Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
7 octobre 2014 2 07 /10 /octobre /2014 23:23

 

NietElkeSteenkapperVrijmetselaarCover_1.jpg

De dichter Rob Goswin leeft nog. Zijn echte naam is gewoon Robert Goossens. Maar niemand weet waar hij nu resideert. Hij werd geboren te Schriek (off all places) in het jaar 1943. Vijftig jaar later werd hij ingewijd in de meestergraad in de Loge ‘Open Raam’ te Leuven. En acht jaar geleden werd hij zelfs lid van de Loge ‘Saint-Charles de la Parfaite Harmonie’ in Bouillon. Bouillon? Ja, de reizende en rijzende vrijmetselaar trok blijkbaar van Leuven naar het Belgische grensstadje Bouillon.

Dit alles zou ik hier niet vertellen indien onze dichter dit niet eerst zelf vertelde en zèlf kenbaar maakte in zijn nieuwe dichtbundel met de geestige titel ‘Niet elke steenkapper is een vrijmetselaar’ met als ondertitel ‘Maçonnieke gedichten’.

Ik vond en kocht dit boek in een boekhandel in Knokke (niet in Bouillon!) op de Lippenslaan, omdat ik als gepensioneerde - wanneer het mooi weer is en de drang om te reizen mij hiertoe dwingt - voor zes euro alle uithoeken van ons landje met een trein kan bezoeken. Laatst was ik dus in Knokke, de driehoek Knokke – Brugge – Oostende blijft mijn natuurlijke biotoop, en kocht ik niet alleen een paar bruine herfstbottines maar ook dit boek van Rob Goswin die ik ooit in Antwerpen in een mythische privé-bar en ontmoetingstempel mocht ontmoeten. En ook omdat deze dichter toch met niet minder dan drie vreemde lange gedichten; ik som de titels even op : ‘Proloog tot de eeuwige liefde’, ‘6de brief aan Leopold M. van den Brande’ en ‘De sprookjes van spel en schande’ werd opgenomen in de beruchte bloemlezing Hotel New Flandres  (Gent: PoëzieCentrum, 2008) van Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters. Toen al (in 2008 en 2009) waren veel lezers en verzenverslinders verbaasd dat deze wat vergeten Rob Goswin zoveel plaatsruimte kreeg. Het derde gedicht in deze bloemlezing beslaat niet minder dan zes bedrukte pagina’s en heeft als ondertitel ‘visionaire impressies van een langzaam groeiende mystieke waanzin, het lichaam reizend tussen Keerbergen en Mechelen’ en u moet weten dat het dorp Schriek niet ver van stad Mechelen ligt en ook de rijke gemeente Keerbergen waar onze Goswin heeft gestudeerd. Goswin heeft ooit ook nog een roman Vanitas, vanitas  geschreven die in 1972 bij Orion te Brugge werd uitgegeven maar die ik helaas niet heb gelezen. En niet te vergeten : Twee jaar later, in 1974 (dat waren nog eens mooie tijden), verscheen zelfs zijn dichtbundel Mijn bloed  bij Contramine te Antwerpen met een inleiding van niemand minder dan Dr. Michel Oukhow en met een monster van de geboortegrond van de auteur en een druppel van zijn bloed in een blokje polyester gevat , zie hiervoor het Boek Tien jaar Contramine (Antwerpen : Contramine, 1983) een inventaris samengesteld door Tony Rombouts, de voormalige uitgever van deze bibliofiele uitgeverij. Dit alles vertel ik u om toch even te verklaren waarom ik dadelijk dit boek kocht (er rest nu in deze boekhandel nog slechts één exemplaar).

Mijn lectuuravontuur is echter nog niet aan de terminus. De bundel bevat geen inhoudstafel en werd opgebouwd omheen vier delen. Het eerste deel is getiteld ‘De Tempel’, deel II is ‘Michel Oukhow’ (vermoedelijk zijn vereerde broeder), deel III heeft als titel ‘zeven gedichten uit “Heer Thorax of de opstand van de kinderen” en deel IV werd vernoemd naar de gelijknamige titel ‘Niet elke steenkapper is een vrijmetselaar. Het allerlaatste gedicht is ‘De koningin van Sheba’ en eindigt met het aparte vers of eindregel Laat ons vrije Vrijmetselaars zijn  en omdat ik helaas geen vrijmetselaar ben, voel ik mij helaas niet echt aangesproken.

Alle gedichten zijn zeer plechtstatige, soms bijna pathetische verzen en van sommige gedichten werden ook de Franstalige versies of vertalingen afgedrukt. Op het binnenblad van het achterplat werden ook twee foto’s van de dichter gepubliceerd. Eén zwart-wit foto dateert van het jaar 1972 en toont de jonge getormenteerde dichter met daaronder een kleurenfoto van de verburgerlijkte dichter uit 2009. Bovendien prijkt op het achterplat een indrukwekkende kleurenfoto van de dichter in vol ornaat met zijn attributen (zijn schootsvel en één decoratie) en daarboven de tekst ‘aloude en aangenomen Schotse ritus en daaronder de tekst : Prins Rozenkruiser Rob Goswin - Goosens 2002.

Het moet hier gezegd worden : de bundel is mooi en erg plechtstatig uitgegeven. De meeste gedichten zijn lang (hier werd niet of weinig geschrapt) en klinken zeer statig in de typische sfeer en symboliek van steen en licht en duister. En ik citeer maar één maal uit de eerste strofe van ‘De schaamte van de eros’ (op pagina 121) omdat je uiteraard de waarde van een dichter moet wegen of beoordelen op zijn beste en misschien ook op zijn slechtste momenten :


Met braaksel en het gebeente bezoedelt de

nacht de ingang. Van de poort de sleutel in

de vergeten gleuf en de man die port en vraagt.

Aan de kust de zeep van de zee wast de berg

en Venus. Zij schuimt en Eros schittert en plaagt.

 

Sommige verzen klinken zeker wat lachwekkend in deze postmoderne tijden van intertekstualiteit. Ren de prangende vraag die mij kwelt en kwelt is de volgende wat zouden de vele oningewijde lezers wel denken van deze verzen? En meer bepaald wat zou onze grote geleerde leesmeester Paul Claes wel denken van deze al bij al toch niet zo mysterieuze verzen? En ik kan mij toch niet van de indruk ontdoen dat deze verzen voornamelijk wilden schitteren, zoals de maker ervan ook zo graag weer even wil schitteren in vol ornaat.

Hendrik CARETTE

 

* Niet elke steenkapper is een vrijmetselaar, maçonnieke gedichten van Rob Goswin, Westerlo, Kramat, 2014, 16,95 €, ISBN 9789462420205.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche