Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
13 avril 2010 2 13 /04 /avril /2010 05:36

 PICT1763.jpg
Wilfried Adams (2007)

Jeroen Kuypers reageerde op de blog van gisteren, 'Stoflong, Verbroken adem, Vuur en vaas':

Hoe voorspellend in het zicht (of moet ik zeggen het gekuch?) van later. Prachtige woordspelingen en zinnen (een hoestende engel). Geef het toe: Wilfried Adams was een groot woordkunstenaar, soms wat ouderwets in zijn woordkeuze, maar een beklijvend dichter.

Dat lijdt inderdaad geen twijfel en werd hier op 26 januari 2008 in een omstandig 'in memoriam' onderstreept. Ter attentie van wie daar nog niet van overtuigd is, publiceer ik de cyclus 'Randschrift 30' uit de bundel Aanspraak of De school der onverhoede grenzen (1981).


Randschrift 30


1.


Er staat een man voor de deur, zijn mond is zwart,

zijn keel is toegekorst met brakke honger.

Hij klopt niet aan, hij gaat niet binnen.


De aarde wentelt om en om en om, en dat weet hij.

En dat de tijd van alle blinde of bebloede

muren de spleten heel zorgvuldig dichtstrijkt,

zodat geen mier, geen kever zou ontkomen. Dàt weet hij.


Een man staat voor de deur, zijn mond is zwart,

zijn keel is toegekorst met trage honger.

Hij beweegt zich niet, hij gaat nergens binnen.


2.


Hij strompelt als door struikgewas, door

kreupelhout, door de geringste van zijn gebaren,

hij hinkt en sakkert achter zijn schaduw aan.


Herfst rolt een zwerfsteen in hem heen en weer,

zijn stem hangt in de wilgen opgespijkerd, hangt

verbijsterd te spartelen in het sprokkelhout.

Hij staat te hijgen aan het eind van andermans Latijn.


Een onderdaan is hij: ruil hem in ! rol hem op !

Wat kunnen jou zijn vlokkige gestalten schelen, zijn

drenzende getallen in het grijze knarsen van de tijd.


3.


Een man vol engten, doorroffeld door de angst.

Hij struikelt over zijn woorden, door welk witter

noorden, hij staat verloren in de tijd.


Het is zijn eigen hersenschim: zinswendingen

blauw van kou en eenzame, verrafelde getallen

verdringen zich, klonteren zijn gehemelte toe.

Hij kent de winter, het hoge stollen zonder vrucht.


Zeg hem op, zeg hem af ! Zijn ziel vol halfgestopte

gaten hangt te druilen aan een plastic wasdraad

onder een logge huif van roestig vroegavendlicht.


4.


Er eet een man aan lange vreemde tafels,

er slaapt en schroeit een man tussen vreemde lakens.

Een man neemt de trein of een taksi of rént.


Hij slaat met zijn krant naar een mug of naar

niets. En grijnst, zijn stem is grint en splintert.

Hij loopt zichzelf voor de voet, zijn gebaren

flodderen rond hem als losgeraakte windsels.


De geboorteschrei wordt wat hij altijd is geweest,

wordt tot op de witste zenuw schoongeschraapt:

een stem, een ster die nergens weet te sterven.

(HFJ)

UFSIA.jpg

Van l. naar r.: Wilfried Adams, Hugues C. Pernath, Henri-Floris Jespers

en Michel Bartosik (1973)

Wilfried ADAMS, Aanspraak of De school der onverhoede grenzen, Gent, Masereelfonds, 1981, 63 pp.

http://mededelingen.over-blog.com/article-wilfried-adams-stoflong-verbroken-adem-vuur-en-vaas-48448858.htm

In memoriam Wilffried Adams:

http://mededelingen.over-blog.com/article-16025016.html

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche