Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
3 février 2014 1 03 /02 /février /2014 15:16

 

PekingFiles.jpg

Peking

Files zijn het ultieme teken van beschaving. Wie veel naar Frankrijk reist, weet dat het vroeger Dubonnet was, of Byrrh. Daarna deed de Bar Tabac en zijn PMU de cultuur rijzen, net als de kapper met zijn ronddraaiend, zeeziek makend molentje aan de deur. Daarna werd de beschavingsdrang verlegd van de zijmuur en de rieten stoel naar de openbare weg. Het verkeerslicht was het nec plus ultra. Tot het overtroefd werd door de verkeersdrempel, het snelheidspistool, en de ultieme seinpost van ontwikkeling: het groene, flikkerende neonkruis van de apotheker.

Maar vandaag is er de file. Beter nog: het echt stilstaand verkeer. De cartesiaanse onlogica, heb ik vroeger al bewezen, ligt aan de basis van het vastrijden. Edoch, wat zich in Lyon voordoet, is maar een flauw afschijnsel van de toestand in Peking. Napoleon had het al voorzegd (en zoals gewoonlijk zich vergist): “Quand la Chine s'éveillera, le monde tremblera". Tot zijn verschoning dient gezegd dat hij zich toen op Sint-Helena bevond, niet bepaald een oord gezegend met achtarmige kruispunten of overbeladen vrachtwagens. Als China wakker wordt, ligt het plat.

Toch staat de vaststelling als een muur: Peking is een zeer beschaafde stad. Peking staat stil omdat het hyperkinetisch beweegt. In de communistische logica tracht het Politburo dat aan banden te leggen door overal muren rond te bouwen, net zoals onder de Qing geen Chinees verder mocht reizen dan tien dorpen in de omtrek. Alsof dat toen nodig was. Het was evenwel een oeroude traditie van de keizers. Elke wijk, elk huis, elk district, elke hutong was strikt afgescheiden van de rest van stad en land – een kopie van de gesloten absoluutheid van de hemel zoals die was neergelegd in de Verboden Stad. Kwalijke dampen of gedachten kun je maar best binnenshuis houden.

Want wat voor bouwsels geldt, geldt ook voor de geest. Rond het denken is een muur gezet die alleen introspectie toelaat, strikte opvolging van wetten en verordeningen. Descartes tot perfectie verheven: hou de geest in de fles.

Daarom staat in Peking alle verkeer stil. De Chinezen timmeren onverdroten aan de weg. Zij leggen wijken plat om er nieuwe afgebakende torencomplexen of olympische stadions neer te poten, zoals aardappelplantjes. Elk op zijn eigen zode. Zij leggen rivieren droog om nieuwe kanalen te trekken, ze bouwen reuzendammen om bevloeiingtechnieken tot in de perfectie na te bootsen (die Westerse renegaten zonder schroom als overstromingen omschrijven; hebben zij misschien de rijst uitgevonden ?). Zij verbannen, terecht, de kwetsbare en hinderlijke fietser van de brede lanen voor Tien An Men of de drie Ringen rond de stad om er auto’s vast te klemmen tussen oerwouden van verkeerslichten en gehaaste voetgangers tussen auto’s.

De drijfveer achter dit beschavingswerk is meetbaarheid. Telbaarheid. Controleerbaarheid. De keizers geloofden rotsvast in de loop der sterren, en hun plaats aan het uitspansel. De rode keizers geloven even muurvast in de loop der werkersstromen en hun plaats aan het arbeidsfirmament. Ze hebben de sterren en de handarbeiders zelfs in hun vaandel gezet.

Voor de argeloze bezoeker leidt die onwrikbare, verbeten dogmatiek vaak onverhoeds tot vreemde, dode tijden. Ik maakte het mee op weg van Peking naar Xian. Het Chinese protokol verwacht dat het journaille één uur voor een officiële delegatie naar de luchthaven vertrekt. Om zeker te zijn dat geen enkele journalist afwezig zal blijven op een ontmoeting tussen ministers. Op die ontmoeting is de pers trouwens helemaal niet welkom, tot daar aan toe. Hij moet er zijn, de deuren blijven gesloten. Er wordt vooraf druk geteld en herteld – wij waren met zijn zestienen, in rotten van vier maal vier. Hoe kon het dan in Mao’s naam dat er achttien mensen op de pendelbus zaten ? (Twee Chinezen inbegrepen. Die van het protocol).

Eén journalist wordt van de bus gehaald. Hotelrekening niet betaald. Hij toont nochtans zijn faktuur, maar jeremiëren helpt niet. Er is vastgesteld dat de rekening niet betaald wàs, dus is ze niet betaald. Een onderzoeksprocedure dringt zich op. Herhaald opnieuw tellen van de overige journalisten biedt alweer geen soelaas. Tweemaal vergeleken, tweemaal in ganzenlooppas van bus naar balie en terug. Herberekening van de rekening die betaald en toch niet betaald is, het is onbegonnen Westerse denkpatronen te vatten op een eenvoudige abacus, het kralentelraam. Het patroon dat ze zelf hebben afgetekend, afgestempeld en opgevouwen in drie exemplaren. En de bus, zij bleef stille staan.

Even bemeten zijn de diners. Er staat een maximum duur op, anderhalf uur, astrolabiumvast. Zeven of zeventien gangen, dat doet er niet toe. Er wordt geklonken, gekampeid, geschrokt, gebuffeld, geboerd, geritseld, gezwolgen en geslokt, maar de tijdsmuur wordt nimmer doorbroken. Wat in de hemel de geluidsmuur is, geldt op aarde voor de klokmuur.

Omdat juist door deze stringente regelmaat China in de vaart der volkeren is opgestuwd, kan er dus ook niets mis gaan in de ekonomie. De statistieken wijzen het onverminderd uit. Chinezen groeien. Hooi, rapen, staal, raketten, computers, zijzelve. Steeds hogerop, maar onbuigzaam in de breedte. Chinezen mogen dan alle moeite doen om zich breit zu machen, ’t is al boter aan de galg. Of erger. En wat niet is, zal toch bewezen zijn.

Ik woonde een schietoefening bij van het Volksleger in de bergachtige uitlopers van Peking. Elk schot, elk kanon, elke mortier, elk geweer trof raak. Zelfs toen de laatste drie doelen onmiskenbaar waren gemist, toch ontploften ze. Twee sekonden later, dat was nu eenmaal zo voorzien.

Voorzienigheid is de orde der natuur, zoals de file de orde van het verkeer is. Laat u dus niet kisten als u in een rekenkundig dispuut verwikkeld raakt. U heeft ongelijk, ga daarvan uit. En heeft u toch gelijk, dan heeft u ongelijk, want u wijst de Chinees op een fout die hij, volgens voorschrift, niet kan maken of gemaakt hebben. Uw gelijkhebberij maakt hem te schande, hij lijdt gezichtverlies, hij hééft geen gezicht meer. Wees daarom wijs als Li Tai Pe: beweeg niet, zeg niets, eet, drink. En de file lost vanzelf op, het dispuut wordt vermeden, en een volle maag geeft tevredenheid.

Het zal u opvallen als u ooit de Chinese richting uitgaat. De Chinees doet het de hele dag. Eten en drinken. Noedels en truffels, torren en lapjes, spiezen en ginseng, kippenvleugels en zwarte hanenpoten, in thee gekookte of duizendjarige, glazige eieren, slangen en stinkende tofoe. En hij drinkt daar onnoemelijke hoeveelheden bij, van Tsingtaobier tot Grote Muurwijn, van mei kwei loe tot konjak, als het maar kampei is, bottoms up, sla achterover. Hou wel de klok in het oog. Nooit langer dan anderhalf uur, desnoods zestien keer per dag, maar nooit langer dan anderhalf uur.

De tevredenheid in China neemt dan ook alras toe, dat is trouwens statistisch bewezen. Hoe roder de konen, hoe groter de tevredenheid. Ik heb veel rode konen in de file gezien. Maar het bewijst zichzelf. En het omgekeerde. Het oosten is rood, en dat is maar goed ook. Voor het welbehagen in de cultuur. En voor de zielenrust van de Westerling.

Lukas DE VOS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche