Quantcast

Théâtre

Mardi 4 juin 2013 2 04 /06 /Juin /2013 18:20

 

Kasimir.jpg

Theater Malpertuis uit Tielt en Unie der Zorgelozen uit Kortrijk hebben de handen in elkaar geslagen en een bewerking gemaakt van de klassieker Kasimir en Karolien van de Oostenrijkse romancier en toneelschrijver Ödön von Horváth (1901-1938). Een zeer geslaagde voorstelling die enkel geplaagd werd door het gure weer. Gelukkig werden er dekens uitgedeeld, zodat de toeschouwers anderhalf uur lang warm hadden, in geest en lichaam.

 

De auteur schetst een messcherpe analyse van een totaal verrotte maatschappij, als gevolg van de economische crisis van de jaren twintig, die geleid hebben tot de bankencrisis en de internationale schuldencrisis begin van de jaren dertig. Bij Horváth ontbreekt elke ideologische vastlegging, en dat is hoogstwaarschijnlijk de reden dat zijn werk bij een grote of een kleine crisis getoond en zijn boodschap moeiteloos begrepen kan worden. Peter Handke verkoos het boosaardige realisme van Horváth boven de pedante toon die Brecht er met zijn stukken probeerde in te hameren. Tevens is het zo dat de Oostenrijker één van de geestelijke vaders was van Rainer Werner Fassbinder en Franz Xaver Kroetz.

Geert Six heeft het stuk naar zijn hand en de geest van de tijd gezet. De tekst loopt vlot, de dialogen zijn puntig, de karakterschetsen helder. De dramaturgie van Piet Arfeuille is logisch. Hij koos, voor de voorstellingen in Kortrijk, als locatie een uitgeleefde achterzaal van een bruin volkscafé dat [met tribune] werd omgebouwd met de toepasselijke naam ‘t Voorgeborchte. Op het speelvlak flipperkasten, een popcornmachine, een jukebox, salonmeubilair uit de glorieperiode van de Mechelse meubelfabrieken. De tijd? Tijdens de jaarlijkse buurtkermis met een achtbaan die zoals gebruikelijk maar zeven hindernissen telt, wegens de beperkte ruimte in de wijk. Het artistiek team van beide initiatiefnemers koos voor een mix van beroeps en amateurs. Het resultaat is zoals het leven is: een roetsjbaan van verrassende momenten; soms haperende, af en toe kruipende, bij momenten voorwaarts snellende.

Het oorspronkelijke verhaal concentreert zich op de twee titelpersonages. Kasimir verliest zijn job en ziet de toekomst zwart in. Wanhoop. Karolien houdt van hem, blijft van hem houden maar neemt af en toe afstand en flirt er op los, om zijn lust te prikkelen. Somberheid kent zij niet. Hoop.
Geert Six heeft zowel in zijn bewerking als in zijn regie de problematiek opengetrokken en over alle personages verdeeld. De politicus, de ondernemer, een van zijn bedienden, zijn dementerende moeder, een paar tooghangers, de kroegbazinnen, zonder van de hoofdlijn af te dwalen. Een mooie prestatie. Het stuk wordt er actueler door en leent zich makkelijk om gesmaakt te worden door zowel de ervaren als onervaren toneelganger. De passerende schlagers worden soms zachtjes gemurmeld door het publiek. Zoals dat nu er eenmaal aan toe gaat in volkscafés. Publiek leeft mee. Missie dus geslaagd.

Het meest verbazende aan deze voorstelling is de sterke inleving van de acteurs in hun personages én ‘t geblokte samenspel. Het maakt dat geen onderscheid valt op te maken tussen beroeps en amateurs. En dat is heerlijk want beroeps zijn in wezen veredelde amateurs. Tamara Tanghe [Karolien] lijkt geboren voor haar rol, al zal zij ongetwijfeld het hele scala van karakters aankunnen. Een bijzondere ruiker voor Christine Van de Voorde [Irma Tant]. Ze is werkelijk grandioos in haar personage van dementerende vaste klant en moeder van één van de tooghangers. Ze zegt weinig, halve woorden, klanken, maar werkelijk ontroerend hoe ze vecht tegen haar onmacht.

Eigenlijk verdienen alle spelers een pluim. De enige die wat tegenviel is Stijn Minne als Kasimir. Zijn mimiek en motoriek is al te beperkt en omdat hij niet weet waar met zijn handen te blijven, zitten ze driekwart van de voorstelling in zijn broekszakken. Het kan een regieaanwijzing zijn, want een man masseert zijn ballen bij hoge vreugde, diepe treurnis en brede twijfel. Was dat zo, dan had hij er zelf varianten op moeten vinden.

De gewesttaal stoort niet, al faalt wel eens de articulatie. Zodat een Limburger zich zou kunnen afvragen of de apparatuur van de boventiteling niet vergeten werd in het thuisatelier.

Zonder fout leeft niemand wel. Overal is wat, en als daar rekening mee wordt gehouden, en dat moet, zorgt de voorstelling voor een heerlijke toneelavond.

Guido LAUWAERT

www.uniederzorgelozen.be/ www.malpertuis.be

In de Scala, Pluimstraat 7, Kortrijk.

Er zijn enkel nog plaatsen voor vrijdag 7 juni
Een extra voorstelling op zondag 9 juni om 20u15

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 27 mai 2013 1 27 /05 /Mai /2013 19:00

 

Johan Simons

Johan Simons opnieuw artistiek leider NTG


Na vijf jaar München, als intendant van Münchner Kammerspiele keert Johan Simons terug naar het NTGent.

Guido Lauwaert heeft dit al op 18 april hier voorspeld.

http://mededelingen.over-blog.com/article-keert-johan-simons-terug-naar-gent-117179084.html

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 26 mai 2013 7 26 /05 /Mai /2013 19:30

 

roodWO

Wim Opbrouck en Servé Hermans

 

Te veel hulp kan averechts werken’, schreef een opiniemaker vorige week in NRC Handelsblad. De zin maakte een grote sprong voorwaarts, halverwege de voorstelling Rood, de laatste nieuwe productie van het seizoen van NTGent. Dat lag niet aan de prestaties van de acteurs, maar komt geheel op rekening te staan van de auteur, John Logan [1961]. Voor zijn tweemansstuk uit 2008 kreeg hij in zijn thuisland, Amerika, zes Tony Awards. Je vraagt je af wat de jury bezield heeft.

 

De abstract-expressionistische schilder Mark Rothko [1903-1970] werkt aan een grote opdracht voor een restaurant. Na overleg met de architect heeft hij besloten alle muren te behangen met zijn schilderijen, ‘de compositie van een fuga’, zoals de auteur de schilder in de mond legt. Een assistent zal hem bijstaan. Een loopjongen die de borstels moet reinigen, de doeken ophangen, de verf mengen, de koffie zetten en de asbakken legen. Verloopt het contact tussen schilder en assistent bij aanvang stroef, gaandeweg wordt het losser. Halverwege het stuk wordt de assistent mondiger, durft een eigen mening te uiten, tot hij de taalmacht van de schilder overneemt en aan het eind de schilder overlaadt met verwijten. Het afscheid is in mineur. Geen verzoening. Beiden blijven op hun standpunt staan.

 

Het zou een pracht van een dialoog kunnen worden. Het toneelstuk is helaas een collage van citaten van de schilder en een samenraapsel van fragmenten uit interviews, kritieken, beschouwingen van kenners en reacties van bezoekers van vernissages. Die manier van werken kan een mooi beeld vormen over het leven en werk van een kunstenaar, een wetenschapper of een gerenommeerde politieke familie, zoals Luk Perceval bewezen heeft met zijn bezielde voorstelling The truth about the Kennedy’s, dat geconcipieerd was uit zowat honderd jaar reportages en standpunten uit kranten en weekbladen.

 

Rood daarentegen bulkt van de clichés. De auteur heeft er zich gemakkelijk van af gemaakt. Een tussendoortje lijkt het wel, een lesje in kunstgeschiedenis vertrekkend van het werk van Mark Rothko, zodat van Michelangelo tot Warhol een hoop schilders aan de beurt zijn. De meeste krijgen de grofste verwijten naar het hoofd geslingerd [schoorsteenstukken!], hun leven is een verraad aan de kunst en een omhelzing van de commerce. Alleen Caravaggio en Van Gogh worden gespaard. Slechts hij, Rothko, is een genie.

 

Halverwege de voorstelling neemt de assistent, zoals eerder gezegd, de macht over. Al te duidelijk voor de toeschouwer wordt dat de auteur aan het eind van zijn Latijn was en een plotwending nodig had om de boel draaiende te houden. Pijnlijk. De dood van zijn ouders, ze werden vermoord, en samen met zijn kleine zusje ontdekt hij ze, liggend op het bed en overal bloed. Plassen, spatten. Overheersende kleur rood uiteraard, want blauw bloed bestaat alleen bij gratie van de pretentie. Meer dan een sfeerbeschrijving is er niet en brengt niets bij aan het verdere verloop van het verhaal, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is met de dood van de ouders van George in Who’s Afraid of Viriginia Woolf?

 

Nu zou gesteld kunnen worden dat de meningen van Mark Rothko over de schilderkunst van de jaren vijftig en zestig wel bekend zijn bij de kenners, maar dat John Logan zijn stuk niet voor hen heeft geschreven, maar voor de mensen die niet vertrouwd zijn met de achtergronden van de schilderkunst uit de tweede helft van de twintigste eeuw. In dat geval moet je met een meer gedreven werkstuk voor de dag komen. Met wat de barbaar, zoals Rothko de niet-kenner beschrijft, nu geserveerd krijgt, krijgt hij geen bliksem op het hoofd zoals Paulus op weg naar Damascus.

 

De voorstelling zou nog te redden zijn met knap acteerwerk. Helaas speelt de assistent [Servé Hermans] volgens het boekje. Hij verheft zijn stem wel eens, naar het einde toe dreigender, maar mist elke vorm van inleving. Het nasale tot banale getild. Om de meubelen te redden was er dus enkel nog de figuur van de schilder. Wim Opbrouck haalt alles uit zijn kast, speelt vanuit de buik waarin zowel de ziel als het hart zijn gezakt. Een rijke rits van over elkaar buitelende denkbeelden, opinies, ideeën, inzichten met een coloratuur waar je enkel verbaasd van kan staan. Zijn besef dat hij, naast acteur, een tekenaar is maar geen schilder spat de zaal in. Het spel van Opbrouck zou aan kracht gewonnen hebben, als hij geen ervaren acteur als tegenspeler had, maar een debutant. Servé Hermans is niet in staat een jonge schilder te tonen, die gaandeweg zijn waardering voor de meester verliest. Inziet dat schilders ook maar grutters zijn, zelfs al geven ze, zoals het geval was met Rothko, hun opdracht terug.

 

Dat de voorstelling in Arca speelt en niet in de schouwburg is het redden van de tuinmeubelen. De architectuur van het tweede plateau ligt in de logica van het opzet. Heel wat kunstenaars hebben hun atelier in een voormalige toonzaal, fabriekshal, vervallen schoolgebouw… of een garage, wat het Arca-pand oorspronkelijk was.

 

De laatste productie van het seizoen is helaas geen vlieger met een mooie staart. Hij plakt wel op de huid en de tong van Wim Opbrouck. Daardoor ontstaat echter de gedachte of een jaarprogramma gekozen is om een acteur zijn pleziertje te gunnen en de toeschouwer daar vrede moet mee nemen. De toeschouwer beschouwen als bekende buur in plaats van geliefde verwant, is een gevaarlijke gedachte.

Guido LAUWAERT

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 25 mai 2013 6 25 /05 /Mai /2013 23:49

  jerome-reehuis.jpg

In zijn woonplaats Amsterdam is in de nacht van donderdag op vrijdag 17 mei de acteur Jérôme Reehuis overleden. Op 7 juli 1939 werd Reehuis geboren in Apeldoorn. Nederlander van geboorte voelde hij zich echter meer verbonden met Vlaanderen. Door zijn levensstijl, Bourgondisch, en zijn speelwijze, een volvette brok barok . Echt een type voor een andere barokengel, Hugo Claus. In diverse van zijn stukken en films speelde hij een prominente rol.

 

Na een opleiding aan de toneelschool van Maastricht, week Reehuis uit naar Vlaanderen, waar zijn speelstijl meer waardering vond. Meestal gebeurt net het omgekeerde; alvorens waardering in eigen land te vinden moet men eerst naar het buitenland. Om die reden vond hij pas op latere leeftijd de erkenning die hij verdiende. Onder meer met de filmrol Napoleon in De boezemvriend 1982 van regisseur Dimitri Frenkel Frank. Zijn laatste filmrol was professor Swezick in de komische film De zeemeerman [1996] van Frank Herrebout. De film werd door de Nederlandse pers bestempeld als de slechtste film ter wereld, maar dat lag niet aan Reehuis. Hij legde in elke rol alles wat eruit te halen viel.

 

Een regisseur had qua acteursregie weinig werk aan Reehuis, en hij liet zich ook niet graag regisseren. Dat beviel Hugo Claus wel. Reehuis speelde mee in toneelstukken als het ophefmakende Masscheroen, Thyestes, Het leven en de werken van Leoplold II, Het schommelpaard [waarin hij een vrouwenrol vertolkte] en in Het haar van de hond, samen met Marja Habraken, de toenmalige vriendin van Hugo Claus, die na opgebruikt te zijn, zich verhing.

Reehuis was ook een veelgevraagd stemacteur. Onder meer Winnie de Poeh, De klokkenluider van de Notre Dame en twee films uit de Harry Potter reeks, als minister Droebel. Wat vaak vergeten wordt is dat hij naast toneelspelen ook dichter en pamflettist was. En beviel er hem iets niet aan Amsterdam, dan moest de wereld het weten, op orkaanhoogte.

 

Zijn rechttoe rechtaan manier van leven maakte dat hij vriend en vijand had. De echte ware vrienden waren van een hoger niveau, zoals Ischa Meijer, die zoals bekend een hekel had aan vals spel. Zowel in het leven als op het toneel. En Reehuis speelde nooit vals. Hij had een neiging tot overacting, dat wist hij zelf wel, en maakte er graag gebruik van; om critici te ergeren. Eenmaal ze verdwenen waren, greep hij terug naar diep en breed spel. Eigenlijk viel hij als acteur tussen twee generaties, die van vóór en die van na de Actie Tomaat [1969]. Daardoor heeft zijn carrière het parcours van een achtbaan gehad. Toch heeft hij geschiedenis geschreven.

Guido LAUWAERT

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 25 mai 2013 6 25 /05 /Mai /2013 13:52

 

285540_4250465472174_1501876667_n.jpg

De dames denken aan het oprichten van een gezelschap

Aan het eind van hun opleiding moeten acteurs in wording een eindwerk tonen. Anemone Valcke van de opleiding Drama van de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, bekend als het KASK, heeft een proeve van een musical gemaakt, i.s.m. met Lieselotte De Keyzer. Zij heeft dat proces al achter de rug. De samenwerking zorgde voor een verrassende voorstelling in theater Nieuwpoort, eerste plateau van Campo.

 

De musical is een genre van de theaterkunst en het is niet alleen een vorm van die kunstvorm, maar niet eens een gezonde vorm. Musical is in wezen nutteloos. Niets aan het genre is rationeel, maakt deel uit van de firma Logica & Zn. Anemone en Lieselotte hebben dat blijkbaar goed begrepen. Hun proeve is een beschadiging van het genre. Niet met een klacht maar met spot. Alle clichés worden doelbewust aangewend, zonder gebruik te maken van een sluitend verhaal of keiharde [tegen-]argumenten. Die moet de toeschouwer maar zelf vinden. Opdat hij die kan vinden, moet hij wel de pap in de mond krijgen. En daar zijn beide actrices ten volle in geslaagd.

 

In identieke outfit dansen, springen, zingen zij, tillen naïviteit uit zijn keurslijf, aan een razend tempo en optimaal gebruik makend van de ruimte. Ze zijn zo wijs geweest om er een tiental figuranten bij te nemen. Het geheel zorgt voor een kleurrijk spektakel, met een pracht van een timing. Toetje op de taart is de complexloosheid waarmee ze de publiek benaderen. Om een schuiver zijn ze niet bang. Integendeel. Hij moet, en liefst meer dan één. Om bij de les te blijven.

 

Ontwikkeling, zoveel is wel duidelijk, dat hebben Anemone en Lieselotte voor ogen gehouden, ontstaat om in verval te raken, maar dat verval kan afgeremd worden door de uitbuiting van het mysterie dat nu eenmaal een theatervoorstelling is. Een lied is in dat opzicht een maskerade van gevoelens die constant afgebroken en weer opgebouwd wordt. De Britse komediegroep Monty Python kwam een paar maal voorbijvliegen, maar ver, over the mountains and over the sea. Beide protagonisten hebben gezocht naar een verdere chaos, een chaos weliswaar met zijn ankerpunten, die echter de artificiële chaos versterken, eerder dan verzwakken.

 

Van alle eindproeven die ik al heb gezien, is dit de meest verrassende. Omdat naar een gekte werd gezocht, waar ze bij elke nieuwe voorstelling verbaasd over blijven staan. Een lied is het sterkste bewijs dat er zich een nieuwe manifestatie theatermakers aandient. Een die keek naar wat hun voorgangers hebben gepresteerd, maar er niet naar opkeken. De eindproef is een nieuw dada. Hun podium verschilt niet zoveel van dat van het amfitheater van de Atheners, maar het spelresultaat is het zoeken naar het ongetoonde van het al getoonde. Niets moet, alles kan. Halverwege de voorstelling sprong een versregel van Paul van Ostaijen door de geest: ‘Ik wil bloot zijn en beginnen’.

Een-Lied-beeld.jpg

Het moet zijn dat hun zoektocht de grammofoon van de publiciteit flink aan het zwengelen heeft gebracht, want de zaal zat afgeladen vol. En niet alleen met collega’s en verwanten. Een breed publiek, jong en oud, kenners naast barbaren. Maar de vreugde begon al vroeg. Een lied is een ode aan de kunst van spel, zang en dans. Anemone is stemvast, de dochter van Bianca Castafiore, in gunstige zin. Lieselotte is een onbevlekte comédienne. En wie dat kan, kan ook tragedies aan. Ze is een jongere versie van Chris Nietvelt.

 

De dames denken aan het oprichten van een gezelschap. Daar schuilt een gevaar in. Als ze maar niet vervallen in een format. Ze moeten zichzelf telkens opnieuw uitvinden in een nieuwe kosmos op oude grond. Als dat maar lukt. Ik hoop het. Maar goed. Dat is koffiedik kijken. De productie Een lied is van korte duur. Misschien een herneming volgend seizoen?

 

Wie niet kan wachten surft naar Campo. Een absoluut vrolijk spektakel gegarandeerd. Dat blijft nazinderen huiswaarts kerend met een lied in het hoofd. Bij uw dienaar was het een van Dirk Witte met als centrale boodschap: “Vraag niet elke dag van je korte bestaan: / Hoe hebben m’n pa en m’n ma het gedaan? / Hoe doet er m’n neef en hoe doet er m’n vriend? / En wie weet, hoe of dat nou m’n buurman het vindt / En – wat heeft ‘het fatsoen’ voorgeschreven! / Mens, durf te leven!’

Guido LAUWAERT

www.campo.nu

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Jeudi 23 mai 2013 4 23 /05 /Mai /2013 18:00

 

Full house, bij de presentatie van het nieuwe seizoen. Een mooie mix van generaties. Niet ongebruikelijk voor het NTGent, waar de artistieke ploeg de voorbije jaren niet alleen gewerkt heeft om van de stadsschouwburg ‘een huis van spelers’ te maken, maar ook ‘een huis van buren’. Die strategie is aardig gelukt door een uitgekiende samenzwering van drie onderaannemers uit de achterbuurten van het gebouw: de artistieke ploeg, de marketing en de persafdeling.

De ouverture hield de gebruikelijke blabla in, telkens gevolgd door een afgedwongen applaus. Als geen ander weten theatermensen hoe ze hun stem en gebaren moeten gebruiken om de handen op elkaar te krijgen. Geen bezwaar tegen, zolang ik het spelletje niet moet meespelen. Het sec presenteren, met iets meer cachet, tilt het niveau de hoogte in en is een betere entree voor wat komen gaat. En wat er staat aan te komen dát verdiende applaus. Een homogeen seizoen, zowel wat betreft de elf parcours als de kruisbestuivingen er tussen.

Het seizoen begint al vroeg. Terecht. Een eerste nieuwe productie moet het jaar opengooien. Hernemingen zijn toegestaan, maar zijn in wezen tussendoortjes, tussendeurtjes van de ene naar de andere nieuwe productie. En een seizoen moet eindigen met een geboorte. Zoals dit jaar met Rood, een voorstelling die op 24 mei ter wereld komt, op het tweede plateau, de Arca, in de schaduw van het Gravensteen.

De eerstgeborene is een stuk van een huisvriendin. Lot Vekemans is i.s.m. de productieploeg aan het schrijven. Hoever ze daarmee staat is nog een goed bewaard geheim, al is de kern al geweten en de titel bekend. Vals gaat over twee vrouwen die iemand aanrijden en vluchtmisdrijf plegen. Slechts één getuige. Een man. Maar is hij wel oprecht? Waar schuilen zijn ‘bijkomende factoren’? Regisseur is Johan Simons, de man die, met een zekerheid op dit moment van 99% - in 2015 terugkeert naar het huis waar hij zich waarlijk thuis voelt. De twee vrouwen worden vertolkt door Elsie de Brauw, Betty Schuurman en Bert Luppes.

Het NTGent heeft een schijnhuwelijk aangegaan met het Nationale Toneel [NT], Den Haag. Het eerste kind is An Ideal Husband, van Oscar Wilde, maar uit het verleden naar het heden getrokken door Elfriede Jelinek onder de noemer De ideale man. Regisseur is Theu Boermans, de artistiek leider van NT. Een keur aan spelers, wie met een surfplank overweg kan verneemt meer op de website. De nobele koppigaard van een catalogus gaat langs in de schouwburg en krijgt er meer dan gewenst. Een telefoontje via het nummer 09/225 01 01 kan ook. Een paar dagen later zit het jaarprogramma in zijn brievenbus. Toch één acteur [v] een spotje geven, Anniek Pheifer. Geroemd op de markt en in de lege paleizen – bij wijze van spreken – van de Nederlandse residentiestad.

De derde nieuwe productie is een bewerking van de roman van Marguerite Duras die ze zelf bewerkte voor toneel. Le square uit 1955. ‘De plaats van handeling is een zitbank in het park,’ zo staat in de brochure, ‘waar een handelsreiziger en een jonge kinderoppas aan een voorzichtige dialoog beginnen.’ Wat de ene uit zijn verleden tovert, brengt de andere op beleden gebeurtenissen, maar ook op toekomstige verwachtingen. Het wordt dus een spel van verleden, heden en toekomst.

De volgende! Parsifal, een muziekproductie. Richard Wagner kreeg Peter Verhelst aan het schrijven en zal de productie regisseren, samen met – wie anders – Wim Opbrouck. Muzikale leiding: Christoph Homberger.

Next! Tauberbach. Een productie van Alain Platel op vraag van Elsie de Brauw. Zij heeft haar theateramours. Vroeg of laat moest het dus komen tot een productieverhouding. Kort samengevat: een geesteszieke vrouw leeft op een vuilnisbelt en toch tracht zij op een waardige manier met haar omgeving te communiceren. Veel dans uiteraard, het land van handeling is Brazilië, en muziek van Bach en Beethoven.

Le suivant! Het spookhuis der geschiedenis. Een samenwerking tussen Wunderbauw, NTGent, Hebbel am Ufer [HAU]. De sleutelzin van deze productie is ‘Escape from Escapism’. Daar kan je alle kanten mee uit, ja zelfs de premièredag nog het raam uitkiepen en vijf minuten voor aanvang iets nieuw bedenken. Aanstellerig? Als de productie in de brochure nauwelijks een halve bladzijde beslaat en die zwiert alle kanten op, kan je niet meer verzinnen dan wat hier staat.

Vijf nieuwe producties. Acht hernemingen, onder de noemer ‘Beproefd repertoire’, achtendertig gastvoorstellingen, vijf concerten en vier producties vertrekkend vanuit een sociaal-maatschappelijke insteek. Nauwelijks nog een dag, een plaats vrij voor de verrassing van het jaar. Al zou het mij vreemd voorkomen dat het NTGent dan toch niet een locatie vindt om die er alsnog tussen te schuiven. Het gezelschap van Gent heeft nu eenmaal de reputatie opgebouwd van een programma te kunnen uitkienen voor jong en oud, rijk en arm, dom en slim, dat in een evenwichtige verhouding te plannen, en toch ruimte laten voor een lichtvoetige komedie, geschreven n.a.v. bijvoorbeeld van de abdicatie van de koning. Of de klucht staat of valt zal het gezelschap een zorg wezen. Het NTGent is niet alleen een huis van spelers, een huis van buren, maar ook een huis vol kuren. Ook uit andere schuren. Zoals het hoort.

Guido LAUWAERT

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 22 mai 2013 3 22 /05 /Mai /2013 16:29

 

Mei is de maand van de seizoenspresentaties. Gisterenavond, naar Vlaamse gewoonte met een flinke hap en een forse slok, in het NTGent en volgende week maandag is het Toneelhuis Antwerpen aan de beurt. Toneelgroep Amsterdam [TA] doet het op sobere wijze: een uitvoerige persbriefing per mail. Een druk jaar, niet alleen door de vele eigen producties maar ook door de reisvoorstellingen.

De noemer waaronder het nieuwe seizoen valt, vat het zelf samen in de zin ‘TA breidt uit op alle fronten en combineert de grote namen van vandaag met de talenten van morgen’. En het doet dat al vroeg op het seizoen. De eerste première is al op 25 augustus. Lange dagreis naar de nacht van Eugene O’Neill, wiens dochter Oona op 18-jarige leeftijd trouwde met de 54-jarige Charlie Chaplin. De lange dagreis wordt een lange zit, maar bij zakelijk en artistiek leider Ivo van Hove in goede handen. Het feit dat Eugene geen rustige, beschermde jeugd heeft gehad zit diep verankerd in zijn stukken. Zijn ouders verdienden een fortuin door het land af te reizen met een melodrama gebaseerd op Dumas’ The count of Monte Cristo. Eugene O’Neill is geboren in een hotelkamer en moest vanaf zijn vroegste jeugd zijn ouders vergezellen op tournee. Zijn vader was een vrek, zijn moeder raakte verslaafd aan verdovende middelen, terwijl zijn oudere broer James stapel verliefd was op de alcohol. Tel daarbij een katholieke opvoeding en je hebt problemen zat. O’Neills meest autobiografische stuk is in de eerste plaats een drama over de haat en de liefde t.o.v. zijn omgeving.

Elke productie flink in de spots zetten is onbegonnen werk. Op de website vindt de liefhebber zijn gading. Om hem aan het googlen te zetten toch wat info dat smaakt naar meer. Zeven premières staan er aan te komen en naast de bekende olifanten als Guy Cassiers en Johan Simons, treedt er een nieuwe generatie regisseurs aan: Suzanne Kenndy, Eric de Vroedt en Julie Van den Berghe. Met Toneelhuis [Antwerpen] begint vanaf volgend seizoen een langdurige samenwerking, al is dat hoog gegrepen. Net als in de sport zijn regisseurs nooit zeker van hun job, al hebben ze een contract tot aan hun pensioen op zak.

De eerste samenwerking van Toneelhuis en TA bestaat uit een bewerking van Tom Lanoye van het meest bekende stuk ter wereld, Hamlet. Regisseur is Guy Cassiers en Tom is voor zijn bewerking vertrokken vanuit Hamlet op de stoep van zijn volwassenheid, een periode die bij iedere mens gepaard gaat met het leren verstandelijk lopen vanuit de eigen kracht. Het in twijfel trekken van de raad van naasten en derden. Alvast een pracht van een vondst is Hamlet te laten spelen door een vrouw. Denkend aan Toneelhuis en TA springen twee vrouwen in beeld, Halina Reijn en Abke Haring. Het werd de tweede. Een groot meisje wordt het, staande aan de rand van de spiegel, met de lust maar ook de angst om de duistere wereld van spiegelland binnen te dringen. De titel van Lanoye’s bewerking luidt Hamlet.jr. En nu ik toch Lanoye a/d lijn heb: zijn de Russenwordt opnieuw opgevoerd, maar als reisvoorstelling.

Het TA-seizoen eindigt in juni 2015 tijdens het Holland Festival met een vertoneling van de favoriete roman van onder meer Alan Greenspan, Hugh Hefner en Oliver Stone, The Fountainhead van Ayn Rands. Volgens Ivo van Hove schreeuwde de roman om een podium. Na jarenlange pogingen zijn de rechten verworven en de controversiële roman zal op het toneel in Amsterdam zijn wereldpremière beleven. De achtergrond van het verhaal is het extremisme van het conservatisme, en hoe dat commercieel en politiek gebruikt kan worden. Uiteraard zit er ook een liefdesverhaal in verweven, eentje dat grenst aan het fatsoen. Beide verhaallijnen vormen gaandeweg een kluwen dat de hypocrisie van botsende gevoelens en belangen genadeloos fileert.

Vanaf volgend seizoen zal Ramsey Nasr regelmatig te zien zijn op de podia van TA. Met als start Lange dagreis in de nacht.Na de veel geprezen regie van Macbeth, is Johan Simons weer te gast. Het wordt Dantons Dood van Georg Büchner. Deze voorstelling gaat in première bij het gezelschap waar Simons nog een jaar artistiek leider van is, Münchner Kammerspiele. Dantons Dood [1835] is een ‘koningsdrama over twee grote mannen van de Franse revolutie, Georges Danton en Maximilien Robespierre. Beide mannen staan qua gedachtengoed lijnrecht tegenover elkaar. Robespierre meent dat ‘de ondeugd’ in bepaalde omstandigheden hoogverraad is’ en dat de individuele vrijheid ondergeschikt moet zijn aan het algemeen belang. Dantons antwoordt daarop is dat de individuele ‘ondeugd’ het hoogste goed is. Een clash dus tussen twee barricadenfilosofen met een onstilbare dorst naar het gebruik van massa en macht.

Enkele kaskrakers, zoals Romeinse Tragedies en Opening Night worden hernomen, maar op podia ver van het moederhuis. TA reist voor het eerst naar Zuid-Amerika, Chili, naar Kroatië, naar Rusland - Sint-Petersburg en Moskou – Frankrijk – Parijs en Montpeillier – en zal ook optreden in het prestigieuze Barbican Center in Londen.

Voor meer details raadplege men de website. Een boeiende reis.

Guido LAUWAERT

www.ta.nl

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Vendredi 17 mai 2013 5 17 /05 /Mai /2013 16:25

 

Beckett.jpg

De Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar Samuel Beckett staat voornamelijk bekend om het dwingend aanwenden van stiltes. Vooral in zijn latere toneelwerk. Het is onlosmakelijk verbonden met zijn kijk op het absurd theater van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Theater Zuidpool heeft van vier korte stukken één voorstelling gemaakt. Met wisselend resultaat.

*

Niet alleen wat er gezegd, maar hoe het gezegd moet worden, wanneer er stiltes moeten vallen, de wijze van belichting et cetera heeft Beckett geschreven en bevolen. Uit zijn werk merk je dat wanneer er een pauze ingebouwd is, die vaker gevaarlijker is dan wanneer de stem zijn stem verheft. Dat geldt zowel voor de speler als de toeschouwer. Bovendien zijn drie van de vier teksten bedoeld als volwaardige avondstukken, hoe kort ze ook duren.’Wij willen Beckett precies zo brengen als toen’ zegt Jorgen Cassier, ‘alleen anders’. Dat ‘anders’ slaat op het samenvoegen van drie theaterstukken en een prozagedicht tot één geheel. Het resultaat is een fraaie schotel, maar met te weinig smaak. Door de vier stukken afzonderlijk te bekijken, zal blijken waarop dat oordeel gebaseerd is.

Stille Sidders

Met het laatste literaire stuk van Beckett uit 1988 begint de voorstelling. Julien Schoenaerts heeft Stirrings Still in 1989 onder de titel Stille Sidders gespeeld. De vertaling was van zijn partner Marie-Dominique Wiche, de moeder van een jonge met een schone aard, Matthias Schoenaerts. Wat toen opviel was dat Julien nadacht over wat hij gezegd had… om te weten wat de volgende zin moest zijn [hoewel die op papier en dus in zijn hoofd zat]. De versie van Jorgen Cassier verschilt grondig. Hij wandelt niet maar stapt flink door. Hij denkt niet na. Wat nu net de bedoeling van Beckett was. Hij had zelf geworsteld met de afwerking ervan, en wilde dat de lezer dezelfde worsteling beleefde. Een toneelversie ervan maken kan, mits een degelijke begeleiding. Dat is niet het geval geweest. En kijk, zijn spel is geen spel meer maar een voordracht geworden. Wat maakt dat de toeschouwer niet meegetrokken wordt in de tekstballon. Extra zwakte is de slordige declamatie.

Waar Beckett razend zou over geworden zijn, dat blijkt voldoende uit getuigenissen. Hij wilde dat elke letter van een woord aan bod kwam.

Niet ik

Not I dateert van 1972. Aan de basis lag het schilderij De onthoofding van Johannes de Doper, het beroemde schilderij van Caravaggio. Hij was zo gefascineerd door de blik van het onthoofde hoofd op de schotel dat hij voor Not I enkel het een verlichte mond in beeld wilde. De mond spuwt in een verbazingwekkend tempo woorden en vertelt van een eenzaam en droevig leven. Zij – want de stem is vrouwelijk – wordt gespeeld door Sofie Decleir. Volgens het boekje. En daar mocht nu net wat meer gevoel in zitten. Het moet een apocalyptisch lied worden. De versie van Sofie Decleir is dat niet, op een paar kleine oprispingen na. Door het te weinig gebruik van de colloraturen van de stem blijft het geheel niet plakken bij de toeschouwer. Hij ervaart enkel.

Die keer

That Time is een monologue intérieur uit 1975. Een man staat stil en luistert naar drie stemmen in zijn hoofd die met elkaar in debat gaan. De club van Zuidpool heeft één stem met drie toonhoogten op band laten zetten en ze vanuit drie hoeken uit klankkasten laten vallen. Dat is de zwakte van een anders niet slechte interpretatie. Waren drie acteurs in het donker ‘gebruikt’ het effect zou veel indringender zijn geweest.

Wiegelied

Rockaby is een prachtig kort stuk uit 1975. Een vrouw, gekleed in een zwarte, hooggesloten avondjurk schommelt ritmisch heen en weer in een schommelstoel. Het tempo loopt synchroon met de ritmes van haar stem. Ze zit doodstil. Met tussenpozen spreekt ze geluidloos mee met de sleutelzinnen. Haar stem wint naar het einde toe aan kracht tot band en stem in elkaar overgaan. Hier krijg je een indrukwekkend samenspel en een heel gevoelige invulling. Schapeau voor Sofie Decleir. De actrice wordt de grootmoeder die Beckett voor ogen had, zijn eigen oma. Maar er zijn ook schilderijen – zo vaak bij Beckett – die hem inspireerden. Dat is niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat Beckett bedoelde dat de oma naar het graf schommelt. Laatste behoeften en teleurstellingen leiden tot een besluit: het is genoeg geweest. Slot. Einde. Dood.

Envoi

Er is een pauze, na twee stukken, en een muzikale interactie tussen de stukken zonder pauze. Leuk, maar pauze en muziek voegen niets toe. Zonder ware beter geweest. Dan was het introverte, asociale maar voyeuristische karakter waar Beckett het patent op heeft, sterker geworden.

Voldoende spijkers. Tijd voor de aai, een streling. In vier fasen groeit de voorstelling uit tot een fraai kleinood. Een miniatuur om te koesteren. Alleen al om het vierde deel is dit een voorstelling waar men geen slecht gevoel aan overhoud. Integendeel. En een tournee verdient.

Guido LAUWAERT

Beckett-Zuidpool.jpg

BECKETT Theater Zuidpool – www.zuidpool.be

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 15 mai 2013 3 15 /05 /Mai /2013 19:58

 

Escurial.jpg

De eerste druk van Escurial, La Renaissance d'Occident, Bruxelles, 1928

Josse De Pauw is een rasechte Brusselaar. Vroeg of laat moest hij bij Michel de Ghelderode belanden. En met diens eenakter Escurial gaat een droom van Dirk Roofthooft in vervulling. Al in zijn studententijd wou hij met deze tekst aan de slag. De samenwerking leverde vuurwerk op. Tel daarbij het aandeel van Collegium Vocale Gent en de muziek van twee rascomponisten.

Michel de Ghelderode [1898-1962], is een Franstalige Belgische auteur. In 1929 kreeg hij officieel toestemming om zijn pseudoniem als familienaam te gebruiken. Adémar Martens was hem te banaal. Dit feit kenmerkt zijn persoonlijkheid. Hij creëert tot zijn dood een mythe rond zijn leven. Het fabuleren is ook typisch voor zijn werk. Hij houdt een lezing over een miskend dichter, Philostène Costenoble, in feite hemzelf.

Barabbas.jpg

De eerste druk van Barabbas, Standaard-Boekhandel, 1931. Oslagtekening: Felix De Boeck

In zijn passiespel Barabbas is het titelpersonage een anarchist die veel bewondering heeft voor Christus.

Pantzagleize.jpgDe eerste druk van Pantagleize, Le Vrai, Bruxelles, s.d. [1934)

Pantagleize  dan weer is een toneelstuk over een beroepsfilosoof die zoveel nagedacht heeft dat hij niets meer begrijpt.

*

In Escorial  [1927], zoals de Nederlandstalige titel luidt, worden een Spaanse vorst en een Vlaamse nar ten tonele gevoerd. De koning heeft zijn gade vergiftigd, of laten vergiftigen, want rijke mensen hebben daar personeel voor. Haar doodstrijd bedroeft zowel de koning als de nar. De eerste wegens het gebeier van de klokken die het levenseinde nog wat dramatischer maken dan hij al is, en de tweede omdat ze zijn minnares was. Om de gevoelens op te krikken besluiten beide personages van rol te verwisselen, waaruit een cru en tegelijk komisch-burlesk spel van effecten ontstaat. Extra kracht krijgt het stuk door een rondsluipende beul [Sam Louwyck] en een kettingbiddende monnik [Louis van der Waal].

De vele christelijke elementen in het stuk zijn afkomstig uit wat de auteur als jongeling beleefde; een katholieke schooltijd met satanische trekjes. Het levert een antiklerikale houding op die zich vertaalt in een Blackadder-humor. Maar Escorialmag zich dan wel afspelen in het gelijknamige kloosterpaleis van de Spaanse koning Filips II, het refereert ook naar de ruïnes van het paleis op de Koudenberg, waarvan nog restanten te vinden én te bezoeken zijn onder het Paleis voor Schone Kunsten, thans BOZAR. Op 25 oktober 1555 deed Karel V er in de ondergrondse kapel troonsafstand ten voordele van zijn zoon Filips II. Waarmee wordt bedoeld dat bij De Ghelderode niets toevallig is. De geschiedenis van Brussel, van Brabant en Vlaanderen is nooit ver weg. Dit in combinatie met het gepest van de ondergrondse kwelgeesten waar elke mens met een behoorlijk portie fantasie er mee opgezadeld zit.

Het decor is sober maar beantwoordt aan het concept dat Josse bedacht. Een speelvlak dat door zijn schuine vlakken het klimmen bemoeilijkt, het dalen vaak laat eindigen in een glijpartij, kortom, het wankele gemoed van zowel de koning als de nar benadrukt. De kostuums zijn prachtig, enigszins voorspelbaar. Opzettelijk, vermoedelijk, om het effect te versterken als ze van rol en dus van pak wisselen. Dan staan ze een tijd op een slipje na naakt. Op hun twee vette lijven zijn ze zeer fier; logisch, het is een deel van hun status. Hun pronken met vet en spieren is zeer vermakelijk en zorgt voor een stijlbreuk. De loodzware sfeer wordt er [tijdelijk] door verbroken.

 

Niet alleen de zo goed als naakte scènes – ook de andere beelden roepen historische schilders op, zonder dat ze er expliciet naar verwijzen. Nu eens verschijnt Carravagio in de cinemazaal van het geheugen van de toeschouwer, even later duikt Breughel op, Bosch, Cranach. Extra push voor de toeschouwer die ooit het Escorial bezocht heeft en daar met zijn eigen ogen kon zien dat koning Filips II een groot en bekwaam kunstverzamelaar was.

 

Over de muziek en de uitvoering geen kwaad woord. De nieuwe composities van George Alexander van Dam sluiten naadloos aan bij de zestiende-eeuwse werken van Orlandus Lassus. Soms zit er een asynchroon toontje in de nieuwe werken, maar ze versterken de sfeer in het kloosterpaleis en de gevoelens van de koning en de nar. Het enige minpunt is de geluidsbalans en kost de productie een ster. Het koor overheerst en maakt dat de spelers niet altijd duidelijk verstaanbaar zijn. Als het voor de nieuwe werken in de wandelgangen had gestaan zou het effect veel duidelijker zijn geweest en het evenwicht tussen zang en spel perfect.

 

Bijzonder pakkend is de scène aan het eind, wanneer de beul de nar wurgt. Nadat de klus geklaard is, maakt hij een dansje. Het sluit aan bij een gewoonte uit de tijd dat zulke zaken dagelijkse kost waren. Elke koning had niet alleen een nar maar ook een beul in dienst. Als zijn werk keurig was uitgevoerd, kreeg hij een beloning; om eens goed te gaan feesten.

 

Escorial  verdient een plaats in de troonzaal van het Belgisch theater. Al is deze voorstelling over macht en onmacht een harde hap voor wie onvoorbereid ter zale trekt. Escorial is dus niet geschikt voor de meerderheid van de lezers van Het Laatste Nieuws  en hardnekkige kijkers van Familie.

Guido LAUWAERT

ESCORIAL – concept/regie: Josse De Pauw – productie: Muziektheater Transparant in coproductie met deSingel, Collegium Vocale Gent, KlaraFestival , Zeeland Nazomerfestival en Opéra de Lille – www.transparant.be

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 4 mai 2013 6 04 /05 /Mai /2013 18:48

 

Platonov.jpg

Wat is het geheim achter het succes van Platonov? Aanvankelijk stond deze productie niet op de affiche van het NTGent. Een eerder geplande voorstelling kwam niet klaar. Er moest naar een oplossing worden gezocht. Luk Perceval was gestrikt als regisseur en de terugkeer van de verloren zoon mocht niet de mist in gaan. Hardop denken, ronduit praten. Tot Perceval zelf met het voorstel van Platonov kwam. Hij had de eerste grote boreling van Anton Tsjechov al eens eerder gedaan. Die kon beter. Beter werd steengoed. Zonder meer kan gesteld worden dat de productie de revelatie van het seizoen is. Als hij niet het komende theaterfestival van Nederland én Vlaanderen haalt, moeten de jury’s uit de Nederlanden verjaagd worden. Met pek en veren.

 

Collega Els Van Steenberghe heeft de voorstelling al eerder lovend besproken..Andere kritieken waren wisselend van aard. Net als in de overige toneelstukken van Tsjechov, ademt Platonov een sfeer uit van valse hoop, schuin geloof en oppervlakkige liefde, bekeken vanuit een kurkdroge ironie. Het speelt zich af in een landelijk bourgeois milieu. Deze mensen bezitten alles maar doen niets en proberen dat ‘niets’ tot kunst te verheffen. Een verhaallijn is er nauwelijks, maar juist het ontbreken ervan omlijst het verval van de hogere klasse, waartegen een jaar na zijn dood, 1905, de lagere klasse een eerste maal in opstand komt.

Perceval.jpg

Luc Perceval

Na zelf te zijn gaan kijken, dat een tweede maal te doen, en na de reacties van het publiek te hebben gezien en gehoord, kriebelde de goesting dieper op de invulling van Perceval in te gaan. Met zijn voorstelling uit 1988, De meeuw, van dezelfde auteur en gebracht door de Blauwe Maandag Compagnie, heeft Luk Perceval het hedendaagse theater van deze contreien zijn definitieve gestalte gegeven. Ten oorlog uit 1997 betekende de heiligverklaring van de marathonvoorstelling. Met Platonov heeft Perceval het parcours getoond dat hij – en iedere andere mens met hem – aflegt. Van extrovert naar introvert. De relativiteit van zichzelf in de gemeenschap ziet, en onze maatschappij noodgedwongen niet anders kan ervaren dan als de minst slechte van alle sociale creaties.

 

Die driehoek te bezetten, en dat naar de toeschouwer over te brengen, heeft Luk Perceval heel wat koppigheid gekost. Maar dat was ook al het geval met de auteur. Tsjechov schreef het stuk in 1887, maar was niet tevreden met het resultaat. Ruim een jaar later herschreef hij het en wijzigde de vorm. In plaats van ‘komedie’ noemde hij het stuk nu ‘drama’. Essentieel om het succes van Percevals versie te kunnen begrijpen. Hij heeft niet enkel het al ontvette stuk gestript, maar ook zichzelf. Geestelijk. Tot hij geen vader meer was. Wat hij ook met de acteurs heeft gedaan. Hij heeft ze vaderloos gemaakt.

 

Luk Perceval wil dat zijn acteurs elk stuk geestelijk tot in de finesse begrijpen. Ze moeten er ook lichamelijk klaar voor zijn. Hij wil dat ze nog bij leven hun eigen karma vinden. Het primaire menszijn prevaleert boven de regels en afspraken om een samenleving. Om dat doel te bereiken mogen ze zelfs in zijn versie van Platonov geen acteur meer zijn, maar moeten ze zichzelf worden, zij het onder een andere naam.

 

Perceval probeert dieper door te dringen in de essentie van de beroemde uitspraak van Rimbaud ‘Je est un autre’. Wie hij, de mens, werkelijk is. Om dat ten volle te begrijpen is het nodig te vertrekken van een uitroep van Platonov kort voor het einde van het derde, het voorlaatste bedrijf: ‘Laat me met rust! Gebruik toch je verstand!’. Tweemaal een uitroep. Gericht tot één medespeler, maar in wezen tot alle collega’s… en tot de toeschouwers. Dat dit echter altijd op een mislukking uitdraait, je verstand gebruiken, zelfs in ruststand, beseft Platonov maar al te goed. En Tsjechov. En Perceval.

 

Hoe dat beeldend en auditief zichtbaar te maken voor de toeschouwer? Vooreerst door alle ballast overboord te gooien. Geen attributen of decor voor de acteurs. Hun naakte zelf in een van elke mode ontdane plunje. Bert Luppes mag dan Platonov zijn, hij blijft Bert Luppes. En dat geldt voor alle collega’s. Elsie de Brauw is niet Anna Petrovna Voinitsev, maar de Elsie de Brauw die je wat later in het foyer ziet. Eindelijk heb ik door wie en wat en hoe Hugo Van den Berghe is. Perceval heeft getoond dat het blote van het cliché toch een vel is, en dat dit nu eens eindelijk moet verwijderd worden. Alle lagen weg. Dan pas wordt duidelijk dat de mens een onmachtig schepsel is, maar van zijn geboorte tot zijn dood is veroordeeld boven de opperhuid een masker te dragen om geestelijk te overleven. Niet alleen de intelligente mens, maar zelfs de mens die aan zijn ego en zijn eigen grot voldoende heeft.

 

De acteurs hebben dit begrepen, al is voor hen het wordingsproces naar ik heb gehoord een lijdensweg geweest. Waar ze nu ontzettend blij mee zijn. Ze weten dat ze dankzij Luk Perceval de koudste douche van hun leven hebben gehad, maar er geestelijk veel warmer door zijn geworden. Die lijdensweg is voor de toeschouwer een hergeboorte. In Nederland is het de gewoonte dat men bij een geslaagde voorstelling een staande ovatie brengt, in Vlaanderen is dat niet zo. Behalve bij deze. Naar ik hoorde zijn er bij elke avond heel wat mensen die rechtveren. Omdat het voor hen niet anders kan!

 

Platonov is wij. Platonov is – daar moet ook op gewezen worden om het stuk ten volle te begrijpen – voor Rusland wat Peeters, Janssens en Desmet is voor Vlaanderen, een doorsnee naam van doodgewone mensen, die wij uiteindelijk allemaal zijn, welke status of titel we ook hebben.

 

Mede verantwoordelijk voor het succes van deze productie is de muziek. Niet alleen de muziek, maar ook het gebruik van het instrument, een vleugel. Een pianist improviseert. Na een aantal voorstellingen heeft hij een ruw schema in het hoofd, hij weet wat komen gaat, maar toch luistert hij naar de big bang van het moment. Zo wordt beklemtoond dat elke voorstelling een nieuwe schepping is. De inleving van de pianist versterkt de boodschap van de voorstelling: de ziel voorbij.

 

Dat wordt verbeeld door het gebruik van de vleugel in de ruimte. Op een spoorlijn kruipt hij tergend langzaam weg van de acteurs en de toeschouwers. De steunpunten van de spoorlijn rusten op boeken. Vermoedelijk bedoelt Perceval hiermee dat literatuur een essentieel onderdeel is van de menselijke ontwikkeling, en in uitbreiding van de beschaving, maar dat het essentiële moet onderdoen voor het zelfstandig denken en voelen. De mens moet lezen, vervolgens terugkeren naar zijn natuurlijke cultuur, om uiteindelijk in de lege ruimte terecht te komen, waar hij de opperste rust vindt en met die rust vrede vindt in de wereld. Zoniet kan hij enkel doen wat Platonov in de versie van Perceval aan het eind doet. Verdwijnen en het geweer doorladen. Een moordenaar worden.

 

Een productie als noodoplossing is voor het NTGent uitgedraaid op een kunstwerk van de bovenste plank. De voorstelling wordt gespeeld op 7 en 8 mei in de Stadsschouwburg van Amsterdam, op 11 en 12 juni in München [Münchner Kammerspiele], waar Johan Simons baas aan huis is. Naar verluidt zijn er ook gesprekken gaande voor een verdere internationale tournee volgend seizoen. Een herneming in Vlaanderen is dan niet uitgesloten.

 

Beide versies van Tsjechovs Platonov verzanden in een teveel aan personages en uitweidingen. De toneelauteur zag dat ook in. In een van zijn volgende korte stukken lijkt hij daar zelfs de draak mee te steken. Er komt een personage in voor die met een schaar rondloopt… om de uitlatingen van zijn medepersonages in te korten. Toch is Platonov interessant omdat ze de embryonale elementen bevatten van zijn latere meesterwerken.

 

Luk Perceval is Platonov ook met de schaar te lijf gegaan. Samen met de ingekeerde enscenering is deze productie een meesterwerk geworden. Een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van het toneel van de Nederlanden.

Guido LAUWAERT

PLATONOV– Anton Tsjechov – regie: Luc Perceval – productie NTGent – www.ntgent.be

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires

Pages

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Juin 2013
L M M J V S D
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
             
<< < > >>

Présentation

Créer un blog gratuit sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés