Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
29 mars 2011 2 29 /03 /mars /2011 04:20

 

Gisteren rond 22u30 ontving ik een persbericht van Hendrik Carette waarin hij 'een literair schandaal' aan de kaak stelt, nl. de programmatie van De Nacht van de Poëzie. Hij geeft een lijstje op van dichters en dichteressen 'die niet mogen optreden'.

(Even tussen haakjes: ik sta daar te pronken, tussen Philip Hoorne en Gwy Mandelinck. Ik zal Hendrik maar meteen geruststellen. Toen Guido Lauwaert vorig jaar met het plan liep een nieuwe editie van de Nacht te brengen, nodigde hij mij alvast uit, maar ik zag dat niet zitten. Jozef Deleu wordt ook vermeld tussen de 'geweigerde, verzwegen of gecensureerde' dichters. Ten onrechte, want hij stelt zijn nieuwe nummer van Het Liegend Konijn op de Nacht voor.)

Wie is 'echt' verantwoordelijk' voor de keuze, vraagt Carette – net alsof er boven of achter Guido Lauwaert, Michaël Vandebril en Willy Tibergien, geheime touwtjestrekkers anoniem aan het werk zijn.

Ik heb ook enkele bedenkingen bij de keuze van de programmatoren, so what? Ik heb trouwens ook wat bedenkingen bij het lijstje van mijn vriend Hendrik.

Lut de Block, zegt Carette? OK, maar hij vergeet dan Maris Bayar, Vera Alexander Beerten, Marleen de Crée of Annie Reniers? Frank de Crits en Frank Deschoemaeker? Jawel. En waarom niet Patrick Conrad, Marc Tritsmans of Werner Spillemaeckers? En zo kunnen we nog lang bezig blijven.

Dit gezegd zijn, de laatdunkende woorden die Hendrik Carette naar het hoofd slingert van al dan niet bij naam genoemde deelnemers aan de Nacht getuigen van weinig zin voor relativering...

*

Terwijl ik dit schrijf, ontvang ik een mailtje van Guido Lauwaert, zijn antwoord op het persbericht van Carette:

Beste Hendrik Carette,

Bedankt voor de publiciteit.

Kan je later op de week van de Gentse Boekentoren springen als protest?

Dat garandeert ons 100 toeschouwers extra en zullen we er ons broek niet aan scheuren.

Want dat dreigt nu voor de 5de maal het geval te zijn.

Wat extra hulp kunnen we gebruiken.

Grüβen aus Gent.

HFJ

Partager cet article
Repost0
29 mars 2011 2 29 /03 /mars /2011 00:42

 

Echte dichters zullen afwezig zijn op 2 april in de Vooruit in Gent !!!

 

 

Op 2 april zal de Nacht van de Poëzie doorgaan in de Gentse Vooruit. Met enige verwondering en verbijstering las ik de namen van de dichters en kon nergens de namen van de volgende echtedichters (geen performers en geen potsenmakers, geen valse poëten en proleten, geen poseurs en parasieten, geen postjesjagers en geen prozaïsche prozaschrijvers) vinden. Ik geef de namen van deze dichters en dichteressen die aldaar aldus niet mogen optreden en voorlezen in alfabetische volgorde : Frans Boenders, Hendrik Carette, Paul Claes, Lut de Block, Frank de Crits, Jozef Deleu, Frans Deschoemaeker, Aleidis Dierick, Philip Hoorne, Henri-Floris Jespers, Gwy Mandelinck, Bert Popelier, Renaat Ramon, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy,Lucienne Stassaert, Mark van Tongele, Geert van Istendael enonzenog altijd levende en schrijvende nestor Hubert van Herreweghen die nota bene geboren werd in 1920. Om dan nog niet te zwijgen van de Grote Drievan de Nederlandse poëzie : H.C. ten Berge, Herman Hendrik ter Balkt en Jacques Hamelink. Dit is een literair schandaal. Wie is hiervoor echt verantwoordelijk? En dan maar klagen dat het publiek geen belangstelling meer heeft voor het moeilijke genre van de poëzie. Maar ondertussen wel wereldberoemdedichters als Steven Grietens, Andy Fierens, NoN, Jan Bucquoy, Kenny de Thaey, Antoine Boute en ACG Vianen vragen en uitnodigen. (Niemand heeft al ooit één goed gedicht van deze geestigaards gelezen!)

Dit is betreurenswaardig, niet zozeer voor de geweigerde, verzwegen of gecensureerde dichters zelf als wel voor de echte liefhebbers van poëzie die een verminkt geluid en een vertekend beeld van de poëzie krijgen en de stem van hun al dan niet geliefde of vermaledijde dichters daar in Gent helemaal niet kunnen zien, aanhoren en beluisteren.

 

Hendrik Carette, dichter

Brussel, 28 maart 2011
Partager cet article
Repost0
28 mars 2011 1 28 /03 /mars /2011 08:27

 

Met Een bruid in de morgen van Hugo Claus heeft een gezelschap goud in handen. Er kan over geredetwist worden maar dit toneelstuk uit 1953 is het beste wat hij ooit geschreven heeft. Het is baanbrekend noch modieus, eigenlijk zeer Grieks naar stijl en vorm. Vanuit het klassieke heeft Claus een prikkelend stuk geschreven dat de kijker in de ban houdt. Het is strak, kurkdroog, gaat recht op zijn doel af en is tegelijk ontroerend. Net zoals dat het geval is bij de toneelstukken van de Amerikaanse dramaturg Arthur Miller.

Kwaadaardig oordeel

Een bruid in de morgen kreeg bij zijn lancering meer applaus van de Nederlandse critici dan van de Vlaamse. De Vlaamse kritieken waren voorzichtig (links) tot vernietigend (rechts). Wie ze naast elkaar legt ziet dat het oordeel van de critici niet zozeer gebaseerd was op het stuk maar op de auteur. De kwaliteit van de auteur moest het afleggen tegen het onderwerp van het stuk. Waar de Nederlandse critici vooral oog voor hadden was de logische opeenvolging van de clausen. De zinnen zoeken hun eigen koers en vinden die ook. Het maakt het klimaat van de dialogen naturel, en die leidt naar een toenemende spanning.

Dagelijkse kost

Hoewel de materie zesenvijftig jaar geleden de gemoederen verhitte, is dat nu niet meer het geval. Een incestthema is dagelijkse kost. Niet dat er vroeger minder incest was dan vandaag, maar door de toenemende macht van de media op het maatschappelijk gebeuren wennen drama’s vlugger en verliezen aan kracht. Mediamanagers promoten het dagelijkse, wekelijkse resultaat van de redacteurs en halen er slagzinnen uit ter bevordering van de kijk- of verkoopcijfers. Het maakt dat de lezer / kijker aangespoord wordt een ramp [Japan] of een oorlog [Libië] met de neus op de feiten te volgen als stond men aan de kantlijn. Een hedendaagse enscenering van Een bruid in de morgen moet het dus niet zozeer zoeken in het thema, maar in het provinciaals karakter van het stuk.

Titel

De familie Pattini zit aan lager wal. De vader, eens een gevierd componist, werkt al tien jaar aan een concerto, zonder piano. Die hebben ze wegens geldgebrek van de hand moeten doen. Net als de tapijten. En met de tapijten zijn de vrienden verdwenen. De zoon Thomas is overgevoelig en daardoor sociaal gestoord. Zijn oudere zus Andrea zit thuis te kniezen en vanuit een overbezorgdheid voor haar broer de andere familieleden de gordijnen in te jagen. De moeder ziet dit alles met lede ogen aan, maar wat kan zij eraan doen? De enige oplossing om uit dit moeras te geraken is haar zoon te koppelen aan nicht Hilda. Zij wordt rijk als haar zieke moeder overlijdt. Wat de moeder hoopt. Dan blijft de schade beperkt, want hoe langer zij leeft hoe meer geld er verdwijnt naar de nonnen. Door een toevallige ontmoeting is de nicht uitgenodigd een paar dagen te komen logeren. De moeder wil neef en nicht in bed duwen.

Vijfkoppig monster

Het incestueuze thema, neef en nicht, maar ook broer en zus, wordt al te vaak te zwaar aangezet. Wat er werkelijk toe doet is de bezorgdheid van de moeder, die een ware terreurcampagne organiseert. Er moet toch iemand de broek in huis dragen. Ondanks de strenge ‘nota’s voor de regisseur’, heeft het NTGent gezelschap gekozen voor een eigen visie, conceptueel zowel als psychologisch. Een verteltheater is het geworden, maar hoera! niet naar het publiek toe, maar als gemeenschappelijke introspectie. De vijf acteurs worden een vijfkoppig monster. Je ziet het broeden in het hoofd van de auteur en langzaam te voorschijn komen.

De acteurs zitten bij binnenkomst van het publiek al op het podium. Ze wachten niet af maar spelen al. De wijze waarop Els Dottermans als de moeder naar haar stoeiende kinderen, Matteo Simoni en An Miller, kijkt is veelbetekenend. En de vader, Servé Hermans, heeft enkel oog voor zichzelf. Hij protesteert tegen de dictatuur van de moeder, pro forma.

Leedvermaak

Een paar storende elementen helaas. Het provincialisme vertalen in een mengvorm van dialecten, zo typisch aan soaps, is de populistische toer opgaan. En dat is nu wat het NTGent helaas heeft gedaan. Het is zoeken naar de lach. Een gegniffel, voortkomend uit het leedvermaak van de buren bij het zien van de ondergang van de eens zo prestigieuze familie Titanic, was puntiger geweest. Een droog Nederlands had het leedvermaak verwekt.

Een tweede storing is broekje uit, broekje aan. Niet zozeer de naaktscènes van zoon Thomas irriteren, maar het feit dat het suggestieve totaal verdwenen is, en dat de toeschouwer zijn verbeelding ontnomen wordt.

Eerlijk applaus

Los van deze twee luizen, die bij momenten voor jeuk en schaamte zorgen, is de NTGent-versie van Een bruid in de morgen een huzarenstukje. Niet alleen de [artificiële] incestueuze verbondenheid van de acteurs zorgt voor een eerlijk applaus, maar ook de wetenschap dat alle betrokkenen bij deze productie het betere van het beste hebben gegeven.

De vijf acteurs blinken, maar moeder Els Dottermans bewijst eens te meer dat zij een megaster is. Ook Chris Thijs als de nicht is statig en hoort op de shortlist van de Oscar voor de beste vrouwelijke bijrol.

Het NTGent bewijst eens te meer dat een repertoirestuk ook in een modieuze outfit een klassieker kan blijven.

Guido LAUWAERT

Een bruid in de morgen – Hugo Claus – NTGent - www.ntgent.be

 

 

Partager cet article
Repost0
28 mars 2011 1 28 /03 /mars /2011 06:28

 

Mevrouw E. J. van den Broecke-De Man (Vlissingen) bezorgde de West-Zeeuws-Vlaamse vertaling van 'Nooit de moed opgeven', een gedicht dat Eugène Mattelaer kort na de Tweede Wereldoorlog schreef.

Ik publiceer deze vertaling ter ere van mijn vriend Serge Ghilardi, die als ambtenaar van de Vlaamse Gemeenschap al jaren in de geboortestad van admiraal De Ruyter en schrijfster Betje Wolff vertoeft...

 

Kà je nie vlieg'n, lôôp dan zeere

Kà je dad ôôk nie, gao toch pikkel'n

Kà je nie pikkel'n, kruup dan

 

Mao nooit nie bluuv'n staon

nooit nie laoger, altied' ôôger gaon

 

Kà je nie 'ardop lach'n, lach dan zachies

Kà je dad ôôk nie, zie toch blieje

Kà je nie blieje zin, zie kontent

 

Geef nooit nie op, waorof j'ôôk bin

maor 'ouw altied de moed er in !

(wordt vervolgd)

HFJ

Partager cet article
Repost0
28 mars 2011 1 28 /03 /mars /2011 05:06

 

Moed.jpg

Ik krijg nogal wat reacties op 'Nooit de moed opgeven', het gedicht van Eugène Mattelaer dat vertaald of bewerkt werd in 310 nationale, oude-, ethnische- of streektalen' (zie de vorige blogs). Schilder en flamenco-gitarist Edwig Claes (zie http://mededelingen.over-blog.com/article-dagboek-van-henri-floris-jespers-expo-edwig-claes-56131663.html) waagde zich alvast, 'tussen twee kopjes koffie', aan een bewerking naar het Iepers dialect.


Nooit ni upgeevn

 
Kuje hie nie vliehn, dan moe je loopn
Kuje hie nie loopn, hoad dan
Kuje hie nie hoan, krupt dan


mo hie moe nooit nie bluvn stoan wi
hoa nie no beneeën, mo hod ommoohe


Kuje hie nie lache, lacht e bitje

Kuje hie hin bitje lache, zie toch blie
Kuje hie nie blie zin, zie kontente

 

mo hif de coerazje nooit nie up wi
hod altied mo voort


Het was niet gemakkelijk, onderstreept Edwig Claes, 'daar er in mijn geboortestadje veel invloeden een rol hebben gespeeld'.

Ik denk aan het 'boerse' Iepers van mijn grootouders alsook de Franse invloeden gezien de grens daar erg dichtbij is. In onze tijd werd dan ook naar de Franse TV gekeken omdat de ontvangst gewoon beter was dan de Vlaamse, een fenomeen waardoor het wereldburgerschap in mijn kinderzieltje wortel heeft kunnen schieten, haha. Ook waren er verschillen in het dialect naargelang de buurt waar men in woonde.
Het woordje 'glimlachen' kan ik me niet herinneren ooit in mijn dialect te hebben gehanteerd, dus heb ik gegrepen naar de oplossing die Van Bergen heeft gebruikt in het dialect van Bergen op Zoom.

(Tussen haakjes: van mijn vriend Bert Bevers krijg ik te lezen dat hij het leuk vindt zijn moedertaal op mijn blog tegen te komen. Hij wijst mij echter terecht: 'Voor de goede orde: het adjectivum is voor Bergenaren Bergs, niet Bergen op Zooms.' Waarvan akte.)
Terug naar het Iepers. Edwig Claes bekent dat hij zijn dialect 45 jaar niet meer gesproken heeft.

In tegenstelling met nu, was ik een zonderling kereltje van weinig woorden. Ik heb dus een kleine twijfel betreffende de juistheid van mijn vertaling en daarom dring ik ook niet aan op publikatie. Misschien kan deze vertaling dienst doen als vergelijkingsmateriaal?

Het boek van Eugène Mattelaer (1979) bevat inderdaad een bewerking door de Ieperse journalist Roger Quaghebeur, wiens boek In het wiel van de Flandriensbegin maart van de pers rolde. Eveneens bij de Brugse uitgeverij De Klaproos publiceerde hij eerder Ik was een spionne. Het mysterieuzespionageverhaal van Martha Cnockaert uit Westrozebeke.

Ziehier de bewerking van Roger Quaghebeur:

 

't Is mè de courage dajje't doet

 

Oejje nie è ku vliegen èwè lopt,

oejje nie è kulopen èwè gaot,

oejje nie è ku gaon èwè kruupt

 

mao bluuft van ze leven nie stillestaon,

nois na beneen, ossan omhoge gaon.

 

Oejje nie è ku lachen toen moejje moenkeln,

oejje nie è ku moenkeln zied ogliek bliedde,

oejje nie è ku bliedde zin zie toen content.

 

't Is mè de courage dajje't doet,

daorom ossan gaoze de voet !

(wordt vervolgd)

HFJ

Partager cet article
Repost0
27 mars 2011 7 27 /03 /mars /2011 19:50

 

Vrijdag 25 maart werd Opgerichte poëzie. (1975-1988) , de nieuwe bundel van Maris Bayar, onder zonder meer teleurstellende geringe belangstelling voorgesteld in De Zwarte Panter te Antwerpen. Tussen de schaarse aanwezigen: Gerdi Esch, Vera Alexander Beerten, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsoght, Karin Lebacq, Marc Pairon, Adriaan Raemdonck, Iris Rombouts, Jan Scheirs en Walter Soethoudt.

Aleidis Dierick (°1932), een great old lady van de Vlaamse poëzie, voorzag de verzamelbundel van Maris Bayar (°1937) van een indrukwekkend essay, een biografische en secuur literair-kritische schets. De hoogebejaarde dichteres, die in Aalst woont, kon zich niet naar Antwerpen verplaatsen ('haar 'heerlijke geboortestad') maar verkeerde wel in gedachten aanwezig bij de presentatie. Als grondige exegete was ze blij met de publicatie van Maris Bayars verzamelbundel en vroeg zij derhalve bij wijze van inleiding een brief voor te lezen, waaruit volgend uitvoerend citaat:

Uw oeuvre, althans de eerste periode, kan nu in één adem gelezen worden, kan nu ook bestudeerd en – opnieuw – gewaardeerd worden. Met dit boek worden uw verzen terug beschikbaar voor elke echte poëzieliefhebber.

Jaren geleden reeds was ik bang dat uw poëzie zou verloren gaan, dat uw bundels onvindbaar zouden worden en dat aan uw experimentele, pure poëzie en aan die eigenaardige zeventiger jaren geen indringende studie zou worden gewijd. Dat gevaar is nu, dank zij uw ijver, uw uitgever en nog enkele enthousiaste poëzieminnaars, geweken!

Immers, wie iets van die periode wil begrijpen, moet eerst uw oeuvre bestuderen; en het is een studie zeker waard, ja, het is verrassend en onuitputtelijk, het is interessant en ontroerend.

Ik hoop dat ook het onvolprezen Fleur de Flandre en het aangrijpende Epos van het groot ongelijk nu grote verspreiding mogen kennen. Ik herlees uw bundels geregeld en telkens word ik getroffen door uw unieke, eigen stijl, door uw taalrijkdom en ook door de eerlijkheid waarmee je je diepste gevoelens verwoordt.

Jij wéét dat poëzie méér is dan enkele, in stukjes gehakte regels proza, die toevallig onder elkaaar komen te staan! En jij wéét dat men geen sterke poëzie kan schrijven als men, geen sterke gevoelens, geen sterke liefdes, en geen diep lijden kent...

Maris, in je Vrouwelijke elegieën (1980) schrijf je

De levenden hielden mijn wonden open.

De doden vlechten ze toe.

Ik denk dat vandaag de levenden enkele wonden hebben gehecht. Immers, we schrijven niet om te worden gelauwerd maar we willen ons werk aanbieden en delen met anderen. Dichten is: zichzelf openbaren... Daarom doet het goed: te worden aanvaard!

Lieve Maris, ik hoop dat wij elkaar in onze gedichten nog dikwijls zullen ontmoeten, om met verbazing vast te stellen dat wij soms dezelfde ontroering delen en dezelfde wereld kennen... van de Groenen Hoek in Berchem tot de ijzige, alle liefde dodende straten van Leningrad.

Neem de pen ter hand, Maris, het leven is boeiend, geniet ervan ! Blijf het leven aanvaarden enblijf het omarmen, met heel uw fel, hartstochtelijk hart... En her-schep het tot poëzie... tot dieprachtige, oorspronkelijke, ontroerende poëzie van jou.

MarisWalter.jpg

Maris Bayar en Walter Soethoudt

Dan was de bekende Antwerpse oud-uitgever en schrijver Walter Soethoudt (°1939), thans zaakvoerder van het literair agentschap Swicth), aan de beurt.

Maris Bayar is een schromelijk onderschatte dichteres, zei de multi-getalenteerde Renaat Ramon nog over haar. En daar kan ik me helemaal in vinden, want de meeste dichters werden en worden onderschat tijdens hun leven.

In 1981 publiceerde ik de debuutbundel Splinters van Marc Pairon, die hier vandaag als uitgever van de Stichting Charles Catteau staat. Bij diezelfde Stichting verschenen ondertussen al verschillende succesvolle dichtbundels in een oplage waar velen jaloers op kunnen zijn. Pairon publiceerde de bundel Litanie bij het Poëziecentrum, waarin hij de Litanie van Pink Poet Nic van Bruggen in een nieuw daglicht stelt. In een tijd waarin zelfverheffing boven dienstbaarheid wordt verkozen, voert Pairon opnieuw de dienstbaarheid in.

Dertien jaar voor Pairons debuut in 1968, debuteerde Maris Bayar met De deur die gesloten bleef bij uitgever Adriaan Peel. Pairon was toen negen jaar.

Vijf dichtbundels later publiceerde Bayar in 1975 de verzamelbundel Als Maris Dante zoent, een jaar later gevolgd door Lof van onwerkelijken.

Pairon was toen zestien en zwierf de wereld rond. […] In 1980 produceer ik voor de uitgeverij Contramine de bundel Vrouwelijke elegieën. Voornoemde bundels zijn opgenomen in de verzameling die we nu voorstellen.

Fleur de Flandre verschijnt in 1998 bij uitgeverij Facet waar ik op dat ogenblik de verantwoordelijke uitgever ben. Het is dan tien jaar geleden dat ze haar bundel Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen uitgaf bij de Amsterdamse uitgeverij An Dekker – bundel die deze Opgerichte poëzie afsluit.

Fleur de Flandre, een gewaagde titel voor iemand die alleen maar haar eigen taal spreekt en schrijft, een Nederlands niet volgens Van Dale maar volgens Maris, met nogal wat onbestaande, maar daarom niet minder begrijpelijke woorden met een mengsel van Antwerps dialect, Franswerps en dokwerkers Engels.

Wie begrijpt de woorden alleendrager, zatgezeten, aanpelsen, droevend, sensibelen, onweg, gewarboeld niet?

Aleidis Dierick slaagde er met haar bibliografische tekst in, een stijgende interesse te wekken voor het werk van Maris Bayar en voor de hier opgenomen dichtbundels die in het beste geval enkel nog antiquarisch te vinden zijn.

MBenPAIRON.jpg

Maris Bayar en Marc Pairon

Tot slot sprak uitgever Marc Pairon zijn waardering uit voor het werk van Maris Bayar.

Cover Opgerichte poëzie voorplat

Maris BAYAR, Opgerichte poëzie. Gedichten 1975-1988, Aartselaar, Stichting Charles Catteau, 2011, 349 p., 25 €. ISBN 978 94 9121 801 9

Partager cet article
Repost0
27 mars 2011 7 27 /03 /mars /2011 03:32

 

De versie van Mattelaers gedicht in het Bergen op Zooms werd geschreven door ene mij onbekende Hans van Bergen (info wordt in dank aanvaard).


Kunde nie fliege, lop 'tan –

Kunde nie lôôpe, ga'dan –

Kunde nie gaan, krup'tan –

 

mar blef nôôt staan

ga nie omlaag, mar ga'domôôg.

 

Kunde nie lache, lach'tun bietje –

Kunde gin bietje lache, zij toch blij –

Kunde nie blij zen, zij kontent –

 

mar gif'te moet nôôt op

Ga'dummer vooruit

Partager cet article
Repost0
25 mars 2011 5 25 /03 /mars /2011 18:00

 

De vertaling in het Liers is van de hand van stadsarchivaris en -conservator Arthur Lens (1924-2001), ere-lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de Commissie voor Plaatsnaamkunde van de provincie Antwerpen en bestuurslid van het Felix Timmermans-Genootschap.


Noet de mood oepgeven

 

Kunde ni vliegen, loept

Kunde nie loepen, go

Kunde ni gon,kreupt

 

        mor bleft ni stilston

        noet dalen altij oepgon

 

Kunde ni lachen, glimlacht

Kunde ni glimlachen, za toch blij

Kunde ni blij zan, za kontent

 

        mor noet de mood oepgeven

        en altij veraot streven

(wordt vervolgd)

HFJ

 

Partager cet article
Repost0
25 mars 2011 5 25 /03 /mars /2011 01:46

De befaamde Jozef Vergote (1910-1992) doceerde vanaf 1938 Grieks, papyrologie, Oud-Egyptisch en Koptisch aan de KUL. Hij vertaalde het gedicht van Eugène Mattelaer in het Middel-Egyptisch, de klassieke fase van het Egyptisch.

Het Middel-Egyptisch was de gesproken taal van de Eerste Tussenperiode (IXe Dynastie, ca 2200 tot 2000 v. Chr.), van het Middenrijk (XIe-XIIe Dynastie, ca 2000 tot 1740 v. Chr.) en de Tweede Tussenperiode (XIIIe Dynasrtie, 1740-1573 v. Chr.) Het bleef in gebruik als klassieke geschreven taal in de XVIIIe Dynastie (1573 tot 1314 v. Chr.), en ook nog daarna tot in de Ptolemaïsche tijd (vanaf 332 c. Chr.)

MoedEgyptisch.jpg

Professor Vergote verzorgde ook de Koptische vertaling, het Egyptisch zoals die taal vanaf de Ptolemaïsche Tijd werd gesproken (vanaf 332 v. Chr.), doch eerst geschreven, met het Grieks alfabet (vanaf de IIIe eeuw nà Christus). Deze taal wordt nog gesproken en gebruikt als liturgische taal in de huidige Koptische Kerk in Egypte.

MoedKoptisch.jpgIn de volgende afleveringen komen Noord- en Zuid-Nederlandse dialecten aan bod.

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
25 mars 2011 5 25 /03 /mars /2011 00:38

 

Dokter Eugène Mattelaer (1911-1999) woonde in Knokke in het befaamde Zwart Huis (1924), gebouwd in opdracht van zijn schoonvader dokter Raymond De Beir naar plannen van architect Huib Hoste. Mijn grootvader, die met periodes het Vijfringenhuis aan de Graaf Jansdijk in Knokke bewoonde (ik verbleef er vaak als kind), was bevriend met de sippe De Beir / Mattelaer.

Eugène Mattelaer was lector in de tandheelkunde aan de K.U.L. Ik heb hem ontmoet in het kader van de Internationale Poëziebiënnale in Knokke, een wereldwijd vermaard evenement dat uit kortzichtig flamingantisme (en naijver van andere spelers op het veld...) uit Vlaanderen verbannen werd naar Luik, waar het een sluimerend bestaan blijft leiden.

In april 1979 (Mattelaer was toen al ere-burgemeester van Knokke) ontving ik een exemplaar van de tweede uitgave van Nooit de moed opgeven, een 272 pagina's tellende uitgave van drukkerij Julien Matthys te Knokke, waarin opgenomen het gelijknamige gedicht van Mattelaer vertaald of bewerkt in '310 nationale, oude-, ethnische- of streektalen'.

Dit hartversterkend gedicht luidt als volgt:

 

Nooit de moed opgeven

 

Kun je niet vliegen, loop -

Kun je niet lopen, ga -

Kun je niet gaan, kruip -

 

maar blijf nooit stilstaan

nooit dalen immer opgaan

 

Kun je niet lachen, glimlach -

Kun je niet glimlachen, wees toch blij -

Kun je niet blij zijn, wees tevreden -

 

maar nooit de moed opgeven

en immer voorwaarts streven

 

Hier dan alvast de Japanse vertaling door zuster M. Elisabeth van het Carmel te Brugge:

moedJAPANS.jpg

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche