Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
19 avril 2014 6 19 /04 /avril /2014 14:56

 

JohanSimonsdr.jpg

Dr. h.c. Johan Simons

De hoogste culturele prijs van Nederland is dit jaar toegekend aan Johan Simons. De oeuvreprijs bekroont een persoon met een grote staat van dienst op gebied van cultuur of natuur in Nederland. Het Prins Bernard Cultuurfonds noemt hem ‘één van de meeste toonaangevende Nederlandse theaterregisseurs’ en roemt zijn grote verdienste voor de theaterkunst in binnen- en buitenland.

De prijs toont tevens aan dat het theater, en specifiek het toneel, een belangrijke sociale functie heeft; meer dan eender welke andere kunstvorm. Beeldende kunst, muziek, film wijzen op een opkomend gevaar of geven een situatieschets. Toneel gaat dieper in op de problemen en wijst op de heersende pijnpunten. Is de actualiteit zelve. Een goede regisseur weet zelfs een oud stuk, of het nu Grieks of Elisabethaans is, zo te actualiseren dat het een kaakslag geeft die hard en direct aankomt. De confrontatie is frontaal, oog in oog.

Film doet dat niet. Blijft afstandelijk, door de lijfelijke afwezigheid van de acteurs. Aan dat probleem proberen filmproducenten wat te doen. In Nederland worden in een paar filmhuizen drankjes en gerechten geserveerd op het moment dat het in de film wordt gedaan. Soms wordt het een drankproeverij. Bij de start van de film krijg je een proefdoos met drankjes uit de film. Dit alles in een poging de film realistischer te maken.

Het is nattevingerwerk. Niets kan het toneel evenaren. Zelfs al is het in combinatie met muziek en/of dans, het toneel is de hoogste vorm van maatschappijkritiek. De theatergezelschappen verwijten bendes profiteurs te zijn is daarom zeer dwaas. Er zijn geen misbruiken, slechts zwakke invullingen van deze kunstvorm. En toch moeten ze er zijn. De kleine gezelschappen, ogenschijnlijk nutteloze, vormen het voetstuk van de grootmeesters. Hoe kunnen anders grootmeesters ontstaan? Uit het zwakke groeit het sterke.

Natuurlijk zijn er te veel gezelschappen. Dat is niet de schuld van die gezelschappen maar van de overheid die in de gouden halve twintigste eeuw met geld strooide zoals Lambik in de strip De poenschepper. Het wordt dus tijd dat een minister van Cultuur grote kuis houdt in het theaterwinkeltje. Het kan door eender welke minister van eender welke partij uitgevoerd worden. Een goed strijdplan is het enige wat nodig is.

Waarom is Berlijn momenteel de culturele hoofdstad van Europa? Na de val van de muur heeft de overheid op cultureel gebied drastisch ingegrepen. Jongeren kregen leegstaande fabrieks- of winkelpanden en kregen alle vrijheid, zolang ze maar niet aanklopten bij de overheid om geld. Het maakte dat voormalige Oost-Berlijnse wijken een nieuw leven kregen.

Dat de overheidsbeslissing aansloeg bewees de immobiliënsector. Toen die haaien het succes zagen kochten ze massaal panden op. Voor beter gesitueerde en gecultiveerde Duitsers. De enigen die er het slachtoffer van werden waren de kunstenaars. Want de koop- en huurprijzen schoten de hoogte in. Op enkele jaren tijd werden voormalige werklozen geciviliseerde burgers. Al bleven ze in hun slodderpakjes rondlopen. Maar ook dat werd mode.

Massa’s overheidspanden en fabrieken staan te verkommeren. In een aantal gebeuren er louche zaakjes. Geef ze aan jonge mensen. Dat ze hygiënisch niet aan de huidige comfortabele trends beantwoorden is een voordeel. Jongeren hebben het licht en de kracht. Ze malen niet om comfort en luxe. De lege ruimte blijft het startpunt van elke kunstevolutie. Het materieel subsidiëren is een belangrijke manier voor het oppeppen van de economie. Want kunstenaars hebben ook eten en materiaal nodig. Dat is te krijgen bij de middenklasse, die als geen ander klaagt over subsidies en kunstenaars als profiteurs. Er zijn slechts enkele kunstenaars die doorbreken en rijk worden, maar veel middenstanders die daarvan profiteren en nog rijker worden.

IvoVanHovedr.jpg

Dr. h.c. Ivo van Hove

Dat het toneel een sleutelpositie inneemt in de kunstmarkt is naast de prijs voor Johan Simons, vorige week ook bewezen door Ivo van Hove, artistiek én zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam. Een Vlaming, nota bene. Vijf sterren in de gezaghebbende kranten The Independent, de Evening Standard, The Daily Telegraph én The Times. Vier in The Guardian en The Observer. Zijn regie van Arthur Millers A view from the Bridge voor The Young Vic, werd overladen met superlatieven. Ook het decor van Jan Versweyfeld werd geroemd. In een klinische omgeving ontleedt Van Hove Millers tragedie tot op het bot, schrijven de Britse kranten. Door zijn aanpak, wijst Van Hove op de groeiende ellende in de povere klasse. Die zat er bij zijn ontstaan van het stuk in 1955 al in, maar is na de gouden halve eeuw, nog sterker geworden. De visie van de regisseur benadrukt het.

Subsidies schrappen na de volgende verkiezingen zou dus getuigen van een ontzettende domheid. Er moet wel wijzer mee worden omgegaan. Daar zullen zelfs de grote bedrijven en banken niet rouwig om zijn. Waarom sponsoren zij de kunstsector? Omdat ze weten waar de bron van de welvaart ligt. Kunst kan wel degelijk de wereld redden.

Guido LAUWAERT

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche