Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
29 juin 2011 3 29 /06 /juin /2011 05:08

 

-PkrantSpinoy.jpg

Onder de enigszins gemaniëreerde titel 'Gemythologiseerd spiegelschrift zonder echo's' publiceert Poëziekrant een bijzonder lezenswaard interview van Anneleen de Coux met Erik Spinoy naar aanleiding van diens jongste bundel, Dode kamer (2011). De dichter beleeft kennelijk zijn kringen naar binnen en legt zich een retraite op, 'een terugplooien op een minimaal bestaan' :

Het gaat me hier niet om onze verhouding tot de buitenwereld en om onze identificaties met bepaalde posities daarin, maar om momenten waarop we terugplooien op onszelf en ons rekenschap geven van onze asociale kern. Dat zijn heel spanningsvolle ogenblikken.

*

Spinoy debuteerde in oktober 1985 bij Contramine, de uitgeverij van Tony Rombouts en Maris Bayar. De tweemansbundel Golden Boys bevat de zeven gedichten tellende cyclus 'Kerkhofbloesems' van Spinoy en de cyclus 'Een kapitein besmeurd' van Dirk van Bastelaere (eveneens zeven gedichten). De reeks 'Kerkhofbloesems' verwijst nadrukkelijk naar Gezelle en werd daarna ingrijpend bewerkt opgenomen in De jagers in de sneeuw (Antwerpen, Manteau, 1986). In 1987 verscheen dan Twist met ons (Wommelgem, Den Gulden Engel), gedichten van Spinoy, Van Bastelaere, Bernard Dewulf en Charles Ducal.

Bart van der Straeten onderstreepte (in Tijd-Cultuur van 30 januari 2002) dat Spinoy en Van Bastelaere de Vlaamse poëzie nauwer wilden laten aansluiten 'bij de vigerende trend in de Westerse literatuur: die van het internationale postmodernisme'. Van der Straeten stelt:

Eerder dan dichters, werden zij op den duur poëzie-ideologen, soevereine en onaantastbare leiders van het Vlaamse dichtersland. Bejubeld door menig criticus, groeiden zij uit tot de iconen bij uitstek van de Vlaamse poëzie in de jaren negentig.

'Onaantastbare leiders'? De 'invloed' van Spinoy (en Van Bastelaere) op de Vlaamse poëzie mag écht niet overschat worden. Ik ben bovendien eerder geneigd te stellen dat hun werk overschaduwd wordt door hun vaak gezwollen en aanmatigende 'ideologische' beschouwingen... Voer voor psychologen eerder dan voor literatuurwetenschappers.

*

De postmodernistische mode is nu passé. Spinoy bekent dat Dode kamer 'vooral op een intuïtief-associatieve manier tot stand gekomen' is.

Ik wilde gedichten schrijven die gewoon iets met de lezer doen, zonder van hem te vragen: 'Ga er nu eens achter zoeken wat ik heb willen zeggen'.

Spinoy erkent nu dat er toch wel zoiets bestaat als 'een soort harde kern', dat die 'roerloos' blijft en distantieert zich dus met zoveel woorden van het etiket 'postmodernisme'. Hij wijst op de fenomenologische 'procedure' ('reductie' ware hier juister geweest) en komt aldus dicht bij Paul van Ostaijens 'Geranien-Erlebnis' (1).

Anneleen de Coux stelt hem dan terecht de vraag of hij zich niet meer verwant voelt met Dirk van Bastelaere:

Niet meer verwant is overdreven. Ik zal wat hij doet altijd wel met bijzondere aandacht blijven volgen. Maar er is al heel niet meer zoiets als een postmodernistisch clubje, ook al hebben sommigen dat blijkbaar nog steeds niet begrepen. Als je naar de literatuurgeschiedenis kijkt, zie je trouwens dat zoiets altijd weer gebeurt. Op een bepaald moment zie je jonge schrijvers zich groeperen, en dan zie je dat die groepering een heel beperkte houdbaarheidsdatum heeft en dat de leden algauw in alle richtingen uiteenzwermen, hun eigen fascinaties cultiveren, zich stilistisch ontwikkelen... Dat het allemaal uit elkaar drijft. […] Het omgekeerde zou ik nogal vreemd vinden: dat je op je vijftigste nog altijd met een vlag zou staan zwaaien.

*

Poëziekrant heeft ook aandacht voor het door sommigen bejubelde debuut van Y. M. Dangre. Pascal Cornet is echter niet mals:

De bundel Meisje dat ik nog moet heeft een zorgvuldig opgezette structuur en bevat enkele prachtig wrange gedichten die bloemleesbaar zijn, maar met al die – wat je vergoelijkend zou kunnen noemen – jeugdzonden is dit debuut verre van volmaakt en zeer ongelijk in kwaliteit.

*

Het lange gedicht Mathieu - een figuur om voor altijd te verdwijnen en de verzameling essays Maar waar is het drama? van Huub Beurskens (gelijktijdig verschenen bij Meulenhoff in september 2010), worden besproken door Carl de Strycker. Hij typeert 'duizendpoot' Beurskens als 'een van de allerbeste dichters en knapste essayisten van ons taalgebied'.

Na de 'duizendpoot' komt 'de man die sneller schiet dan zijn schaduw – Lucky Luke' aan bod: 'slangenmens' Jan Lauwereyns, die sinds 1999 een onthutsende, eigenzinnige en intelligente creativiteit ontplooit. Yves T'Sjoen onderkende meteen het talent van Lauwereyns en bezorgde een van die beslist epoque-makende afleveringen van Revolver, 'Vivisectie van een dichtbundel' (jg. 30, nr. 2, september 2003).

LauwereynsRevolver.jpg*

In de jongste aflevering van Poëziekrant komt Hagar Peeters uitvoerig aan het woord in een vraaggesprek met Jooris van Hulle en focust Stefan van den Bossche op het enigszins steriele oeuvre van Claude van de Berge. De jongste bundel van Roger de Neef, Luchthaven voor vogels (Gent, Poëziecentrum, 2010) wordt besproken door Anneleen de Coux, die in het jongste nummer van Deus ex Machina een bijzonder relevant interview met De Neef publiceert (jg. 35, nr. 137, juni 2011).

PoeziekrantDeNeef.jpg

Tot mijn vreugde stel ik vast dat de Chileense dichter Vicente Huidobro (die meewerkte aan het Dada Almanak 1920) toch niet helemaal vergeten is in Vlaanderen / België. Piet de Vos (die aan een proefschrift werkt over de poëzie van Huidobro, Van Ostaijen en Benjamin Péret) vertaalde de tweede zang uit Altazor. O el viaje en paracaidas ('Hogevalk. Of de reis aan de parachute'), een krachttoer. Jacques Lothaire vestigde al in 1922 de aandacht op Huidobro (1893-1948) in het Antwerpse tijdschrift Ça ira! (nr. 18, mei 1922), erop wijzend dat diens 'créationnisme' zich 'geestelijk' parallel ontwikkelde met het Spaanse 'ultraïsme'. Guillermo de Torre (1900-1971), de spilfiguur van het 'ultraïsme' die brieven wisselde met de Antwerpse dichter Paul Neuhuys (1897-1984), was het daar niet mee eens, zoals genoegzaam blijkt uit zijn in het Brusselse tijdschrift Écrits du Nord (uitgegeven door de Université Libre de Bruxelles, eerste jaargang, tweede reeks, december 1922) gepubliceerd artikel.

*

In de jongste afleveringen van Poëziekrant werden ook gedichten opgenomen van o.m. Norbert de Beule, Frank de Crits, Stefaan van den Bremt, alsmede een 'graphic poem' van Peter Theunynck & Lies van Gasse.

Henri-Floris JESPERS

(1) Henri-Floris JESPERS, 'De "Geranien-Erlebnis" en de terugkeer van het landelijke', in: Spiegel der Letteren. Tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en voor literatuurwetenschap, jg. 39, 1997, nr. 2, pp. 131-146.

 

Poëziekrant, jg. 35, nr. 3, april-mei 2011; jg 35, nr. 4, juni 2011; 94 p.,ill.

Abonnement België: 38 €. Nederland en EU-landen: 44 €.

Los nummer: 7 €.

Inclusief verzendkosten: 10 € (België); 12 € (Nederland en EU-landen).

Andere: 14 €.

Poëziecentrum vzw, Vrijdagmarkt 36, B 9000 Gent.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche