Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
23 novembre 2012 5 23 /11 /novembre /2012 08:03

 

ZachtLawijd11drie.jpg

Eergisteren viel de jongste aflevering van Zacht Lawijd  in de bus. Op de cover: vier redacteurs van Restant. V.l.n.r. Jotie T'Hooft, Luk de Vos, Hedwig Speliers en Jan Uyttendaele.

Bij herhaling heb ik er hier zonder enig voorbehoud op gewezen dat al wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de Nederlandse en Vlaamse literatuur zonder meer aangewezen op Zacht Lawijd.

In elke aflevering brengt het (zorgvuldig uitgegeven) tijdschrift telkens opnieuw boeiende, zorgvuldig gedocumenteerd en bovendien meestal onthullende bijdragen.

In de jongste aflevering buigt Eke Brems (°1971) zich over de de briefwisseling van twee intellectuele vrouwen aan het einde van de negentiende eeuw, Hilda Ram en Marie Elisabeth Belpaire. Twee schrijvers waar het wel stil over geworden is, Jan Greshoff en Etienne Leroux, worden treffend opgeroepen door J.C. Kannmeyer (1939-2011). Stijn van Clooster (°1974) neemt de receptie van de poëzie van Maurice Gilliams onder de loep en Jan Stuyck (°1971) vraagt terecht aandacht voor het constructivistische maar niet minder sprankelende experimentele werk van de onvolprezen Mark Insingel (nota bene bijzonder gewaardeerd door Gilliams, dat kan ik alleszins bevestigen).

De bijdrage van Tjerk Noordraven (°1987) over Jotie T'Hooft was wel dé verrassing. Ik wist nl. niet dat cult-dichter Jotie T'Hooft zich ook gemanifesteerd heeft als Charles-Louis D'Haene...

*

Meer in een volgende aflevering van het tijdschrift Mededelingen van het CDR...

Henri-Floris JESPERS


Zacht Lawijd, literair-historisch tijdschrift, jg. XI, nr. 3 [juli-augustus-september 2012], 119 p., ill. Los nummer: 9 €.

Abonnement voor een jaargang (4 nrs.): 30 €. Opgave van abonnementen bij de administratie:

België:

Garant Uitgevers, Somersstraat 13-15, B-2018 Antwerpen. E: uitgeverij@garant.be.

Nederland:

info@letterkundigmuseum.nl

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article
22 novembre 2012 4 22 /11 /novembre /2012 18:44

 

Vermeersch.jpg

De meest markante moraalfilosoof van België heeft geen spelletje nodig om de slimste mens ter wereld te zijn, want het eigen land, zou Etienne zeggen, is voor de meeste mensen de wereld, nietwaar?

 

Terwijl ik de eerste regels schrijf is Etienne Vermeersch, emeritus hoogleraar universiteit Gent, op weg naar het UZGent voor een riskante hartoperatie. Ik reis met hem mee, kan hem volgen want ik ken de weg. Beiden zijn we hartpatiënten en zijn vertrouwd met het team dat de ingreep zal uitvoeren. Het gekke is dat ik ongeruster ben over de ingreep die hij moet ondergaan dan eerder welke ik ooit zelf heb meegemaakt. De reden is niet ver te zoeken. Hoewel ik nooit college bij hem heb gevolgd, heb ik veel van hem geleerd. Hij had nu eenmaal de kracht en de kennis om de vechtlust van een mens van de vuist naar de tong te verleggen. Deze jongen is daar het mooiste voorbeeld van. Zijn kracht lag openlijk voor het grijpen in twee sleutelwoorden: logica en poëzie.

 

Je moet geen metselaar zijn om te weten of een muur goed gebouwd is. Als je aandachtig genoeg toekijkt weet je het wel. Hetzelfde geldt voor poëzie. Voor professor Vermeersch staat poëzie op gelijke hoogte met filosofie. Ze staan los van elkaar en zijn toch nauw met elkaar verwant. Dat bewees hij door een stelling te laten beginnen met een vers. In het Grieks, Latijn, Engels, Frans, Duits… en er dan meteen de vertaling op te laten volgen. En was het niet bij aanvang, kon het midden in een pleidooi zijn, of als slot van een mening. In het eerste hoofdstuk van zijn milieufilosofisch essay De ogen van de panda citeert hij Sophocles, ‘polla ta deine, k’ouden antrāpou deinoteron pelei’: ‘veel is geweldig, maar niets is geweldiger dan de mens’. Waarop volgt tot wat de mens gerealiseerd heeft en in staat is dankzij zijn denkvermogen. Maar op kousenvoeten komt hij tot het besluit dat het gevleugeld denken, zoals hij het noemt, van de mens ook een gevaar voor de wereld én de aarde is. Dat hij verworden is tot een opbouwende vernietiger.

 

Maar niet enkel de klassieke poëzie verwerkt hij in zijn opinies. Ook de hedendaagse lag hem na aan het hart. Vooral de poëzie van Hugo Claus inspireerde hem, al vergat hij niet af en toe kritisch te zijn, om via kritiek Claus’ dichterlijk meesterschap te onderstrepen. ‘Het verrassende bij Claus is,’ zei hij, toen ik hem interviewde voor de Poëziekrant [4 – 2002], ‘dat hij van het ene been op het andere kan springen. Op een verheven vers volgt een banaal vers. Of hij schuift er weer een cliché tussen. Hij speelt met de verrassing.’

Hier verraadt zich niet enkel de poëzieminnaar maar ook de filosoof en zijn rationaliteit. De passionele liefde was hem totaal vreemd. Hooguit een vage vorm van melancholie, die hij mathematisch benaderde en zijn analyse aansluitend bestempelde als een persoonlijke kwestie. Vanuit die mix kon hij prachtig twee tegengestelde dichters zo tegen elkaar uitspelen dat je er werkelijk niet zo’n klein beetje slimmer van werd. Bijvoorbeeld Leonard Nolens versus Paul van Ostaijen.

 

Aan het lezen van Etienne Vermeersch / een zoektocht naar waarheid, een interviewboek van Dirk Verhofstadt uit 2011 heb ik heel veel plezier beleefd. Dirk Verhofstadt is erin geslaagd het universele denken van Etienne Vermeersch te bundelen in 24 hoofdstukken. Bij momenten hoopte ik dat de interviewer dieper ingaat op een kwestie. Die hoop ontstond door het gevoel dat de geïnterviewde de interviewer uitdaagt. Verhofstadt neemt de uitdaging aan, helaas niet altijd. En, mijns inziens, heeft Etienne Vermeersch er ook zo over gedacht, maar paste, omdat je dan niet één fors boek nodig hebt maar een veelvoud er van.

 

Professor Vermeersch was / is altijd een uitdager geweest. Niet zozeer om zijn gelijk bevestigd te zien, maar om via een sterk tegenargument zelf uitgedaagd te worden zijn gelijk te verstevigen. Daarin bewijst zich de waarde van een debater. Moraal moet / moest voor Vermeersch altijd onderwerp van discussie zijn. Want moraal is geen staaldraad maar een veer. Om dat te bewijzen viste hij in de vijver van de geschiedenis en wist altijd de juiste praktische of morele gebeurtenis te voorschijn te toveren. Toveren is het juiste woord, wegens het feit dat hij de geschiedenis achter de geschiedenis kende / kent.

 

De grootste moeite heb ik gehad, bij het schrijven van deze simpele hommage, om het gebruik van de tijdsvorm. Waarschijnlijk is de ingreep momenteel aan de gang. Ik hoop werkelijk dat hij het haalt en dat de verleden tijd nog niet voor Etienne is. Nog lang niet. Want net als Louis Paul Boon heeft professor Vermeersch de mensen een geweten trachten te schoppen. Zij het op een andere manier. Via de weg van de moraalfilosofie. Ik wil dat hij dat nog verder kan doen. Dat hij ontwaakt, herstelt en nieuwe energie vindt. Om blijvend kritiek te geven. Die was nooit beledigend en zal nooit beledigend zijn. Daarvoor had hij te veel respect voor de mens. Elke mens. Die van de volksbuurt stond / staat [verdomde tijdsvorm] voor hem op gelijke hoogte met die van de aula.

 

Aan het slot van het interviewboek Van Dirk Verhofstadt relativeert Etienne zijn aandeel in de benadering van de moraal in eeuwigdurende beweging. Ten onrechte, maar het is zijn recht dat te doen. Wat hem dierbaarder is het belang van de relativering in ons zijn en denken. Waarop hij zijn eindbesluit begint met ‘Ik zou het liefst hebben dat een aantal mensen zegt dat ze mij een goed mens vonden. Meer moet dat niet zijn.’

 

Etienne, vanaf mijn klavier aan de rand van jouw en mijn geliefde Gent, hoop ik dat ik vanavond een fles Pomerol mag ontkurken en niet met een droef hoofd in een hoekje moet kruipen. Jij hebt het denken van zo velen aan het bruisen gebracht. Niemand is onmisbaar, maar een kleine minderheid van de bevolking verdwijnt maar langzamer. Jij behoort tot die kleine maar heerlijke club. Heel langzaam verdwijnen, ooit, maar nog lang niet, door de sociale waarde van je moraal in verstandhouding met de kunst, in het bijzonder de muziek en de poëzie, waarin je, zoals je ooit tegen me zei, ‘In het lezen van een gedicht vind ik rust. Innerlijke rust.’

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
22 novembre 2012 4 22 /11 /novembre /2012 10:08

 

Willem-Persoon--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
21 novembre 2012 3 21 /11 /novembre /2012 10:00

 

Val.jpg

De film The Fall of the Roman Empire  van Anthony Mann, uit 1964, weer eens bestudeerd. Een bijzonder mooie verbeelding van de periode waarin Marcus Aurelius’ einde nadert, en die waarin zijn zoon Commodus de boel naar de Filistijnen helpt (het kassucces Gladiator  haalde hier de mosterd). Goeie rolprent. Vooral de evocatie van de begrafenis van Marcus Aurelius is bijzonder knap. Het geluid van de treurende legioenen grijpt je werkelijk naar de keel. Alec Guinness is sterk als Marcus Aurelius, Sophia Loren beeldschoon als altijd en Christopher Plummer laat zien dat hij een veel betere acteur is dan men van hem denkt. Overigens kon de hele val natuurlijk moeilijk worden verfilmd, zoals de introductie al duidelijk maakt: The fall of the Roman Empire wasn’t an event, but a process. It lasted over three hundred years. Some empires didn’t last as long as Rome fell.

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
20 novembre 2012 2 20 /11 /novembre /2012 12:00

 

frans_dhaese.jpg

Dit is een tijd van haken ogen,

van stram en krom gebogen,

van lukraak slaan en

de bal verliezen,

naar het doel toelopen en

toch moeten kiezen,

van krimpen om te rijzen,

en reizen om te vergeten:

 

Ik heb slechts 1 paar schoenen en

een weg om uit te lezen

Lebuïn D’Haese, Antwoord in crisistijd.

 

Mijn warme kunstvriend, Hobokenaar Lebuïn D’Haese (Sint Niklaas, 13 juni 1956) is vooral gekend als beeldhouwer met vele tentoonstellingen in België, een aantal Europese landen, Bolivië en Chili. Hij is de neef van de illustere Roel D’Haese (1921-1996). In tal van galerieën en beeldentuinen behoort zijn werk tot de permanente collectie.

Tot 16 december loopt een grote overzichttentoonstelling van zijn beelden, etsen en tekeningen in kasteel Sorghvliedt en in de recent gerestaureerde orangerie te Hoboken, te bezoeken op zaterdag en zondag van 14u tot 17u in de Marneflaan.

In 2008 verscheen Ook uit blauwe lucht valt regen, een lijvig fotoboek met 24 gedichten van D'Haese, illustraties bij zijn beelden. D’Haese is inderdaad een dubbeltalent. De catalogus die tijdens de expositie aan elke bezoeker gratis wordt aangeboden, kreeg de vorm van een rijk geïllustreerde gedichtenbundel waarbij de 21 gedichten naast de afbeeldingen werden geplaatst of er doorheen werden geweven.

In 2010 werd D'Haese uitgenodigd voor een tentoonstelling in Chili. Daar schreef hij zijn Berichten uit Isla Negra die nu in de bundel werden opgenomen. (Isla Negra is een dorpje aan die immense Chileense kust waar Pablo Neruda zijn huis liet bouwen.) Deze cyclus met 11 gedichten vertrekt vanuit zijn 'pure ervaring' waarin hij als een bevlogen waarnemer balanceert tussen 'eenvoudig als gewoon bewogen' en de donkere ‘woelende koppen van woede / kracht met een grote grijns.

DSC02020.JPGLebuïn is een onderzoeker van de mens in zijn wereld. Betrokkenheid en sociaal engagement is de habitat waarin hij leeft en waarin hij zijn terracotta beelden samen met zijn verzen laat groeien. Steeds kijkt hij 'Door het raam'/ mijn kader op de wereld / mijn zicht' .Opvallend zijn De reikende armen van Lebuïn D’Haese die terug komen in veel van zijn figuren; verlangende armen die als ankers worden geworpen naar de weidse buitenwacht. Zijn kunst is 'een open huis met welbespraakte bewoners vol kleurrijke tattoos'. Heel bewust kiest hij daarom voor de figuratieve vorm met beelden die direct aanspreken. Zijn poëzie is even transparant en ademt in dezelfde terracotta die is gepoot in de geur en kleur van warme gebakken aarde.

DSC02022-copie-1.JPG'Een beeldhouwer naar mijn kapershart die zijn verzen beeldend muzikaal boetseert tot lavend schuim, ondanks alles tegen de oppervlakkigheid en onttovering in', schrijft Peter Holvoet-Hanssen in het voorwoord.

Het opus van Lebuïn is een ‘Infiniti” en kent dus geen einde. Het is een oceaan 'gegriefd blijft ze rollen en slaan / bijt ze vast naar los….loopt om en uit / vloedt op en ebt / is en was...’

Frank DE VOS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
20 novembre 2012 2 20 /11 /novembre /2012 10:00

 

Maud Vanhauwaert (foto Bert Bevers)

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
17 novembre 2012 6 17 /11 /novembre /2012 16:53

 

Ernest

In de jaren vijftig-zestig van de voorbije eeuw is een tweede generatie constructivisten tot volle ontplooiing gekomen. Onder hen neemt Guy Vandenbranden (°Brussel, 1926) een centrale plaats in. In 1952 koos hij resoluut voor de abstractie en werd lid of medeoprichter van de kunstgroepen Art Abstrait (1952), Formes (1956) en Art Construit (1960). Deze drie groepen hadden Brussel als basis.

 

Vanaf 1960 woont en werkt hij in Antwerpen. Even die periode oproepen. 1958, de Wereldtentoonstelling in Brussel is een groot succes. Een groep Antwerpse kunstenaars vindt dat ze niet voldoende aan bod komen in deze wereldparade in het verre Brussel. Met de gekende Antwerpse bescheidenheid menen ze dat het centrum van de kunstwereld zich in de metropool bevindt. G58 of Groep 58 Hessenhuis is geboren. Guy Vandenbranden zal hiervan geen lid zijn. Hij vertoefde toen nog te Brussel. Wanneer in 1960 als reactie op G58 de progressieve kunstenaarsgroepering de Nieuwe Vlaamse School werd opgericht, was Guy Vandenbranden er wel bij. Hij ondertekende samen met onder meer Jef Verheyen, Vic Gentils, Jef Kersting e.a. een manifest mede opgesteld door Paul De Vree, dat kritiek leverde op de toen heersende politiek op het vlak van beeldende kunsten, maar tevens de begrenzing van de kunst wilde overschrijden en de vraag stelde: ligt de universaliteit in de begrenzing ? Tussen 1960 en 1965 organiseerde de groep in binnen- en buitenland tentoonstellingen, of participeerde erin. Voor het eerst sedert de Tweede Wereldoorlog werd de draad van het modernisme en de avant-garde opnieuw opgepakt. Guy Vandenbranden was een sleutelfiguur hierin. Hij werd later een van de drijvende krachten van het kunstcentrum VECU in de historische stadskern van Antwerpen.

 

Als constructivist kon hij een zevental grote integratieprojecten in de architectuur uitvoeren, onder andere een muurschildering van niet minder dan 2,2 m hoogte en 100 m lengte in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Een primeur: deze muurschildering zal gerestaureerd worden door de afdeling Conservatie/Restauratie van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen. Ook Kunst op de Campus van de Universiteit Antwerpen beschikt over een mooie collectie van zijn werk.

 

Nog maar enkele maanden geleden was Guy Vandenbranden een van de sleutelfiguren in de expositie De Achtenvijftigers in het ING-Gebouw in de Lange Gasthuisstraat te Antwerpen, met werk uit de ING-collectie. En in het MuHKA is thans werk van hem uit 1956 te bewonderen in de tentoonstellingsreeks: Nieuwe kunst in Antwerpen 1958-1962 – aflevering: 4 Centrum voor hedendaagse kunstuitingen. Op donderdag 22 november e.k. te 19 h organiseren de Vrienden van het MuHKA een verdiepingslezing / interview over en met deze artiest. Ik zal een lezing houden over de Europese uitstraling van deze kunstenaar onder de titel: “De constructivist Guy Vandenbranden en de peregrinaties tussen de steden Brussel-Antwerpen-Amsterdam-Milaan-Düsseldorf”.

 

De vormen en de kleuren die de kunstenaar gebruikt, evenals de ruimte die ze innemen en de compositie, kenmerken zich door een volkomen autonomie. Vooral worden meetkundige vormen gebruikt als de cirkel, de ellips, de rechthoek, het vierkant, de driehoek, de lijn en de kruising of versnijding van geometrische vormen.

 

Zijn kleuren geven een apart accent aan de abstracte vormentaal. In zijn beginperiode zijn de werken eerder zwart-wit. Later mengt hij de basiskleuren tot nieuwe samenstellingen.

 

Ik kom tot een besluit. Het is berekening contra spontaneïteit, programmering tegen informeel, discipline versus improvisatie. Gedurende zes decennia is hij op streng geometrische manier op zoek naar zijn essentie van de schilderkunst en heeft hij als rasecht artiest eigentijds constructief werk gecreëerd van blijvende waarde.

 

Ernest VAN BUYNDER,

voorzitter Vrienden van het MuHKA.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
15 novembre 2012 4 15 /11 /novembre /2012 10:00

 

Rudy-Witse--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
13 novembre 2012 2 13 /11 /novembre /2012 05:01

 

Joachim-Pohlmann--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
12 novembre 2012 1 12 /11 /novembre /2012 04:02

 

pdvJohanPas2.jpg

Heldere maar niet minder gestoffeerde uiteenzettingen van Dirk de Geest, Patrizio Peterlini en Gerrit Jan de Rook; persoonlijke getuigenissen van Adriaan de Roover en Henri-Floris Jespers; veel publieksbelangstelling: het internationale symposium over Paul de Vree was bijzonder geslaagd.

Philip Meersman (die zopas een bundel publiceerde) bracht een luide hommage aan De Vree, waarbij Alain Arias-Misson meteen aansloot met een geïmproviseerde voetnoot zonder woorden....

Geconfronteerd met de vraag van Jan de Vree of visuele poëzie gerekend moet worden tot literatuur of grafische kunst luidde het antwoord van Sarenco onomwonden: tot de poëzie. Hierbij sloot hij aan bij het inzicht van Jean Cocteau die zelf zijn oeuvre indeelde als poésie de roman, poésie de théâtre, poésie critique, poésie graphique, enz.

pdvJohanPas.jpg

Tot slot van het symposium werd het boek van Johan Pas voorgesteld, Neonlicht. Paul De Vree & de neo-avant-garde, alsmede de vinyleditie van eerder onuitgegeven stemopnames van De Vree bijeengebracht door Dennis Tyfus. Thomas Crombez presenteerde de digitale versie van De Tafelronde.

Meer ten behoeve van de abonnees in een volgende aflevering van het tijdschrift Mededelingen.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche