Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
22 décembre 2013 7 22 /12 /décembre /2013 17:03

 

LukasDeVos.jpg

Even dacht ik dat het haasje was. Ik strompel moede mijn sponde uit - Goede Vrijdag heeft mij meer dan lafenis gebracht, een doek met azijn op een staak kun je een doorgewinterde Margaux moeilijk noemen, laat staan drie flessen - en begeef mij enigszins onvast naar de Alka Seltzer en de kast waar ik vermoed hem te vinden. Gilletje, hoeps, daar schuif ik pardoes onderuit. Iets kraakt onder mijn voeten, een weldadige geur van pure chocolade verspreidt zich, mijn pantoffel kleeft bij elke wankelende stap die ik zet. Her en der rollen veelkleurige bolletjes het huis rond. De paashaas is geweest, want klokkengelui heb ik niet gehoord, die van Rome zullen ze zelf opgegeten hebben. Het is vreemd hoe de paasdagen de mensen aan het denken kunnen zetten - ten minste, wat er aan mij van mens nog rest. In een helder moment keer ik op mijn sloffen terug, en vraag aan mijn nog soezende vrouw, die zich weldadig in de dekens rolt: een haas, legt dat eieren ? Dat, dat, knort ze. Die. Waarom ben ik in klokkesnaam getrouwd met een spraakkunstvaste vrouw ? Ook goed, die, bauw ik haar na, barser dan ik des morgens bedoel, maar gezien de ontzilte staat van mijn tong en mijn klef gebit voor verschoning vatbaar. Zot, zegt ze. En ze meent het. Nee serieus, probeer ik opnieuw, legt een haas eieren ? Als hij geen diarree heeft, chocolade eieren, zucht het brutale wicht dat zich de mijne noemt, en geeft een onderdekense kontslag om mij diets te maken dat voor haar Paaszaterdag uit uitslapen bestaat. Ik gebaar van krommen haas. Een haas is toch mannelijk, dring ik aan, een voorwaar hitserige lagomorf van een langoor. Ze drukt het laken omlaag, ik loop spitsroeden tussen haar zwarte karbonkels van ogen. Uit, zegt ze. Hoezo uit. Uit. Jij eruit, ga paaseieren rapen, en maak maar in één moeite fruitsap, en kook mij een eitje, drie minuten twaalf seconden. Wit of melkchocolade, probeer ik flauw, maar dat is er teveel aan. Ik kan nog net een sierlijk, zoals dat in de boekjes heet, muiltje ontwijken. Grote muil, mopper ik na, maar kwijt me van mijn plicht. Toch laten de keunen mij niet los. Maar hoe ik ook zoek, bij de fluithaas, de alpensneeuwhaas, de lepus europaeus, de rammelaar, de Kaapse haas, Herwig Haas, Klaus Haas, Hella Haasse, Haasdonk en hazelippen, er is geen ei te bekennen in de nochtans opgewonden levensstijl van de stifttandige knagelijns. Want geef toe, drie tot vijf worpen van vier- tot tienlingen per jaar, da's geen kattepis. Ze hebben maar een vastentijd van veertig dagen nodig om moeder haas gedag te zeggen, ze worden geboren met open oogjes en hangoren, die langoren. Maar eieren, in geen velden te bekennen. Dan maar de grote encyclopedie van het christene weten opgeslagen, mitsgaders theologische en schriftuurlijke vertogen. Het enige paasei dat ik kan vinden is het Paaseiland, niet bepaald een meesterlijke ontdekking van Jakob Roggeveen bijna drie eeuwen her. Ook daar, alweer, geen haas te bekennen, zelfs niet in het u welbekende kohau-rongorongo, dat ze daar ooit schreven. Mijn gedacht, het dwaalt af. Naar Hoegaarden, want daar houden ze elk jaar nog een palmprocessie - maar zonder haas, wel met een ezel, en op zijn lange oren na vertoont die weinig gelijkenis met de eileggende lepus. Naar Belsele-Waas dan maar, dat al zeker één voordeel heeft, het rijmt op haas. In Belsele dreven er ooit op Paaszondag ronkende klokjes over het voetbalveld van Trappen Steels, die sjokolade eieren dropten op de toeschouwers. Bij nader toezien bleek het een practical joke van de Wase Modelhelikopterklub te zijn. Naar Pennsylvania dan maar. Daar brachten Duitse inwijkelingen rond 1700 de 'Oschter Haws' mee, en nu nog leggen de kinderen er hun schoentje of hun mutsje, waarin als bij wonder bij het ontwaken gekleurde eieren ter ontbolstering liggen. Maar die haas blijkt evenwel een bunny te zijn, en dat al die Playboymodellen op eieren lopen wil ik best geloven, dat ze eieren leggen, dat staat nog te bezien. Neenee, het moet een viriele haas zijn, van het geslacht dat ik deel. Eindelijk heb ik prijs. De paashaas is gevangen. Niet aan mijn achterdeur, maar in Auburn, Australië. En hij blijkt wel degelijk een man te zijn, als ik sheriff Edward Bonner mag geloven. Hij heet Avery Badenhop - een voorbestemde naam, hoeba hoeba hop hop - en hij is gepakt toen hij met roze oren, wipstaartje, en een wit konijnepak met een valscherm een canyon indook. Haast en spoed zijn zelden goed, maar Badenhop had zich beter gehaast. In zijn wagen lag nog het voorwerp zijns opzienbarens. De Sheriff noteert droogjes in zijn procesverbaal: "Na verificatie van 's mans identiteit, de gevonden hulptoestellen, en het feit dat er in de hele buurt geen enkele andere haas van één meter tachtig is aangetroffen, besluiten wij, onderzoekende officieren, dat wel degelijk heer Badenhop van de brug sprong". Een pak van mijn hart, maar waar bleven de eieren ? Bij mij wellicht, was ik nu medeplichtig aan luchtbezoedeling en het veroorzaken van oneigenlijke windverplaatsing ? Lees dat boekje over Isjtar es door, kreunt mijn vrouw vanuit haar bedstee. Isjtar, natuurlijk, Astarte, de morgenzon, den Oost, de godin van de vruchtbaarheid, de Easter van de heilige Bede - de Chaldeeën, die hebben het ons gelapt. Het ei van de wereld, want een slangeëi zoals dat van Tyfoon, daaruit was de godin ontstaan. Het reuzenei zelf was uit de hemel gevallen, de Rivier de Eufraat in. Voortgeduwd door vissen rolde het op het strand, en daar verscheen de Godin der Schoonheid en Vruchtbaarheid. Ik heb het nu eindelijk begrepen. De goden zijn slangen, en ze eten hazen als ontbijt, en daar komen roodbebloede eieren uitgerold die voor vrouwen zorgen. Zo klaar als een keun. Zal ik de Bulgaren nu es gaan uitleggen waarom zij aan de ketter van een Turk met Velikden - zeg maar gewoon Pasen - een brood sturen en vijftien rooie eieren. De Turk is daar zeer mee ingenomen. De orthodox niet minder, want uit vreugde schenkt de Turk hem wat kleingeld. En het gros van de eieren, dat slaan ze stuk tegen de kerkmuur des nachts. Het ei van Columbus, roep ik naar mijn vrouw - maar die kijkt met grote gloedvolle ogen naar haar buik. Mijn water is gebroken, zegt ze - kom paashaas, geef mij wat maaskaas, en dan als de klokken naar oma. Bevallen doe ik wel tussen de chocolade. Sappige vrouw, je zou ze een likje geven.

Lukas DE VOS

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche