Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
2 septembre 2014 2 02 /09 /septembre /2014 01:57

 

IVO-VAN-HOVE_04-2012-2_----Jan-Versweyveld-.jpg

Ivo van Hove (foto: (c) Jan Versweyveld)

 

Dat Ivo van Hove de roman The Fountainhead wilde vertonelen is niet verwonderlijk. Wat de ziel van het boek is, is ook die van hem en geeft zeer goed weer hoe hij staat tegenover de overheid en haar wanbeleid in verband met kunst en de kunstensector.

In 1935 begon Ayan Rand [1905-1982] aan The Fountainhead. Met het hoofdpersonage Howard Roark schiep Rand de ideale mens. Toen het boek in 1943 verscheen lag het niet aan de critici dat het een bestseller werd. De mond-aan-mondreclame is er verantwoordelijk voor. Na de grote run is het nooit meer weg geweest uit de boekhandel en volgde druk na druk.

De schrijfster

Ayn Rand sluit zich aan bij de rij van Russische grootmeesters in de vertelkunst. Ze is afkomstig van Sint-Petersburg. In haar middelbare schooltijd was ze getuige van zowel de Kerenski revolutie, die ze steunde, als van – in 1917 – de bolsjewistische, die ze vanaf het begin afwees. Haar familie verhuisde naar de Krim. In 1925 kreeg ze toestemming om haar familie in de Verenigde Staten te bezoeken. Ze keerde nooit meer weer naar Rusland. Vanaf 1926 werkte ze in Hollywood waar ze vrij snel Cecil B. De Mille leerde kennen, de regisseur van films, megaspektakels als De Tien Geboden.
Ayn Rand werd scenarioschrijfster, schreef een toneelstuk, maar haar kracht lag in de vertelkunst. The Fountainhead en het tweede deel van haar magnum opus, Atlas Shrugged [1957] zijn samen goed voor ruim 2000 pagina’s dundrukpapier, kleine letter en groot formaat [23 op 15]. Je hebt voor beide boeken een boekenstander nodig om tijdens het lezen geen kramp in de vingers te krijgen.

De regisseur

De droge, harde schrijfstijl van Ayn Rand moet een van de redenen zijn geweest die Ivo van Hove aanzette om van de roman een toneelstuk te maken. Een tweede reden is dat het beroep van het hoofdpersonage over dat van hem geschoven kan worden en er maar één beeld te zien is.
Howard Roark is architect. Een regisseur is dat ook. Hij ontwerpt een voorstelling zoals een architect een gebouw. En net als Roark luistert Van Hove naar op- en aanmerkingen, maar ze beïnvloeden zijn concept nauwelijks. Tot de première. Eenmaal die voorbij is interesseert – grof gezegd – de voorstelling Van Hove niet meer. Net als voor Roark is voor Van Hove het creatieproces the sound and the fury. Verdere aandacht is er enkel om na te gaan of het geluid en de drift van zijn gerealiseerde droom onbeschadigd blijft. De voorstelling staat zo bekeken als beeld en spiegelbeeld: de wereld van de integere architect tegenover de onkreukbare regisseur.
Een derde reden om dit boek op de bühne te zetten is dat Van Hove er van overtuigd was dat bewerker Koen Tachelet en scenograaf Jan Versweyveld het verhaal en de beeldschetsen in een compacte speeltaal en een kurkdroog decor konden omzetten. Met bovendien de steun van dramaturg Peter Van Kraaij is het boek gestript, op het ondergoed na.

Het verhaal

Begin 20ste eeuw. The Fountainhead schildert de carrière van de Howard Roark. Hij wordt net voor de eindstreep weggestuurd van de architectenschool omdat hij de theorieën van die roestbakken van professoren afwijst. Zijn medestudent en vriend Peter Keating slaagt met glans en maakt carrière als architect die knikt en slikt wat de klant wil. Wat Roark net niet wil doen; onder geen beding. Hij wil geen kopie van Europa bouwen, waar veel rijken juist wel van dromen. Wonen in Griekse tempels of Romeinse paleizen – Duitse burchten of Franse kastelen. En liefst alle stijlen van twee millennia gemixt. Voor Roark daarentegen verdient de Nieuwe Wereld een Nieuwe Architectuur.
Keating zit algauw aan de grens van zijn kunde. Om aan de top te blijven, doet hij vaak beroep op zijn vriend, maar verknoeit diens ontwerpen door zijn grenzeloze ambitie en ijdelheid. Wanneer hij voor de zoveelste maal beroep doet op Roark, laat die hem een contract tekenen dat er niets aan het ontwerp gewijzigd zal worden. Wegens zijn verlies aan zelfrespect geeft Keating toe en wordt het prachtig ontwerp een afgrijselijk gebouw. Roark blaast het na voltooiing op en krijgt een proces aan zijn been. Door een sterk gemotiveerde apologie luidt het oordeel van de jury: Niet schuldig.
Eindelijk erkenning als vernieuwer [denk aan Le Corbusier] en de doorbraak van een eigen, Nieuwe Architectuur. Natuurlijk is er doorheen het verhaal nog een complex amoureus verhaal verweven.
Onderhuids speelt mee dat de kracht van het individu voorgaat op de macht van de massa. En dat het individu als cultuurschepper niet mag toegeven aan welke wens ook uit politieke of economische hoek.

De voorstelling

Met het pleidooi eindigt de voorstelling, niet met de beslissing van de jury. Ivo van Hove laat het oordeel aan het publiek over. Noem het een open einde. Al zal wie nauwgezet de voorstelling volgt tot dezelfde uitspraak komen als die van de jury in de roman. Daarenboven de waarschuwing snappen waar het Van Hove om te doen was: het snoeien in subsidies en moeien met het artistiek beleid door de overheid is een misdaad.
Maar niet enkel dat open einde is een schot in de roos. Ook het wegsnijden van bijgedachten en nevendaden, op zich interessant maar niet essentieel voor de mechaniek van het toneelverhaal, is dat. Het is aan de acteurs om ze suggestief weer op te halen. En dat is een kolfje naar de hand van het acteursgild van Toneelgroep Amsterdam. Ivo van Hove heeft een gezelschap samengesteld dat individueel en in groep zijn personage, zijn rol, zijn aandeel een vierde macht kan geven. En verdwijnt een schakel, weet hij een evenwaardige te vinden. Het maakt dat de magie van de voorstelling geheel in handen ligt van de spelers. In The Fountainhead wordt dat even sterk aangetoond als in zowel een kleine als een grote voorstelling met een meerwaarde. Kleine = La voix humaine – Grote = Romeinse Tragedies.
Eén acteur een ruiker toewerpen en de anderen een bloem, past niet. Het verhaal is een kapstok en het succes van de voorstelling wordt gemaakt door het samenspel van de acteurs. Zo intens is het teamwork dat de toeschouwers gevangen worden in de ban van de evolutie en de meningen van de personages. En al heb je een triumviraat als regeerders, hun spel krijgt maar glans door de blink van de nevenrollen, een benaming die in wezen ver onder de waardigheid van hun aandeel in het geheel van de productie is.
De kroonjuwelen
Bij elke kroon horen juwelen. Eén ervan is de schrijfmachine[s]. Niet van het merk IBM maar van Olivetti, het Italiaanse bedrijf van schrijfmachines waar de Belgische kunstenaar Jean-Michel Folon enkele jaren voor werkte. Heel wat producten van Olivetti zijn, by the way, in de permanente collectie van het Museum of Modern Art in New York opgenomen.

FoutainHead.jpg
Een ander juweel is de beroemde degelpers van Heidelberg. Hij symboliseert de popularisering van de dagbladen. Toen de machine aan het drukken sloeg, kwam
Citezen Kane in beeld. En de botsing van Orson Welles als de scrupuleuze krantenmagnaat met Joseph Cotton als de integere theatercriticus.
Ook de muzieklijn is een juweel, beginnend bij de muziek van George Gershwin, scherend langs de psychedelische muziekgenres en eindigend bij de hedendaagse opera.

Envoi
Er valt heel wat meer moois te ontdekken in deze voorstelling. Het mag niet gezegd maar moet gezien worden. Het verklappen zou de verrassing ontheiligen. The Fountainhead is een Wagneriaanse toneelproductie die men meer dan eens moet zien om de schoonheidsvlekken ervan te ontdekken.

Guido LAUWAERT

 

THE FOUNTAINHEAD – Toneelgroep Amsterdam –www.tga.nl– 2 t/m 4 oktober in deSingel – Antwerpen

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

commentaires

Walter A.P. Soethoudt 02/09/2014 08:36

De democraat Truman zag de stormwolken samentrekken boven zijn eventuele herverkiezing en besloot het republikeinse spelletje mee te spelen door alle ambtenaren die ooit communistische sympathieën
hadden betoond de laan uit te sturen. Dat hij hiermee volledig in de kaart speelde van de roodvreters van het comité was duidelijk. De latere HUAC-verhoren van maart 1951, geleid door John S. Wood,
en de verhoren in 1952 door het Intern Veiligheidscomité onder leiding van Pat McCarran werden berucht door het namen noemen. Iedereen die moest voorkomen kon zich haast helemaal vrijpleiten als
hij bereid was namen te noemen. Het was uit dit namen noemen dat de zogenaamde Blacklist resulteerde. Het directe resultaat was dat 324 mensen hun baan in de filmbusiness verloren en niet langer
voor een filmstudio mochten werken.
Dat de invloed van dat alles nog steeds doorwerkt, kun je lezen op Wikipedia, waar de auteur van het artikel over Song of Russia letterlijk schrijft: "Heavy with propaganda featuring an idealized
Soviet Union."
De film is het verhaal van de Amerikaanse dirigent John Meredith (Robert Taylor) die op tournee gaat doorheen de Sovjet-Unie en daar verliefd wordt op een pianiste, die overdag op een tractor het
land bewerkt en ’s avonds pianiste is. Op zijn tocht doorheen het land doet hij veertig steden aan en ziet daar gelukkige, gezonde mensen, die lachen en met volle teugen de communistische droom
leven. Het speelt allemaal net voor de inval door nazi-Duitsland.
Het HUAC vond de film aanstootgevend en riep de hulp in van schrijfster Ayn Rand, grondlegster van het objectivisme en bewonderaarster van het kapitalisme. Rand schreef zelf enkele weinig
succesvolle films, maar kreeg wat meer bekendheid toen haar roman The Fountainhead in 1949 werd verfilmd door King Vidor, met Gary Cooper.
Ze kreeg dus de film uit 1944 voorgeschoteld om haar al op voorhand vaststaande mening te geven. Over een scène waarin men enkele Russen ziet lachen, schreef ze: "Het is een van de gewone trucs van
de communisten om lachende Sovjet-arbeiders te tonen." Omdat er dus lachende Russen werden getoond in een Amerikaanse film, was deze film communistische propaganda.
Tijdens een debat ontspon zich volgende dialoog met Ayn Rand:
Vraag: ‘Wordt er in Rusland niet meer gelachen?’
Antwoord: ‘Wel, als je het me op de man af vraagt, neen.’
Vraag: ‘Ze lachen dus helemaal niet?’
Antwoord: ‘Niet helemaal juist, maar als ze lachen is dat in hun privéomgeving en toevallig. Ze lachen niet om hun instemming met het systeem te betuigen.’
In Capitalism Magazine van 19 januari 2005 kreeg Ayn Rand nog eens gelijk, naar aanleiding van de boekbespreking van het boek Ayn Rand and Song of Russia: Communism en anti-Communism in 1940s
Hollywood.
Blacklisted producent Paul Jarrico, die medeverantwoordelijke was voor de screenplay van Song of Russia, produceerde in 1954 Salt of the Earth (trouwens zijn enige productie). De film speelt in
Mexico in een zinkproducerende fabriek waarvan de arbeiders staken. De hele staking wordt bekeken vanuit de ogen van de vrouwen en dit in een erg neorealistische stijl.
De film werd subversief genoemd omdat de Internationale Unie van mijn-, pletterij en smeltovenarbeiders de film sponsorde en verschillende personen die op de blacklist stonden geholpen hadden bij
de productie ervan. De unie was buitengegooid bij de CIO (federatie van vakbonden in de industrie) wegens de dominantie van communisten in de leiding. Regisseur Herbert J. Biberman was een van de
Hollywood Ten, die direct na de gevangenis – na 6 maanden cel – aan deze film begon te werken.

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche