Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
4 février 2011 5 04 /02 /février /2011 23:34

 

 

Met Studie van de schaduw won Marc Tritsmans de vijfde Herman de Coninckprijs voor de Beste Dichtbundel ( zie blog van 2 februari). Philip Hoorne schetst in Knack een portret van de man die 'als de grootste geheimtip van de Nederlandstalige poëzie' gold.

Wellicht heeft niemand sinds de oprichting van deze jonge poëzieprijs de winst zo verdiend als Marc Tritsmans: de man naar wie de prijs is genoemd zou ermee ingenomen zijn. […] Dat Marc Tritsmans behalve de juryprijs ook de publieksprijs in ontvangst mocht nemen [...] wekt geen verbazing. Dit is een dichter die wil en kan – en vanaf nu hopelijk ook zal – worden gelezen door een breed publiek. 'Voor Herman de Coninck moest poëzie in de eerste plaats leesbaar zijn. Het is mijn gevoel dat dit eigenlijk de wens is van elke poëzielezer, al zou je dat gaan betwijfelen als je de poëziekritieken leest die aan de pen van sommige hedendaagse professionele poëzielezers en -recensenten ontspruiten.' Een sneer naar mensen die menen dat poëzie pas waarachtige poëzie is als ze het petje van het onacademische plebs te boven gaat. Deze keer staan die lieden in het verliezende kamp.

Het stemt wel tot nadenken dat de bijdrage van Philip Hoorne niet in de rubriek 'Lezen', noch onder de hoofding 'Cultuur' verscheen, maar wel in de rubriek 'Achterkant', als 'Portret'...

 

Partager cet article
Repost0
4 février 2011 5 04 /02 /février /2011 23:31

 

Op zijn weblog in de Franse krant Le Monde stelt de enige Belg die ooit een topfunctie bij de New York Stock Exchange bekleedde de vraag of de financiële crisis van 2011 al begonnen is.

Georges Ugeux, doctor in de rechten en licentiaat economische wetenschappen, was gedurende zeven jaar tot 2003 vice-voorzitter van de beurs van New York. Voordien was hij aan de slag bij Generale Bank, Morgan Stanley en de Generale Bankmaatschappij. In 2009 werd hij door de aandeelhoudersvereniging Deminor en de Nederlandse Vereniging van Effectenbezitters (VEB) als voorzitter van de Fortisholding naar voren geschoven, maar greep uiteindelijk naast die functie. Momenteel is hij voorzitter en CEO van de New Yorkse zakenbank Galileo Global Advisors. Zijn oordeel is vernietigend:

Het zijn in de eerste plaats de grote bankiers die het geld- en bankwezen verraden hebben. Wat telde waren bonussen en het maximaliseren van hun winst, waarbij hun hoofdopdracht, het dienen van de klanten, de rug werd toegekeerd. Hun overmoed en hebzucht hebben de mythe van de suprematie van de Amerikaanse vrije markt onderuit gehaald. De financiële elite speelde Russische roulette met de economie en het gaat daarbij om niet minder dan witteboordencriminaliteit.

Georges UGEUX, Het verraad van de financiële wereld. Twaalf hervormingen om het vertrouwen te herstellen, Tielt, Lannoo, 2010, 176 p., 19,95 €.

 

Partager cet article
Repost0
4 février 2011 5 04 /02 /février /2011 23:29

 

In een gesprek met Stijn Tormans (Knack, 2 februari) slaat Luk Alloo spijkers met koppen:

Ik erger me dood aan de politieke verslaggeving van de laatste weken. Ik vind dat alle politieke verslaggevers de koppen bij elkaar moeten steken en zeggen: hier berichten we niet meer over. Elke move, elke schijnbeweging, elke verklaring: allemaal doodzwijgen! Jan Becaus moet zeggen: 'Beste mensen, vandaag is er geen nieuws uit de Wetstraat.” Je zult zien: de volgende ochtend hebben we een nieuwe regering. […]

Ze zijn aan het praten, ze zijn gestopt met praten, ze zijn frangipane aan het eten... En zo gaat dat maar door. Vervang vanavond een TerZake door een TerZake van zestien weken geleden: niemand merkt het verschil nog op.

Partager cet article
Repost0
2 février 2011 3 02 /02 /février /2011 20:29

 

Marc Tritsmans wint met Studie van de schaduw de vijfde Herman de Coninckprijs voor de Beste Dichtbundel ter waarde van 6.000 €. Met zijn gedicht 'Uitgesproken' uit dezelfde bundel kaapt hij bovendien de Publieksprijs voor het Beste Gedicht weg waar geen geldbedrag aan verbonden is,maar wel exposure: het winnende gedicht werd op posters gedrukt en op Gedichtendag gratis verdeeld in de boekhandel. De jury, onder voorzitterschap van Elke Brems (docent Hogeschool-Universiteit Brussel), bestond vooral uit mediamensen: Erik de Jong (singer-songwriter Spinvis), Roeland de Trazegnies (reporter/redacteur Peeters & Pichal, Radio 1), Toon Horsten (directeur Strip Turnhout) en Greet Op de Beeck (journalist VRT Nieuwsdienst).  In het juryverslag staat te lezen:

Marc Tritsmans doet noch aan liederlijke uitspattingen, noch aan koel minimalisme. Hij is een dichter die aansluit bij de traditie en daardoor ook een groot lezerspubliek kan bekoren. Met Studie van de schaduw heeft Tritsmans zeker geen donkere bundel geschreven. Hij bestudeert de schaduw niet omwille van het kleurloze of dreigende ervan, hij zoekt er de dingen die klein en onopgemerkt zijn. Zijn gedichten gaan over het hier en nu, ze beschrijven de wereld rondom ons, bevlekt en morsig. Tritsmans benadert die wereld niet vanuit het sentiment, maar vanuit de observatie. Een huis, een boom, de vlucht van een roofvogel: het zijn de gewone dingen die bij Tritsmans aanleiding geven tot een overweging, een inzicht, een emotie. Toch is hij niet bang van ontroering; ze komt hem aanwaaien vanuit het detail, de anekdote, de toevallige ontmoeting. Tritsmans verwoordt het allemaal op een toegankelijke en eenvoudige manier. Zo is deze poëzie voor de lezer ‘bruikbaar’: herkenbaar en toch verrassend, troostend maar niet tranerig.

*

Marc Tritsmans (°Antwerpen, 1959) publiceerde zeven bundels bij Lannoo: De wetten van de zwaartekracht(1992), Onder bomen(1994), Oog van de tijd(1997), Van aarde(1999), Sterk water (2000), Kritische massa(2002). Na de publicatie van Warmteleer(2004) schreef Philip Hoorne (Poëzierapport,19 december 2005) dat Tritsmans een 'toegewijd vakman' is

die je niet snel zal aantreffen in de (commentaar)rubrieken van allerlei breed-literaire internetsites. Paradoxaal genoeg is misschien net dit soort ouderwetse beroepsernst in onze vermediatiseerde lul-maar-raak-samenleving nefast voor het verwerven van meer naambekendheid. […]

Dit is klassieke poëzie, die een tikkeltje belegen aandoet, maar met een onmiskenbaar hoog poëtisch gehalte. Tafelspringers en podiumbestormers zullen komen en gaan, maar dit soort tijdloze poëzie zal immer blijven bestaan.

Het onnoembare proberen te benoemen, heel hard zijn best doen, even denken daar bijna in te slagen, maar er natuurlijk niet in slagen, er niet mógen in slagen, er niet kúnnen in slagen, dat is wat Marc Tritsmans doet. Taal is een middel, nooit een doel. Zo hoort het, zo is het, het kan niet anders. Tritsmans is een dichter die het vak beheerst, laat daar geen twijfel over bestaan.

Het is gek, ik weet het, om zoiets te beweren, maar Marc Tritsmans is té veel dichter. Een poëet uit het boekje. Net zoals ik destijds door mijn leraren Nederlands in de poëzie werd ingewijd met het werk van Herman de Coninck – die ik nu hoger inschat als essayist dan als dichter, omdat ik met het ouder worden zijn trucjes begon te doorzien – zo zou Marc Tritsmans evenmin mogen ontbreken in onze middelbare scholen, als een prachtig voorbeeld van een dichter die solide, betrouwbare, met de hand vervaardigde gedichten schrijft, die handelen over iets. Later kan het jonge volkje er dan andere, gewaagdere dichters bijnemen en leren dat er ook poëzie bestaat die speelser is, rebelser, minder op veilig speelt, minder vakkundig is maar toch heel mooi.

*

In 2009 publiceerde Tritsmans Man in het landschap (Nieuw Amsterdam, 2008). Ik zetelde met Frans Boenders, Roger de Neef, Joris Gerits en Katelijne van der Hallen in de jury van de prijs (2009) van de provincie Antwerpen heb mij toen echt verdiept in de poëzie van Marc Tritsmans, van wie ik al in 1988 gedichten in Diogenes had gepubliceerd. In de laatste ronde ging het over Bernard Dewulf, Mark Kregting, Ramsey Nasr en Marc Tritsmans. In het juryverslag staat te lezen:

Man in het landschap van Marc Tritsmans bevat klassieke gedichten die van een grote beheersing van het métier getuigen. Zijn beschouwing van dieren, de zee in Zeeland, steden, schilderijen van Cézanne en Vermeer, voert tot gedichten, geworteld in de anekdotiek, maar daar ook aan ontstijgend door een persoonlijke visie en een verankering in een ruimere existentiële context. De jury was getroffen in de cyclus 'Voi ch'entrate (kroniek van een ziekte)' door de gave poging van de dichter om een groot lichamelijk onheil in woorden te vatten en te bezweren.

De voorkeur van de jury ging uiteindelijk naar de bundel Dood vogeltje, prozagedichtenvan Marc Kregting (Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2006) die zonder meer innoverend werden bevonden., wat inderdaad niet kan gezegd worden van het werk van Tritsmans.

*

In 2010 sleepte het gedicht 'Geen aanleg' van Tritsmans de poëzieprijs Melopee (2500 €) in de wacht. Met deze tweede editie toonde de gemeente Laarne dat ze prijzenswaardige inspanningen blijft doen om poëzie bij het grote publiek te brengen.

DoelDichter Frank de Vos benadrukte toen in Mededelingen van het CDR (nr. 164 de dato 8 oktober 2010) dat de reactie van het Vlaams Fonds voor de Letteren op de poëtica van Marc Tritsmans 'benauwend' is. Hij citeerde letterlijk:

De commissie herkent in de nieuwe gedichten nauwelijks samenspel tussen vormen in inhoud; deze poëzie lijkt op vermond proza; bij gebrek aan spankracht moet je het als lezer stellen met een mededeling die lineair afgewerkt wordt. Die mededeling is weinig bijzonder en tegelijkertijd bijzonder weinig….De verzwakking van de taalbehandeling is ook te merken aan de enjambementen die zelden betekenis toevoegen. De nadruk valt immers geregeld op betekenisloze woorden (vraagwoorden en lidwoorden). De indeling in verzen en strofen komt daardoor nogal gratuit over.

*

De thans bekroonde bundel, Studie van de schaduw, werd door Alain Delmotte genuanceerd besproken onder de titel 'De kunst van het tekortschieten' (Poëzierapport, 9 januari 2011). Hij kan zich niet terugvinden in het wereldbeeld dat uit Tritsmans' bundels spreekt, maar dat belet hem niet respect te voelen voor Tritsmans'werk: 'vakmanschap kan men hem in geen geval ontzeggen':

De inkijk op de wereld die de lezer krijgt, is deze van het middenveld. Enkele elementen hiervan zijn: een nine-to-five job; ‘hond / en vrouw’; boven het hoofd gegroeide kinderen; cocooning: men laat zich wegzakken met zijn ‘geruite pantoffels’ in kussens ‘met een glas, ogen / dicht voor iets van Bach’.

Het leven zoals het in reclamebrochures staat afgebeeld en afgeborsteld. Hoe mooi de kleurenfoto’s in die brochures ook mogen zijn, in wezen wordt een kleurloos leven afgebeeld: het is maar een sjabloon. Veel keuze is er niet: het wordt ons opgedrongen. Wie er niet in passen wil, valt eruit. Eruit vallen: ik ken echt niemand (mezelf meegerekend) die daarvoor wil kandideren. Wat dus eigenlijk betekent: we zitten met een hard bodempje aan conformisme opgescheept. Conformisme is onze schaduw.

De dichter beseft dit heel scherp. In deze bundel smeult daarover ontevredenheid. Men wankelt tussen een defaitistisch, morrend ‘rien ne va plus’ en de hoop dat op een dag ‘de grote opstand onvermijdelijk’ uitbreekt. Het kan niet anders: zoiets draait eerst op ontgoocheling uit en in tweede instantie op melancholie.

*

Vijf dichters waren genomineerd voor de Herman de Coninckprijs 2011: Johan de Boose, Marleen de Crée, Stefan Hertmans, Joke van Leeuwen en Marc Tritsmans.

De commentatoren van de dominante media, die zichzelf vanzelfsprekend beschouwen als de ultieme jury, sloegen in hun vermetele prognoses eens te meer eensgezind de bal mis. De bekroning van Marc Tritsmans was dan ook 'geheel onverwacht'.

HFJ

Marc TRITSMANS, Studie van de schaduw, Amsterdam / Antwerpen, Nieuw Amsterdam/ WPG Uitgevers, 2010, 68 p., 14,90 €. ISBN 9789046808894

 

Partager cet article
Repost0
2 février 2011 3 02 /02 /février /2011 07:01

Dada.jpg

Het nieuws over Tunesië, Egypte en Jordanië brengt mij de jongste dagen telkens opnieuw een uitspraak van John F. Kennedy in herinnering: 'Those who make peaceful revolution impossible will make violent revolution inevitable.' Kennedy was een onverbeterlijke idealist.

*

Ondertussen hebben we nog altijd geen regering, maar de Belgische inlichtingendiensten mogen voortaan in het geheim uw huis doorzoeken, valse bedrijven oprichten, uw telefoongesprekken afluisteren, e-mails en brieven onderscheppen, in computers binnenbreken en bankrekeningen en -kluizen uitpluizen. De honderden officieren van de staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst krijgen zelfs meer bevoegdheden dan de politie en het gerecht.

*

Het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie ging van start met deze blog op 26 januari 2008. Per 31 december 2010 registreerden we 147.024 gelezen pagina's, waarvan 63.633 in 2010 (zowat 5.303 per maand)..

In januari 2011 werden 6.974 pagina's geraadpleegd en telden we 3.309 unieke bezoekers (tegen gemiddeld 2.943per maand in 2010).

Opmerkenswaard is de stijging van pagina's die via Google vertaald worden in het Engels, Frans, Duits, Italiaans, Pools en Sloveens.

Daartegenover staat de daling van het aantal abonnees op de pdf-versie en op de papieren editie van de Mededelingen van het CDR, wat het voortbestaan van de Mededelingen nog niet knellend bedreigt, maar wel ernstig in vraag stelt. In tegenstelling tot andere blogs die als het ware fungeren als persagentschappen doen wij het zonder één eurocent subsidie.

*

Tja, zondagskinderen bestaan écht. Neem nu de Kapelse laatstejaarsstudent Taal- en letterkunde aan de UA Y.M. Dangre (°1987). In het najaar van 2010 verscheen zijn debuutroman, en sinds medio januari ligt zijn eerste dichtbundel in de winkel. Dangre krijgt daarbij een exposure die velen hem kunnen benijden (zie Mededelingen 167-168 de dato 31 december 2010, pp. 3-18).

Terwijl er in de klassieke media nog nauwelijks dichtbundels aan bod komen, werd Dangres debuut al meteen door Paul Demets besproken in De Morgen (26 januari).

Dangre toont zich in zijn poëziedebuut Meisje dat ik nog moet geobsedeerd door het meisje en de muze, twee figuren die nauw met elkaar verbonden zijn. Zoals Baudelaire benadrukt hij de gratie en de wellust, om de erotische almacht en de fatale dreiging te neutraliseren. En zoals Nic van Bruggen schrijft Dangre hymnes aan de vrouw – bij Dangre een meisje nog, weliswaar, waarbij hij gebruikmaakt van retorische procédés en stilistische hoogstandjes, maar ook ironisch durft te zijn.

*

In een gesprek met Ilse Dewever (Gazet van Antwerpen, 29 en 30 januari) onderstreept Dangre (terecht): 'te veel jonge debutanten staren zich blind op zichzelf'.

Ziet hij zichzelf voorgoed achter de schrijftafel?

In eerste instantie wil ik schrijven combineren met lesgeven, zoals Willem Frederik Hermans. Weinig romantisch misschien, maar financiële onafhankelijkheid geeft literaire vrijheid.

*

Paul van Ostaijens Jazz Bankroet live in de Roma 'heeft zoveel losgemaakt dat er nu toch nog perspectief is op een volwaardige Vlaamse tournee het volgende seizoen', aldus filmmaker Leo van Maaren na lezing van onze recensie (Mededelingen 170, 31 januari 2011, pp. 10-11)

*

Het is mij opgevallen dat de Melopeeprijs van de gemeente Laarne 2.500 €) reeds een tweede keer iemand heeft bekroond die kort nadien een 'hoofdvogel' haalde: na Charles Ducal nu Marc Tritsmans (zie Mededelingen 170, 31 januari 2011, pp. 3-5).

*

James Joyce was a synthesizer, trying to bring in as much as he could. I am an analyzer, trying to leave out as much as I can.
Samuel Beckett

*

Van Pierre Chalmin, de hartversterkende auteur van het Dictionnaire des injures littéraires, ontving ik een postkaartdie mij de gloriejaren van ça ira en het filmscenario Bankroet Jazzvan Paul van Ostaijen in herinnering brachten. Misschien is daar alles mee gezegd.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
31 janvier 2011 1 31 /01 /janvier /2011 21:20

 

In zijn nieuwe, twaalfde dichtbundel Blues om wat blijft mijmert Willy Spillebeen over de dood, het verleden en onbereikbare verlangens. Voor een ietwat luchtigere cyclus baseerde de dichter zich op enkele opmerkelijke kunstwerken. Zoals in de meeste gedichten van Spillebeen is hier de melancholie als 'sérénité crispée' het dominante levensgevoel.

Willy Spillebeen (°Westrozebeke, 30 december 1932) schreef zowat 34 romans die een heel aparte plaats bezetten in het literaire landschap. Centraal staan een existentieel scepticisme tegenover de “algemene waarheden” die religies en ideologieën verkondigen, een sterke empathie voor de verdrukten en een revolutionair getinte gedrevenheid om de universele uitbuiting aan de kaak te stellen. Daarbij identificeert de romancier zich vaak met historische personages of mythologische figuren. Hij verwijst daarbij graag naar Victor Hugo die ooit schreef: 'Quand je dis “je”, je parle de vous tous'.

Als essayist heeft Spillebeen zijn sporen verdiend met publicaties over o.m. Emmanuel Looten, Jos de Haes en Jan Hendrik Leopold. Misschien minder bekend zijn de verdiensten van Spillebeen als vertaler uit het Frans (een keuze uit de poëzie van E. Looten; Chien blanc van Romain Gary; La légende d'Ulenspiegel van Charles de Coster...) en het Spaans (Federico García Lorca, Rafael Alberti en, in samenwerking met Bart Vonck, Pablo Neruda).

Willy Spillebeen was redacteur van Dietsche Warande & Belfort. In 1988 volgde hij André Demedts op als lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Hij was de eerste writer in residence aan de University of Wisconsin (190-1991).

De voorstelling van Blues om wat blijft vindt plaats op zaterdag 5 februari om 16u in de aula van het CC het SPOOR,Eilandstraat 4 te 8530 Harelbeke. Het programma bestaat uit een eerbetoon aan Willy Spillebeen door zes dichters, een interview met Philip Hoorne, een poëtisch spel met gedichten van Pablo Neruda (in vertaling van Spillebeen), een stadsreceptie en een signeersessie.

Willy SPILLEBEEN, Blues om wat blijft, Leuven, Uitgeverij P, 2011, 80 p., 17,50 €.

Partager cet article
Repost0
30 janvier 2011 7 30 /01 /janvier /2011 23:46

 

De Duitse toneelschrijfster Lea Doher (°1964) is een fervente aanhangster van het naturalisme. Wat toneelstukken oplevert waar de toeschouwer meteen na afloop van denkt, zo, dit hoeven we geen tweede maal te zien.

Dieven is het slotstuk van een trilogie. Voorop loopt Onschuld, gevolgd door Het Laatste Vuur. Door met dezelfde potten en pannen bereid te zijn, is het een makkie ze als een geheel op te voeren. Wat ook binnenkort zal gebeuren. Op zaterdag 26 maart. In Rotterdam. Een marathon. Een toneelsport die in de mode is en wat in de mode is, ontsnapt niet aan de greep van regisseur Alize Zandwijk.

Een samenraapsel van toestanden, dat is Dieven. Met een dozijn mensen niet verwant, elk met een zoutloos bestaan. Met de uitzondering die de regel bevestigt, Linda. Zij hoopt ooit aan de bijeengestolen leegheid te ontsnappen. En met een gebeurtenis om wat kleur aan het magere verhaal te geven, het opduiken van een wolf aan de rand van de stad. Wat verwacht werd, gebeurt: Linda ziet in haar schamele verbeelding de wolf als het beest in het aards paradijs. Een variatie, kortom, op Roodkapje en de wolf, gemixt met De Schone en het Beest.

Je moet al van goede huize zijn om een aantal sporen via een dozijn wissels op één lijn te krijgen. Dat lukt Lea Doher niet. In een moment waarvan aard en oorzaak er niet toe doen, moet de toneelschrijfster gedacht hebben: laat ik het eens anders aanpakken. Ik geef de personages meer diepgang dan in mijn eerdere stukken, en de actie wordt ontdaan van putten en builen. Misschien dat ik op die manier opgenomen word in de troonzaal van de theaterhemel. – Wel, het resultaat is geen vooruitgang. De toeschouwer voelt zich bestolen, omdat hij moet wachten op niets. Een niets dat de auteur bestempelt als ‘angst’.

Samuel Beckett laat de toeschouwer ook wachten in En attendant Godot, het kantelstuk van het theater van de twintigste eeuw. Maar Beckett weet dat wachten knap spannend te maken. Zo spannend dat het publiek er bij de oerproductie flink nerveus van werd en in opstand kwam. Een publieksopstand zal Lea Doher niet voor elkaar krijgen. Hoewel. Niet in het beklimmen van stoelen en het gooien van tomaten, maar in de vorm van een gezamenlijke slaap met een droom waarin het mooiste meisje van de wereld gevangen is in de late avondzon, op het perron van de Orient-Express. Voor de vrouwelijke lezers: in de vorm van een communale slaap met een droom waarin de stoerste jongen van de klas bij het ochtendkrieken in het spotlicht staat aan de balie van Sun-Air op Brussels Airport.

Dat Alize Zandwijk zich tot Lea Doher aangetrokken voelt is niet een kwestie van sympathie voor de soort, maar haar beperkte regieverbeelding. Wat, magna cum laude, de architectuur oplevert van het Hollandse rijtjeshuis. Een bijkomend element is dat zij niet rekent maar gokt. De regie is slechts een half denkproces. De andere helft is nattevingerwerk. Zij heeft tevens de neiging om het totaalbeeld van de voorstelling te idealiseren als een bewijs van doordacht inzicht. Dat was in eerdere regies al het geval en dat is het nu ook weer.

Ter versterking van haar overtuiging een groots regisseur te zijn, gooit Zandwijk er in Dieven muziek tegenaan. Sluipende repetitieve muziek die gaandeweg helaas nefast is voor het darmstelsel. De toneelvloer heeft Zandwijk bezaaid met kartonnen dozen. In alle mogelijke maten en gewichten. Ach ja, natuurlijk! Het leven van iedere mens kan in een kartonnen doos. Een mens ziet al te vaak niet wat voor de hand ligt. Het is goed dat er iemand is om hem daarop te wijzen.

In de grootste dozen zitten of liggen de acteurs. Hinderlijk voor de mobiliteit, maar dat is ook de bedoeling van de regisseur: met hand en tand aan te tonen dat het leven een zaak is van springen, vallen, duiken, kruipen, opstaan en weer doorgaan.

Pal in het midden van het dozendal heeft ze een douchecel laten plaatsen. Soms gaat er iemand in staan of wordt de kraan opengedraaid. Ja, ’t is waar, regen en zon krijgt elk van ons, de een al meer regen dan zon.

Zowel de tekst als de regie zijn een zootje. De redding moet dus komen van het spel. De acteurs doen hun best, maar van niets kan je wel iets maken, helaas niet meer dan iets van niets. Zelfs de toeschouwer met meer mildheid in zijn korf zal moeten toegeven dat het veel te weinig is voor de lengte van de voorstelling, tweeëneenhalf uur. Willy Thomas steekt bij momenten een karton de hoogte in. Met een viltstift is de situatie in één woord samengevat. Waken. Droom. Waken. Vakantie. Waken. Thomas doet het met een veelzeggend gebaar en met een blik waarin te lezen staat: Sorry, bevel is bevel.

Genoeg. Genoeg energie gestopt in deze draak. Maar toch nog dit. De keuze van dit stuk en deze regisseur toont aan hoe beperkt het theatertalent van de artistiek directeur van de KVS is. En het bewijst dat het Rotheater, ooit een machtige burcht in bloei, is vervallen tot een ruïne waarvan men zich afvraagt: is dit ooit een theater geweest of een zwembad?

Guido LAUWAERT

DIEVEN van Dea Loher – regie Alize Zandwijk – productie KVS en Rotheater – met Fania Sorel, Lukas Smolders, Sylvia Poorta, Jacqueline Blom, Willy Thomas, Marc de Corte, Nasrdin Dchar, Yahya Gaier, Wouter Hendrickx,  Caroline Liekens, Greet Verstraete en Esther Scheldwacht – tot 5 februari in KVS – vervolgens in Rotterdam en op tournee door Nederland – www.kvs.be

 

Partager cet article
Repost0
29 janvier 2011 6 29 /01 /janvier /2011 01:29

 

Donderdagavond vond in Roma te Antwerpen de voorstelling plaats van Paul van Ostaijens Bankroet Jazz live, hier aangekondigd op 5 januari: http://mededelingen.over-blog.com/article-paul-van-ostaijen-de-bankroet-jazz-live-in-antwerpen-64342027.html

Live1.jpg

Hoofdmoot van het wervelende spektakel is natuurlijk de projectie van de fenomenale film gerealiseerd door Leo van Maaren en Frank Herrebout aan de hand van beeldmateriaal uit het Nederlandse Filmuseum. Het (op sommige punten voorspellende) scenario van Paul van Ostaijen dateert van 1921, waarschijnlijk het eerste filmscenario dat in de Nederlandse taal is overgeleverd. Hansjürgen Bulkowski aarzelde niet te gewagen van “Der einzige bekannte Filmentwurf der Berliner DADA-Gruppe”. Het werd door de filmmakers creatief maar trouw in beeld gebracht, waarbij de intelligente found footage montage van grosso modo contemporaine news-reels, documentaire (sfeer)beelden en citaten uit stomme films tot een grotesk maar niet minder ijzersterk narratief geheel verweven worden. Hierbij illustreren Leo van Maaren en Frank Herrebout ten volle de doorslaggevende bijdrage van Dada tot de doorbraak van collage, montage en assemblage van ready-mades, thans ook in het dagelijkse leven en in de communicatie woekerende technieken. De live voorstelling wordt begeleid door een zevenkoppige band onder leiding van trompettist en componist Wouter van Bemmel, bekend van o.m. de fameuze groep Boulevard of Broken Dreams. Door o.m. de aanwending van samples en loops naadloos aansluit bij de dadaïstische praxis.

De voorstelling van de film werd voorafgegaan door 'Nachtvogel', een muzikaal programma, waarin de kosmopolitische great younglady Evi De Jean vanuit het perspectief van Emmeke Clément, de grote liefde van Paul van Ostaijen, de toeschouwer 'een persoonlijke blik' gunt op 'Polte' en de periode die zij samen in Berlijn doorbrachten. Ook in haar liedjes en verhalen zijn de montagetechnieken troef. Ze brengt een zonder meer indrukwekkende prestatie, maar dan wel inderdaad vanuit 'een persoonlijke blik'.

Indien ik niet gehinderd was door enige dossierkennis, had ik geen enkele kritiek op de ronduit schitterende prestatie van Evi De Jean als Emmeke. Ik kan er niets aan doen, maar eventjes irriteerde haar verhaal ome even mateloos. Het stoelt immers op een al te persoonlijke visie die niet strookt met de gedocumenteerde historische realiteit. De (marginale) sequenties betreffende Emmekes tweede echtgenoot Peter Pringsheim, zwager van Thomas Mann, zijn grotendeels uit de lucht gegrepen, waardoor met name de twee sequenties betreffende het jaar 1940 een misvormd beeld ophangen. Bezwaren tegen het romantiseren van een waar verhaal om dramatische redenen heb ik uiteraard niet, dat deed mijn vriend Jan Lampo ook in zijn roman Emmeke, plaisir d'amour (Leuven, Davidsfonds, 2001). Maar er zijn wel grenzen. In haar verhaal stelt Evi De Jean centraal dat Emmeke en Van Ostaijen elkaar na de breuk van 1921 niet meer zagen, wat haaks staat op de feiten. Het ware verhaal van hun relatie is immers nog tragischer. Er wordt gesteld dat Pringsheim eind december 1940 in Antwerpen gebrandmerkt werd als Jood en dat hij en Emmeke bijgevolg naar Amerika emigreerden. Dat past in onwetende 'politiek correcte' sprookjesverhalen. Realiteit is dat Pringsheim (die nota bene door de nazi's uit zijn ambt van hoogleraar gezet was en asiel vond aan de universiteit van Brussel) op bevel van de Belgische Staatsveiligheid in mei 1940 als vijandelijke onderdaan naar Frankrijk in een spooktrein gedeporteerd werd... Dat zijn nog maar enkele details. Ik stoorde mijn vooral aan het eenzijdige, vervormde beeld dat van Emmeke opgehangen wordt. Dat zal wel niemand verwonderen die met mijn visie vertrouwd is (cf. Luie luipaard, Antwerpen,Uitgeverij Jef Meert, 1996; en Hartelik de uwe, Paul van Ostaijen, Koninklijke Nederlandse Schouwburg, Antwerpen, 1996). Dit gezegd zijnde ben ik de eerste om volmondig te onderstrepen dat Evi De Jean recht heeft op haar visie en dat mijn voorbehoud geen afbreuk maakt aan een in alle opzichten prijzenswaardige prestatie.

Vrijdag werd Paul van Ostaijens Bankroet Jazz live opgevoerd in de Verkadefabriek te Den Bosch. In de komende maanden komen nog Amstelveen, Rotterdam, Purmerend, Zaandam, Heerhugowaard, Tilburg en Enschede aan de beurt. 'Pour les Flamands la même chose', want in Vlaanderen was er vanwege cultuur-en andere centra kennelijk geen belangstelling voor het boeken van dit bijzonder geslaagde totaalspektakel.

VanOstaijen-in-Berlijn.jpgPasfoto van PvO voor de vreemdelingenpolitie, opgenomen in het Kaufhaus des Westen te Berlijn [1918?]

Van Ostaijen wist het al:

Zo er al iets bestaat als de Vlaamse identiteit, is zij hierop gegrondvest: de Vlaming leeft onverstoorbaar zelfvoldaan, in de overtuiging dat niemand hém te grazen zal nemen. […] Vooral het speelse is uit den boze! Want wanneer u denkt, geachte dames en heren artiesten, dat de kunst een spel is, slik uw vergissing dan maar snel in: de Vlaming is een veldwachter zonder genade. […] Vlaanderen? Het blijft een op z'n kop gezet carnaval. Niet zozeer doctoren en klerken in zotten verkleed, als wel zotten verkleed in doctoren en klerken.

De definitieve tekst van De bankroet jazz verscheen vorig jaar. Bovenop die baanbrekende, deskundig becommentarieerde editie bezorgd door Matthijs de Ridder, krijgt de lezer een DVD met de in alle opzichte unieke film van Leo van Maaren en Frank Herrebout, aangevuld met documentair materiaal.

Henri-Floris JESPERS

BankroetIJZER.jpg

Paul VAN OSTAIJEN, De bankroet jazz, Utrecht, Uitgeverij IJzer, 2009, 127 p., geb., full color 29,50 € (inclusief DVD). ISBN 978 90 8684 012 0.

http://www.bankroetjazz.nl/

Partager cet article
Repost0
23 janvier 2011 7 23 /01 /janvier /2011 22:42

 

 

In 2011 zal het veertig jaar geleden zijn dat de dichter en essayist Jan de Roek op dertigjarige leeftijd overleed. Enkele vrienden hebben het plan opgevat om een bloemlezing van zijn werk uit te geven en daar verscheidene extra's aan toe te voegen. Het boek zou immers aangevuld worden met nooit eerder gepubliceerde foto's en een cd waarop Jan de Roek voorleest uit eigen werk. De publicatie is voorzien in het najaar van 2011.

Het werk van Jan de Roek kwam niet alleen in de Mededelingen van het CDR bij herhaling aan bod, maar ook op deze blog – zie onder meer

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-28661592.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-28663085.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-28689474.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-28499095.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-29001681.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-28944649.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-28843966.html

 

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
21 janvier 2011 5 21 /01 /janvier /2011 04:24

 

Tom-Co.JPG

Van l. naar r.: Alain Van Crugten, Tom Lanoye, Jean-Luc Outers, Sam Touzani,

Jacques de Decker (Foto: © Ronald Giebel, deBuren)

In Studio 1 van Flagey te Brussel presenteerde Tom Lanoye dinsdagavond de Franse vertaling van zijn roman Sprakeloos. La langue de ma mère is de eerste roman van Lanoye die in de taal van Molière verschijnt. Organisator was deBuren, het Vlaams-Nederlands Huis, gevestigd in de schaduw van de Muntschouwburg. In zijn welkomstwoord dankte directeur Dorian van der Brempt het talrijk opgekomen publiek en the usual suspects.

Het was in Parijs, in het Institut Néerlandais, dat ik vorig jaar vernam,’ zo zei Van der Brempt, ‘dat Alain Van Crugten met de vertaling van Sprakeloos bezig was. Vanuit Parijs heb ik Tom gebeld om de boekvoorstelling in Brussel vanuit deBuren vorm te geven ‘want niet alleen de bovenburen, ook de onderburen interesseren ons.’ Waarop Van der Brempt vervolgens kort de auteur en zijn internationaal parcours belichtte. Waarna er nog een ruiker volgde: ‘Tom est l‘écrivain flamand le plus productif de sa génération. Il nous a offert de la qualité dans les genres les plus divers.’

Na het applaus stelde Van der Brempt de andere sprekers van de avond voor en gaf als eerste Lanoye en zijn vertaler het woord. Beiden lazen een hoofdstuk voor, zoals dat gebruikelijk is bij ontmoetingen tussen landshoofden die elkaars taal niet machtig zijn. Lanoye las een zin of twee, waarop de vertaler naadloos aansloot. Dat zorgde voor een bruisende sfeer, want Lanoye is een rasperformer en de vertaler profiteerde van de sprankelende boeggolf die de auteur telkens weer weet te verwekken.

Jean-Luc Outers, lecteur averti, gaf daarop zijn mening over de gevoelens die hij ervaren had bij de lezing van de roman. Aansluitend was Jacques de Decker debatleider. Hij begon met te refereren naar de presentatie van Le chagrin des Belges van Hugo Claus. In die roman opende Claus voor het eerst de deur naar het ouderlijke nest. Iets wat Lanoye met La langue de ma mère ook heeft gedaan, al gaf hij wel enkele voorschotten met de romans uit zijn prille schrijverscarrière, Kartonnen dozen en Een slagerszoon met een brilletje. Die aanzet voor een aardig maar voorspelbaar debat tussen de auteur, de vertaler, de ‘ervaren lezer’, de acteur Sam Touzani en Jean-Luc Outers.

Het meest in de hoog springende was een ogenschijnlijk terloopse mededeling. Lanoye echter kennende was het berekend, ingegeven door een niet alleen onverwoestbaar middenstandersgevoel, maar ook omdat tijd en plaats geschikt waren. Op uitnodiging van Jan Goossens, directeur van de KVS, zal Tom Lanoye in 1912 een onemanshow brengen, gebaseerd op Sprakeloos. Een Franstalige versie zal bij succes het logisch gevolg zijn.

Acteur Sam Touzani en auteur lazen tot slot nog een hoofdstuk voor, waarna het publiek van Dorian van der Brempt tien minuten kreeg om vragen te stellen, want de koude hapjes dreigden warm te worden en de warme drankjes bitter.

Guido LAUWAERT

*

Tom-Vertaler.JPGTom en vertaler amuseren het publiek (Foto: © Ronald Giebel, deBuren)

In Knack.be (20 januari) onderstreepte Jeroen Bert:

De Franstalige, Brusselse auteurs Jacques De Decker en Jean-Luc Outers gingen in hun lezing van ‘La langue de ma mère’ dan weer voornamelijk op zoek naar het beeld dat Lanoye van de Vlaming schetst: kleurrijke, volkse personages in een al even kleurrijk en gedetailleerd beschreven setting: de slagerij Lanoye en omgeving. Of het Vlaanderen dat opgetrokken is uit vlees, bloed en een vleugje zelfbeklag. De hardwerkende Vlaming?

De hardwerkende Vlaming? Ja, misschien, maar dan toch vooral de folkloristische, volkse, levenslustige maar vooral brave en meegaande Vlaming waar Franstaligen Belgen zich met een tikkeltje paternalistisch ontroering toch zo graag over ontfermen. De Vlaming die, als Felix Timmerans, 'notre arlequin national', elk probleem herleidt tot 'une petite drôlerie de kermesse – quand retrouverons-nous Hadewych au bordel', aldus Paul van Ostaijen. De Vlaming die vanuit de Hollandse engelenbak vermakelijk geprezen wordt om dat 'leuke' Vlaams. Kortom, de cliché Vlaming wiens portret in 1926 zo kostelijk geschetst werd door Van Ostaijen in zijn artikel over Die Zeichnungen Pieter Bruegels van Karl Tolnai.

Indien ik de persverslagen mag geloven heeft politiek orakel Tom Lanoye de gelegenheid eens te meer niet onbenut gelaten om de rol te spelen van 'Flamand de service'. Succes gegarandeerd voor een overigens beklijvend boek dat meer verdient.

Henri-Floris JESPERS

Tom LANOYE, La langue de ma mère, Paris, Éditions de la Différence, 2011, 400 p., 23 €. ISBN : 978-2-7291-1924-9

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche