Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
18 février 2011 5 18 /02 /février /2011 06:43

 

De boventitel van het interview – 'Internationaal bekroonde auteur doodgezwegen' – moet je, laten we zeggen, als een journalistieke hyperbool lezen. De hoofdtitel – 'Wij zijn allemaal Nederlanders!' – slaat op Roggemans politieke belijdenis en sluit aldus aan bij de actualiteit.

Wij zijn toch allemaal Nederlanders? Want vergeet niet dat men altijd spreekt van 'de Nederlanden'. Ook in het Engels: 'the Netherlands'. Maar de Vlamingen zijn een politiek dom gehouden volkje. Dat kan ook niet anders, want wij leven nu al 500 jaar onder vreemde bezetting: Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen en nu Belgen... Want de echte Belg is Franstalig. Dat werd reeds in 1830 uitgedrukt door de eerste premier van de pas gestichte staat: 'La Belgique sera latine ou ne sera pas.' En toch zijn er nog Vlamingen die vasthouden aan België. Dat moeten masochisten zijn, als je nagaat wat België de Vlamingen heeft aangedaan. Men heeft geprobeerd het Vlaamse volk uit te roeien. Niet door hen te doden, maar door er Walen van te maken, door het Nederlands te negeren, door hen tot Franstaligen op te voeden, met als resultaat schrijvers als Maeterlinck, Verhaeren. En Charles de Coster, die hun liefde voor Vlaanderen maar in het Frans moesten bezingen. Zij lijken spoken uit een taalkundige nachtmerrie. Hopelijk komt er aan de Belgische nachtmerrie gauw een einde. Een onafhankelijk Vlaanderen zie ik echter maar als een overgangsstadium. Er moet nog een lange weg worden afgelegd om de Vlamingen en sommige Nederlanders ervan te overtuigen dat we samen horen. De Walen zullen veel eerder en gemakkelijk bij Frankrijk aansluiten. Zij zijn dan ook bewuster op politiek gebied dan de Vlamingen, die nog in de adolescentie verkeren.

Die onvolwassenheid komt natuurlijk ook in litteris tot uitdrukking.

Het literaire leven in Vlaanderen is beperkt tot een klein poeltje, waarin zes eendjes ronddartelen en die elkaar bewieroken. Zij spelen voortdurend de bal naar elkaar toe en alle anderen, die niet tot die vriendenkring behoren, worden uitgesloten.

Die twee verklaringen van Roggeman hebben het voordeel van de duidelijkheid. Erg genuanceerd, laat staan beredeneerd, zijn ze natuurlijk niet. Maar ze zullen wel als hemelse muziek geklonken hebben in de oren van interviewer Brederode.

Typisch dat hier de kwakkel van die vermeende uitspraak over 'la Belgique sera latine...' klakkeloos herhaald wordt, is echter frappant. Uitgerekend in 't Pallieterke heeft Jan Neckers het nog enkele maanden geleden (10 november 2010) terecht in herinnering gebracht dat het om meer dan een verzinsel gaat: een bewuste, kwaadwillige vervalsing die een eigen leven ging leiden. Dat geldt trouwens ook voor de bewering van Roggeman dat Gangreenvan Jef Geeraerts 'in beslag genomen werd door het gerecht wegens “strijdig met de goede zeden”'. Gangreenis nooit 'in beslag genomen'. Uit één Brussels boekhandel werden exemplaren op last van het parket voor onderzoek gehaald. Om het even luchtig te zeggen: technisch gezien ging het zowat om recensie-exemplaren...! 'In beslag nemen' klinkt natuurlijk dramatischer... Als illustratie van de corrupte Vlaamse literaire zandbak vertelt Roggeman een anekdote over de Arkprijs van het Vrije Woord 1973. Ik zal ze hier niet herhalen, anders gaat ze ook al een eigen leven leiden. Ik citeer alleen de conclusie van de gesjeesde kandidaat: 'Het klinkt ongelooflijk, maar ik kan je verzekeren dat dit echt gebeurd is'. De prijs werd toegekend door de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Ik was dus op die bewuste vergadering aanwezig en kan een heel ander verhaal vertellen. Dat doe ik niet, want ik acht de dichter Roggeman te hoog om hem als man 'zonder sterke ellebogen' als naïeveling aan de kaak te stellen.

*

Ik moet met lede ogen aanzien hoe de talentvolle Willem M. Roggeman zichzelf in 't Pallieterke te kijk zet.

'Wie veertigjaar wordt zal zichzelven kennen', dichtte Karel Jonckheere.

In juli wordt Willem M. Roggeman 76.

Ondertussen kijk ik wel uit naar zijn nieuwe bundel.

Henri-Floris JESPERS

 

Partager cet article
Repost0
17 février 2011 4 17 /02 /février /2011 05:27

 

De overgrote meerderheid van Roggemans publicaties verscheen bij Vlaamse uitgevers, maar daar komt nu blijkbaar een einde aan:

Enkele jaren geleden heb ik besloten niet langer in Vlaanderen uit te geven. Mijn bundels De metamorfosen van de dichter (2007) en Taalgebied (2009) verschenen bij 'De Contrabas' in Utrecht. Daar komt eerstdaags een nieuwe bundel uit, getiteld Woordenwisseling / Ruimtewisseling, die ik schreef in samenwerking met de Nederlandse dichter Leo Vroman. Als zo'n bekend dichter als Vroman akkoord gaat om met mij samen te werken, is dat een veel mooiere vorm van waardering dan een Vlaamse prijs.

Brederode vroeg Roggeman of hij er enige verklaring voor heeft waarom hij in Vlaanderen 'zo wordt genegeerd, terwijl je in het buitenland het ene succes na het andere boekt'.

Ik heb nooit sterke ellebogen gehad en ook nooit een grote mond kunnen opzetten. Evenmin ben ik niet handig in public relations. Er is nu een generatie auteurs in Vlaanderen die meer talent heeft in public relations dan in literatuur. Die staan voortdurend in het nieuws. Verder voel ik mij ook niet thuis in dit land.

wmrREVEROBOT.jpg

In het gesprek is Roggeman inderdaad eerder teruggetrokken, maar dat van die ellebogen en public relations moet toch wel cum grano salis genomen worden. Roggeman is altijd carrièrebewust geweest, dat bewijst zijn curriculum voldoende (en wie kan het hem kwalijk nemen?). Uit het gesprek met 't Pallieterke blijkt wel duidelijk dat hij zwaar tilt aan wat hij ongetwijfeld oprecht ervaart als miskenning.

Het lijkt erop dat ik Vlaanderen niet besta. In september 2010 werd mij wel de Eerste Poëzieprijs van de Nederlandse stad Zeist toegekend. […] Verder heb ik de jongste jaren drie buitenlandse prijzen ontvangen, één in Litouwen en twee in Italië. In dat laatste land zijn trouwens al drie bundels van mij verschenen. […] Maar in Vlaanderen vind je mijn bundels zelfs niet in de boekhandel.

Dat laatste zal niemand verbazen die maar enigszins vertrouwd is met de problematiek van de distributie van (kleinere) uitgevers en van de boekhandel. Dat het lijkt of Roggeman in Vlaanderen niet bestaat en in de media doodgezwegen wordt, is natuurlijk weer een overtrokken uitspraak. De bundels van Roggeman werden vooral besproken door Vlaamse critici. Recensies over hem verzamel ik niet stelselmatig, maar stel toch al meteen vast dat zijn jongste bundels grondig en uitvoerig besproken werden door bijvoorbeeld Annmarie Sauer (in Stroom) en Patrick Auwelaert (in Poëziekrant van september 2007 en oktober 2009). Buitengesloten?

Roggeman heeft duidelijk geen zin voor relativering, en de consciëntieuze journalist die hij was kan kennelijk vandaag geen vrede nemen met een grondig gewijzigd medialandschap, waarin het Matteüseffect meer dan ooit hoogtij viert. Hoe dan ook, 'a fact is stronger than a Lord Mayor'.

Roggeman wijst er ook op dat hij genegeerd wordt 'door de officiële instanties, die zogezegd de Vlaamse literatuur moeten bevorderen'. Dat is een zware beschuldiging waar ik wel graag iets concreets over had vernomen...

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
16 février 2011 3 16 /02 /février /2011 01:26

 

In Altijd weer vogels die nesten beginnen (Amsterdam, Bert Bakker, 2006, 792 p.), een geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005 geschreven in opdracht van de Taalunie door prof. Hugo Brems, wordt Willem M. Roggeman doodgezwegen. Brems brengt een horde dichters in kaart maar slaagt erin Roggeman niets eens te vernoemen. Il faut le faire. De invloed van de nouveau roman komt heel even ter sprake (Mijn levende schaduw van Paul de Wispelaere, 1965; Is de boelijn over de nok? van Hector-Jan Loreis, 1965; Het lichamelijke onderscheid van Laurent Veydt, 1965; De weerspannige naaktschrijver van Rudolf Geel, 1965), maar de vermelding van De verbeelding (1966) kon er blijkbaar niet van af.

Het literaire interview is sowieso al een onderschat genre (net als de misdaadroman) en komt dus niet aan bod. Brems zelf had er nochtans eerder op gewezen dat Roggeman 'interessant en blijvend materiaal' aanreikt. Ook Albert Westerlinck wees op het belang van Roggemans interviews als 'literairhistorische informatie'. Leo Geerts, nu niet bepaald de meest meegaande criticus, constateerde dat de kwaliteit van Roggeman is, 'dat hij een grote veelzijdigheid van appreciatie koppelt aan een uitgesproken literaire, om niet te zeggen: literair-technische benadering'.

wmrNUT.jpgCover: Fred Bervoets

Roggeman uitgesloten en miskend in het 'bekrompen' Vlaanderen? Toch niet.

Alle essays van Roggeman over plastische kunstenaars (Jan Burssens, Jan Cox, Paul van Hoeydonck, Pol Mara, Bram Bogart, Camiel Van Breedam, Godfried Vervisch, Fred Bevoets, Jan Vanriet en Rik Vermeersch) verschenen bij Vlaamse uitgevers.

De jongste jaren publiceerde uitgeverij P (Leuven) vijf bundels van Roggeman : Geschiedenis (1998), Het failliet van het realisme (1999), De tijd hapert in de spiegel (2000), Geschiedenis II (2002), Het nut van poëzie (2003); Demian (Antwerpen) publiceerde Blue notebook (2006).

Dat alles belet niet dat Willem M. Roggeman enkele jaren geleden 'besloot' niet langer in Vlaanderen uit te geven...

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
15 février 2011 2 15 /02 /février /2011 04:21

 

Willem M. Roggeman voelt zich uitgesloten en miskend in het 'bekrompen' Vlaanderen. In de vorige blog (11 februari) werd zijn journalistieke en ambtelijke carrière kort in herinnering gebracht. Voegen we daar nog aan toe dat hij jarenlang in het organisatiecomité van 'Poetry International' te Rotterdam zat. Roggeman wist aldus een internationaal netwerk op te bouwen. Een lang (en boeiend) vraaggesprek met Roel Richelieu van Londersele (Poëziekrant, oktober 1985) eindigt veelbetekend als volgt: 'Misschien dat ik, zoals zovele voorgangers, ook via het buitenland eindelijk Vlaanderen zal veroveren.' (Wie die 'zovele voorgangers' mogen zijn laat ik hier in het midden...)

Hoe zit het nu met de receptie van Roggemans oeuvre in Vlaanderen?

De poëzie van Willem M. Roggeman werd van zijn debuut en tot op heden gewaardeerd door heel uiteenlopende vakgenoten en critici. Voor de vuist weg zet ik hier op een (alfabetisch) rijtje: Pieter G. Buckinx, Gaston Burssens, Louis Paul Boon, Ben Cami, Frans van Campenhout, André Demedts, Hans Groenewegen, Hugo Raes, Guy van Hoof, Willy Spillebeen, Yves T'Sjoen, Herman Uyttersprot, Paul de Vree.

wmrVERBEELDING2.jpg

De tweede roman van Roggeman, De verbeelding (Hasselt, Heideland, 1966), kreeg ruime belangstelling en staat geboekstaafd als 'typische genreroman uit de school van de nouveau roman' (zie Hector-Jan Loreis, Van de nouveau roman naar de nouveau nouveau roman, Brussel / Den Haag, 1967; Paul Hardy, Bij benadering, Brecht / Antwerpen, De Roerdomp, 1973; B.F. van Vlierden, Van In't Wonderjaer tot De Verwondering. Een poëtica van de vlaamse roman, Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1974; Paul van Aken, Letterwijs, letterwijzer, Manteau, Brussel / Amsterdam, 1979).

Met Van Achterberg tot weverberg (Antwerpen / Brugge, De Galge, 1976; met een inleiding door Paul de Wispelaere) bewees Roggeman dat een gewetensvolle dagbladrecensent (in illo tempore) wel degelijk beschouwd kon worden als een volstrekt volwaardige essayist.

De interviews van Roggeman met Vlaamse en Nederlandse schrijvers van diverse pluimage bewijzen dat ook ten volle. In 1978 publiceerde het Vlaamse PEN-Centrum (warvan Roggeman secretaris was) 10 Modern Essays from Flanders, waarin een interview van Roggeman met Hugo Raes. Ik herinner me levendig dat er toen in de republiek der letteren wat insinuerend gemompel te horen was. Een interview...? Tja, Roggeman is secretaris van PEN... Dat was geheel onterecht. Aan de Universiteit Gent kreeg Roggeman nog les statistiek van André de Ridder, de man die het literaire interview in de Vlaamse literatuur introduceerde. De geautoriseerde vraaggesprekken van Roggeman, veelal gepubliceerd in De Vlaamse Gids, kunnen gerust beschouwd worden als een rijke, verhelderende, deels nog altijd onontgonnen Fundgrubbe inzake poëticale opvattingen van een rits contemporaine Vlaamse (en Nederlandse) schrijvers. Bibliografisch beschouwde het Vlaamse PEN-Centrum die terecht als 'essays'.

Beroepsgeheim ('s Gravenhage, Nijgh & Van Ditmar, 1975), Beroepsgeheim 2 (Antwerpen / 's Gravenhage, Soethoudt / Nijgh & Van Ditmar, 1977), Beroepsgeheim 3 (Antwerpen, Soethoudt, 1980), Beroepsgeheim 4 (Antwerpen, Soethoudt, 1983), Beroepsgeheim 5 (Antwerpen, Facet, 1986), Beroepsgeheim 6 (Antwerpen, Paradox Press, 1992).

Hetzelfde geldt voor Roggemans boeiende en verhelderende gesprekken met plastische kunstenaars (Atelier, Antwerpen, Soethoudt, 1982).

wmrATELIER.jpg

Willem M. Roggeman had er kennelijk nooit een probleem mee een welwillende uitgever te vinden. Zijn boeken, die nooit een brede lezerskring bereikten (en dat hoeft ook niet), werden destijds op kwaliteitsgronden steevast aangekocht door de Dienst Letteren van het Ministerie van Cultuur. Zo publiceerde hij alvast vijf verzamelbundels: De droom van een robot (Hasselt, Heideland-Orbis, 1976, 77 p.), De school van het plotseling ontwaken. Gedichten 1957-1970 (Antwerpen / Den Haag, Standaard Uitgeverij / Nijgh & Van Ditmar, 1972, 165 p.; met een inleiding door Mark Dangin), Memoires. Gedichten 1955-1985, Antwerpen, Soethoudt & Co, 1985, 327 p.; met een inleiding door Paul de Vree), Al wie omkijkt is gezien. Gedichten 1974-1987, Antwerpen / Amsterdam, Manteau, 1988, 106 p.; met een inleiding door Hubert Lampo); De tijd hapert in de spiegel (Leuven, uitgeverij P, 2000, 159 p.; met een inleiding door Geert van Istendael).

wmrMEMOIRES.jpg

Vermelden we nog even dat Roggeman tweemaal de Dirk Martensprijs van de stad Aalst kreeg: in 1963 voor poëzie, in 1964 voor toneel. De eerste Louis Paul Boonprijs (1974) ging naar Paul de Wispelaere en Willem M. Roggeman. In 1975 viel de prijs van de stad Brussel Roggeman te beurt.

Tja, uitgesloten en miskend in het 'bekrompen' Vlaanderen...

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
11 février 2011 5 11 /02 /février /2011 07:09

 

WMR.jpg

In een paginalang interview met Brederode (alias Erik Verstraete) in 't Pallieterke van deze week (9 februari 2011) krijgt Willem M. Roggeman (9 juli 1935) de gelegenheid zijn hart te luchten. Hij had het kennelijk nodig, want hij verkondigt coram publico dat hij zich uitgesloten voelt en miskend in Vlaanderen; dat hij in de media doodgezwegen wordt; dat zijn bundels niet eens te vinden zijn in de boekhandel en dat hij door de officiële instanties 'die zogezegd de Vlaamse literatuur moeten bevorderen', genegeerd wordt. 'Men zal mij nooit zien op poëzieavonden of op vergaderingen van literaire verenigingen', aldus Roggeman. Voor wie vertrouwd is met zijn loopbaan leidt het niet de minste twijfel dat dit alles cum grano salis moet genomen worden.

Willem M. Roggeman was immers twaalf jaar lang (1968-1980) secretaris was van het Vlaamse PEN-Centrum en neemt sinds 2006 voor de tweede keer het voorzitterschap waar van het Louis Paul Boon Genootschap, een functie die hij al op zich nam van 1982 tot 1989. Hij was bestuurslid van de Stichting voor Vertaling van Nederlands Literair Werk te Amsterdam, zetelde in talrijke jury's, was lid van de Commissie van Advies voor de Letteren van het Ministerie van Cultuur en redactielid van de literaire tijdschriften Diagram (1963-1964), Kentering (1966-1976), De Vlaamse Gids (1970-1993), Argus (1978-1981), Atlantis (2001-2002) en Boelvaar Poef (vanaf 2006). Hij was betrokken bij o.m. de Dilbeekse Cahiers.

Professioneel was Roggeman literair criticus en cultuurredacteur van de liberale krant Het Laatste Nieuws (1959-1981).Dankzij de liberale familiale banden met De Nieuwe Gazet werden zijn bijdragen vaak overgenomen in de destijds op cultureel vlak invloedrijke Antwerpse krant De Nieuwe Gazet.

Na een loopbaan van 23 jaar in de journalistiek koos Roggeman voor de ambtenarij: van 1981 tot 1993 was hij adjunct-directeur en (korte tijd) waarnemend directeur van het Vlaams Cultureel Centrum De Brakke Grond te Amsterdam, waar hij verdienstelijk werk leverde als organisator van tentoonstellingen van belangrijke Vlaamse kunstenaars en literaire avonden met Vlaamse en Nederlandse auteurs. Eind 1993 keerde hij terug naar België, waar hij tot circa tien jaar geleden werkte voor de de Dienst Letteren van het Ministerie van Cultuur, afdeling internationale betrekkingen.

Tot zover een topje van het curriculum van de man die in 't Pallierterke als underdog voorgesteld wordt als iemand die nooit te zien is op 'vergaderingen van literaire verenigingen'.

Willem M. Roggeman genegeerd in Vlaanderen? Meer in een volgende aflevering.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
9 février 2011 3 09 /02 /février /2011 21:29

 

Atemzug.jpg

In einem Atemzug ist ein guter Einstieg in das Werk und die küntslerische Welt der Lucienne Stassaert (Antwerpen °1936), eine Grande Dame der flämischen Dichtkunst. Seit 1964 schreibt sie Gedichte, poetische Prosa und arbeitet mit an Büchern der Kunst. Sie übersetzte Emily Dickinson und Sylvia Plath, übertrug Hadewijch, schrieb Hörspiele und Theaterstücke.

Lucienne Stassaert präsentiert sich hier in einer internationalen, dreisprachigen Zusammenstellung ihrer Werke.

Das Buch ist Produkt des unabhängigen europäischen Übersetzungsprojektes Flußschiffahrt, das zur Kulturhauptstadt Europas Ruhrgebiet 2010 initiiert und gestaltet wurde.

 

Voller Mond

(der Abschied von Rosebud)

 

Da ist heut' Nacht viel Trieb am Horizont

wenn dieser bleiche Mond beginnt

zu zittern wie heißer Saitenklang.

 

Ich hör' das alles schon, du Männchen Katz,

flüstert sie zärtlich in mein Ohr.

Wahrhaftig! Sie ist rollig!

 

Die Märzen Liebelei sitzt auf der Haut

darum beschreibt sie ohne Stift

sowas so Traurig' wie die Musik

 

in einem Andante Amoroso.

Wie Mozart schweigt, zieht sie nach innen –

Und das nun schon seit Jahr und Tag.

 

Vielleicht verspricht sie sich noch mehr

wenn sie allein so schwarz auf Weiß.

(Übersetzung: Fred Schywek)

 

StassaertPoes.jpg

 

Lucienne Stassaert, Rosebud, 1982

Lucienne STASSAERT, In einem Atemzug / In één adem / In one breath, Duisburg / Rhein – Antwerpen – Hamburg, World Internet Books, 2011, 92 p., 12,80 €. ISBN 978-3-8423-3402-1.

Partager cet article
Repost0
8 février 2011 2 08 /02 /février /2011 19:33

 

'De liefde is een doorwaadbare plek waar je plots in verdrinken kan. Maar moerassen zijn geurig, moerassen trekken leven aan in de schemering, moerassen zijn de schoonheid van de verlatenheid, op een snijpunt van angst en wedergeboorte.'

*

De nieuwe dichtbundel van Bart Stouten, Tussen dood en herleven, werd opgedeeld in twee cycli: 'Uurboek' en 'Sonate van de dood'. De eerste cyclus vormt een dagboek; elk gedicht staat voor een uur van de dag. 'Sonate van de dood' werd geschreven in de stijl van een filmscenario. Zoals Bart Stouten zelf zegt, is het een 'bundel met sporen van dood in het leven'. Gecomponeerd om ooit te eindigen, zingt het leven hier. De rust tussen de tonen is het wit dat de woorden scheidt, voorwaarde voor hun bestaan. Beide cycli bieden een brede waaier aan thema's. Vorm en inhoud worden één geheel, waarbinnen een veelheid van stijlen wordt geïntegreerd.

Bart Stouten (°Sint-Truiden, 19 september 1956) is licentiaat vertaler. Hij was werkzaam bij het RUCA te Antwerpen als copywriter. In 1990 werd hij bij Radio 1 aangesteld als producent bij de Dienst Hoorspelen. Hij heeft er de Beckett-hoorspelen vertaald en gerealiseerd in een Nederlandse versie, alsmede hoorspelreeksen van o.m. Harold Pinter, Peter Handke en Tom Stoppard. Hij presenteert top cultuurradiozender Klara 'De Tuin van Eden' (van maandag tot en met donderdag tussen 10 en 20 u) en 'Stouten' op Zondag.

Bart Stouten publiceerde vier dichtbundels: Sapporo blues (2002), De wijsheid van de wind (2004), Happy Christmas, Happy New York (2006) en Een Boek van Tijd (2009). Als prozaïst debuteerde Bart Stouten, die zich als Zen-boeddhist affirmeert, met een spiritueel dagboek, Het ware Eden(2009).

'Hoe meer sommige mensen weten, hoe stiller ze worden, hoe angstvalliger ze die kennis voor zichzelf houden, en bewaken als een kostbare relikwie, waarvoor hun geest het gedroomde schrijn is.'

*

Tussen dood en herleven wordt zondag 20 februari om 15 u voorgesteld in het MuHKA, Leuvenstraat 32 te 2000 Antwerpen. Frans Boenders leidt in, Bart Stouten leest voor, luitist Floris De Rycker verzorgt de muzikale intermezzi en uitgever Leo Peeraer overhandigt het eerste exemplaar.

Bart STOUTEN, Het ware Eden, Averbode, Altiora, 2009, 160 p., 15,25 €.

Bart STOUTEN, Tussen dood en herleven, Leuven, uitgeverij P, 2011, 64 p., 16 €.

Partager cet article
Repost0
7 février 2011 1 07 /02 /février /2011 17:36

 

Te koop à 75 € bij Boekhandel Demian: twaalf foto's van Paule Pia in contactafdruk uit een sessie waarin Monika van Paemel naakt poseert voor de omslag van haar roman De confrontatie ('s-Gravenhage / Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1974). De twaalf beelden zijn variaties op het uiteindelijk gekozen beeld. Bij het contactvel wordt een exemplaar van de roman bijgevoegd.

Van Paemel over de fotosessie in een interview met Willem M. Roggeman (Beroepsgeheim 6, Antwerpen, Paradox Pers, 1996):


'Het schrijven heeft voor jou slechts zin als een zich naakt en kwetsbaar opstellen, een opmaken van een balans. Heb je dit ook bedoeld met die naaktfoto op de omslag van ‘De confrontatie’?
- Dat is veel eenvoudiger gegaan. Ik heb je al verteld dat ik eerst een titel en een omslag heb voor ik aan een boek begin. In ‘De confrontatie’ gaat het ook om de wereld achter de spiegel, denk even aan ‘Alice in wonderland’, de achterkant van de dingen waar de verhoudingen omkeerbaar zijn, maar ook het beeld in de spiegel, het tegenbeeld, en de ontdubbeling, een vrouw die tegelijk Zoë en Mirjam en de schrijfster is. De fotografe Paule Pia was aan een reeks foto's bezig met als thema ‘de schilder en zijn atelier’, en in dat atelier poseerde dan de vrouw of het liefje van de schilder. Pia wist in Mechelen een atelier en wilde mij daarin fotograferen. Toen ik het decor zag wist ik meteen: dat is de kamer uit ‘De confrontatie’. Een akelige bijzonderheid was dat de schilder net was overleden, zijn schilderijen waren niet zo bijzonder, maar het decor van zijn huis en atelier vormde zijn eigenlijke oeuvre, door dat vast te leggen bleef het bestaan. De foto is snel gemaakt, en in de spiegel genomen. Ik had er geen moeite mee, terwijl ik gewoonlijk de pest heb aan fotografen en een hekel aan poseren. Pia heeft me daar nog mee geplaagd, of ik soms bang was dat mijn ziel in het fototoestel zou verdwijnen? Een gezicht dat ben ik, maar die naakte vrouw kan eigenlijk elke vrouw zijn, en dat is ook het opzet van het boek.'

Partager cet article
Repost0
6 février 2011 7 06 /02 /février /2011 23:22

 

Tien jaar na hun scheiding zijn de toneelspelers Sara en Steven weer samen. Ze hebben afgesproken dat ze ditmaal naar het omgekeerde streven van jaloezie. En geen van beide spreekt de waarheid maar denkt niet dat het een leugen is. De liefde voor de spreektaal, een perfecte combinatie van gebaar en zinsbouw, is de opperste schoonheid en slechts daarmee kan een verhouding breuken en barsten zonder blijvende schade pareren. Een mooi streven, maar lukt dat ook. Het antwoord zit hem in de laatste twee clausen: Jullie zijn niet te redden – En jij ook niet.

Dat er geen pasklare formule is voor een geslaagde verhouding wordt aangetoond in Decemberhonger, het nieuwste toneelstuk van Oscar van den Boogaard. Het is een vervolg op zijn eerste, Lucia smelt uit 2001. Van den Boogaard weet de broosheid van een verhouding keurig gestalte te geven. Hij schrijft flitsende dialogen en het plot is geloofwaardig. De paar mankementen worden door een heerlijke spanningsboog vergeten en vergeven: een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden en besluiten die niet uit de mond van de acteurs moeten komen, maar moeten ontstaan in het oor van de toeschouwer. Hoe meer geheimenis hoe meer envergure. Dat de intrige van Who’s afraid of Virginia Woolf op de achtergrond dwaalt is al te vaak een teken van zwakheid, maar niet in het geval van Decemberhonger.

In het bekendste stuk van Edward Albee lokt huisvrouw Martha na een party een jong koppel mee naar huis. De slachtpartij van het koppel Martha en George is maar aanleiding tot de totale vernedering van het bezoekende koppel en de ontkleding van hun verhouding. Nick en Honey druipen aan het slot af, de vrolijkheid op het aangezicht bij hun aankomst heeft bij hun vertrek plaats gemaakt voor de schaamte. Enige vergelijking in Decemberhonger is niet misplaatst. Sara heeft een jonge vrouw meegebracht, de avond dat Steven net terug is van een verblijf in München, en, niet onbelangrijk, nadat het theater is afgebrand. Maya is een cadeau voor Steven, lijkt het wel. Een vergiftigd geschenk, want Maya, nog niet vertrouwd met de oprukkende roest die elke verhouding treft, denkt dat de afterparty haar carrière ten goede zal komen. Zij is volwassen geworden met die gedachte. Denkt dat de theatervirus door een hogere instantie in haar brein is geplant en dat de bijkomende factoren, feestjes, verbroedering en morele zijwegen, het logische parcours vormen om de hoogste trede van de ladder te bereiken.

Wat bovendien opvalt is de geslachtelijke dimensie van Decemberhonger. Het is erotisch geladen en toch aseksueel. Mits een paar naamsveranderingen kan het stuk makkelijk door drie mannen of drie vrouwen gespeeld worden. De weinige keren dat geslachtsdelen ter sprake komen is het enkel als taalgrapje bedoeld. Ze hebben geen amoureuze connotatie. Net zomin als de personages overigens uit de stukken van Samuel Beckett.

De acteurs spelen uit eigen naam. Sara De Roo en Steven Van Watermeulen studeerden samen aan het Antwerps conservatorium. Na afloop scheidden hun wegen. Sara De Roo werd femme d’orchestre van tg Stan en Steven Van Watermeulen huist goed en wel in NTGent. Maya Sannen is een jong blaadje. In Decemberhonger heeft zij voor het eerst een dragende rol.

Het trio kwijt zich voortreffelijk van zijn taak. Spelplezier spat tot in de poriën van de toeschouwer. Maya Sannen speelt onbevangen, de etalage van haar gevoelens is goed gevuld. Sara De Roo staat scherp te acteren, als vanouds, geef haar een podium en zij stijgt ten hemel. Al is de hemelvaart voor haar niet zonder gevaar. Een paar maal de strenge hand van een regisseur om haar neiging tot overacting te wurgen, zou haar een sterstatus kunnen bezorgen. Decemberhonger is geen begin van een ontwenningskuur, niet eens een intentie om zo’n kuur te volgen, want deze voorstelling heeft geen regisseur.

De ster van de voorstelling is Steven Van Watermeulen. Hij is een vis in het water van dit toneelstuk. De rol is hem op het lijf geschreven. Dat is niet verwonderlijk, partner zijnde van de auteur. Eenzelfde lot viel Marilyn Monroe te beurt. Haar beste rol is die van een gescheiden en gedesillusioneerde vrouw, die bevriend raakt met drie ratés. Het scenario van The Misfits was van de hand van Pullitzer Prize winnaar Arthur Miller. Hoewel beiden al gescheiden waren, was de magie er nog. Hij maakte dat de rol haar eeuwige filmroem heeft gebracht.

Vooral een elektrisch geladen spel maakt dat Steven Van Watermeulen een [hopelijk slechts voorlopig] hoogtepunt in zijn carrière heeft bereikt. De persoonlijke verbondenheid tussen Van Watermeulen en Van den Boogaard maakt bovendien dat de auteur op een rake manier het antwoord heeft gevonden op de vormgeving van een relatie.

Van vormgeving gesproken. Die is verzorgd door B-architecten. Het architectenbureau opereert op diverse velden: woningen, kantoren, tentoonstellingen en scenografie. Decemberhonger is architecturaal een meesterwerk. Vanuit een vloer van kartonnen dozen wordt gaandeweg de inrichting van een flat gebouwd, door de acteurs. Het contrast met het artificiële van hun vernieuwde verhouding met zijn schijnheilige voorwendsels kan niet schriller zijn. De jaloezie blijft bestaan, is onuitroeibaar, al is het geluk gebed in een designinterieur.

De titel van het stuk verwijst naar de roman Titan van Jean Paul, pseudoniem van Johann Paul Friedrich Richter [1763-1825]. De tendens van zijn werk is een vast geloof in het hiernamaals en een neiging tot opvoeding van het volk. Twee roepingen ook eigen aan acteurs, geboren uit het verlangen om onder de mensen te komen, ‘wie Tiere der Dezember-Hunger’.

Op de verre achtergrond van de voorstelling is Dora van de Groen aanwezig. Zij was de pauzin van Sara De Roo en Steven Van Watermeulen tijdens hun opleiding. En de brand van het theater verwijst naar de brand van het Ringtheater in 1975. Niet toevallig staat het standbeeld van Julien Schoenaerts in de schaduw van dit theater. De vermoedelijke aanstichter van de brand was Schoenaerts, die ‘zijn’ theater gekelderd zag door een paleisrevolutie van een vennoot met centen. In Decemberhonger wordt daarop gealludeerd. Steven: Zou het aangestoken zijn?

Julien en Dora vloeien samen tot één persoon, Isabella. Sara: Als die school niet meer bestaat / Hoeft ze hem ook niet meer over te dragen / Zij wil helemaal geen opvolgster / Ze denkt: après moi le déluge / …

Decemberhonger, een toneelstuk van acht scènes met een proloog en een epiloog, moet dan ook gezien worden als een verdoken eerbetoon aan Dora en Julien. Een aanrader. De moeite waard om meer dan eens te zien.

Guido LAUWAERT

Decemberhonger Oscar van den Boogaard – tg Stan en NTGent – tot 19 februari in Minardschouwburg Gent – daarna naar Antwerpen en volgend seizoen reisvoorstellingen - www.ntgent.been www.stan.be

Partager cet article
Repost0
5 février 2011 6 05 /02 /février /2011 22:36

 

FotoSPILLE3.jpg

Blues om wat blijft, de nieuwe bundel van Willy Spillebeen, werd deze middag om 16 uur in Harelbeke voorgesteld (zie blog van 31 januari). Ik ben niet gemotoriseerd, ben noodgedwongen uiterst spaarzaam op verplaatsingen, ga dus nog maar uitzonderlijk naar recepties, vernissages, presentaties van boeken of begrafenissen (tenzij ik mij moreel echt verplicht acht...). Kortom, ik was dus niet present in Harelbeke. Ik ben wel erg benieuwd naar de bundel van de man met wie ik nooit oog in oog stond, maar met wie ik wel een stippeltje gemeenschappelijke geschiedenis deel, die ik nu even uit het geheugen poog te reconstrueren.

Hoe ik in mijn tijdschrift Monas Spillebeens tweede bundel Naar dieper water (eigen beheer, 1962) onder schuilnaam signaleerde, weet ik niet meer, maar dat hij zeer tot mijn verwondering mijn Franse verzen (Textes, 1963) in De Standaard der Letteren heel lovend besprak, dat blijft wel in mij geheugen gegrift. Dat was in het jaar dat Emmanuel Looten (1908-1974) mij een exemplaar schonk van Vers le point omega, een elegante druk met een originele concetto spatiale van Lucio Fontana (1899-1968) als cover (ik heb het boek ooit uitgeleend en zag het natuurlijk nooit nooit terug...); het jaar ook dat Spillebeen een indringend essay (Emmanuel Looten, de Franse Vlaming, Lier, De Bladen voor de Poëzie) publiceerde over de barokke poëzie van de flamboyante Looten, met wie ik een paar jaar later kennismaakte op de Internationale Poëziebiënnale te Knokke.

Ik heb altijd de grootste waardering gekoesterd voor de scherpzinnige criticus en essayist Spillebeen die onvermoeibaar een benijdenswaardige activiteit aan de dag legde.

De doorgewinterde romancier, die alle technieken van de moderne roman onder de knie heeft, wordt naar mijn gevoel bepaald onderschat. Zonder ooit te vervallen in navelstarig exhibitionisme weet hij feilloos een universele dimensie te geven aan de autobiografische grondslag van zijn problematiek: 'de speurtocht naar de eigen identiteit, het verzet tegen misleidende mystificaties en de afrekening met het verleden', aldus Paul Van Aken. Een aantal romans combineren op pakkende wijze de individuele en de collectieve geschiedschrijving en constitueren aldus ook sociologisch boeiende documenten. Wanneer zal eindelijk iemand zich wagen aan het grondig in kaart brengen van het zo gevarieerde romanuniversum van Spillebeen?

De heldere, nuchtere poëzie van Spillebeen – die ik niet altijd even nauwgezet op de voet heb gevolgd – is thematisch nauw verbonden met zijn scheppend proza. Het is de verdienste van uitgeverij P  in het vijfde deel van de Parnassusreeks, De geschiedenis van een steenbok, de poëzie van Spillebeen opnieuw onder de aandacht gebracht te hebben.

Het veelvuldig bekroonde oeuvre van Willy Spillebeen kon en kan bogen op de waardering van de meest uiteenlopende critici, en toch blijkt het m.i. wat teruggedrongen in een schemerzone. Kwestie van tijdsgeest? Ik weet het niet. Ik stel alleen maar vast. Net zoals ik absoluut niet begrijp dat de romans van Raymond Brulez en Marnix Gijsen blijkbaar verzonken zijn in de collectieve amnesie.

In plaats van naar Harelbeke te gaan, heb ik vandaag verkozen de namiddag door te brengen met de papieren Spillebeen, de enige die ik zowat ken.

Ik heb er geen spijt van.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche