Overblog
Editer l'article Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
31 octobre 2010 7 31 /10 /octobre /2010 03:07

  RodeSbb.jpg

 

Veel belangstelling deze middag, op de Antwerpse Boekenbeurs, voor het evenement dat het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs organiseerde rond de bekendmaking van de nominaties voor De Diamanten Kogel 2010.

Jurylid Jos van Cann, auteur van de onvolprezen Grote Crimezone Thriller Encyclopedie, maakte in alfabetische volgorde de vijf nominaties bekend.

 

Literaire jury’s hebben het zwaar. Echt waar. Stapels boeken – in het geval van de Diamanten Kogel dit jaar bijna 70. Naast de kwantiteit is er de kwaliteit. De ene keer te wisselend. De andere keer te veel goede boeken, zoals dit jaar. Het probleem van het kiezen: steekt er een bovenuit; of komen er teveel voor nominatie in aanmerking; dit jaar. Het is altijd wat in de jury, maar het blijft leuk.

Veel zwaarder hebben het echter de auteurs. Daar denkt dan niemand aan bij zo’n gelegenheid. Weken met een briljant idee rondlopen en maar hopen dat niemand anders daar ook op komt. Dan maanden noeste arbeid. De vingers blauw geschreven, de eerste versie naar de uitgever. Als die het wil: de keel schor pratend om die versie intact te houden. Het opmaken, het corrigeren, het drukken. Eindelijk: het boek ligt er. Dan de promotie of het ontbreken daaraan. Kritiek volgen al of niet. Verkoop idem dito. Het inzenden voor een prijs. De bekendmaking van de genomineerden: zit mijn boek er bij of niet? En ook nog dit moeten aanhoren.

Met de dames en heren auteurs zou ik dus al helemaal niet willen ruilen. Daarom: cut the crap!

 

Dames en heren, de jury, onder bezielend voorzitterschap van Henri-Floris Jespers, heeft voor de Diamanten Kogel 2010 de volgende boeken en auteurs genomineerd.

Coppers

Na Niets is ooit (2008) en Engel (2009), heeft Toni Coppers (Sint-Truiden, 1962) met De geheime tuin (Manteau, 2010) de derde politieroman afgeleverd rond inspecteur Liese Meerhout van de afdeling Kunstcriminaliteit van de Brusselse politie (en niet te vergeten haar vriend, steun en toeverlaat Simon de Vere, kunsthandelaar tegen wil en dank). Alweer een gedegen, vlot geschreven politieroman, zijn beste tot nu toe, waarin opnieuw een schilderij centraal staat.

Het boek begint al met een van de meest intrigerende openingszin van alle inzendingen: "Eén keer per maand, op vrijdag, bezocht Helena Vaels haar eigen graf.". Een zin die de lezer gewoon dwingt om verder te lezen en een van enige humor niet gespeende verhaal te ontdekken dat vertrekkend van een schijnbaar bijna belachelijk eenvoudig idee uitvloeit tot een verhaal van hoog niveau.

De opgewekte, lichtjes chaotische Liese Meerhout krijgt nu te maken met een aantal moorden die op het eerste gezicht niets met elkaar van doen lijken te hebben. Drie lijken: een aan lagerwal geraakte kunstschilder; een jonge vrouw die wordt vermoord terwijl ze een derderangsschilderij aan het schoonmaken is; een Nederlandse Europaparlementslid die lijkt gewurgd tijdens een seksspelletje.

Kunstcriminaliteit...? De kezer zal snel ervaren dat het uiteraard over meer gaat dan smokkel van kunstwerken.

Coppers neemt bovendien de lezer mee op sleeptouw langs een aantal markante plaatsen van de Europese, Belgische en Vlaamse hoofdstad.

Dijkzeul.jpg

Lieneke Dijkzeul (Sneek, 1950) brengt in De geur van regen (Anthos, 2009), de derde uit de inspecteur Vegter-reeks, een klassiek moordverhaal met een wat oudere, gevoelige inspecteur – type fervent lezer, klassieke muziekliefhebber – in de hoofdrol. Weliswaar weer een bedrogen vrouw en een slechte man, maar Dijkzeul slaagt er in plot, sfeer én psychologie van de personages geloofwaardig neer te zetten et sterk uit te werken.

Wie vermoordt en scalpeert roodharige vrouwen? Aan de basis van De geur van regen ligt een zeer mooi uitgedachte plot dat door de auteur ook nog eens degelijk en verzorgd uitgeschreven werd. De hoofdrolspelers worden beetje bij beetje voorzien van een geloofwaardige achtergrond, waardoor er een band opgebouwd wordt tussen de lezer en de personages, wat de betrokkenheid ten goede komt. Hoewel de schrijfster de lezer vanuit diverse vertelperspectieven – we mogen meekijken door de ogen van zowel dader, slachtoffer, hoofdpersonage als potentieel slachtoffer – laat meegenieten van de gebeurtenissen, is Dijkzeul er met glans in geslaagd het geheel zeer degelijk en compact in boekvorm te gieten: in een aangenaam weglezende stijl, met een bijna absoluut minimum aan personages die overtuigend aan de middelmatigheid ontsnappen, tovert ze een meer dan aardig spannend boek.

De lezer weet meer dan de speurders. Zowel dader als motief kan al redelijk vroeg in het verhaal beredeneerd worden, maar de zoektocht blijft opwindend, wat het vakmanschap van Dijkzeul ten volle illustreert.

Een superieure politieroman? Een psychologische roman? Een typische 'literaire thriller', maar dan wel met een atypisch einde voor dit subgenre: gewelddadig en bevredigend.
De stille zonde van Lieneke Dijkzeul werd genomineerd voor De Diamanten Kogel 2007.

Kisling.jpg

De duim van Alva (Arbeiderspers, 2010) is de derde thriller van het schrijversechtpaar Corine Kisling (Rotterdam, 1954) & Paul Verhuyck (Antwerpen, 1940). Zij debuteerden als misdaadauteurs met Het leugenverhaal in 2007. Twee jaar geleden verscheen Kwelgeest. Hun nieuwe, intrigerende roman ligt daar in het verlengde van. Beide hebben een historisch uitgangspunt: in Kwelgeest was dat het academisch en historisch-wetenschappelijk geharrewar over Tijl Uylenspieghel, in De duim van Alva is er de sfeer rond de Sinksenfoor, de jaarlijkse Antwerpse Pinksterkermis. Deze staat zes weken in het trendy Antwerpen-Zuid, waar de bewoners al jaren klagen over geluidsoverlast, wangedrag van dronken bezoekers en een enorme geweldstoename tijdens de kermis. Ligt de oorzaak misschien in het verleden? Bestaat er dan toch zoiets als een daadwerkelijk werkzame genius loci, een opslag van haat als geest van de plek? Het Zuid is namelijk gebouwd op de vroegere dwangburcht van de gehate Spaanse hertog Alva.

De duim van Alva is geen historische thriller, wel een bont en wervelend verhaal met een magisch-realistisch tintje waarin Kisling & Verhuyck een forse vleug historie en eruditie hebben verwerkt. In deze voortreffelijk geschreven roman brengt het schrijversduo een bijwijlen hallucinerend verhaal waarin suggestie en dreiging de bovenhand voeren en mensen en toestanden raak geobserveerd worden: het Grand-Guignol-theater van de angst, bloederige horror, buurtvigilantes, ongeruste huiseigenaars, persoonlijke verhoudingen die klappen krijgen als van een zweefmolen, het gekmakende lawaai van de giga-gondel-attractie – met als apotheose een 'knallend' einde.

Al bevat het dan elementen van de whodunit en whydunit, De duim van Alva is geen klassiek spannend boek net zoals het geen historische roman is: een origineel verhaal waarvoor het vakje nog moet uitgevonden worden.

Afgrondvan Corinne Kisling werd in 2004 genomineerd voor De Diamanten Kogel.

DeLoof.jpg

Mieke de Loof (Aalst, 1951) heeft een serie van zeven thrillers opgezet, een mengeling van feiten en fictie, gesitueerd in Wenen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, laboratorium van Europa, waaruit politieke gifdampen opstegen, maar ook culturele en wetenschappelijke vuurpijlen. Hoofdpersonage is Ksaveri Ignatz von Oszietsky, jezuïet, geheim agent en psychiater. De twee eerdere, zeer fraaie delen, verschenen bij The House of Books – Duivels offer (2004, bekroond met de Hercule Poirot-prijs) en Labyrint van de waan (2006) – zijn uitverkocht. In het derde deel, Wrede Schoonheid (De Geus, 2010), treedt de schilder Egon Schiele op de voorgrond. Een dag nadat Ksaveri Ignatzmet zijn oud professor seksuologie Von Graff is gaan lunchen, wordt de hoogleraar vermoord teruggevonden. De laatste die hem levend gezien heeft, is de omstreden Weense schilder Egon Schiele. Bovendien is er in de hoofdstad van de Dubbelmonarchie een seriemoordenaar actief. Zijn slachtoffers zijn veelal jonge meisjes en vrouwen. De kunstenaar-moordenaar laat kunstzinnige sporen achter die onder meer wijzen naar de erotische werken van Schiele. Ignatz en zijn vriendin Elisabeth von Türn gaan op pad om de gruwelijke lustmoorden op te lossen. Ze voelen beiden sympathie voor Schiele, hoewel alle sporen in zijn richting wijzen en ontdekken dat er een de fotograaf aan de slag is die pornografisch getinte foto’s maakt.

De personages worden levensecht en geloofwaardig neergezet en de plot behoudt zijn spankracht tot het einde toe. Al van bij de eerste bladzijden valt op hoeveel aandacht er is besteed aan het taalgebruik, sober en beeldend tegelijk. Plot en spanning worden echter door dat stilistisch raffinement, dat nooit ontaardt in mooischrijverij, niet ondermijnd. Mieke de Loof beheerst immers de kunst van het schrappen.

Wrede schoonheid is een boeiende roman over gruwel en schoonheid, over de duisternis van de menselijke psyche en over het absolute kwaad. Een boek dat het misdaadgenre overstijgt.

Otten.jpg

Almar Otten (Deventer, 1964) viel de jury al in positieve zin op bij eerdere edities van de Diamanten Kogel. Deze in Vlaanderen nobele onbekende werkt onder de titel De zeven Deventer moordzaken in alle stilte aan een zevendelige reeks van boeken, zalig weglezende politieverhalen waarvan Lied van angst deel vier is.

Ook nu weer – net als in het uitstekende deel drie Gebonden kapitaal – krijgen Jozef Laros en Ellen van Dorth van de Deventer politie temaken met een aantal feiten die op het eerste gezicht, los van elkaar staan. Twee doden later lijkt er toch een onderling verband.

Otten slaagt er telkens in om een originele plot te bedenken die hij langzaam en beheerst voor de ogen van lezer ontrafelt. Ook deze keer staat het verhaal er weer als een huis. Bovendien vlecht Otten er een fraaie verhaallijn in over de IRA (onder meer over de aanslag op de Markt in Roermond in 1990). Met Lied van angst (ArtNik, 2009) schreef Otten een degelijke politieroman met een internationaal karakter alsof hij al jaren bij de top van de misdaadauteurs behoort.

De terloopsheid waarmee Otten Deventer presenteert aan de lezer – er zorgvuldig voor wakend er geen stadsgids van te maken – en de warme persoonlijkheden van zijn vaste speurders, stuk voor stuk erudiete gedistingeerde figuren die hun goede werk voortzetten zonder clichés of platfloerse karikaturen te worden, maken dat Lied van angst aanvoelt als een op maat gemaakt pak en een genot is om te mogen lezen. Het uitstekend opgebouwde verhaal dat terecht grenzen overschrijft, stelt vooral vragen die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Als Johnny Cash in de laatste zin ook nog 'I’m a solitary man’, is het verhaal rond.

 

Brugge heeft Aspe en Van In, Amsterdam Baantjer en De Cock, Halle heeft Witse, Gent en Maastricht hebben Flikken, Brussel heeft Liese, Wenen is voor De Loof en Ksavari Ignatz, maar Deventer beschikt over Otten en Jozef Laros en Ellen van Dorth.

 

De jury DDK 2010: Frank van den Auwelant, Ineke van den Bergen, Jos van Cann, Eric Diepvens, Henri-Floris Jespers, Kris Kenis, Alain Sohier, Geert Swaenepoel, Magali Uytterhaegen.

Partager cet article
Repost0

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche