Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
14 décembre 2009 1 14 /12 /décembre /2009 20:01

Albasten.jpg

Omslag: Besneeuwde tuin (1985, detail) van Hirakawa Toshio, suibokuga of schilderij in Chinese inkt op kamerscherm.

Vrijdag 11 december stelde Wim van Rooy de nieuwe dichtbundel van Frans Boenders in de bibliotheek van Harelbeke voor.

Frans Boenders (°28 september 1942) verwierf vooral naam en faam als producer bij de BRT, waar hij sedert 1967 als producer verbonden was. Hij debuteerde in 1961 met de dichtbundel Amarillen en publiceerde in 1974 gesprekken met Belgische wijsgeren (Filosofie en Maatschappij, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij).

Dertig jaar geleden, in 1979 (niet in 1978 zoals vermeld in Wikipedia), werd Boenders' bundel interviews Denken in tweespraak, “dialogen over ideeëngeschiedenis” (Amsterdam, Bezige Bij, 1978), bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord.

Tweespraak.jpg

Max Wildiers stelde destijds terecht dat Boenders als interviewer uitgegroeid was tot een meester in het vak. Dat was ook al voldoende gebleken uit zijn gesprekken over Wittgenstein (Over Wittgenstein gesproken, Baarn, Het Wereldvenster, 1978).

Tijdens de traditionele plechtigheid op 23 mei, vooravond van Hemelvaartdag 1979, werd Frans Boenders begroet door Ivo Michiels, waarna Paul de Wispelaere de nieuwe uitgever (Manteau) en de nieuwe redacteuren van het Nieuw Vlaams Tijdschrift voorstelde (Wim Hazeu, Patrick Conrad, Eddy van Vliet, Ward Ruyslinck en Walter van den Broeck) en ik de laudatio uitsprak. Tot slot kreeg Frans Boenders het laatste woord. De toespraken werden gebundeld in het NVT (jg. 32, nr. 4, mei/juni 1979, pp. 342-352).

Boenders onderstreepte:

Het is juist te stellen dat ik geen 'creatief' schrijver ben, maar ik wil erop wijzen dat ik ten aanzien van de term 'creatief', en van wat hij voorstelt in de geest van de gebruikers van deze term, hetzelfde wantrouwen koester als Rudy Kousbroek. Het voortbrengen van een dichtbundel, van een roman, of van een experimenteel gewrocht – het is alles voor mij niet van een hogere orde dan het schrijven van een samenhangend opstel.

In Pretenties en presumpties (Antwerpen / Amsterdam, Elsevier Manteau, 1980) bundelde Boenders opstellen over verschijnselen, stromingen en praktijken “waarvan de moderne intellectueel heden ten dage wakker ligt”. Gesprekken met filosofen (o.m. het laatste interview dat Ernst Bloch gaf), historici (Arthur Lehning over Marx en Bakoenin...), filologen en psychiaters werden gebundeld in Sprekend gedacht (Bussum, Het Wereldvenster, 1980). Tekens van lezen (Baarn / Amsterdam, Ambo / Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1985) bevat een aantal opstellen over schrijvers (w.o. Maurice Gilliams, Gaston Burssens, F. C. Terborgh, Marguerite Yourcenar en Mishima Yukio) en denkers (w.o. Isaiah Berlin en Hannah Arendt).

Als hoofdredacteur van Kunst & Cultuur, het tijdschrift van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel (thans vulgair omgedoopt tot Bozar) bleef Boenders onvermoeibaar opmerkelijke (jammer genoeg nog niet gebundelde) essays over de meest uiteenlopende onderwerpen publiceren. “Mijn wat dwangmatige positie van Einzelgänger stuwt mij steeds naar andere geestelijke horizonten” bekende Boenders al in zijn Arktoespraak.

Boenders' belangstelling voor Oosterse filosofieën en religie bleek niet alleen uit De goden uit het Oosten (Utrecht / Hasselt, Scheltens & Giltay / Heideland-Orbis, 1981), maar kwam ook veelal zijdelings in zijn opstellen opduiken. In het najaar van 1986 ondernam hij zijn eerste reis naar Tibetaan, dat aanleiding gaf tot een boeiend Tibetaans dagboek (Brussel, BRT, 1987), met bij wijze van coda een interview met de Dalai Lama. Het boek is treffend geïllustreerd met foto's van Hubert Minnebo, met wie Boenders ook een reis- en kunstproject verwezenlijkte, dat resulteerde in een fotoboek met sonnetten, Kailash, de Weg van de Berg (Antwerpen, Pandora, 1997).

In feite kan het omvangrijke en soms kameleontische oeuvre van Boenders ondergebracht worden onder de noemer “cultuurkritiek”. Dat is zeker het geval voor zijn talrijke opstellen over plastische kunsten.

Ik heb destijds een polemisch essay geschreven, Kunst zonder kader, museum zonder hoed (Leuven, Kritak, 1991), waarin ik mij afzette tegen figuren als Hoet. Als het over kunst en cultuur gaat, kies ik voor intimiteit en inkeer, en moet ik niets hebben van schreeuwerigheid en uitbundigheid. Neem nu Bert Anciaux, die ik als een cultuurbarbaar beschouw. Anciaux wil mensen aanporren om musea te bezoeken. Die cultuurpolitiek beschouw ik als een nefaste beleidsoptie, die ertoe leidt dat kunst en cultuur tot een 'commodity' verworden, herleid worden tot een consumptieproduct, tot show en amusement. Natuurlijk mag de overheid wel drempels verlagen en de materiële voorwaarden scheppen voor democratisering, maar je moet daar ook mee opletten.

Dezelfde bezorgdheid blijkt uit Kunst als intieme ervaring. Over de stille kracht van poëzie (Leuven, Davidsfonds, 1993), waarin Boenders het oeverloze gegons en geraas over kunst aan de kaak stelt.

De cultuurverspreiding, een groot goed op zich, heeft mede het negatieve effect gesorteerd dat kunstwerken 'artikelen' zijn geworden die voortdurend naar de aandacht van de 'verbruiker' dingen. Hun intrinsieke waarde speelt daarbij een veel geringere rol dan de 'promotie' die ze in de openbaarheid stuwt. De media, die met de beste intenties de kunsten verbreiden, werken vaak ongewild mee aan het geraas over kunst en aan de verregaande banalisering van artistieke spektakels. Als tegenwicht tegen de massificatie van de cultuur kan men opnieuw discreet leren omgaan met kunst, en haar beleven als een geel specifieke vorm van innerlijke ervaring. [...]

Bij de hedendaagse kunst zijn helaas vooral grootheidswaan, tomeloos narcisme en werkelijkheidsvervreemding schering en inslag. Talrijke beeldende kunstenaars zinken weg in een soort van cultureel autisme. [...]

Zelfs de poëzie raakt vandaag betrokken in de wedloop naar het succes. Zelfs zij kent haar heroën. Ze hebben carrières in de media. Ze oogsten demagogische bijval tijdens publieke optredens. Deze stilisten van een eigen mythologie slagen erin hun ijdelheid te verkopen als transcendente trots. In feite vertolkt hun hoogmoed dezelfde vulgaire zucht naar aandacht en grootsheid die men aantreft bij alle andere helden van dit fin de siècle: de vedettes van het grote en kleine scherm, de sterren van de sport, de mammoetmanagers.

Waarom een criticus en essayist van formaat door Hugo Brems in Altijd weer vogels die nesten beginnen, 'geschiedenis' van de Nederlandse literatuur 1945-2005, doodgezwegen werd, blijft mij een raadsel...

*

De jongste jaren legde Boenders zich vooral toe op poëzie. Hij publiceerde Het vuur der zinnen (Kortrijk, YinBooks, 2005), De Sulamitische (Sint-Amandsberg, Jozef Moetwillig, 2007) en Textimonium (Stedelijke Openbare Bibliotheek, Harelbeke, 2009). Gedichten schrijven heeft voor hem iets existentieels: “Ik heb het nodig om gedichten te schrijven”.

Ik ben een klassiek dichter die graag rijmt. Het rijm geeft mij een korset waarin ik me vrijwillig plaats. Ik stel vast dat de meeste "vrije verzen" die tegenwoordig worden gepubliceerd, eigenlijk neerkomen op proza dat in stukken is gehakt. Zoals de Engelse dichter en schilder Rossetti het prachtig uitdrukte: "A sonnet is a moment's monument".

*

Albasten kus bevat een tachtigtal gedichten (drie vertalingen incluis), geschreven in 2006-2009. Is het voortvarend te stellen dat het gedicht bij Boenders als de materiële drager fungeert van een abstract wezen en als verzamelplek van geestelijke concentratie?


Spiegels


De schreeuw van de witte pauw

Om de versgeplante, buigzame

Boom blijft hangen in het nauw

Tussen klacht en pracht. Langzame


Reigers strijken de vijverspiegel af,

Hij weerspiegelt het strakke, blauwe doek

Daarboven zoals het hart, laf

Van angsten en de waarheid zoek,


Een spiegel wordt van binnenbeven.

Ook de geest spiegelt: louter eendere

Geesten in blijvende onhelderheden –


Nu een eskader wilde eenden

Vaart door een lucht van late maart,

Schreeuwend wat wij ooit meenden.

HFJ

Frans BOENDERS, Albasten kus, Antwerpen / Rotterdam, C. de Vries-Brouwers, 2009, 112 p., 19,90 €.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche