Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
19 janvier 2013 6 19 /01 /janvier /2013 06:00

 

In het meest recente nummer van Knack(nr. 3, 16 januari 2013, p. 77) lees ik het volgende, nota bene in de rubriek ‘Kort en krachtig’ van de ‘katern’ ‘Wetenschap’:

 

Volgens een Noorse linguïst is Engels een Scandinavische taal, en geen Germaanse. Het Oud-Engels dat in Groot-Brittannië gesproken werd voor de Noormannen er aankwamen, zo stelt hij in het Apollon Research Magazine, zou zijn vervangen door een mengtaal met sterke Noorse wortels.”

 

Deze inderdaad korte en krachtige mokerslag liet me verbijsterd en in paniek achter. Bijna veertig jaar lang heb ik taalkundige nonsens verkondigd aan adolescenten, wier historisch, geografisch en linguïstisch inzicht sowieso al erg moeilijk te structureren valt tot een consistent geheel. Mijn bescheiden pogingen daartoe bleken nu te berusten op drijfzand.

 

Bij het verwarrende begrip ‘Scandinavische talen’ kon ik me wel iets voorstellen, maar dan slechts schoorvoetend, met heel veel goede wil. In mijn taalkundige cursussen en andere bronnen werd immers nooit over zo’n taalfamilie gesproken – terecht, want ‘Scandinavisch’ is uiteindelijk een erg diffuus label (er zijn verschillen naargelang van de geografische, politieke of cultureel-historische invalshoek).

Dat het Engels in de taalgenealogie nu definitief zou opschuiven van ‘west’ naar ‘noord’ leek me wél enigszins denkbaar, althans indien de Noorse linguïst in kwestie daar plausibele argumenten voor kon leveren.

Maar dat de Scandinavische talen niet langer tot de Germaanse ‘familie’ zouden behoren, betekende een ronduit verpletterende Aha-Erlebnis, net zoals de stelling dat het Oudengels blijkbaar geen directe aansluiting meer zou hebben met het Middelengels.

Bovendien: wie waren toch die Noormannen, over wie sprake is in Knacken die het Oudengels van de kaart veegden? Waar kwam dat Oudengels, gesproken vòòr hun komst, dan uiteindelijk vandaan? Of: waarom geen woord meer over de Angelen en de Saksen, en al even bevreemdend: geen woord over het Fries, en, bij uitbreiding, niets over het onderscheid tussen Ingvaeoons en Istvaeoons?

 

Elke wetenschappelijke deontologie impliceert fundamenteel openheid voor nieuwe inzichten én bereidheid tot falsifiëring. Ik ging dus heel deemoedig te rade bij de bron die Knackgebruikte, met name een artikel van Trine Nickelsen in Apollon(https://www.apollon.uio.no/english van 27 november 2012) over dat fameuze onderzoek van de taalkundigen Faarlund en Emmonds (twee namen dus) van de Universiteit van Oslo. Wat lezen we daar?

 

The sentence structure in Middle English – and thus also Modern English – is Scandinavian and not Western Germanic.” Iets verder stelt de verslaggever dat, volgens de onderzoekers, het Engels “belongs to the Northern Germanic language group, just like Norwegian [etc.] This is totally new and breaks with what other language researchers and the rest of the world believe, namely that English descends directly from Old English [...] or Anglo-Saxon, [...]a West Germanic language, which the Angles and Saxons brought with them from Northern Germany and Southern Jylland when they settled in the British Isles in the fifth century. […] Modern English is a direct descendant of the language of Scandinavians who settled in the British Isles in the course of many centuries, before the French-speaking Normans conquered the country in 1066," says Faarlund. He points out that Old English and Modern English are two very different languages.”

 

Het is niet mijn bedoeling om me te mengen in het eventuele debat rond de onderzoeksresultaten van Faarlund en Emmonds, al was het maar omdat mijn kennis van het Noors ondermaats is. Bepaalde aspecten van hun hypothese zijn op zijn minst verbazingwekkend, zoniet zelfs verwarrend, maar dat is mijn probleem.

Anderzijds wordt hun visie op de band tussen Oudnoors en Middelengels (ze releveren kenmerken die totaal afwezig zijn in andere ‘Westgermaanse’ talen) geschraagd door op het eerste gezicht pertinente syntactische argumenten – al wordt in het artikel van Nickelsen dan weer niets gezegd over b.v. een opvallende morfologische bijzonderheid van het Noors die in het Engels, net zoals in het Nederlands en het Duits, onbestaande is, nl. de agglutinatie van het bepaald lidwoord met het substantief (‘the book, boken’ – ‘the books, bøkene’).

 

Het betekende echter wel een hele opluchting om te vernemen dat de ‘Scandinavische’ talen dan toch nog als Germaans beschouwd worden, of dat hier duidelijk gesproken wordt over Franssprekende ‘Normans’ in 1066, wat je in het Nederlands beter vertaalt als ‘Normandiërs’ om elke verwarring met de Noormannen (Noren, Denen, Zweden) van de 5de tot pakweg de 10de eeuw te vermijden. Het deed me natuurlijk ook veel plezier om die Angelen en Saksen opnieuw op Britse bodem te zien verschijnen in de 5de eeuw.

Blijkbaar had ik al die jaren dan toch geen al te flagrante leugens verkondigd, al migreert het Engels in de visie van Faarlund en Emmonds wel degelijk van de westelijke naar de noordelijke tak van het Germaans.

 

Het is niet de eerste keer dat Knackbloedstollende enormiteiten op linguïstisch gebied verkondigt – zie b.v. de ‘taalkaart’ in het nummer van 11 oktober 1995, die bol stond van de meest absurde taalkundige ketterijen en die ik gelukkig niet meer terugvond in het elektronische archief van het weekblad.

De wetenschappelijke rubriek van Knackwordt vandaag, en al geruime tijd, verzorgd door Dirk Draulans. Ik twijfel er geen seconde aan dat deze eminente bioloog-zoöloog, doctor in de wetenschappen en specialist op het terrein van de evolutionaire biologie, alles afweet over spermapakketjes van mannelijke spinnen, de intelligentie-moleculen van rondwormen of de ontstaansgeschiedenis van de mens.

Alleen dit. Ten eerste baseerde Knackzich voor deze ‘korte en krachtige’ taalkundige mededeling niet op het originele artikel zélf van de twee linguïsten uit Oslo, wél op een verslag daarover in een (weliswaar) universitair blad; hoe dan ook tweedehands dus – overigens ging het hierbij wel degelijk om twee taalkundigen en niet om “eenNoorse linguïst”.

Ten tweede stel ik me, vooral, zeer ernstige vragen bij de uiterst nonchalante, slordige manier waarop een, zelfs tweedehands, wetenschappelijk artikel blijkbaar gelezen wordt door de Knack-redacteur van dienst. Als een gelijkaardige accuratesse aan de dag wordt gelegd in verband met b.v. geneeskunde, fysica, biologie of wiskunde, dan ziet het er pas helemaal lief uit. Het jachtige, momentane twitteren en chatten kan wellicht modieus zijn, maar het mag gerust achterwege blijven in een wetenschapsrubriek. Liever wat meer diepte dan breedte.

Ten derde: bioloog, blijf bij je leest.

 

Het lijkt me dan ook dringend tijd om ook taalkundige thema’s door terzake bevoegde specialisten te laten behandelen, en niet zomaar ‘kort en krachtig’. Zo’n werkwijze zou niet alleen getuigen van intellectuele deemoed, maar ook van schroom ten aanzien van elkewetenschappelijke discipline – zelfs de taalkunde.

LUTIN D’ANVERS

 

 

 

 

 





 

 

 

 

 

 

 

 

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Gert Vingeroets 19/01/2013 11:25

Kort en krachtig: Knick-Knack (naar E.T.A. Hoffmann en zijn Kater Murr)

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche