Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
5 janvier 2011 3 05 /01 /janvier /2011 15:31

 

stassaert100b.JPG

Mars voor werk (olieverf, 60 x 50 cm )

Van de Antwerpse schrijfster en beeldend kunstenaar Lucienne Stassaert, die op 10 januari 2011 haar vijfenzeventigste verjaardag viert, organiseert het Elzenveld een grote expositie van haar recent plastisch werk, waarmee haar dubbeltalent nog maar eens aan het publiek zal worden getoond.

Roger de Neef, die de expo zal inleiden tijdens de vernissage op vrijdagavond 14 januari 2011, zal bij deze gelegenheid ook het accent leggen op wat zij als auteur verwezenlijkt heeft en een indringende beschouwing wijden aan haar tekeningen en schilderijen waarin typische motieven voorkomen die zij ook in haar poëzie en prozawerken heeft ontwikkeld.

*

Vernissage vrijdag 14 januari om 20.00 uurin het Marcquisauditorium

Verwelkoming: Jacques De Haes, Afgevaardigd-Bestuurder-Beheerder Elzenveld

Artistieke toelichting: Roger de Neef.

De tentoonstelling loopt van 15 januari tot en met 19 maart. 

Open: donderdag t/m zondag van 12.30 tot 17.30u

Socio- Cultureel & Congrescentrum Elzenveld vzw, Professor Sommézaal, Lange Gasthuisstraat 45, 2000 Antwerpen.

 

Partager cet article
Repost0
5 janvier 2011 3 05 /01 /janvier /2011 14:53

 

Jazz als Stummfilm, und Film als Sprache, oder eigentlich: Jazz als Stummfilm als Sprache – das ist eine Herausforderung, eine Frechheit in sich. Daß Ostaijen ihr standgehalten hat, zeigt seinen dichterischen Rang. Der einzige bekannte Filmentwurf der Berliner DADA-Gruppe, bisher selbst von Filmhistorikern übersehen, ist übrigens nie Film geworden.” (Hansjürgen Bulkowski, 1996).

PleiteJAZZ.jpg

Paul van Ostaijen, Der Pleite Jazz, Berlin, Friedenauer Presse, 1996. Übersetzt von Ida Rook und mit einem Nachwort von Hansjürgen Bulkowski.

Op donderdag 27 januari 2011 (Gedichtendag) vertoont De Roma in Antwerpse première de dadaïstische film De Bankroet Jazz, naar een scenario van Paul van Ostaijen. De Bankroet  Jazz  wordt in De Roma live begeleid door een zevenkoppige jazzband onder leiding van componist Wouter van Bemmel. Ook maakt Van Bemmel gebruik van stemsamples, effectgeluiden en muziekfrasen. Marcel Vanthilt en Evi De Jean rijgen de filmfragmenten aan elkaar. De toneelregie is in handen van Frank Roumen. Deze multimediale filmvoorstelling is een coproductie van Roxy Movies (Frank Herrebout en Leo van Maaren) en EYE.

Tickets: 12 €

Ticketlijn: 03/292.97.40

Ticketbalie: Tunrhoutsebaan 327, 2140 Antwerpen

Bij eenvoudige verwijzing naar uw kennis omtrent het bestaan van een Genootschap Paul van Ostaijen genieten u en de uwen korting bij aankoop van tickets in voorverkoop.

www.paulvanostaijen.be
mailto: genootschap.vo@gmail.com

DadaCochon.jpg

'Le Jazz-banqueroute', in Paul Van Ostaijen, Le DADA pour Cochons, Paris, éditions Textuel, 2003, pp. 119-141. Traduction de Jan H. Mysjkin et Pierre Gallissaires.

 

The film would have depicted a totally chaotic world, where national  bankruptcy is the rule and Charlie Chaplin the head of state. The new national hymn is the conjugation of Ich bin pleite, Du bist pleite, etc. 'Bankrupcy Jazz' pictures the total madness which stories like 'Patriotism Incorporated' and 'The adventures of Mercurius' hint at in a less abrasive manner.” (E.M. Beekman, Homeopathy of the Absurd, The Hague, Martinus Nijhoff, 1970, p. 37.)

Partager cet article
Repost0
3 janvier 2011 1 03 /01 /janvier /2011 06:31

 

December en januari zijn de twee maanden die het nauwst verbonden zijn met getallen en goden. De hele maand januari staat in het teken van het begin, onder bescherming van de oud-Italische Janus die zich in de grijze voortijd vestigde op de naar hem genoemde Janiculus, een der zeven Romeinse heuvelen. Hij heerste over Latium, waar hij gastvrijheid verleende aan Saturnus (Kronos), die zich op het Capitolium vestigde.

Janus was de godheid van begin en einde, bogen en poorten, in- en uitgangen – zowel ruimtelijk als tijdelijk. De heerser over de drempels ziet vooruit en achteruit en wordt daarom met twee aangezichten uitgebeeld: Janus bifrons (met de twee voorhoofden). De maand januari is naar hem genoemd, nieuwjaarsdag en de eerste dag van elke maand waren hem heilig.

Annum novum faustum felicemque tibi! Moge het nieuwe jaar u welvaart en geluk brengen – zo luidde reeds eeuwen voor onze tijdrekening de sacramentele gelukwensen die op de eerste dag van het nieuwe jaar uitgesproken werden. Bij die gelegenheid werden geschenken uitgewisseld (strenae – vandaar het Franse étrennes). In de eerste eeuw vond keizer Caligula zich niet te min om in de gang van zijn paleis de symbolische strenae van zijn armste onderdanen in ontvangst te nemen: een bronzen muntstuk met de beeldenaar van Janus.

Tijdens de eindejaarsfeesten offerden de magistraten van de Stad een witte stier ter ere van Janus. Vandaag eisen de feestelijkheden ter ere van de seculiere goden van oud en nieuw heel wat meer bloedoffers en veroorzaken aldus een massale dierenslachting. Onder de zachte maar niet minder dwingende druk van commercie en winstbejag van enkelen werd het rituele offer van symbolische rijkdom vervangen door het blind verspillen van het noodzakelijke.

Janus opende en sloot poorten, hield toezicht op binnen- en buitengaan, hij was de wachter aan de poort. In die functie werd hij opgevolgd door de H. Petrus. De apostel met het dubbelgezicht die zijn Meester verloochende werd coeli janitor – portier van de hemel. Net als Janus heeft hij sleutels als attributen, de sleutels die door zijn opvolgers bewaard worden. De pontifex maximum of opperste bruggenbrouwer ontvangt nog steeds als nieuwjaarsgeschenk een geldelijk tribuut van zijn onderdanen – zij het nu geen minderwaardige bronzen munten.

Janus bleef een verborgen bestaan leiden en het duurde tot 556 eer het Concilie van Tours het noodzakelijk achtte een formeel verbod uit te vaardigen op 1 januari Janus te vieren. De oude god werd ten slotte in vermomming opgenomen in de kerkkalender als H. Januarius, patroon van Napels. Hetzelfde lot verging Sol invictus – de onoverwonnen Zon – die als H. Nicanor (overwinnaar) op 10 januari herdacht wordt.

*

Bon any nou

Bòna annada

Un an nou fericit

Pace e salute

Henri-Floris JESPERS

 

Partager cet article
Repost0
2 janvier 2011 7 02 /01 /janvier /2011 21:51

 

De eerste aflevering van de blog verscheen op 26 januari 2008. Per 31 december 2010 telden we 69.680 bezoekers die samen 139.744 pagina's raadpleegden.

In 2010 werden niet minder dan 35.319 bezoekers geteld. Ziehier het aantal unieke bezoekers op maandbasis:

januari: 2653

februari: 1906

maart: 2644

april: 2187

mei: 3119

juni: 2859

juli: 2459

augustus: 2951

september: 3627

oktober: 3782

november: 4045

december: 3087

Ter vergelijking: in 2009 noteerden we het laagste aantal bezoekers in februari: 1195; het hoogste aantal in november: 2382.

Henri-Floris JESPERS

 

Partager cet article
Repost0
31 décembre 2010 5 31 /12 /décembre /2010 17:49

 

Sanctorum.jpg

In de vroege middag publiceerde Johan Sanctorum een opstel op zijn kritisch-filosofisch webmagazine Visionair België, waarvan de titel verwijst naar de gedenkwaardige tentoonstelling 'Visionair België' (2005) in het Paleis voor Schone Kunsten (thans gedegradeerd tot 'Bozar') te Brussel. Deze tentoonstelling, met als ondertitel 'C'est arrivé près de chez nous', was het laatste verwezenlijking van de internationaal bekende Zwitserse curator Harald Szeemann (1933-2005), die in 1972 verantwoordelijk was voor een van de beroemdste Documenta's in Kassel. De website huldigt het 'copyleft'-principe: ideeën en teksten moeten vrij kunnen circuleren. Ik aarzel dus niet dit eens te meer provocerend en protesterend opstel hier te kapen.

Je moet het echt niet eens zijn met alle conclusies en (politieke) stellingnamen van cultuurfilosoof en publicist John Sanctorum (°Oostende, 1954) om te beseffen en te erkennen dat zijn altijd stimulerende analyses hoe dan ook een substantiële bijdrage leveren tot het intellectuele debat dat, jammer genoeg, zich al te vaak ontplooit binnen consensuele krijtlijnen. Daarbij wordt vaak uit het oog verloren dat consensus  door Cicero gebruikt wordt in de betekenis van samenzwering, complot... Sanctorum studeerde filosofie aan de Vrije Universiteit Brussel bij onder anderen Leopold Flam en Leo Apostel. De aandachtige lezer zal niet blind zijn voor de sporen van beide leermeesters in de briljante opstellen van Sanctorum. Filosoferen met de hamer? Misschien. Ik denk hier eerder aan het vers van Bert Bevers:...men is niet hard zonder reden, er is geen hart zonder rede”.

Sanctorum kwam onder meer in de belangstelling door zijn kritische benadering van de media. Daarom hier een citaat van Sǿren Kierkegaard die in zijn dagboek – op de kop een eeuw voor de geboorte van Sanctorum – noteerde: “In zekere zin zou ik de mens de straf toewensen dat de dagelijkse pers haar doel bereikte en allen tot exemplaren maakte.”

Henri-Floris JESPERS

Over het Orwelliaanse wereldbeeld van Annemie Turtelboom

Het gaat om het detecteren van lonely wolves, jongeren die volledig in hun eentje via internet een “knip- en plakideologie” voor zichzelf samenstellen.” Zo omschrijft Annemie Turtelboom (VLD), minister van binnenlandse lopende zaken, haar nieuw mobilisatieplan tegen “radicalisering en polarisering”, speciaal bij de veelvuldig op het internet surfende jeugd. Op advies van criminologen Paul Ponsaers en Brice De Ruyver moeten scholen en verenigingen actief ingeschakeld worden in de neiging van jongeren om “zich af te zonderen” en zomaar op hun eentje te gaan grasduinen in de wereld van ideeën en levensbeschouwingen. Vroeg of laat komen ze bij Bin Laden terecht, zo leert ons professor Brice De Ruyver, voormalig veiligheidsadviseur van Guy Verhofstadt. Dus kunnen we dat schuinmarcheren maar beter proactief tegengaan en de kudde bijeenhouden.

Eerst iets over die “knip- en plakideologie”. Ik ben respectievelijk Vlaams-republikein, ecologist met sterke sociale reflexen, libertariër, bewonderaar van de anarchist Joseph Fourier, en cultuurconservatief,- ik spreek dan nog niet over mijn andere aberrante en schier inconsistente voorkeuren en hobby’s.  Alles is voor mij –daarom niet voor anderen- deugdelijk samengesmolten in een behoorlijk functionerend conceptueel kader waarmee ik de wereld te lijf kan gaan, dingen kritisch kan analyseren, me kwaad kan maken, enthousiast kan zijn. Zonder twijfel gaat het hier om een bricolage, een knip-en-plak-ideologie. Kent u er een ander? Kan men op een andere manier een identiteit en een wereldbeeld vormen,- behoudens dan de complete brainwashing, het educatief pletwalsen, de totale nivellering, het klonen van compleet gehomogeniseerde individuen?

Door nadere studie weet ik dat zelfs die Fourier de mosterd elders is gaan halen, gelezen en geplukt heeft wat hem het best paste,.. dus ook “geknipt en geplakt heeft”. Zoals alle filosofen. En volledig in zijn eentje! Die afkeer van de eenzaamheid en de zelfstudie bij de steeds in het zwart getooide Annemie, daar moet toch iemand eens een psychoanalyse van maken. Wie iets “alleen” doet, bakt er voor haar per definitie niets van, of begeeft zich in de zonde. Men kan zich nochtans afzonderen om velerlei redenen: naar het toilet gaan, om Nietzsche te lezen, om opera te luisteren, om te bidden, om gedichten te schrijven, om te masturberen, of om bommen te maken. Maar voor de minister is dat allemaal hetzelfde: wie zich buiten de kudde waagt, is een lonely wolf, een anomalie in de samenleving. Het onaangepast zijn wordt een kwaal op zich. En laat dat nu toch wel een wezenlijk aspect van onze westerse cultuur zijn: de deviantie, het vreemdgaan, Parsifal, de reine dwaas, de onnozele hals, de buitenstaander, de eenzame bricoleur (die in het verhaal, zoals bij Parsifal, de goegemeente redt uit haar sclerose).

En dan dat mopperen tegen radicaliteit, die doorlopend met extremisme verward wordt. Radicaliteit en polarisatie zijn het zout en peper van onze samenleving. Ik hou van mensen die weten wat ze willen en echt gekozen hebben. Omwille van haar ideeënloze ideologie beschouwt mevrouw Turtelboom echter de democratie als een vrolijke markt van instant-meningen, waarin zich een shoppende kiezer/consument lichtvoetig beweegt. Radicaliteit is daarin hinderlijk, hoekig. Het is juist deze ondraaglijke lichtheid die –terecht- gecounterd wordt door een andere visie op democratie: die van een latente burgeroorlog, of laten we het een gewapende vrede noemen. Een maatschappij die haar eigen dialectiek accepteert, –de idee dat alles wordt,uit tegenstellingen en conflicten. Respect voor andersdenkenden hoort daar bij, lankmoedigheid en compromis-bereidheid niet. We leven al ettelijke decennia in een context van het Belgische compromis en de consensus, en het systeem blijkt van geen kanten meer te werken. Het politieke midden is mentaal dood, elders in Europa en de wereld trouwens evengoed, en het behoort tot de perverse logica van de hedendaagse parlementaire democratie dat dit midden zich desondanks steeds weer opdringt als het centrum van de waarheid. Quod non: de waarheid zit helemaal in de marge. Geef mij maar Wilders, het Vlaams Belang, naast Gaia en de PvdA. Radicale visies die zich bij voorkeur meten met andere radicale visies. Zij lokken de waarheid als het ware uit haar schuilplaats. Het extremisme komt pas op de proppen, wanneer die confrontatie geweigerd wordt, en de polemiek plaatst maakt voor het enkelvoudig dogma. Maar ik zie vooral juist in het midden een weigering van de confrontatie, zie bijvoorbeeld het “cordon sanitaire”.

Dat er dan een paar mafkezen zich in naam van Allah willen opblazen met zelfgemaakt speelgoed, is dan niet het probleem van de radicaliteit op zich, maar vooral van de desbetreffende doctrine, in casu de islam. De ideologie zelf dus, niet de mate van engagement die men ervoor opbrengt. Dat vergt dus weerom studie, analyse,… confrontatie.

Maar daar wil mevrouw Turtelboom niet aan beginnen. Mensen die van een mening hun overtuiging maken, zijn per definitie gevaarlijk. Dus ook de Vlaamse separatisten, of de getuigen van Jehovah, of Greenpeace. Haar visie is dus liberaal-nihilistisch, om niet te zeggen: postmodern-fascistisch. Ze gelooft in niets meer, zeker niet in de vrijheid van het individu, zelfs niet in haar eigen gelijk of in de billijkheid van het systeem waarin ze functioneert. Ze wil gewoon beletten dat er zich identitaire kernen vormen van individuen of groepen die zich buiten het mainstream-denken stellen dat door de massamedia wordt ingelepeld.

De afwijking wordt dus een kwaad op zich, te remediëren met opsluiting of met een spuitje. Filosoof Michel Foucault waarschuwde er al voor: onze zogenaamde democratische “open samenleving” kan niet om met marginaliteit, die gemedicaliseerd of gecriminaliseerd wordt of, als het even kan, beide.

Plots wordt dat politiek nihilisme ook weer zeer religieus-kerkelijk en exorcistisch: het enkelvoud wordt als afvallig en heterodox beschouwd, vreemd aan de rechte leer, apocrief. De gelovige massa wordt op dat moment ingeschakeld als zelfcontrolerend organisme voor de duiveluitdrijving. En hier komt de Orwelliaanse dimensie van het verhaal om de hoek kijken: de minister wil ook dat oren en ogen worden opengehouden om “verdachte” bewegingen te detecteren en te melden. We hebben dus allemaal een meldingsplicht. De scholen en verenigingen, door de minister opgevorderd als antennes, zijn dan de ideale doorgeefluiken:

Wanneer zij merken dat iemand zich afzondert en dingen gaat zeggen die hij voordien nooit zei, moet dat een signaal zijn om die jongere daarover aan te spreken. En wanneer dat niks oplevert, vraag ik dat ze de politie inschakelen.”

Tja, wie zou er zo allemaal dingen gezegd hebben die hij/zij voordien niet zei? Hebt al wel eens iets gedacht dat u voordien niet gedacht had? Neen? Dan zit u safe. Indien toch, dan bent u op het verkeerde pad.Nitwits als Jezus, Boeddha, hogervermelde Friedrich Nietzsche, Schopenhauer, Einstein,- zijn u voorgegaan, tot hun scha en schande. Allen hebben ze iets gezegd dat ze voordien nog niet gezegd hadden,- erger nog: dingen die voordien nog niemand gezegd had. En dat vies oud ventje, een zekere Immanuel Kant, die zich zo afzondert, wat doet die elke dag om halfvier, met zijn hoed en regenjas, zogezegd op wandel? Hmm… dit moeten we toch melden, waar is dat formulier ook weer.

In laatste instantie gooit de minister van binnenlandse camera’s zoveel kinderen met het badwater weg, dat men echt van cultuurnihilisme kan spreken. Het de facto plaatsen onder aanhoudingsmandaat van al wie zich even afzondert, produceert op het einde een Orwelliaanse hel, de oorlog  van allen tegen allen, wellicht het tegendeel van wat mevrouw Turtelboom in haar menslievendheid zogezegd beoogde.

Maar de strijd van Annemie is bij voorbaat verloren: hoe meer het afwijken verboden wordt, hoe aantrekkelijker. Het is juist de oppervlakkigheid van de consensusdemocratie en haar spectaculaire spin-offs, de valse mythe van de “warme” samenleving en de verplichte sociale cohesie, die jongeren op zoek doet gaan naar intellectueel houvast, naar engagement en diepgang. Een liberaal die zo’n daad van vrijzinnigheid, in de echte zin van het woord, verbanvloekt,- daar kan mijn verstand niet bij.

En euh…, à propos, is dit eigenlijk nog wel een lopende zaak van een ontslagnemende regering? Of zijn we onmerkbaar al in een nieuw regime binnengegleden, van de nieuwe orde-op-zaken, la Belgique nouvelle qui est arrivée?Een zakenkabinet dat via een wazige war-on-terror-doctrine, geleend van George W. Bush, de greep van de overheid op de samenleving verstrakt?

Ik zou zeggen tot de surfende jeugd: snel weg van deze plek! Google eens onder de woorden Nietzsche, Sartre, Kant, Schopenhauer. Blijf vooral zoeken naar dingen die niet voor het grijpen liggen, laat u niet Turtelbomen. En jawel, zoek gelijkgezinde lonely wolves, dat is nog zoveel prettiger. En ongemakkelijker voor het systeem.

Johan SANCTORUM

www.visionair-belgie.be

Partager cet article
Repost0
27 décembre 2010 1 27 /12 /décembre /2010 18:14

 

Vannacht schreef ik hier dat ik eerstdaags de jongste aflevering verwacht van de Nieuwsbrief van de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode. En ja hoor, vandaag trof ik ze in de bus, samen met een aflevering van Wetenschappelijk tijdingen  en van De Auteur.

IvA2.jpgIn de Nieuwsbrief IVA richt prof. dr. Marcel Janssens zijn aandacht op het gedicht 'Lezende “De Vlaschaard”' uit de bundel Het land der mensen (1962): “Het gedicht lijkt me eerder als huldeblijk aan Stijn Streuvels dan wel 'Lezende de Vlaschaard' te zijn tot stand gekomen. Maar het is en blijft welgekomen.”

Aan de hand van het gedicht 'De tronken' uit de bundel Daar is maar één land dat mijn land kan zijn (1983) wijst Christina Guirlande op de belangrijke plaats die bomen in het leven en werk van Van Wilderode hadden (dat geldt nota bene ook voor Erik van Ruysbeek).

De documentaire varianteneditie van De Moerbeitoppen ruischten (1943) heeft mij om allerlei redenen veel leesgenot verschaft. Zo'n Fundgrube! Impliciet geeft editeur Edward Vanhoutte ook een magistrale kritische les in teksteditie, die in de volgende aflevering van de Nieuwsbrief toegelicht zal worden.

WT4.jpgIn het laatste nummer van de lopende jaargang van Wt (Wetenschappelijke tijdingen) schetst Etienne Verhoeyen een beeld van een geheime groep (Sondergruppe Student, genaamd naar de beroemde generaal Kurt Student) die betrokken was bij de voorbereiding (1939-1940) van de Militärverwaltung in België en waarover nog niet eerder gepubliceerd werd.

De samenstelling en werkzaamheden van de groep laten goed de diverse netwerken zien die voor de Duitse inval hun tentakels uitstaken naar België en Nederland en elk op hun manier belangstelling hadden voor de Flamenfrage.

De repressie van het activisme na de Eerste Wereldoorlog werd al door meerdere historici behandeld, echter zonder te steunen, aldus Jos Monballyu,

op 'de bron bij uitstek' voor het beschrijven van deze repressie, zijnde de gerechtelijke archieven van de verschillende instanties die deze strafrechtelijke repressie na de Eerste Wereldoorlog uitoefenden.

De studie van Monballyu vult die leemte aan. Onder de titel 'Het uur van de vergelding' handelt hij over de Vlaamse activisten voor de krijgsraad van het Groot Hoofdkwartier van het Leger (23 januari tot 30 juni 1919).

De jezuïet Jozef Van Opdenbosch (1892-1944), “een boegbeeld van het integraal-katholieke Vlaams-nationalisme in het interbellum” wordt door Christian de Borchgrave bedacht met een verhelderende monografie.

Ook het recente verleden komt aan bod. Frank Seberechts staat stil bij een brief van Jef François aan Leo Poppe over de oppositie rondom het Egmontpact en de ontstaansomstandigheden van het Vlaams Blok.

deAUTEUR.jpgGust van Brussel en Willem M. Roggeman staan centraal in het decembernummer van De Auteur, het tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen.

HFJ

Nieuwsbrief Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode, viermaandelijks tijdschrift, jg. 15, nr. 3, december 2010, januari, februari, maart 2011, ill.

Beatrijs van Craenenbroeck, Wezelsebaan 250, 2900 Schoten.

Wetenschappelijke tijdingen, driemaandelijks tijdschrift uitgegeven door het ADVN, jg. 69, nr. 4, december 2010.

ADVN, Lange Leemstraat 26, 2018 Antwerpen.

De Auteur, driemaandelijks tijdschrift, december 2010, ill.

Ferre Denis, Sporthalplein 201, 2610 Wilrijk.

Partager cet article
Repost0
27 décembre 2010 1 27 /12 /décembre /2010 05:08

 

Eerstdaags verwacht ik de jongste aflevering in de bus van de Nieuwsbrief van de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode, waarin ik een eerste bijdrage publiceer over de documentaire varianteneditie van De moerbeitoppen ruischten, “de definitieve ontvoogding van de Wilderodestudie”.

 

DDKbeatrijs.jpg

Antwerpen 2009 Beatrijs van Craenenbroeck ontfutselt mij een belofte

in het Letterenhuis

Ik kan moeilijk neen zeggen. Bij de uitreiking van De Diamanten Kogel 2009 wist Beatrijs van Craenenbroeck mij dus zonder veel moeite de belofte te ontfutselen een bijdrage te schrijven voor deNieuwsbrief IVA. Belofte maakt schuld, en ik ben haar dankbaar, want daardoor ging ik opnieuw de confrontatie aan met een oeuvre dat mij sinds zowat de tweede helft van de jaren tachtig op ambigue wijze (en om meerdere, uiteenlopende redenen) wist te boeien. Dat resulteerde in een memorabele avond ten huize Van Craenenbroeck in Schoten en in een eerste bijdrage dat in september verscheen: “De weldaad van de schemering”. (Nieuwsbrief IVA, 15de jg., nr. 2, pp. 9-17).

SchotenAugustus.jpg

Schoten 2010: van l. naar r.: Pruts Lantsoght, HFJ, Beatrijs van Craenenbroeck,

Frank Ivo van Damme, Hugo Goris (foto:Joke van den Brandt)

 

Uiteraard hadden de lezers van de Nieuwsbriefde primeur, maar nu de nieuwe aflevering in aantocht is, heb ik er geen moeite mee hierna een ingekorte versie van mijn bijdrage hier te publiceren.

*

De samenstellers van de ophefmakende anthologie Hotel New Flandres, de eerste bloemlezers in decennia die andere dan louter subjectieve criteria hanteerden, verklaren uitdrukkelijk dat ze zich genoodzaakt zagen

de beeldvorming rond bepaalde oeuvres te corrigeren. Modes, machtsposities, fixaties van critici, beperkingen van de media etc., hebben ervoor gezorgd dat sommige oeuvres jarenlang zijn genegeerd, terwijl de publieke zichtbaarheid van andere oeuvres niet overeenstemt met hun veeleer bescheiden of relatieve rol in de ontwikkeling van de Vlaamse poëzie. [1]

Tot de oeuvres die genegeerd werden, rekenen ze dat van Anton van Wilderode. Dat is natuurlijk slechts gedeeltelijk juist. Van Wilderode was “bij katholieke lezers de populairste levende Vlaamse dichter”, aldus Gaston Durnez anno 1982. [2] Hij werd allerminst miskend: hij kreeg o.m. de prijs van de Vlaamse provincies, de Staatsprijs en een ere-doctoraat van de KUL. In de dominante kritiek kreeg hij echter zelden de aandacht die zijn oeuvre onmiskenbaar verdient. Ik aarzel niet dit toe te schrijven aan het feit , primo dat hij priester was en, secundo dat hij geëngageerde teksten schreef voor de Ijzerbedevaart; wat maakte dat hij in bepaalde literaire kringen bewust geïgnoreerd werd.

*

De aandacht van de ten onrechte zo omstreden bloemlezers van Hotel New Flandres ging prioritair naar 'paradigmadichters' (bijv. Paul van Ostaijen, Hugo Claus en Herman de Coninck).

Dichters die we vijf sterren toekennen zijn de dichters die een nieuw paradigma in de poëzie hebben geïnstalleerd. We noemen ze dan ook 'paradigmadichters'. Bepaalde teksten uit hun oeuvre hebben bijgedragen tot veranderde opvattingen over poëzie en kunnen worden beschouwd als innovaties van het poëtische systeem. [3]

De 'oeuvredichters' constitueren de tweede categorie.

Dit is misschien wel de belangrijkste categorie uit de hele bloemlezing. Viersterrendichters zijn typische oeuvredichters. Tijdens hun loopbaan hebben ze diverse bundels van bovengemiddelde kwaliteit gepubliceerd. Ze hebben met andere woorden een kwalitatief hoogstaand oeuvre uitgebouwd dat doorgaans op zichzelf staat. Hun werk ontwikkelt zich los van modes of stijlen […], waardoor het een zekere autonomie krijgt. […] Soms verwerft hun oeuvre pas een zekere autonomie wanneer het paradigma waartoe ze aanvankelijk behoorden van de voorgrond is verdreven. [4]

Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters onderstrepen dat het werk van 'oeuvredichters' als een Anton van Wilderode, Christine D'haen of Stefaan Hertmans, vergeleken bij dat van paradigmadichters als Jotie T'Hooft en Herman de Coninck, “uiteindelijk complexer, rijker en overallinteressanter is.” [5]

Zo is het werk van Van Wilderode, Hertmans, Willy Roggeman, Spinoy, D'haen, Van de Kerckhove, e.a. van groter belang voor de ontwikkeling van de poëzie dan het bekendere werk van Lanoye, Van Vliet of Moeyaert. [6]

Wat Van Wilderode betreft, wijzen de bloemlezers daarbij expliciet op het belang van bundels als De overoever (1981) en De Vlinderboom (1985). [7]

*

In het (versluierd) programmatische titelgedicht 'De Vlinderboom', dat als ouverture fungeert, staat het fundamentele thema van de bundel aangegeven: dwarrelen, zweven, vliegen, opstijgen, de hemelvaart – het “ascensionele” thema dat ook als vliegtocht en vleugelspanning [8] in vele culturen vertolkt wordt.

Rond de vlinderboom,

Van overal een zweven, een doodstil

verzamelen van vleugels en petalen

die samen wiegelen en ademhalen

op de beweging van eenzelfde wil. (p. 7)

Zweven, vleugels, ademhalen...

In de christelijke symboliek is de vlinder symbool van Adam en van de ziel. [9] In het oud Grieks betekent ψυχη (psychè) zowel (gedesincarneerde) ziel als vlinder. Symbolisch staat de vlinder voor de ziel (de adem) en haar onsterfelijkheid, maar ook voor het efemere, onbestendige, voorbijgaande karakter der dingen, en uiteindelijk ook voor lichtzinnigheid en onstandvastigheid (fladderen, vlinderen...).

Ingeleid door het titelgedicht, telt de bundel 96 gedichten van drie vierregelige strofen in vijfvoetige jamben met omarmend rijm (de eerste regel rijmt op de vierde, de tweede op de derde). De jambe (uit twee lettergrepen bestaande versvoet waarvan de tweede de klemtoon heeft) is de meest gebruikte versvoet in de Nederlandse dichtkunst (en in de Engelse overigens) omdat hij het sterkst in onze spreektaal verankerd ligt. Vandaar ook de veelvuldig voorkomende hypercatalectische jamben (met een extra lettergreep aan het eind, wanneer het slotwoord een meervoudsvorm, een verleden tijd of meervoudige werkwoordstijd is).

Keizer Karel (°1500 in het Prinsenhof in Gent) deed in 1556 afstand van zijn troon en vertrok vanuit Vlissingen naar het klooster van San Jerónimo de Yuste, in Estramadura, waar hij tot aan zijn dood op 21 september 1558 verbleef. In 1984 deed Anton van Wilderode de reis van Carolus Quintus over. In De Vlinderboom brengt de dichter een historisch gedocumenteerd, poëtisch reisverslag. Summiere aantekeningen en een minimaal notenapparaat helpen de lezer die niet meteen vertrouwd is met leven en werken van keizer Karel op weg.

De bundel bestaat uit drie bewegingen: 'De weg naar Yuste' (het reisverhaal), 'De weg weleer' (het levensverhaal), 'De weg weldra' (het stervensverhaal).

In 'Carlos in Yuste', het eerste gedicht van de eerste beweging identificeert de dichter zich met de figuur van de keizer.

Ik zit achter de tralies van het raam

met niets dan wachten, op wat overbleef

uit zoveel as van opgebrande dromen,

de vogel feniks in een nis van bomen

die mij doet zien en horen dat ik leef.

 

De arend van voordien, agaat en git

die goedgespierd over het dal planeerde

zijn buit beloerde vastgreep en verteerde, –

de arend bidt. (p. 11)

De Vlinderboom is immers ook een meditatie over de macht en het menselijk tekort, waarbij o.m. het vanitas-motief en mineur de toon aangeeft. Een bepaalde vorm van 'Unheimlichkeit', van exil-achtige onbehuisdheid klinkt door de hele bundel: “Ik woonde nooit en nergens” (p. 29); “met niets dan namen is mijn nacht gevuld” (p. 40); “Als mij de nacht bereikt ben ik alleen” (p. 31); “De man die ik niet ben en nooit kan zijn / hangt weerloos in een webbe van legenden” (p. 12)

Op de rand van een mystiek gevoel ervaart de vroegoude keizer scherp de volheid van de alledaagse ogenblikken. De beroesde aandacht van de adelaar keert ontnuchterd terug tot de kleine dingen. Le Cardinal d'Espagne van Henry de Montherlant, maar dan zonder de intellectuele hoogmoed. [10] Niet het aedificabo ut destruam, gewoonweg het langzaam verglijden naar een onthechting die het kleinste voorval in het naaktste licht situeert, waarbij elk beeld zich zowat aandient als een transparant schilderij van Morandi en elk gevoel de eerste ochtend en de laatste dag moduleert. “In ruil de stilte die ik langzaam leer”. (p. 27)

In de tweede beweging, 'De weg weleer', blikt de ik-figuur terug op een verleden dat almaar reëler wordt, tastbaar aanwezig als het ware:

Al wat mij toekomt uit de keldermond

van mijn verleden wil ik niet vergeten,

wordt werkelijker dan de dag van heden

en vloeit als licht de kamer in en rond.( p. 43)

Mensen en oorden geven aanleiding tot ik-betrokken of onthechte mijmering: vader Filips (de Schone), leermeester Adriaan Florensz. Boeyens, echtgenote Isabella van Portugal, moeder Johanna van Castilië, de Waanzinnige, zoon Filips II, bastaard Jerónimo, beter bekend als Don Juan van Oostenrijk; de huwelijksreis, de geboorte van Filips te Valladolid, de pralerige ontvangst door admiraal Doria te Genua, de bestraffing van Gent in februari 1540, de abdicatie op 15 oktober 1555 in de Brusselse Koudenberg (ook behandeld door Michielde Swaen in De Zedighe dood van Keizer Karel of Mort Morale)... Daarbij legt Van Wilderode de verrukkelijke, sensuele vergankelijkheid van het ogenblik weelderig en trefzeker vast, zoals bijv. in de vijf Granada-gedichten.

De gedichten over de brutale bestraffing van de rebellie van de geboortestad Gent moduleren de zo onmodieuze thema's van staatsraison en eenzaamheid van de macht: “Macht heeft de bijsmaak van bitter kruid.” De moedergedichten brengen een weliswaar stereotiep maar niettemin aangrijpend beeld van Johanna de Waanzinnige. In de pupillen van Filips II, die zijn vader “nooit meer recht in het gezicht” kijkt, draait “de stille bewolkte hemel [... ] met veel meer vlokken duisternis dan licht”. De vermoeide persoonlijkheid van de door plichtbesef geplaagde en verstijfde Habsburger komt wellicht het sterkst aan bod aan het gedicht “Koudenberg (4)”:

...een vroegoud man die door het glas

waarop de najaarszon zat zat te kijken

en op geen ander wezen wil gelijken

dan op de knaap die hij veel vroeger was. (p. 70)

De derde beweging, 'De weg weldra', verwijst naar “een land verder”, naar een “voortdurend smaller leefgebied”. Verinnerlijking en verdieping. Dagelijkse dingen, een laatste vertederde maar reeds transparante band met de natuur, soms wat weemoed, de blik gericht op de overoever – dat alles neigt reeds naar de dood die door de dichter benaderd wordt als

één amper ogenblik

(de leeggedronken beker valt aan scherven)

of een langdurig langzaam henesterven

(de wortelstok geleidelijk losgewrikt).

 

Zal het des nachts zijn zonder ander licht

dan wat de maan laat in de kleine ruiten,

misschien een morgen als het dag wordt buiten

of binst de weldaad van de schemering?

 

Zal het najaar zijn in grijs en rood,

verrukkelijk een lentedag vol vlinders

of als het koud wordt en wanhopig bitter?

En dan de dood, denk ik, en dan de dood. (p. 109)

*

De ontdekking, in 1990, van het paleis van Karel V te Yuste betekende voor de dichter en essayist Marc Quaghebeur (°1947, gedelegeerd-bestuurder van het AML, Archives & Musée de la Littérature te Brussel) een ware schok. Zijn belangstelling voor de keizer en de XVIdeeeuw werd erdoor verhevigd, wat uitmondde in een aantal publicaties. [11] In de novelle La nuitde Yuste[12]komen zowel een onbestemde verteller als de keizer zelf aan het woord.

Net als De Vlinderboom bestaat de novelle La nuit de Yuste uit drie bewegingen ('La nuit de Yuste'; 'Si loin, l'Escaut' en 'Les grandes eaux'). Net als bij Van Wilderode kan ze gelezen worden als een reis-, levens- en stervensverhaal. In beide boeken overschouwt de keizer zijn leven en mediteert hij over tijd, macht en vergankelijkheid, waarbij het vanitas-motief centraal staat. Er zijn nog meer raakpunten.

Het thematische parallellisme tussen beide boeken ligt trouwens voor de hand: beide schrijvers nemen immers de concrete levensloop van Carolus Quintus als uitgangspunt van hun pregnante literaire evocatie.

Romancier, toneelschrijver en criticus Jacques De Decker (°1945) stipt aan:

Quaghebeur saisit l'empereur dans sa dernière demeure, dans la résidence de Yuste où il finit ses jours. Personne, jusqu'à présent, et cette négligence laisse pantois, n'avait pensé à approcher le personnage de cette manière. Elle fournit pourtant la clé d'une personnalité qui fascine Quaghebeur, auteur de textes savants à son propos, et qui ici use des instruments de l'intuition poétique pour arriver à ses fins. [13]

Dat Jacques De Decker stomverbaasd was dat voor Quaghebeur niemand er ooit aan dacht Carolus Quintus te benaderen vanuit die laatste jaren van in Yuste, vond ik destijds symptomatisch. De Decker, vast secretaris van de Académie royale de Langue et de Littérature françaises, is een van de weinige Franstalige critici die goed vertrouwd is met de Vlaamse letteren. Maar ook hij was kennelijk het slachtoffer, tot mijn verbazing, van de door (de betoelagende instellingen en) de media opgedrongen (bewust of door onwetendheid vervalste) canon. Geen Van Wilderode dus wel bijvoorbeeld Hilde Ketteleer in de bloemlezing van Francis Dannemark, Ici on parle flamand & français. Une fameuse collection de poèmes belges, (Bordeaux, Le Castor Astral, 2005).

*

De Spaanse vertaling van La nuit de Yuste werd bezorgd door Patricia Pareja Ríos en Yolanda San-Roman (Universidad de Las Palmas de Gran Canaria).

Cette courte nouvelle, écrite entre la prose et la poésie, apparaît sous forme de monologue celui d'un vieil homme au crépuscule de sa vie: l'Empereur remémore en une nuit toute son existence, dans un flux rompu de phrases courtes qui se réduisent parfois à un seul mot, à un silence.

Flux et reflux, expansion ou contraction du texte qui balance entre une vie qui s'achève – mort imminente – et une naissance intérieure, re-naissance accomplie à la fin de l'œuvre.

C'est à ce jeu stylistique constant, entre digressions et élisions, entre constructions et déconstructions, que nous nous sommes attelées.[14]

De zelfprojectie en (gedeeltelijke) vereenzelviging van Van Wilderode met Carolus wordt vertolkt in een klassiek, gebonden discours in de eerste persoon, terwijl de empathie van Quaghebeur met de keizer tot uitdrukking komt middels alle poëticale procédé's van de gelaagde (post-)moderne retoriek.

*

Frans Terrie wijst op tal van “autobiografische trekjes” in De Vlinderboom, waardoor het geheel iets krijgt “van een afrekening met de macht, omdat de hoofdfiguur de voosheid ervan gaat doorzien en meteen voor ons […] een menselijker gelaat krijgt.” Hij wijst op het orgelpunt van het gedicht 'Kerstdag 1557': “de 'ik' wil met de stoet opstappen van zij 'die enkel moed bezitten en geen macht'.”

Alleen maar moed... en men kan denken aan Marnix Gijsens “Joachim van Babylon”, die aan het einde van z'n menselijke wedervaren, zijn lezer deze les ten beste geeft: “...zoek het kostbaarste kruid dat groeit op deze aarde: moed. Waar gij het ook vinden moogt, pluk het.” Maar bij een dichter als Anton van Wilderode mogen we toch nog eerder denken aan de mattheaanse zaligspreking: “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten”. En die zachtmoedigheid is een woord met een breed spectrum van betekenissen, gaande van deemoed tot moed om te vertrouwen op het zachte geweld van de liefde. [15]

Niet alleen Mattheüs 5 : 5, ook het geheel van de mattheaanse zaligsprekingen is van toepassing op het engagement van de dichter Van Wilderode. Als schrijver van teksten voor de IJzerbedevaart revindiceerde hij impliciet de kwalificatie van geëngageerde dichter. In De Standaard (11 april 1975) formuleerde Van Wilderode een retorische maar niet minder scherpzinnige vraag die aandacht verdient en niets aan actualiteit ingeboet heeft:

Waarom spreekt men alleen over 'gelegenheidspoëzie' als het Vlaamse teksten betreft en over 'geëngageerde' poëzie wanneer het gaat over Vietnam, Chili en Cuba, zelfs ter gelegenheid van manifestaties als Poëzie in het Paleis of Nacht van de poëzie?

Het diep gewortelde engagement van Van Wilderode is doortrokken van die stille maar sterke zachtmoedigheid waar Frans Terrie op wees en heeft vormelijk niets te maken met de martiale cadans en de holle luidruchtigheid van de meeste strijdgedichten. Dat verwaarloosde aspect van zijn dichterschap verdient trouwens een grondig onderzoek.

Misschien is het hier in dat verband de gelegenheid om even in herinnering te brengen dat Anton van Wilderode, samen met Louis Paul Boon, André Demedts, Marnix Gijsen, Hubert Lampo, Maria Rosseels, Gerard Walschap en Albert Westerlinck, in 1976 de Verklaring van de Acht ondertekende, waarin werd opgeroepen om de taalgrens en de afbakening van Brussel-19 als definitief te beschouwen. De 'Acht' traden daarbij in het voetspoor van Herman Teirlinck en Stijn Streuvels, die in 1959 een Publieke verklaring aflegden, waarin gesteld werd:

Laat iedere Belg vrij uitgaan door het land en zich vestigen waar hij wil. Hij verlieze echter nooit uit het oog dat hij een onschendbaar taalgebied is binnengetreden, waar hij hoe dan ook geen voorrechten voor eigen taal heeft te doen gelden.

Er mag onder geen voorwendsel worden getornd aan het heilig recht voor beide taalgemeenschappen om de volstrekte onaantastbaarheid op te eisen van beider geboortegrond.

Met deze alarmkreet hebben ondergetekenden hun geweten laten spreken.[16]

*

Anton van Wilderode is niet alleen een virtuoos vakman, maar ook een begenadigde dichter die de ogenschijnlijke sereniteit van een beheerst classicisme als vanzelfsprekend weet te verbinden met de meest subjectieve ervaring die hij echter in haar universaliteit weet te vatten. Het oeuvre, aan geen mode schatplichtig, dat hij in de loop der jaren geruisloos opbouwde, is uit de Nederlandse poëzie niet meer weg te denken. Hij behoort daarbij tot de dichters die hun hoogste creatieve vlucht op rijpere leeftijd hebben ontplooid.

Buiten de filosofische dimensie (de eenzaamheid, de geworpenheid, de schuld die door loutering opgeheven worden, de herwaardering van de eenvoudige dingen des levens en het scherpe bewustzijn van hun verankering in een metafysische dimensie) die Van Wilderode uitermate ligt en in zijn oeuvre ruimschoots aan bod komt, geeft hij in De Vlinderboom ook uiting aan zijn kritische fascinatie door de machtsuitoefening en het goede gezag.

De aandachtige lezer zal merken dat in De Vlinderboom het engagement van Anton van Wilderode als het ware geëpureerd en discreet aan bod komt, op een tegelijk onthullende en verhullende wijze, minder herkenbaar, tijds- en plaatsgebonden dan in de voortreffelijke strijdteksten die hij schreef, maar daarom nog niet minder pregnant.

Tussen klassieke onthechting en lyrische bewogenheid waart het spook van de overwonnen melancholie in de eens te meer voortreffelijke en suggestieve verzen van DeVlinderboom.

Henri-Floris JESPERS

(1) Dirk VAN BASTELAERE, Erwin JANS en Patrick PEETERS, Hotel New Flandres. 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005, Gent, Poëziecentrum, 2008, p. 16.

(2) Gaston DURNEZ, Vlaamse schrijvers. Vijfentwintig portretten, Antwerpen / Amsterdam, Manteau, 1982.

(3) VAN BASTELAERE, E. JANS en P. PEETERS, op. cit., p. 17.

(4) Ib., pp. 19-20.

(5) Ib., p. 21.

(6) Ib., p. 16.

(7) Ib., p. 27.

(8) Cf. Gilbert DURAND, Les structures anthropologiques de l'imaginaire, Paris, Presses Universitaires de France, 1963.

(9) Dom Bruno VAN HAVERE O.S.B., Het zinnebeeld in de kristelijke kunst, Dendermonde, St. Pieters en Paulus' Abdij, 1935, p. 8.

(10) Henry DE MONTHERLANT, Le Cardinal d'Espagne, Paris, Gallimard, 1960.

(11) Zie o.m. Marc QUAGHEBEUR and Catherine LABIO, 'The Sixteenth Century: A Decisive Myth', in :Yale French Studies, No. 102 , Belgian Memories, Yale University Press, 2002, pp. 115-141; Marc QUAGHEBEUR, 'Le XVIe siècle: un mythe fondateur de la Belgique', in:Textyles, no 28, La Belgique avant la Belgique, Bruxelles, Le Cri, 2005, pp. 30-45.

(12) Marc QUAGHEBEUR, La nuit de Yuste, Bruxelles, Le Cormier, 2000. Tien jaar eerder verscheen al een fragment: 'La nuit de Yuste',in L'Année nouvelle, Bruxelles, les Éperonniers, 1990, pp. 227-230.

(13) Jacques DE DECKER, 'Schmitz, Quaghebeur, Brogniet: voix royales', in: Le Soir, 14 février 2001.

(14) Patricia PAREJA RÍOS & Yolanda SAN-ROMAN, 'La nuit de Yuste', in: IV Coloquio de la Asociación de Profesores de Francés de la Universidad Española. Traducción e Interpretación, pp. 697-704.

(15) E.H. Frans TERRIE, 'Kerstdag 1557', in: Nieuwsbrief IVA, Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode, 14e jaargang, nr. 3, december 2009, januari, februari, maart 2010, pp. 15.

(16) Volledige tekst in: Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, nr. 113-114, 26 maart 2008. Zie ook: http://mededelingen.over-blog.com/article-18125553.html

Partager cet article
Repost0
24 décembre 2010 5 24 /12 /décembre /2010 09:15

 

FrancisDePreter.jpg

Begin december, in een bruine omslag van de Provincie Antwerpen, trof ik de bundel van Langs wegen en omwegen in de bus.

Francis de Preter (°1932) loopt zelden in de kijker maar heeft ondertussen een oeuvre opgebouwd dat terecht bekroond werd met de Basiel Decraeneprijs, de Blanka Gyselenprijs en de A. Merghelynckprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde. Hij publiceert spaarzaam en weloverwogen, a rato van zowat een bundel om de tien jaar. Francis de Preter kan niet beschouwd worden als een baanbrekend of grensverleggend dichter, maar haalt wel bundel na bundel een constant niveau van kwaliteit. In een romantische bui zou ik Staatsprijswinnaar René Verbeeck (1904-1979) citeren: “Vlaanderen, ook de stillen werken aan u”.

Francis de Preter behoort ongetwijfeld tot die 'stillen' die weinig naambekendheid genieten, maar waarvan de bespiegelende maar altijd toegankelijke poëzie terecht gewaardeerd werd en wordt door critici van diverse pluimage.

Bovendien onderscheidde De Preter zich met de voortreffelijke vertaling van Franse, Duitse en Spaanse poëzie.

In Langs wegen en omwegen komt de vertrouwde thematiek van de dichter ten volle aan bod: een sterk natuurgevoel verbonden met een contemplatieve, aan het mystieke grenzende levenshouding, zoals exemplarisch blijkt uit bijv. het gedicht 'Landschappen'.

Uitgeverij Demer Press, een initiatief van de Nederlandse dichteres Hannie Rouweler (°1951), is een kleinschalige e-uitgever die poëzie toegankelijk wil maken voor iedereen. Met haar fonds, dat naast de e-editie ook een papieren editie publiceert, maakt ze zich ook verdienstelijk met vertalingen van Vlaamse en Nederlandse dichters in het Engels.

Henri-Floris JESPERS

Francis DE PRETER, Langs wegen en omwegen, Demer Uitgeverij, 2010, 72 p., met pentekeningen van de dichter, 16 €.

Partager cet article
Repost0
24 décembre 2010 5 24 /12 /décembre /2010 08:52

 

GirerikJ.jpg

Gisteren viel het winternummer van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift in de bus. Paul Joostens overleed vijftig jaar geleden. De redactie vond het jammer dat niemand daar aandacht aan besteedde, deed een beroep op Alain Germoz en Henri-Floris Jespers en koos als voorplat het schilderij L'Ensorceleuse – Marlène Dietrich (1945, olie op doek, 100 x 100) van Joostens.

Alain Germoz, die Joostens zeventig jaar geleden leerde kennen, getuigt in 'Herinnering aan Paul Joostens' (pp. 6-7):

Onmiddellijk voelde ik de contrasten en wist dat hij nooit precies was zoals hij zich voordeed. Hij kon heel vriendelijk zijn, heel mechant, nijdig, sarcastisch, aardig, lief, vals, hypocriet, en zo meer. Wellicht zijn de meeste mensen in zekere mate met hetzelfde belast, doch nooit is die complexiteit zo hevig en op zo een soms duivelse manier bij mij overgekomen.

Paul Joostens schreef verschrikkelijke dingen over Jan en alleman en desgevallend het tegenovergestelde naargelang de gebeurtenissen [...] in brieven of in zijn dagboek. In een heel persoonlijke taal wat geest en stijl betreft […]. Al was het bij Joostens vooral in het Frans, toch was het soms doorspekt met Vlaams of Antwerps en met uitdrukkingen van eigen maaksel.

In de loop der jaren heb ik in het Bulletin de la Fondation ça ira meerdere bijdragen gepubliceerd over Joostens in de jaren veertig en vijftig. Nu ging mijn aandacht naar de jaren twintig: 'Paul Joostens: geen toom, geen wet, 'wel' ik & kunst is luxe...' (pp. 8-21).

Joostens schreef in 1926 aan zijn vriend Jos. Leonard dat zijn artistieke carrière in 1923 afgesloten was en dat hij zichzelf sedertdien overleefde. « Tout est couru et il ne sert plus de courir car on part toujours en retard. »Zowat een halfjaar later slaakte hij echter een vreugdekreet:

Poupoule fait de la peinture (…). Son seul modèle et père nourricier est le grand et unique Memling. (…) Chaque jour mes yeux baignent la Pureté des Primitifs au soleil nègre. (…)  Peinture = Plénitude absolue.”

De crisis was overwonnen, de gotiek zou Joostens nooit meer loslaten.

Guy Commerman vertaalde de 'Ode à Paul Joostens' (pp. 25-28) van de schandelijk doodgezwegen dichter Étienne Schoonhoven, aan wie Marc Zwijsen een beknopte bio-bibliografische notitie wijdt.

*

Signaleren we verder proza van de doorgewinterde romancière Nicole Verschoore (vertaald door Guy Commerman) en van debutant Jan Sonneveld.

Frans Boenders vertaalde zendichters over de dood (uit de Engelse versie van Yoel Hoffmanns Japanese Death Poems, Tokyo, 1986) en brengt zuinige maar niet minder savante kwatrijnen, 'Japanse beelden', waaronder het suggestieve gedicht 'Mishima Yukio'. Ook Francis de Preter komt regelmatig aan bod in Gierik – en terecht. Nu is hij aanwezig met enkele gedichten uit zijn pas verschenen bundel Langs wegen en omwegen (waarover meer in een volgende aflevering). Joris Ivens vertaalde gekke gedichten van Patrick Galvin (°1927), een Ierse dichter uit Cork die in 2003 getroffen werd door een ernstige beroerte maar nog altijd poëzie schrijft.

Hier leven alleen gekken

Die spiegels tegen de muur schilderen

En tekeer gaan tegen hun eigen spiegelbeeld.

Van Lukas de Vos wordt een recensie van Frank Pollux' Het Gelijk van Heisenberg opgenomen, op 31 maart 2010 al verschenen in Knack.Boekenburen. Jos Oostvogels breit wat zuurzoet commentaar bij Een vage buitenlander, terug naar Engeland van Benno Barnard, “ten onzent tegenwoordig meer in het nieuws dan de BB die met Et Dieu créa la femme bekendheid verwierf”... (Tussen haakjes, anekdote wordt met 'k' gespeld.)

Ik ben benieuwd naar de eerstkomende aflevering van Gierik die zal gaan over “literatuur, collaboratie, verzet, solidariteit in Antwerpen tijdens wereldoorlog II”.

Waarom maak ik toch zoveel woorden vuil aan een tijdschrift dat door het Vlaams Fonds voor de Letteren niet eens één euro toelage waardig wordt geacht...?

Henri-Floris JESPERS

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift 109, 28ste jg., nr. 4, winter 2010, 76 p., ill., 7 € (buitenland: 11 €).

Redactiesecretaris: Guy Commerman, Kruishofstraat 144/98, 2020 Antwerpen.

Abonnement: 25 € per jaargang (4 nummers), inclusief portokosten. Europese Unie: 35 €.

Betaling: België: rekening 068-2237695-29 van Gierik & NVT. Buitenland: IBAN BE26-0682-2376-9529

BIC-code GKCC BE BB

Partager cet article
Repost0
23 décembre 2010 4 23 /12 /décembre /2010 22:00

 

BertBevers2.jpg

De postbode is de enige niet die precieus drukwerk brengt. Een aantal dagen geleden vond ik Andere taal in de bus, de nieuwe bundel van Bert Bevers die hier al aangekondigd werd op 27 juli: http://mededelingen.over-blog.com/article-onuitgegeven-bert-bevers-andere-taal-nieuwe-bundel-54518895.html


Ochtend


De facteur plaatst op de bel zijn vingerafdruk

over die van het bezoek van gisteren heen.

Ik krijg van hem een omslag met gestuurde

zinnen die door iemand anders in een volgorde

zijn gezet. Er hoeft nog geen mirakel plaats

 

te vinden denk ik opgelucht, als de ruimte

tussen twee handpalmen die vaneen wijken.

 

De beheerste poëzie van Bert Bevers is rijk aan gedachten en denkbeelden, scherp en intelligent geformuleerd, balancerend tussen klassieke vormvastheid en experimentele ontregeling. Door onverwachte gedachtenkronkels word je soms bevangen door een ondefinieerbaar gevoel dat iets weg heeft van fascinerende hoogtevrees.

Bij de presentatie van Andere Taalin de Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen op zaterdag 11 december onderstreepte Richard Foqué dat het dichterschap van Bert Bevers geworteld is in de Vijftigers. Maar

hij is zijn eigen weg gegaan en heeft een persoonlijk schrijversschap ontwikkeld, wars van alle postmoderne stromingen, wars van de waan van de dag. Hij is tezelfdertijd de nauwgezette observator en de geobserveerde. Hij kijkt kritisch naar de wereld rondom hem maar hij is zich er van bewust dat hij zelf deel is van die wereld. In de achtergrond is de zelfreflectie steeds als hoeksteen aanwezig. Die introduceert loutering en legitimeert de fundamentele zijnsvragen, waarmee hij in zijn gedichten de lezer confronteert.

BertBevers1.jpg

In dezelfde enveloppe trof een kleinood, een klein geschenk van Bob Bakker Makelaardij te Bergen op Zoom ter gelegenheid van de jaarwisseling: drie gedichten van Bert Bevers bij drie ingeplakte, bewerkte kleurenfoto's van Ron Scherpenisse, die ook zorg droeg voor de elegante vormgeving en uitvoering van die Scènes zonder nooduitgang.

BertBeversZP.jpg

...men is niet hard zonder reden, er is geen hart zonder rede.

Verleden heeft niets aan nieuwe plannen.”

Henri-Floris JESPERS

Bert BEVERS, Andere taal, Antwerpen, Litera Este, 2010, 47 p. Gek genoeg heeft de bundel geen ISBN nummer, noch melding van het wettrelijk depot.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche