Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
9 juillet 2012 1 09 /07 /juillet /2012 23:06

 

Zo-slecht-1.jpg

Je kunt wel gans de dag met je neus in dagbladen, naslagwerken en poëzie zitten, maar het is ook aangeraden af en toe eens te ontspannen. Dat kan ik prima met oude films. Soms zelfs met werkelijk slechte oude films. En nu héb ik me toch een slechte gezien!

Virgil W. Vogel (1919-1996) onderscheidde zich later in zijn carrière met het regisseren van afleveringen van televisiefeulletons als Bonanza, Mission Impossible, The Six Million Dollar Man, The Streets of San Francisco, Magnum, Miami Vice  en Knight Rider. Maar in de vijftiger jaren draaide hij ook een aantal films. Ware B-films. The Mole People  (1956) was wellicht zelfs eerder een C- of een D-film. Halliwell’s Moviegoers Companion is er kort over: 'Thoroughly boring nonsense which would insult a Saturday matinée.' Dat zou een te zwaar oordeel zijn over The Land Unknown, de rolprent die Vogel in 1957 inblikte. Die is iets beter, maar toch ook nog bespottelijk slecht. Ik keek hem in elk geval helemaal uit, hetgeen iéts zegt.

Het is het verhaal van een helikopter die strandt in een vreemde vallei in Antarctica waar nog dinosaurussen blijken te leven. Een echt bewegend jongensboek, dat hier en daar herinneringen oproept aan strips als De geheimzinnige ster  van Hergé en De valstrik van Edgar P. Jacobs. De bordkartonnen acteurs met dienst zijn Jock Mahoney (die na deze film drie keer de rol van Tarzan vertolkte), Shawn Smith en Henry Brandon.

Zo-slecht-2.jpg

Dat de eerste dinosaurussen in beeld uitvergrote komodovaranen zijn (zie op onderstaande link vanaf 0:31:05) is evident, maar het wordt even later pas écht hilarisch als een Tyrannosaurus Rex zijn intrede doet: dat is zó overduidelijk een man in een rubberen pak dat het bijna gênant is. The Land Unknown  is zo krakkemikkig, dat het weer leuk wordt. Dit soort films vind je niet meer in de bioscoop, maar dankzij de wondere wegen van het wereldwijde web is deze productie volledig te bekijken op YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=ecIFc6vtX8E&feature=related

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
8 juillet 2012 7 08 /07 /juillet /2012 22:46

 

WillyDecorte.jpg

'Volksdichter' of 'kroegdichter' Willy Decorte (17 februari 1926-27 december 2002) was in alle opzichten een buitenbeentje. Hij schreef zijn gedichten in zijn mooiste handschrift, maakte fotokopieën, voorzag ze van een kaftje en bracht ze aan de man in Antwerpse kroegen. De prijs was de prijs van een 'bolleke' in het café waar hij zich op dat moment bevond. Wanneer ik Willy tegen het lijf liep, liet ik nooit na die nederige publicaties (enkele bladzijden op formaat 15 x 10 cm) te kopen, o.m. Liederen van liefde en haat (1973), Ballade voor het Oranjehuis (1979), Ballade voor het 11de Gebod en Ode aan de Muze (1980).

Willy Decorte had gevaren. Of hij kapitein ter lange omvaart was, zoals vaak gefluisterd werd, weet ik niet. Heel wat burgerlijke kroeglopers dachten dat hij een sjofele marginaal was die een aalmoes vroeg om een 'bolleke' te kunnen drinken. Niks van, hij had dat écht niet nodig, hij vroeg gewoon aandacht voor zijn verzen. Onder het motto 'Decadentie' trad hij ooit op met Nic van Bruggen, Patrick Conrad en Guy van Hoof in café De Herck. Op een 26 mei. Kan iemand mij het jaar meedelen? Overigens hou ik mij ten zeerste aanbevolen voor bibliografische info over Willy Decorte.

WillyDecorte2.jpg

Bij het herschikken van mijn bibliotheek en het sorteren van mijn archief heb ik nu een exemplaar teruggevonden dat zich bevond in de archiefdoos 'VECU'. Het maakt deel uit van het archief van de V.E.C.U. dat mij geschonken werd door mijn vriend Jef Denkens (6 oktober 1924-30 november 2008). Het bundeltje Ode aan VECU (vier bladzijden, uitzonderlijk niet in handschrift maar keurig uitgetypt) dateert van 13 maart 1980 en heeft nu eindelijk zijn plaats gevonden waar het hoort: tussen de andere bundeltjes van de vergeten Willy.

VECUdecorte.jpg

In de tweede helft van de jaren zestig en in de jaren zeventig zag ik Willy geregeld. Achteraf, in de jaren negentig hadden we nog een hartelijk gesprek in Bato Batu. Hij was toen in gezelschap van de dichteres Blanca ofte Blanka Boeye – ook al verzonken in de collectieve amnesie.

Willy Decorte woonde een tijd in mijn buurt, in de Isabellalei, waar hij op een ogenblik dat het nog uitzonderlijk was, over een computer beschikte. Zijn broer, de gevierde dichter Bert Decorte (2 juli 1915-13 oktober 2009), zorgde voor zijn uitvaart.

*

Bibliotheek herschikken? Ik koester de hoop de dubbelzinnige uitspraak van Hilaire Belloc (1870-1953) tot de mijne te mogen maken:

When I am dead, I hope it may be said:

'His sins were scarlet, but his books were read.'

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
7 juillet 2012 6 07 /07 /juillet /2012 11:00

 

In Antwerpen is de Hoogstraat mijn geliefde kuierstraat: De Zwarte Panter met enkele monumentale Bervoetsen, boekhandels, straatmuzikanten die tot in den treure ‘Heart of Gold’ van Neil Young uit hun gitaar sleuren. Er is natuurlijk 't Half Soeke’, een van de laatste volkscafés met Leentje, dochter van dichter Gust Gils achter de toog. Alleen al van de deining op de golvende vloer raak je dronken. Aan de Sint-Jansvliet heb je een markt met allerlei snuisterijen en tweedehandboeken. Ik kocht er Matrakkensabbat (1) van Nic Van Bruggen, een van de Antwerpse ‘Pink Poets’ voor jawel slechts 2 €.

DSC01658.JPG

Samen met Provo Koen Calliauw organiseerde Nic Van Bruggen in 1966 in de Antwerpse privé-club VECU een fototentoonstelling over brutaal politie- en rijkswachtoptreden. Langsheen 4 interludia en in 17 punten analyseert Van Bruggen in Matrakkensabbat – hij noemt het een pamflet – het repressieve beleid en formuleert een scherpe aanklacht tegen het establishment. Hierop volgen pagina’s en pagina’s met authentiek fotomateriaal over het buitenproportionele geweld van politie en rijkswacht in Leuven, Brussel en Zwartberg waar een dode viel te betreuren. Ook de link naar Amsterdam en de provobeweging wordt gelegd: 'Het was een uitbarsting van reeds lang sluimerende gevoelens…in een konjunktuur van schijnwelvaart'. Hij veroordeelt scherp de 'lachwekkende' slogan: ‘Strijd tegen het extremisme’ van de toenmalige PVV: 'waarmee niets anders wordt bedoeld dan:“bewust Vlaams”'. Want:

'De Vlaamse beweging is niet langer een romantisch en onschuldig taalflamingantisme zonder werkelijk ingrijpende invloeden. Zij s een krachtige en steeds groeiende volksbeweging geworden naar sociale gezondmaking en rechtvaardigheid, naar demokratisering en federalisering'.

Het treft mij dat in tegenstelling tot de 'progressieve' Vlaamse elite van vandaag de Vlaamse beweging toen als sociaal en rechtvaardig werd omarmd. De Volksunie, haar politieke stem was trouwens sterk geëngageerd tijdens de bittere stakingen en betogingen rond de sluiting van de Limburgse koolmijnen. Deze steunde de kompels van Zwartberg in hun sociale strijd met voedsel en betoogden mee. Geschiedenis heeft nu eenmaal haar rechten….

Belgavox’, de sirenezang met de manifest oneerlijke kreten van een zielige belgitude is wat mij betreft goed voor ' “s Lands Glorie” van Artis Historia, een reeks die mijn moeder voor mij verzamelde. De zangers doen me denken aan de 'evolués' in Belgisch Congo; braaf, netjes met opgepoetste bril op de knieën voor hun patroonheiligen. Wie weet op weg naar een adellijke titel. Want zoiets “progressief” oogt altijd mooi op een cv.

Vorig jaar signaleerde ik (2) dat er gelukkig nog mensen zijn die hun Vlaamse nek uitsteken: Ludo Abicht, Etienne Vermeersch, Jef Turf of prof. dr. Frans-Jos Verdoodt die het 'Historisch pardon’ uitsprak op de IJzerbedevaart in 2000. Het zijn leden van de Gravensteengroep (3), laatst nog in De Morgengehekeld. Hedendaagse mode dan maar? 'Fashionis a form of ugliness so intolerable that we have to alter it every six months' (Oscar Wilde).

Aksijnsbedienden, reaktionair, demokratisch, sindikale’ enz. Terwijl ik deze woorden op mijn laptop tik onderlijnt het correctieprogramma ze onmiddellijk met rood. Als jonge snaak las ik tijdens mijn studententijd de krantjes en pamfletten waarin deze spelling overvloedig werd gebruikt. Toen ik Matrakkensabbat las werd ik hierdoor even in de tijd terug gefloten. Even maar want vlug zat ik terug op mijn hedendaagse stoel.

*

Matrakken toen, GAS-boetes vandaag. Het oude en het nieuwe overkwam mijn vriend, de dichter Pierre Magis hier op de foto. Hij was als toeschouwer aanwezig op de Antwerpse gemeenteraad van 19.12.11. Voor de zitting werden vlugschriften verspreid en tijdens de zitting ontrolden leden van de 'Antwerp Youth Break Out' een spandoek waarin ze het slechte jeugd- en jongerenbeleid van de stad op de korrel namen. In plaats van deze actie even te laten uitdeinen liet manager Patrick Janssens ze afvoeren. Toen Pierre de politiemensen vroeg waarom dit nu zo brutaal moest gebeuren, mocht hij gelijk mee. De GAS-boete viel later in de bus zoals bij een oud vrouwtje in Hoboken die voor haar huis niet tijdig de sneeuw had geruimd.

PIERRE.JPG

Pierre Magis wordt afgevoerd (© Gazet van Antwerpen.)

Nihil novi sub sole en :'La tyrannie est toujours mieux organisée que la liberté' (Charles Péguy)

Weerom met kogelvrij vest.

Frank DE VOS

  1. Nic Van Bruggen, Matrakkensabat, Uitgeverij De Galge Brugge-Antwerpen, 1967, 168 blz.

  2. http://mededelingen.over-blog.com/article-frank-de-vos-voor-mij-gruyere-s-v-p-79960879.html

  3. http://www.gravensteengroep.org/manifest1.php

  4. http://www.gva.be/dossiers/gemeenteraad/zes-actievoerders-opgepakt-tijdens-antwerpse-gemeenteraad-2.aspx

Partager cet article
Repost0
6 juillet 2012 5 06 /07 /juillet /2012 14:38

 

Komrij.jpg

De wekkerradio slaat aan stipt om zeven uur. En het eerste wat ik hoor is het overlijden van Gerrit Komrij. Een vriend. Mijn lieve vriend. Even later zit ik in mijn bibliotheek en haal een dichtbundel van Gerrit te voorschijn: De os op  de  klokketoren. Uit 1981. Van voor de laatste spellingshervorming. Vandaar een rode golflijn onder het laatste woord van de titel op mijn scherm. Zoiets bracht hem altijd aan het lachen. De hervormingen die voor verwarring en eindeloze discussie zorgden. Daar hield hij van, verwarring en discussies. Verdwaalde hij in gedachten, schrok hij plots wakker en zei: ‘Laten we voor de verandering weer eens wat keet schoppen.’ Dan verzon hij een conflict. Moeilijk zoeken was het niet. Hij wist al heel vroeg dat Nederland zich kapot aan het lullen was. Het was één van de redenen waarom hij naar Portugal verhuisde. Dat gereformeerde, dat wars van elke emotie verzandt in eindeloze discussies, niet om tot een conclusie te komen, maar zuiver óm de discussie, daar walgde hij van, maar verwerkte die via een sardonische humor.

 

Als geen ander columnist heeft hij voor heibel in de literaire wereld gezorgd. Maar ook in de wereld van de politiek en de beeldende kunsten. Hij had op alles kritiek, niet uit leedvermaak, maar omdat hij nu eenmaal een levende encyclopedie was. Nooit, nooit in al zijn aanvallen, schuilde er wraak in zijn kritiek. Hij is in de eerste helft van zijn literaire carrière vernederd, voor een amateur gehouden. Ons kent ons, en hij hield zich ver van die ziekte. Bewust. Dat stoorde heel wat collega’s. Pas veel later, halverwege de jaren tachtig is het tij gekeerd. Werd hij toegelaten tot de school der schrijvers. Hij liet dat toe, maar bleef afstand bewaren. Alles wat hij deed kwam voort uit nieuwsgierigheid.

 

Daden en werken. Zijn bloemlezingen zijn daar een voorbeeld van. De zoektocht naar een onbekend gedicht dat hem raakte maakte hem zo blij als een kind dat na lang zeuren eindelijk een ijsje krijgt. En meteen wilde hij die ontdekking, die vreugde met anderen delen. Weer een boek, dus. Den volke aangeboden. Maar ook andere terreinen boeiden hem. Het idee om een omgekeerd kookboek te schrijven, vertelde hij me in 2005, ontstond toen hij de denker van Rodin speelde, want voor hem was de denker een man zittend op de toiletpot. En zo werd Komrij’s Kakafonie geboren, een ‘Encyclopedie van de stront’, zoals de ondertitel luidt. Een zeer vermakelijke vergaarbak van strontanekdoten, maar ook een aanval op de hypocrisie van de bourgeoisie, de geletterde toiletbezoeker. Want het stoorde hem dat toiletbezoek nauwelijks tot niet ter sprake komt in de duizend en één kunsten die er intussen al zijn [weer een typering van hem]. Want, zoals hij in het Vooraf van het boek schrijft: ‘Minutieuze aandacht schenken we aan wat erin gaat… maar hoe het eruit gaat, daar doen we giechelig over.’ Zijn antwoord op dat gegiechel werd een boek.

 

Eind van de jaren zeventig leerde ik hem kennen. Via een goeie vriend, Freddy de Vree, mocht ik zijn huis in Amsterdam in. Het klikte meteen. En zo belandde hij in Gent en hield in het Theater De Bron twee lezingen op één avond. Eén was er gepland, maar de zaal kon hooguit 100 man aan. Voor hetzelfde geld deed hij er nog eentje bij. Publiek mag je niet teleurstellen. Nadien trokken we met de harde kern, de grote fans naar de Hotsy Totsy, toen nog een artistiek Malpertuis, geen jeugdclub. Het optreden in De Bron was zijn eerste optreden in Vlaanderen. Een jaar later stond hij op de Nacht van de Poëzie. In 1980 en 1984. In 80 was de spanning te snijden, want sommige collega’s konden zijn bloed wel drinken, door zijn scherpe analyses op hun werk. Hun mechaniekje, wars van elke uitdaging, nieuwe windrichting. Maar hij had gelijk, net als Willem Frederik Hermans altijd gelijk had. In 84 was de sfeer geheel anders. Hij was erkend. Als bijzonder dichter, origineel columnist, toneelauteur, bloemlezer, literair filosoof.

 

Ondanks zijn kritische en afstandelijke houding kon hij zeer warm zijn. Teder. Gul. En vergat nooit wie hem steunde in moeilijke tijden. Acht jaar geleden heb ik een week bij hem gelogeerd. ‘Jij bent de eerste die mij in Vlaanderen heeft laten optreden,’ zei hij. ‘Je bent hier altijd welkom.’ Dat hier  was het huis van Gerrit en Charles in Portugal. Een voormalige bankiersvilla van kolossale afmetingen, dat ze voor een redelijke prijs hebben kunnen kopen van een oude bankiersdochter, die haar fortuin vergokt had. Het huis stond vol boeken. Zelfs langs de muren van de trappen waren boekenrekken gebouwd. En in de tuin had Charles een theehuis gebouwd midden in een kunstmatige vijver. Romeinse sfeer.

Vorig jaar was hij opnieuw paraat. Op de 5deNacht. In Vooruit. Tot vroeg in de ochtend was hij aanwezig. Met Charles. Ik had een dozijn flessen Pomerol in mijn kleedkamer, want caféwijn vond ik te min voor de intieme vrienden. Dat deed hem zichtbaar deugd.

 

Vriendschap zit in kleine attenties. Gerrit [en Charles] hebben mij dat ingepeperd. Attenties en details, daar draait het om. Zij niet alleen, maar beiden stonden naast enkele anderen op de eerste rij. Waar ik ook Ramses Shaffy zie, en Drs P. En Wim Noordhoek. En Jac. Heijer. En Steve Austen. En Simon Korteweg. Nederland heeft voor de afwerking van mijn persoonlijkheid gezorgd, laat dat duidelijk zijn. Ondanks het calvinistisch karakter. Maar van de losgewrikte calvinisten heb ik vertrouwen gekregen, alvorens ik iets hoefde te bewijzen. ‘Als je valt, dat val jij, maar de kans krijg je. Val niet, maar maak er iets van.’ Dat was hun devies. Ze vertrokken van vertrouwen, niet, zoals in Vlaanderen, vanuit achterdocht.

 

Gerrit Komrij is gestorven maar is niet dood. Hij kan niet sterven. Daarvoor was hij als mens en als schrijver veel te gevoelig, te eerlijk, te gul. Er is een nieuwe periode aangebroken in onze vriendschap. Hoe ik hem in dit artikel vooraan geplaatst heb, komt retrograde tot uiting in het laatste gedicht van de al genoemde dichtbundel. Genoeg. Voldoende gezegd. Het laatste woord is aan Gerrit, met het slotgedicht. Het schetst zijn denken en daden, scherp en zuiver.

 

BEGIN

 

De tijd is op. Wat onder was werd boven

En het glazuur sprong van de eeuwigheid.

De bodem trilt. We leven in een oven.

Nog even en we zijn het vuur ook kwijt.

 

Platvissen zwemmen nog door stilstaand water.

Ze drinken alles leeg en vallen om.

De wereld droogt en krimpt. Een laatste krater

Haalt adem en lanceert haar als een bom.

 

Een heel eind verder zal, in het heelal

Waar vlinders dansen en waar bijen gonzen,

De aarde die van ons was als een bal

Geruisloos op een verend grasveld plonzen.


Gerrit Komrij

Winterswijk 30 maart 1944 – Amsterdam 6 juli 2012 .

Debuteerde in 1968 met de bundel Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten.

Dichter, toneelauteur, romancier, bloemlezer, columnist, criticus, analist, spoorzoeker, allesbrander.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
6 juillet 2012 5 06 /07 /juillet /2012 06:10

 

Eichamnn.JPG

Hannah Arendt, lief van Heidegger woonde in 1960 in opdracht van de The New Yorker het spraakmakende Eichmanproces in Jeruzalem bij. Haar reportage vond zijn neerslag in haar omstreden Eichman in Jeruzalem, met als ondertitel: 'De banaliteit van het kwade'.(1) Ze beschreef Eichman als ‘stinknormaal’. Het werd haar niet in dank afgenomen te meer omdat zij vroeg afstand had genomen van het Zionisme en het scherp bekritiseerde. Net voor de oprichting van de staat Israël voorspelde zij in haar Het Zionisme bij nader inzien haast feilloos het tergend Palestijnse conflict.( 2)

*

Wandelen is nu niet bepaald een werkwoord dat ik graag vervoeg. Het ruikt teveel naar zweet. Op zondag 24 juni was ik aanwezig op de protestmars van Rods (de afkoring van Rapenburg-Ouden Doel) die werd georganiseerd door de bewoners voor het behoud van deze poldergehuchten.

Deze dreigen te verdwijnen door de natuurcompensaties die door de Europese Unie worden verplicht omwille van de uitdieping van de Schelde.

Is dit nu treiterige kortzichtigheid, dierlijke onverschilligheid of de spreekwoordelijke kwadratuur van de cirkel? Bestaande natuur moet verdwijnen om het met 'andere' natuur te compenseren. Dit is zowat de meest kreupele hersenkronkel sinds dat koud water de afgekoelde vorm van warm water moet worden. Ook hiervoor dient nog gewacht op een Europese richtlijn. Maar dit terzijde. De Vlaamse centjes voor de recent aangelegde SIGMA-dijk blijken overbodig en zullen door het koude Scheldewater worden weggespoeld.

Een vergelijking met SS’er Eichman, de topambtenaar die de verschrikking van de Holocaust in goede banen leidde is natuurlijk mank. Het is zo mank als het afgezaagde 'bruine' dat telkens opnieuw en opnieuw bij de Vlaamse politiek wordt gesleurd. Altijd op de loer voor het correcte gebruik van deze erfzonde excuseer ik me bij voorbaat bij Michael Freilich van Joods Actueel: de afgesleten lobbyzetel van het Israëlisch hotel in dit land. Het gaat mij echter om die ondertitel: 'De banaliteit van het kwade' als metafoor. Hieraan dacht ik in Ouden Doel toen een paar honderd wandelaars voor het vertrek verzamelden.

Wie zijn ze? Die 'banale' ambtenaren die onzichtbaar achter de lambrisering van besluitvorming steken? Ambtenaren, die zo 'stinknormaal' en netjes in een keurig maatpak met stropdas steken. Wie zijn die absurd overbetaalde 'denktanks' van de EU? Hoe worden ze gestuurd? Wat is hun drijfveer?

En wat met de Seveso-richtlijn die o.a bepaalt dat in een straal van enkele km rond een kerncentrale geen economische activiteit mag komen. Hoe valt deze te rijmen met de uitbreiding van het havengebied vlakbij de kerncentrale van Doel?

Het cynisme in verkiezingstijd is altijd heerlijk om volgen. Want kijk daar waren ze: Marc Van de Vijver, eerbiedwaardig burgemeester van Beveren lurkend aan een sigaar. En jawel ook schepen Peter Deckers, voorzitter van de Maatschappij voor Linkerscheldeoever. Deze twee heren achter de verdwijnpolitiek van Doel willen nu de bres voor deze gehuchten in de polder helpen dichten.

Doel.JPG

De echte onzichtbaren zetelen in het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen. Zij hoeven niet verkozen te worden. Topman Eddy Bruyninckx is een waardige volgeling van Baron Delwaide, de vroegere Antwerpse schepen van de haven, die in een moment van opperste verlichting Doel de doodsteek gaf door met enkele potloodlijnen het Saeftinghedok over dit dorp te tekenen.

Hoe verklaar je de collusie tussen politiek en het bedrijfsleven?

Politici: specialisten op alle terreinen, wandelend van het ene ministerschap naar het andere. Van al die handtekeningen onder het 'beslist beleid' moet hun vulpen ondertussen de nodige cellulitis vertonen. Wanneer wordt niet langer welvaart maar welzijn een economische parameter? Ook de Ademloze Wim Van Hees kan er over meepraten. Door de onverklaarbare moedwil om een te bouwen gevangenis in Beveren 80 meter op te schuiven wordt zijn Meccanotraject als alternatief bij voorbaat afgeblokt.

'Ne kleine mens is machteloos. Er worden beslissingen genomen boven onze hoofden. Met dat besef moet je iets doen. Ik kan liederen maken, schrijven, en vooral nadenken. Je moet je weg zoeken. Zo lucide en sereen mogelijk voortgaan. Wat niet gemakkelijk is omdat je in een wereld staat die je bombardeert met zijn mediocriteit en platitudes. De huidige samenleving vind ik zeer vulgair en agressief' (Wannes Van De Velde). (3)

*

Dus Rods-vast iets doen. Iets al was het maar dit onrecht in vele vragen uitschreeuwen. Samen met Wannes want zijn grootmoeder was van 'den Doel'.

Frank DE VOS

(1) Hannah Arendt, Eichman in Jeruzalem, Olympus, 448 blz.

ISBN 97890467001386

(2) Hannah Arendt, Het zionisme bij nader inzien, Mets&Schilt, 183 blz.

ISBN 9789053304303

(3) Interview in: Brussel Nieuws, 21/01/06

Partager cet article
Repost0
5 juillet 2012 4 05 /07 /juillet /2012 10:26

 

Diane-Broeckhoven--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
3 juillet 2012 2 03 /07 /juillet /2012 18:00

Yella Arnouts, Bert Bevers, Patrick Cornillie, Frank Pollet en Willie Verhegghe. Dat zijn dit jaar de dichters die GeelZucht verzorgen, de blog die voor de derde keer op rij de Tour de France van poëtisch commentaar voorziet (eerder waren ook Norbert De Beule, Sylvie Marie en Paul Rigolle van de partij). GeelZucht III is zaterdag met de proloog mee van start gegaan. Het is de bedoeling dat er van de dichter met dienst iédere dag van La Grande Boucle ten laatste om 19.00 uur een vers vers staat op www.geelzucht.wordpress.com

Arnouts’, Bevers’, Cornillie’s, Pollets en Verhegghe’s inspanningen verschijnen straks ook in boekvorm: de bundel GeelZucht III wordt op zondag 12 augustus gepresenteerd in de bibliotheek van Stekene.

Lambert D'ANVERS


Yella-Arnouts--Bert-Bevers--Frank-Pollet-en-Patrick-Cornill.JPG

Van links naar rechts: Yella Arnouts, Bert Bevers, Frank Pollet en Patrick Cornillie (Willie Verhegghe was op dat ogenblik de Kemmelberg aan het beklimmen)

© Daam Noppe

Partager cet article
Repost0
3 juillet 2012 2 03 /07 /juillet /2012 09:00

 

Kurt-Van-Eeghem--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
2 juillet 2012 1 02 /07 /juillet /2012 15:00

 

Fred Bervoets, deze Nieuwe Wilde is een opmerkelijke schilder. Iemand die zoals hij niet in de mode loopt kan er ook niet uit vallen. In zijn geijkte beeldtaal blijft hij trouw aan zichzelf. Hij is een zwoeger, werkt dag en nacht met vele kruiken ‘wittekes’ naast zijn tubes verf en potten met penselen. Schrijver Bart Plouvier noemt hem: 'een wandelend medisch wonder en schoon mirakel'.

Wanneer je hem ontmoet, gestoken in zijn legendarische 'impermeabel' kan je niet voorbij het aureool van terpentijngeur die hem omgeeft, altijd kleeft er verf aan zijn handen. Ook voor Doel zette Fred zich in. Tijdens de KunstDoel-Inside in 2009 bracht hij in de leefkamer van Leentje in de Pastorijstraat twee muurschilderingen aan. Nadien nog een op een voorgevel. Ik was pas DorpsDichterDoel toen ik hem daar de eerste maal sprak. In café Doel5 zijn er twee urinoirs. Marcel Duchamp was er niet gepasseerd en dus stonden we broederlijk naast elkaar.

'Hei deichterken, hoeweist?' klonk het in zijn Waas accent.

'Goed, Fred, goed' Wat antwoord je anders op een platitude?

Toen we waren leeg gelopen, vroeg ik Fred wat hem in Doel zo aantrok

'Da leicht, hei jong, da leicht hé. Da es hier zoe specioal'

'En na heim ik deurst. Ek goan een peint koepen. Moar alleen veur mij hé want ek zein ne socialeist'.

Wat het een met het ander had te maken, is me nog steeds niet duidelijk.

fredjandecleir.jpg

Fred Bervoets met Jan Decleir tijdens KunstDoel-inside (2009)

Voor schilders is licht hun levenslucht. Is dat de reden waarom zij naar het zuiden trekken? Naar dat licht dat vele zuid-franse toponiemen in de Languedoc heeft bevrucht zoals Luzenac, Lusignan, Saint-Jean-de-Luze of het Wisigotische Thos-luz, het huidige Toulouse?

Doelsympathisant Fred Bervoets zal wel nooit uitwijken. Maar uw dienaar zou er graag willen allochtonen. Vooral tijdens de wintermaanden wanneer het grijs alle kleuren heeft uitgegomd, besef ik dat ik niet alleen in een verkeerde klimaatsgordel ben geboren maar vooral in een te plat land.

Dank zij een arrest van de Raad van State vorige week scheen er een fel licht. (1) Het staat nu definitief vast dat: ‘men in het gebied van Doel en omgeving al 12 jaar lang onwettig bezig is, onwettig heeft onteigend, onwettig heeft gesloopt enz’ dixit prof. dr.Matthias Storme, de juridische kruisvaarder in zijn niet aflatende strijd voor het behoud van dit bedreigde polderdorp waar enkelen dank zij het 'beslist beleid' zich overigens verhingen.

Wat nu mijnheer de minister-president? Of beter ‘quid?' in het geliefde Latijn van uw regeringspartner die zich sinds 2009 in een maagdelijk stilzwijgen hult ofschoon haar voltallige fractie in het Vlaamse parlement de bevraging voor het behoud van Doel als kunstdorp ondertekende (2) Is de nouveau CVP, oeps Cd&v arrivé? Nogmaals: wat nu?

De zinloze en illegale afbraak van dit stuk erfgoed is zowat de dapperste Vlaamse daad sinds het derde oud-strijdersbal van 11 juli 1305.

Fred-Bervoets.jpgFoto: Richard De Nul

Op de foto zie je Fred Bervoets in actie tijdens KunstDoel-outside in 2009. Hij ondertekende met ‘Zorro was here', 'De vos was hier'. Hij had nog gelijk ook.

Met Doelse groeten.

Frank DE VOS

  1. http://www.raadvst-consetat.be/?page=news&lang=nl&newsitem=100

  2. http://www.kunstdoel.net/nl/resultaten-bevraging-vlaamse-volksvertegenwoordigers

Partager cet article
Repost0
2 juillet 2012 1 02 /07 /juillet /2012 10:34

 

CDRdelezer1doc.jpg

In juni 2012 telden we 4787 unieke bezoekers, goed voor de lectuur van 8396 pagina's.

Ter vergelijking: in 2011 noteerden we gemiddeld 3887 unieke bezoekers per maand.

Koploper in juni was Lutin d'Anvers met zijn bijdrage over Het Vlaamse onderwijs: muppets en smurfen/.

Sinds 26 januari 2008 tellen we 142.020 bezoekers, goed voor de lectuur van 274.104 berichten.

Om alle misverstanden te vermijden: in tegenstelling tot websites die vaak niets meer doen dan links te leggen naar andere blogs, hebben we zelfs nooit overwogen subsidie aan te vragen. Het CDR-team wenst uitsluitend van zijn lezers afhankelijk te blijven.

De webstek is een spin-off van het tijdschrift Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie.U kunt ons steunen door een abonnement te nemen op de PDF-editie die u per mail bezorgd wordt (6 € per maand).Tot nu toe verschenen er 195 afleveringen. Proefnummers kunnen aangevraagd via hfj@skynet.be

Graag ook uw aandacht voor onze eerder gespecialiseerde Franstalige site:

www.caira.over-blog.com/

logo-ca-ira001.jpg

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche