Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
7 mai 2011 6 07 /05 /mai /2011 07:46

 

Stan.jpg

vlnr: Sara De Roo, Damiaan De Schrijver en Jolente De Keersmaeker.

Tg Stan behoeft geen voorstelling, het gezelschap rond en met Damiaan de Schrijver, Jolente De Keersmaeker, en Frank Vercruyssen is genoegzaam bekend. Tg Stan geeft een voorstelling, ze heet Oogst en is eigenlijk geen voorstelling maar een serie fragmenten uit klassieke stukken uit de canon der toneelgeschiedenis. Tsjechov, Wilde, Pinter (tweemaal) en Valentin. O ja en niet te vergeten Jef Lambrecht, maar die hoort meer thuis bij de canon der journalistiek. Het opzet van Oogst? Elke avond worden een aantal stukken of fragmenten uit stukken gespeeld, telkens in een andere volgorde. Het spel is vrij los opgevat, zo spelen vrouwen mannenrollen en omgekeerd en lopen de acteurs die niet meespelen in het stuk dat op het voorfront gespeeld wordt gewoon heen en weer op scène achter, al dan niet een dikke sigaar rokend of zich omkledend voor het volgende deel. Coulissen zijn er evenmin, tenminste geen om van te spreken en de interludia worden verzorgd door saxofonist Erik Bogaerts. Elke avond is dus een beetje uniek. Donderdagavond 5 mei was ik er bij in de Monty en ik zag en het was goed. Tsjechov beet de spits af, nogal braaf tekstueel nadrukkelijk gebracht, Wilde was al een pak losser, het door de dames van het gezelschap gebrachte fragment over de 'ideale man' was grappig en de 'wittiness' van de tekst kwam perfect tot zijn recht. Al van het begin, aangezien alle spelers op het toneel zijn en blijven ook al spelen ze op dat moment niet, had ik Jef Lambrecht opgemerkt op de scène en aangezien ik zonder enige voorkennis was gaan kijken had ik ook geen idee wat ik van hem kon verwachten. Dat bleek het voorlezen te zijn van zijn Libisch Lamento waarin hij 'getuigenissen' leest uit Tripoli, Syrië, Jemen, en vanuit de Libische opstand en de Westerse 'chaise-longue'. Toen werden we nog wat meer naar de strot gegrepen door One for the Road van Pinter waarin een man en vrouw ondervraagd worden door een sinistere agent die afsluit met de makabere opmerking dat hun zevenjarig kind door hem gedood is. Het ietwat nostalgische Night van Pinter en Het Theaterbezoek van Valentin met een onnavolgbare Damiaan de Schrijver waren de afsluiters. Het laatste zorgde meermaals voor een bulderlach, ook van mij en liet me na een dikke twee uur spelen met een goed en warm gevoel achter.

Kris KENIS

Oogstspeelt nog de hele maand mei in Antwerpen, Gent en Leuven. Raadpleeg hun website (www.stan.be) voor speellijst en verdere details.

tg STAN is Raf De Clercq, Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver, Joachim Menke, Ann Selhorst, Kathleen Treier, Renild Van Bavel, Kristin Van der Weken, Frank Vercruyssen, Thomas Walgrave en Tim Wouters.

Partager cet article
Repost0
4 mai 2011 3 04 /05 /mai /2011 07:41

 

De 150ste editie van De Muzeval, Illusieloos inzicht in de werkelijkheid, vindt plaats op donderdag 12 mei in Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, 2000 Antwerpen.

Gastdichter is Pom Wolff (°Amsterdam, 1953).

Pom Wolff - door Lynne GreenawayPom Wolff (foto:Lynne Greenaway)

Pom Wolff studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam, Rechten aan de Vrije Universiteit en werkt als juridisch adviseur. Hij is bestuurslid van De School der Poëzie in Amsterdam en adviseur van het Cornelis Vreeswijk Genootschap. Zijn optredens bezorgden hem diverse eretitels: hij staat al jaren in de nationale slamfinale en won in 2006 brons in Tivoli. Hij was Dichter van het jaar in Delft 2005 en tevens slamjaarwinnaar 2005 van de poëzieslag in Festina Lente te Amsterdam.

Sven Ariaans schreef in zijn juryjrapport Festina Lente Amsterdam: “Het is iemand die je zenuwen blootlegt om vervolgens op vaderlijke toon te zeggen dat die pijn jouw pijn moet zijn en dat er geen zalf bestaat. Elke cognitieve dissonantie die je voor jezelf op prettig hypocriete wijze had opgeheven, wordt je ingewreven, of zoals medejurylid Simon Vinkenoog het kernachtig zei: "Hij verschaft illusieloos inzicht in de werkelijkheid".

Voorts is hij winnaar van Slamersfoort 2006, winnaar van het Zaans Dichtersfestival en de daaraan verbonden BRUNA poëzieprijs 2006, slamjaarwinnaar 2007 in Zeist. In 2008 kreeg Pom Wolff De Gouden Slamburger uitgereikt vanuit de Universiteit Utrecht – afdeling Letteren en won hij het 2eDrentse open dichtfestival. In december 2009 de jaarfinale van Slamersfoort. In 2010 de dobbelslam en de dichtslamrap van Boxtel.

Zijn poëziesite 'Gedichten & slampoëzie' is de meest bezochte poëziesite in de Lage Landen (méér dan één miljoen hits per jaar en door de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag gearchiveerd en gewaardeerd als cultureel erfgoed).

In de befaamde Windroosreeks van uitgeverij Holland verscheen in 2005 zijn debuut je bent erg mens- inmiddels uitverkocht.

Daarover schreef Poëzierapport(december 2005):

Strak gecomponeerd wordt het innerlijk van een mannelijk mens blootgelegd, zonder schroom worden vooroordelen op tafel gelegd, hier worden geen engelen bezongen, maar de ruwe werkelijkheidsbeleving van een individu. En die is schrijnend, navrant. Pom Wolff heeft mijns inziens een sterk debuut geschreven.” Oud Windrozer Simon Vinkenoog kwam tot een soortgelijke conclusie: "Navrant en indringend, overtuigend en onverbiddelijk (...)

In 2006 gaf uitgeverij Holland zijn tweede bundel toen je stilte stuurde uit, waarover Jos van Hest schreef:

Ze zingen en kreunen. Ze zijn onrustig en argwanend. Ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd. De gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid. Maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.

[Bron: De Muzeval, 3 mei]

*

een zinloos uur

 

van mij had je mogen blijven
dat weet je wel
ik ben een uur gaan zitten
met een boekje in mijn hand
een pen om je te schrijven
het was een zinloos uur
er is er een vertrokken
en een is blijven staan meer is het niet

dat er altijd zand zal zijn
en altijd wel een kind
zo weten we het zand
weer los en laten het
ik adem nog
en jij in mij niet minder
dat is het dat ik schrijven kan
dat is het dat ik dood

 

tegen vuur

voor simon vinkenoog


tegen de staat van stalen tanks

en moddersporen

over ruggen van oedeem
tegen een kennelijke staat van onzin

tegen macht of leger nog

tegen een staat van onvermogen

een staat van dienst

en lintjes als je oud bent

een bom kan slechts een steen verlichten

 

voor open monden, taal als taal
voor verwondering en adem
voor ieder woord, voor iedereen
een babyschreeuw dat is een lintje

Pom WOLFF

www.pomgedichten.nl

Partager cet article
Repost0
3 mai 2011 2 03 /05 /mai /2011 21:02

 

De wereld is ondertussen op de hoogte. Osama is dood, lang leve Obama. Het nieuws over de inval in OBL's compound in Pakistan en het doden van de “Al'Qaida-leider”, die zich op lafhartige manier verschool achter schijnbare luxe en vervolgens een levende vrouw, ging zo mogelijk nog sneller de planeet rond dan het nieuws dat er zich vliegtuigen in de WTC-torens geboord hadden.

 

In de VS en de rest van de wereld werd gereageerd in een euforie die zelden gezien is. Duizenden mensen de straat op in een hysterische, patriottische psychose, vlaggen zwaaiend, de lof zingend van een man die ze even tevoren nog kwalificeerden als een slappeling die het niet kon. Die niets kon, al zeker niet commander-in-chief zijn van het machtigste leger ter wereld.

 

Dat alles was opgelost in een fractie van een seconde door middel van een korte, maar krachtige raid en vervolgens toespraak ten aanzien van, in eerste instantie het Amerikaanse volk, en vervolgens de rest van de wereld.

 

Het feit dat het onderwerp van de aankondiging een ondertussen in veel opzichten vrij onbelangrijk figuur geworden was, deed geenszins afbreuk aan het gewicht dat er aan gegeven werd. Het was duidelijk dat hier vooral ingespeeld werd op de neurotische fixatie van een volk op wraak en retributie. Het feit dat een regering die in het licht van haar taak als goede huisvader blijk geeft van de idee dat iemand standrechtelijk doodschieten een daad van heroïsme en rechtvaardigheid is zegt veel over de hele 'familie' , vaders, zonen dochters en moeders, allen kunnen ze leven met het feit dat een medemens zonder meer, in zijn of haar eigen huis koelbloedig doodgeschoten wordt. Laten we niet vergeten dat naast OBL ook anderen in de raid afgeknald werden. Mensen waarvan we geen idee hebben in hoeverre ze ook maar iets van schuld hebben aan de gebeurtenissen die geleid hebben tot deze chirurgische lynchpartij.

 

De dood van een mens is altijd een verlies, omdat het ook de dood betekend van relaties, vriendschappen, ouderschap, liefde. Of het nu de dood van drieduizend Amerikaanse burgers betreft, of die van zes miljoen Joden, of die van zij die sterven door ziekte, ontbering of welke door mensen veroorzaakte of bestendigde reden dan ook.

 

Wat schokkend en tot nadenken stemt is de pathologische fixatie die we hebben met wraak en retributie en het feit dat we er geen bezwaar tegen hebben dat er absurd veel geld en middelen vrij gemaakt worden om een kleine groep zogenaamde vijanden op te sporen en af te maken op basis van ideologische verschillen, wars van het feit of die groep of delen ervan (nog) een reële bedreiging vormen. Jaarlijks sterven er tienduizenden mensen ten gevolge van auto-ongevallen, waarvan de meerderheid vermeden zou kunnen worden middels enkele relatief eenvoudige structurele veranderingen, miljoenen mensen leggen het loodje ten gevolge van ziektes die efficiënter bestreden zouden kunnen worden moesten we de middelen die we vrijmaken om onze wraak uitgeoefend te zien, al was het maar voor een honderdste, zouden toewijzen aan het onderzoeken van hoe we die ziektes beter te lijf kunnen gaan. Het is, ik weet het, een oud argument en een mogelijkst nog oudere vergelijking, maar ze is daarom niet minder waar.

 

Waar het om gaat is dat we met betrekking tot wat we over hebben om onze wraak gerealiseerd te zien versus wat we over hebben om echte veranderingen in onze samenleving mogelijk te maken er een serieuze discrepantie is. De wereld staat op zijn kop, we zijn volkomen irrationeel in onze benadering van medemenselijkheid, solidariteit, respect voor het leven en ga zo maar door.

 

We veranderen zeer snel in monsters die koste wat kost bloed voor bloed eisen, die oog om oog en tand om tand een normale gang van zaken vinden. Die het zelfs bejubelen dat wraak inderdaad een gerecht is dat ijs- en ijskoud geserveerd wordt. We gloriëren bij de dood van anderen omdat ons dat zo ingelepeld is en staan geen enkel moment meer stil bij het verlies, de menselijkheid en de gevolgen die elke gewelddadige dood heeft op de anderen, zij die overblijven.


Kris KENIS

Partager cet article
Repost0
2 mai 2011 1 02 /05 /mai /2011 04:32

De-gehangenen-LOD-foto-Kurt-Van-der-Elst-0829.jpg

Hilde Van Mieghem en Tom Jansen. Foto: (c) Kurt Van der Elst

Het Latijn is vanaf het ontstaan van de Westerse cultuur de taal van politiek, economie en cultuur. Politiek en economisch heeft de taal aan kracht verloren. Schijnbaar. Want onderhuids luistert de economie nog altijd als een braaf kind naar de wetten en gebruiken van de Latijnse rituelen. Dankzij flink wat hakwerk heeft de liberale beweging eigen feestdagen tussen de roomse kunnen wringen, maar nog steeds worden de christelijke met meer luister omkleed dan de burgerlijke. Geen vrijzinnige die Kerstmis en Pasen niet in familiekring viert. Samen met de gelovigen in hemel en hel, vullen ze de lade van bankier, bakker en poelier. Ook politiek spreekt het Latijn nog een woordje mee. Een belangrijk deel van zijn succes heeft Bart De Wever te danken aan zijn Latijnse spreuken. Wie voor onderwijs de Latijnse richting koos, heeft meer kans op werk, ongeacht de kwaliteit van de school. Voor wie een lofzang van Ovidius, een scheldrede van Cicero kent, de hele tekst hoeft niet – een paar regels zijn voldoende, gaan de deuren open.

Wereldtaal

Maar niet alleen politiek en economisch is Latijn een wereldtaal. Het Engels mag dan de gebruikstaal zijn, wie geen mondje Latijn kent wordt in de culturele wereld als een analfabeet beschouwd. En binnen de wetenschap is Latijn nog altijd de voertaal. Zonder de Latijnse namen van planten, dieren, vissen, van de elementen op, onder en boven de aarde te kennen blijf je een amateur. Wat je slikt, slik je op Latijns bevel. Geboorte en dood is een zaak van dokter en apotheker. Tussen beide wetenschappers word je vertegenwoordigd door de laborant. Het triumviraat converseert in het Vaticaans. Niet alleen de medicijnkast zit vol Latijn, ook de koelkast heeft zijn part en kent zijn deel. Neen, voor Latijn geldt niet wat volgens Ovidius op een stad op de heuvel Hissarlik slaat: Jacet Ilion ingens.

Lamento

In De gehangenen   zijn de gehangenen zij die twijfelden over de morele kwesties, daar vragen bij stelden, zochten naar hun waarde en met tegenvoorstellen kwamen. De moraal van de ene mag niet de moraal van de andere zijn. Het kostte hen de kop. Kon het niet op wettelijke wijze dan op onwettelijke. De evolutie van de beschaving heeft hier niets aan veranderd, integendeel. Het liquideren van tegenstanders heeft in het heden een passender vormgeving gekregen. Josse De Pauw, auteur en regisseur, is blijkbaar dezelfde mening toegedaan. Kunst beminnen is in Rome wonen, en bij uitbreiding in de Sint-Pieterskerk. Hij heeft het lamento uit de misviering als vertrekbasis gebruikt. Maar gaandeweg wordt de klaagzang een lofzang, en vanuit de lofzang een credo.

Tekstschilderij

De lamenterende credo wordt door twee acteurs gebracht, een man en een vrouw, Hilde Van Mieghem en Tom Jansen. Ze hangen hoog en droog boven een strijkensemble. Naast de gehangenen hangen drie zangers. Op weg naar de Styx gaan de acteurs in dialoog. Wat hebben zij misdaan? De reflecties van hun gedachten worden door drie solisten gezongen. Hun tekst werd in het Latijn vertaald. Los van de aarde en in de taal van de westerse wijsheid krijgt hun positie geen wereldlijke maar een geestelijke invulling. Het geheel is een tekstschilderij. Hoewel zeer statisch is de voorstelling spannend door de kracht van het spel en de schoonheid van de zang en de muziek.

De-gehangenen-LOD-foto-Kurt-Van-der-Elst-0991.jpg

De-gehangenen-LOD-foto-Kurt-Van-der-Elst-0988.jpg

Foto's (c) Kurt Van der Elst

De tekst wordt geprojecteerd, het Latijn met vertaling in cursief, geprojecteerd op een gaas als voordoek. Het geheel krijgt daardoor de allure van een droom tijdens het lezen van een verhaal.

De storm

De muziek werd gecomponeerd door Jan Kuijken die ietwat afgescheiden van het ensemble met een elektrische cello zijn plek heeft gevonden. Is de muziek van het ensemble ondersteunend voor de solisten en sfeermakend, die van de elektrische cello zweept de klachten op tot vloeken met de razende, overtreffende kracht van een storm. Een storm die op zijn beurt een toneelstuk in herinnering brengt, De stormvan Shakespeare, hét stuk dat van begin tot eind balanceert tussen barbaarsheid en beschaving. Knap gevonden van Josse De Pauw. In het werk van Shakespeare zit het zaad van de Verlichting.

Heel het verhaal, dat eigenlijk geen verhaal is maar een denkoefening die loopt van Paulus over de Inquisitie tot het Kafkaiaans en Orwelliaans fascisme in al zijn vormen en hervormingen, begint en eindigt met dezelfde zin: Num verberanda sum quod cogito – word ik geslagen als ik denk. Het is een vaststelling op de geestelijke en/of lichamelijke geselingen van de mens. De vaststelling is het begin en het slot van de voorstelling. Waarmee gezegd is dat het vrije denken altijd in gevaar is. Toen, nu en later. En dat een kind haar zingt is ook niet toevallig. Het bewustzijn van elke mens ontwikkelt zich vanuit vraag en antwoord. Een vraag die een antwoord is en een antwoord die een vraag is.

Nadenkertje

De pracht van deze voorstelling haalt zijn zilverlaag bij de uitvoering van de muziek door het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie, onder leiding van Etienne Siebens.

De-gehangenen-LOD-foto-Kurt-Van-der-Elst-0945.jpg

(c) Kurt van der Elst

Zelden dat spel, zang en muziek zo in balans zijn. Een nadenkertje is deze voorstelling. Maar wie goed luistert, ervaart een genot zoals bij uitmuntende uitvoering van een passion of een requiem. Jan Kuijken is daar verantwoordelijk voor. Maar de geestelijke vader van het concept is en blijft Josse De Pauw. Hij gaat zo intensief en met groot genoegen met het basisgegeven aan de slag dat hij vanuit een twijfel een waarheid vindt die het gelijk van de Roomse cultuur niet doodt maar kwetst. Hij is tegelijk dichter en historicus. Alles moet voor deze totalitaire theaterman voortdurend in vraag worden gesteld, zelfs zijn eigen overtuiging. Is dat niet het geval, wat is dan de zin van het menselijk bestaan? En nog dit: De tekst verbergt veel en is toch sober. De Pauw lijkt de weg op te gaan van de schilder Dan van Severen. Vanuit het figuratieve kwam Van Severen tot het non-figuratieve. Om aan het eind van zijn leven te belanden bij een doek met niet meer dan een potloodlijn. De gehangenenis een dunne maar duidelijk zichtbare en sterke lijn.

Envoi

Is het toeval dat de première doorging aan de vooravond – in Brussel, de hoofdstad van het moderne Europa – van wat in het volkgeloof doorgaat voor de feestnacht waarin de translatie van de heilige Walpurgis wordt gevierd, de nacht van 30 april op 1 mei? De nacht waarin de heksen vrij spel hebben. Bij Josse De Pauw staan de heksen voor de vrijheid van denken, spreken en handelen.

Ite, missa est.

Guido LAUWAERT

 

De Gehangenen – LOD - coproductie KVS, Théâtre National de Bruxelles, e.a. nog tot 5 mei in KVS, vervolgens op reis, dit en volgend seizoen – www.lod.be

Partager cet article
Repost0
30 avril 2011 6 30 /04 /avril /2011 22:03

 

PN-HFJ.jpg

Paul Neuhuys en Henri-Floris Jespers (1965)

Toen hij op de blog van Ça ira een aantal gedichten van Paul Neuhuys uit de eerste helft van de jaren twintig las, vroeg Marc Tiefenthal of er Nederlandse vertalingen bestaan. Ziehier alvast mijn vertaling van 'Chanson' uit Le Zèbre handicapé (Anvers, Ça ira, 1923, met een portret van de auteur door Floris Jespers).

 

Lied

 

Ieder mens is geboren

om van zich te laten horen

 

In de music-hall, als een prinsesje

sprankelt en bruist het danseresje

 

De vliegenier brengt hoofs een groet

aan haar doorluchtige hoogheid haast en spoed

 

De minnaars, samen op het duin,

plukken distels in de maneschijn

 

Een heer gesmukt in smoking

zingt God Save the King

 

Een zwemmer duikt en stuikt

het water in, plat op z'n buik

 

Het meisje dat voor handig doorgaat

huilt symmetrische tranen op maat

 

Fierder dan hoog een merel fluit

fluit op z'n vingers de schavuit

 

Ieder mens is geboren

om van zich te laten horen

 

En elke ochtend weer zien wij

het doel van een eindeloze reis

 

De vertaling werd opgenomen in: Paul NEUHUYS, Dada! Dada? Gedichten 1920-1977. Vertaald en van een nawoord voorzien door Henri-Floris Jespers, met een frontispice van Luc Boudens. Antwerpen, Uitgeverij Jef Meert, 2000. Hier volgt de oorspronkelijke tekst van het gedicht.

 

Chanson

 

Chacun est venu sur la terre

pour montrer ce qu’il peut faire

 

La divette du music-hall

pétille comme l’eau minérale

 

L’aviateur salue son altesse

sérénissime, la vitesse

 

Les amants, au clair de lune,

cueillent des chardons dans les dunes

 

Un monsieur en smoking

chante le God Save the King

 

Le nageur exécute un saut

et tombe à plat ventre dans l’eau

 

La jeune fille pratique

pleure des larmes symétriques

 

Le voyou siffle sur ses doigts

plus fier qu’un merle au bord du toit

 

Chacun est venu sur la terre

pour montrer ce qu’il peut faire

 

Et nous voyons tous les matins

le but d’un voyage sans fin

 

www.caira.over-blog.com

Partager cet article
Repost0
29 avril 2011 5 29 /04 /avril /2011 09:27

De opening van Art Brussels 2011 op woensdag 27 april werd massaal bijgewoond (o.m. door Jan de Cock, Jan Vanriet, Carlos Aires, Stijn Helsen en Eduard Vermeulen...)

Het viel mij op dat er een duidelijke accentverschuiving merkbaar is: figuratieve of abstracte schilderijen waarin poëzie verbonden wordt met technische vaardigheid halen het dit jaar kennelijk op video- en installatiekunst. Bovendien valt de factor Spielerei op, kennelijk als reactie en verweer op de gruwel van de dagelijkse actualiteit en van de teisterende crisis.

De solo tentoonstelling van Bram Bogaert (°1921) is zonder meer indrukwekkend. Wandelend in het labyrint van de expo werd ik getroffen door een poëtisch-humoristisch assemblage van Johan Muyle (°1972), A night at the Folies Bergères(2011; Jacques Ceramini galerie, Charleroi) en, eens temeer, door een krachtig werk van Michaël Matthys (°1972), Still Alive(ossenbloed, karton op doek, 222 x 205 cm, Jacques Ceramini galerie, Charleroi).

Muyle.jpg

Van Stefan Sandner (°1968) zag ik een in zijn eenvoud ijzersterk werk (galerie Grita Insam, Wenen).

Sander.jpg

Michaël Borremans (°1963) exposeert een wonderlijk mooi, met voorbeeldige soeplesse geschilderd doek (Girl with Duck,2010, olie op doek, 105 x 80 cm,Zeno X Gallery, Antwerpen).

Borremans.jpg

De japanse schilderes Chiharu Shiota (°1972) was voor mij zonder meer een revelatie (State of Being [Dress], 2011, schildering, draden, metaal en kleed, 250 x 160 x 140 cm, Galerie Daniel Templon, Parijs), een omgewerkt zwart sprookje...

Shiota.jpg

Een ander werk dat mij echt trof is van Philip Loersch (°1980, galerie Jette Rudolph, Berlijn).

Loerzch.jpg

Jan SCHEIRS

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-preview-artbrussels-49103931.html

www.scheirs.com

Partager cet article
Repost0
29 avril 2011 5 29 /04 /avril /2011 07:06

HCPgedichten.jpgHugues C. Pernath, Gedichten, Tielt / Amsterdam, Lannoo / Atlas, 2005, 581 p., 29,95 €.

Veel bijval voor het hier (op 22 april) aangekondigde colloquium over Hugues C. Pernath: meer dan zestig geïnteresseerde toehoorders volgden vier uur lang (met een korte koffiepauze) een aantal uiteenzettingen over aspecten en thema's van Pernaths oeuvre.

De medewerking van Pernath aan de cultuurpagina van de socialistische krant Vooruit, een onderwerp dat inderdaad verdere contextualisering verdient, werd toegelicht door Yves T'Sjoen (UG).

Joris Gerits (emeritus UA) hield een pakkende uiteenzetting over 'Moeder en zoon in de poëzie van Pernath', waarbij hij een aantal ogenschijnlijk duistere verzen feilloos ontraadselde.

Henri-Floris Jespers handelde over het plastische werk van de dichter.

De bundel Soldatenbrieven van Pernath en Snoek (1961) werd tegen het licht gehouden door Dirk de Geest (KUL), die op de bewuste literaire enscenering van het project wees.

Aspecten van het politieke engagement van Pernath werden in verband met Mei 68 behandeld door Geert Buelens (Universiteit Utrecht).

Het colloquium werd afgerond met een levendig gesprek van radiomaakster (en Pernathfan) Ruth Joos met 'twee eigenzinnige heren', Walter van den Broeck en Henri-Floris Jespers.

Jespers hield de derde Pernathlzing (De maskers van Melpomene), Van den Broeck de vijfde Pernathlezing (Het land van Pernath).

Tot slot werd een receptie aangeboden.

LauwaertCOLL.jpg'À la recherche du temps perdu': Henri-Floris Jespers en Guido Lauwaert

Colloquium.jpg 'Colloque singulier'? Van l. naar r.: Walter van den Broeck, Joris Gerits en Luc Pay

KoffiepauzeCOLL.jpgVan l. naar r.: René Broens, Leen van Dijck, Mieke de Loof, Henri-Floris Jespers, Dries Vanhegen, Marie-Claire Nuyens

JEm.jpgVan l. naar r.: Tony Rombouts, Jean Emile Driessens, Leen van Dijck en Joke van den Brandt

*

Een kleine tentoonstelling rond Soldatenbrieven is in het Letterenhuis te bezoeken van 28 mei tot en met 10 juli.

Verder organiseert het Letterenhuis nog twee ontbijtlezingen pver Pernath. Op zondag 29 mei houdt prof.dr. em. Joris Gerits de eerste, op 26 juni komt theaterwetenschapper en essayist Paul Demets aan het woord.

In het najaar wordt voor de veertiende keer de Pernathprijs uitgereikt en zal in Antwerpen een Pernath-gedichtenmuur worden onthuld.


Partager cet article
Repost0
26 avril 2011 2 26 /04 /avril /2011 20:16

 

Watermeulen.jpg

Steven van Watermeulen, Landschap tussen alles of niets

Romans over het theater zijn minder dik gezaaid dan over de keuken, maar ze bestaan. Meteen na verschijnen in 1985 las ik Hoogste tijd van Harry Mulisch en in 2000 het verhaal Het theater, de brief en de waarheid, geschreven in 1999. Het verhaal is gebaseerd op een waar gebeurd feit. Naar aanleiding van de voorgenomen opvoering van Rainer Werner Fassbinders Het vuil, de stad en de dood schreef Jules Croiset een dreigbrief aan zichzelf en zijn gezin en ensceneerde zijn eigen ontvoering. Het verhaal van Mulisch is geen interpretatie van de feiten en de commotie hieromtrent. Ze brachten Mulisch wel op een idee en eenmaal voltooid ’had het nauwelijks nog iets te maken met zijn lotgevallen’, zoals Mulisch schrijft in de verantwoording.

Een tweede theaterboek dat een diepe indruk op me maakte is Theatre uit 1937 van William S. Maugham. Op subtiele wijze brengt de auteur de spanningen naar het oppervlak wanneer spel en werkelijkheid niet langer van elkaar te onderscheiden zijn. Verder zijn er ook de vele boeken van Denis Diderot die over theater, de theaterkunst of de acteur gaan, maar dit zijn niet zozeer romans, eerder filosofische beschouwingen. Net zoals die van Antonin Artaud. Ook de boeken van Jan Fabre en Josse De Pauw zijn geen romans maar toneelteksten.

Onlangs verscheen er een nieuwe, heuse theaterroman. Van een Vlaamse acteur, momenteel verbonden aan het NTGent, Landschap tussen alles of niets. Net als in de roman van Maugham is er in de roman van Steven van Watermeulen (°1968) een vermenging van spel en werkelijkheid. De lezer stelt zich voortdurend de vraag of hij in een stuk dan in een leven zit. Ook de auteur is zich daar van bewust. Blz. 78: ‘Misschien betrek ik alles te veel op mezelf’. Blz. 78 lijkt me nu niet meteen het begin van de roman te zijn, gezien de totaliteit van 222 blz. Maar Van Watermeulen neemt een lange aanloop. De kindertijd komt aan bod, de puberteit, de jongvolwassenheid, maar tevens ervaringen uit latere theatergebeurtenissen. Ze vormen de aanleiding voor het hoofdbestanddeel, zijn opleiding in de Antwerpse theaterschool van Dora Van der Groen. De gerenommeerde diva en theatermoeder wordt niet met name genoemd, net zomin als alle andere personages, maar wie een beetje vertrouwd is met het milieu weet wie schuil gaat achter Oma Kip, Pen, Camel Kraai, Ferrari, et cetera.

Het verblijf in het instituut van Oma Kip is niet weg te denken uit Van Watermeulens levensgeschiedenis en acteursschap. Geen pil of zalf helpt om van de obsessie verlost te raken. Ook de romanvorm is geen vluchtweg. De lezer met klompen ervaart dat voor het centrale gedeelte goed en wel van start is gegaan. Zeer leesbaar, traditionele stijl, rechttoe rechtaan. Niet tussen maar onder de lijnen schuilt er een haat-liefdeverhouding. Afkeer en adoratie struikelen voortdurend over elkaar. Oma Kip blijft spoken, ook na zijn opleiding en bij voorstellingen waarin hij participeert maar zij part noch deel aan heeft. Na schooltijd werden de leerlingen eerder gedwongen dan uitgenodigd bij haar thuis. Daar gaat de ‘scholing’ verder, in de vorm van monologen, parades van de diva, de bevrijding van de sekse, de vernietiging van goden om ruimte te scheppen voor het boeddhisme, gemeenschappelijke naaktscènes, oud is jong en jong is oud, waardoor het verblijf onder de vleugels van oma Kip eerder een hersenspoeling is dan een opleiding in een school.

De manier van werken van Van der Groen leunt sterk aan bij de scholing van Eton en cie. Het Oma Kip Instituut is een hemel en een hel. Er is geen plaats in de theateropleidingen van de Nederlanden waar snobisme zo voortdurend aanwezig is of waar het in zulke verfijnde en subtiele vormen wordt gecultiveerd. Uit het verhaal komt een drang naar absolute zelfstandigheid bovendrijven. Oma Kip stampt in haar pupillen een streven naar voortdurend leiderschap als onmisbare eigenschap. De autoriteit van de regisseur staat voorop, maar als onderdeel van een persoonlijke ontplooiing. Natuurlijk kan die houding ook nefast zijn. Hij schept een cynisme die de samenwerking met collega’s bemoeilijkt en een speelwijze ontwikkelt die gaandeweg door de toeschouwer als hautain wordt ervaren. Om die gedachte de lezer bij te brengen gebruikt de auteur/acteur een omweg, het toneelstuk Caligula van Albert Camus, waardoor hem door tijdgenoten niets kwalijks kan worden genomen: ‘Ik onteer de vrouw van de eerste senator en laat de zoon van de tweede doden, enkel omdat ik mezelf van mijn liefde voor de jongen wil ontdoen. Schuldig of onschuldig, het komt op hetzelfde neer. Vrijheid duldt geen lafheid!’

De omslag komt er bij werkvoorstelling India Song. Oma Kip is het spiegelbeeld van Marguerite Duras, de Franse schrijfster en cineaste. Oma Kip is het centrum van de wereld, de andere acteurs zijn poppen. Zelfs de geuren van India ontbreken niet. Met het vluchten uit het kippenhok keert Van Watermeulen weer naar zijn jeugd en de eerste ontmoeting met zijn huidige partner. In het slotdeel gaat de schrijver met de beschouwingen op de loop. Dat vereist aandachtige lezing. Een grote sprong volgt in het vijfde en laatste deel. Naar het NTGent, waar de auteur Becketts monoloog Krapps laatste band speelt. Hét stuk van de innerlijke terugblik.

Landschap tussen alles of niets is een boeiend hoofdstuk uit de geschiedenis van het Vlaamse theater. Zeer leerzaam. Harry Mulisch had een hekel aan autobiografische verhalen. Het is onzin te denken dat men kan schrijven zonder de nabije geschiedenis te vermijden. Het beste voorbeeld is Willem Elsschot. Hij schreef een autobiografie over het familiedomein in elf delen. Ook hij verhaspelde in zijn boeken wel meer namen van mensen en locaties en schoof met feiten. Een roman is geen prentenboek maar een puzzel. De mooiste, en meest raadselachtige, die ik heb is Het zwarte vierkant, naar het beroemde schilderij van Kasimir Malevich. De roman van Steven Van Watermeulen is een literair zwarte puzzel. De gebeurtenissen zijn amusant, maar naar essentie niet het belangrijkst. Wat essentieel is, is de witruimte er omheen. Hij begrensd een getormenteerd acteur, die benieuwd is naar het applaus. Is het eb of vloed?

Guido LAUWAERT

Steven VAN WATERMEULEN, Landschap tussen alles of niets, Breda, De Geus, 2011, 192 p., geb., 18,90 €. ISBN 978 90 445 1064 5

Partager cet article
Repost0
26 avril 2011 2 26 /04 /avril /2011 19:36

 

DIERICKX-0051.jpg

Karel Dierickx, Eigenzinig

Soms moeten kleine initiatieven breed uitgemeten worden. Om hun sterke artistieke waarde. Bovendien is het niet altijd in de grote kunsthuizen dat de indrukwekkendste zaken gebeuren.

Een initiatief dat niet aan de aandacht mag ontsnappen, bijvoorbeeld, is Eigenzinnig, een samenspel tussen beeldende kunst en poëzie. Zulke combinaties zijn zeldzaam. Wie weet er nog dat Roger Raveel en Hugo Claus een paar maal hebben samengewerkt, met uitstekend resultaat. Ook de dichter Roland Jooris heeft een sterke band met beeldende kunst. Tot voor enkele jaren was hij de eerste conservator van het Raveelmuseum in Machelen aan de Leie. Bij elk verzoek was hij niet te beroerd om een gedicht op bestelling te leveren. Zeer kritisch van aard is Roland Jooris, maar als de hersens warm lopen moet hij schrijven.

Huize Bonaventura is een pand in het best bewaarde, oudste gedeelte van het eerste van de drie begijnhoven die Gent telt. Eigenaar is Christine Adam. Zij was 34 jaar lerares aan het Sint-Lucas Instituut van de Arteveldestad. Vijf jaar geleden begon ze met een ontmoetingsruimte waar ze viermaal per jaar, per seizoen één, een tentoonstelling organiseert. Roland Jooris kreeg de vrije hand om in de tentoonstellingsruimte van het pand een favoriet schilderij tentoon te stellen. Bij elk werk schreef hij een gedicht. Naar eigen zeggen ‘is Eigenzinnig een tentoonstelling met vijf kleine schilderijen van vijf Vlaamse kunstenaars die in hun werk getuigen van een onvoorwaardelijk geloof in de inspirerende kracht van de picturale taal. In deze multi-mediale wereld vertrekken Roger Raveel, Amédée Cortier, Dan Van Severen, Raoul De Keyser en Karel Dierickx van een zo essentieel mogelijk schilderen, los van eenzijdige richtingen. Hun kunst gedraagt zich “eigenzinnig” binnen het eigentijds kunstcircuit. Ze zijn eigentijds in hun eigenzinnigheid.’

De geest achter het initiatief is om in het kader van een kamer een klimaat van picturale bezinning te schapen. De tentoonstelling is na de openingsdag ook nog vrij te bezoeken op zondag 8 mei van 11 tot 19 uur of na telefonische afspraak [09/223 19 95]. Het gedicht dat op dit artikel volgt is geschreven bij het schilderij bovenaan, en van de hand van Karel Dierickx, een schilder die al te weinig in beeld komt in het Vlaamse beeldende kunstmilieu. Het is ook een werk dat de schilder speciaal voor dit initiatief heeft gemaakt. De andere zijn al langer bestaande werken.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt er een plaquette in de reeks Petit Octave bij uitgeverij Cultura, Wetteren. De vijf schilderijen staan in contrapunt met de gedichten. De oplage is beperkt tot 100 exemplaren en gesigneerd door de auteur. Elk gedicht heeft als titel de naam van het initiatief.


Guido LAUWAERT

 

EIGENZINNIG

                          voor Karel Dierickx

 

De nacht dwingt

 

de nacht is

vermetel een mengsel van

dronken tinten in de grondeloze

aarde van je slaap

de nacht woekert en woelt

zich in het landschap los

 

de nacht zakt

als een vlak achter

de struiken, als een vermoeden

dat klotst en aanspoelt

in het raam

 

de nacht legt de roes

van zijn rumoer

belegen in de koelte

van zijn kelders

vast

Roland JOORIS

EIGENZINNIG – Huize Sint-Bonaventura, Provenierstersstraat 51, Gent –www.bonaventura.be

Partager cet article
Repost0
23 avril 2011 6 23 /04 /avril /2011 21:39

 

 

Jury-Claeysprijs--2011-4--6-.JPG

Van l. naar r.: Jan van Veen, Jef Meert, Roger Nupie, Bert Bevers,

Henri-Floris Jespers, Koen Calliauw en Kris Kenis.

 

De Herman J. Claeys-prijs werd ingesteld door Pipelines vzw / De Muzeval. De jury bestaat uit Bert Bevers, Koen Calliauw, Paul Ilegems, Kris Kenis, Patricia De Landtsheer, Jef Meert, Roger Nupie, Hans Plomp, Lucienne Stassaert en Jan van Veen. In naleving van de laatste wil van HJC wordt het juryvoorzitterschap waargenomen door Henri-Floris Jespers.

De eerste vergadering vond vandaag plaats ten huize Jespers. Patricia De Landtsheer, Hans Plomp en Lucienne Stassaert waren verhinderd maar hadden vooraf ieder speciale aandacht gevraagd voor een tiental gedichten. Bij wijze van gedachtenoefening werd alvast een lijstje van meer dan twintig gedichten opgesteld die mogelijk voor bekroning in aanmerking komen.

Meer kan (en mag) ik in dit stadium niet melden. Behalve dit: tijdens de bespreking bleek alvast dat de juryleden zich nauwgezet van hun huiswerk gekweten hebben, maar ik had ook niet anders verwacht.

De jury vergadert opnieuw op vrijdag 6 mei.

De Herman J Claeys-prijs 2011 wordt uitgereikt op donderdag 12 mei (17u30 -19 u) in de Groene Watermankelder, Wolstraat 7, 2000 Antwerpen.

Jury-Claeysprijs--2011-4--1-.JPG

Jan van Veen, Jef Meert, Roger Nupie, Bert Bevers (en de kattin Chica)

We zaten bijeen ter nagedachtenis van Herman, en dat was natuurlijk ook aanleiding tot het ophalen van herinneringen, waarbij vooral Koen Calliauw en Jef Meert zich onderscheidden...

Paul Ilegems nam het initiatief de bijeenkomst alvast digitaal vast te leggen.

Jury-Claeysprijs--2011-4.JPG

Van l. naar r.: Jan van Veen, Jef Meert, Henri-Floris Jespers, Koen Calliauw en Kris Kenis

Jury-Claeysprijs--2011-4--3-.JPGUw blogger met Chica

HFJ

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche