Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
12 février 2013 2 12 /02 /février /2013 17:07

 

BobDeGroof.jpg

De gladde generatie:

Bij de Dood van Bob De Groof (19 december 1945-10 februari 2013)


Verhalen, daar gaat het om”. Leer vertellen. Mijn opleiding (toen werden producers en journalisten nog een volle maand intensief opgeleid) bij de VRT dank ik aan twee mensen: taalraadsman Eugène Berode en opleidingscoördinator Eugène, dit Robert (Bob) De Groof. Met wisselend succes. Berode was een monument, zijn beroemde “blauwe brieven” waren een schrik en een opluchting tegelijk. Je had ten minste een veilig taalbaken. Anderzijds ben ik nu nog blij dat ik zijn vraag om hem op te volgen als taalraadsman geweigerd heb. Ik hou teveel van taalvariatie om in strakke regels te geloven. Bob De Groof was een ander verschijnsel. Hij zwoer bij modieuze tendensen, de pre-manager bij uitstek. Hij dacht dat de creatieve impuls van reclamejongens (Guillaume Van der Stichelen) en woud-be poëten (Herman De Coninck) de draagkracht van de journalist zouden versterken. Ik had daar mijn twijfels bij. Ik ben er nu zeker van dat het eerder ontkracht dan versterkt.

 

Maar één ding moest je Bob De Groof nageven: zijn onstelpbaar enthousiasme. Overal zag hij invalshoeken om pittige berichten te maken. “Gefundenes Fressen !” Hij knipte met de vingers, stak even de tong uit. Ach, Bob, het product van zijn tijd en van de radio-ontwikkeling. Radio 2 was, en bleef altijd, zij echte habitat. Klein nieuws, dicht bij de volksmens, geen zwaarwichtige ontledingen. Hij was daar ook goed in, uitmuntend zelfs. Hij spiegelde zich aan Jan Briers, die hem ervan overtuigde dat radio snel, opvoedend, en cultureel diende te zijn. Dat laatste sierde hem. In al zijn programma’s voor radio Antwerpen (1970-1980) (‘Lach in, lach uit’, ‘Zomaar zaterdag’, en vooral ‘Kajuit’ over het havengebeuren) en voor radio West-Vlaanderen (1981-1986) (‘Het Vertoon’, ‘Inpakken en Westwezen’ met Jessie De Caluwé) primeerde verstaanbaarheid – ondanks zijn nieuwerwets communicatiejargon. De Groof kwam dan ook uit een enorm getalenteerde generatie, met Hugo Matthysen, Paul Jacobs, muziekproducer Rik Moens, Jan de Smet van De Nieuwe Snaar, en Erik Strieleman. En uit een tijd dat radio nog wilde experimenten toeliet.

 

Zelf werkte hij ongegeneerd mee aan de formattering en de commercialisering van de uitzendingen. Een weekje directie van het Cultureel Centrum Hasselt deden hem helemaal overslaan naar de ideeën van de cijferpaus Piet Van Roe. Die viste hem weer op, en maakte hem eerst tot opleidingscoördinator in 1991, vijf jaar later tot woordvoerder en communicatieverantwoordelijke van TV1, mede belast met de plaatsing van Canvas en Ketnet. Lang hield Bob dat niet vol. Eén jaar later vertrok hij, ik heb nooit geweten of het uit frustratie of uit ijverzucht was. Hij ging helemaal de technocratische toer op: hij schreef begeleidende boekjes (Een Doeltreffend Radio- of TV-Interview, 2003; Spreken voor een Volle Zaal, 2004), werd “docent” voor Kluwer en “zaakvoerder” van Copla (Communicatie, Opleiding en Advies) en bewoog zich in de cultural society van Antwerpen. Waar hij eigenlijk het best tot zijn recht kwam. Vooral omdat hij het ook écht meende met zijn opvoedende taak: tot heel onlangs bleef hij boeken inlezen voor blinden en slechtzienden.

 

Het grote probleem van Bob De Groof was dat hij nooit losraakte van zijn kleine kring. Nog in 1981 verscheen in Ons Erfdeel een stukje met de richtinggevende titel: “Radio is Regio”. Het was zijn doem en bevrijding tegelijk. Begrijpelijkheid is een fantastische deugd, zolang je niet toegeeft aan de huidige stringente regel om “het volk te geven wat het volk wil”. Bladzijde dertien van Het Laatste Nieuws, sans rancune. Eigenlijk was ik zeer gecharmeerd door het mateloze en meeslepende enthousiasme van De Groof. Alleen staarde hij zich blind op privé-gidslieden. Ik herinner me nog na een opleiding door Herman De Coninck dat ik van één en dezelfde tekst vier uiteenlopende besprekingen had gemaakt. Onder verschillende pseudoniemen. “Onmogelijk”, zei De Coninck, toen hij het vernam, “Dan ben je onbetrouwbaar”. De Groof voelde zich daar ongemakkelijk bij, had net met de vingers geknipt en gezegd: “Als je zo ver bent, dan geef ik het erbij”. Toen kon ik hem gewoon teruggeven wat hij me trachtte in te prenten: “Never let the truth interfere with a good story''. Ik heb dat nooit meer gedaan. Behalve in nieuws en duiding. Wat bewijst dat zijn opleiding toch verstrekkender gevolgen had dan ikzelf ooit vermoed had.

 

Bob is gestorven na eenmaandenlange ziekte. Zijn vrouw Liliane en zijn dochters Ann en Inge zullen hem node missen. Ik onthou een eeuwig jongensachtige, geobsedeerde radiomaker. Die slachtoffer werd van de technocratisering van ons beroep. Maar er ten minste de innerlijke drang van bleef meedragen. Een man met pit. Een man met talent. Het ga hem goed.

 

Lukas DE VOS

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche