Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
5 juin 2011 7 05 /06 /juin /2011 20:00

ZSenne art lab, Anneessensstraat 2 B te 1000 Brussel, is een nieuwe plaats voor artistieke communicatie en onderzoek en presentatie/performance. Een mooie plaats met zowel zichtbaarheid als intimiteit, zowel licht en donker, rustig en ook midden in centrum Brussel, vlakbij het kanaal, de beurs, de Antoine Dansaertstraat, midden in een woonbuurt met internationale bewoning.

ZSenne wil een multifunctionele werking en ruimte opzetten waarin verschillende disciplines aan bod kunnen komen en artistieke creatie kan worden geïnitieerd, onderzocht en opgebouwd en/of afgewerkt worden. Het interdisciplinaire krijgt speciale aandacht.

Daarnaast wil ZSenne een galerie-werking uitbouwen waar beeldende kunstenaars hun werk kunnen tonen gedurende een tweetal weken tot anderhalve maand. Kunstenaars worden ook uitgenodigd om ter plekke te komen werken. Per jaar wordt gemikt op meerdere residenties.

Luc Emiel Roman is artistiek coördinator van ZSenne. Hij heeft een lange carrière in de cultuursector achter de rug, wat een goed beheer en bedachte keuzes garandeert: 14 jaren producer bij Muziektheater Transparant (met o.a. organisatie van buitenlandse tournees), en recent zakelijk leider bij Mains Connectie – Krul vzw.

JanScheirs

Jan Scheirs (foto: Frans Piessens)

Jan Scheirs (°1973) werd door ZSenne uitgenodigd als 'artist in residence'.

In oktober 2007 exposeerde bij schilderijen rond het thema 'Vernauwing', een psychoanalytische blik op bepaalde aspecten van de herinnering in dialoog met de architecturale dimensies van het gebouw LesBains, het oud badhuis van Vorst. De show ging gepaard met een happening: de vernietiging van een eenmalige, ter plaatse ontworpen assemblage opgebouwd in functie van die speciale ruimte.

Tijdens zijn residentie in ZSenne art lab zal Scheirs nu plastisch werken rond de vrij verrassende thematiek 'Rubens en diplomatie'. Wat is het uitgangspunt van dit ambitieus project?

Een tipje van de sluier werd alvast gelicht in een gesprek met artistiek coördinator Luc Emiel Roman.

In de eerste helft van de XVIIde eeuw resideerde Infante Isabella als landvoogdes van de Zuidelijke Nederlanden in Brussel. Rubens is dan niet alleen een succesrijk schilder, maar ook actief als diplomaat en go-between. Dit tijdsgewricht en zijn boeiende personages worden geënsceneerd om een dubbele kijk op de historiek te suggeren:

'Rubens leefde tussen Antwerpen en Brussel, Frankrijk en Spanje, in heel Europa eigenlijk. Geheimen waren zoals altijd kostbaar en te koop. Voorstanders van wapenstilstand en vrede speelden geen rol in dit schaakspel.

Ik kijk er naar uit vier weken te werken in ZSenne, in de Bloemenhofwijk, in het internationale Brussels Gewest, centrum van Europa en ook van lobbyisten. Met heimelijke gesprekken als uitgangspunt.'

Hierbij knoopt Scheirs aan bij de thematiek van de geheime machtsuitoefening die reeds in zijn vroeger werk in uiteenlopende gedaanten aan bod kwam. Getuige hiervan het vroeger werk hieronder, de evocatie 'van de sfeer waarin rond een tafel wordt “gespeeld”, waar geheime informatie wordt verkocht en doorgeven'.

Trucs.jpgTrucs van de vos (2010, linnen, acryl, pigment, dubbelhout en zand, 160 x 200)

Het functioneren van de macht kwam al sprekend aan bod in Scheirs' tentoonstelling 'Mythisch & burlesk: Belgisch...'.

'Brussel waar veel belangen samenkomen is een interessante plek om rond dit thema te werken', aldus Jan Scheirs in gesprek met Luc Emiel Rooman.

*

De sociale context en uitwisseling, ook met de buurt, kan voor ZSenne niet uit het artistieke proces worden geweerd: er ligt dan ook grote nadruk op het openstellen voor het publiek van wat er als artistieke werking op diverse niveau's in het 'art lab' gebeurt.

Het publiek zal derhalve het work in progress van Jan Scheirs kunnen volgen van 6 juni tot en met 2 juli 2011.

Residentie in Zsenne: Jan Scheirs, Rubens and diplomacy

ZSenne, Anneessensstraat 2, 1000 Brussel.

Open: alle week- en zaterdagen, 14-18.00u en op afspraak.

Vernissage: donderdag 23 juni, van 18u30 tot 21 uur.

Partager cet article
Repost0
5 juin 2011 7 05 /06 /juin /2011 03:18

 

Wie de persmap niet gelezen heeft weet wel wat hij ziet, maar niet wat de bedoeling is. Waar het over gaat staat halverwege het programmaboekje. Aan te raden valt op z’n minst dat te lezen wil men genieten van de voorstelling. En genieten zit er in. Als één ding duidelijk is, is dat op alle gebied kwaliteit werd geleverd. Muziek, spel, decor, projectie zijn beeldschoon.

Burenruzies

In juni 2000 bracht de Amerikaanse president Bill Clinton Yasser Arafat, Palestijns leider, en premier van Israël Ehud Barak samen in Camp David, in een poging nu eens eindelijk komaf te maken met de burenruzies over en weer die telkens uitmondden in mini-oorlogen weer en over. Een poging die van bij de eerste zet gedoemd was te mislukken, zoals elkeen weet die een beetje vertrouwd is met de kwestie, maar je weet nooit. De gebeurtenis is de geschiedenis ingedoken en daar blijven plakken door het idealisme van Bill Clinton: zelfs in een strohalm, blowing in the wind, zit nog leven.

Damocles

Boven het decor hangt een zak fijn zand. Tussen het doven van het zaallicht en het opgaan van het toneellicht wordt hij in beweging gebracht. De zak wordt het gewicht van een slinger boven een tafel waarrond kinderstoelen staan, in alle mogelijke vormen en gewichten, de een al iets groter dan de andere. Ze zijn te klein of zitten niet goed voor de zwaargewichten. Zij zijn niet Arafat en Barak, maar de emanatie van de politici. Hadden u en ik daar gezeten, we zouden er ook niet uitgeraakt zijn, met de kennis en de ervaring van wat Israël en Palestina hebben meegemaakt, van wat dreigt een honderdjarige oorlog te worden.

Wij worden vervangen door twee zangers, Ruth Rosenfeld en Thomas Bellinck. Zij dialogeren, al zingend, het is nu eenmaal een opera, maar wat ze zingend zeggen is niet meer dan routinepraat bij een eerste ontmoeting.

A – We zullen? ons zetten.

B – Naast elkaar.

A – Aan dezelfde tafel.

B – We zullen ons zetten.

A – We zullen praten.

B – [Ik zal zwijgen.]

A – We zullen ons zetten.

B – [Dat heeft geen enkele zin.]

A – We moeten.

B – We zullen ons zetten.

A – Waarom gaan zitten?

B – Waarom ?!?

A – We zullen ons zetten.

B – We gaan zitten. We zetten ons.

Wat volgt is het voorstellen van elkaar. Buiten naam en toenaam summier de fasen in hun leven die hen tot die hoge post hebben gebracht. Maar over de zaak waarvoor ze bij elkaar zitten wordt met geen woord gerept. Om aan de praat te blijven vertellen ze over wat hun als kind het meest geraakt heeft. Dat blijkt de grondlaag te zijn van hun visie, hun koppigheid, hun ambitie. Leuk, maar het brengt geen zoden aan de dijk. In plaats van zoden steekt een zanger een gat in de zak. En nog een gat. Sneller en sneller. Wilder en wilder. Tot het zand de tafel met zijn speelgoedkopjes en alle bijhorende spullen bedekt. Kinderstoelen vliegen in het rond. Aan het eind, een uur die de duur van de onderhandelingen comprimeert, staan ze even ver dan in het begin. Paroles inutiles. Onder het oog van twee kinderfoto’s. Die vanuit de achtergrond halverwege de voorstelling naar voor werden gehaald. Ze staren in het niets.

B – We zullen ons zetten.

A – We zullen ons zetten.

B – Onze rechter armen zullen van gedachten wisselen met onze linker armen. Onze raadgevers zullen onze raadgevers raad geven. Overbodige woorden. En dan de stilte.

A – Ja. De stilte. Eindelijk

De angst regeert

Eindelijk is het afgelopen. De zinloze bijeenkomst. De lege dialogen. De clichématige beleefdheidsformules. De ingestudeerde beledigingen. De halfafgewerkte bewegingen. Kromgebogen lichaamstaal. De wanverhouding. De medialach. Eigenlijk zegt alles niets. Dat is de essentie van het conflict. Omdat de ene het land wil van de ander. Een morzel grond. De angst regeert. Mijn morzel is niet jouw morzel. Handen af. Vergeet hem. Mijn beloofde land is meer waard dan jouw uitverkoren land. Mijn land is van mijn vaders’ vader. Mijn land is van mijn moeders’ moeder.

Zien, horen… voelen

De dialoog wordt op een panoramisch scherm geprojecteerd. Van de hand van Philippe Blasband. Hij zette zijn libretto om in een grafisch spel dat de gevoelens gestalte moet geven. Onder het scherm zitten de muzikanten. Het Spectra ensemble, o.l.v. Frank Rathé. Rustig maar gedecideerd leidt hij het ensemble door de neo-tonale toonspraak, beïnvloedt door hedendaagse muziekgenres, van Frank Nuyts.

De minimal regie van Johan Dehollander past perfect bij deze voorstelling. Ze is een reflectie op een historische gebeurtenis. Zowel reflectie als gebeurtenis zijn blijven plakken. Hebben zich vermengd. De moeite waard om te zien en te horen, deze voorstelling. En als de toeschouwer zich voldoende documenteert alvorens plaats te nemen, voelt hij ook aan wat Dehollander bezielde.

Guido LAUWAERT

Middle East – productie LOD info en optredens: www.lod.be

 

Partager cet article
Repost0
5 juin 2011 7 05 /06 /juin /2011 01:16

 

It is not nor it cannot come to good:
But break, my heart; for I must hold my tongue.”
(William Shakespeare – Hamlet  Act I, Scene II, 158-159)

Ik ben verslaafd en wel aan Facebook. Even ben ik echter geen Hamlet met de tong binnensmonds want ik beken nederig deze afwijking. Ik kan het niet laten om mij verschillende malen per dag aan de krullende tenen van dit cybergebeuren te werpen. Ik ben niet alleen verslaafd aan muziek maar eveneens aan nieuws. En wat is er heerlijker dan gratis zoals via FB op de links naar kranten of tijdschriften de vele evangelies te kunnen lezen.

Met hun weekendeditie tonen onze kranten veel interesse in het hout van het woud. Het zijn haast Mennonieten, niet te verwarren met Bennonieten of volgelingen van Benno Barnard, die in de naam van de schepper van het heelal het regenwoud in Paraguay naar de knoppen helpen. Door alles plat te branden – het aloude slash en burry – wordt er plaats gemaakt voor landbouw en veeteelt. De uitroeiing van Indiaanse stammen is de collateral damage van dit hemelse beschavingswerk.

Teneinde mijn ecologische voetafdruk tot politiek correcte proporties te herleiden, heb ik mijn abonnement op mijn kwaliteitskranten opgezegd. Ik dank je van harte FB.

Sinds half september 2010 ben ik jawel een onwelvoeglijke papierloze.

Facebook heeft iets weg van Speakers Corner, een vrijhaven voor het vrije woord aan de noordkant van Hyde Park in London. De zeepkist waarop men traditioneel zijn mening pleegt te verkondigen is op dit web vervangen door een computerklavier. Zo is iedereen veilig ver weg van iedereen. Strak iemand in de ogen kijken hoeft dus niet.

Voor de enen is pro of contra Vlaanderen en al wat met de politieke actualiteit samen hangt een gulzig bereden stokpaardje. Je leest er over het tricolore verdriet van België, een land aan infuus en beademingstoestel. In ons fabelrijk van koningen, prinsjes en prinsessen zijn deze goede elfen en feeën stilaan een knelpuntberoep. Voor anderen is de Islam dan weer een uitermate smakelijke kippenbout waarin men zijn gebit zet en het glimmende vet mededogenloos langs baard en kin laat lopen.

Er zijn er zelfs die met een schuilnaam tegen alles en iedereen te keer gaan.

Dit type ‘Facebookvrienden’ scoort waarschijnlijk vele punten. Maar ik kan deze met vergrootglas en de beste wil van de wereld niet vinden.

Wat te denken van volgende reactie. Ik was toen nog DorpsDichterDoel. Met een verheven taal vol gebreken – sommige zinnen of woorden missen hun ledematen – houden ze daarbij gretig hun boerka aan. Ik citeer:

omdat ik wist dat ik hrrie heb hebben met het soort debiele activisten dat je onder juw Fb kunt verwachten. Het soort stalinisten die er met een hoop luegens (waarvoor ze het gerecht op hun dak hebben gekregen btw) voor hebben gezorgd dat ik hier onder een pseudo moet optreden. [...]

Doel heeft me trouwens nooit geïnteresseerd. Ik leef in de 21ste eeuw, niet in de duistere middeleeuwen van pretentieuze pseudojournalisten en pseudokunstenaars die aflaten willen verkopen aan mensen die amper rondkomen terwijl ze zelf driedubbel zoveel in het zwart verdienen.
Ik ben in tijd meer waard dan deze te verliezen aan gevechten tegen stalinistische zonnepanelen.
Het ga je goed.

 

Niettemin krult mijn neus nog steeds nu ik als een Stalinistisch zonnepaneel door het leven kan gaan. Nog steeds ben ik dankbaar voor het goede dat goed zou kunnen gaan. Van die driedubbele zwarte welvaart kan ik alleen maar dromen. Niettemin heb ik medelijden. Wat een drama om als een pseudo te moeten leven. Maar misschien heeft hij wel zijn boerka vergeten om te draaien, kan hij niets zien en is zijn achterhoofd door de zon geruit. Wie weet? Kan iemand deze mens helpen?

Deze week was Vic Van Aelst aan de beurt wegens de scherpe taal van deze steradvocaat. Naar aanleiding van zijn uitlatingen aan het adres van onze Franstaligen door dit kersverse N-Va- lid werd volgende foto gepost.

FdeVos.jpg

Ik heb met beide afgebeelde heren geen affiniteit. Dit voor de goede orde. Toen ik in een reactie aan deze spindoctor meldde dat ik zat te wachten op nog meer van zulke parallellen zoals een foto van hem en Joseph Goebbels, een notoire communicatiespecialist uit het Derde Rijk, werd ik meteen in een pashokje gewalst. Als boodschap kreeg ik mee dat mocht dit land ooit splitsen hij nu wist aan welke kant de separatisten de humor wilde laten. Dus waren dergelijke vergelijkingen toch niet als humor bedoeld. Dit stelde me zwaar teleur. En ik die al op mijn billen zat te kletsen van het lachen. Zijn reactie stopte me een zakdoek voor mijn mond en ogen.

 

O Facebook, mijn vaderland met manke vergelijkingen zonder argumenten en zinledige slogans. Wij waren een, nous étions un. Waarom toch? Waar ga je heen?

Ik wilde nog iets zeggen over het Alzheimergehalte van de Slag der Gulden Aardappelen deze week maar dat ben ik ondertussen vergeten.

Frank DE VOS

Partager cet article
Repost0
3 juin 2011 5 03 /06 /juin /2011 01:34

 

Exlibris-1-6-11-041.jpg

Henri-Floris Jespers en Gert Vingeroets, secretaris van Exlibris

Herinneringen uit het kunstleven (woensdag 1 juni 2011). Het onderwerp van deze lezing wekte de nieuwsgierigheid van vele trouwe bezoekers van de Culturele Kring Exlibris op hun maandelijkse bijeenkomst. In zijn verwelkoming somde Gert Vingeroets de elf lezingen op die de gewaardeerde spreker reeds hield gedurende het 22-jarig bestaan van de kring.

Veeleer dan een vertellen van snedige anekdotes werd het een bijwijlen weemoedige bezinning over de herinnering.
Met als aanknopingspunt de lezing die hij in 1995 in café Exlibris hield te samen met Line Lambert surfte Henri Floris Jespers door de herinnering naar zaterdag 5 september 1971 waar hij samen met Rein Bloem een lezing hield over het maniërisme. Daar ontmoette hij Line Lambert voor het eerst. Academicus en dichter Jan De Roek was die nacht slachtoffer geworden van een dom verkeersongeval.

Met de lezing wilde Henri-Floris Jespers een hommage brengen aan Roger Avermaete met zijn 4-delige uitgave Herinneringen uit het kunstleven (uitg.Manteau). De schrijver van die herinneringen lijkt vandaag totaal in de vergetelheid verzonken hoewel hij in de twintiger jaren de geestdriftige leider was van het tijdschrift Lumière.Hij gaf de naam “De Vijf” aan de groep belangrijke houtsnijders van die tijd: Frans Masereel, de broers Jozef en Jan-Frans Cantré, Henri Van Straten en Joris Minne. Hij was de oprichter van de school voor Kunstambachten Roger Avermaete, later voortgezet door Herbert Binneweg.

Via Van Avermaete komt de spreker weer terecht bij André De Ridder, Gaston Burssens, Paul Neuhuys waarmee hij zich verbonden voelt.

De Vlaamse Letteren zijn voor hem als een dodenakker, zovele vrienden, kameraden, weggenoten met wie hij een persoonlijke band had : Maurice Gilliams, Bert Decorte, Paul de Vree, Karel Jonckheere, Lambert Jageneau, Hugues C. Pernath, Paul Snoek, Gust Gils, Herman J. Claeys, Jan de Roek, Nic van Bruggen, Georges Adé, Hector-Jan Loreis, Wilfried Adams, Michel Bartosik. En niet te vergeten de plastische kunstenaars: Albert Szukalski, Vic Gentils, Youri Demeure en Jef Verheyen.

En dan is de cirkel rond en komt hij weer terecht bij Jan de Roek van wie – eindelijk – dit najaar het oeuvre opnieuw wordt uitgegeven. Jespers citeert hier een lang gedicht van Jan de Roek waarvan de eindregels luiden:

Reeds slaan uw ogen mij in het gezicht

als hagelstenen, meer dan weerbarstig.

Uw ogen zijn veranderd reeds

En dagelijks bereiken mij doodsberichten

met name “vroeger”, ” nooit meer”, “in de hoop”.

Met u sterft alles aan mij af.

*

Exlibris-1-6-11-010--2-.jpg

Renée van Hekken

Toch kan Jespers het niet nalaten ons op een kleine anekdote te vergasten, een kleine grap die op kosten van de Pink Poets 40 jaar geleden uitgehaald werd met de toen nog piepjonge dichteres Renée van Hekken die zich in het publiek bevindt. Zowel Renée als de Pink Poets werden toen slachtoffers van een mystificator met weinig goede smaak. Renée kan er zelf hartelijk om lachen.

De spreker eindigt zijn betoog op de hem eigen zeer bescheiden wijze: “In mijn letterkundige arbeid heb ik altijd slechts één betrachting gehad: de vlam doorgeven”.

Hij stelt vast dat de egoïstische klaagcultuur van deze tijd , die gepaard gaat met vervlakkend entertainment genadeloos om zich heen grijpt en dat gemeenschapszin een begrip is dat herleid werd tot ouderwetse folklore. Maar hij is een ziekelijke optimist.Vroeger was het niet beter dan nu, morgen wordt het ongetwijfeld beter, maar dat hangt van onszelf af.

Tot slot leest hij een gedicht dat opgedragen is aan Pruts (Cecile Lantsoght) waarin zo wonderwel de hele teneur van deze boeiende én ontroerende lezing is weergegeven.


Ik heb geen praalgraf nodig om te weten

met wie ik in de eeuwigheid zal slapen

Je naam, gegrift als een teken

beheerst de dreven van mijn waken

 

De droom door droefheden gedreven

bereikt de oevers van mijn feilloos falen

vroege wrakken van wrede schepen

versieren de lettertekens van mijn naam

 

Door kreten van het leven gegrepen

de tranen van de tijd geplengd

ik ben alleen en reeds vergeten

door zoveel vuur verzengd

 

Zo was ik hier, Prince, één uit een keten

voorloper van allen, navolger van velen

speller van de woorden van je faam

(Uit: De tijd van een vreemdeling, Antwerpen, Contramine, 1976.)

Exlibris-1-6-11-051.jpgVan l. naar r.: Jan van Oostende en dr. Paul Hoffbauer, voorzitter van Exlibris

Exlibris-1-6-11-095.jpgLuc en Thierry Neuhuys

Exlibris-1-6-11-130--2-.jpgFrank de Vos

Exlibris-1-6-11-129--2-.jpgFrank Ivo van Damme

Exlibris-1-6-11-067.jpgHFJ

Foto's: Frank Ivo van Damme

Joke VAN DEN BRANDT

Partager cet article
Repost0
2 juin 2011 4 02 /06 /juin /2011 23:06

 

CoverERauw2.jpg

Vanavond werd in het SMC te Brasschaat Uit Balans, de nieuwe thriller van Gert Erauw voorgesteld. Alvorens te focussen op de roman ging inleider Luc Pay even in op de taaie misverstanden en vooroordelen die nog altijd circuleren wanneer 'thrillers' of 'spannende boeken' versus 'literatuur' afgewogen worden.

Hier dan een enkele beschouwingen van Luc Pay over Uit Balans.

In literatuur wordt het verhaal van een boek gedragen door één of meer thema’s – dat voorgestuwd wordt door de dramatische ontwikkeling en de karakterontwikkeling. Thema’s bij Gert Erauw zijn: naïeve morele pretenties die achteraf niet zo gefundeerd blijken; hebzucht en materialisme; vriendschap tegenover eenzaamheid; liefde versus lust; bedrog en vooral zelfbedrog; de relaties tussen ouders en kinderen; conformisme tegenover authenticiteit, en misschien vooral: de wanhopige zoektocht naar de “duimstok” waarmee het leven gemeten moet worden, het juiste morele kompas waarmee je het beste door het labyrint van het leven gaat.

Deze thema’s, die ressorteren onder de noemer psychologie en ethiek, komen aan bod via de kwellende zelfreflecties of zelfonderzoeken van de twee Ikpersonages, twee vrij egocentrische karakters die echter wanhopig haken naar begrip, naar vriendschap, naar een ‘duimstok’. In deze roman laten die thema’s alleszins weinig ruimte voor illusies, net zoals in de roman Het Plan trouwens al het geval was. Aan het einde van het boek bekent Olivier: “Ik hield op vragen te stellen omdat de antwoorden lachwekkend zijn. Ik verwijt niemand wat, maar kan niemand evenmin vergeven omdat vergeving verwaandheid inhoudt.”

Uit balans lijkt me een Bildungsroman die tot de conclusie leidt dat het leven één grote cynische grap is waarin ieder zijn ding doet en uiteindelijk niemand het recht heeft om met een belerend vingertje naar een ander te wijzen. ‘Slecht doen’ loopt slecht af, maar het goede wordt ook niet beloond: er rest slechts “de immense onzin van ieders geschiedenis”, zoals Olivier vaststelt.

In ieder geval overstijgt Gert met deze nogal verontrustende thematische diepgang ruimschoots het veeleer louter plotgerichte verhaal van het “spannende boek” of van “lectuur”.

Als het waar is dat “misdaadfictie” een mysterie oplost en dat “literatuur” een mysterie ontwikkelt, dan denk ik dat Gert Erauw erin geslaagd is beide te combineren. Inderdaad: er is een geheim, er zijn trouwens meerdere geheimen op het niveau van de plot of van de verwikkelingen tussen de personages en hun respectieve handelingen, en die plot- of actiegebonden geheimen worden in de loop van het boek ook opgelost.

Tot slot van de drukbijgewoonde feestelijke presentatie las de auteur enkele pagina's uit zijn boek.

Gert ERAUW, Uit balans, Westerlo, Kramat, 232 p., 17,95 €.

Zie ook de blog van 29 mei:

http://mededelingen.over-blog.com/article-luc-pay-over-gert-erauw-75089911.html

 

 

 

Partager cet article
Repost0
2 juin 2011 4 02 /06 /juin /2011 21:53

 

logo-mdd.jpg

De statistieken van de blog Mededelingen van het CDR vallen erg positief uit:

maart: 3535 lezers:

april: 3293 lezers

mei: 3911 lezers

Aantal gelezen pagina's:

maart: 7436

april: 6573

mei: 7727

Sinds 26 januari 2008 werden hier 1009 (vaak uitvoerige) bijdragen over allerlei al dan niet aan de actualiteit gebonden onderwerpen gepubliceerd, die de aandacht trokken van 87.587 'unieke' bezoekers, samen goed voor de lectuur van 176.402 pagina's. De meeste bijdragen werden geïllustreerd met vaak onuitgegeven foto's en documenten uit het CDR-archief.■

Partager cet article
Repost0
31 mai 2011 2 31 /05 /mai /2011 19:42

Aan het Mechelseplein in Antwerpen staat de Sint-Joriskerk, naar mijn smaak de mooiste kerk van de stad. Veel mensen denken dat het een oude is, maar ze is relatief jong. Weliswaar was hier reeds in 1304 een kerk, maar in de Franse tijd werd het gebedshuis vernield. Halverwege de 19de eeuw kwam er een nieuw, geheel in neogotische stijl opgetrokken, naar een ontwerp van architect Léon-Pierre Suys (1823-1887), die ook tekende voor de baden in Spa en de Beurs in Brussel. Op 5 september 1853 werd ze ingewijd.

Wie door de sfeervolle, halfduistere ruimte schrijdt ontdekt er mooie kruiswegstaties. Die fresco's werden vervaardigd door de kunstenaars Jan Swerts (1820-1879) en Godfried Guffens (1823-1901), allebei leerlingen van Nicaise De Keyser (het is niet de Keyserlei, maar dé De Keyserlei). Swerts en Guffens werkten er maar liefst twaalf jaar aan, van 1859 tot 1871. De muurschilderingen van de Lijdende, Strijdende en Zegevierende kerk inspireerden niemand minder dan Peter Benoit (de man die ons zo'n hartverscheurend Requiem schonk) tot het componeren van Drama Christi, dat onder leiding van de componist zelve in de Sint-Joriskerk in première ging.

Dat gebeurde op 27 november 1871, de dag dat de fresco's plechtig werden ingewijd door Victor Augustin Isidore Dechamps, aartsbisschop van Mechelen. De teksten onder de kruiswegstaties, neem bijvoorbeeld Jezus leert ons de onderwerping, zijn - en dat was beslist geen evidentie in 1871 - in het Néderlands. Dechamps zou die beslist liever in het Frans, of het Latijn, hebben gezien.

Guffens-en-Swerts--litho-S.-Ghemar--1854-.JPGGuffens en Swerts (in die volgorde te zien op bijgaande litho van S. Ghémar uit 1854) hadden echter de volledige instemming van de bestuurders van de parochie. Hiermee was de Sint-Joriskerk de éérste kerk in België waarin de kruiswegstaties in het Nederlands werden 'ondertiteld'.

Stripmuren.JPGDat bleef destijds niet onopgemerkt. Een paar dagen voor de officiële inwijding was een journalist van de Gazet van Gent al een kijkje komen nemen. Zijn krant publiceerde op 23 november 1871:

"Wat wij Vlamingen in dit werk vooral moeten goedkeuren, wat de vaderlandsche gevoelens van de kunstenaars, die het uitvoerden, vooral tot eer strekt, is dat al de opschriften en schriftuurplaatsen zonder uitzondering in de taal des volks in het Vlaamsch zijn vervaardigd. 't Is niet meer dan natuurlijk, zal men zeggen. Eilaas, al wat natuurlijk is, wordt daarom door onze kunstenaars in dergelijke gevallen nog niet in acht genomen. Weinigen hebben de moed de rechten der taal, waar het de opschriften en verklaringen onzer monumenten geldt, te eerbiedigen en te verdedigen. Daarom zijn wij de heren Guffens en Swerts dank verschuldigd, dewijl zij ten minste den moed, en mogen wij er bijvoegen, dit verstand hebben gehad."

Stripmuren2.JPGDe Sint-Joriskerk heeft overigens nog een andere eigenaardigheid: alle neogotische kerken werden, dat was een modeverschijnsel, met de ingang aan de oostkant gebouwd, zodat de zon richting altaar opkwam. Vermits de ruimte beperkt was en de oostkant op de hoek van de Schermersstraat en Maarschalk Gérardstraat al vol was gebouwd werd in dit geval de kerk dus ómgedraaid'.

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
31 mai 2011 2 31 /05 /mai /2011 06:27

 

bach-y.jpg

22 mei. Bachconcert. Klavecimbel solo en leiding: Mario Sarrechia (°1988), die voor en na de pauze een verhelderend commentaar ten beste geeft.

Mario citeert graag Schopenhauer:

Zowel in de kunst als in de literatuur is er op bijna elk moment een onjuiste zienswijze, gewoonte of manier van doen die in zwang is en bewonderd wordt. De oppervlakkige geesten zijn er altijd druk mee bezig zich die eigen te maken.


*

Soms ben je in een zeldzame toestand van begenadigde ontvankelijkheid. Je beseft het niet eens, maar plots ervaar je 't in alle scherpte. Dat overkwam mij in de Begijnhofkerk aan de Rodestraat te Antwerpen.

Meteen bij de inzet van het concerto voor klavecimbel, strijkers en continuo in D Mineur van Bach (BWV 1052) werd ik als het ware door de bliksem getroffen en meegesleurd in een aanzwellende golf van genot, juister: van intellectuele emotie.

Technische vaardigheid is weliswaar een conditio sine qua non, maar met zijn vertolking van de sonate voor obligaat klavecimbel en viool in G Majeur (BWV 1019) bewees Mario Sarrechia, voor wie het nog niet wist, dat virtuositeit alleen niet volstaat. Kennis en inzicht, daar komt het er op aan.

Dé revelatie was echter het concerto voor twee klavecimbels in A Mineur van de mij slechts bij naam bekende Johann Ludwig Krebs (1713-1780), een leerling van Bach.

Het in alle opzichten gedenkwaardige Bachconcert werd besloten met een beheerste en dus des temeer beklijvende uitvoering van het concerto voor twee klavecimbels, strijkers en continuo in C Majeur (BWV 1061), met de voorbeeldig op elkaar afgestemde Mario Sarrechia en Korneel Bernolet (°1989) aan het klavecimbel.

Of de muzikanten een vaste collectief vormen of niet, weet ik niet en doet er ook niet toe. Dat er die zondag niet alleen virtuositeit maar vooral 'duende' ten toon werd gespreid, lijdt wat mij betreft geen twijfel... Eerste viool: Justin Glorieux; tweede viool: Michiyo Kondo; altviool: Sylvestre Vergez; cello: een krachtig overrompelende Ronan Kernoa.

 

HFJ

Partager cet article
Repost0
30 mai 2011 1 30 /05 /mai /2011 11:46

 

Op uitnodiging van de Culturele kring Ex-Libris geeft Henri-Floris Jespers op woensdag 1 juni een lezing. Hij gaf zijn uiteenzetting de titel 'Herinneringen uit het kunstleven' mee, een zijdelingse hommage aan Roger Avermaete (1893-1988).

Jespers werd in de prille jaren 90 gerecruteerd als lid van Ex-Libris door Joke van den Brandt en maakte dus nog de gedenkwaardige zittingen in Café Exlibris mee.

henri3.jpgIn Café Exlibris: Werner Spillemaeckers, HFJ en John Bel

PvO.jpgVan l. naar r.: HFJ en twee jeugdvrienden van Paul van Ostaijen: Geo van Tichelen en Oscar Jespers (1966)

h31.jpgVan l. naar r.: Wilfried Adams, Paul de Vree en (met de rug naar de camera), de bontmantel van Albert Szukalsi

94.jpgVan l. naar r.: Maurice Gilliams, Stan Lauryssens en HFJ (1970)

Rijmenam.JPGPink Poets in Rijmenam. Van l. naar r.: Werner Spillemaeckers, Karel Jonckheere, Michel Bartosik, HFJ, Patrick Conrad en Hugues C. Pernath (1973)

*

Vorige lezingen van Jespers bij Ex-Libris:

2 maart 1994: Franstalige avant-garde-schrijvers en de Vlaamse Beweging in de jaren twintig

7 juni 1995 (samen met Line Lambert): Oscar Wilde en het dandyisme

6 september 1995: Paul van Ostaijen en de Vlaamse Beweging

1 oktober 1997: Gaston Burssens, een lotsbestemming

2 oktober 2002: Michel Seuphor en Paul Joostens

7 mei 2003: André de Ridder

4 februari 2004: Hubert Lampo

7 juni 2006: De Nederlandstalige thriller

6 juni 2007: Liane Bruylants

4 juni 2008: Hugo Claus. Voorlopig definitief of definitief voorlopig?

 

Zoals gewoonlijk is iedereen reeds vanaf 19u30 welkom in het Ex-Libris lokaal, Taverne Rochus, Sint-Rochusstraat 67 te Deurne. De zitting wordt stipt om 20 u 30 geopend.

Partager cet article
Repost0
29 mai 2011 7 29 /05 /mai /2011 18:27

ERauw

Gert Erauw

Uit Balans, de tweede roman van Gert Erauw (°1965) wordt donderdag 2 juni voorgesteld in het SMC te Brasschaat. Hij debuteerde vier jaar geleden met de psycho-thriller Het plan, of de hoopvolle ondergang van m'n geniale zelf.

Uit Balans zal hier besproken worden door Luc Pay. Hier volgt alvast zijn recensie van Het plan.


Een uitdagende, stekelige, netelige roman

In 2007 publiceerde Gert Erauw bij Davidsfonds zijn debuutroman Het plan, die als ondertitel draagt: of de hoopvolle ondergang van m'n geniale zelf. Met die ondertitel is de toon eigenlijk al gezet.

De manieren waarop iemand verstrikt raakt in de netten van de literatuur zijn wellicht ontelbaar en van de meest uiteenlopende aard. Via zijn stiefvader is Erauw een kleinzoon van Ast Fonteyne (1906-1991), een vrij flamboyante figuur die zich tijdens het interbellum deed opmerken als toneelkunstenaar (acteur, regisseur, decor- en kostuumontwerper), plastisch kunstenaar en vooral leraar dictie; na de oorlog bleef hij een veel gevraagd regisseur voor televisie- en openluchtspelen en voor schooltoneel. Ongetwijfeld toch een voedingsbodem.

Maar daarnaast, zo vertrouwde de auteur me toe in een gesprek, was hij wegens ziekte een tijd geleden gedwongen een jaar thuis te blijven, wat hem naar de pen deed grijpen — dit herinnert me onwillekeurig aan auteurs als Stoker, Stevenson, Proust, Kafka of Lovecraft, die in hun kinderjaren geplaagd werden door een langdurige (of blijvende) ziekte. Erauw bezat overigens al altijd een uitermate grote leeshonger, wat meteen de overvloed aan citaten verklaart waarmee elk hoofdstuk – en er zijn er wel wat in dit boek – aanvangt.

Het plan heeft me van bij de eerste bladzijde geboeid, al geeft deze roman zich niet zo makkelijk ‘gewonnen’. Hij roept meer dan eens serieuze vragen op, strijkt met bepaalde uitlatingen of ideeën wel eens meer tegen de haren van de lezer in of speelt soms uitdagend op de rand van het logisch aanvaardbare.

Waarover gaat het? De vertellende ik-figuur krijgt door een dom toeval (een bomexplosie in het hartje van de Antwerps-joodse diamantwijk) een koffertje met vier miljoen euro in handen en slaagt er, gezien de chaos, in het mee naar huis te nemen. Maar dan beginnen morele vragen en gewetensbezwaren op te duiken die hem ertoe inspireren met zijn eigen schuldgevoelens maar ook met het morele niveau van zijn beste vrienden een erg gevaarlijk ‘spel’ te gaan spelen. Hij verdeelt namelijk de ‘buit’ in vier gelijke delen en bedenkt een ingewikkeld plan om op volstrekt anonieme wijze drie vrienden (en zichzelf) elk met één miljoen euro op te zadelen, echter met het daaraan gekoppelde verzoek de respectieve geldkoffers op een bepaalde datum en via een ingenieus systeem terug te bezorgen, alweer volstrekt anoniem. Het uiteindelijke doel: op basis van het aantal teruggebrachte koffers zal het bedrag volgens een strikt mathematische formule in zijn totaliteit of gedeeltelijk aan de bank gerestitueerd worden. Geeft iedereen zijn koffer terug, dan krijgt de bank vier miljoen en houdt de ik-figuur niets; geeft slechts één persoon het geld terug (nl. hijzelf, dat staat van bij het begin vast) dan houdt hij 3/4 van het totaal, dus 750.000 euro enzovoort; de exacte formule vind je in de roman op p. 27 in een overzichtelijke Excel-tabel. Het spel begint... maar loopt uiteindelijk slecht af. Tot daar het louter inhoudelijke aspect.

Vooreerst dit. Niet alleen de ‘ik’ speelt in de roman een gevaarlijk spelletje, ook de auteur zelf doet dat met de lezer. Je verneemt namelijk wel de namen van de vier betrokkenen maar nooit wie van de vier de ik-figuur zélf is. Hij wordt dus binnen het overkoepelende fictionele kader van de roman nog eens een fictie in die zin dat de verteller over zichzelf (en zelfs met zichzelf) vertelt (of spreekt). Op basis van subtiele details (woning, kleding, bepaalde gewoontes...) heb ik wanhopig getracht de ik-figuur te identificeren, maar zonder resultaat; tegenstrijdigheden of onmogelijkheden in dit verband blijven zich in de loop van de lectuur opstapelen. Uiteraard leidt zo'n procedure tot een zekere frustratie bij de lezer, anderzijds tot hardnekkige nieuwsgierigheid én niet aflatende spanning. Deze techniek van de bewuste identiteitsverwarring wordt door Erauw knap en consequent volgehouden, al blijf je als lezer met een onvoldaan, licht geïrriteerd gevoel in de kou staan. De auteur bleek best bereid om mij te vertellen 'wie het nu eigenlijk is', maar ik verzocht hem dat niet te doen; de morele en psychologische implicaties van de roman zijn immers veel belangrijker dan de spanning of de exacte identificatie van de figuren.

Het mag reeds duidelijk zijn dat de ‘ik’ zijn eigen morele dilemma (het geld teruggeven of niet) afwentelt op zijn beste vrienden: hij dwingt hen zijn eigen schuldgevoelens met hem te delen, en daar loopt het natuurlijk fout. De hele roman lang analyseert de ‘ik’ op een genadeloze en vlijmscherpe manier zichzelf en de gevoelens of reacties van zijn drie vrienden en hun omgeving. Hij blijkt een soort ‘controlefreak‘ te zijn, een vrij cynische poppenspeler die echter de fout begaat geen rekening te houden met onvoorspelbare emoties en dito reacties. Kortom, niet de ‘oplossing’ is in dit boek zo relevant, niet ‘wie het is’, maar wel de botsing tussen de diverse morele dilemma's en de verschillende gevoelens en overwegingen waarmee de vier (hoofd-) figuren geconfronteerd worden. De laatste zin van het boek luidt trouwens: “Het enige wat ik beamen wil: behoed u voor de schijn, creëer de waarheid naar eigen goeddunken en laat de mijne met rust” (p. 247).

Kan de hoofdfiguur dan niet als ‘laf’ bestempeld worden’? Volgens de auteur niet: hij denkt immers na over het ‘morele dilemma’ en dat is al voldoende.

De roman van Erauw ademt een wrange zoniet cynische, ontnuchterende levensvisie: niemand doet iets gratis, onbaatzuchtigheid is onbestaande; ieder mens is zijn eigen en enige morele criterium. Niets van wat een mens doet, zegt of beslist, is moreel gezien beter dan een andere optie. Of nog: niets is belangrijk want wat er ook gebeurt, het leven gaat verder. Zelfs liefde, vriendschap of onbaatzuchtige filantropie berusten uiteindelijk altijd op egoïstische motieven: je haalt er immers altijd uit wat je zelf nodig hebt om ‘gelukkig’ te zijn. Dit alles blijkt niet alleen uit het centrale motief van de roman (de problematiek van het al dan niet terug te geven geld) maar tevens uit talloze passages waarin de vriendschappen van de hoofdfiguur (-figuren) of de relatie(s) met hun respectieve verloofde, echtgenote of vriendin geanalyseerd worden. Een pijnlijke illusieloosheid inzake ‘het leven’ die Erauw nogal dicht in de buurt brengt van een auteur als Houellebecq, dacht ik.

Weinig opwekkende gedachten zijn het natuurlijk ook, en je kan je als lezer uiteindelijk alleen maar troosten met de vaststelling dat de hoofdfiguur aan het slot met dat soort inzichten leert te leven en tot een zeker evenwicht, een zekere bittere aanvaarding ervan komt, ondanks (of mogelijk juist als gevolg van) “de hoopvolle ondergang van m'n geniale zelf”.

Het minste dat je kan zeggen is dat de roman een serieuze uitdaging vormt voor je eigen mentale en morele ‘stabiliteit’ (maar misschien is dat wel de functie van alle goede literatuur). Erauw slaagt erin om met de lezer, die op diverse plaatsen rechtstreeks wordt aangesproken en dus tot ‘getuige’ en zelfs medeplichtige wordt gemaakt, ook op het vlak van de ideeën een vrij pijnlijk spel te spelen waar je erg moeilijk uit raakt.

Voeg daar een nogal norse, hortende en beknopte stijl aan toe (de roman barst van elliptische zinnen die vaak uit slechts twee of drie woorden bestaan) en de lezer zal begrijpen wat ik bedoelde met ‘weerbarstige roman’ die je tegen de haren in strijkt.

De twee minpunten van dit boek lijken me precies die uitermate complexe en verwarrende plot (als gevolg van de verteltechniek) die de aandacht afleidt van de diepere thematiek, en een al te gemarkeerde stijl (de staccato-syntaxis b.v., of de overdaad aan literaire citaten) – nadrukkelijkheden die we een debutant echter graag vergeven.

Eindconclusie: hoedanook een aanrader, deze psycho-thriller. Een boeiende en spannende roman die je leest tegen een sneltrein-tempo maar die je achteraf verweesd achterlaat, zodat je gedwongen wordt hem onmiddellijk ten minste één keer te herlezen. Een uitdagende, stekelige, netelige roman die de lezer in hoge mate met zichzelf confronteert, met zijn eigen ziel, morele overtuigingen of geloof in het leven.

Luc PAY

Erauw011.jpg

Gert ERAUW, Het plan, of de hoopvolle ondergang van m'n geniale zelf, Leuven, Davidsfonds, 2007, 247 p., 19,95 €.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche