Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
6 août 2013 2 06 /08 /août /2013 23:00

 

Hugo-Ball.jpg

Hugo Ball (1886-1927)

Zat te werken met als achtergrondmuziek International Language, een album van Cabaret Voltaire uit 1993. Dacht ineens aan de poëzie van Hugo Ball. Waarom? Omdat deze dadaïst als eerste klankgedichten bracht, en wel in de bakermat van het dadaïsme: Cabaret Voltaire. Dat werd in 1916, het geboortejaar van mijn vader zaliger nagedachtenis, opgericht aan de Spiegelgasse 1 in Zürich.

Hugo-Ball-in-Cabaret-Voltaire.jpg

Hugo Ball in Cabaret Voltaire, 23 juni 1916

Ball las er op 23 juni van dat jaar voor het eerst Karawane voor. Terwijl Europa in brand stond introduceerde hij daar een nieuw literair genre. Hij declameerde diezelfde avond (in een bijzondere uitdossing, getuige de foto) ook Wolken, Katzen und Pfauen, Gadji beri bimba, Totenklage  en Seepferdchen und Flugfische.

 

Karawane

jolifanto bambla ô falli bambla

grossiga m'pfa habla horem

égiga goramen

higo bloiko russula huju

hollaka hollala

anlogo bung

blago bung

blago bung

bosso fattaka

ü üü ü

schampa wulla wussa ólobo

hej tatta gôrem

eschige zundaba

wulubu ssubudu uluw ssubudu

tumba ba – umf

kusagauma
ba – umf

Adriaan-De-Roover--foto-Bert-Bevers-.jpg

Adriaan De Roover (foto: Bert Bevers)

Onwillekeurig moest ik ook aan François Rabelais denken. Adriaan De Roover merkte destijds op dat Jan Hanlo voor zijn Oote de mosterd bij Pantagruel haalde.  In (het gaat hier natuurlijk om een typisch geval van met de mantel der liefde bedekken) Zo meen ik dat jij ook bent – Biografie van Jan Hanlo kon auteur Hans Renders natuurlijk niét doen of een en ander niet gebeurd was, dus hij komt er niet onderuit ergens tussen neus en lippen te vermelden dat in de jaren vijftig een Vlaming de euvele moed had gehad de originaliteit van het voorwerp van zijn verering in twijfel te trekken. Het betrof de Antwerpse dichter Adriaan De Roover (90 ondertussen), die Hanlo destijds in het tijdschrift De Tafelronde  niet eens openlijk van plagiaat beschuldigde, maar een citaat uit diens beroemde vers Oote simpelweg liet volgen door een stukje uit een veel ouder werk. Volgens Rutger H. Cornets de Groot zou een beschuldiging van plagiaat volslagen misplaatst zijn: “Veeleer toont dit voorbeeld aan dat niemand zijn eigen gedachten kiest: gebruik van taal houdt die erkenning in. Poëzie noch taalgebruiker zijn autonoom; beide liggen verankerd in de gemeenschap, in de taal, hoezeer die gemeenschap ook vijandig kan zijn aan de individuele expressie van haar leden.” Ik denk er zo het mijne van. Ter vergelijking:

oote oote oote boe

hoe boe hoe boe
hoe boe hoe boe

B boe

Boe oe oe

Oe oe (etc.)


Eh eh euh euh euh

Oo-eh oo-eh o-eh eh eh eh

Ach ach ah ach ach ah a a

Oh ohh ohh

 

En dan het fragment waarvan Antwerpenaar De Roover wist dat het in hoofdstuk 18 uit het Vierde Boek van François Rabelais’ meesterwerk Pantagruel  te vinden was:


Bou, bou, bou, bou!

Otto, to, to, to, ti, bou

bou, bou, bou, ou, ou

ou, bou, bou, bous


bous
bous, bous, bous, bous

paich, hu, hu, hu, ha, hu

ah ! ah! ah!

Be, be, bous, bous, bobous

ho, ho ho ho ho


Vierhonderd jaar eerder geschreven, en geen experimentele poëzie maar het gejammer dat Panurge slaakt als hij zeeziek is….

 

En ineens herinner ik mij ook een rokerige redactievergadering van het tijdschrift WEL, in 1973 in het gebouw van de Sosjale Joenit (ja, ja mensen: zo werd er in de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw geschreven) aan de Potterstraat in Bergen op Zoom. Waar ik hard moest pleiten om een gedicht van ene Dirk Hoogerwaard in WEL 2  (later behalve het tweede ook het laatste nummer gebleken) te krijgen. Niet iedereen had daar een boontje voor, maar ik verdedigde het door het een hommage aan de dadaïsten te noemen. Pakte het blad voor het eerst sinds jaren weer eens uit het archief, en ik vind het gedicht (het is bij mijn weten de enige publicatie van Hoogerwaard gebleven) nog stééds bijzonder charmant. Het heet Dogra im varida. Goh, tot welke Assoziationen  het afspelen van een plaat van Cabaret Voltaire kan leiden....

Dogra im varida


Atust, tri morfoma spirit da

ti so im gola pro el sa.


Ago strobula inga boruda,

inkto fumudi to gabro insida.


Boro fili e saa do grili oro,

noree ta id ogola si hurasila.


Kali infa daree ti brisoli,

inta ferida nokiri el sa in varida.


Varida, varida, do varida, ti varida,

so gelem ool nal da es di lijn.

 

Dave-Dee--Dozy--Beaky--Mick---Tich.jpg

Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich

En dan is de cd afgelopen, en dan zet je de radio aan, en dan komt er muziek uit mijn jonge jaren uit. Van Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich meer bepaald. Look for meaning not in words /But in the way you're feeling /If it's love we'll understand / For love is all revealing// Like a rhythm like a spell /It sets your soul in motion /Love that's sure could rule the world/ A tide to turn an ocean  zingen ze. Maar het grootste deel van het nummer luidt als volgt:


Zabadak,
Karakakora kakarakak

Zabadak

Shai shai skagalak


Zabadak, Zabadak

Karakakora kakarakak

Zabadak, Zabadak

Zabadak
Shai shai skagalak


Zabadak, Zabadak

Karakakora kakarakak

Zabadak
Shai shai skagalak (3x)

 

Soms lijkt alles in elkaar te grijpen, lijkt het of alles met alles te maken heeft. Hoe dan ook, ik zit (het is een heuse oorwurm) nu dus wel voor een paar dagen met Zabadak  ik mijn hoofd. Je kunt dit nummer van Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich op YouTube beluisteren.

Bert BEVERS

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche