Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
20 juillet 2011 3 20 /07 /juillet /2011 23:13

 

Zuurvrij20.jpg

Iedere keer als er een nieuwe aflevering van Zuurvrij in de brievenbus ligt, wrijf ik me in de handen. Het blad heeft altijd boeiende artikelen, en steevast een aanlokkelijke opmaak. Het is naar mijn smaak reeds geruime tijd een van de meest interessante literaire tijdschriften. Zuurvrij - Berichten uit het Letterenhuis bestaat ondertussen reeds een decennium. Onlangs verscheen de jongste aflevering, nummer 20.

Ook deze keer heeft de redactie weer fascinerend materiaal uit de collecties te voorschijn weten te toveren. Zo belicht Manu van der Aa Paul-Gustave Gust van Hecke (1887-1967). Dat was een veelzijdig man, die acteur, eigenaar van een modehuis, journalist, theaterdirecteur en uitgever was. Van Aa focust op Van Heckes talenten als binnenhuisarchitect, wat ook dat was hij, en dan met name op het werk dat hij verrichtte voor Gabriël Opdebeecks huis in Borgerhout. 'Voor zover bekend, had Van Hecke geen opleiding in het vak genoten,' noteert Van Aa terloops. Alsof zulks relevant is. Zijn er onder beeldend kunstenaars, cineasten, musici en schrijvers ook niet veel autodidacten? Het gaat er om wat iemand kán, niet om wat iemand gestudeerd heeft. Neem Victor Horta en Henry Van de Velde: die genoten evenmin 'een opleiding in het vak'. Van Aa viste talrijke brieven van Van Hecke uit het archief, waarin hij geestdriftig beschrijft wat hij als interieurontwerper allemaal aan het creëren was voor zijn opdrachtgever. Het stuk is voorbeeldig verlucht met brieven en foto's.

 

Hetzelfde geldt de bijdrage van Christel A.R. van Damme, die de briefwisseling tussen de Antwerpse stadshistoricus Floris Prims (1882-1954), de man die onder meer de geschiedenis van de Antwerpse Sint-Joriskerk boekstaafde, en Jozef Muls (1882-1963) belicht. Prims en Muls, die conservator was van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, zaten samen in de redactie van het maandschrift voor Vlaamsche Letterkunde Vlaamsche Arbeid. De brieven werpen een heldere blik op de Vlaamsgezindheid van het tweetal.

 

Bert van Raemdonck brengt een stuk over de correspondentie betreffende het blad Van nu en straks, die voortaan online te lezen is. De jagers in de sneeuw is de bijdrage van gastschrijver Peter Holvoet-Hanssen, en Gabering the bocchuses de studie die Jan Robert uitvoerde naar de briefwisseling tussen Gust Gils (1924-2002) en de Pools-Engelse auteur, cineast en uitgever Stefan Themerson (1910-1988), van wie Gils (samen met Freddy De Vree) boeken vertaalde. Het Letterenhuis verwierf onlangs een aanzienlijk deel van het archief van het tijdschrift Yang, dat hier door Jan Stuyck wordt toegelicht. Lies Galle zet de schijnwerper dan weer op Willem Putman (1900-1954), die na de Tweede Wereldoorlog - omdat hij wegens 'culturele collaboratie' uit zijn burgerrechten was ontzet - onder de schuilnaam Jean du Parc populaire en dikwijls herdrukte romans als Christine Lafontaine (1947) en Marilou (1949) schreef. Hubert Lampo sloot niet uit dat Putman ooit een meesterwerk zou schrijven, maar daarvan is het nooit gekomen. Ook dit artikel is rijkelijk geïllustreerd met handschriften, boekomslagen en foto's (waaronder een heel coole van Putman op de Zeedijk in Knokke).

Willem-Putman.jpg

Willem Putman

Willem Migom duikelde de oudste gedichten Geert Pijnenburg (1896-1980) op. Die schreef hij vanaf zijn 17de in een aandoenlijk krullerig handschrift in een cahier met het opschrift Mijn eerste gedigten - Antwerpen den 16-11-1914. Mooie foto's van en uit het schrift. Dat Pijnenburg als dichter ontwaakte in volle oorlogstijd blijkt wel uit het jeugdwerk Weg Met Den Duitsch, dat gezongen moest worden 'op de wijze van de Brabançonne'....Uit de omvangrijke collectie affiches van het Letterenhuis haalde Robert Lucas het werk van grafisch vormgever Rob Buytaert, die onlangs 75 jaar werd. Er is voorts een bijdrage van de arabische auteur Baban, die vorig jaar en begin 2011 enige tijd woonde en werkte in de PEN-Schrijversflat in Antwerpen. Zuurvrij 20 besluit met een overzicht van recente aanwinsten, en met Bovendien. Dat is een soort literair nieuwsoverzicht, dat onder meer aandacht besteed aan Mijn stad, het gedicht van de ondertussen 88-jarige Adriaan De Roover dat onlangs op Linkeroever op de zijkant van een flatgebouw aan de Gloriantlaan werd aangebracht.

Adriaan-De-Roover--foto-Bert-Bevers-.jpg

Adriaan De Roover (foto: Bert Bevers)

Zuurvrij is een prachtig medium, dat de verzamelingen van het Letterenhuis telkenmale op een aantrekkelijke manier weet te ontsluiten. Ik weet het: de gustibus non est disputandum, maar het enige element in Zuurvrij waar ik me ieder nummer aan erger zijn die stupide stripjes van Cordelia. Ik begrijp ab-so-luut niet wat mensen daarin zien. Slecht getekend, en bovenal: nimmer grappig. Wellicht komt de redactie ook eens tot dat inzicht. Dat zou het tijdschrift vervolmaken!

Bert BEVERS

Zuurvrij - Berichten uit het Letterenhuis, 10de jaargang, nummer 20, Antwerpen, D/2011/0306/221

 

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche