Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
28 mai 2011 6 28 /05 /mai /2011 15:56

 

Maria Verhuyck, het allereerste vrouwelijke lid van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL), wordt langzaamaan iets minder een in de mist der tijden vergleden schrijfster. Uit de editie 1930 van Het boek in Vlaanderen - Jaarboek van de Vereeniging van Letterkundigen en de Vereeniging ter Bevordering van het Vlaamsche Boekwezen stak ik op dat Maria Verhuyck, toen reeds Maria Peremans-Verhuyck (tóch Peremans met 2 e'en klaarblijkelijk) in Amsterdam woonde, op het adres Gerard Terborgtstraat 42II. Ook dat haar toentertijd meest recente roman Hoe het zich wreekte was. Die verscheen in 1926. Ook in de uitgave van 1935 van het gelijknamige jaarboek is dat nog steeds haar laatste uitgave. In die van 1937 komen we weer iets meer te weten: daarin staat dat (ze woont dan nog steeds in de Nederlandse hoofdstad) in dat jaar de novelle Chance en het eerste deel van Catlijne Meyblom verschenen. Catlyne Meyblom is een roman, leert ons Het boek in Vlaanderen 1938, in welk jaar daarvan het tweede deel het licht zag. Weer een jaar later meldt de almanak de verschijning van de duitsche [sic] vertaling van Cathlijne [sic] Meyblom.

Een zoekopdracht op Google leverde verrassenderwijze zelfs een bespreking, ondertekend door ene J.C., op van dit boek. Waaruit blijkt dat de volledige titel Catlijne Meyblom, de weg naar het voetlicht is, en dat het boek verscheen bij Uitgeverij Steenlandt in Kortrijk. Uit jaargang 102 van De Gids, in 1938 verschenen bij P.N. van Kampen in Amsterdam. Geestdriftig werden ze daar niet van het boek van hun stadgenote. Voor de volledigheid:

"Vlaanderen heeft de laatste jaren op proza-gebied een aantal voortreffelijke werken opgeleverd en het zal in een periodiek als deze wel allerminst noodzakelijk zijn daaraan in bijzonderheden te herinneren. Het is daarenboven opvallend hoevele jonge talenten plotseling - het een gelukkiger dan het ander - naar voren komen. Marcel Matthys, Réné Berghen, André Demedts, ziehier enkele namen. Hunne prestaties staan dan nog wel niet op de hoogte van het werk hunner voorgangers (Elsschot, Walschap, Roelants, e.a.), maar het zijn dan toch in ieder geval auteurs wier arbeid reeds thans meer bevat dan een belofte alleen.

De schrijfster van bovengenoemden roman kende ik niet. Ik meen dat voor eenigen tijd een novelle van haar hand is verschenen, welke niet in den handel werd gebracht en die mij al evenmin heeft bereikt. In zooverre kan Catlijne Meyblom  dus bezwaarlijk als een debuut worden aangemerkt. In dit eerste boek (er zal nog een tweede deel volgen) doet Maria Peremans-Verhuyck het verhaal van een vondelinge, die opgevoed wordt in het Vondelingenhuis van Onze Lieve Vrouwe ter Engelen in Mechelen. Zij groeit daar op tot een aanvallig meisje. Zij raakt later verliefd op haar peter, een jong edelman, die haar nogal achteloos behandelt en het verstandiger acht een meisje met geld te trouwen. Catlijne zelf trouwt eveneens. Het huwelijk is echter van korten duur, haar man sterft en laat haar in moeilijke omstandigheden achter. Zij heeft echter talent voor tooneel en op die wijze weet zij dan te voorzien in het onderhoud van zichzelf en haar kind. Wanneer haar beschermster Zuster Oda sterft keert zij naar huis terug met het besluit haar kind niet meer te verlaten.

Men ziet het: een nogal romantisch gegeven. Misschien dat de verbeelding en de voorname woordkunst van een van Schendel, van een Aart van der Leeuw het verhaal van Catlijne Meyblom's jonge jaren zoodanig zouden hebben kunnen weergeven, dat men het geboeid en ontroerd had gelezen. Nu is daarvan geen sprake. Het verhaal wordt wel gedaan, maar nergens worden de figuren levend. Zij leiden in dit boek een schimmenbestaan. Neen, dan knapte een van Lennep zooiets toch stukken beter op."

 

Uit zijn Verzameld werk blijkt dat ook Marnix Gijsen Verhuyck heeft gelezen. Op basis van die lectuur noteerde hij summier: "Mevrouw Maria Peremans-Verhuyck, die in Catleyne  [sic] Meyblom de retrospectieve elementen vermengde met een streven naar psychologische verdieping, leunt enigszins aan bij de gemoedelijke vertelschool." Vermits dat 'streven naar psychologische verdieping' er expliciet in opduikt valt niet uit te sluiten dat Gijsen ook de auteur was van het lemma Peremans-Verhuyck, Maria, Mevr.: Z. Ned. (Mechelen 23-12-1887 – A'dam) in het Lectuur Repertorium. Ze schrijft 'vlotte romans, welke enigszins de schijn verwekken van een streven naar psychologische verdieping, maar eigenlijk slechts in beperkte mate, vooral dan wegens de thema's en de wijze waarop deze behandeld worden, boven het feuilleton-genre uitreiken.' Het supplement 1938-1946 van het repertorium omschrijft het boek nog als 'een vlot-geschreven, doch inhoudlooze mondaine roman'.

Getraceerd kon ook nog Ewig unruhvolles Herz worden, een titel die in 1940 verscheen bij de Berlijnse uitgeverij Vieweg. In tegenstelling tot wat ik eerder noteerde verscheen Het gestolen dagboek niet in 1943 (misschien werd verwezen naar een nieuwe druk?) maar in 1941. Dat blijkt uit Het boek in Vlaanderen uit het tweede jaar van de Tweede Wereldoorlog. Daarin vinden we Maria voor het laatst terug in de annalen van de VVL. Ze is dan wel verhuisd naar Rotterdam, waar ze woonde aan de Heemraadssingel 203A. Uit die tijd dateert deze (netjes in Het Letterenhuis bewaarde) foto, gemaakt door de Amsterdamse fotograaf Godfried de Groen.

Maria-Peremans-Verhuyck.JPG

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche