Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
6 septembre 2011 2 06 /09 /septembre /2011 01:27

 

fdv2.jpg

Freddy de Vree (3 oktober 1939 – 3 juli 2004) was een van die veelzijdige en complexe figuren die in een al bij al vrij benepen conformistisch en door huisvlijt geteisterd en ondermijnd cultuurklimaat zelden de erkenning krijgen waar ze ongetwijfeld recht op hebben. (Cf “Necrologisch”, in Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, nr. 28, 5 juli 2004, pp. 4-6.)

*

Freddy de Vree debuteerde in het Frans met een essay en een dichtbundel: blues pour boris vian  (Antwerpen, De Tafelronde, 1961; herziene en vermeerderde druk: Paris, Le Terrain Vague, 1965) en mots pour karin  (Sint-Niklaas, paradox press, 1963). In de jaren zestig was hij alomtegenwoordig, zowel in marginale als gevestigde literaire tijdschriften. Hij publiceerde een aantal dichtbundels bij De Bezige Bij (w.o. Een sneeuwvlok in hel, 1972; Steden en sentimenten, 1976; Moravagine of de vervloeking, 1982). Bij Pink Editions & Editions verscheen De dodenklas  (1977) en bij Revolver Erepark  (1999). Ondertussen had hij een rits bibliofiele uitgaven op zijn naam, in samenwerking met o.m. Roland Topor, Daniel Spoerri en Günther Uecker. 
Altijd lezenswaardige essays bundelde hij in Rita Renoir, enz. (Manteau, 1973) en hij schreef een indrukwekkend aantal monografieën: o.m. Pierre Alechinsky  (1976), Zao Wou-ki  (1977), Marcel Broodthaers (1979), Constant  (1981), Karel Appel  (1983), Jan Cremer  (1985), Maurice Wyckaert  (1986), Daniel Spoerri  (1988), Enrico Baj  (1998), Jan Vanriet  (1997), Asger Jorn  (1998) en Jef Verheyen  (2004). Hij nam de kunsthandel op de korrel in Beleggen en beliegen  (1975). Hij had zijn hart verpand aan Cobra en beijverde zich om het postmodernisme te demystificeren ( o.a. in New-York-Scherpenheuvel, 1988).

De talrijke bijdragen van Freddy de Vree over Hugo Claus vormen een ware Fundgrube, en wie Willem Frederik Hermans: de aardigste man ter wereld  (De Bezige Bij, 2002) niet gelezen heeft, zal de complexe persoonlijkheid van De Vree nooit doorgronden. 
Als radioman verrichtte hij baanbrekend werk en verwierf aldus internationale erkenning.

*

Minder bekend is dat Freddy de Vree twee romans schreef die onder de geijkte noemer 'spannende boeken' vallen: 69 + 1 James Klont  (onder pseudoniem Jan Vlaming, Antwerpen, Celbeton, 1966, 160 p.) en De erfgenamen van de dood  (Kalmthout, Walter Beckers, 1979, 252 p., ill.; met een inleiding door Ivo Michiels). 
De vlag dekt de lading: 69 + 1 James Klont  is inderdaad een persiflage van de destijds furore makende James Bond-verhalen. 

 

De erfgenamen van de dood  is een complexer boek, bovendien een mijlpaal in de evolutie van het 'spannende boek' in Vlaanderen. 
De roman bestaat uit vier delen: deel één en deel vier spelen in 1977 te Palo Alto in Californië; deel twee en drie vormen een flashback en spelen in 1973 en 1974, respectievelijk in Zaïre en Venetië. De structuur van de roman is klassiek te noemen: inleiding (1977, Palo Alto), middenstuk (terugblik op 1973 en 1974, Zaïre en Venetië), en ontknoping (1977, Palo Alto en Antwerpen). 
In het eerste deel, bestaande uit drie hoofdstukjes ( 'Aankomst', 'Dag en nacht denk ik aan jou' en 'Literaire versnelling'), maakt de lezer kennis met de heldin van het boek, 'Het Brein', de ware macht achter de schermen, Marie-Claire de Jonghe, die met de auto onderweg is naar het Stanford Linear Acceleration Center, alwaar de tempel van de O.T.O gevestigd is. Hier wordt de lezer voor de eerste (maar lang niet de laatste) keer betrokken bij de spelletjes van de auteur.

In 1969 verschenen bij De Bezige Bij te Amsterdam twee dichtbundels van ene Marie-Claire de Jonghe, die heel wat ophef maakten. Jaja  was gericht tegen het Vlaamse nationalisme en de (Vlaamse) taboes, De lemen liefde  bezong een hartstochtelijke lesbische liefde. Wie was die onbekende auteur die plots bij een gerenommeerde uitgever te voorschijn trad, en dan nog wel met twee bundels op een jaar? De gekste veronderstellingen werden eventjes voor waar genomen – tot uiteindelijk bekend werd dat achter Marie-Claire de Jonghe, Freddy de Vree schuilging.

De O.T.O, Ordo Templi Orientis is onlosmakelijk verbonden met de magiër Aleister Crowley (1875-1947), alias Het Beest 666, over wie Freddy de Vree een bondige, bezinnende biografie in verzen schreef, Een sneeuwvlok in hel  (Bezige Bij, 1972). Crowley werd bewonderd door Jimmy Page en prijkt op de hoes van The Beatles’ Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band  (1967) – een fotomontage van 'the famous and infamous' die een zelfgekozen genealogie van de Beatles illustreert.


Het tweede deel beslaat 30 hoofdstukken en handelt over de avonturen van de wat naïeve Marc Mesens, anno 1973 in Zaïre. Dit deel vertoont heel wat kenmerken van een Bildungsroman. Hier wordt de pre-revolutionaire sfeer van het einde van een regime opgeroepen (in de roman wordt Mobutu Sese Seko vermoord in 1975. In zijn inleiding spreekt Ivo Michiels van

het gekke, hoogst onwaarschijnlijke en in zijn onwaarschijnlijkheid bijna waarschijnlijke verhaal van een Zaïre-opstand. De klassieke ingrediënten van de thriller ontbreken niet: het zwarte hoertje dat een geheime agente blijkt te zijn, de soft-hero die zijn dapperheid-tegen-wil-en-dank niet op kan […]; de onvermijdelijke verwisseling van koffers, de gesmokkelde wapens die opduiken waar niemand ze verwacht en spoorloos weer verdwijnen, […] en geweld, uiteraard, maar met een knipoog, een monkellach: niets is au sérieux te nemen, zo serieus is het.

Naast de terreurgroep 'de rosse luipaarden' en de samenzweerders van 'de Orde van de Leeuw' wordt ook de Orde van de Prince opgevoerd, als een 'een soort loge' – 'het klonk alsof de blanken wilden rivaliseren in geheime genootschappen met de zwarten en hun fetisjeurs'.

Freddy de Vree laat inderdaad zijn (erudiete) fantasie en (immer adolescente) spe[e]ldrift de vrije teugels. En passant worden referenties van alle aard opgestapeld en steekt de auteur de draak met van alles en nog wat. 
Michiels wijst ook terecht op het spelletje dat De Vree met zijn personages speelt – en, jawel, met veel schwung:

Namen die, niet of nauwelijks vervormd, ten overvloede uit het Vlaamse culturele (of politieke of economische arsenaal) zijn geplukt en doorlopend worden toegewezen aan personages, wier beroep of functie in het verhaal juist niét klopt met wat die naam spontaan oproept, zodat het grapje, in tegenstelling tot de gewone sleutelroman, eigenlijk dubbel werk.

De naam Maurits Naessens is natuurlijk geënt op de destijds overbekende socialistische bankier (Parijs en de Nederlanden) en collectioneur, de mecenas van het Mercatorfonds, de man die Michel Seuphor terug naar Antwerpen haalde. In de roman loopt Naessens rond als kunstcriticus, deelnemer aan het congres van de AICA (de in 1950 opgerichte Association Internationale des Critiques d’Art) in Zaïre. De Vree’s spelletje wordt een ware goocheltruc. Hij verwijst immers naar Hendrik de Man, de voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij die na de overrompeling van mei 1940 voor de collaboratie koos, en naar Verdinaso-leider Joris van Severen. De bankier was Demanist geweest en had (aangetrouwde) familiale banden met de Imperiale Staatsman. De Vree was aanwezig op het AICA-congres in Zaïre, waar hij inderdaad Naessens ontmoet heeft. Maar in het boek wordt dan weer de bankier van vlees en bloed geromantiseerd ten tonele gevoerd onder de naam Valeer De Batselier. 
De Orde van de Leeuw stelt zich tot doel


Het marionettenregime van Mobutu omver te werpen. De kapitalistische invloeden en structuren uit de weg te ruimen. De wraak uit te voeren van Patrice Lumumba.

 

De drie leden van de Orde (“SS-ers van links”) waar Mesens mee te maken heeft, heten respectievelijk Ruyslinck, Geeraerts en Raes. Fysieke eigenschappen, uiterlijk, manier van spreken en doen: ze zijn geheel congruent met de gelijknamige schrijvers. Als romanpersonages worden ze door De Vree meesterlijk en vooral genadeloos geportretteerd en gehekeld, maar het levend model wordt daarbij ook al niet gespaard, integendeel. Voor wie het drietal kent, gewoonweg hilarisch! 
Dokter Jef Ruyslinck heeft de laatste uren van Lumumba meegemaakt (nou ja, wat historisch zo geboekstaafd staat…):

Ik sprak met Lumumba. Hij met mij. Het was toen dat ik hem steun heb beloofd. Welke steun wist ik niet zo onmiddellijk. Ik trachtte hem een beeld te schetsen van de onderdrukking van de Vlamingen in datzelfde België door kapitalisten en franskiljons. Hem aan te tonen dat de Belgen die hij had leren kennen niet één homogene groep van verdrukkers voorstelde, maar dat de numeriek omvangrijkste groep, die van de Vlamingen, door de Brusselaars en de Walen even misprezen en uitgezogen was geworden als onze zwarte broeders uit zijn volk. Men had hem dit nooit verteld of verklaard. Het ontroerde hem diep. Ik sprak hem over ons symbool, ontleend aan de savannen van zijn vaderland, de Vlaamse Leeuw. Patrice Lumumba ging rechtop zitten, greep mijn hand en zei: dan wil ik de Zwarte Leeuw zijn. Samen zouden wij strijden tegen de verdrukking.

Hoe dat allemaal afloopt wordt hier uiteraard niet onthuld – noch wie die erfgenamen van de dood zijn. 


In de volgende sequentie, die in 1977 speelt en uit drie hoofdstukjes bestaat, worden de sleutels aangereikt: het tot dan toe nogal cryptisch verhaal wordt gereconstrueerd en de link met Marie-Claire de Jonghe duidelijk gemaakt. Ze wil namelijk lid worden van de O.T.O., die geen uitgesproken doel heeft,

tenzij het delen in de genoeglijke ervaring dat de Orde verheven was boven alle aardse en onaardse wetten, gezamenlijk over de gehele wereld kon rekenen op de assistentie van de heersers, met wie zij uitstekende contacten onderhielden. Zij zochten de heerschappij over de aarde niet, want ze bezaten ze, per procuratie, door hun rijkdommen en hun invloed. Geen van hen was rechtstreeks betrokken bij de politiek van zijn land, behalve de leden uit Rusland en China. Deze mensen waren machtiger dan de machtigen op aarde, want zij droegen de bochel niet van de publieke verplichtingen.

In ruil voor het lidmaatschap van de O.T.O. geeft ze de Orde een verrassend geheim (en levend) wapen om haar macht uit te breiden. En zo geschiedt.


Er valt nog heel wat te zeggen over De erfgenamen van de dood  en de ludieke manier waarop De Vree zijn boek truffeert met (al dan niet) doorzichtige referenties (buiten de reeds genoemden o.m. naar Pierre Restany, de flamboyante gangmaker van de Franse pop art, het Nouveau Réalisme; de componist Konrad Boehmer; Remi de Cnodder, ‘van het Belgisch ministerie’; verzamelaarster Peggy Guggenheim; Willem Frederik Hermans; Floris Jespers – het houdt niet op). Tegenover de ongebreidelde fantasie van de schrijver, staat de haast maniakale accuratesse waarmee hij de couleur locale aanbrengt (SLAC te Stanford, Kinshasa, Venetië…) of technische details aangeeft (over wapens, lineaire versnelling, opnameapparaten, enz.) en het gefantaseerde verhaal invoegt binnen een geopolitieke context. Kortom, de bereisde Freddy de Vree geeft hier ook de volle maat van zijn eruditie (die, laten we het niet vergeten, destijds niét 'verworven' werd via een toetsenbord). 


Het boek verscheen in 1979, hetzelfde jaar als Kodiak .58  van Jef Geeraerts, dat ook al over Zaïre gaat, en kreeg destijds geen enkele aandacht. Achteraf bekeken blijkt De erfgenamen van de dood  het eerste spannende boek in het Nederlandse taalgebied waarin politieke samenzweringstheorieën met esoterische inslag centraal staan. De Vree’s O.T.O. vertoont immers alle kenmerken van het complot der Illuminati (of van de Reptilians…), die thans zo kwistig via Het Net onthuld worden. Qua opzet en structuur bleef het op dat vlak tot de publicatie van De Emerson locomotief (The House of Books, 2002) van Benny Baudewyns een eenzaam unicum.

*

Met Hugo Claus schreef hij onder de schuilnaam Conny Couperus de persiflerende thriller Sneeuwwitje en de leeuwerik van Vlaanderen (Arbeiderspers, 1985), een satire op de Belgische politiek, de Vlaamse cultuur en de Nederlandse literatuur.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche