Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
17 janvier 2011 1 17 /01 /janvier /2011 08:53

Het socio-cultureel Centrum Elzenveld organiseert een grote expositie van het recente plastische werk van de Antwerpse schrijfster en beeldende kunstenaar Lucienne Stassaert, die op 10 januari 2011 haar vijfenzeventigste verjaardag vierde.

Roger de Neef, leidde de tentoonstelling in tijdens de vernissage die op vrijdagavond 14 januari 2011 plaatsvond. Hierna volgt de tekst van zijn toelichting.

Lucienne.jpg

Lucienne Stassaert schrijft, tekent, musiceerde en speelde piano; zij schildert nog altijd.

Hoewel zij uiteenlopende genres en disciplines beoefent, kennen we haar – wegens haar regelmatig en vrij hoog publicatieritme – vooral door haar gedichten, meer in het bijzonder door de dichte portretten van vrouwelijke eminente figuren uit de kunstwereld zoals de middeleeuwse vroege mystica Hadewych, Emily Dickinson en Sylvia Plath uit de V.S., de Franse beeldhouwster Camille Claudel en de Belgische surrealistische schilderes Rachel Baes.

In het licht van genoemde voorbeelden die in feite geen voorbeelden zijn maar eenlingen, heeft Lucienne Stassaert met eigen inzichten spiegeleffecten en levenservaring, een soort handleiding geschreven over de menselijke verlatenheid én het verlies. Ik verduidelijk mij:

zo heeft Lucienne een zichtrekening geopend op de dood in een heldere maar gemartelde taal die vaak het element tijd of tijdnood bezweert en zich daarom onophoudelijk bezeert. Zo heeft Lucienne reeds in 1981 in de bundel Nachtglas geschreven: De tijd is een open graf (en) de dood is een refrein en ik, geacht publiek, ga nog even door met de poëzie van Lucienne omdat de toon en de obsessionele sfeer vol radicale emoties ervan, vaak gelijklopend is met de manier waarop zij met verf en licht, zich een toegang en tezelfdertijd een uitweg schildert tot en uit haar eigen privé gevangenis, voorbij de laatste deur. En in dat opzicht verwijs ik naar enkele subtiele schilderijen op de tentoonstelling met als titel

In de cel en het mooie maar vaag gehouden dubbele vagevuurportret Het meisje en de dood: een afsplitsing van zichzelf, een niet te overbruggen parabel die gelijkt op die van De tuinman en de dood omdat ook hier het rendez-vous centraal staat. Voorts die mislukte heling en misleiding van de tijd en een verwijzing naar Le Gué, een doek van Rachel Baes waaraan Lucienne in 2003 in de bundel Als later dan nog bestaat enkele verzen heeft gewijd.

 

Nogmaals: Lucienne Stassaert schildert en schrijft. Telkens hangt zij haar gedichten op in de ontgrensde leegte van het lege blad.

Blad na blad worden de woorden door haar gekozen en in een strikte volgorde tot verzen verwerkt en omgebogen. Dat alles omzoomd door het wit, voor en na en tussen elke regel.

En het geheel van de tekst – noem dat het boek – is aangerand, is omrand met het wit van de stilte.

 

Je mag dus stellen dat Lucienne voldoende métier en ervaring heeft met de roep en de roeping van de taal: noem het onze gemeenschappelijke woonruimte, dat lichaam dat wij met ons lichaam gebruiken om er mee te communiceren. En daarnaast –alleszins evenveel – heeft Lucienne ervaring met de keerzijde van de taal, met de stilte.

Daarbij gaat het niet om het gebruik van de stilte als contrastwerking; evenmin als begeleiding en ondersteuning van omgevingsgeluiden.

Dus niet de stilte als medeklinker maar de heersende de absolute stilte die oorverdovend klinkt. De stilte die volledig vol is en volledig leeg.

De stilte waaruit en waarmee de meest intieme schilderijen en tekeningen op deze tentoonstelling in het Elzenveld zijn gemaakt en

- het liefst nog door ons - ongeschonden moeten kunnen gelezen worden.

Te meer omdat de landschappen die Lucienne ons voorstelt nooit echt zijn begonnen. Evenmin gaat het om beëindigde of verzonnen landschappen. Lucienne schildert aanwijzingen volop onderweg. Aanwijzingen en allegorieën die met extreem zuinige middelen door Lucienne enkel worden verbeeld.

Verbeeld zonder beeldspraak en ons noodgedwongen in herkenbare kleuren, tegendraadse haperingen en stemmingen worden aangereikt.

 

Vrienden van Lucienne,

De meeste schilderijen die u hier vanavond ziet, werden de jongste twee en een half jaar door Lucienne vervaardigd. Zij geven de indruk zowel overzichtelijk als landschappelijk te zijn. Zij lijken geschilderd van op een zekere hoogte, van op een berm, noem het van op een mentale vluchtheuvel.

Vele van die schilderijen zijn bovendien opgedeeld in parallelle, geharkte en geordende percelen, beplant en bewerkt met kort gemaaide gewassen van verf, avondgroen en dicht, soms geschramd blauw met een kwetsuur van schuimend wit dat deint en uitdeint. Opvallend ook hoe verschillende territoria en percelen op het doek werden ingevuld met erg van elkaar verschillende temperamenten, windrichtingen en structuren van groene en blauwe verven die onder meer –binnen de verkaveling en opbouw van het doek –ritmisch bijzonder wreed met elkaar kunnen contrasteren en overhoop liggen.

 

In haar meer recente schilderijen die ten dele aansluiten bij de werken die zij vorig jaar half februari in het Herman Teirlinckhuis in Beersel exposeerde, heeft Lucienne Stassaert een eigen schetsmatige iconologie ontwikkeld.

Een iconologie die op haar beurt – via de directe handeling van het schilderen zelf met verdunde olieverf - naar de wachtende, niet altijd even gastvrije architectuur van de open leegte verwijst. Die leegte die zowel in de open ruimte als in een intieme beschuttende kamer voelbaar – ja tastbaar aanvoelt – wordt door Lucienne bevolkt met beperkte toonwaarden en coördinaten – in feite zijn het silhouetten, vertegenwoordigers van of verwijzingen naar het menselijk lot, allegorieën zoals bvb. Elckerlyc die al vanaf de geboorte in het gezelschap van Arnold Böcklin en Edgar Munch zijn weg zoekt en altijd als zoekende onderweg blijft. Mede hierdoor heeft Lucienne radicale en compacte schilderijen gemaakt van een verstrengelde en tezelfdertijd rijke beklemmende schraalheid.

Je ontmoet in haar verbeelde landschappen afzonderlijke silhouetten die er uitzien als symbolen die een richting aangeven of gewoon wachten naast de weg. Zij staan er frontaal of in zij-aanzicht als pionnen verspreid op een afgeblot schaakbord. Ook ontmoet je meermaals solidaire silhouetten in groep.

Het lijken dan onbewolkte blauwe pelgrims aangevreten door een streep schor krijt van wit. Zo vormen zij wel eens dammen of muurtjes van getaande sluitstenen, gesnoeide uitgeregende hagen langs de weg van onmacht en vergankelijkheid. En telkens opnieuw zijn zij van een eensluidende en eenvormige eenzaamheid gemaakt. Telkens opnieuw zijn zij blauw gewurgd door een tekort aan zuurstof. Zijn zij blauw verbrand door een teveel aan zuurstof en kou.

 

Verder zijn er enkele schilderijen en tekeningen ontstaan uit residuen van foto’s uit kranten.

Naast vele zeegezichten zijn er ook schilderijen die echte hommages zijn of die men kan lezen als in memoriams voor vrienden.

Er is het ontwerp van affiche voor deze tentoonstelling in het Elzenveld dat ontstaan is uit een gestileerde en eigenzinnige interpretatie van een persfoto over een Mars voor werk in Wallonië.

Er is de aanklacht tegen de verloedering van het milieu. Daarover het beeld van de vogel onder de olie op het strand. Lucienne maakte er een geschilderde sculptuur van de doodsangst van: een verkrampte albatros als offer boven het Golgotha van zijn eigen ei.

 

Er zijn de talrijke tekeningen en schilderijen waarop kleine intieme kamers door Lucienne zijn uitvergroot en nadrukkelijk onpersoonlijk als publieke ruimte zijn neergezet met verf, nageschilderd en naverteld alsof daar niet langer muren of doorgangen bestaan. Er zijn alleen buigzaamheden en ellipsen, labyrinten, gekamde gebaren, - ja beschutte onaffe gebaren van verf, tederheid, ingekorte strelingen.

En overal woont en woekert strijdig –vaak tegenstrijdig – het licht.

Het licht en de sfeer, het bevroren natte licht van de autoweg, het licht in de nog onbetaalde huurkamer waarin je wordt vastgepind op het bed, het ziekbed, op je fataliteit, op je intimiteit als die dan nog bestaat.

Er zijn vele kamers die geen kamers – zelfs geen wachtkamers zijn – maar blauwgroene dodencellen met muren zonder en buiten ieder perspectief die nergens tikken, maar feilloos op elkaar toelopen en eindigen op een voos lichtende deur en waarop het personage als leeg sjabloon, met zijn rug naar de kijker, al zijn angsten projecteert.

Er zijn figuren die hun lichaam hebben verloren. Figuren die ingenaaid en ingelegd zijn. Figuren die perfect zijn leegelopen in een vlek en al even perfect samenvallen met de bekleding en de tekening van de zetel waarin zij hebben plaatsgenomen.

Er is het schilderijtje ‘Droom’ geschilderd als een zijig landschap met slechts een enkele bloem die de kracht heeft van een boom met rode rustige longen. Prachtig!

 

Goede vrienden,

Lucienne heeft zoals u wellicht vermoedt, niet altijd luchtige en het netvlies strelende schilderijen gemaakt. Nergens zie je hoe ze met een geut zonlicht, een ei staat te bakken.

Zij maakt schilderijen vol vertakte tekens, schetsen en tekeningen in de vorm van aantekeningen. Wel authentieke tekeningen en schilderijen die het gevolg zijn van authentieke ervaringen; kortom het zijn schilderijen die Lucienne Stassaert, tegen wil en dank, voor haarzelf en voor ons, met grote dankbaarheid heeft geschilderd.

 

Dank u Lucienne

 

Roger DE NEEF


De tentoonstelling loopt van 15 januari tot en met 19 maart. 

Open: donderdag t/m zondag van 12.30 tot 17.30u

Socio- Cultureel & Congrescentrum Elzenveld vzw, Professor Sommézaal, Lange Gasthuisstraat 45, 2000 Antwerpen.

Partager cet article
Repost0
17 janvier 2011 1 17 /01 /janvier /2011 08:03

 

BERREBY.jpg

De jongste dagen herlas ik twee recente dichtbundels waar ik al in typoscript kennis van nam: Luchthaven voor vogels van Roger de Neef en Slechts kwade wind van Vera Alexander Beerten.

Van mijn verre Parijse vriend Gérard Berréby, de scherpzinnige Allia-uitgever wiens fonds een voorbeeldige en tijdloze wereldbibliotheek vormt, las ik nu de dichtbundel Stations des profondeurs, in feite een ongesmukt lyrisch dagboek. Ik ontdekte niet alleen aspecten van zijn boeiende persoonlijkheid die mij onbekend waren, maar bovendien een lyrische gedrevenheid die geen enkele poëzieliefhebber onverschillig kan laten.

Zowel in Zuurvrij als in Poëziekrant, Wetenschappelijke tijdingen, De Leeswolf als in Deus ex Machina of Weirdo's trof ik bijdragen die mij zonder meer wisten te boeien.

Tot mijn verbazing las ik op de website van De Slegte Wapper Antwerpen dat de weerbarstige dichter Ben Klein overleden zou zijn (het bericht werd wel onder voorbehoud geplaatst...) Wat er ook van zij, de vaak kwetsende egelstelling van Ben Klein heeft zijn geheel persoonlijke 'pohesie' genadeloos (maar niet minder onterecht) naar de marginaliteit verwezen. So what? Ik nam ook een aantal bundels van Albert Hagenaars opnieuw ter hand (Spertijd / Curfew, 1983; Linguitiscum, 1994; Tropical drift, 2003 en Drijfjacht, 2005), nog zo'n dichter die om onbegrijpelijke redenen slechts aandacht kreeg binnen een beperkte kring van kenners. (Dan moet ik onvermijdelijk denken aan de steeds groeiende meute 'dichters' die via het wereldwijde net lawaaierig en geheel schaamteloos aandacht opeist voor banale producten die destijds niet eens schoolblaadjes gehaald hadden.)

Vrijdag ging ik naar de opening van de nieuwe Verbeke Gallery, waar je geconfronteerd wordt met de te verwachten mix van macabere bio-kunst, arte povera, minimalisme, installaties en video's. Je moet geen kenner zijn om te beseffen dat hier de invloed van Martin uit den Boogaard voelbaar is. It's not my cup of tea, maar Verbeke Gallery slaagde er wel in, ongetwijfeld mede dan zij de samenwerking van Geert Verbeke en curator Simon Delobel, grote namen uit die richting bijeen te krijgen. Verbeke Gallery heeft zich aldus meteen scherp geprofileerd in het landschap van de Antwerpse galeries.

Vervolgens ging ik naar de vernissage van de tentoonstelling recent werk van great old lady Lucienne Stassaert in het Elzenveld. De tekst van de inleiding van Roger de Neef wordt hier in de volgende aflevering gepubliceerd. Ik kon er alvast enkele woorden wisselen met ouwe getrouwen en weggenoten als Eddy Ausloos, Maris Bayar, Bert Bevers, Marleen en Jean de Crée, Renée van Hekken, Carine Lampens, Bob en Karin Lebacq, Roger Nupie, Renaat Ramon, Tony Rombouts, Annmarie Sauer, Gerd Segers, Bart Stouten, Ludo Simons, Jo Gisekin, Rose Vandewalle, Bart Vonck en Frank de Vos en mijn medewerker Jacques de Barsy.

Achteraf ging ik een pint drinken in Thalamus bij mijn ouwe Tunesische vriend en weggenoot Mansour, waar met Maris Bayar en Gerdi Esch nagepraat werd, alsmede met (CDR-bestuurslid) Luc Boudens en clavecimbelspeler Mario Sarrechia.

Zondag kreeg ik dan bezoek van Herman van de Velde, ontwerper van creatief en exclusief schrijnwerkerswerk. Hij vertelde mij verhalen die je vanuit de uitoefening van zo'n ogenschijnlijk rustig beroep helemaal niet verwacht!

Meer over een en ander in een volgende aflevering.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
17 janvier 2011 1 17 /01 /janvier /2011 06:05

 

Op voorstel van de jury heeft de deputatie van de provincie Antwerpen beslist de provinciale prijs voor het gezamenlijke oeuvre (5.000 €) toe te kennen aan Fernand Auwera (°1929).

De jury was als volgt samengesteld: Ludo Helsen, gedeputeerde (voorzitter); Inga Verhaert en Koen Helsen, gedeputeerden (ondervoorzitters); Flora Pluym-Wuyts (secretaris); Toon Brouwers, Roger de Neef, Henri-Floris Jespers, Marc Somers en Jan Vorsselmans (leden).

De plechtige uitreiking zal plaatshebben op zaterdag 28 mei 2011 tijdens de provinciale cultuurdag in het Gemeenschapscentrum Den Boomgaard in Broechem, Ranst.

Partager cet article
Repost0
12 janvier 2011 3 12 /01 /janvier /2011 19:29

 

De Katholieke Universiteit Leuven reikt op haar Patroonfeest op 2 februari eredoctoraten uit aan o.m. Timothy Garton Ash en Claudio Magris. De Brit Timothy Garton Ash - historicus, politiek analist en hoogleraar European Studies in Oxford - geldt als een invloedrijke intellectueel. De essays en commentaren die hij neerschrijft in The Guardian en The New York Review of Books worden terecht overgenomen door kranten over heel Europa. Hij wordt door de K.U.Leuven ge-eerd als 'bruggenbouwer, niet alleen tussen Oost- en West-Europa, maar ook tussen de academische wereld en de politieke praktijk, en tussen maatschappelijke elites en een breed publiek.' De Italiaan Claudio Magris is vertaler, hoogleraar en schrijver. Hij vergaarde bekendheid met boeken als Donau (1986), Een andere zee (1991), Microcosmi (1997) en Blindelings (2005). 

(Tja, dat heeft natuurlijk meer allures dat een collectief ere-doctoraat voor de Antwerpse stadsdichters (!) of voor Luc Tuymans. Pekelzonden van een piepjonge UA...)

 

Partager cet article
Repost0
12 janvier 2011 3 12 /01 /janvier /2011 18:16

 

poesjkin.jpg

In de zomer van 1825 schrijft de Russische dichter Alexander Poesjkin de shakespeariaanse tragedie Boris Godoenov. Het stuk gaat over de Russische tsaar Boris die rond 1600 de rechtmatige troonopvolger liet vermoorden om zelf aan de macht te komen en die vervolgens door schuldgevoelens waanzinnig werd. De waarheid is iets genuanceerder. Boris stierf aan een hartinfarct of werd vergiftigd. Gek is hij echter geen moment geweest.

Poesjkin brak met de traditie in het Russische theater door als eerste de drie klassieke eenheden – tijd, plaats en handeling – overboord te gooien. Losse scènes volgen elkaar in snel tempo op, de handeling is over vele jaren verspreid en speelt zich af op verschillende plaatsen. Toch lijkt het of het drama in een paar dagen plaatsvindt. Nieuw was ook dat Poesjkin het volk als de grote stuwende kracht voorstelt en de titelfiguur op de tweede plaats komt.

In 1868-1869 herwerkte Modest Moessorgski het stuk tot een opera (definitieve versie in 1872). In dit muzikaal volksdrama, zoals de ondertitel luidt, wordt het aandeel van het volk nog versterkt. We komen ook al dichter bij de revolutie van 1905. Het individu wordt sterk uitgelicht, maar de massa is steeds op de achtergrond aanwezig, om de nadruk te kunnen leggen op de eenzaamheid van de eenling onder invloed van indirecte krachten.

Op vraag van Gerard Mortier zal Johan Simons de opera in het seizoen 2012-2013 in Madrid regisseren. Na tweemaal in Parijs, een keer in Amsterdam en in Salzburg wordt dit zijn vijfde opera. Boris Godoenov moet gefundenes Fressen zijn voor Simons. Hij is van boerenafkomst, een regisseur van drama’s met een sterke sociale ondergrond en focust op de speler(s), eerder dan op de omkleding. Een warme kaalheid in woord en beeld is zijn handelsmerk. Wat ook het geval was voor Moessorgski, die niet vies was van ‘lelijke’ klanken en abrupte overgangen, ten dienste van het realisme van de menselijke emotie.

Over zichzelf zei de componist: ‘Ik kan niet worden ingedeeld bij enige bestaande groep, noch wat betreft mijn composities, noch in mijn opvattingen over muziek.’

Iets wat ook uit de mond zou kunnen rollen van zowel Johan Simons als Gerard Mortier. Een hecht gezelschap wordt het daar in Madrid. Onder de paraplu, of parasol, as you like it, van Poesjkin.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
12 janvier 2011 3 12 /01 /janvier /2011 08:27

 

Geert en Carla Verbeke blijven een ongebreidelde zin voor initiatief aan de dag leggen. Naast de indrukwekkende kunstsite te Kemzeke komt er nu ook een galerie in het artistieke hart van Antwerpen, het trendy Zuid.

De vernissage van de eerste expo vindt plaats op vrijdag 14 januari te 19 uur, een internationale groepstentoonstelling met werk van Art Orienté objet (Frankrijk), Brandon Ballengée (VS), Mateusz Herczka (Zweden), Marta de Menezes (Portugal), Jef Faes (België), Andy Gracie (Verenigd Koninkrijk), Eduardo Kac (VS), Egied Simons (Nederland), STARTEL (Nederland), Martin uit den Bogaard (Nederland), Adam Zaretsky (VS).

Verbeke Gallery, Leopold de Waelstraat 37, 2000 Antwerpen.

Open: donderdag tot zaterdag, van 14 tot 19 u.

Contact: Simon Delobel

Tel.: +32 (0) 493 07 81 53

simon at verbekefoundation.com

Partager cet article
Repost0
12 janvier 2011 3 12 /01 /janvier /2011 07:22

 

JohanVanhecke1-copie-1.jpg

Johan Vanhecke

Woensdag 5 januari vond de eerste lezing van het nieuwe jaar van ExLibris plaats. Voor een geïnteresseerd pubkiek introduceerde Johan Vanhecke het thema “Johan Daisne en de film”.

Wat een powerpoint voorstelling moest worden was na enkele pogingen tot mislukken gedoemd. Beamer en laptop waren niet compatibel. Dit deed echter niets af aan het belang van de lezing. Op een heldere en boeiende manier vertelde de spreker over de wijze waarop Johan Daisne film in zijn boeken verwerkt heeft. Zijn fascinatie voor de film ontstond reeds op 5-jarige leeftijd en leidde tot het verzamelen van vele memorabilia zoals affiches en bioscoopprogramma’s . Dit gedeelte van zijn archief bevindt zich te Gent, handschriften, correspondentie enz. zijn in het AMVC Letterenhuis, waar ze bestudeerd worden door Johan Vanhecke die werkt aan een biografie van Johan Daisne.

Ook na de lezing werd de spreker nog met vragen bestookt.

De lezingen vinden plaats elke eerste woensdag van de maand in Café Rochus in de Rochusstraat te Deurne. Op 2 februari stelt René Broens zijn Reinaertboek (gemaakt in samenwerking met tekenaar Marc Legendre). Info: gert.vingeroets@scarlet.be

JohanVanheckeJohan Vanhecke, Jan Vaes en Manu van der Aa

Partager cet article
Repost0
11 janvier 2011 2 11 /01 /janvier /2011 17:50

 

Op zaterdag 15 januari stelt Maud Vanhauwaert in theater De Tijd (Sint-Paulusstraat 23, 2000 Antwerpen, 20u30) haar eerste dichtbundel voor: Ik ben mogelijk.

MAUD.jpg

De poëzie van Maud Vanhauwaert is een ruiker. Elk gedicht is een bloem waarvan de blaadjes zo teer zijn als de vleugels van een vlinder. Als je haar ziet denk je aan porselein, als je haar hoort smaak je marsepein.

De vederlichtheid van haar poëzie zit in haar talent, maar dat talent is gerijpt in een zorgeloze jeugd. De Alice van Lewis Carroll is niet ver uit de buurt, al zal, vermoedelijk, met het rijpen der jaren Virginia Woolf om de hoek komen gluren. Een lichtheid voorspelt een zwaarte moeilijk om te dragen. Anders gezegd, de realiteit moet het momenteel nog afleggen tegen de verbeelding. Maud Vanhauwaert is licht gezouten water en haar gedichten deinen in een witte nacht.

Eenmaal deze voorstelling van zijn warmte en aquareltinten ontdaan blijft er een parcours over die loopt langs de liefde voor het woord, een studie Germaanse talen, een opleiding Woordkunst in het Conservatorium en een specialisatie Meertalige Professionele Communicatie. Momenteel werkt ze als freelance theatermaker en schrijfdocent bij diverse organisaties. Tussendoor presenteert ze zowel concerten als literaire spektakels klein en groot.

Duidelijk is dus dat heel haar bestaan draait om de lyriek. Het is daarom logisch dat poëzie de schouw is waaruit haar gevoelens wolken. Aan de vinder van de wolken om de rangorde te ontdekken. Net als in de nagelaten gedichten van Paul van Ostaijen gaat het bij Maud Vanhauwaert niet om een verhaal, maar zij doet. Gevoelsmatig, organisch. Zij doet vanuit een drang het ware en het schone te verzoenen.

De poëzie is haar grote broer. Een theatrale kerel die in een platgetrapte kauwgum een ander planetenstelsel ziet. Hij reist voor haar en zij leeft voor hem. Hij strijkt olie op haar vleugels en zij spant zijn boog en wijst hem het rek met de pijlen aan. Het kiezen is aan hem. Wat de ene beveelt doet de andere met een tegenbevel.

Allemaal mooi en wel, maar het wereldse is haar niet vreemd. Het centrum ervan heet Ambitie. Want Maud Vanhauwaert wil gehoord worden. Er zit een gezonde portie absurditeit in haar ambitie, maar dat die er is kan niet ontkend worden en is ook geen zonde. Naar eigen zeggen wil zij de komende tachtig jaar wankelen op de grens tussen poëzie en het podium. Die grenslijn is haar podium, zorgt voor een tweede thuisgevoel.

Guido LAUWAERT

 

Maud VANHAUWAERT, Ik ben mogelijk, Querido, 2011, 56 p., 18,95 €. ISBN:9789021439310

Partager cet article
Repost0
9 janvier 2011 7 09 /01 /janvier /2011 21:06

 

Eindelijk is het zover. De biografie van Willem Elsschot verschijnt op donderdag 3 maart 2011. Ongetwijfeld zal de presentatie in Antwerpen gebeuren, elders zou onlogisch zijn. Het programma is op dit moment nog niet bekend, maar voor de lezers van deze site heeft de redactie al wel de hand kunnen leggen op de inhoud. Zo heeft hij een idee wat hem te wachten staat. Naar het zich laat aanzien is het een gedegen studie geworden.

Biograaf Vic van de Reijt heeft er zijn tijd voor genomen maar dat betekent dat hij geen detail over het hoofd heeft gezien. Vic van de Reijt kennende heeft hij zijn kalmte bewaard, ondanks de voortdurende druk van buitenaf, en het speur- en schrijfwerk verricht met in het achterhoofd de slotzin van de inleiding van Kaas: “Waar zwangerschap bestaat volgt het baren vanzelf, ten gepaste tijde”.

In de toekomst zullen nog ‘half-lijken’, zoals Elsschot Boorman tegen de louche uitvaartondernemer Korthals laat zeggen in Lijmen, uit kast en schuif vallen. Ze zullen ongetwijfeld maar verder fatsoeneren wat Van de Reijt heeft opgegraven.

Uitgever is Athenaeum – Polak & Van Gennep, de uitgever die ook de Blauwe Elsschotjes heeft verzorgd, de kritische leeseditie bezorgd door het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Dezelfde uitgeverij als het geïllustreerde Verzameld Werk in de Gouden Reeks, de prestigieuze serie van de klassieken van dit gerenommeerd uitgevershuis uit Amsterdam.

Beter dan het becommentariëren van de hoofdstukken is de kale weergave van de hoofdstukken met hun ondertitel. De namen van de titels vormen een verhaal op zich en de ondertitels zijn een tijdsbalk. Tevens versterkt de kaalheid maar de evolutie van Elsschot. Van straatjongen tot heer van stand. De biografie wordt afgesloten met een epiloog, verantwoording, bronnenlijst, biografie en register. Kortom, zoals het hoort.

*

1 Fonne van den bakker

jeugdjaren 1882-1898

2 ‘k Heb in mijn jeugd gelijk een beest gezopen

bohémien 1898-1901

3 Een arrem lief

ontaarde vader 1901-1906

4 Een villa en een huwelijk

Parijs en Rotterdam 1906-1909

5 Tussen droom en daad

schrijver 1910-1911

6 Business

Brussel 1912-1913

7 Ontgoocheling

La Revue Continentale Illustrée 1913-1914

8 Honger leed ik dus niet

De Groote Oorlog 1914-1918

9 Van onzen Antwerpschen correspondent

verslaggever en reclameman 1918-1921

10 Lijmen

schrijver 1921-1924

11 La Propagande Commerciale

zakenman 1924-1930

12 Ik ken al die lokalen

op eigen benen 1931

13 Een boot op wielen

ondernemer 1932

14 Mijn Verlosser is gekomen

schrijver 1933

15 Spijt

schrijver 1934

16 Ik wou even met dat kind alleen zijn

familieman 1935-1936

17 Al jaren in ’t vak

schrijver 1937-1939

18 Ik spreek ook heel goed Duits

de Tweede Wereldoorlog 1939-1944

19 Een verwenst gedicht

ex-schrijver 1944-1949

20 Dank u heren

de laatste jaren 1950-1960

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
8 janvier 2011 6 08 /01 /janvier /2011 04:49

Woensdag 5 januari kreeg ik van Jean Bernard Koeman een exemplaar van zijn nieuw boek, Everything Beautiful is Far  Away  (waar heb ik het toch aan te danken...).

Koeman.jpg

Jean Bernard KOEMAN, Everything Beautiful is Far Away, Timezone 8 Limited, 141 p. Edited by Jean Bernard Koeman, Els Silvrants; essays by Carol Lu, Els Silvrants; translated by Carol Lu, Mandy Xia, Xu Jian; design by Xie Wenyue.

ISBN: 978-988-17144-9-7

In 2000 wilden Luc en Thierry Neuhuys, Kris Kenis en ik de tentoonstelling Kurt Schwitters in het Stedelijk te Amsterdam onder geen beding missen. Bij die gelegenheid bezochten we ook het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief W139 aan de Warmoesstraat, waar directeur Jean Bernard Koeman ons trakteerde op een stimulerende rondleiding. Hij bestempelt zichzelf als

beeldend kunstenaar, organisator, tentoonstellingsmaker, scenograaf, docent aan Zwitserse, Zuid-Afrikaanse en Nederlandse academies, kunstverzamelaar, gitarist, hobbykok en culturele veelvraat en kunstbeschouwer tout court. Veel te veel voor één man, zou je zeggen, maar als je me ziet, zul je begrijpen dat het er allemaal inpast.

*

Het nieuwe boek van Koeman, Everything Beautiful is Far Away is ontstaan vanuit de samenwerking van Koeman met sinologe Els Silvrants. Het boek verzamelt een selectie uit de doorlopende serie van duizenden foto's die hij over de hele wereld maakte tijdens reizen, al dan niet verafgelegen landschappen, die hij ooit fotografeerde als documentatie van zijn onophoudelijke Wanderlust. Die foto's bestempelt hij zelf als “rauw en leeg”.

De kijker worden geen droombeelden voorgeschoteld; de foto’s zijn veeleer een poging om de mens vast te leggen die zoekt naar ervaringen. De mens alleen in de natuur. Door het lege landschap wordt hij uiteindelijk gedwongen zijn blik naar binnen te keren. “


*

Bij de presentatie van Everything Beautiful is Far Away onderstreepte Bert Danckaert, zelf fotograaf en docent fotografie en fotogeschiedenis aan de Academie van Antwerpen (KASKA), dat Koeman gewoon met zijn camera notities maakt en zonder pretentie souvenirs plukt.

Het werk in Everything Beautiful is Far Away werd zonder artistieke ambities gefotografeerd maar wordt nu wel als kunstenaarsboek gebundeld in een zeer verzorgde publicatie. De foto’s werden noch chronologisch noch geografisch bij mekaar gebracht, het boek is een intuïtieve en associatieve wandeling doorheen de vele ervaringen die Koemans had tijdens zijn zwerftochten.
Sinologe Els Silvrants-Barclay - die in Beijing woont en het boek mee produceerde - schrijft in haar tekst […] over de traditionele shanshui landschapsschilderkunst die sterk verschilt van de Europese visie [...]. De shanshui (letterlijk ‘berg’ en ‘water’) daarentegen was nooit als realistische afbeelding bedoeld. Het is de ervaring van het landschap op de kunstenaar die hier centraal staat. In de shanshui wordt het landschap het vehikel voor een poëtisch idee. Op het eerste gezicht lijkt dat haaks te staan op de fotografische getuigenissen die Koeman de afgelopen twintig jaar bij mekaar fotografeerde: fotografie kan immers niet anders dan de realiteit kopiëren, vanop één plaats en op slechts één moment. Toch weten we dat foto’s een stuk complexer zijn; de reden waarom iemand net op dat moment vanop die bepaalde plek een foto schoot, legt de geschiedenis van het beeld en zijn maker bloot. Ook de montage van de beelden als losse flarden (en niet als narratief parcours) ondersteunt de shanshui-gedachte achter Koeman beeldenverzameling.

De ogenschijnlijk pretentieloze foto's van Koeman onthullen echter “mine de rien” een pakkende metafysische dimensie.

*

De Nederlands-Belgische beeldend kunstenaar Jean Bernard Koeman (°1964) studeerde aan de Gerrit Rietveld Academie en de Rijksacademie voor beeldende kunsten in Amsterdam. Hij exposeert in Nederland, België, Canada, China en Palestina. Als gastdocent is hij verbonden aan opleidingen in Nederland, Zwitserland en Zuid-Afrika. Ook adviseert hij verschillende (Nederlandse) organisaties en gemeenten omtrent cultuurbeleid. Koeman was hij directeur van het Amsterdamse kunstenaarsinitiatief w139 (1998 -2002) en is sinds 2004 lid de (Nederlandse) commissie stimuleringssubsidies.

Bij het afscheid van Koeman als directeur van W139 werd een gedenkwaardig boek uitgegeven, Wij Bouwen Nieuwe Zinnen / We Build New Sentences.

KoemanWIJBOUWEN-copie-1.jpg

HFJ

 

Jean Bernard KOEMAN, Everything Beautiful is Far Away, Timezone 8 Limited, 141 p. Edited by Jean Bernard Koemans, Els Silvrants; essays by Carol Lu, Els Silvrants; translated by Carol Lu, Mandy Xia, Xu Jian; design by Xie Wenyue. ISBN: 978-988-17144-9-7.

Wij Bouwen Nieuwe Zinnen / We Build New Sentences, Amsterdam, 2002, ISBN 90 75387 03 02

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche