Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
6 février 2013 3 06 /02 /février /2013 12:05

ZLpege.jpg

De voorbije weken heb ik hier enkele berichten geplaatst over Wetenschappelijke Tijdingen en Zuurvrij, twee tijdschriften die je dankzij (met goed besteed) overheidsgeld voor een prikje in de bus krijgt. Gisteren ontving ik de jongste aflevering van Zacht Lawijd – nog zo'n tijdschrift dat ik gretig lees. Ik heb hier dan ook vaker de aandacht getrokken op dat tijdschrift dat mij nooit ontgoochelt (het volstaat “Zacht Lawijd” in te tikken in de rubriek “recherche”, kolom rechts, om een volledig overzicht te krijgen).

De vorige aflevering werd hier gesignaleerd op 23 november 2012:

http://mededelingen.over-blog.com/article-boeiend-als-steeds-zacht-lawijd-112740153.html

Tot mijn verbazing stel ik nu vast dat ik mijn lezers niet attendeerde op de merkwaardige aflevering (jg. 11, nr. 2, april-mei-juni 2012) gewijd aan de journalist, schrijver, modeontwerper, galeriehouder en kunstpromotor Paul-Gustave van Hecke (1887-1967), lange tijd een al te onderbelichte figuur. Onder meer in Floris Jespers en de Gay Twenties (Antwerpen, The Private Press, 1989) en verspreide bijdragen wees ik op zijn (ook internationale) rol als culturele animator. Afgezien van de onuitgegeven licentiaatsverhandeling van Bart De Volder (sterk ingekort verschenen in het Kultureel Jaarboek Provincie Oost-Vlaanderen, 1989, nieuwe reeks 31) was destijds (buiten de primaire bronnen) weinig van of over Pégé te lezen. In Les Avant-gardes littéraire en Belgique (dir.: Jean Weisgerber, Bruxelles, Labor, 1991) kwam hij – zij het zijdelings – min of meer aan bod. Dankzij de hernieuwde belangstelling voor de historische avant-garde kwam er dan eindelijk een kentering. Nele Bernheim beet zich vast in het succesverhaal van het modehuis Norine en de rol van Pégé, en Manu van der Aa besloot de biografie te schrijven van de duizendpoot Van Hecke – een hachelijke onderneming.

In ZL tekent Manu van der Aa voor de levensschets van Pégé. Nele Bernheim schetst de rol van Van Hecke als “éminence grise” achter Couture Norine, “la Coco Chanel du Nord”. Onder de wat wufte titel 'Les choses en vogue' handelt An Paenhuysen over de mondaine Van Hecke die graag Parijs in Brussel speelde maar tevens de verhouding tussen centrum en periferie kon omdraaien. Provincie en internationale avant-garde hoefden elkaar niet uit te sluiten. “Het spektakel van Parijs” kwam (naast de mythe van Berlijn en het provinciale kosmopolitisme) reeds uitvoerige aan bod in haar boeiende studie De nieuwe wereld. De wonderjaren van de Belgische avant-garde [1918-1939] (Meulenhoff/Manteau, 2010). José Boyens, experte op het vlak van leven en werk van Oscar Jespers, belicht de relaties van Pégé, Van Ostaijen, Oscar Jespers en André de Ridder. Johan Vanhecke focust zich op Johan Daisne en Pégé. Hans Renders & Sjoerd van Faassen belichten de verhouding van het tijdschrift Variétés tot het surrealisme. Peter J.H. Pauwels heeft het over “de stille weerwraak van P.-G. Van Hecke in het casino van Knokke”. (Naar mijn inzicht is hier geen sprake van “stille weerwraak” maar wel van ultieme vernedering.) Ik nam de receptie van Pégé's poëzie voor mijn rekening.

Het themanummer Van Hecke (291 p., rijkelijk geïllustreerd) werd samengesteld door Manu van der Aa, Sjoerd van Faassen, Hans Renders & Marc Somers. Het portret van Pégé en Nono dat de cover siert was een revelatie: een bijzonder, atypisch werk (1920) van Leon Spilliaert.

Van Hecke is nu voorgoed uit de vergetelheid gehaald. Dat is niet het lot van zijn even veelzijdige kompaan (en tijdelijke vennoot) André de Ridder (1888-1961), aan wie Pégé veel te danken had en die op velerlei gebied een innoverende en beslissende rol speelde.

*

In het jongste nummer van ZL maak ik dankzij Gert Selles kennis met de mij onbekende dichteres Nanda Sandbergen (1889-1979) en de soms vileine, vrouwonvriendelijke reacties op haar werk. Joris van Parys (een exacte tijdgenoot) schreef de biografie van Masereel (1995) en Buysse (2007) en werkt momenteel aan een levensverhaal van Raymond Brulez waar ik naar uitkijk. In ZL focust hij op Brulez en de befaamde Sinte Katharina Drukkerij (waarover de onvolprezen Andries van den Abeele publiceerde). De omzwerving van het gedicht 'Van op de hooge Brug' van Richard Minne wordt grondig gereconstrueerd door Yves T'Sjoen. In 'Europese uitgeefambities in het Derde Rijk' gaat de aandacht van Hans Renders naar de nazi-uitgeverijen in de afzonderlijke bezette landen die rechtstreeks vanuit de Duitse instanties in Berlijn werden bestierd. De aanwezigheid van Else Lasker-Schüler in de Vlaamse expressionistische literatuur wordt geschetst door Stefan van den Bossche.

Henri-Floris JESPERS

ZLXI4.jpg

Zacht Lawijd, literair-historisch tijdschrift,jg. XI, nr. 4 [oktober-november-december 2012], 119 p., ill. Los nummer: 9 €.

Abonnement voor een jaargang (4 nrs.): 30 €. Opgave van abonnementen bij de administratie:

België: Garant Uitgevers, Somersstraat 13-15, B-2018 Antwerpen. E: uitgeverij@garant.be

Nederland: info@letterkundigmuseum.nl

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche