Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
5 novembre 2009 4 05 /11 /novembre /2009 05:20

Een queeste naar Bérenger Saunière in de Vaticaanse Archieven

 

Bij ontstentenis van harde feiten, van (onvervalste!) documenten of van aanvaardbare hypothesen blijft de elegantste oplossing dus: spannende romans over de affaire schrijven zoals b.v. Dan Brown het heeft gedaan, dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Blijkbaar beschikt de man zelfs over voldoende fantasie en talent om gelijkaardige thema’s te blijven uitmelken; het weze hem van harte gegund.

Hopelijk komen onze Vlaamse schrijvers op hun beurt vlug met titels als Het Rubens Raadsel, De Congo Connectie, De Coburg Code of De Danneels Deceptie. Explosief materiaal in overvloed en vermits deze titels ook mét behoud van de alliteraties makkelijk en zelfs woordelijk in het Engels vertaalbaar zijn, wordt wereldwijd succes gegarandeerd (1).

Laten we ons er dan echter, nogmaals en tot in den treure, alleen maar goed van bewust blijven dat we ons daarmee in het ‘Parc Rennes-le-Château’ of in ‘Saunièreoscope’ bevinden – of, in het beste geval, misschien op het terrein van de goede, de grote, de belangrijke literatuur.

3. Literatuur dus. Temidden de hele onverkwikkelijke affaire blijft als een lichtend en voor mij nu balsemend baken een artikel overeind van een zeer wijs en beminnelijk man én groot auteur, Hubert Lampo. Hij publiceerde destijds zijn eigen visie op de affaire onder de titel ‘Rennes-le-Château: een mythe ontmaskerd? De feiten rond een bestaande legende’ (Bres 155, augustus-september 1992, pp. 18-32), essay dat later opgenomen werd in zijn verzamelbundel Heimwee naar de sterren onder de iets nuchterder titel ‘Rennes-le-Château. De feiten rond een legende’ (Meulenhoff 2003, pp. 299-321): een synthese, een status quaestionis die in die typische Lampo-stijl en op bondige wijze een voortreffelijk overzicht biedt van de belangrijkste aspecten van de zaak-Saunière. Ik had het artikel destijds gekopieerd en gelezen voor ik naar Rome vertrok (2).

Deugddoend is de vaststelling dat in dit essay gezond verstand én eruditie zegevieren, en dat Lampo zich ver houdt van ongefundeerde oplossingen. Integendeel: hij waagt zich weliswaar voorzichtig aan een mogelijke verklaring voor Saunières weelde, nl. beursspeculatie, maar voor de rest roept hij meer vragen op dan hij antwoorden formuleert. Terzijde: de enige kleine moeilijkheid in het artikel is het feit dat het niet altijd helemaal duidelijk is of het om Lampo’s eigen woorden of gedachten gaat, dan wel of er gesproken wordt in de erlebte Rede.

Met één detail ben ik het echter niet eens. Lampo schrijft:

In elk geval strookt het niet met de waarheid, dat onze curé uiteindelijk zijn slag bij de paus zou hebben thuisgehaald. De toestand is nog altijd stationair en negatief als Saunière in 1917 aan een infarct bezwijkt.

(Heimwee naar de sterren, p. 304)

 

Wie mijn dagboekje las, weet dat ik nooit de brieven zelf in handen heb gehad. In de ‘protocolli’ van het Archivio (zie mijn tekst) worden echter alle inkomende stukken niet alleen gerubriceerd maar tevens voorzien van een bondige omschrijving, zodat men op basis daarvan reeds min of meer weet waar de gezochte documenten over handelen. Welnu, in verband met een bepaalde brief van Saunière en de daarop volgende correspondentie van en naar het Vaticaan (wij noemen zoiets tegenwoordig op internetfora een ‘thread’) stond meer dan eens de vermelding “Reponatur”, wat zoveel betekent als ‘geseponeerd’. Het gaat hier om correspondentie die reeds van 1912 en 1913 dateert. Ik heb dus een zeer sterk vermoeden dat Rome de zaak wel degelijk als afgehandeld beschouwde, en niet in 1917 maar al vier tot vijf jaar vóór Saunières dood.

Ik waag mij zelfs aan een gedurfder veronderstelling. We weten dat in Saunières tijd de relaties tussen de Franse staat en het Vaticaan erg gespannen waren. We weten ook dat Saunière reactionair-monarchistische donderpreken afstak van op zijn kansel. En dan is daar plots een stoorzender, een luis in de pels, in eigen toprangen nog wel: een strenge en op orde gestelde maar ongetwijfeld goedmenende prelaat – Monseigneur de Beauséjour, bisschop van Carcassonne – die precies Saunière, een onbuigzame steunpilaar tegen het republikeinse en anti-klerikale geweld, wil desavoueren. Wellicht zat het Vaticaan daarom met het hele geval gewoonweg erg verveeld en beschouwde de kerkelijke overheid het conflict tussen de bisschop en zijn priester louter als een privé-vete waar ze zo vlug mogelijk van af wilde. Dit gekneld zitten tussen twee vuren – een respectabele prelaat enerzijds, anderzijds een rots van een priester – en de daaruit voortvloeiende onbeslistheid en aarzelingen bij de hoogste hiërarchie verklaren mogelijk ook de afwezigheid van de documenten destijds in ‘mijn’ mappen.

Het zou zelfs nog banaler kunnen. In de archieven zag ik verwijzingen naar brieven van een vijftal van Saunières collega’s, precies over hetzelfde probleem en dezelfde beschuldiging (handel in missen) als in zijn geval, naast enkele verwijzingen naar brieven van Franse bisschoppen over hetzelfde onderwerp of over ‘aalmoezen’. Gezien de historische context lijkt het me aannemelijk om te veronderstellen dat de toenmalige anti-klerikale atmosfeer in Frankrijk het heel wat priesters zodanig moeilijk maakte dat ze zich wel verplicht zagen hun toevlucht te zoeken tot bijvoorbeeld buitensporige aantallen missen om te overleven. (Saunière zelf moest gedurende zes maanden zijn staatswedde derven omdat hij politiek opruiende praat verkocht in zijn kerk).

Dat het Vaticaan alleen al met het hoge aantal van dat soort schermutselingen tussen Kerk en Staat meer dan verveeld zat en bovendien ongetwijfeld begrip kon opbrengen voor die ‘martelaren’ (daarmee, in het geval van Saunière, ingaande tégen het advies of de verzuchtingen van bisschop de Beauséjour) lijkt me eveneens evident (3).

Lampo’s slotbeschouwing is hoopgevend en helend. Hij omschrijft het “complex Rennes-le-Château” als “één ontzaglijke rorschachtest”, vergelijkbaar met de pyschiatrische methode om iemands “onbewuste bewogenheden” zichtbaar te maken. Misschien heeft Saunière het inderdaad allemaal zo bedoeld: de bouwwerken, de geheimzinnige visuele en tekstuele allusies in en rond de kerk, de foto’s waarop hij poseert met Marie Denarnaud. En ik denk hier nu plots ook weer aan die intrigerende witte parasol.

Hij rondt zijn essay dan af met deze terechte overtuiging:

Rennes-le-Château is een legendarische, psychologische en weldra mythische structuur met verregaande betekenis. Zij staat bol van archetypisch materiaal.

(Heimwee naar de sterren, p. 319)

 

Zijn voorbeelden: de verborgen schat, de verloren koning, de koninklijke graftombe, de erotisch geladen animafiguur en nog veel meer.

De wereld waarin wij ons goed voelen is er [...] een, onafgebroken door de menselijke verbeelding of ons invoelingsvermogen, opgeladen, en die zodoende op een speciale manier zinvol wordt. [...] Geestelijk hoger geladen plekken bestáán, daar leidt geen weg omheen. Dit niet kunnen voelen, betekent veel missen. In uitzonderlijk sterke mate behoort het heuveldorpje Rennes-le-Château in de oude Languedoc tot deze plaatsen. Al zou de hele kwestie niet meer zijn dan één wild verzinsel! Het wonder schuilt niet in iets dat iedereen normaliter als onmogelijk ervaart. Het schuilt in het ontstaan van een magische, aan oeroude, diepe menselijke verzuchtingen beantwoordende en deelnemende psychische structuur. En dat is ook een feit...!

(Heimwee naar de sterren, p. 320-321)

 

Ik ben het daar volkomen mee eens.

Bovendien: die volkomen legitieme, diepgewortelde en onweerstaanbare hunkering naar ‘helende’ magische geladenheid, naar betekenisscheppende fantasie en invoeling sluit geenszins een wetenschappelijke of rationele benadering van de werkelijkheid uit. Ook het omgekeerde is waar: een nuchtere, objectieve kijk op de zaken zal de mens nooit kunnen beletten om gedroomde zinvolheid te zoeken, zal er nooit in slagen om de aan de realiteit inherente magie teniet te doen.

Droom en werkelijkheid, fantasie en wetenschap: het zijn twee aspecten van één psychische structuur. Ze kunnen elkaar wederzijds stimuleren en zelfs bevruchten op voorwaarde dat men weet waar men mee bezig is en mits ze elkaar in een bepaald evenwicht houden. En soms, héél soms, gaan ze zo naadloos in elkaar over – in een gedicht, een muziekpartituur, een schilderij, iemands gelaat... – dat ware ontroering mogelijk en ‘schoonheid’ zichtbaar wordt.

Ik zet mij nu aan de lectuur van Lampo’s roman De geheime academie (1994) waarin, jawel, het raadsel-Saunière een rol speelt. Dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben. En vooral wat ik eraan heb: de onschatbare rijkdom van een nooit in te perken en zingevende verbeelding.

Luc PAY

 

Zie ook de blogs van 23, 25 en 28 september; 8 en 16 oktober; 3 november.

 

(1) Voor een titel als Het Van Eyck Enigma stel ik als Engelse variant voor: The Lair of the Lamb.

(2) Het was Henri-Floris Jespers die mij tijdens een recent gesprek attent maakte op de herpublicatie van Hubert Lampo’s essay in genoemde verzamelbundel. Het was trouwens diezelfde HFJ die mij destijds naar Hocke in Genzano ‘stuurde’ (zie dagboek) en die mij nu enthousiast aanbood mijn dagboekje hier na zoveel jaar toch te publiceren. Waarvoor mijn oprechte dank.

(3) Bladerend door mijn Archivio-archief vond ik een kopie terug van een brief van Pius X aan de Franse (aarts-) bisschoppen uit 1910 met als aanvangswoorden “Notre charge apostolique”. In deze brief veroordeelt de paus in scherpe bewoordingen Le Sillon, een ‘modernistische’, republikeins-georiënteerde en sociaal-geëngageerde (socialistische) katholieke beweging die een gelijknamig tijdschrift publiceerde; ze bestond van 1894 tot 1910. Is het denkbaar dat practical jokers Plantard en De Chérisey zich op deze beweging inspireerden toen zij de Prieuré de Sion in het leven riepen? Ik signaleer het maar even voor de liefhebbers.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche