Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
13 novembre 2014 4 13 /11 /novembre /2014 16:06

 

personaltempo201.jpeg

Personal Tempo, 2013

De omvangrijke tentoonstelling A Transformative Gaze toont hoe Dr. Hugo Heyrman als schilder de mogelijkheden van zijn medium verkent. De schilderijen en werken op papier geven een inzicht in de recente ontwikkeling van vorige periodes: Another Reality (2013), Inside the image (2011) en City Life & Body Language (2009). Dit is zijn twaalfde solo-expo (sinds 1975) in de galerie De Zwarte Panter.

Heyrman schildert —'omdat het een fascinerende ervaring is, hoe anders de wereld er kan uitzien op doek'. De werken zijn reflecties over de verschijningsvorm van het reële. Vanuit een persoonlijk archief, ervaringen, herinneringen en verbeelding, ontstaan er filmische scenarios. Het zijn picturale transformaties over het mysterie van de flux of life.

Terugkerende thema’s zijn filosofische en psychologische kantelmomenten, het stadsleven, lichaamstaal, liefde, eenzaamheid en de menselijke conditie. Een relevante karakteristiek is dat Heyrman uitdrukking geeft aan een onbevangen gevoel. Hij creëert beelden die een belofte inhouden van wat nog gaat komen. Zijn benadering is bevrijdend en informeel, zonder retoriek of ironie. Door de opbouw van suggestieve verflagen, evoceert hij een mentale ruimte. De sensuele tactiliteit van zijn penseelstreken, samen met de symbolisch/emotionele betekenis van de kleur, zet aan tot een betrokkenheid met de wereld, in een atmosfeer van resonantie.

De kunstenaar deelt de ervaring van een andere realiteit met ons, door het buitengewone in het gewone zichtbaar te maken, bijvoorbeeld; De Kersentaart (2014), een diepgaande reflectie over aanwezigheid en afwezigheid, met een kristallijne transparantie, of Personal Tempo (2013) en Yellow Visibility II (2014), waar een eenzame figuur zich voortbeweegt in een kosmologisch aandoende omgeving van kleur, licht, schaduw en elementaire krachten.

Het zijn beelden waarin de blik eindeloos kan verdwalen. Dr. Hugo geeft de blik van

verwondering een schilderkunstig bestaan.

Dr. Hugo Heyrman: A Transformative Gaze.

Vernissage zaterdag 15 november 17u 00 - 22u 00.

Galerie De Zwarte Panter, Hoogstraat, Antwerpen. Van 16 november t/m 18 januari 2015. Gesloten 1-2-3-4 januari 2015.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
12 novembre 2014 3 12 /11 /novembre /2014 03:14

 

ReneePoppen.JPG

Met haar nieuwe bundel, Anais, focust Renée Van Hekken (° 1954) op de bizarre, sprookjesachtige en fabuleuze wereld van de poppen. De bundel wordt op donderdag 20 november om 20u30 stipt door Tony Rombouts, voorzitter van de VVL (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen), voorgesteld in Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat te Antwerpen.

In bijzijn van twee poppen uit haar uitgebreide familie (de anderen zijn helaas te oud en breekbaar om zich nog te verplaatsen) zal Renée Van Hekken een tiental teksten voorlezen, met gitaarintermezzo's door Ramsy Irani (gipsy-jazz muziek en zang). De cover van de bundel is van de meesterhand van Joseph Laureys.

*

Ja, ik heb iets met poppen. Thuis, in de kelder, waar ook een filmprojector troonde, heb ik gespeeld met de marionetten die grootvader, op suggestie van Paul Neuhuys, begin de jaren dertig gesneden had voor een thuisvoorstelling van Escurial  van Michel de Ghelderode. Later kreeg ik een eigen (kinder)theater met handpoppen. Met mijn broer verzon ik verhalen – meestal Romeinse toestanden, maar tot mijn mateloze irritatie hield hij zich nooit aan mijn scenario, ook later niet, toen we samen in de garage levend toneel gingen speelden, waarbij we elk, met passende toga's of wapenuitrusting, meerdere tragische rollen vertolkten, bijvoorbeeld de dood van Nero of de zelfdoding van Petronius...

Meer dan dertig jaar geleden deed ik Pruts een XVIIIde-eeuwse, fascinerende kinderpop cadeau, gehuld in de oorspronkelijke kledij, die ik in een antiquariaat kocht, schuin over de woning van Emiel Willekens aan de Minderbroedersrui. We doopten ze “Werner” omdat haar porseleinen kop een treffende gelijkenis vertoonde met Werner Spillemaeckers. Jaren later heb ik Wannes Van de Velde ertoe aangezet enkele bijdragen over het poppenspel te schrijven. De door hem eigenhandig verbeterde typoscripten bewaar ik piëteitsvol, ook als tastbare herinnering aan onze huisgesprekken over het zwijgzame poppenvolk.

*

Terug naar Renée Van Hekken. Anais, het verhaal van een oude pop, is een uitgave van Thuishaven, haar privé-uitgeverij, die vanaf 2015 een nieuwe naam krijgt: Walden II. Voorwaar geen gril. Daar zal ik het later nog over hebben.

 

Zie alvast, bij wijze van smaakmaker, de treffende bijdrage van Janien Benaerts op 'The Sausage Machine', de meestal verrassende “leerblog” van Janien Benaets:

http://janienbenaets.wordpress.com/2014/10/13/anais-het-verhaal-van-een-ouderwetse-pop-nieuw-van-renee-van-hekken/

Over vorige bundels van Renée Van Hekken op deze blog:

  • De hoed van Hortense, 21 oktober 2011

http://mededelingen.over-blog.com/article-renee-van-hekken-de-hoed-van-hortense-86977635.html

  • Valentina, 15 september 2013

http://mededelingen.over-blog.com/article-renee-van-hekken-stelt-valentina-voor-120057155.html

 

RenéeBeatrijs

Renée Van Hekken (rechts) en Beatrijs van Craenenbroeck op een modeshow in kasteel Cleydael

In een vorig leven was Renée Van Hekken model. Zij bleef gefascineerd, niet alleen door mode, maar ook door textielkunst in vele vormen, o.m. uitheemse borduurwerk, wat haar inspireerde tot een geheel eigen plastische uitdrukking. Op uitnodiging van de kunstkring ExLibris houdt zij op woensdag 3 december om 20u30 een lezing over textielkunst en mode. (Taverne Rochus, Sint-Rochusstraat 67, Deurne) Een frivole, wellicht, maar niet minder gefundeerde causerie over het mondaine modeleven vroeger en nu...

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
11 novembre 2014 2 11 /11 /novembre /2014 22:58

 

Behoud-de-Begeerte

Matthijs DE RIDDER, Behoud de begeerte, Bezige Bij Antwerpen, 2014, 352 p., 29,99 €

Zaterdag 8 november 2014 vergaderden de leden van het Dotatiefonds voor Boek en Letteren in het Letterenhuis te Antwerpen. Zoals elk jaar kregen de leden in primeur de recente aankopen door het Dotatiefonds te bewonderen.

Door het recente drastische snoeien in de toelagen voor cultuur krijgen de Erfgoedbibliotheken het steeds moeilijker en moeten zij vaak waardevolle aankopen aan zich laten voorbijgaan.

LeenVDbbegeerte.jpg

In haar inleiding legde directeur Leen van Dijck uit hoe deze bibliotheken nu gaan aankloppen bij bedrijven om het hoofd boven water te kunnen houden. Nochtans zijn zij er ook nu weer in geslaagd om aan het literatuur minnend publiek een top-tentoonstelling aan te bieden: Behoud de Begeerte, die een overzicht biedt van dertig jaar literatuur. Tot haar spijt krijgt deze expositie niet de aandacht van het grote publiek, die ze ruimschoots verdient.

Coorevits.jpg  

Luc Coorevits, curator van de tentoonstelling, gaf in vogelvlucht een overzicht van de manifestaties die onder deze noemer tot stand kwamen namelijk '8 Beaux-Forts', 'Geletterde Mensen', 'Koningsblauw', en 'Saint Amour. Daarna begeleidde hij de aanwezigen bij een bezoek aan de expo die echt een overweldigende ervaring is. De bezoeker wordt ondergedompeld in een theatrale en toch intieme sfeer van posters, namen, parafernalia, videobeelden.

ExpoBBegeerte.jpgDe eerste indruk is overrompelend en pas als men opnieuw de zalen doorloopt ondergaat men deze tentoonstelling als een ongekende zinnenprikkelende literaire show, die ook nog eens ongekend multimediaal is.

Tijdens de receptie drukte Leen van Dijck nogmaals haar spijt uit dat zo weinig bezoekers de weg vinden naar deze buitengewone expositie.

Joke VAN DEN BRANDT

Foto’s Frank Ivo van Damme

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article
11 novembre 2014 2 11 /11 /novembre /2014 13:35

 

RomeuMyDeer.jpg

Het lijkt een beetje vroeg, maar beter te vroeg dan te laat. De kaartjes voor de performance van Romeu my deer, kort na de opening van de eerste solotentoonstelling van Berlinde De Bruyckere in het S.M.A.K., waren twee uur na de opening van de kassa de virtuele deur uit. Elf en twaalf januari 2015 wordt hij hernomen. Het enthousiasme van het publiek zette zich om in smeekbedes waar geen kruit tegen gewassen was. De reservatielijst is geprint. Als de eisers niet als de weerlicht reserveren is het voor hen eerder te laat dan te vroeg.

Geen dag of het is aanschuiven aan de kassa. De Nederlandstalige editie van de catalogus is op een paar weken de deur uit. De drukker klopt overuren om een tweede druk nog deze week weer op de balie te krijgen.
Berlinde De Bruyckere moet een gevoelige snaar geraakt hebben. De Groene Amsterdammer van 30 oktober schreef dat de sculpturen vaak het midden houden tussen mens, dier en plant en altijd ergens op de rand van leven en dood verkeren. Ook NRC Handelsblad van dezelfde dag was lyrisch:

De Bruyckeres beelden en tekeningen zijn even gloedvolle als systematische pogingen om haar eigen demonen te bezweren. Dat doet ze op zo’n virtuoze manier dat ze die van ons ook meeneemt in haar poging. Ze redt wat er te redden valt. Dit in de wetenschap dat geen enkele poging zal slagen, geen enkele redding zal lukken.’

Het subtiel maar koppig trekken van de toeschouwer binnen haar werk – kunstenaar en toeschouwer niet hoger of lager maar naast elkaar plaatsen – is het hoofdaandeel van het succes van de expositie. Iedereen kampt met demonen en wie de luxe geniet van de overtreffende trap van het denken weet dat geleefd wordt om dood te gaan. Maar het is niet de dood die centraal staat. Bij De Bruyckere heeft elk werk een lijdensweg op weg naar de dood.
De lijdensweg wordt extra benadrukt in de performance. Geen enkel woord, geen noot muziek, slechts een dans, hoewel. Is een lijdensweg een dans? Hooguit kan je spreken van een danse macabre. Een oorlogsdans waarvan men weet dat men hem verliezen zal. Al wordt hij niet beschouwd als een vernedering, een schande. In Romeu my dear wordt de wijze gedachte zichtbaar: de mens sterft en is dan dood.

De performance is geen must om het werk van Berlinde De Bruyckere te begrijpen. Hij bevestigt wat men al weet. Een extraatje dat het bestaan verfraait. Daar heeft de mens recht op. Om te weten dat men het stervensproces aanvaardt of vermijdt.
Dat de catalogus in het S.M.A.K. te koop is aan de prijs van 55 € i.p.v. 64.95 €, is niet de reden van zijn succes. Hij is te vinden in de lijvige monografie. En in wat hierboven met grove penseelstreken geschetst is.

Guido LAUWAERT

http://mededelingen.over-blog.com/article-guido-lauwaert-over-berlinde-de-bruyckere-124826572.html

www.smak.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Dans
commenter cet article
10 novembre 2014 1 10 /11 /novembre /2014 15:12

 

Marina.jpg

Nog een bekroning tijdens de week van de Sociale Film. Op vrijdag 7 november 2014 werd in de Permeke Bibliotheek de Prijs voor de beste sociale film uitgereikt aan Stijn Coninx voor zijn film Marina (2013)

RobbespreektStijn.jpg

Robbe De Hert

Cineast Robbe De Hert vertelde in zijn vertrouwde Antwerps dialect over zijn eerste ontmoeting met Stijn Conincx, toen deze pas als assistent werkte. Hij had zeer lovende woorden voor Stijn, de toenmalige regisseurs wilden allemaal met deze jonge veelbelovende assistent werken.

Stijnspreektclose.jpg

Stijn Coninx

Robbe De Hert reikte de Gouden Mira voor de Sociale Film uit aan Stijn Coninx, waarna deze op zijn beurt enkele anekdotes aanhaalde uit zijn vroege jaren als filmmaker. Hij uitte zijn grote bewondering voor de pionier Robbe De Hert. Daarna werd de film Marina vertoond.

Deze film gaat over een migrantengezin uit een arm dorpje in Calabrië, dat in de jaren ‘50 naar België komt, op zoek naar een betere toekomst. De kleine Rocco, die bezeten is door muziek, groeit, ondanks vele tegenwerking, uit tot een zanger met wereldfaam. De film die reeds vele filmprijzen kreeg, viel ook in deze Filmweek 2014 oververdiend in de prijzen. Het is een ontroerend tijdsdocument over het werk van de migranten in de steenkoolmijnen, over een ontworteld gezin, dat worstelt met zijn identiteit, maar vooral over de passie van de hoofdpersoon, die uiteindelijk slaagt in zijn doel. Pakkende vertolking van hoofdrolspeler Matteo Simoni.

StijnPrijs.jpg

De Prijs voor de beste Sociale film was een initiatief van de voor enkele jaren overleden Raoul Maelstaf, die ook aan de basis lag van de Vereniging ter bevordering van de Animatiefilm. Sinds 2010 worden de Filmweek en de Prijs opnieuw ondersteund door verschillende organisaties die dezelfde doelstellingen delen. De voorbije jaren werd het samenwerkingsverband nog uitgebreid met meerdere Antwerpse instellingen.

Joke VAN DEN BRANDT

Foto’s: Frank Ivo van Damme

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
10 novembre 2014 1 10 /11 /novembre /2014 01:08

 

IVAnovember14.jpg

Cover: Beatrijs van Craenenbroeck, monotype acryl

Dichteres Christina Guirlande focust op 'Paestum 4', het vierde en laatste gedicht van een korte cyclus over de stad Paestum uit de bundel De Overoever (1981). Zij onderstreept dat wat Van Wilderode daar heeft gezien en beleefd voorgoed deel ging uitmaken van zijn persoon.

'De beleving was zelfs zo sterk, dat het werk dat thuis wacht hem maar zeer langzaam zal kunnen genezen van zoveel indrukken. Dit gedicht staaft de bewering dat niet wat men ziet het belangrijkste is, maar wel wat men daarbij denkt en voelt.'

'Alhambra' uit de bundel Het land der mensen (1952) is voor zover te zien 'op één enkel na, het enige vormvaste sonnet dat Van Wilderode ooit heeft gepubliceerd'. Frans Terrie onderneemt een poging – zo stelt hij bescheiden voorop – 'de rijke en voorname beeldtaal van dit gedicht te verhelderen', en 'te peilen naar de betekenis van de symbooltaal die ermee samenhangt'.

In het vorige aflevering publiceerde de erudiete Stijn Vanclooster een treffende bijdrage over 'De zachte melancholie van een meesterlijke pen'. Bij het lezen van enkele gedichten van Van Wilderode handelt hij nu 'Over herfst en vergankelijkheid'.

Wat […] blijvend is, is de zekerheid – het weifelloze weten – dat alles voorbij gaat? Toch leidt die ervaring niet tot een oeverloos pessimisme: de herfst ruist ook, en beroest; hij maakt het mogelijk een zware bladzijde om te slaan (strofe 4). Daarom is de dichter dankbaar. Dankbaar om het leven én de vergankelijkheid. Dankbaar om de herfst, die deze vergankelijkheid openbaart,en daarom voor de geest is wat brood is voor het lichaam.'

Bij het lezen van het gedicht 'Het echtpaar' – een sarcofaag te bewonderen in de Villa Giulia te Rome – verschenen in De Overoever (1981), stelt Marleen de Crée vast :

'In de ogen van Van Wilderode is deze sarcofaag subliem qua vorm als door de emotie die ze bij hem losmaakt. Hij heeft die schoonheid ook op de lezers van dit juweel overgebracht. Voor mij past de inhoud van dit gedicht perfect op wat ik in alle bescheidenheid voor Van Wilderode voel: hij is een waardevol dichter en ook “ein guter Mensch”'.

Beatrijs.jpg

Beatrijs van Craenenbroeck (Foto: Frank Ivo van Damme)

De dichteres en beeldend kunstenares Beatrijs van Craenenbroeck (in een vorig leven manager voor een internationale onderneming), blijft onvermoeibaar haar organisatorische talenten ten dienste te stellen van de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode. De jongste aflevering van de Nieuwsbrief werd in extra oplage gedrukt en geschonken in de Belgische ambassade te Berlijn n.a.v. het evenement 'Flämische Lyrik und Musik' (23 oktober). Vandaar dat een aantal gedichten van en bijdragen over Van Wilderode ook in Duitse vertaling opgenomen werden.

Henri-Floris JESPERS

 

Nieuwsbrief van de IVA, XIX, nr. 3, september-oktober-november-december 2014.

Beatrijs van Craenenbroeck, Wezelsebaan 250, B 2900 Schoten.

Hoe je een abonnement kan aangaan wordt nergens vermeld... Mailen dus:

vancraenenbroeck.beatrijs@skynet.be

 

Over Beatrijs van Craenenbroeck, zie o.m. op deze blog:

http://mededelingen.over-blog.com/article-beatrijs-van-craenenbroek-in-kasteel-cortewalle-121278351.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
9 novembre 2014 7 09 /11 /novembre /2014 14:52

 

Kumelclose.jpg

Tijdens de week van de Sociale Film werd de Prijs van Verdienste 2014 op 6 november toegekend aan Harry Kümel in het auditorium van de bibliotheek Permeke.

JoVermeulen.jpg

Jo Vermeulen

Jo Vermeulen verwelkomde en wees op de traditie van het Centrum voor Filmcultuur dat jaarlijks de prijs van de Sociale Film uitreikt, de Gouden Mira ontworpen door kunstenaar Frans Wuytack. Sedert vijf jaar wordt het evenement ondersteund en bekendgemaakt door meerdere organisaties die dezelfde sociale doelstellingen delen.

JanVerheyen.jpg

Jan Verheyen

Lukas De Vos, journalist en voorzitter van de Vlaamse Vereniging van de Filmpers – sponsor van de Prijs van Verdienste – liet zich vervangen door cineast Jan Verheyen, die zijn persoonlijke waardering voor Harry Kümel uitsprak en daarna uitgebreid citeerde uit de zoals steeds degelijk onderbouwde tekst van Lukas De Vos.

Kumel.jpg

Harry Kümel

Na de overhandiging van de prijs en de obligate bloemen en flessen nam Harry Kümel het woord. Hij wees er op dat zijn films in binnen- en buitenland buitensporig werden geprezen:

'Men noemde mij de beste Vlaamse regisseur al werden deze lofprijzingen vaak met het attribuut “waarschijnlijk” gekwalificeerd: “Waarschijnlijk is Kümel wel de beste…” Terwijl ik de aanvallen die mijn films soms werden toebedeeld afwimpelde door te geloven dat die onrechtvaardig waren: op het gebied van kunstkritiek is het enkel rechtvaardigheid die pijn doet. En mijn oordeel over mijn bekwaamheid als filmmaker is eenvoudig te omschrijven : het had iedere keer beter gekund. Het ligt in de natuur van handwerk (ambacht) dat je als maker het gevoel hebt dat alles beter kan. Je bent nooit klaar met je werk, je verlaat het alleen maar. Dit is zo voor elke kunstenaar die het ambachtelijke waardeert en vindt dat het kenmerk van vakman waarschijnlijk het hoogste compliment is dat men hem kan geven.'

Volgens Harry Kümel moet een echte filmmaker sceptisch zijn en zich tegen alle 'grote ideeën' wantrouwig opstellen. Hij haalt dan Orwell aan die zei dat alle ideeën zoals alle heiligen,schuldig zijn tot het tegendeel wordt bewezen. Het leven zelf is zoveel rijker, zoveel gevarieerder dan elke doctrine of idee die dat leven probeert te vatten. Hij verwees hierbij naar de grote ideeën-stelsels van de voorbije anderhalve eeuw: het marxisme en het freudisme. Beide zijn aan het stuiptrekken terwijl het darwinisme ook al niet meer is wat het geweest is.

'Er is een waarheid die boven de ideeën staat, boven de alledaagse werkelijkheid, een ongrijpbare moeilijk vast te pinnen, vaak onzegbare waarheid, maar de enige waarheid die telt, is deze van de scheppende kunstenaar.'

Kümel wees naar de onware waarheid van de plot, die het fundament vormt van een dramatisch kunstwerk. 'Als je mij geen goed libretto geeft, kan ik geen goede muziek maken zei Verdi'. Hij kloeg verder de middelmatigheid van deze tijd aan, de filmkritiek, het BV-dom (met de nadruk op dom!), de “Dag Allemaal-mentaliteit” in de media enz. Tot slot gaf Harry Kümel een korte toelichting bij de film uit 1979 die hierna vertoond werd: Het verloren Paradijs, een low-budgetfilm die hem na aan het hart ligt omdat hij het bewijs vormt van de voorgaande uitspraken. 'Eerst de feiten, dan komen de ideeën vanzelf naar boven. La forme,c’est le fond qui remonte à la surface.'

Joke VAN DEN BRANDT

RobbeDeHertKumel.jpg

Kümel in gesprek met Robbe De Hert

AMVK.jpgAnne-Mie Van Kerckhoven, ook bekend als AMVK

KumelJokeFrank.jpgJoke van den Brandt en Frank Ivo van Damme in gezelschap van de laureaat

KumelScheirs.jpg

Kümel in gesprek met Jan Scheirs

 

Foto’s: Frank Ivo van Damme

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
7 novembre 2014 5 07 /11 /novembre /2014 01:49

 

LogoDDK14.JPG

(c) Jan Scheirs

Na lezing, bespreking & evaluatie van het recordaantal inzendingen (117 titels verschenen tussen 1 juni 2013 en 15 juni 2014) maakt de jury de tiplijst bekend:


Michaël BERG, Heller (The House of Books, 2014)

Patrick CONRAD, Walker (Vrijdag, 2014)

Toni COPPERS, Dood water (Manteau, 2014)

Bavo DHOOGE, Schaduw van de koning (Borgerhoff & Lamberigts, 2014)

Guido EEKHAUT, Singapore concert (Zilverspoor, 2013)

Ellen G., Manzanilla (Vrijdag, 2014)

Edward HENDRIKS, Gezworen vrienden (De Fontein, 2014)

Roel JANSSEN, Fout goud (De Bezige Bij / Cargo, 2014)

Anna LEVANDER, Morten (Querido, 2014)

Wim MENHEER, In het oog van de lens (Verba, 2014)

Gerard NANNE, Lonely boy (Ellessy, 2014)

Donald NOLET, Versleuteld (Bezige Bij, 2013)

Marion PAUW, Hemelen (Ambo / Anthos, 2014)

Tomas ROSS, De tweede november (TRC / Bezige Bij, 2013)

Jonathan SONNST, Heden rood, morgen dood (Witsand, 2013)

Esther VERHOEF, De kraamhulp (Anthos, 2014)

Jacob VIS, De zwarte duivel (Ellessy, 2014)

*

Werden eerder bekroond:


2002 De Emerson Locomotief (Benny Baudewijns)
2003 Dossier K (Jef Geeraerts)
2004 Medeschuldig (Bob Mendes)
2005 Onder Druk (Esther Verhoef)
2006 Het Diepe Water (Felix Thijssen)
2007 Starr (Patrick Conrad)
2008 Pentito (Simon de Waal)
2009 Stiletto Libretto (Bavo Dhooge)
2010 Wrede Schoonheid (Mieke de Loof)
2011 Roomservice (Elvin Post)
2012 Blauw Goud (Almar Otten)
2013 2017 (Rudy Soetewey)

*


De jury bestaat uit: Frank van den Auwelant, Jos van Cann, Ineke van den Bergen (†), Eric Diepvens, Henri- Floris Jespers, Jürgen Joosten, Kris Kenis, Alain Sohier, Geert Swaenepoel en Magali Uytterhaegen.

*

Volgende week worden de nominaties bekendgemaakt.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
6 novembre 2014 4 06 /11 /novembre /2014 14:22

 

Frans_Depeuter.jpg

'Nooit meer oorlog?' staat aan de voet van de IJzertoren te lezen, in de vier talen van de strijdende partijen van het westelijk front: Plus jamais de guerre, No more War, Nie wieder Krieg. In het licht van de tsunami van commerciële uitbuiterij die de media de laatste maanden overspoelt, klinkt dat ietwat cynisch. 'Nooit méér oorlog', zou wellicht beter passen. De overkill aan oorlogstopics doet wat morbide aan. Het heeft iets weg van een luidruchtige 'Vlaamse Kermis' op een stil Vlaams kerkhof.

 

Honderd jaar is het geleden dat de Duitse pinhelmen in ons land binnendrongen. En dat zullen we geweten hebben. Geen (Vlaamse) krant mag je openslaan, geen (Vlaamse) boekhandel binnenlopen, geen (Vlaamse) radio beluisteren, geen (Vlaamse) teevee aanzetten, of het mosterdgas dringt in je neus. Vreemd toch, die overdonderende belangstelling voor iets wat decennia lang in het collectief geheugen te bestoffen lag. Plotseling wordt er in dat kommetje geroerd en meteen komen de lijken bovendrijven en voelt zowat iedereen voelt zich geroepen om er iets rond te doen. Een eeuwfeest wordt het genoemd, alsof de miljoenen doden 'gevierd' moeten worden.

En jawel, een feest is het, voor de Groote Commerce! Al wekenlang is die het geurspoor aan het volgen en thans springt ze erop los als een bronstige bok op een vruchtbaar wijfje. Want WOI verkoopt, zie je, het vliegt de deur uit als broodjes bij een 'warme' bakker. De drukpersen draaien op volle toeren, theater en film boeken successen, historici duiken in hun archieven om dikke boeken te maken, dichters dichten, dansers dansen, schrijvers schrijven, zangers zingen, kortom: iedereen schuift zijn blokje in het Groote Legospel.

En zie, de titels flappen ons om de oren: België op de vlucht, Congo aan den Yser, Boeren boter bezetters, Water maar geen brood, Clandestiene oorlogspers, De verkrachting van België, De slag aan de Leie, De draak van de Somme, De mythe van Langemarck, De laatste veteranen, Kriegsnagelungen, De Draad des Doods, De klaproos schiet haar doel voorbij, Mens of monster?, Dieren in de oorlog, Ereteken of litteken? …

15 miljoen euro heeft 'Faro', het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, uitgetrokken voor "toeristisch-recreatieve projecten in het kader van de herdenking van 100 jaar 'Groote Oorlog'". Wandeltochten, muziekfestivals, autozoektochten, klank- & lichtspektakels, tentoonstellingen, het krijgt allemaal een plaatsje in dit 'eeuwfeest'. Crisis of geen crisis.

En het kan niet zot genoeg zijn: een reizende tentoonstelling die onder de naam Via Dolorosa "de terugtocht van het Belgische leger volgt tot in Diksmuide", een multimediale dansvoorstelling die "thematisch een diepe band met de gasaanvallen" heeft, een kunstenparcours (The Smell of War) met een 'geurkunstenaar' die ons "onderdompelt in een geurpalet", een herinneringsdiner "met verhalen en liedjes uit de Groote Oorlog", een citygame waarbij je "als spion Evarist zoveel mogelijk spionageacties moet uitvoeren om het verzet te helpen" en voor elke actie punten krijgt. En als kers op de taart de voettocht over de Schelde via een pontonbrug, waar vele duizenden luitjes op kickten om hun wellicht toch niet zó boeiende leven enige kleur te geven. Meer dan 12 000 hunkerende wandelaars slaagden er niet in de overkant te bereiken en bleven helaas op hun patriottische honger staan. Wie wel over de brug mocht, waren een aantal Vlaamse excellenties – onder wie een glunderende Geert Bourgeois en Bart De Wever –, die elkaar verdrongen om zo dicht mogelijk in het zog van koning Filip en zijn Mathilde te lopen toen die de oversteek waagden. (Ja, Filip doet het uitstekend, vernemen we in de media: in linten knippen, startschoten geven, weduwen troosten, 'bokseressen' ontvangen, bruggen lopen is hij door niemand te kloppen.)

Nee, het had zijn weerga niet, die hernieuwde uittocht uit de Koekenstad en die paniek die zich ook nu weer meester maakte van wie er niet meer over kon en aan de wreedheden van de aanstormende Duitsers was overgeleverd. Maar kom, niet getreurd, met het ristorno van hun tickets konden de gedupeerden kiezen tussen een hele resem alternatieven. Ze konden bij voorbeeld naar een van de sportevenementen gaan, die het eeuwfeest nog meer luister bijzetten. Een bezoek aan de tentoonstelling 'Sport en de Eerste Wereldoorlog' was ook lekker meegenomen, of de 'Passchendaele Memorial Cricket Cup’, waar internationale cricketteams elkaar bekampen. Of de openingsmatch van 'Flanders Peace Field' op het oude voetbalveld van Mesen in de Douvevallei, waar ook de komende jaren "heel wat teams uit verschillende landen voetballen en komen nadenken rond de Grote Oorlog en de kerstbestanden".

'Nadenken' moeten ook de jongeren, voor wie een interactieve website en een inleefspel, 'Dilemma 14/18', zijn opgestart. Want ook de jeugd – die in de moderne geschiedenislessen zelfs van WOII niet bijster veel heeft opgestoken en wel eens durft te opperen dat Hitler een bondscoach van het Duitse voetbalelftal was – moet toch weten hoe mosterdgas ruikt, wie de Nieuwpoortse sasdeuren opendraaide om Bachten de Kupe onder water te zetten, waar de slag van Passendale plaatsgreep en hoe een zeppelin er uitzag. En ja, om zich nog 'beter in te leven' staan ook computerspelletjes te hunner beschikking, zoals 'The great war' en 'Global Peace Game'. Aan een game om zoveel mogelijk 'Moffen' te doden, naar het voorbeeld van Filip Dewinters Minder-Minder-Minder, heeft het 'feest'comité van de Groote Oorlog nog net niet gedacht.

Jawel, de "Grooten Oorlog" wordt alle eer aangedaan. Want zie, ook onze Vlaamse romanciers stoten duchtig mee aan de kar. Of hun verhalen echt dan wel verzonnen zijn, of desnoods vervalst echt, speelt geen rol, als het allemaal maar "prangend en aangrijpend" is. Erwin Mortier met zijn Godenslaap, Stefan Brijs met Post voor mevrouw Bromley, het is net of zij het zelf beleefd hebben daar achter de IJzer. Of ze zelf in de modderbrij van de loopgraven zaten te verrotten. – Over Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans, dat "een parel aan de kroon van de toch al rijke Vlaamse WO I-romantraditie" wordt genoemd (en dat ook is), een andere keer méér. – Zelfs thrillers bloeien open in de schaduw van de Grooten Oorlog. Ene Kris Van Steenberge debuteerde met Woesten, een "veelkantige oorlogsthriller over broederliefde" die als "ronduit schitterend, subliem" wordt aangeprezen, en ving er zowaar de Bronzen Uil mee. En daar is ook Lize Feryn, die haar knappe vertolking van Marie Boesman in de tv-serie In Vlaamse velden verzilverde door een boek te spin-offen dat ze Dagboek van Marie betitelde.

En ook de Vlaamsche (en Hollandse) poweten laten van zich horen. Ze halen hun sierlijkste pen uit hun etui om al die miserie tot kunst te verheffen. Jozef Deleu, heeft een speciaal nummer samengesteld waarvoor hij een schare van 112 (!) dichters uitnodigde om één of méér verzen over WOI af te scheiden. Het Liegend Konijn is zijn naam waardig. Het hangt gestroopt in de winkel. Alleen nog wat laten pruttelen op een huiselijk vuurtje en de fijnproevers kunnen alweer lekker smullen van de 383 literaire delicatesjes die we rijker zijn.

Wat ik me wel afvraag is of dan geen enkele van die 112 dichters enige hinder ondervond van het beroemde statement van de filosoof / socioloog / literatuurcriticus Theodor Adorno (1903-1969) – een Duitser, jawel! – die in Kulturkritik und Gesellschaft (1949) schreef: "Nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben, ist barbarisch“. De onderliggende boodschap die Adorno met deze radicale aantijging tegen de poëzie (en de kunst tout court) de wereld in zond, is niet mis te verstaan: door zich over te leveren aan de cultus van het Goede, het Schone en het Ware, worden de verschrikkingen van Auschwitz, Hiroshima, Darfour, Srebrenica, Cambodja, Manhattan, Bhopal en andere Tsjernobyls toegedekt; m.a.w. de cultuur is een zoetmiddel dat gebruikt wordt om de harde realiteit te vergeten.

Of zit ik er toch naast? Is er na al die horror misschien meer dan ooit behoefte aan kunst, aan levenskrachtige vormen "die sterk genoeg zijn om de verschrikkelijkste dingen uit te drukken, en daar toch niet aan ten onder te gaan?" vraagt ook Walter Weyns zich af in zijn scherpzinnige boek Het tijdperk van de maatschappij. Bedoelde Adorno met zijn uitspraak misschien dat de naoorlogse dichter zich ervan bewust dient te zijn dat 'schoonheid-om-de-schoonheid' haar gezicht heeft verbrand? Dat de poëzie geen onschuldig medium mag zijn om zelfgenoegzame gedichtjes te fabriceren? In dat geval moeten wij het statement van Adorno lezen alsof er stond: "Geen gedicht is mogelijk na Auschwitz, behalve één dat geschreven is omwille van Auschwitz" (zoals Peter Szondi het formuleert in zijn bespreking van Paul Celans gedicht 'Todesfuge', dat doorgaat voor de 'Guernica van de literatuur').

Het is ook in die zin dat Adorno jaren later, in zijn Negative Dialektik (1980), zijn gecontesteerde uitspraak heeft bijgesteld tot: "Het eeuwige lijden heeft evenveel recht op expressie als het gemarteld slachtoffer op een schreeuw; vandaar dat het misschien verkeerd was om te zeggen dat geen poëzie kon geschreven worden na Auschwitz."

Frans DEPEUTER

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
5 novembre 2014 3 05 /11 /novembre /2014 19:33

 

CaretteKatten.jpg

Hendrik Carette (2005)

Het liefst zou ik nu willen dat mijn nieuwe (achtste) dichtbundel uitgegeven zou worden bij Van Oorschot in Amsterdam of bij Vantilt in Nijmegen. Ook bij uitgeverijen als Nieuw Amsterdam, De Harmonie, Cossee, Atlas, Bert Bakker, Prometheus, Augustus, Ambo, Querido, Het Wereldvenster, De Geus of Hollands Diep zou ik uiteraard niet neen zeggen (Alleen die mooi klinkende namen al!). En het blijft een feit dat een dichtbundel die in Nederland werd uitgegeven in Vlaanderen meer aandacht krijgt en als het ware meer prestige geniet. Hoewel mijn gedichten daardoor natuurlijk niet beter of niet slechter worden.

Vroeger was natuurlijk alles beter, want vroeger gaf Geert Van Oorschot dichtbundels uit van Jan van Nijlen en Richard Minne. Vroeger had je hier nog uitgeverijen als Orion-Desclée de Brouwer, Sonneville (die soms een coproductie met Nijgh & Van Ditmar kon presenteren), Soethoudt (idem), Heideland-Orbis, De Roerdomp, Kritak, De Gulden Engel, Van Hyfte en Danthe en dan vergeet ik nog namen. Al deze Vlaamse uitgeverijen zijn nu verdwenen wegens wanbeheer of wegens amateurisme, wegens gebrek aan kapitaal of gewoon wegens een slechte distributie in de boekhandel en uiteindelijk wegens een gebrek aan interesse. Slechts één zeer typerend Vlaams voorbeeld : iemand als Luc Devoldere (toch niet de eerste de beste, want hoofredacteur van Ons Erfdeel en het Franstalige Septentrion en auteur van zeer leesbare literaire essays of literaire journalistiek), had voor zijn vijf zèlf geschreven boeken al niet minder dan vier diverse uitgevers: in 1994 uitgeverij Pelckmans voor zijn Grand Hotel Italia, in 2002 uitgeverij Lannoo voor zijn Wachtend op de Barbaren, in 2006 uitgeverij Atlas voor zijn boek Mijn Italië, in 2009 ditmaal dezelfde uitgever voor Lucifers bij de brand en ten slotte voor zijn meest recente boek Tegen de kruideniers dit jaar weer een andere uitgever en met name (o ironie!) dan nog De Bezige Bij Antwerpen. Mij stoort dit niet, ik lees met mijn potlood in de hand en ik geniet of ik geniet niet, maar het illustreert wel de malaise in de uitgeverswereld of in de boekenwereld en dan is dit nog iemand die allicht een groot netwerk heeft en goed schrijft en citeert… Ook een dame als Lucienne Stassaert die wel meer boeken op haar naam heeft staan heeft al een ware zoektocht naar een goede uitgever achter de rug. Het zou hier een hele opdracht zijn om al haar voormalige diverse uitgevers te citeren, maar het moeten er minstens zeven of negen of nog meer zijn (Desclée de Brouwer, Orion, Johan Sonneville, Contramine, Manteau, Hadewych, Corrie Zelen, om ten slotte te belanden bij uitgeverij P te Leuven). En ik herhaal het; op zich is dit misschien helemaal niet zo erg maar het bewijst wel dat deze diversiteit of deze wildgroei en woekering van veelal kleine (bibliofiele) en grotere uitgeverijen hier zowel in het noorden als in het zuiden ten koste gaat van de lezer en de boekhandelaar die zich in deze doolhof van al lang gevestigde of uiterst marginale uitgeverijen moet begeven.

Bovendien zijn hier niet minder dan vijf à zes literaire tijdschriften verdwenen (Kruispunt, Kreatief, De Vlaamse Gids, Diogenes, het N.V.T. en in al deze tijdschriften werden nota bene mijn gedichten gepubliceerd!). En ook hier vergeet ik wellicht nog andere namen van andere tijdschriften. Ook het uitstekende Nederlandse tijdschrift Maatstaf (De Arbeiderspers) verschijnt trouwens niet meer. Zoals Parmentier, Gedicht, Kentering, Raam, en zelfs het oudste literaire tijdschrift van ons taalgebied De Gids was bijna verdwenen (verschijnt nu als een supplement bij het weekblad De Groene Amsterdammer), De Revisor (verschijnt nog slechts tweemaal per jaar als een soort halfjaarboek) en wellicht nog andere periodieken.

Maar dat is een ander verhaal. En nu hoor ik u zeggen; nu is alles digitaal. De versnippering, de fragmentering is alom. Wat te doen? is de titel van een boek van V.I. Lenin dat in 1902 voor het eerst verscheen. En ook ik vraag mij af : wat te doen?

Mijn antwoord is duidelijk : ofwel schrijf ik niet meer (uitgesloten), ofwel schrijf en lees ik toch nog onverstoorbaar verder, niet zozeer uit ijdelheid, maar omdat ik weet dat ik iets te vertellen heb (letterlijk en figuurlijk) en altijd maar opnieuw (en niet altijd vergeefs) op zoek ben naar een goed, een onthullend, schokkend, leerrijk en/of gevaarlijk boek.

Het was de nu bijna geheel en al vergeten Nederlandse schrijver Petrus Spigt (een Multatuliaan, vrijdenker en humanist) die voor de inleiding van zijn boek Het ontstaan van de autobiografie in Nederland (Amsterdam : Van Oorschot, 1985) de titel bedacht ‘Wie schrijft die blijft’. En hoewel deze Amsterdammer nog lang leefde (1919-1990) vrees ik dat ook deze spitante Spigt helaas niet in het geheugen van vele lezers en schrijvers is gebleven. Daarvoor was ook hij wellicht te keurig in de contramine.*

Hendrik CARETTE

* De titel van zijn boek over Multatuli (uit 1975) Keurig in de contramine.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche