Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
15 février 2011 2 15 /02 /février /2011 04:21

 

Willem M. Roggeman voelt zich uitgesloten en miskend in het 'bekrompen' Vlaanderen. In de vorige blog (11 februari) werd zijn journalistieke en ambtelijke carrière kort in herinnering gebracht. Voegen we daar nog aan toe dat hij jarenlang in het organisatiecomité van 'Poetry International' te Rotterdam zat. Roggeman wist aldus een internationaal netwerk op te bouwen. Een lang (en boeiend) vraaggesprek met Roel Richelieu van Londersele (Poëziekrant, oktober 1985) eindigt veelbetekend als volgt: 'Misschien dat ik, zoals zovele voorgangers, ook via het buitenland eindelijk Vlaanderen zal veroveren.' (Wie die 'zovele voorgangers' mogen zijn laat ik hier in het midden...)

Hoe zit het nu met de receptie van Roggemans oeuvre in Vlaanderen?

De poëzie van Willem M. Roggeman werd van zijn debuut en tot op heden gewaardeerd door heel uiteenlopende vakgenoten en critici. Voor de vuist weg zet ik hier op een (alfabetisch) rijtje: Pieter G. Buckinx, Gaston Burssens, Louis Paul Boon, Ben Cami, Frans van Campenhout, André Demedts, Hans Groenewegen, Hugo Raes, Guy van Hoof, Willy Spillebeen, Yves T'Sjoen, Herman Uyttersprot, Paul de Vree.

wmrVERBEELDING2.jpg

De tweede roman van Roggeman, De verbeelding (Hasselt, Heideland, 1966), kreeg ruime belangstelling en staat geboekstaafd als 'typische genreroman uit de school van de nouveau roman' (zie Hector-Jan Loreis, Van de nouveau roman naar de nouveau nouveau roman, Brussel / Den Haag, 1967; Paul Hardy, Bij benadering, Brecht / Antwerpen, De Roerdomp, 1973; B.F. van Vlierden, Van In't Wonderjaer tot De Verwondering. Een poëtica van de vlaamse roman, Antwerpen, De Nederlandsche Boekhandel, 1974; Paul van Aken, Letterwijs, letterwijzer, Manteau, Brussel / Amsterdam, 1979).

Met Van Achterberg tot weverberg (Antwerpen / Brugge, De Galge, 1976; met een inleiding door Paul de Wispelaere) bewees Roggeman dat een gewetensvolle dagbladrecensent (in illo tempore) wel degelijk beschouwd kon worden als een volstrekt volwaardige essayist.

De interviews van Roggeman met Vlaamse en Nederlandse schrijvers van diverse pluimage bewijzen dat ook ten volle. In 1978 publiceerde het Vlaamse PEN-Centrum (warvan Roggeman secretaris was) 10 Modern Essays from Flanders, waarin een interview van Roggeman met Hugo Raes. Ik herinner me levendig dat er toen in de republiek der letteren wat insinuerend gemompel te horen was. Een interview...? Tja, Roggeman is secretaris van PEN... Dat was geheel onterecht. Aan de Universiteit Gent kreeg Roggeman nog les statistiek van André de Ridder, de man die het literaire interview in de Vlaamse literatuur introduceerde. De geautoriseerde vraaggesprekken van Roggeman, veelal gepubliceerd in De Vlaamse Gids, kunnen gerust beschouwd worden als een rijke, verhelderende, deels nog altijd onontgonnen Fundgrubbe inzake poëticale opvattingen van een rits contemporaine Vlaamse (en Nederlandse) schrijvers. Bibliografisch beschouwde het Vlaamse PEN-Centrum die terecht als 'essays'.

Beroepsgeheim ('s Gravenhage, Nijgh & Van Ditmar, 1975), Beroepsgeheim 2 (Antwerpen / 's Gravenhage, Soethoudt / Nijgh & Van Ditmar, 1977), Beroepsgeheim 3 (Antwerpen, Soethoudt, 1980), Beroepsgeheim 4 (Antwerpen, Soethoudt, 1983), Beroepsgeheim 5 (Antwerpen, Facet, 1986), Beroepsgeheim 6 (Antwerpen, Paradox Press, 1992).

Hetzelfde geldt voor Roggemans boeiende en verhelderende gesprekken met plastische kunstenaars (Atelier, Antwerpen, Soethoudt, 1982).

wmrATELIER.jpg

Willem M. Roggeman had er kennelijk nooit een probleem mee een welwillende uitgever te vinden. Zijn boeken, die nooit een brede lezerskring bereikten (en dat hoeft ook niet), werden destijds op kwaliteitsgronden steevast aangekocht door de Dienst Letteren van het Ministerie van Cultuur. Zo publiceerde hij alvast vijf verzamelbundels: De droom van een robot (Hasselt, Heideland-Orbis, 1976, 77 p.), De school van het plotseling ontwaken. Gedichten 1957-1970 (Antwerpen / Den Haag, Standaard Uitgeverij / Nijgh & Van Ditmar, 1972, 165 p.; met een inleiding door Mark Dangin), Memoires. Gedichten 1955-1985, Antwerpen, Soethoudt & Co, 1985, 327 p.; met een inleiding door Paul de Vree), Al wie omkijkt is gezien. Gedichten 1974-1987, Antwerpen / Amsterdam, Manteau, 1988, 106 p.; met een inleiding door Hubert Lampo); De tijd hapert in de spiegel (Leuven, uitgeverij P, 2000, 159 p.; met een inleiding door Geert van Istendael).

wmrMEMOIRES.jpg

Vermelden we nog even dat Roggeman tweemaal de Dirk Martensprijs van de stad Aalst kreeg: in 1963 voor poëzie, in 1964 voor toneel. De eerste Louis Paul Boonprijs (1974) ging naar Paul de Wispelaere en Willem M. Roggeman. In 1975 viel de prijs van de stad Brussel Roggeman te beurt.

Tja, uitgesloten en miskend in het 'bekrompen' Vlaanderen...

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

commentaires

W
<br /> Ik wil het vervolg zo snel mogelijk!<br /> <br /> <br />
Répondre

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche