Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
17 août 2013 6 17 /08 /août /2013 17:14

 

Zinzen.jpg

Ik wil er niet aan beginnen zelfs maar een poging te doen om u hier een summiere biografie van Mike op te lepelen, dat zou ons te ver leiden en de meeste aanwezigen kennen de hoofdlijnen van dat picareske verhaal meer dan voldoende om er niet in detail aan herinnerd te moeten worden.

Daarom een paar korte, algemene bedenkingen.

Om te beginnen met een misschien wat melige alliteratie : Mike was bij leven een monument, en dat om verschillende redenen.

Ten eerste was hij een monument in de Antwerpse jazzgeschiedenis, een verhaal dat begon voor WO II met mensen als Fud Candrix, en na die oorlog briljant werd verdergezet door Jack Sels en de zijnen. Mike nam met brio de fakkel over, zowel als self-made muzikant als in zijn rol als uitbater van diverse jazz-café’s. Helaas is er, net zoals van Jack, van hem te weinig muziek op geluidsdrager overgebleven, maar wat er is koesteren we. Zijn esbattementen over bop, hard-bop en free tot de meer gematigde muziek van zijn latere jaren vormen een niet te onderschatten, precieus muzikaal avontuur. U kan zijn laatste opnames, met onder meer Patricia en Jan Germis, beluisteren op YouTube, onder andere een ronduit onvergetelijke, verstilde versie van het sowieso al prachtige 'Con Alma' van Dizzy Gillespie, recht uit de ziel, zoals het hoort en de titel het aangeeft. De Antwerpse jazz als levend verschijnsel an sich bestaat ondertussen omzeggens niet meer. We kunnen dat alleen maar betreuren.

Maar Mike was ook een monument in de geschiedenis van wat nu gemeenzaam met een huizenhoog cliché als de woelige jaren 60 genoemd worden, en die in Antwerpen al in de vroege jaren 50 begonnen, noblesse oblige. Kroegen als de gard sivik, de horn club, de mok en de sibemol, wie die ze gekend heeft denkt er niet met weemoed en onversneden liefde aan terug ? Het verbaast mij telkens opnieuw dat bij nuchter nadenken blijkt dat de ‘historische’ periode van de mok hooguit twee jaar geduurd heeft, die van de sibemol zelfs amper zes weken. Maar Mike was en bleef een rots in de branding van de vele schilders, beeldhouwers, schrijvers, muzikanten en losse toogfilosofen die deze periode haar onvergetelijke vorm gegeven hebben, wat zij die ze niet meegemaakt hebben nu ook mogen beweren.

Mike was ook wat men noemt ‘street legal’, wat betekent dat hij zonder omwegen zijn leven leidde zoals hij dat wilde, zonder zich door iets of iemand te laten dicteren, en dat tot het bittere einde, op een manier zoals ik dat bij weinig anderen heb meegemaakt. De meesten maakten later grotere of kleinere compromissen. Mike niet, nooit. Dat maakte hem langs de ene kant tot een immer welgezind mens, langs de andere kant leidde hem dat soms tot aan de grenzen van het egoïsme, heel soms zelfs iets erover. Laten wij de spreekwoordelijke mantel der liefde hier zijn werk doen.

Ik ging Mike vorige donderdag wat men noemt een laatste groet brengen in het Middelheimmortuarium. Het was spijtig genoeg eerder lang geleden dat wij mekaar nog lijfelijk ontmoet hadden, gezien onze beider onaangename en beperkende ziekteperikelen. Wat mij onmiddellijk opviel was dat in de dood een van zijn meest opmerkelijke handelsmerken, de haast diabolische, ja satanische trek op zijn gezicht, vooral rond ogen en mond, verdwenen was. Nooit heb ik hem zo rustig, zo vredig geweten. Hij heeft die rust en die vrede verdiend, al heeft hij er niet om gevraagd.

Laat mij besluiten met de volgende overweging :

Another one bites the dust, and it’s getting very lonely at the top.

Rudy WITSE

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans jazz
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche