Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
6 septembre 2012 4 06 /09 /septembre /2012 20:30

 

-Pijn-en-puin-verdwenen-.jpg

Achterkant--Pijn-en-puin-verdwenen-.jpg

Toen ik nog een jonge dichter was kocht ik de bloemlezing Pijn en puin verdwenen. Daarin verzamelde Werner Cranshoff jonge Vlaamse estetische [sic] poëzie. Via dat boekje maakte ik kennis met het werk van nog immer gekoesterde dichters als Nic van Bruggen zaliger, Hendrik Carette en Marcel Obiak. Pijn en puin verdwenen verscheen in 1966 als nummer 37 in de reeks Marnix Pockets van Manteau.

Klavesimbel.jpg

Momenteel zit ik te bladeren in Klavesimbel, een bloemlezing Vlaamse poëzie na 1955. Die verscheen als nummer 3/4 van Het Nieuw Tweemaandelijks Tijdschrift (november 1964-januari 1965). Ook die werd samengesteld door Werner Cranshoff, en ineens valt het me op dat dit eigenlijk een voorstudie van Pijn en puin verdwenen  is. In Klavesimbel  zijn 17 dichters vertegenwoordigd, in Pijn en puin verdwenen15. Daarvan duiken er 8 in beide uitgaven op: Bobb Bern, Nic van Bruggen, Werner Cranshoff zelve, Jan Diels, Marcel van Maele, Marcel Obiak, Tony Rombouts en Rudy Witse.

Deze twee bloemlezingen zijn eigenlijk de enige publicaties waarin Jan Diels in de Nederlandse poëzie sporen heeft nagelaten (een aantal dezelfde bovendien). Waarschijnlijk werd hij twee keer opgenomen omdat Cranshoff met hem was bevriend. Ze vormden alleszins getweeën de redactie van Het Nieuw Tweemaandelijks Tijdschrift. Geen idee wat er verder van Diels geworden is. Cranshoff publiceerde in 1975 in elk geval nog de bundel Een zilveren kijker verovert het gelijkvloers  bij zijn eigen uitgeverijtje Infoboek in Meerhout (waarbij onder meer ook Ander Alfabet  van Pjeroo Roobjee het licht zag). Van Bruggen en Van Maele zijn niet meer onder ons, maar maakten naam. Bern (tegenwoordig woonachtig in Frankrijk), Obiak, Rombouts en Witse zijn nog actief.

Interessant om te zien welke dichters Cranshoff in 1964 anthologie-fähig achtte en in 1966 niet meer: Gust Gils, Korban, Adriaan Peel, Hugues C. Pernath, Willem M. Roggeman, Clem Schouwenaars, Paul Snoek, Hedwig Speliers en Werner Verstraeten. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik van die Korban nog nooit had gehoord. Enig snuffelwerk leert me dat hij onder de naam Claude Corban twee dichtbundels publiceerde: Piedra del Rayo (1956) en Securitine (1957).

Werner Verstraeten publiceerde in 1962 bij Nijgh & Van Ditmar de bundel Bloemen voor een nachttrein.Na de publicatie van Wounded Knee  (1973) en Kohoutek  (1974 – met twee aquatinten van Ferre Grignard) is hij uit beeld verdwenen (hij leeft overigens niet meer). De andere namen hoeven voor de fijnproevers amper nadere toelichting. Roggeman en Speliers schrijven nog steeds noest voort.

Wie namen in Pijn en puin verdwenen hun plaats in? Dat waren Hendrik Carette, Herman de Coninck, Patrick Conrad, Mark Dangin, Ben Klein, Werner Spillemaeckers en Eddy van Vliet. Cranshoff vertelde me ooit dat hij de bloemlezing eigenlijk al klaar had, toen Angèle Manteau hem suggereerde iets op te nemen van een ‘nieuw, jong talent’: Herman de Coninck. Die is ondertussen al weer een hele poos dood, net als Dangin, Spillemaeckers en Van Vliet. De laatste tijd laat Klein weer af en toe van zich horen. Van Carette en Conrad verschijnt nog geregeld nieuw werk.

Bert BEVERS

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche