Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
8 janvier 2015 4 08 /01 /janvier /2015 18:09

 

DSC09682.jpg

Theo Venckeleer

Ieder zijn Middeleeuw” was de intrigerende titel van de lezing van prof. em. Theo Venckeleer voor de eerste, druk bijgewoonde lezing van 2015, voor de Culturele Vriendenkring Exlibris. De spreker drukte de vrees uit dat wij, elk van ons, de Middeleeuwen zullen blijven benaderen vanuit een strikt persoonlijke en geconditioneerde visie. Tijdens zijn academische loopbaan heeft hij twee domeinen geëxploreerd: de evolutie die de Franse taal heeft gemaakt van Latijn tot wat ze nu is, en de studie van op schrift gestelde documenten, met speciale aandacht voor de middeleeuwse teksten. Hij voert, en dit nog steeds, een zoektocht naar de wijzigingen in het wereldbeeld van groepen en maatschappijen en komt tot de vaststelling in de historiografie vaak wordt gevarieerd op gekende thema’s waarbij mythen als feiten worden beschouwd, en gelukkige formules het vertrekpunt van standaardinterpretaties worden. ( Dan Brown – De Graallegende, Umberto Eco – de Inquisitie). Objectieve geschiedschrijving verzandt meestal in “des ideées reçus” en het beeld dat wij ons vormen van vroegere periodes is vaak gekleurd door vooroordelen enz. Venckeleer verwijst hier ook naar het collectief geheugen dat grotendeels onbewust is overgeleverd. (De zondvloed, de Guldensporenslag enz.)

Wij hebben de geschiedenis opgedeeld in chronologische periodes die algemeen aanvaard worden. Onze kennis van de Middeleeuwen berust grotendeels op geschreven bronnen. Maar deze boeken werden voortdurend overgeschreven, telkens met de onvermijdbare fouten en verdraaiingen van de feiten. De orale overlevering, het vertellen, was ook een bron van overdracht. Wat overgebleven is zijn documenten die grotendeels verzorgd en bewaard werden in klerikale middens. Volgens Theo Venckeler bevindt zich in Italië in de “coventi soppressi” nog een schat aan informatie, waaraan toekomstige filologen nog jarenlang werk kunnen hebben.

Een ogenschijnlijk onbelangrijk taalkundig gegeven heeft Theo Venckeleer jaren geleden aan het denken gezet. De aanleiding was het boek van Huizinga Herfsttij der Middeleeuwen waarin de auteur beweert dat er een onmisbare continuïteit is in het wereldbeeld van de vijf eerste eeuwen van het tweede millennium en dat dit bleek uit het taalgebruik. Theo Venckeleer heeft dan hierover een zeer uitgebreide vergelijkende studie gemaakt aan de hand van namen die in verschillend formules voorkwamen in verhalen en chanson. Hij ziet een evolutie in de kwalificaties die aan de beschreven personen gegeven worden. Daarin ontdekt men een mentaliteitsverandering, er wordt niet alleen een beschrijving gegeven, men nuanceert en oordeelt ook.


Mieke De Loof, René Broens en prof. Walter Simons

Theo Venckeleer besluit met de boodschap dat niets ons moet beletten om individueel de periode te benaderen vanuit onze eigen ervaringswereld en Tristan en Isolde te lezen als een fatale liefdeshistorie of een ongelijkzijdig triootje, Parsival als een heilsboodschap of als de jeugd van een naïeveling die tegen alles opbotst, en waarom niet de Reynaert als een politieke persiflage of als een karikatuur van de heilsboodschap volgens Johannes. (Met een knipoog naar René Broens...)

Joke VAN DEN BRANDT

Foto’s: Frank Ivo van Damme

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche