Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
3 novembre 2009 2 03 /11 /novembre /2009 05:10

Een queeste naar Bérenger Saunière in de Vaticaanse Archieven

 

Augustus 2009.

Dit Klein Romeins dagboek werd daadwerkelijk in 1995 geschreven als een dagboek dat ik op de in de tekst vermelde data nauwgezet elke avond aanvulde met de gebeurtenissen en ervaringen van de voorbije dag. Twee jaar later, in 1997, was een volledig uitgeschreven en ‘leesbare’ versie ervan klaar in digitale vorm die ik daarna tevens onmiddellijk snoeide en stilistisch oppoetste tot een publiceerbare tekst. Die laatste ‘gesnoeide’ versie diende als basis voor het dagboek zoals het hier nu voorligt: nogmaals ingekort waar het kon, stilistisch opnieuw bijgeschaafd maar nu voorzien van enkele schaarse toelichtingen of achtergronden die ik voor de lezer onontbeerlijk acht.

Ik schreef mijn originele notities na de feiten uit tot een volwaardige tekst om zoveel mogelijk herinneringen te vrijwaren van vergetelheid, louter voor mezelf dus. Anderzijds redigeerde ik die tekst eveneens tot een publiceerbare bijdrage, al beschouwde ik publicatie op dat moment alleen als een vage mogelijkheid en zag ik heel bewust af van concrete stappen in die richting. Het hele avontuur had me immers zo ontgoocheld en zelfs gedegoûteerd dat ik elke belangstelling voor het onderwerp verloor. Daarom sluimerde het dagboek twaalf jaar (of veertien, zo men wil) in papieren en elektronische vorm in mijn archief.

En toen kwam The Da Vinci Code (2003), boek dat een nog grotere hype en nog meer beroering deed ontstaan dan The Holy Blood and the Holy Grail (1982) van Baigent cum suis. Ik las het boek van Brown en dacht er niet zonder enige bitterheid het mijne van. Ik ben ondertussen echter wel van mening dat Brown met het Rennes-mysterie het beste heeft gedaan wat ermee gedaan kón worden, namelijk er een bloedstollende faction-thriller van maken (of hij daarin ook echt geslaagd is, speelt in deze context geen enkele rol). In elk geval dook Saunière weer onweerstaanbaar op in mijn herinneringen.

Het internet ontketende in de loop der jaren een exponentiële toename van websites, fora en ‘publicaties’ over Rennes-le-Château, Bérenger Saunière en alle denkbare aanverwante thema’s – de (het) ene al ongeloofwaardiger dan de (het) andere. Totaal uit de lucht gegrepen verzinsels worden in de virtuele ruimte als waar gepresenteerd en in omvangrijke dossiers geanalyseerd, meestal volslagen kritiekloos en zonder de minste wetenschappelijke deontologie, zodat de wildste verhalen tot misleidende geschiedenis gepromoveerd worden. Bepaalde ficties worden door overijverige ‘auteurs’ klakkeloos van elkaar overgenomen, andere worden aan de reeds woekerende massa toegevoegd waarbij zelfs de allerkleinste details tot mythische dimensies uitvergroot worden, b.v. een geheimzinnige witte ‘paraplu’ (veeleer een parasol, dunkt me) waarmee Saunière op bepaalde foto’s poseert. De vertakkingen van het mysterie (de genealogie van Christus, de tempeliers, de katharen, de Merovingers, het Heilig Bloed in Brugge, de Europese politieke geschiedenis, alchemisten en vrijmetselarij, de Graal, de Ark van het Verbond, het Lam Gods, ja zelfs UFO’s...) hebben een duizelingwekkende omvang aangenomen. Wie kan uit dit onoverzichtelijke labyrint van tienduizenden, zelfs honderdduizenden meestal volslagen onbetrouwbare ‘hits’ en ‘links’ nog wijs raken?

Op één van die talloze en oeverloze websites (http://www.perillos.com/sauniere_trial1.html) behandelt ene Filip (soms ook Philip) Coppens heel uitvoerig precies het probleem waar ik voor naar Rome trok: het conflict tussen parochiepriester Saunière, zijn bisschop de Beauséjour en het Vaticaan.

Coppens noemt om te beginnen zijn dossier “The trial”, al is het hoogst twijfelachtig of er in Rome wel ooit een echt ‘proces’ plaats heeft gevonden; alles wijst er integendeel op dat zulks niet het geval is geweest.

Het dossier omvat een dertiental pagina’s als je de webtekst kopieert in een word-document. Een erg boeiende en zeer gedetailleerde reconstructie van de feiten, dat is het zeker, bovendien duidelijk gebaseerd op grondige research: de verschillende fasen in de evolutie van het geschil worden uit de doeken gedaan aan de hand van een omvangrijke briefwisseling – precies die briefwisseling waar ik in Rome naar zocht en die daar onvindbaar bleek.

Probleem is alleen: nergens, maar dan ook nergens vermeldt deze Coppens waar hij de correspondentie vandaan heeft gehaald, waar de originelen zich bevinden dan wel gepubliceerd werden. Ik heb een sterk vermoeden dat hij als bron Les Archives de l'Abbé Saunière. Volume 2 (Pierre Jarnac, 1987 [?]) gebruikte, een boek waarin de volledige briefwisseling van Saunières raadsman Huguet gepubliceerd werd. (Ik kende het werk destijds niet maar het lijkt me nu documenten te bevatten die niet in Rome maar in de archieven van het bisdom Carcassonne berusten, en dan nog alleen maar de brieven van de bisschop en van raadsman Huguet, dus niet de antwoorden vanuit Rome). Of werd alles gekopieerd van een andere website, of uit nog een ander boek?

Tussen haakjes: Coppens gooit zich op diezelfde website samen met een co-auteur op een ander hot item in het hele Saunière-circus: een plaasteren maquette van een landschap waarop de graven van Christus en Jozef van Arimathea aangeduid staan... maar dan wel gelocaliseerd in Spanje, als ik het tenminste goed begrepen heb. Waar en hoe de maquette (er bestaan trouwens meerdere exemplaren van) gevonden werd, hoe ze daar terecht kwam en hoe ze precies in het bezit kwam van de auteur, dat zijn vragen die slechts in heel vage en verwarrende bewoordingen beantwoord worden (Coppens’ Engels taalgebruik is inderdaad soms irriterend slordig en inaccuraat). Er bestaan echter andere websites die over dit onderwerp wél verhelderende en systematische informatie bieden. Het strafste is evenwel het feit dat Coppens en zijn kompaan ter adstructie van dit dossier een foto van een brief van Saunière publiceren waarin de datum en een verwijzing naar een bevriende priester (nl. diens naam en woonplaats) weggecensureerd werden achter zwarte rechthoekjes. Ik weet het wel: de journalistieke methodiek is niet dezelfde als de wetenschappelijke, maar het is wel degelijk een methodiek, een ándere weliswaar maar een mijns inziens al even rigoureuze. Het hoge Efteling-gehalte van dit soort websites, de schaamteloze copy-paste techniek én het aperte achterhouden van informatie vormen een aanfluiting van om het even welke deontologie, ja zelfs gewoon van elk fatsoen ten aanzien van een lezer.

Toevallig constateerde ik dat één van de alinea’s in Coppens’ “Trial”-dossier nagenoeg woordelijk gekopieerd werd uit een ander artikel, uiteraard zonder enige referentie. Want het internet leidt ook tot interessantere contacten zoals de vereniging ‘Rennes Group’, of voluit de ‘Rennes-le-Château Research Group’. Op hun website (http://rennesgroup.pbworks.com) vond ik een verwijzing naar een artikel van Guy Patton, ‘Abbé Saunière and the Vatican’, gepubliceerd in hun magazine Rennes Observer 14, maart 1997. Twee e-mails volstonden: een naar hoofdredacteur Stephen Patterson en één naar de auteur van het artikel zelf. Guy Patton stuurde mij per kerende een scan van zijn bijdrage.

Hierin parafraseert en synthetiseert de auteur de inhoud van de correspondentie die hij vond in

nothing less than a file on the accusation made against Saunière by Mgr Beauséjour [sic], the subsequent trial and sentence and Saunière’s appeals, held in the Vatican’s Secret Archives.

(Rennes Observer 14, March 1997, p. 18)

 

Die laatste plaatsbepaling kwam aanvankelijk als een schok. Patton vervolgt: “The existence of this file was confirmed by Mgr Archbishop Crescengio [sic] Sepe, who is in charge of the Secret Archives. (1)” (ibidem, p. 18) Dat het dossier in Rome bestond, wist en weet ik maar al te goed. Maar dat Patton daar inzage van gehad zou hebben, leek me hoogst onwaarschijnlijk – en op zijn minst ‘onrechtvaardig’ – gezien mijn eigen ervaringen twee jaar eerder.

Maar dan:

Unfortunately for those anticipating some ‘explosive’ information that would reveal the ‘truth’ behind the mysteries of Rennes-le-Château, the file is little more than a copy of the Bishop of Carcassonne’s records of the Saunière affair much of which has already been published.

(ibidem, p. 18)

 

Bedoelt Patton met het gepubliceerde materiaal misschien datzelfde boek van Jarnac? Jammer genoeg geeft hij geen enkele referentie naar het hem bekende gepubliceerde materiaal.

Blijft natuurlijk ook de (intrigirende en fundamentele) vraag: uit welke bron komen de documenten dan wel die Patton zelf in handen heeft gehad? Dat het niet om de Vaticaanse archieven kan gaan maar waarschijnlijk om de bisschoppelijke in Carcassonne moge voldoende duidelijk zijn uit de citaten hoger. Ook hier krijgen we dus geen expliciete bronvermelding, wat Patton als volgt motiveert:

The source of this material has requested anonymity which of course I will respect. However, I can vouch for the authenticity of the information.

(ibidem, p. 19)

 

Ik ben echt overtuigd van Pattons eerlijkheid én van de authenciteit van het materiaal dat hij bespreekt; bovendien begrijp ik wel degelijk dat verzoek om anonimiteit. Toch blijft ook in dit geval het wegmoffelen van de bron (twee bronnen eigenlijk) een ontgoochelende en lichtjes irriterende manier van werken.

Wat er ook van zij, het contact met de Rennes Group kan ik alleen maar als positief en sympathiek bestempelen; ik ben Stephen Anderson en Guy Patton dan ook dankbaar voor hun openhartige en genereuze medewerking.

Men zou mij kunnen vragen waarom die wilde verhalen en zogenaamde ‘dossiers’ op het internet mij zo ergeren. Iedereen heeft toch het recht om zijn fantasieën elektronisch bot te vieren en wereldkundig te maken, of om naar believen te gaan graven in Saunières tuintje en zelfs ver daarbuiten? Natuurlijk heeft iedereen daar, strikt genomen en gezien de vigerende politiek-correcte normen, het recht toe en mag iedereen naar hartelust zijn gangen gaan. Ik ben echter niet van mening dat iedereen zomaar al zijn eigen fantasietjes en bezigheidjes elektronisch moet beginnen ventileren, althans niet onder het mom van ernst en degelijkheid, noch dat het internet door de veralgemeende publicatiemogelijkheid een ‘democratisch’ medium zou gaan betekenen.

Ten eerste: de ‘kennis’ die op het net verspreid wordt is in de overgrote meerderheid van de gevallen die naam niet eens waard. Het kritiekloze copy-pasten, de afwezigheid van bronvermeldingen, de totale afwezigheid van enige structuur of systematiek op het net, de afwezigheid van controlerende en evaluerende filters, de afwezigheid van elk greintje zelfkritiek, het vaak schabouwelijke taalgebruik (dat op zijn minst een gebrek aan aandacht verraadt en dus op zich al veel te denken geeft over de inhoud van teksten), de redundantie of de overlappingen van de informatie: dat alles maakt dat de intellectuele spoeling erg dun wordt. Wie dus beweert dat het net – in zijn totaliteit of, nog erger, in zijn essentie – hét ‘volksverheffende’ instrument bij uitstek zou zijn dat de ware democratie vestigt en iedereen deelachtig maakt aan de ‘universele’ kennis, die beschouw ik als een gevaarlijke demagoog (2). Alle net genoemde punten van kritiek gelden a fortiori voor veel, zoniet de meeste informatie rond het geval-Rennes/Saunière.

Ten tweede, en dit volgt gedeeltelijk uit het voorgaande: de onstelpbare stroom van ‘documentatie’ rond Rennes met zijn alsmaar uitdijende vertakkingen overwoekert de échte, gefundeerde verklaringen of inzichten en leidt bovendien de aandacht af van de kern van het probleem.

Nog zorgwekkender is vervolgens het feit dat ‘mysteries’ van dit kaliber aanslaan bij een zeer breed publiek van divers pluimage zodat er met die raadsels grof geld verdiend kan worden door verschillende ‘actoren’, in de eerste plaats uiteraard door het dorpje Rennes zelf. De eerste die dat goed begrepen had was Noël Corbu (of misschien, wie weet, nog vóór hem Saunière himself...).

Gevolg: velen hebben er alle belang bij om het potje van de waarheid gedekt te houden en juichen ongetwijfeld met genoegen de wereldwijde belangstelling en de overdaad aan de meest waanzinnige ‘dossiers’ aan.

Tweede, niet denkbeeldig gevolg is dat de terzake echt relevante bronnen in instellingen of bij privé-personen afgeschermd en zelfs gesloten worden, hetzij uit oprechte en begrijpelijke ergernis, hetzij omdat ook zij het geschikte moment afwachten om een graantje van de hele lucratieve heisa mee te pikken. Kort na de eeuwwende heb ik zelf overwogen om de archieven in Carcassonne in te duiken, tot een niet mis te verstane waarschuwing op de website van het bisdom mij daarvan weerhield, nl. dat het Saunière-archief voortaan onherroepelijk ontoegankelijk was. Terecht natuurlijk, omdat het materiaal blijkbaar al gepubliceerd wás; bovendien kan ik mij best voorstellen dat de toeloop van allerlei clowneske schattenjagers, pseudo-historici, zelfverklaarde cryptologen of UFO-spotters een archivaris op de duur danig op de zenuwen begint te werken.

Conclusie?

1. Ik blijf tot vandaag met enige bitterheid terugdenken aan de mislukking in het Archivio Segreto. Voor de afwezigheid van de Saunière-documenten heb ik geen enkele verklaring (hoewel: zie verder) tenzij ik mij natuurlijk in het voetspoor zou wagen van de dromers of de alternatief-gelovigen. Dat laatste is best leuk en ik blijf van op een afstand inderdaad graag mee fantaseren. Tegelijk hou ik toch liever verbeelding en controleerbare research van elkaar gescheiden. Waarom het Vaticaanse archief geen toegang verleent tot het dossier (of is het ondertussen ‘verleende’ geworden?) kan ik alleen maar als een op zijn zachtst gezegd betreurenswaardig raadsel omschrijven.

Bevreemdend blijft wél de vastelling dat alle stukken afkomstig van Saunière, zijn bisschop of zijn raadsman blijkbaar wel degelijk gepubliceerd werden, maar nooit de missives aan hen gericht door het Vaticaan. Maar goed: Roma tacet, causa finita.

2. Ik heb zo mijn eigen verklaring voor het geval-Saunière. Maar die doet volstrekt niet terzake omdat ze louter op intuïtie en onbewijsbare vermoedens berust en vooral omdat ik geen weet heb van alle (relevante) elementen in het dossier. Dat geldt, helaas, evenzeer voor zovelen die desondanks met een onvoorstelbaar aplomb hun hersenspinsels uitsmeren over de digitale ruimte (én op papier). De enige mogelijkheid om ‘feitelijke’ klaarheid te krijgen in het Saunière-dossier is het te ontdoen van alle ondertussen aangekoekte ballast en smurrie (een titanenwerk!) en de werkelijk belangrijke elementen van voor af aan opnieuw, maar dan serieus, volgens de regels van de ‘kunst’, te gaan onderzoeken. Ik heb daar in 1995 een bescheiden poging toe gedaan, dat is alles; niet meer, maar ook niet minder dan dat. En ze is mislukt. Ainsi soit-il.

Luc PAY

(slot volgt)

Zie ook de blogs van 23, 25 en 28 september; en 8 en 16 oktober.


 

(1) Of deze kardinaal inderdaad ooit aan het hoofd stond van het Archivio Segreto zou grondig nagegaan moeten worden. Op websites over de man zelf noch op die over het Archivio vond ik enig spoor van de aan hem toegeschreven functie terug (evenwel na slechts oppervlakkig rondklikken).

(2) Natuurlijk is het internet wél leuk, kleurrijk, boeiend en levert het een schat aan plezierige en zelfs interessante weetjes op – of standpunten, inzichten, discussies, inspiratie; maar laten we die dingen de waarde toekennen die ze verdienen. Natuurlijk bevat het net ook een schat aan direct bruikbare, praktische of instrumentele ‘kennis’ of informatie waarvoor je niet langer meer van je bureaustoel hoeft te komen; zeker in die optiek is het net ronduit een ‘zegen’.

En ten slotte: natuurlijk biedt het net ook echt degelijke en betrouwbare kennis aan. Het fundamentele probleem hier is echter dat je reeds voorafgaandelijk moet beschikken over voldoende basiskennis én vaardigheden om die betrouwbaarheid en degelijkheid überhaupt te kunnen detecteren en te beoordelen; precies die kennis en die vaardigheden verwerft men, helaas, juist niet op of via het net.

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche