maar je kan je afvragen: als in het speciale Peernathnummer van het NVTal zoveel wrevel wordt geventileerd, hoeveel wrevel Huug bij leven heeft geroorzaakt en te beurt moet zijn gevallen. En als hij dan toch zo onuitstaanbaar was, waarom werkten dan zovelen mee aan dat nummer? Omdat ze zich door hem tegelijkertijd aangetrokken en afgestoten voelden. (Het land van Pernath, p. 13).

Aantrekken en afstoten: is dat niet eigen aan alle vormen van vriendschap...?

In het proces 'afstoten en aantrekken' legt Walter van den Broeck – die een ongetwijfeld relevante en verhelderende problematiek aansnijdt – al te zeer een eenzijdige nadruk op het aspect 'afstoten'.

Dit allemaal gezegd zijnde, Walter van den Broeck reikt zonder meer een aantal belangwekkende denkpistes aan om de complexe persoonlijkheid van Hugues C. Pernath genuanceerder te benaderen.

Het belang van het ouderlijke nest? Ongetwijfeld. Maar dat was precies waar Pernath zich bewust tegen verzette.

Walter van den Broeck onderstreept:

Pernath, en als ik Pernath schrijf bedoel ik de man en zijn teksten, is aan een vrouwenschoot ontsproten. Niet aan één van de vele mooie en vooral moedige vrouwen met wie hij zich wist te omringen. Ook niet aan die van zijn moeder, ook niet aan die van zijn Filippijnse grootmoeder, maar wel aan die van zijn oude, Kempische overgrootmoeder die met stokvis en mosterd leurde en die zijn eigen moeder als kind op schoot nam en haar er als jong meisje weer van afstootte.

Uiteraard kan ik mij zwaar vergissen, maar hier ben ik het grondig oneens met Walter van den Broeck. Ik ben ervan overtuigd dat Hugues precies alles in het werk stelde om genadeloos af te rekenen met die Vlaamse achtergrond. De exotische, Filippijnse afstamming kon hem wel bekoren, de Kempische allerminst. Vandaar de bijzondere relatie met de francofiele vader en diens burgerlijk milieu die, in zijn ogen althans, een venster opende op een andere culturele dimensie.

De moeder was Hugues vreemder, hij zei het zelf, maar zij was wel een permanente toeverlaat, niet alleen financieel, maar ook om het puin te ruimen van talrijke relaties die ook wel eens aanleiding gaven tot minder prettige formele procedures. Daar vernemen we jammer genoeg niets over, vermits de memoires van Grace van den Broeck niet verder reiken dan de Tweede Wereldoorlog.

Wat er ook van zij, de Pernathlezing van Walter van den Broeck reikt een aantal bijzonder waardevolle denkpistes aan (ook wat betreft de taal van Pernath) die voor een toekomstige biograaf van ongemeen belang zullen blijken.

*

Hugues C. Pernath, de eerste gouverneur van Pink Poets, overleed in de Antwerpse privé-club V.E.C.U. op 43-jarige leeftijd in 1975.

Henri-Floris JESPERS

hcpWvdB

Het Hugues C. Pernath Fonds publiceerde eerder:

Joris GERITS, Over een soldaat, 2002, 32 blz.

Stefan HERTMANS, Volleerd als maagd, 2004, 23 blz.

Henri-Floris JESPERS, De maskers van Melpomene, 2006, 64 blz.

In de voorbije jaren verschenen op het blog van het CDR talrijke bijdragen over Pernath en zijn kring.

Partager cet article
Repost0
2 novembre 2010 2 02 /11 /novembre /2010 06:52

 

Dit jaar mochten we al bogen op 28187 bezoekers.

Bovendien tekent zich duidelijk een stijgende trend af.

Ziehier het aantal bezoekers per maand:

januari: 2653

februari: 1906

maart: 2644

april: 2187

mei: 3119

juni: 2859

juli: 2459

augustus: 2951

september: 3627

oktober: 3782

Ter vergelijking: in 2009 noteerden we het laagste aantal bezoekers in februari: 1195; het hoogste aantal in november: 2382.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
1 novembre 2010 1 01 /11 /novembre /2010 19:58

 

Bestsellerauteur Esther Verhoef bereikt vandaag de magische grens van 1 miljoen verkochte boeken. Ze is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een van de best verkopende thrillerauteurs in Nederland.

Esther Verhoef brak bij het grote publiek door met haar eerste literaire thriller Rendez-vous (2006). Hierna volgden de successen Close-up (2007) en Alles te verliezen (2008). Ze won tweemaal de Zilveren Vingerafdruk, de publieksprijs voor het spannende boek georganiseerd door Crimezone en eenmaal de Diamanten Kogel. Verhoef werd verschillende keren genomineerd voor NS Publieksprijs, De Gouden Strop en de Diamanten Kogel.
De vertaalrechten van haar boeken zijn verkocht aan Engeland, Duitsland, Rusland, Denemarken, Frankrijk en Spanje. Onder het pseudoniem Escober schrijft Esther met haar man, Berry Verhoef, psychologische actiethrillers. (Bron: Crimezone.Nl).

Partager cet article
Repost0
31 octobre 2010 7 31 /10 /octobre /2010 03:07

  RodeSbb.jpg

 

Veel belangstelling deze middag, op de Antwerpse Boekenbeurs, voor het evenement dat het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs organiseerde rond de bekendmaking van de nominaties voor De Diamanten Kogel 2010.

Jurylid Jos van Cann, auteur van de onvolprezen Grote Crimezone Thriller Encyclopedie, maakte in alfabetische volgorde de vijf nominaties bekend.

 

Literaire jury’s hebben het zwaar. Echt waar. Stapels boeken – in het geval van de Diamanten Kogel dit jaar bijna 70. Naast de kwantiteit is er de kwaliteit. De ene keer te wisselend. De andere keer te veel goede boeken, zoals dit jaar. Het probleem van het kiezen: steekt er een bovenuit; of komen er teveel voor nominatie in aanmerking; dit jaar. Het is altijd wat in de jury, maar het blijft leuk.

Veel zwaarder hebben het echter de auteurs. Daar denkt dan niemand aan bij zo’n gelegenheid. Weken met een briljant idee rondlopen en maar hopen dat niemand anders daar ook op komt. Dan maanden noeste arbeid. De vingers blauw geschreven, de eerste versie naar de uitgever. Als die het wil: de keel schor pratend om die versie intact te houden. Het opmaken, het corrigeren, het drukken. Eindelijk: het boek ligt er. Dan de promotie of het ontbreken daaraan. Kritiek volgen al of niet. Verkoop idem dito. Het inzenden voor een prijs. De bekendmaking van de genomineerden: zit mijn boek er bij of niet? En ook nog dit moeten aanhoren.

Met de dames en heren auteurs zou ik dus al helemaal niet willen ruilen. Daarom: cut the crap!

 

Dames en heren, de jury, onder bezielend voorzitterschap van Henri-Floris Jespers, heeft voor de Diamanten Kogel 2010 de volgende boeken en auteurs genomineerd.

Coppers

Na Niets is ooit (2008) en Engel (2009), heeft Toni Coppers (Sint-Truiden, 1962) met De geheime tuin (Manteau, 2010) de derde politieroman afgeleverd rond inspecteur Liese Meerhout van de afdeling Kunstcriminaliteit van de Brusselse politie (en niet te vergeten haar vriend, steun en toeverlaat Simon de Vere, kunsthandelaar tegen wil en dank). Alweer een gedegen, vlot geschreven politieroman, zijn beste tot nu toe, waarin opnieuw een schilderij centraal staat.

Het boek begint al met een van de meest intrigerende openingszin van alle inzendingen: "Eén keer per maand, op vrijdag, bezocht Helena Vaels haar eigen graf.". Een zin die de lezer gewoon dwingt om verder te lezen en een van enige humor niet gespeende verhaal te ontdekken dat vertrekkend van een schijnbaar bijna belachelijk eenvoudig idee uitvloeit tot een verhaal van hoog niveau.

De opgewekte, lichtjes chaotische Liese Meerhout krijgt nu te maken met een aantal moorden die op het eerste gezicht niets met elkaar van doen lijken te hebben. Drie lijken: een aan lagerwal geraakte kunstschilder; een jonge vrouw die wordt vermoord terwijl ze een derderangsschilderij aan het schoonmaken is; een Nederlandse Europaparlementslid die lijkt gewurgd tijdens een seksspelletje.

Kunstcriminaliteit...? De kezer zal snel ervaren dat het uiteraard over meer gaat dan smokkel van kunstwerken.

Coppers neemt bovendien de lezer mee op sleeptouw langs een aantal markante plaatsen van de Europese, Belgische en Vlaamse hoofdstad.

Dijkzeul.jpg

Lieneke Dijkzeul (Sneek, 1950) brengt in De geur van regen (Anthos, 2009), de derde uit de inspecteur Vegter-reeks, een klassiek moordverhaal met een wat oudere, gevoelige inspecteur – type fervent lezer, klassieke muziekliefhebber – in de hoofdrol. Weliswaar weer een bedrogen vrouw en een slechte man, maar Dijkzeul slaagt er in plot, sfeer én psychologie van de personages geloofwaardig neer te zetten et sterk uit te werken.

Wie vermoordt en scalpeert roodharige vrouwen? Aan de basis van De geur van regen ligt een zeer mooi uitgedachte plot dat door de auteur ook nog eens degelijk en verzorgd uitgeschreven werd. De hoofdrolspelers worden beetje bij beetje voorzien van een geloofwaardige achtergrond, waardoor er een band opgebouwd wordt tussen de lezer en de personages, wat de betrokkenheid ten goede komt. Hoewel de schrijfster de lezer vanuit diverse vertelperspectieven – we mogen meekijken door de ogen van zowel dader, slachtoffer, hoofdpersonage als potentieel slachtoffer – laat meegenieten van de gebeurtenissen, is Dijkzeul er met glans in geslaagd het geheel zeer degelijk en compact in boekvorm te gieten: in een aangenaam weglezende stijl, met een bijna absoluut minimum aan personages die overtuigend aan de middelmatigheid ontsnappen, tovert ze een meer dan aardig spannend boek.

De lezer weet meer dan de speurders. Zowel dader als motief kan al redelijk vroeg in het verhaal beredeneerd worden, maar de zoektocht blijft opwindend, wat het vakmanschap van Dijkzeul ten volle illustreert.

Een superieure politieroman? Een psychologische roman? Een typische 'literaire thriller', maar dan wel met een atypisch einde voor dit subgenre: gewelddadig en bevredigend.
De stille zonde van Lieneke Dijkzeul werd genomineerd voor De Diamanten Kogel 2007.

Kisling.jpg

De duim van Alva (Arbeiderspers, 2010) is de derde thriller van het schrijversechtpaar Corine Kisling (Rotterdam, 1954) & Paul Verhuyck (Antwerpen, 1940). Zij debuteerden als misdaadauteurs met Het leugenverhaal in 2007. Twee jaar geleden verscheen Kwelgeest. Hun nieuwe, intrigerende roman ligt daar in het verlengde van. Beide hebben een historisch uitgangspunt: in Kwelgeest was dat het academisch en historisch-wetenschappelijk geharrewar over Tijl Uylenspieghel, in De duim van Alva is er de sfeer rond de Sinksenfoor, de jaarlijkse Antwerpse Pinksterkermis. Deze staat zes weken in het trendy Antwerpen-Zuid, waar de bewoners al jaren klagen over geluidsoverlast, wangedrag van dronken bezoekers en een enorme geweldstoename tijdens de kermis. Ligt de oorzaak misschien in het verleden? Bestaat er dan toch zoiets als een daadwerkelijk werkzame genius loci, een opslag van haat als geest van de plek? Het Zuid is namelijk gebouwd op de vroegere dwangburcht van de gehate Spaanse hertog Alva.

De duim van Alva is geen historische thriller, wel een bont en wervelend verhaal met een magisch-realistisch tintje waarin Kisling & Verhuyck een forse vleug historie en eruditie hebben verwerkt. In deze voortreffelijk geschreven roman brengt het schrijversduo een bijwijlen hallucinerend verhaal waarin suggestie en dreiging de bovenhand voeren en mensen en toestanden raak geobserveerd worden: het Grand-Guignol-theater van de angst, bloederige horror, buurtvigilantes, ongeruste huiseigenaars, persoonlijke verhoudingen die klappen krijgen als van een zweefmolen, het gekmakende lawaai van de giga-gondel-attractie – met als apotheose een 'knallend' einde.

Al bevat het dan elementen van de whodunit en whydunit, De duim van Alva is geen klassiek spannend boek net zoals het geen historische roman is: een origineel verhaal waarvoor het vakje nog moet uitgevonden worden.

Afgrondvan Corinne Kisling werd in 2004 genomineerd voor De Diamanten Kogel.

DeLoof.jpg

Mieke de Loof (Aalst, 1951) heeft een serie van zeven thrillers opgezet, een mengeling van feiten en fictie, gesitueerd in Wenen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, laboratorium van Europa, waaruit politieke gifdampen opstegen, maar ook culturele en wetenschappelijke vuurpijlen. Hoofdpersonage is Ksaveri Ignatz von Oszietsky, jezuïet, geheim agent en psychiater. De twee eerdere, zeer fraaie delen, verschenen bij The House of Books – Duivels offer (2004, bekroond met de Hercule Poirot-prijs) en Labyrint van de waan (2006) – zijn uitverkocht. In het derde deel, Wrede Schoonheid (De Geus, 2010), treedt de schilder Egon Schiele op de voorgrond. Een dag nadat Ksaveri Ignatzmet zijn oud professor seksuologie Von Graff is gaan lunchen, wordt de hoogleraar vermoord teruggevonden. De laatste die hem levend gezien heeft, is de omstreden Weense schilder Egon Schiele. Bovendien is er in de hoofdstad van de Dubbelmonarchie een seriemoordenaar actief. Zijn slachtoffers zijn veelal jonge meisjes en vrouwen. De kunstenaar-moordenaar laat kunstzinnige sporen achter die onder meer wijzen naar de erotische werken van Schiele. Ignatz en zijn vriendin Elisabeth von Türn gaan op pad om de gruwelijke lustmoorden op te lossen. Ze voelen beiden sympathie voor Schiele, hoewel alle sporen in zijn richting wijzen en ontdekken dat er een de fotograaf aan de slag is die pornografisch getinte foto’s maakt.

De personages worden levensecht en geloofwaardig neergezet en de plot behoudt zijn spankracht tot het einde toe. Al van bij de eerste bladzijden valt op hoeveel aandacht er is besteed aan het taalgebruik, sober en beeldend tegelijk. Plot en spanning worden echter door dat stilistisch raffinement, dat nooit ontaardt in mooischrijverij, niet ondermijnd. Mieke de Loof beheerst immers de kunst van het schrappen.

Wrede schoonheid is een boeiende roman over gruwel en schoonheid, over de duisternis van de menselijke psyche en over het absolute kwaad. Een boek dat het misdaadgenre overstijgt.

Otten.jpg

Almar Otten (Deventer, 1964) viel de jury al in positieve zin op bij eerdere edities van de Diamanten Kogel. Deze in Vlaanderen nobele onbekende werkt onder de titel De zeven Deventer moordzaken in alle stilte aan een zevendelige reeks van boeken, zalig weglezende politieverhalen waarvan Lied van angst deel vier is.

Ook nu weer – net als in het uitstekende deel drie Gebonden kapitaal – krijgen Jozef Laros en Ellen van Dorth van de Deventer politie temaken met een aantal feiten die op het eerste gezicht, los van elkaar staan. Twee doden later lijkt er toch een onderling verband.

Otten slaagt er telkens in om een originele plot te bedenken die hij langzaam en beheerst voor de ogen van lezer ontrafelt. Ook deze keer staat het verhaal er weer als een huis. Bovendien vlecht Otten er een fraaie verhaallijn in over de IRA (onder meer over de aanslag op de Markt in Roermond in 1990). Met Lied van angst (ArtNik, 2009) schreef Otten een degelijke politieroman met een internationaal karakter alsof hij al jaren bij de top van de misdaadauteurs behoort.

De terloopsheid waarmee Otten Deventer presenteert aan de lezer – er zorgvuldig voor wakend er geen stadsgids van te maken – en de warme persoonlijkheden van zijn vaste speurders, stuk voor stuk erudiete gedistingeerde figuren die hun goede werk voortzetten zonder clichés of platfloerse karikaturen te worden, maken dat Lied van angst aanvoelt als een op maat gemaakt pak en een genot is om te mogen lezen. Het uitstekend opgebouwde verhaal dat terecht grenzen overschrijft, stelt vooral vragen die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Als Johnny Cash in de laatste zin ook nog 'I’m a solitary man’, is het verhaal rond.

 

Brugge heeft Aspe en Van In, Amsterdam Baantjer en De Cock, Halle heeft Witse, Gent en Maastricht hebben Flikken, Brussel heeft Liese, Wenen is voor De Loof en Ksavari Ignatz, maar Deventer beschikt over Otten en Jozef Laros en Ellen van Dorth.

 

De jury DDK 2010: Frank van den Auwelant, Ineke van den Bergen, Jos van Cann, Eric Diepvens, Henri-Floris Jespers, Kris Kenis, Alain Sohier, Geert Swaenepoel, Magali Uytterhaegen.

Partager cet article
Repost0
30 octobre 2010 6 30 /10 /octobre /2010 02:29

 

Knack, het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, het Poëziecentrum en Kunstencentrum Vooruit presenteren een nieuwe Nacht van de Poëzie in 2011.
De eerste editie van de Nacht van de Poëzie in 1973 is inmiddels een mythe. Met een pistoolschot opende Marcel van Maele de eerste Nacht voor een uitverkocht Vorst Nationaal. Het gebeuren zelf was een ongelooflijke chaos. Het publiek liet luidkeels zijn waardering en afkeuring blijken. 'Een geweldige rotzooi,' vond Jean Pierre Rawie. 'Al die Nachten in Vlaanderen waren een gigantisch drama, en toch had het wel wat,' dixit Tom Lanoye. Guido Lauwaertschreef als organisator nog drie legendarische edities op zijn naam, in 1975, 1980 en 1984, met gasten als Allen Ginsberg, Hugo Claus, Simon Vinkenoog, William Burroughs, Johnny the Selfkicker, Gust Gils en John Massis.

Zaterdag 2 april 2011 krijgt de geschiedenis van de Vlaamse Nacht van de Poëzie in de Gentse Vooruit een nieuw hoofdstuk.Lauwaert zegde op verzoek van Knack(dat zich ook engageerde in de vier vorige edities) toe een vijfde editie te realiseren. Knack, het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, het Poëziecentrum en Vooruit slaan de handen in elkaarvoor een nieuw circus van spraakmakende dichters die zoals vanouds met entr’actes worden afgewisseld.

Het was de uitdrukkelijke wens van Guido Lauwaert om een nieuwe curator aan te stellen die de bakens uitzet voor deze vijfde editie. De keuze viel op Michaël Vandebrildie voor de Stad Antwerpen reeds vele poëzie-initiatieven heeft ontplooid: van het stadsdichterschap, over de Donderdagen van de Poëzie tot het nieuwe Felix Poetry Festival. Vandebril maakt samen met Willy Tibergien (Poëziecentrum) de uiteindelijke selectie die op Gedichtendag 2011 wordt bekendgemaakt.
Michaël Vandebril:

Ik wil als curator de ziel van de historische Nachten van de Poëzie bewaren: de dichter die met zijn gedichten op een podium de strijd aangaat met het publiek. Ook de lange, uitputtende duur van de originele Nachten wordt aangehouden: twaalf uur lang krijgen 50 dichtersminder dan tien minuten tijd om een blijvende indruk na te laten. Vooruit wordt voor de gelegenheid omgetoverd tot een 'serre chaude', een warme broeikas vol vreemde planten, dieren en dichters, een verwijzing naar de eerste poëziebundel van Maurice Maeterlinck.In 2011 is het honderd jaar geleden dat de Gentse auteur de Nobelprijs voor literatuur ontving.

Guido Lauwaert belooft de ziel en de chaos van deze Nacht van de Poëzie te zullen bewaken: 'Het moet een circusspektakel voor intellectuelen worden. Alles kan, niets moet. Hoe zotter, hoe beter.'

Het moge duidelijk zijn: er is een nieuwe legendarische Nacht van de Poëzie in de maak. Michaël Vandebril stelt voor uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen een bloemlezing samen van de Belgische en Nederlandse dichters die optreden op de 5de Nacht van de Poëzie. In het nawoord schetst Guido Lauwaert voor eens en voor altijd de turbulente geschiedenis van de Nacht van de Poëzie sinds 1974. Het boek wordt in Vooruit voorgesteld op de 5de Nacht van de Poëzie, 2 april 2011.

 5de Nacht van de Poëzie in Vooruit, Gent - zaterdag 2 april 2011 - meer informatie op www.denachtvandepoezie.be- tickets binnenkort beschikbaar via vooruit.beof tel. 09 267 28 28.

 

Partager cet article
Repost0
29 octobre 2010 5 29 /10 /octobre /2010 14:20

 

Het bed van Willem Elsschot is gisterenavond, 28 oktober, geveild door Mon Bernaerts van het gelijknamige veilinghuis in Antwerpen. Voorafgaand aan de eigenlijke veiling traden enkele Elsschottiana op om de sfeer op te peppen. Onder leiding van Klara-producer Pat Donnez werd vooreerst kleinzoon Willem Dolphyn aan de tand gevoeld. Hij onthulde de reis van het bed sinds het overlijden van de schrijver tot het in handen kwam van Klara. Daarna kwam Mon Bernaerts aan het woord die de herkomst schetste.

Het blijkt om een bed uit een Mechels meubelpaleis te gaan. Tot in de jaren vijftig was Mechelen bekend als meubelstad. Markant om weten is wat Elsschot in zijn roman Lijmen door een van zijn personages [Brussel meubelhandelaar Charles Van Ganzen] laat zeggen: ‘Rommel is het, mijnheer, gemeen fabriekswerk, dat bij duizenden gemaakt wordt. Alles machinaal. In die Mechelse fabrieken gaat het hout er hier in en daar komen de bedden er uit. Louis XV of een andere Louis, wat u maar wilt. Het gaat daar net als in de bekende slachterijen van Chicago.’

Na de historie, de waarde en de kwaliteit [!] gaf Pat het woord aan Michiel Hendryckx die vertelde hoe hij Kaas leerde kennen, en via die roman in de ban raakte van Elsschot. Na Hendryckx was er een kort interview met Pascale Platel. Haar werd gevraagd een liefdesbrief van de jonge Alfons De Ridder aan zijn vrouw Tine Scheurwegen voor te lezen. Waarna Pascale het bed in dook en Pat Donnez uitnodigde naast haar plaats nemen. Na enig pramen liet hij zich overhalen.

De Bed-in actie duurde niet zo lang dan die van John Lennon en Yoko Ono, van 23 tot 31 maart 1969 in het Amsterdamse Hilton-hotel, maar die van Platel en Donnez zette niettemin de zaal op stelten en de fotograven schakelden over in overdrive. Toen beiden, en het publiek, voldoende genoten hadden was er een kleine quiz. Elsschot-kenners Wieneke ’t Hoen, Bart Van Loo en Eric Rinckhout werden aan de tand gevoeld door quizmaster Donnez over kleine details in het werk van Elsschot. Winnaar was Bart Van Loo. Hij mocht huiswaarts keren met een kratje van zes flessen Pale Ale.

Tot slot van het voorprogramma was er een peppraatje. In de huid van Karel Boorman prees Guido Lauwaert het bed aan. In zijn toespraak schuilde heel wat verwijzingen naar het werk van Elsschot. Hij leidde Mon Bernaerts in. Na de gebruikelijke rimram nam hij de hamer ter hand en al gauw steeg de prijs van 500 tot 1000 euro. Het publiek sloeg verbazende kreetjes uit toen de biedingen maar bleven duren. Uiteindelijk sloeg Mon Bernaerts af op 3500 euro. Plus 23,5 % kosten en lasten. Op het aandeel van de staat na, schonk het veilinghuis zijn aandeel aan het goede doel. Een organisatie van Kathy Lindekens, Bednet, die zieke kinderen helpt om via computer en moderne technologie de lessen van hun school te blijven volgen. Zo blijven de kinderen contact houden met hun klasgenoten.

De koper was Frank Verscheuren, eigenaar van een beddenbedrijf uit Maldegem, LS Bedding. 'Ik heb een beddenbedrijf in Maldegem. Het zal een prominente plaats krijgen in onze showroom,’ dixit Verscheuren, die na afloop ook met Pascale ten behoeve van de fotografen te bed ging. Tussen pot en pint bekende Mon Bernaerts aan uw dienaar dat een bed als deze hij nooit verkoopt. Omdat de waarde momenteel niet hoger ligt dan twintig euro.

Een verkorte versie van het programma wordt op zondag 31 oktober om 10 uur uitgezonden op Klara. Het is de afsluiter van een serie programma’s, Zot van Elsschot. Die dag eindigt ook het Elsschotjaar, van wie dit jaar de vijftigste verjaardag van zijn overlijden werd herdacht, en sluit de tentoonstelling van het archief van Willem Elsschot in het Letterenhuis te Antwerpen.

 

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche