Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
13 juin 2011 1 13 /06 /juin /2011 05:29

 

Ook in literaire en semi-literaire bladen vindt men hetzelfde on-Nederlands: de voorbeelden zijn legio. Het onzijdig zelfstandig naamwoord krijgt meer en meer ‘die’ als betrekkelijk voornaamwoord (het huis die, het contract die): men kan het elke dag op radio en televisie horen. Zo heeft Inge Vrancken het in het VRT-journaal over Duitsland die…  De verwarring tussen ‘niet het minst’ en ‘niet in het minst’ (in DS door Luckas Vander Taelen, maar zowat elke journalist treedt dat onderscheid met voeten) is hallucinant, elk probleem ‘stelt zich’ en het verschil tussen ‘te danken aan’ en ‘te wijten’ aan, kent blijkbaar niemand meer. Er wordt ook nogal wat met de voeten getreden en voor velen is het vaste prik te spreken van iets dat ‘had geweest’. Het ligt in de mond van elke Vlaming bestorven. In de reclamewereld blijft ‘aan een aantrekkelijke prijs’ een evergreen en het meervoud van zo’n blijft, zoals gezegd, raar genoeg zo’n i.p.v. zulke: ‘zo’n’ fouten, jongens toch! Men kan uit dit soort slordigheden makkelijk afleiden dat de desbetreffende schrijvers, journalisten e.t.q. meestal dialect praten. Twijfel er niet aan: bij de dokter doen ze zeker hun best. Ze spreken dan een veredeld dialect, een soort doktersnederlands.  Enfin, het lijkt er soms op of al die taalwerkers nooit Nederlands geleerd hebben of  - hoe dan ook  - geen moeite doen om het fatsoenlijk te hanteren, uit onkunde of slordigheid, of een mix van beide.  Allebei zijn ze even erg, niet alleen omdat taal de prima materia is van die scribifaxen, maar misschien nog meer omdat men zo gestreden heeft voor dat Nederlands en het nu zo molesteert. Als leerkracht Nederlands zou ik er nu al mijn conclusie uit trekken: het maakt allemaal niet uit.  In Antwerpen passen ze dat adagium al toe want daar afficheert men op grote borden dat ’t Scheld van elke Antwerpenaar is’, en over het taalgebruik van de modale Antwerpse politicus zwijg ik zedig.

Een ander, merkwaardig facet van het actuele taalgebruik, is het aanwenden van superlatieven, leuke kreetjes en - als het ware - gezongen taal.  Het superlativisme uit zich bijvoorbeeld in het jolig toespreken van de kijker. Die wordt nu ‘heel welkom’ geheten, of hem wordt een ‘héél goede morgen’ gewenst, geen gewone goede morgen, maar een speciaal voor hem gebrouwen ‘héél goede morgen’.  De vriendelijke toeschietelijkheid wordt dermate in de verf gezet dat ze uiteindelijk niets meer inhoudt. Het postmoderne taalgebruik creëert nu eenmaal zijn eigen entertainment-maniërismen. De leuke kreetjes komen uit zo verschillende monden als die van Martine Tanghe en Kurt van Eeghem, twee toffe peren die er alles aan zouden doen het de kijker of luisteraar zo fijn naar zijn zin te maken, zodanig dat hij / zij, langzaam onderuitgezakt in zijn/haar fauteuil of bankstel, zelfs het treurigste nieuws als een fait divers verwelkomt.  De nieuwe song lines, niet die van de Australische aboriginals maar het bijna gezongen Nederlands, vernemen we van Lisbeth Imbo: die neemt nagenoeg elke dag ’s morgens afscheid van weerman De Boosere op een manier die op een zekere montere verliefdheid wijst.  

Ook de uitspraak is soms een kleine taalramp. Het is niet erg dat men lichtjes hoort uit welke streek iemand afkomstig is. Iedereen mag het algemeen Nederlands op zijn manier effleureren. Maar sommigen bakken het wel heel bruin. Lisbeth Imbo spreekt van ‘parlemantairen’, op zijn Frans dus; Kurt van Eeghem, de man met de geaffecteerde uitspraak en de vele taalfouten,  spreekt met een rare emfase, hij roept en tiert, legt rare klemtonen, is daarbij soms licht hysterisch en heeft het in een bui van jovialiteit over ‘nen aap’ en ‘ne zotten aap’; Martine Tanghe doet het weer anders: zij spreekt van ‘foor fanafond in Flaanderen, maar een paar woorden later is het vette vis, met vette ‘v’. Minister-president Peeters, maar ook Johan Vande Lanotte, betracht een mooie uitspraak, lichtjes nijgend naar het Hollands, maar ze maken ondertussen de ‘meest Vlaamse’ (de ‘Vlaamste’) taalfouten. Renaat Landuyt, naast Herman de Croo superkampioen in carnavalesk taalgebruik, spreekt soms ongegeneerd Brugs (met makanders). De baas (bazin) van het Vlaamse onderwijs, Mieke van Hecke, spreekt dan weer een vreemd soort Nederlands, doorspekt met alle denkbare taalfouten, en dat is toch merkwaardig als men bedenkt dat elke dag brave leerkrachten zo aandoenlijk hun best doen om fatsoenlijk Nederlands aan te leren. Maar klopt dit laatste nog wel? Mijn 30-jarige ervaring in het onderwijs heeft me geleerd dat zelfs vele leerkrachten Nederlands een raar amalgaamtaaltje spreken. Hoe kan het ook anders? Een tycoon (sit venia verbo) als Tony Mary zegt ergens in een interview dat we vandaag keurig Nederlands spreken, maakt ondertussen taalfout na taalfout en beweert en passant ‘een Vlaams sprekende Brusselaar te zijn’.  Vlaams? Of Nederlands misschien? Net kreeg ik een scriptie, ingediend bij de faculteit Letteren en Wijsbegeerte, onder ogen: alleen al in de titel prijkte een domme taalfout. Ook onder professoren merkte men dat dus niet op. Mijn collega-docenten in de Lerarenopleiding spraken een veredeld soort Antwerps en realiseerden zich nooit dat ze geen Nederlands kenden. Ze waren dan ook hevig verontwaardigd toen ik hun dat vertelde en hun een lijst meegaf met veelvoorkomende taalfouten die ze elke dag weer maakten. Ze konden het niet geloven, zo’n lange lijst!, en stotterden beteuterd dat ze dan wel nooit Nederlands hadden gesproken, q.e.d. Als deze Vlaamse voormannen, deze circulaire elite van Vlaamse koppen, bestaande uit journalisten, bobo’s allerhande, cultuurfreaks, politici, hoogleraren en communicatieboys het al niet kunnen, wie dan wel? Ik vraag het opnieuw: is dat erg?  Sub specie aeternitatis natuurlijk niet, maar in het licht van de inspanningen die vele leerkrachten zich ondanks alles elke dag getroosten om toch op zijn minst wat fatsoenlijk Nederlands te praten (ook al slagen ze daar steeds minder en minder in: één op de zes leerlingen blijkt wat de eindtermen betreft de eisen inzake Nederlands niet te halen) en zeker in het licht van het postmoderne relativisme, is een en ander zeer noodlottig. Waarom immers zou men in de school nog aan kennisoverdracht moeten doen en regeltjes, grammatica en spelling van het Nederlands  aanleren, als het er later toch allemaal niet toe doet? Als zelfs docenten, de nieuwe managerial class in onderwijs, professoren, journalisten and the like het Nederlands schandelijk mishandelen, wat zou het er dan verder toe doen! Als die taalmensen ons willen doen geloven dat het toch niet zo erg is dat men de eigen taal niet kent, als ze niet eens weten dat men ze radbraakt, hoe zou men dan willen dat men er trots op zou zijn, dat men ze foutloos kan spreken! Er zijn bij ons nauwelijks voorbeelden die dienst kunnen doen als model. Bij de eerste spontaneïteit gaat het al fout – niet als men zijn dialect mag spreken, maar als men verondersteld wordt Nederlands te praten. De moedertaal van de modale taalmens is dan ook nog steeds zijn dialect, uitzonderingen niet te na gesproken: Johan de Boose of Johan van Cauwenberghe, of Frans Boenders bijvoorbeeld, de vroegere woordproducer van Radio 3, een zender van de BRT (nog geen VRT!) die nog vrij was van het kinderlijke, postmoderne gebazel en geneuzel van de Bart Stoutens van vandaag en die daarbij ook nog ‘formatvrij’ was -  want ook vandaag moet op Klara alles leuk en fijn zijn, opgeleukt en opgepimpt met wat adolescentengegiechel en kekke prijsvraagjes.  

Wim VAN ROOY 

(wordt vervolgd)

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Buy Articles 19/06/2011 23:15


I find this information very useful and it has considerably saved my time.thanks.


marc tiefenthal 13/06/2011 09:15


Wordt dit echt vervolgd? Het ware beter van niet. Regelmatig stuur ik een elektronische nota naar deredactie.be om taalfouten recht te zetten. Sommigen lijden daar aan de haarziekte (het OCMW heeft
haar personeel opgedragen... waarbij ik dan op zoek ga wiens personeel dat wel kan zijn). Die ditjes en datjes, dat is gewoon grof. Maar ja, het is niet allemaal postmodern tegenwoordig maar ook
nog eens onbewust punk: grof is tof, denken die onweldenkenden.


Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche