Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
13 juin 2012 3 13 /06 /juin /2012 12:00

 

IngelsFierensToernee.jpg

De Nieuwe Antwerpenaar, nr. 65, 1 juni 2012, p. 35

Van morgen af tot 1 december zetten Maarten Inghels (°1988) en Andy Fierens (°1976) de bloemetjes buiten in Antwerpen. Ze nemen belangstellenden met Tournee Literair mee op een stadswandeling die tegelijkertijd een literaire performance is. Ze trekken door de Consciencebuurt en houden halt bij een aantal cafés die schrijvers vaak frequenteerden.

En passant raken de twee gidsende auteurs ook een heet hangijzer aan: het verval van de authentieke, volkse horecacultuur in de Antwerpse binnenstad, die een grote bijdrage leverde aan het cultuurleven.

Ik ben zo geen fanatieke lezer van De Nieuwe Antwerpenaar, het tweewekelijkse blad dat ik gratis in de bus krijg. Ik stelde wel met voldoening vast dat Tournee Literair in de jongste aflevering een volle pagina kreeg. In een vraaggesprek met Nathalie Allard verduidelijkt Maarten Inghels: 'We komen ook langs plekken war nu geen café meer is. Vroeger was er in deze buurt het legendarische café Vecu. Daar stond dichter Hugues Pernath achter de toog.' Het clublokaal van de Vereniging voor Europese Cultuuruitwisseling was geen café – en heeft al evenmin iets te maken met de 'volkse horecacultuur'. Dat Pernath 'achter de toog stond' is een blunder die ik liever op rekening van de redactrice schrijf dan op die van dichter Inghels... Wandelend langs de Moriaanstraat heeft een stadsgids wel jarenlang stellig verkondigd dat Hugues in VECU zelfmoord pleegde...

Dat Tournee Literair mag rekenen op mediabelangstelling is zonder meer verheugend. Ik mis wel enige verwijzing naar onder meer het Rubenshof (Groenplaats), 't Tafeltje rond (Gildekamerstraat) of Die Blauwe Ganse (Vlasmarkt).

*

Michiel Leen mocht alvast even meelopen.Op 11 juni bracht hij verslag uit op knack.be. Hij onderstreept dat er heel wat kroegen verdwenen zijn, maar dat Quinten Matsys bewaard bleef, het café dat inderdaad als lokmiddel zijn gevel tooit met de portretten van Elsschot en Van Ostaijen. 'Hoe Jos Vandeloo’s beeltenis de kleppers op de voorgevel is kunnen komen vervoegen, is een raadsel' aldus Michiel Leen, die blijkbaar onwetend is over het feit dat de Quinten het stamlokaal was van de Sociëteit van Vlaanderen...

De beeltenis van Jos Vandeloo is meer dan terecht, die van Paul van Ostaijen veel bedenkelijker... Dat is en ander verhaal.

HFJ

Het artikel van Michiel Leen is te lezen op

http://www.knack.be/nieuws/boeken/reportage/op-literaire-kroegentocht-met-andy-fierens-en-maarten-inghels/article-4000114607008.htm

 

VONK & Zonen

TICKETS (7 €)
Info Cultuur Antwerpen
Grote Markt 13 – 2000 Antwerpen
T 03 338 95 85
24u/24u online ticketverkoop: www.infocultuur.be

Partager cet article
Repost0
12 juin 2012 2 12 /06 /juin /2012 21:41

In de bibliotheek van Sint Niklaas is zondagochtend een buitengewone tentoonstelling geopend door Lieve Van Daele, schepen van Cultuur: zeven grote Reynaertpanelen van Henri Verbuecken (1848-1926) werden overgebracht van Kasteel Walburg naar deze locatie, waar men ze kan bewonderen tot 9 september.

8-9-10-juni-2012-041.jpg

Rik Van Daele (research, selectie en catalogus)

In een enkele toonkasten bracht directeur dr. Rik Van Daele boeken, prenten en andere kleinoden bij elkaar die verwijzen naar Wilhelm von Kaulbach (1805-1974), de Duitse kunstenaar en ontwerper van Reynaertprenten waarop Verbuecken zich baseerde voor zijn panelen. Verbuecken is echter meer dan een kopiist, hij is een knap tekenaar en hij transponeert de gravures van Kaulbach naar creatieve tekeningen met Negro-potlood op doek. Zo ontstaan imitatie-gobelins, een heel eigenzinnige techniek waarop hij zelfs patent verwierf.

Hij verwerkt op een vrije wijze de illustraties van Kaulbach en in zijn composities staat telkens een tekst centraal in rode inkt. De gouden randversieringen, getamponeerd met sjablonen passen perfect in zijn concepten, waarin vele elementen verwijzen naar de Arts en Craftsbeweging.

8-9-10-juni-2012-070.jpg

In enkel vitrines liggen schaarse herinneringen aan Verbuecken, een foto, een briefje... want in 1940 werd zijn huis leeggeroofd door de Duitsers. De volledige inboedel met het archief en de bibliotheek werden in het park voor zijn huis verbrand.

De naam Henri Verbuecken zegt ons waarschijlijk niet veel, toch zijn we vertrouwd met heel wat van zijn werk. De mozaïek aan de toegang van de Antwerpse Zoo aan het Astridplein (rechterpaviljoen) is door Verbuecken ontworpen. De decoratie van de traphal in het renaissancestadhuis van zijn geboortestad Antwerpen, decoratiewerk bij de ornamentatie van woningen aan de Cogels-Osylei ( o.a. de gevelmozaïeken van de woningengroep 'De vier Seizoenen'), het Japanse interieur in de koffie-en theewinkel van Nicolaas Cuperus aan de Suikerrui enz.

Henri Verbuecken speelde een cruciale rol bij de introductie van de art nouveau in Antwerpen.

*

Tot 9 september te bezoeken in de Bibliotheek van Sint Niklaas

H. Heymanplein 3

*

Na de opening van de tentoonstelling werden de aanwezigen vergast op de première voorstelling van Reynaert, de valschaard met den Grijzen Baard, figurentheater van de bovenste plank. Deze productie van theater Tieret en theater Ondersteboven wordt gespeeld door Steven Van Peteghem en Stefan Van Guysse.

8-9-10-juni-2012-064.jpg

Stefan Van Guysse

Deze laatste stond ook in voor de compositie van de muziek die door hemzelf live werd uitgevoerd. Hij stal ook het hart van het publiek door zijn uitmuntend spel en zijn ontwapenende mimiek. Regisseur en scenarioschrijver is Joost van den Branden. De prachtige poppen vervaardigd door Patrick Maillard van theater Frou-Frou geven het spel nog een meerwaarde.

In september 2012 begint de productie aan een reeks voorstellingen in Vlaanderen en Nederland.

Info: www.theatertieret.be

Joke VAN DEN BRANDT

Foto’s: Frank Ivo van Damme


Partager cet article
Repost0
12 juin 2012 2 12 /06 /juin /2012 10:00

 

Jess-De-Gruyter--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie:www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
11 juin 2012 1 11 /06 /juin /2012 20:28

 

 

MB_lr.jpgWilliam Shakespeare was een groene jongen. De mooiste scènes van King Lear spelen zich af in een woud tijdens een storm. Maar meer dan in dit stuk wordt een ander koningsdrama gedragen door de natuur, Macbeth. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat Johan Simons dit ooit zou regisseren.

 

Sinds hij artistiek directeur is van de Münchner Kammerspiele loopt hij rond in een T-shirt. Het dragen van dat kledingstuk is waarschijnlijk het voorlaatste punt in het contract, want tot en met zijn Gentse periode was het kledingstuk waarmee hij opstond en ging slapen een Marcelleke. Het laatste punt is dat hij voor de première een hemd moet dragen. Dat doet hij dan ook, maar hij heeft ze daar in München goed liggen, want er werd niet gerept over een strijkijzer. Dit maar om te zeggen dat Johan Simons helemaal niet geeft om uiterlijk vertoon. Maar door daar niet om te malen, weet je wel wie hij is: een man voor wie de aard der dingen voorop staat. Het is dan ook logisch dat zijn versie van Macbeth ruikt naar de oerinstincten van de mens.

 

Het stond ook in de sterren geschreven dat van de vele vertalingen die er bestaan, Johan Simons die van Hugo Claus zou verkiezen. Claus en Simons hebben veel met elkaar gemeen. Een karakter met een teder gevoel, weggestopt achter een flinke portie macho. Bovendien is Claus’ leermeester Antonin Artaud met zijn figuurlijke wreedheid, en die van Simons het boerderijleven met zijn jaarlijks ritueel van oogsten en slachten. Het maakt dat beiden in hun werk altijd naar de overtreffende mistrap in het menselijk doen en laten zoeken. Waarmee de magie van het gedrag wordt bedoeld. De mens is van nature een slachter.

Claus was er van doordrongen, net als Simons, maar ook Koen Tachelet, de bewerker. Hij laat het stuk beginnen met de laatste scène van de protagonist. Wanneer hij met het schuim op de lippen staat te schreeuwen. Zinloos geschreeuw. Je ziet een killer met zijn laatste nog levende gegijzelde als schild van op een balkon, voor de deur van een bank, zittend op de laatste rij van een theater [remember Dubrovkatheater, 23 oktober 2002], zijn eisen staan blaffen. Maar een scherpschutter vloert hem. Paf! In de fractie tussen schot en dood schiet het hele drama door het hoofd van de dolgedraaide massamoordenaar. Die fractie is de eigenlijke voorstelling.

 

Nog maar goed en wel bezig of de film Full Metal Jacket van Stanley Kubrick schiet door het hoofd van de toeschouwer. Niet dat Johan Simons die film gepluimd heeft, maar zijn concept speelt zich wel af in hetzelfde milieu. Vier van de vijf acteurs lopen rond in militair ondergoed. Marines. Met de zegen van de staat opgeleide killers. Door die keuze wordt het visionaire van Shakespeare scherp omlijnd. De heksen zijn geen domme tantes. Zij zien wat is en door de feiten komen zal. De killer van Macbeth aan het eind [Geen man door een vrouw gebaard / deert ooit Macbeth!] is geboren via een keizersnede, het wandelende bos als camouflagetechniek om de vijand te misleiden [Laat elke soldaat een tak afhakken / en die voor zich uitdragen.] Macbeth die een wreed mannetje is van in zijn vroegste jeugd [Mijn brein gonst van lang vergeten dingen.] en de Lady die mateloos ambitieus is en strategisch denkt [Kijk helder en licht uit je ogen. / Dat men geen wantrouwen ziet. / Laat al het andere aan mij over.] Terecht draagt zij een rood kleed. Elke zin die zij zegt is een liter bloed, terwijl zij het Tea party-vrouwtje speelt. Een verbeterde versie van Sarah Palin.

Waar Simons zich op concentreert is het proces van de overgang van mens tot dier. Alle andere personages, door drie acteurs ingevuld, zijn zetstukken in dat wordingsproces; en zijn in wezen geen haar beter. Het bloed, dat rijkelijk vloeit, symboliseert de demonische gedachten. Ze groeien Macbeth en de Lady over het hoofd. Wie een put graaft, bouwt een berg. Macbeth en de Lady zijn omhooggevallen burgers uit de middenklasse. Bij gebrek aan het briljante element van hun intriges kunnen zij het slachten niet laten [Bloed eist bloed!], maken hun vrienden tot vijanden en moorden hun entourage uit. Gevolg van een mateloze drang naar macht en hoe die te consolideren.

 

Om het beestachtige in de mens te benadrukken heeft Shakespeare het stuk vol dieren gestoken. Worden zij aanvankelijk als voorbeeld gesteld voor de logica van de ambitie, gaandeweg worden de dieren en vooral de dierengeluiden paranoïde elementen. Macbeth en de Lady, eenmaal badend in het bloed, schrikken van het zingen van krekels en de roep van de uil. Macbeth ziet dat niet in, maar de Lady wel. Ze zijn de littekens van hun verdierlijking. Johan Simons heeft dat lekker dik maar niet vettig in de verf gezet. Op een bepaald moment is een muzikaal intermezzo een elektronisch vervormd soepje van dierengeluiden dat, bizar, compositorisch heerlijk klinkt. Chapeau voor de componist, Warre Simons, zoon van.

Is er dan geen enkel minpunt aan deze productie? Toch wel. Een scène uit 4.48 Psychosis van Sarah Kane werd overgenomen en in de mond van de Lady gelegd. Eigenlijk verdwijnt de Lady te vroeg uit het oorspronkelijke stuk. Een foutje van de auteur. Een schets van de desillusie en wat haar tot zelfdoding leidde, had een ingreep als deze voorkomen. De inbouw is dus wel begrijpelijk maar werkt niet. Zeker niet in de vertaling. De scherpte en wreedheid van Kane gaat verloren. En ontneemt de cruciale zin van het stuk een deel van zijn waarde. ‘Wie had gedacht dat de oude man zoveel bloed in zich had.’ Niet alleen het bloed van de koning, maar het bloed van de koning en dat van allen die door het bloed van de koning moeten verdrinken in een bloedbad. Inclusief Macbeth en de Lady, uit wiens mond de zin trouwens komt.

 

Vijf acteurs spelen alle rollen met goed gevolg. Maar wie het stuk niet goed kent, went snel. De acteurs zijn van topniveau. De vaak snelle rolwisselingen worden zo accuraat gespeeld dat het haast logisch lijkt. Uiteindelijk is de voorstelling, door die te laten voorafgaan door de laatste scène, één grote flashback. Alles speelt zich af in het hoofd van Macbeth, een Vietnamveteraan met het posttraumatische stresssyndroom [PTSS]. Zelfs de Lady zit in de terugblik. De vier acteurs moeten ten dienste staan van het titelpersonage, maar hij moet hen pushen en voeden. Het is werkelijk verbluffend hoe beide elementen naadloos in elkaar opgaan. Fedja van Huêt levert een krachttoer en sleurt iedereen en alles mee in zijn neergang. Zelfs zijn stiltes zijn bangelijke momenten. Naar het einde toe staan ze op barsten, maar ze barsten niet maar ze wurgen de toeschouwer. Chris Nietvelt als de Lady verweeft moeiteloos maar grootmeesterlijk los en strak spel. Hans Kesting, Fred Goessens en Roeland Fernhout maken van de nevenpersonages stille hoofdrollen. Want geen personage staat toevallig in het stuk. Daarvoor is het stuk te gebald, concentreert zich demonisch op de essentie van de pretentie. Ze hebben die op geraffineerde wijze soepel vertaald.

 

De inhoud van het stuk hier vertellen is zinloos. Die is [zo goed als] algemeen bekend. Of kom, toch, vooruit, in een notendop. Pour ceux qui ne connaissent pas leurs classiques.

Macbeth: soldaat wordt generaal, generaal wordt koning. In breder perspectief: student wordt docent, docent wordt regent – bediende wordt chef, chef wordt directeur. Maar hoe koning, regent, directeur, te blijven?

Deze productie verdient een nadere beschouwing. Als hommage aan zowel producent Toneelgroep Amsterdam als regisseur Johan Simons. Hij heeft met zijn versie zichzelf overtroffen. Een Macbeth ontsproten aan zijn oerdriften in combinatie met zijn theatraal talent. Kortom, een productie voor jaren spel- en kijkplezier.

Guido LAUWAERT

 

Macbeth – William Shakespeare – regie: Johan Simons – productie Toneelgroep Amsterdam i.s.m. Holland Festival – www.tga.nlen www.hollandfestival.nl

Partager cet article
Repost0
9 juin 2012 6 09 /06 /juin /2012 20:43

 

ArkPHH

Foto: Jan Scheirs

De naam van de 62ste laureaat werd gegrift in de sokkel van de Ark van het Vrije Woord, het kunstobject ontworpen door Jozef Cantré dat jaarlijks publiekelijk getoond wordt bij de uitreiking van de prijs. Laureaat Peter Holvoet-Hanssen werd namens het Arkcomité als volgt toegesproken door ondervoorzitter Lukas De Vos.

 

De Arkprijs is een gevaarlijk ding. Je eindigt in het grote geld, de politiek of nog erger. Christine Van Broeckhoven, winnares in 2005, krijgt een internationale prijs in de schoot geworpen, van 250.000 dollar. Marleen Temmerman kreeg de Arkprijs het jaar daarop. En het geschiedde: senator, en gisteren weggepromoveerd naar de Wereldgezondheidsorganisatie.

Peter Holvoet-Hanssen dreigt dezelfde weg op te gaan. Met één voet staat hij al in de politiek, met zijn adagium:

Et ceterum censeo Navonem esse delendam.

En overigens ben ik van mening dat de NAVO afgeschaft moet worden.

Het klinkt vreemd om een dichter deze mantra te horen afdraaien – in een opiniestuk met zijn maatje Elvis Peeters in De Morgen, in zijn tekst die hij voor de brochure van de Arkprijs pleegde. Want Peter Holvoet-Hanssen is geen barricadenman. Hooguit een dartele nar die de goegemeente en de machtigen der aarde uitlacht. Er zit niks kwaadaardigs in zijn politieke stellingnames, maar “een gek zegt al lachend de waarheid”. Dat is de taak van de dichter: aantonen dat macht een bubbel is, dat macht corrumpeert, dat macht opgeblazenheid is die teert op de goedgelovigheid van slaafse volgelingen. Een bubbel die barst als de menigte beseft dat de keizer in zijn blootje staat. Dan klappen de banken in, dan storten dictaturen in, dan verbergt het uniform niet langer de schriele naaktheid. De dichter is een lieflijke anarchist. De dichter is een aspirine. De dichter is helder als kristal, rechtlijnig als een kind.

Dichten is kapen. Kapen is de rijkdommen van de taal veroveren, met instemming van de uiteindelijke opdrachtgever: de lezer. Kapen is ook een kaap ronden, een rots omzeilen om nieuwe horizonten te verkennen en nieuwe werelden te ontdekken. De Piet Hein van alle Vlaamse dichters is Peter Holvoet-Hanssen. Een man die een vrijbrief afdwong van het Antwerps Stadsbestuur om eigengereid die taal om te zetten in liederlijke, naïeve, opwekkende, opruiende, zangerige teksten vol Sehnsucht, verlangen naar de eindeloosheid van zee en zien, heimwee naar grenzeloosheid, vol uitzicht op de mensen van op de transen, de kerktorens, het kraaiennest. Kleine mensen van zo hoog, en die zijn Peter Holvoet-Hanssen dierbaar. Want dichten is ook, en vooral, zich ontdoen van de ketenen waarmee de dagelijkse on-taal ons verstikt, zich als een lenige Houdini losmaken uit schijnbaar onontwarbare knopen die de bewegingsvrijheid aan banden leggen. Uit de Dwangbuis van Houdini, zoals zijn eerste bundel uit 1998 heette. Vrijheid, zelfbeschikking, verovering, ontworsteling, dat is de zucht van de bewuste mens, en in volle hevigheid, van de dichter.

Ik lees bij Peter Holvoet-Hanssen geen versteende, geatrofieerde woorden, geen valse want omgeturnde begrippen, geen verengende taal die autoritaire regimes opleggen, of ze nu uit de ideologie of uit de bedrijfswereld komen. Niemand zal schunnige, immorele woorden ontdekken als ‘meerwaarde’, ‘een nieuwe uitdaging aangaan’, ‘stijlvol naakt’, ‘doelstellingen’, ‘evaluatie’, ‘functioneringsgesprek’, ‘herstructureren’, ‘afvloeien’, ‘delokalisering’, ‘human resources’ en dies meer – waar gewoon bedoeld wordt (en ik zeg het wijlen Chris Borms na): ‘nuttige idioot’, ‘ontslag na ruzie’, ‘blootfoto’, ‘verplichtingen’, ‘afkeer’, ‘loonverlies’, ‘afdanken’, ‘op de keien gooien’, ‘bedrijfssluiting’, ‘werkvolk’. En dies meer dus. Kapitalisme heet gewoon de macht van de rijke stinkers, Gezag heet onderdrukking. De laatste borstwering tegen die verfoeilijke taalvervuiling werpt de dichter op. En daarin is Peter Holvoet-Hanssen de lichtmatroos. En de schout-bij-nacht. Boeg en poep, spriet en kiel houdt hij argeloos en nauwgezet in het oog. Peter Holvoet-Hanssen is een betrouwbare stuurman tussen de ijsbergen van het verziekte jargon dat de capitulatie voor het wilde vrijemarktsysteem heeft losgeweekt. De goochelaars, de tovenaars van wie hij schrijft:

Ik was de perfecte

aanpasser, oppasser in een mortuarium

 

Tegen die Medusa vecht hij, als Vulcanus in zijn onderaardse smidse (de geweldenaar, de geketende god in de bundel Strombolicchiouit 1999), als Jasoon om het Gulden Vlies, als David tegen Goliath, als Odysseus tegen de Cykloop Polyfemos, de “veeltalige” kannibaal. Zijn naam is Niemand, zijn daden het ultieme verzet tegen vlakschaving en onethische indoctrinatie. Drs. P doet dat ook, lichtvoetig en schijnbaar onnozel. Habakuk II de Balker noemt zich onbeschaamd en onbetamelijk landelijk en landerig. Leonard Nolens grauwt getormenteerd van de hem omringende verschraling, verwoestijning. En als Claude van de Berge de heraut is van mystieke kwetsbaarheid om de vloedgolf van hebzucht en woeker te stuiten, dan is Peter Holvoet-Hanssen tegelijk zijn kompaan en zijn tegenpool: als meest exuberante, meest uitgesproken agent provocateur in een stugge wereld van geboden, verboden, afpersing, en nieuwe slavernij. Peter Holvoet-Hanssen is meer dan een tedere anarchist. Hij is, zoals de grote Lucebert ooit schreef, ook “de schielijke oplichter der liefde”, “niets dan de omroeper van oproer” (‘School der Poëzie’, in Apocrief, 1952).

Want wie is er bang voor gevoelens ? Wie is er bang voor doorzichtigheid ? Wie is er bang voor zijn eigen woorden en zijn eigen schaduw ? Wie is er bang voor vormelijkheden ? Niet, nooit, de dichter. Het deed me daarom afgrijselijk veel plezier het aprilnummer toe te krijgen van Stripgids, gewijd aan hét genre voor kinderen van 7 tot 77. En dat opent met “Kuifje in Oostende”, getekend door Luk Cromheecke, op tekst van het gelijknamige gedicht uit Navagio door onze voormalige Stadsomroeper. Peter Holvoet-Hanssen kent zijn klassiekers. In amper vier horizontale kolommen, goed voor acht prentjes, vatten de Vrolijke Heren de hele kunstgeschiedenis van de Koninklijke badstad samen, heel Ensoriaans, maar niet zonder eerbied voor de klassiekers van de verbeelding: het laatste prentje bevat een lege zee, in rood daglicht (de bovenste rijen zijn in nachtblauw gezet), één schip aan de einder, twee wolkjes, en de bevestiging van het Vlaamse surrealisme: “De Grrrote Krrraakvis mag me krrraken !”. Het zegt u allicht niets, maar het komt uit Hergés De Schat van Scharlaken Rackham(1944). Scharlaken Rackam is een zeeschuimer, geen kaper. Hij had in de vorige aflevering, Het Geheim van de Eenhoorn (1943), het gelijknamige fregat van François Ridder Haddoque, De Eenhoorn, geënterd en veroverd, en “de wimpel ‘zonder kwartier’ gehesen” – geen genade voor gewonden of overlevenden, gewoon de zee in gekieperd voor haai, kabeljauwskelder en reuzenachtarm, de mytische Kraken. Op een onbestemd eilandje van de Antillen zou in 1698 Hadoque, de illustere voorvader van kapitein Haddock en kapitein van De Eenhoorn die hij zelf opblies, zijn schatten verborgen hebben. Papegaaien hebben er de legendarische stroom verwensingen en vervloekingen van de Haddocks van generatie op generatie overdragen. Geleend van de vaste krachtterm die de ridder al in de Eenhoorn gebruikte, terwijl hij zich uit zijn boeien losmaakt aan de bezaansmast. Iedereen papegaai ! Ik bedoel maar: wie het kleine niet eert, wie geen dichter wil zijn in Story, De Morgen, of aan de Boerentoren, moet niet hoog van die toren blazen, als het volk hem niet begrijpt of volgt.

Peter Holvoet-Hanssen draait er zijn hand niet voor om. Performance, troebadoerslied voor de Esterellatoren van de Antwerpse kathedraal, voorleessessies op de Boekenbeurs (liefst voor de jeugd, waaraan zijn kaperskapiteinse Noëlla Elpers meeturft, jeugdschrijfster, muze en mede-oprichtster van het Kapersnest in Berchem, van waaruit Holvoet-Hanssen sinds 1994 zijn dreunende verzen de wereld instuurt), loftuitingen op de zee (met name in Het Visserijblad van Oostende, waarin hij zelfs mij als Lorelei kon lokken), tentoonstellingen, straattoneel, poëzie en proza: Peter Holvoet-Hanssen is een omnivoor, maar ook een brisantbom, voor iedereen. Hij kielhaalt zonder schroom het verstijvende taalgebruik en dus het onzindelijk afstappen van vrij denken. Holvoet-Hanssen is de verpersoonlijking van wat de mens moet zijn, en ik citeer uit zijn meesterwerk De Vliegende Monnik: “Wij waren blij dat we bijeengehouden werden door huid en botten, omdat onze gedachten bij het minste gingen vliegen. Zonder omhulsel zou er al vlug een bordje hangen: niemand thuis”. Zijn eigen parcours vat hij in Antwerpen/Oostende: “Als dichter ben ik een vrije geest in een beweeglijk taaluniversum. En de wereld in al zijn verschijningsvormen waait door mijn poëzie. Ik ben nomadisch, niet statisch van nature. Ik dans, speel; zing en schiet een onverwachte richting uit en dat is soms een richting die niet iedereen zint of aanvoelt”.

De keuze voor de zee ligt daarom voor de hand. Stromingen, opgezweepte golven, grenzeloosheid, verschietende einders – alleen daar kan de echte dichter zich thuisvoelen. Into the great wide open, noemt Tom Petty dat. Grenzenloze ballingschap die aan vreugde grenst. Holvoet-Hanssen had zijn excommunicatie al lang voorvoeld in de dialoog tussen de (diabolische) Inquisiteur en de Kardinaal (De Vliegende Monnik: 75): “Uw ‘ezeltje’” (pater ‘Asielland’ of Jozef van Concertino) “Verstoort de concentratie van de monniken” (hij zweeft boven de hoofden met zijn aanzienlijk klokkenspel). “En nog steeds blijft hij volk trekken. De Kerk moet volk trekken, niet een luchtacrobaat”.

Anders, maar simpel gezegd: de academisten weten niet goed weg met een man die spontaan zijn voeten veegt aan genres, geplogenheden, het literaire kanon, en klasseerbare structuur. Holvoet-Hanssen heeft zichzelf nochtans perfect omschreven: het mannetje in bruine zeep, Reynaert de vos, de dichter is een vis. De gladjanus.

Destijds staken schavuiten pektonnen aan op het strand bij nacht en ontij om argeloze karvelen op zandbanken tot schipbreuk te lokken. Jutten was toen een even toevalsgericht als rijkelijk tijdverdrijf. De hedendaagse dichter die tot dat inzicht komt – en daar reken ik Peter Holvoet-Hanssen toe – wéét dat hij niet weet, maar teert op de hebzucht van anderen, op het vernauwde winstbejag van verbeeldingloze kooplui. De dichter maakt zich ook geen zorgen over de toekomst, hij roostert de dag, hij windt wat hij vindt, hij plundert wat te pletter slaat op de grenzen van het nut, van het menselijk herleidbare: het rif, de rots, de pier, de scheer. Dat geldt ook voor de taal: zij versplintert op het fatsoen, de inhibities, de censuur, de schroom. De dichter wordt een kaper die doelbewust een vrijgeleide zoekt om de grenzen van het herkenbare te slechten, om schaamteloos te enteren wat zich in zijn gezichtsveld waagt, wat ongeordend aanspoelt. Om te slingeren van want naar want, en kleinoden te veroveren: vrouwen, edelstenen, fusten wijn en rum, de schat van Scharlaken Rackham. Uitbreken als dagelijkse oefening, zoals in ‘Gedicht van Ontluistering’:

 

Alzo sprak de bewierookte: ‘Ik zag een hol een kluizenaar uitbraken,

hoorde het een zucht van verlichting slaken. Een aquanaut

die vergeefs probeerde zijn leven te vullen door het leeg te laten

lopen, door te stoten naar hogere sferen. Hij daagde Lucifer uit en

is verzopen. Waai over het water en de storm luwt’.

 

Die vluchtigheid, die afhankelijkheid, die onthechtingspoging. Niet de kluizenaar is verlicht, maar zijn kooi. Niet de kennisverwerving geeft voldoening, maar de leegte. Niet het licht geeft bescherming als een Sint-Elmo’s vuur, maar Jethro Tull’s aqualung, de kieuwlong, de coelacanth die tegengestelde, afgescheiden werelden, zee en land, water en lucht kan overbruggen. Maar de mensen zijn ziende blind, en doofstom. Zij beschouwen de dichter als een zonderling. Zij houden hem voor de obligate hofnar, die hun dagelijkse beslommeringen moet doen vergeten. Want

 

Stink maar mensen, ’s nachts schijnt de zon toch voort

Proberen niet te creperen bevend voor de tang der zee.

 

Het engagement van Peter Holvoet-Hanssen keert zich nadrukkelijk tegen wie dergelijke beeldspraak niet wenst op te nemen. De cijferaars dus. De managers. De projectontwikkelaars. Om die reden maakt ook ook hij deel uit van ‘The Lappersfort Poets Society’.

De dichter Peter Holvoet-Hanssen is een minstreel. Hij grijpt elke gebeurtenis aan om er een ballade uit te puren. Hij trekt zich terug op zijn eiland om zijn geluk te tellen, zijn vrouw, zijn duiten, zijn adem, zijn horizon.

Het schip van de dichter liep dan wel averij op in de loop der jaren, het voer niettemin zinkend voort. En wat water maakt blijft leven. Alleen het schip van de woestijn droogt uit tot relict, tot botten geschroeid en verweerd door de ongenaakbare zon. Het vlot van de Medusa, kannibalistisch wrakhout dat het mag zijn, draagt leven over. En de mens is leep genoeg om zelfs de duivel, al dan niet van de diepzee, te belazeren. In ‘De Hond van de Duivelsbrug’ uit Strombolicchiogeeft ‘Nieuwjaarsdag’ de ultieme kunstgreep van de dichter aan.

In “En nu poëzie. Voor mens en hond”, verluidt het:

En voor de hond van de Ponte della Maddalena.

De duivel bouwde de brug in ruil voor de eerste ziel die zou oversteken. Het dorp stuurde de trouwe Borgo”.

De mens wringt zich uit zijn keurslijf. De hond ontglipt de dwangbuis. En de rest van de kosmos is een neus gezet. Nu de NAVO nog.

Lukas DE VOS

OostendeAntwerpen.jpg

*

Het Arkcomité van het Vrije Woord werd opgericht door Willy Calewaert (+), Walter Debrock (+), Marc Galle (+), Henri-Floris Jespers, Herman Liebaers (+), Karel van Miert (+), Maurits Naessens (+), Willy Vaerewijck (+), Eddy van Vliet (+), Lukas De Vos en Julien Weverbergh.

De Ark wordt bewaard door het Letterenhuis te Antwerpen.


http://mededelingen.over-blog.com/article-arkprijs-2012-peter-holvoet-hanssen-is-meer-dan-een-tedere-anarchist-106622807.html

Partager cet article
Repost0
8 juin 2012 5 08 /06 /juin /2012 18:17

 

ArkprijsTjokvol.jpg

De statige kapel van De Zwarte Panter was tjokvol, gisterenavond, bij de uitreiking van de 62ste Arkprijs van het Vrije Woord.

In zijn beknopt welkomstwoord gaf voorzitter Raymond Detrez toe dat er in de loop der jaren in de pers kritiek is geweest op de keuzes die het Arkcomité maakte.'Maar geruststellend was dat er binnen het Arkcomité zelf altijd veel meer kritiek werd geuit dan erbuiten. Als je je na tweeënzestig jaar nog steeds afvraagt of je wel goed bezig bent, dan ben je eigenlijk goed bezig.'

MonDetrez.jpg

Hij onderstreepte dat met de keuze van Peter Holvoet-Hanssen het comité nogmaals duidelijk maakt waar de Arkprijs voor staat: intellectuele vrijheid, artistieke creativiteit en maatschappelijk engagement.

'Zijn naam is Niemand, zijn daden het ultieme verzet tegen vlakschaving en onethische indoctrinatie', aldus lofredenaar Lukas De Vos over laureaat Peter Holvoet-Hanssen.

LukasDeVos.jpg

 

'Drs. P doet dat ook, lichtvoetig en schijnbaar onnozel. Habakuk II de Balker noemt zich onbeschaamd en onbetamelijk landelijk en landerig. Leonard Nolens grauwt getormenteerd van de hem omringende verschraling, verwoestijning. En als Claude van de Berge de heraut is van mystieke kwetsbaarheid om de vloedgolf van hebzucht en woeker te stuiten, dan is Peter Holvoet-Hanssen tegelijk zijn kompaan en zijn tegenpool: als meest exuberante, meest uitgesproken agent provocateur in een stugge wereld van geboden, verboden, afpersing, en nieuwe slavernij. Peter Holvoet-Hanssen is meer dan een tedere anarchist. Hij is, zoals de grote Lucebert ooit schreef, ook “de schielijke oplichter der liefde”, “niets dan de omroeper van oproer”'.

ArkorijsPHHdankt.jpg

In zijn uitvoerig dankwoord bespeelde PHH moeiteloos het hele gamma van zijn veelzijdig associatief en verhalend talent. Wie met het het oeuvre en het mentale universum van de dichter enigszins vertrouwd is, zal het niet verwonderen dat hij de gelegenheid greep om zijn speech open te stellen voor andere stemmen. Hij citeerde de gedenkwaardige Arkprijstoespraak (1972) van Marcel van Maele, waarvan geen woord verouderd is (zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-26822132.html (Marcel van Maele wandelt trouwens discreet maar niet minder dwingend door de hele speech van PHH.) Bovendien zorgde PHH voor een live optreden van Flor Vandekeckhove, uitgever van Het Vrije Visserijblad en Elvis Peeters.

Tot slot las PHH het gedicht 'O Captain! My Captain!' van Walt Whitman voor. Hij werd daarbij begeleid, neen, hij deed dit in symbiose met, de Mexicaanse muzikant en componist Luiz Márquez, die gebruik maakt van verschillende autochtone muziekinstrumenten (en bovendien eigen instrumenten ontwerpt).

Dat was mijn kippenvelmoment... (en maakt alvast meer dan anderhalf uur staande naar toespraken luisteren zonder meer goed.)

Het werd een gedenkwaardige Arkviering. De aanwezigen zullen later trots kunnen getuigen: 'Ik was erbij'...

Meer dan zijn achtbare voorgangers heeft Peter Holvoet-Hanssen de functie van stadsdichter gevaloriseerd, verruimd, met vernieuwende dimensies verrijkt en met algehele inzet vervuld.

Hij verdient het voortaan formeel de titel te mogen dragen van ere-stadsdichter...

*

Tussen het talrijke publiek: René Broens, Jo Clauwaert, Leen van Dijk, Frieda van Dun, Noëlla Elpers, René Franken, Joris Gerits, Peter de Greef, Clara Haesaert, Henri-Floris Jespers, Carin Lampens, Pruts Lantsoght, Philippe Lemahieu, Mieke de Loof, Luc Pay, Adriaan Raemdonck, Dirk Rochtus, Jan Scheirs, Walter Soethoudt, Yves T'Sjoen, Linda Vinck, Ingrid van der Veken en Frank de Vos.

*

Onder redactie van Lukas De Vos gaven De Vrienden van de Zwarte Panter, met de steun van Philippe Lemahieu, een gelegenheidspublicatie, waarover meer in een volgende aflevering.

HFJ

Foto's: Jan Scheirs

Partager cet article
Repost0
8 juin 2012 5 08 /06 /juin /2012 13:58

 

EL-6_6-0021.jpg

Rik Van Daele

Foto: Willy Braspennincx

Dr. Rik Van Daele, eminent wetenschapper en Reinaertkenner, directeur van de Bibliotheek van Sint Niklaas waar ook de Bibliotheca Wasiana gevestigd is, was woensdagavond te gast bij Exlibris.

In zijn humoristische inleiding greep de spreker zijn zoektocht naar Taverne Rochus onmiddellijk aan om Antwerpse straatnamen te linken aan de Reinaert.

Na een korte situering van zijn plaats in het geheel, werd het verhaal van de kikkerfabel in Reinaert in een boeiende literair-historische context geplaatst.

De aanwezigen genoten zichtbaar van de erudiete, boeiende en ook vaak geestige verteltrant van de spreker. Onder de aanwezigen bevond zich Reinaertwetenschapper René Broens, die vorig jaar samen met stripauteur Marc Legendre een Reinaert editie bezorgde, waarin de vos de verpersoonlijking is van het Kwaad.

BroensLegendre.jpg

Het was weer één van de topavonden van de Culturele Kring Exlibris die elke eerste woensdag van de maand samenkomt in Taverne Rochus te Deurne.

Exlibris-6-6-2012-136.jpg

Van links., met de klok mee: Frank De Vos, René Broens, Rik Van Daele, Joke van den Brandt, Willy Braspennincx, Jan Vaes, Hélène de Bleser en Mieke de Loof

(foto: Frank Ivo van Damme)

EL 6 6 0064

Frank Ivo van Damme, ridder in de orde van de Vossenstaart, in gesprek met Rik van Daele

foto: Willy Braspennincx

Partager cet article
Repost0
7 juin 2012 4 07 /06 /juin /2012 10:00

 

Fernand-Auwera--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

Zie:www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
6 juin 2012 3 06 /06 /juin /2012 06:09

 

Omdat… het gegeven ons allen aanbelangt.

Vooreerst. Is Romeo en Julia een tienerstuk, dan is Macbeth een stuk voor twens. Ogenschijnlijk gaat het in R&J om de prille liefde, in werkelijkheid om de rivaliteit tussen twee families. In MBis de essentie één god, genaamd Macht, in drie gedaanten: Jeugd, Ambitie en Geweld.

Macbeth en Lady Macbeth, een jeugdig koppel boordevol ambitie. Niet onlogisch en gezond op het eerste gezicht. Het applaus verstomt echter wanneer de toeschouwer inziet dat zowel de man als de vrouw om de top te bereiken over lijken willen gaan. Moed is belangrijker dan een geweten. Shakespeare heeft het daar al vroeg over in het stuk. Macbeth heeft de vijand verslagen. Op weg van het slagveld naar huis verneemt hij dat de koning hem het volgend weekend met een bezoek zal vereren. En er zit een promotie aan vast. Hij schrijft meteen een brief naar zijn vrouw en laat die door een bode bezorgen. Eenmaal thuis zegt de Lady dat het bezoek een unieke kans is om te bereiken waar ze al lang van dromen: de allerhoogste top, de troon. Macbeth twijfelt over de slaagkans maar de Lady haalt snoeihard uit: ‘We fail? / But crew your courage to the sticking place, / And we’ll not fail.’ De koning vermoorden op eigen terrein houdt wel een risico in maar de Lady weet raad. Zij zal zijn wachters een paar flessen bezorgen en eenmaal door hun roes in slaap gesukkeld, zal zij de kerels met zijn bloed besmeuren. ‘For it must seem their guilt.’

Het plan lukt maar eenmaal op de troon is er slechts één weg om die te behouden: allen die hun plan doorzien of waarvan ze denken dat ze net hetzelfde zouden kunnen doen dan wat zij hebben gedaan, uit de weg te ruimen. Het ene bloedbad volgt op het andere. Met extreem geweld. Maar trop is te veel. De obsessie drijft hen naar de waanzin. Macbeth ziet dat echter niet in. ‘I am in blood / Stepp’d in so far that, should I wade no more, / Returning were as tedious as go o’er.’ Hij blijft doorvechten. Tot een generaal hem het hoofd afhakt. Hij wordt gedood. In zijn eigen huis. De Lady daarentegen is slimmer. Zij was de hele tijd al de grote inspirator. Zij ziet in dat ze door het doorslaan van de stoppen te ver zijn gegaan. En springt van een walmuur. Zelfdoding.

Laat Macbeth tikken in plaats van schrijven, maak van de brief een e-mail en van de bode internet, en je zit in de huidige tijd. Ook al de andere elementen zijn tijdloos. Naar 2012 vertaalt: De koning is de CEO, het slagveld de beurs en het kasteel een uitgerekte villa met een half park. De ophaalbrug een stalen poort met afstandsbediening. Die omzetting is simpel door het ontbreken van tijd, plaats en ruimte in het stuk. Tenzij heel vaag. De titel van de eerste scène luidt: An open place. Van de tweede: A camp near Forres. Van de laatste: Within the castle. Auteur William Shakepeare had slechts aandacht voor Macbeth en de Lady. Alle andere personages hebben een persoonlijkheid maar nauwelijks een karakter. En of het stuk zich in één week dan wel tien jaar afspeelt, daar heeft men het raden naar.

Elke productie van dit stuk is daarom een kwestie van godsvrucht en vermogen van de regisseur. De nieuwste is van Johan Simons, in een nabij verleden artistiek directeur van het NTGent en momenteel kunstbaas van de honderdjarige Münchner Kammerspiele. In het raam van het Holland Festival geeft hij met Toneelgroep Amsterdam zijn visie op het stuk. Zijn afkomst, de natuur waar land en water elkaar bevruchten, zal de zaal in spatten. Samen met maskers en veel dierengeluiden. Een risicovolle onderneming. Dat weet hij zelf maar al te best. Of zoals hij het verwoordde: ‘Hoe ouder je wordt hoe groter je valhoogte is. Maar je moet de routine afstoten.’

Wat zijn invulling ook moge wezen, elke toeschouwer zal zien dat de driehoek van Macbethonverwoestbaar is: jeugd, ambitie en geweld. Zelfs Roman Polanski kent ze. En Orson Welles kende ze. Niet omdat zij even niets om handen hadden, hebben zij dit wereldberoemde toneelstuk verfilmd. O, nee.

Alle voorstellingen in juni zijn uitverkocht. Het tekent de kracht van het stuk, het gezelschap en de kwaliteit van de regisseur. Volgend seizoen begint de productie aan een wereldtournee. Er zijn haltes in Gent, Antwerpen, Hasselt en Brussel.

Guido LAUWAERT

 

Partager cet article
Repost0
5 juin 2012 2 05 /06 /juin /2012 10:00

 

Andre-Sollie--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

Zie:www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche