Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
25 août 2012 6 25 /08 /août /2012 04:29

 

VanrietPartiedecampagne.jpg

Van 9 september tot en met 28 oktober loopt in De Zwarte Panter de tentoonstelling 'Partie de campagne'.

Jan Vanriet schreef zelf een toelichting:

Een paar jaar geleden ontdekte ik Une partie de campagne, de korte film van Jean Renoir (La grande illusion, La règle du jeu) uit 1936, gedraaid naar een verhaal van Guy de Maupassant, de grootmeester in het neerzetten van compacte situaties en het zo treffend schetsen van de codes binnen een burgerlijk milieu. Une partie de campagne vertelt het zondagse uitstapje van een Parijse middenstander met zijn familie naar een uitspanning buiten de stad. Er zijn de rivier, de roeibootjes, de vissteiger en het déjeuner sur l'herbe. Ook zijn er de lokale dandies die voor onverwachte amoureuze tribulaties zorgen. De impressionistische scène met het meisje op de schommel is een icoon uit de cinematografie.

De film werd gedraaid door een jonge, talentvolle equipe, waaronder Luchino Visconti, Jacques Becker en fotograaf Henri Cartier-Bresson. Hij zit vol snedige dialogen en frappeert door het levendige camerawerk. Opvallend is hoe de cineast refereert aan het verleidelijke, zonovergoten oeuvre van zijn beroemde vader, de schilder Auguste Renoir.

Onlangs belandde ik in het dorpje Essoyes, ten zuiden van Troyes, waar ik het zomerkwartier van de Renoirs ontdekte. Op de begraafplaats vond ik ze samen, vader en zoon. Augustes naam staat boven op de gedenkzuil, zo ook zijn bronzen buste. De naam van de zoon is helemaal onderaan gebeiteld, letterlijk een voetnoot.

Het leek me allemaal zo prikkelend dat deze reeks van 71 aquarellen er het gevolg van is. Maar niet alleen de film is aanwezig: ook actuele thema's uit mijn werk, soms autobiografische, klinken hier door.

*

Naast deze omvangrijke reeks aquarellen toont Jan Vanriet grote werken op papier, enkele olieverfschilderijen, tekeningen en een tiental documentaire foto's.

VanrietPartieBOEK.jpg

Bij Ludion verschijnt het boek Partie de campagne, met een begeleidende tekst van Marc Didden. Van dit boek verschijnt een aparte editie op 25 exemplaren met een door de kunstenaar ontworpen foedraal en een mapje waarin twee originele volledig geaquerelleerde gicleeprints.

Partie de campagne, 104 pagina's full color, 24 x 24 cm. Cover: zeefdruk op boekbinderskarton, 24,90 €. De prijs van de bibliofiele editie op 25 exemplaren bedraagt bij voorintekening 450 €, te storten op rekening BE96 0682 0095 2705 van de Vrienden van de Zwarte Panter.

Vernissage zaterdag 8 september van 16 tot 22 uur. Openingswoord door uitgever Robbert Ammerlaan, om 18 uur.

De Zwarte Panter, Hoogstraat 70-74, 2000 Antwerpen.

Donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag van 13u30tot 18uur.

Partager cet article
Repost0
24 août 2012 5 24 /08 /août /2012 19:11

 

Gilliams--heuveltje--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: (c)  Bert Bevers

Hoewel ik regelmatig en telkenmale met genot de poëzie van Maurice Gilliams lees, blijft zijn proza eerder onder mijn radar. Pakte nu Oefentocht in het luchtledige / Winter te Antwerpen (nummer 68 in de reeks Vlaamse Pockets van Uitgeverij Heideland te Hasselt – verschenen in 1962) weer eens uit de kast. Vooral het verhaal Flora diabolica trof me:

Het paradijs, door mijne moeder in een onbewaakt ogenblik met odeurflacons en groentebladeren geschapen, dááraan heeft de Kruidtuin voor mij zijn wondere natuurmystiek te danken. Want de schoonheid van dit eerste opengaan der verbeelding heeft rondom mijn verdere leven zijn nijpende cirkel getrokken, en ik heb de indruk dat elke latere verwondering ook reeds in die eerste verwondering te proeven was.

Natuurlijk weet ik dat Maurice Gilliams in de buurt woonde waarin ik dit zit te schrijven, maar het valt me nu pas op dat hij de Kruidtuin, de Hortus Botanicus (in de Antwerpse volksmond de Botanieken ’Of) in zijn jeugdjaren dikwijls aandeed. Daar kom ik ook bijzonder graag.

Ofschoon we de Kruidtuin regelmatig een paar keren in de week bezochten, nooit waagde ik mij alleen over het heuveltje. Eigenlijk meen ik mij te herinneren, dat het heuveltje een niet al te gunstige faam genoot; want de knusse oude dametjes, met hun parasol, en de profijtige renteniers, met hun ebbehouten wandelstok, hielden zich rustig dichtbij het watervalletje.

Tiens, welk heuveltje bedoelt hij? Als ik aan de Kruidtuin denk, komt me een vlakke rechthoek naast de Leopoldstraat voor ogen. Weelderig beplant weliswaar, maar plat.

Op het geheimzinnige heuveltje hoorde men slechts een paar zotte, ongemanierde kindermeiden stoeien en onbewaakte kinderen kropen lustig de bosjes in en uit. Wanneer ik thans de Kruidtuin bezoek, overvalt me weer dezelfde sombere stemming, zodra ik het heuveltje nader; bij het bestijgen voelt men zich bedreigd door het dichte houtgewas aan beide zijden van het smalle paadje, waar een mufriekende, groene foefeling te ritselen hangt; en komt men ervan afgedaald, dan rijst de hoge, witgekalkte muur van het Sinte-Elisabethgasthuis voor u op met zijn kazerneachtige vensters.

(later, even de hoek om gekuierd) Ah ja, dát heuveltje. Het is er inderdaad, maar vermits ik het smalle paadje amper bewandel heb ik het nooit als een heuveltje ervaren. Maar: het ís er nog immer! Maakte er bijgaande foto’s van. Grappig, ineens oogt de Kruidtuin anders. Voortaan zal het stukje dat hierboven staat beschreven voor mij het heuveltje van Gilliams zijn….

Bert BEVERS

Maurice-Gilliams--heuveltje--c-Bert-Bevers-.JPGFoto: (c) Bert Bevers

Partager cet article
Repost0
24 août 2012 5 24 /08 /août /2012 17:18

 

Wie traditie zegt en de dikke Van Dale genegen is – wat weinigen van ons helaas gegeven is – belandt automatisch bij het voorgaande woord trade-union, wat staat voor vakvereniging, en een bekende vakvereniging in elk land met een minimum aan beschaving – wat velen van deze verenigingen helaas missen – heeft een theatergeschiedenis en daardoor een theatergezelschap dat traditiegetrouw opgesplitst is in meerdere gezelschappen die elk hun theaterorgel hebben – wat de tragiek van het theaterlandschap iets minder theatraal maakt – zodat het theaterlandschap heel wat theaterhelden telt, en een van de bekendste – door zijn bloedeigenste theaterpose – is de komiek Stef Lernous.

 

Deze Vlaamse Heer Bommel was dit jaar de eer gegund theatergeschiedenis te schrijven met het houden van de traditional State of the Union, dat het begin inluidt van het theaterleven, wat aangenaam is voor vele theaterrestaurants, theaterscholen, theatertaxi’s, theaterfestivals, theatercritici, theaterbureaus, theaterwetenschappers, theatertechnici, theateragenda’s, theatertoeschouwers, theatercommunes en last but not least theatermakers. Verwacht wordt – en ook dit is traditie – dat de jaarlijkse theaterheld een theaterbeeld geeft van wat verwacht wordt te zijn of niet te zijn. Zijn theaterbeeld – om een woord uit het theaterjargon te gebruiken – zou er een moeten zijn waarin symbolisch natuurlijk – we zitten nu eenmaal in de theatersport – hard op tafel geslagen wordt, dolken in de rug worden gestoken, een kat een kat genoemd wordt, kortom, dat hij een theaterperspectief maakt waarvan men theaterwapens smeedt. Het resultaat van de verwachting is jammer genoeg jaarlijks een teleurstelling, huizend in de nok van de tragiek. En toch wordt elk jaar heel wat verwacht van The State of the Union. Is Baron Lernous geslaagd waar zijn voorgangers faalden? Heeft hij de poort geopend voor de wederkomst van de verlosser, het huwelijk tussen hemel en hel aangekondigd, het geheim van de Grote Piramide onthuld? Helaas, zijn redevoering was een monoloog waarin hij niets anders dan zichzelf gevonden heeft, voorgesteld en gepromoot.

 

Het eerste woord is belangrijk. Maar ook gevaarlijk. Het verraadt eerder vaker dan zelden het sleutelwoord nog voor het raadsel gesteld is. En het eerste woord van de monoloog van Kolonel Lernous is ik. In de tweede zin komt het tweemaal voor. In het tweede bedrijf van zijn voorstelling schakelt hij over van ik naar wij. Hij waant zich de koning van het theatercircus, een vorm van schuldverdeling. Zuur breekt hem op, en daar hij zich naast een militair ook de woordvoerder van alle theatermakers waant, strooit hij verwijten in het rond en klaagt hij stenen uit de klaagmuur. Bovendien poetst hij holle clichés op. ‘Wij breken in. Wij tonen wat je niet wil zien en daarom kijk je: omdat je het niet wil zien. En daarom is het soms zo moeilijk om te kijken. En daarom kijk je, om wat je niet wil zien.’ In het derde bedrijf verschuift de wij naar jij en zij, zijnde ‘de artiest, een spectaculair en magisch wezen, exclusief als de Fiji-meermin en curieus als de Maagdenburger halve bollen.’

 

In het vierde bedrijf stelt Pastoor Lernous de vraag ‘Wat is het nut van een voorstelling?’ Een pracht van een retorische vraag. Die hij echter ontkracht door er meteen op te laten volgen: ‘Geen idee.’ En daar hij geen idee heeft hervalt hij in het ge-ik. Hij wordt hogepriester, een prediker, een protestant, maar eentje zonder barricade vóór of onder zich. Zodat hij halverwege zijn betoog belandt in de vaststelling ‘Interessant falen is nooit een probleem geweest.’ Waarop een verantwoording volgt die eindigt op ‘de plicht tot risico’. En of die decretaal kan worden vastgelegd. Het risico van het falen is de Z. E. H. Lernous toevertrouwd. Hoewel de producties van zijn gezelschap spectaculair zijn, en dus een flinke mediabelangstelling hebben, missen ze de geest van Antonin Artaud. En toch haalt hij deze theatermaker en -filosoof van onder het stof. Het vervreemdingseffect van Artaud is echter in geen enkele van zijn slachthuizen te vinden. Zodat de vervreemding waar hij oorspronkelijk en oprecht naar streefde algauw gewenning werd. Laat dat nu ook de ziel zijn van het vierde en belangrijkste bedrijf van zijn monoloog. Want ook opgefuckte clichés wennen. ‘We moeten artiesten opnieuw het signaal geven dat alles kan en mag. Alleen zo kom je tot groot werk. Artiesten, breng uzelf terug bij mekaar. Kunst levert kunst op.’ Jaja, kraaien kan iedereen, maar niemand kan kraaien zoals het scheepsmaatje in het kraaiennest bij het zicht van land of een piraat in een mosselschelp.

 

Het laatste en vijfde bedrijf is kort. Zo hoort het ook te zijn. Maar het moet ook krachtig zijn. Kan Kapitein Lernous van het zinkend schip een duikboot maken, een Nautilus? Het antwoord op die vraag is een anekdote over een container die in de Stille Oceaan van een schip valt en 29.000 eendjes uitbraakt. Hij heeft die anekdote nodig om de centrale boodschap van zijn klaagzang vel over been te geven: ‘Alleen een storm kan de objecten losrukken uit zo’n grote zeestroom.’

 

Jammer, jammer, jammer. Stef Lernous is geworden wat hij nooit wilde zijn: een telg van het adellijk geslacht uit de theaterwereld. Het ge-ik van deze clan, met critica Griet Op de Beeck als tamboer-majoor, is in zijn bloed geslopen. Het verwekt zinloze zinnen die geen enkele indruk maken, zelfs geen echo hebben. Geen zin, geen alinea van zijn monoloog kan tippen aan de eerste en de belangrijkste zin uit een voorstelling van Julien Schoenaerts. Dat was tenminste een ik-zin. Maar hij kwam dan ook uit de mond van een jongeling, de titelfiguur Kaspar, en uit de verbeelding van een man, Peter Handke, die wat te zeggen had, zoals uit de rest van de tekst blijkt. ‘Ik wou graag net zo worden als vroeger een ander geweest is.’ Hij zorgde voor de bevrijding van een traject, een kust met een Nieuwe Wereld, de lang verwachte, gewenste, geëiste storm… voor al wie het theater belangrijker vindt dan het privé-leven. Zelfs Leider Lernous wenst het. Maar om dat te kunnen doen moet je het eerst kunnen zeggen.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
23 août 2012 4 23 /08 /août /2012 10:00

 

Annemarie-Estor--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
22 août 2012 3 22 /08 /août /2012 08:40

 

Walter-Soethoudt.jpg

Het is vrij algemeen bekend dat Walter Soethoudt (°1939) allerlei boeken onder diverse pseudoniemen schreef. Minder bekend is dat hij in 1979 enkele gedichten publiceerde: heiligbeen en stuitbeen.

SoethoudtPoezie.jpg

De bundel werd in eigen beheer uitgegeven ter gelegenheid van de 40ste verjaardag van de auteur, op 20 september 1979, in een oplage van 77 exemplaren “voor de vriend- en relatie-, familie- en kenniskring”.

Op 26 oktober 1979 schonk hij mij nummer één, met als opdracht: “voor vriend nummer 1”. Waar is de tijd....

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
21 août 2012 2 21 /08 /août /2012 10:00

 

Maarten-Inghels--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
20 août 2012 1 20 /08 /août /2012 03:46

 

INGHELSfocus.jpg

Onder het motto 'Generatie Nu' staat in Knack Focus (15 tot 21 augustus) een interview van free-lance journalist Geert Zagers (°1983) met Maarten Ingels (°1988) te lezen. Bij wijze van promotie publiceerde Michaël Vandebril volgend citaat op de FaceBook-pagina van 'De jacht op de verloren paling'.

De Pink Poets waren met veertien, maar daar zaten misschien drie goede dichters tussen. Hun impact stelde ook niet zoveel voor: ze mogen zich gelukkig prijzen dat iemand dertig jaar later H.C. Pernath nog kent. Uiteindelijk overstijgt het individu altijd de groep.

Patrick Conrad, met Nic van Bruggen stichter van Pink Poets, reageerde laconiek:

Eén: De groep Pink Poets telde niet alleen dichters. Twee: ik zie niet in waarom de non-impact van de groep, dertig jaar later, mij ongelukkig zou moeten stemmen. Pink Poets stond en staan nog steeds boven dit soort ijdele trivialiteiten. En drie: dat Hugues C. Pernath vandaag nog steeds gevierd wordt is niet meer dan normaal.

Maarten Inghels bond in:

Beste Patrick Conrad, volstrekt gelijk heb je. Dit citaat is weliswaar uit de context gerukt, en nogal scherp op papier gezet, maar dit was een antwoord op de vraag of de pp als literaire stroming indruk maakten / maken. Wat denk jij?

Waarop Conrad de puntjes op de i zette: 'Pink Poets was geen literaire stroming maar eerder een attitude'.

*

Het aantal leden van Pink Poets was beperkt tot dertien. Ziehier de lijst der leden (in volgorde van opname): Nic van Bruggen, Patrick Conrad, Werner Spillemaeckers, Paul Snoek, Henri-Floris Jespers, Michel Bartosik, Hugues C. Pernath, Robert Lowet de Wotrenge, Albert Szukalski, Georges Adé, Michel Oukhow, François Beukelaers en Herman Craeybeckx. Na het overlijden van Pernath werd de zevende zetel bezet door Raymond van den Broeck.

Hieruit blijkt al voldoende dan Pink Poets geen 'literaire stroming' was. Naast schrijvers treffen we immers een zakenman, een plastisch kunstenaar, een inspecteur-generaal van het Onderwijs, een acteur en een rechter.

Het aantal ere-leden was beperkt tot zeven. In alfabetische volgorde: Marnix Gijsen, Maurice Gilliams, Karel Jonckheere, Ivo Michiels, Renier Van der Velden en Paul de Vree.

Tot de derde categorie, de briefwisselende leden, behoorden uitgever Walter Beckers, cineast André Delvaux, maniërisme-specialist Gustav René Hocke (Rome), toneelregisseur Henri Ronse (Parijs), advocaat Paul Smolderen en romancier Guy Vaes.

*

Pink Poets heeft zich qualitate qua nooit geprofileerd als literaire beweging. Misschien zaten daar drie goede dichters tussen, stelt Inghels in het hoger aangehaalde vraaggesprek. Dat is uiteraard zijn goed recht, maar ik ben het met hem niet eens.

'Hun impact stelde ook niet zoveel voor: ze mogen zich gelukkig prijzen dat iemand dertig jaar later H.C. Pernath nog kent.' Net of Paul Snoek, Nic van Bruggen, Patrick Conrad, Werner Spillemaeckers en Michel Bartosik verdwenen zijn in de plooien van de tijd; en er was nooit zoveel belangstelling voor het werk van Pernath dan sinds zijn overlijden in 1975. Ook bij jongere dichters, ik denk hier onder meer aan Yannick Dangre en Maarten Inghels himzelf.

'Uiteindelijk overstijgt het individu altijd de groep', benadrukt Inghels. Hij vindt zich echter wel geroepen een algemene uitspraak over de groep te formuleren. Ik neem daarbij grif aan dat zijn woorden uit de context gerukt zijn, maar hij had er zich misschien beter toe beperkt gewoon te zeggen waarom hij na dertig jaar toch maar gedichten van Pernath voorleest op De jacht van de verloren paling.

Jaja, 'ze mogen zich gelukkig prijzen dat iemand dertig jaar later H.C. Pernath nog kent'....

*

Dit gezegd zijnde, ik ben benieuwd naar de debuutroman van Maarten Inghels, De handel in emotionele goederen(Bezige Bij) dievanaf 3 september in de winkels ligt. In maart verschijnt dan, eveneens bii de Bezige Bij, de tweede roman van Y. M. Dangre (°1987), Maartse kamers.

Henri-Floris JESPERS

Meer over Pink Poets, het interview van Maarten Inghels in Knack Focusen de repliek van Patrick Conrad in aflevering 198 van Mededelingen van het CDR

Partager cet article
Repost0
18 août 2012 6 18 /08 /août /2012 18:08

Na Maurice Gilliams op 10 augustus en Max Elskamp op 11 augustus was gisteren Hugues C.Pernath, een van de legendarische Pink Poets aan de beurt in het historische kader van Godshuis Van Der Biest op de Falconrui te Antwerpen.

PalingMichael.JPG

Michäel Vandebril, aartsengel van Antwerpen Boekenstad en de gedreven motor achter deze zomerse salons was de gastheer. Ingevolge het stijladvies dat hij van Patrick Conrad pp ontving, presenteerde hij de avond in vlekkeloos, maagdelijk wit. De voorgestelde zwarte schoenen ontbraken echter en waren vervangen door dissonante, bruine sandalen.

PalingGerits.JPG

Joris Gerits, secretaris van het Pernathfonds leidde de avond in en situeerde Pernaths poëzie via de vier hoogte- en tevens laagtepunten in diens leven: de relatie met zijn moeder, zijn legertijd, zijn vrouwen en zijn turbulente laatste jaren en plotse dood in de Antwerpse VECU (Vereniging voor Europese Culturele uitwisseling).

PalingInghels.JPG

Dichter Maarten Inghels betuigde onomwonden zijn liefde voor Hugues C.Pernath. Hij was inmiddels bekomen van de repliek van Patrick Conrad naar aanleiding van het interview in Knack Focus. Een ironische Inghels excuseerde zich voor zijn uitspraak die door stokebrand Michaël op de Facebookpagina van De jacht op de verloren paling was geplaatst. Vervolgens droeg hij heel bevlogen drie gedichten van Pernath voor: een uit de Soldatenbrieven, vervolgens 'Mantis', en tot slot het ontroerende 'Ik treur niet, geen tederheid trekt mij aan'.

PalingLauwaert.JPG

Het decrescendo werd toevertrouwd aan Guido Lauwaert die de avond mocht afsluiten. Pernath was voor hem de aanleiding om terug te blikken op zijn eigen wilde jaren, zijn heroïsch avontuur met de Nacht van de Poëzie in Vorst en andere sappige details.

PalingMuziek.JPG

De wondermooie muzikale intermezzi werden verzorgd door accordeonist Rein De Vos en contrabassist Filip Vandebril. Zij speelden onder andere La Foulevan Piaf, Out ofNowhere, Volveren Double Scotch.

Onder de aanwezigen: Yannick Dangre, Annemarie Estor, Lies Van Gasse, Stefaan Goossens, Sieglinde Van Haezebrouck, Jeroen Kuypers en Carl De Strycker, kersvers directeur van het Poëziecentrum.

Frank DE VOS


Meer over de leden van Pink Poets, het interview van Maarten Inghels in Knack Focus en de repliek van Patrick Conrad in aflevering 198 van Mededelingen van het CDR.

Partager cet article
Repost0
17 août 2012 5 17 /08 /août /2012 23:28

 

Auke-van-der-Heide--foto-Siti-Wahyuningsih-.jpg

(Foto: Siti Wahyuningsih)

Als we Sluis (Sluus), dat ontegenzeglijk oogt als een stadje maar amper tweeduizend inwoners telt, even buiten beschouwing laten is de meest westelijke echte stad van Nederland Vlissingen. Daar houdt het land op, voor treinreizigers althans. Aan de overkant ligt het Verenigd Koninkrijk. Het is een beeldschone stad, en voor mij een heel speciale omdat mijn vader beatae memoriae er ter wereld kwam. Ik zal er binnenkort weer eens heen gaan, want ik heb nu een mooie aanleiding: een tentoonstelling van Auke van der Heide. Deze sympathieke en getalenteerde beeldend kunstenaar exposeert er vanaf 9 september Herinneringen in gewassen inkt in de galerie Wall Street Twenty Five aan de Walstraat 25 (mijn vader heeft daar vlakbij gewoond, in de Schelde- en de Paul Krugerstraat).

Auke van der Heide (° Oost-Souburg, 1957) maakte een serie grote gewassen inkttekeningen naar aanleiding van herinneringen. Aan een jeugd vol verhalen van de mensen in zijn omgeving. Mensen die zelf ook vol herinneringen zaten. Over Vlissingen, over de Schelde, over de bombardementen in de oorlog. Ik zag er nog niets van maar het moet de moeite waard zijn, want alles van Auke is de moeite waard. Neem maar eens een kijkje op www.aukevanderheide.nl

De opening vindt op zondag 9 september om 15.00 uur plaats. Wall Street Twenty Five is van donderdag tot en met zondag geopend van 13.00 tot 17.00 uur. Vergeet ook niet even op de boulevard te gaan wandelen….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
16 août 2012 4 16 /08 /août /2012 10:00

 

Jo-Gisekin--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche